J.P. Schmidt en J.C. Schmidt orgelmakers te Gouda

1808 Waddinxveen

Waddinxveen, Hervormde Kerk

 

De Oude Kerk van Waddinxveen, afgebroken in 1839.

In de Oude Hervormde Kerk te Waddinxveen begon Johan Pieter Schmidt in maart 1807 met de bouw van een nieuw kerkorgel. Op 25 september 1807 overleed hij. Het orgel werd door zijn zoon Jan Christoffel Schmidt voltooid. De aanschaf van het orgel werd mogelijk gemaakt door een legaat van Leendert Voorbij. Hieraan herinneren de familiewapens die bovenop de middentoren staan.

 De ingebruikneming vond plaats op 27 november 1808. De klaviatuur bevond zich aan de voorzijde. De kleuren van de kas waren blauw met crême. Het orgel werd geëxamineerd door J. Robbers, organist te Rotterdam. De totale kosten waren 4433 gulden. In Boekzaal der Geleerde Wereld verscheen het volgende bericht over de ingebruikneming:

WADDINGSVEEN EN BLOEMENDAAL.

Den 27sten Nov. 1808. de dag van heden was voor ons een blijde dag, daar wij op denzelven het genoegen hadden, ons Kerkgebouw versierd te zien, met een zeer fraai, nieuw gemaakt Orgel. Hetzelve is den Heere en zijnen dienst plegtstatig toegewijd, door onzen waardigen en gel. Leraar den Wel. Eerw. zeer geleerden Heer J. A. WIED MAN, die dit werk voor eene zeer talrijke schare van toehoorders, welke, niettegenstaande het ongunstige weder, uit deze en andere Gemeenten waren opgekomen, gelukkig en tot algemeen genoegen volbragt heeft. De plegtigheid begon met het voorlezen van 2 Chron. VII. en het zingen der 3 eerste verzen van het 3de Evangelisch Gezang, zonder Orgel, waar op zijn Eerw. ons in eene korte voorrede het oogmerk onzer tegenwoordige zamenkomst te kennen gaf, en door een hartelijk en nadrukkelijk woortgebed, dit schoone kunststuk Gode en zijne dienst opdroeg. Waar na wij op het aangenaam verrast werden, door het zoetstreelend geluid des Orgels, het welk gedurende deze gansche plegtigheid bespeeld werd, door den kundigen Heer J. ROBBERS, Organist der Walsche Kerk en Klokkenist te Rotterdam, die daar toe verzocht zijnde, dit werk gaarne op zich genomen en met allen lof volbragt heeft. Hier op werd voor het eerst eene proef genomen van de kracht des Orgels, ter ondersteuning der Gemeente in het Godsdienstig Gezang, zingende met het zelve Ps. XXXIII: 1, 2. Onze Leeraar las hier op ten Tekst voor, de zeer gepaste woorden uit Ps. CL: 4. Looft God met het Orgel. Waar na de Gemeente weder hunne stemmen met de klanken des Orgels paarden in het zingen van den 150ste Ps. Na de verklaring van den Tekst werd de nuttigheid van het Orgel Muziek bij het openbaar Godsdienstig Gezang aangetoond en tot een proeve daar van gezongen met het Orgel, uit Gezang 14 het 1ste en 7de vers, wordende na gepaste aanspraken en dankzegging aan God, alles besloten met het zingen van Ps. XXI: 13. Nog moeten wij hier berigten: dat dit Orgel is aangenomen en begonnen door den Heer J.P. SCHMIDT, in leven Orgelmaker te Gouda, en na zijnen dood voortgezet en voor het voornaamste gedeelte voltooid, door zijnen kundigen Zoon, den Heer J.C. SCHMIDT, thans mede Orgelmaker te Gouda, aan welken na eene naauwkeurige Examinatie van zijn werk, door den bovengenoemden Heer J. ROBBERS, den welverdienden lof gegeven werd, blijkens het getuigschrift hier onder gevoegd - ook verstrekt het zelve, zoo in Bouw- Schilder- als Beeldhoukunde, tot eer van allen, die daar aan gearbeid hebben. Het zelve heeft 2 Clavieren, gaande van groot C tot drie gestreepte F, met een gehalveerde Trekkoppeling, die men onder het bespelen af en aan kan trekken, zonder de handen van het Clavier te ligten, en eene aanhangend Pedaal, loopende van groot C tot D ingesloten. Voorts 3 Blaasbalgen van 8½ voet lang en 4½ voet breet, die 18 duim opgang hebben, en 2 Windafsluitingen. De Stemmen of sprekende Registers zijn deze:

Hoofdmanuaal: Prestant 8 voet, in 't gezigt gepolijst Eng: Tin, met opgeworpen Labiums. Bourdon 16 voet, Roerfluit 8 voet, Octaaf 4 voet, Gemshoorn 4 voet, Quint Prestant 3 voet, Super Octaaf 2 voet, Cornet 4 sterk, Sesquialter 2 sterk, Mixtuur 3 sterk, Trompet 8 voet gehalveerd.

Bovenclavier: Holpijp 8 voet, Fluit 4 voet, Quint Fluit 3 voet, Nachthoorn 2 voet, Octaaf 2 voet, Fluit Travers 8 voet, Carillon 3 sterk. Voorts een Tremulant en Ventiel.

GETUIGSCHRIFT.

De ondergeteekende J. ROBBERS, Organist en Klokkenist te Rotterdam, als door Heeren Kerk- en Rentmeestereren van de Gereformeerde Kerk te Waddingsveen en Bloemendaal, als ook door Executeuren van de dipositie van wijlen LEENDERT VOORBIJ, verzocht tot het Examineeren van het nieuw gemaakt Orgel in de gemelde Kerk, door den Orgelmaker J.C. Schmidt, te Gouda, geef aan dezelve het volgende getuigenis: Dat hij met de vereischte attentie niet alleen, maar met de uiterste gestrengheid het gemelde Orgel geëxamineerd en bevonden heeft, dat hetzelve in alle opzigten aan het bestek voldoet, en den Orgelmaker meer gedaan heeft, dan het bestek verpligt was. Dat de Blaasbalgen eene genoegzame en gelijkmatige wind opleveren, en daar het bestek hunne grootte bepaalde op 8i voet lengte en 4 voet breedte, zoo kan de ondergetekende niet nalaten tot lof van den Orgelmaker te melden, dat hij die bevonden heeft te zijn 8½ voet lengte en 4½ voet breedte, een opgang hebbende van 18 duimen.  Dat de windladen met alle getrouwheid, zoo wel als het pijpwerk gemaakt zijn, en 't gemelde Orgel vrij is van hoofdgebreken als hijging, zwenking, stooting of alteratie en in allen deelen zeer goed spreekt, zoo dat den Orgelmaker J.C. Schmidt in dezen lof en als een jong en kundig Orgelmaker recommandatie verdient. (was getekend) J. ROBBERS. Organist en Klokkenist.  Waddingsveen den 26 Nov. 1808. Wij eindigen dit ons berigt met den hartelijken wensch: dat deze Gemeente een nuttig en den Christen betamend gebruik, van dit luisterrijk Kerksieraad moge maken: op dat zij nog lange hunne stemmen in Psalmen en Gezangen, met de liefelijke klanken des Orgels paren mogen, ter eere van hem, die in de Gemeente der Heiligen toekomt, de lof, de eer en de dankzegging, tot in eeuwigheid.

 

Reconstructie-tekening oorspronkelijke situatie 1808-1838. (Dirco Oskam)

Interieur van de Brugkerk rond 1900. (archief Dirco Oskam)

De Brugkerk in 1934. (Archief Dirco Oskam)

In 1837 werd het orgel afgebroken en in 1838 weer in de nieuwgebouwde kerk de 'Brugkerk' opgebouwd. Deze werkzaamheden werden gedaan door N.A. Lohman en Zonen, orgelmakers te Groningen. Daar de nieuwe kerk lager was dan de oude kerk, was Lohman genoodzaakt de orgelkas te wijzigen. De onderbouw met klaviatuur en windvoorziening verdween. De klaviatuur kwam aan de achterzijde. De windvoorziening kwam in de toren. Om het binnenwerk toch nog passend te krijgen, werd de bovenkas verhoogd met een halve meter. De frontpijpen moesten daardoor verlengd worden alsook de wangstukken. De diepte van de kas nam toe met 30 centimeter. De kleur van de kas werd gewijzigd in eiken-imitatie. De dispositie bleef ongewijzigd. Het orgel werd op 16 december 1838 ingebruik genomen.                                                                                                                             Later onderhoud werd gedaan door de orgelmakers Gabry, Van Gelder en Vermeulen, waarbij de dispositie enkele wijzigingen onderging.

Het orgel tijdens de restauratie in 1927. (Archief Dirco Oskam)

In 1953 werd het orgel gerestaureerd door de Gebr. Van Vulpen onder advies van Lambert Erné. Ook werd de oorspronkelijke diepte van de kas hersteld. De dispositie werd toen:

Hoofdwerk C-f³: Bourdon 16 vt, Prestant 8 vt, Roerfluit 8 vt, Octaaf 4 vt, Gemshoorn 4 vt, Quint 3 vt, Octaaf 2 vt, Cornet D 4 st, Scherp 2 st, Mixtuur B/D 3 st, Trompet B/D 8 vt.

Bovenwerk C-f³: Holpijp 8 vt, Flute Travers D 8 vt, Fluit 4 vt, Nasard 3 vt, Octaaf 2 vt, Woudfluit 2 vt, Sesquialter D 3 st.

Pedaal C-d¹: aangehangen

In 1971 werd de dispositie gewijzigd en uitgebreid met een vrij pedaal door Louis J. Kramer te Boskoop. Er waren ook plannen om het Bovenwerk in een zwelkast te plaatsen. Dit plan werd afgekeurd door Monumentenzorg.

De dispositie werd toen:

Hoofdwerk C-f³: Bourdon 16 vt, Prestant 8 vt, Roerfluit 8 vt, Octaaf 4 vt, Gemshoorn 4 vt, Quint 3 vt, Octaaf 2 vt, Cornet D 4 st, Mixtuur B/D 4 st*, Sesquialter D 2 st, Trompet B/D 8 vt.

Bovenwerk C-f³: Holpijp 8 vt, Gamba 8 vt*, Prestant 4 vt*, Fluit 4 vt, Nasard 3 vt, Woudfluit 2 vt, Scherp 3 st*.

Pedaal C-d¹: Subbas 16 vt*, Octaaf 8 vt*, Gedekt 8 vt*, Roerquint 6 vt*, Octaaf 4 vt*, Ruispijp 3 st*, Fagot 16 vt*.

De met een * gemerkte registers zijn toegevoegd of gewijzigd door Kramer. Hij gebruikte divers materiaal tijdens deze uitbreiding; het pedaal is afkomstig van een orgel uit Rozenburg (Z-H) en is mogelijk materiaal van Standaart. De Roerquint 6 vt en de Fagot 16 vt zijn nieuw. De Mixtuur op het Hoofdwerk is aangevuld met een koor uit de Sesquialter. Het pedaal staat in een aparte kas achter het orgel.

Na de restauratie van de kerk in 1979 is het orgel in 1982 schoongemaakt door Kramer. Hij plaatste op het bovenwerk een Dulciaan 8 vt, afkomstig uit Benschop, Gereformeerde Kerk. Dit register is waarschijnlijk van Abraham Meere uit 1820.

In 1993/'94 is het bovenwerk gereconstrueerd naar de oorspronkelijke toestand. Alleen de Carillon heeft niet zijn 3de koor teruggekregen. De Dulciaan werd gehandhaafd. Deze reconstructie werd uitgevoerd door de firma S. F. Blank te Herwijnen. De dispositie is nu als volgt;

Hoofdwerk C-f³: Bourdon 16 vt, Prestant 8 vt, Roerfluit 8 vt, Octaaf 4 vt, Gemshoorn 4 vt, Quint 3 vt, Octaaf 2 vt, Cornet D 4 st, Sesquialter D 2 st, Mixtuur B/D 4 st, Trompet B/D 8 vt.

Bovenwerk C-f³: Holpijp 8 vt, Flute Travers D 8 vt, Fluit 4 vt, Nasard 3 vt, Octaaf 2 vt, Nachthoorn 2 vt, Carillon D 2 st, Dulciaan 8 vt, Tremulant.

Pedaal C-d¹: Subbas 16 vt, Octaaf 8 vt, Gedekt 8 vt, Roerquint 6 vt, Octaaf 4 vt, Ruispijp 3 st, Fagot 16 vt.

Koppeling Hoofdwerk-Bovenwerk, Pedaal-Hoofdwerk, Afsluiter.

 

Het Schmidt-orgel in de Brugkerk.

 

De klaviatuur met links naast de orgelbank de registertrekkers voor het Pedaal.

De gedeelde Hoofdwerklade met de registermechaniek.

De Bovenwerklade met de toegevoegde kantsleep voor de Dulciaan.

De tredes om de spaanbalgen van lucht te voorzien.

De drie originele spaanbalgen. Foto's: Dirco Oskam