Janusch

JKL PRODUCTIONS GYPSYMUSIC

 

TABOR   Muziektheater O’Dschipen

 

 

 

Een dag uit het leven van een Sinti orkest

 

 

 

 

Colofon

Uitgever:

JKL Productions

Sinti en Roma Gypsy music/theater

Agnetenwal 1  6131 HR Sittard NL

Giro nr 65.77.712

06 44734249   www.freewebs.com/jklpro

 

Web site:             www.freewebs.com/tabor-gypsymusic

The making of:    www.taborsintimusic.hyves.nl  - Gody Prisor

 

Redactie:  Janusch Hallema, Bep Mergelsberg, Marcel Simonis.

Foto’s:  Richard Halmans, Gody Prisor, Heny Drijfhout, Connie van Hall

.

 

Inhoud:

1.     Tabor Gypsy Music

2.     De theaterproductie O’Dschipen

3.     De geschiedenis

4.   Muziek en cultuur

5.   De taal

6.   Herdenkingen

  1. Interessante websites
  2. Cd, dvd, Websites Tabor
  3. Mede mogelijk gemaakt door

 

 

1.         Tabor Gypsy Music.

TABOR* is een Sinti**ensemble met een voorliefde voor de traditionele Oost-europese Sinti- en Romaliederen. Maar ook de "Hot-club swing" uit de jaren '40 (Gypsy Jazz) en eigen composities staan op het repertoire.

  • PIROSCHKA TRISKA         : zang en dans
  • ROGER MORENO                          : accordeon, viool en zang
  • TSJAWO ADELL                : solo-gitaar
  • MORO ADELL                     : ritme-gitaar
  • JANUSCH HALLEMA        : contrabass en zang

*Tabor, een Oost-Europese benaming voor een zigeunerkamp.

**Sinti is de naam van de groep zigeuners die in Limburg woont.

 

 

Interviews met Sinti muzikanten en hun familie.

Door Bep Mergelsberg

 

De lucht is blauw boven Vijlen. De zon schijnt en om half 10 rijd ik het mooiste kampje van Nederland op. Hier woont de muzikantenfamilie Adell. Ik stap uit de wagen en geniet van het prachtige zicht op Mamelis, dat op de helling aan de overkant van het dal van de Selzerbeek ligt. Het gras is gemaaid, de haag gesnoeid, de stoep geveegd en de wasdraad hangt tussen twee jonge bomen. We nemen plaats in de voorjaarszon en drinken koffie.

 

PIROSCHKA TRISKA

Piroschka Triska, waar bent u geboren, waar hebt u gewoond en waar woont u nu?

Ik ben in Stollberg in Duitsland geboren, woonde nadien in Baden Würthenberg en nu weer in Stollberg, waar ook mijn ouders wonen. Zij wonen in een vrijstaand groot huis, met een grote tuin. Sinds 4 jaar woon ik in een kleinere woning met mijn drie kinderen. Tot mijn 19de heb ik met mijn familie gereisd maar toen mijn vader ziek werd, ging dat niet meer.

 

Sinds wanneer treedt u op voor een publiek?

Eigenlijk zing en dans ik al sinds mijn kindertijd, ook voor publiek. Mijn vader heet Mehrstein, is muzikant en familie van de Mirando’s in Nederland.  Hij is in Polen geboren en hij speelde viool, bas en gitaar. Hij was zanger en stepdanser en bij het bekijken van de opname van een van de laatste repetities zag ik hoeveel ik op hem lijk als ik zing en dans. Ik heb eigenlijk alles van hem geleerd. Zijn moeder had een poppentheater en ze heeft nog gedanst voor de laatste Russische tzaar.

 

Welke muziek maakt u het liefst?

Jazz en Swing, maar ook de liederen uit de Russische tradities zing ik graag. Ik ben  tekstschrijver en maak teksten op oude liederen maar ook op nieuwe composities. De tekst van O’dschipen heb ik gemaakt. Ik speel piano en gitaar.

 

Welke muziek beluistert u het liefst?

De Zuid Amerikaanse muziek beluister ik graag en klassieke muziek en dan vooral de muziek van een harp.

 

De kinderen gaan naar school. Waar liggen hun kunstzinnige interesses?

Mijn dochters zingen en dansen en treden op tijdens feesten. Een van de twee kan goed acteren. Ze wilde eerst advocaat worden maar nu twijfelt ze of ze niet toch beter een acteursopleiding volgt.

 

Gaat u met vakantie?

Ja, ik ga regelmatig samen met de kinderen naar de Zwitserse bergen of naar de zee.

PIROSCHKA TRISKA: zang en dans. Zij komt uit een heel bekende muziekanten- en artiestenfamilie van Duitse Sinti. Reeds in jeugdige jaren wist zij met haar zang en dans tijdens traditionele familiefeesten het publiek te bekoren. Haar fluwelen stem geeft de groep haar specifiek geluid. Zij werkte reeds met het "Triska Ensemble" (Duitsland/Nederland 2002-........), het Theaterprogramma "De lange reis" (2002-2005), het Projekt "Romeny Jag" (2003-........) en het "Gypsy Swing Quintett" (2005-2007). Zij was ook reeds in talrijke TV-programma’s en bioscoopfilms te zien. Schrijft ook teksten voor nieuwe Sintiliederen.

 

ROGER MORENO

Roger Moreno Rathgeb, waar bent u geboren? Waar hebt u gewoond en hoe lang woont u al op het kampje in Vaals?  Hebt u kinderen?

Ik ben in Zürich, in Zwitserland geboren en ik heb daar tot 1980 gewoond. Na ongeveer 12 jaar reizen door heel Europa ben ik in 1992 in Vaals komen wonen. Ik woon graag in Vaals, ik heb goede buren, maar ik ben meestal aan het werk of ik slaap. Als muzikant ben ik veel onderweg. Het kampje stamt uit de jaren 80 en  wordt binnen 1 à 2 jaar vernieuwd. De vakken moeten omwille van de brandweerregeling nu veel breder.

Ik heb geen kinderen maar mijn partner, Piroschka heeft drie kinderen.

 

Bent u naar school geweest?

Ja, ik heb in Zürich van mijn zevende tot mijn 15de jaar naar school geweest. De naam Moreno stamt uit die tijd. De Spaanse kinderen noemden mij zo. Het betekent zoveel als “de donkere” en later heb ik deze naam als artiestennaam aangehouden. Tot mijn 12de wist ik niet dat mijn moeder een Sinti was. Ik vind het goed dat de kinderen nu naar school gaan.

 

Welke instrumenten bespeelt u en van wie leerde u dat?

Ik speel accordeon, viool, gitaar, contrabas, drum en percussie. Ik ben zanger, arrengeur en componist. Ik ben autodidact en mijn voorbeelden zijn Django Reinhardt, de klassieke componisten, Hongaarse violisten. Ik treed op voor publiek sinds 1971 in theaters en op festivals.

 

Welke Roma en Sinti muziek maakt u het liefst?

De tradities, zoals de Hongaarse, de Russische Balkan, de Spaanse en Jazz Hot Club, zijn kunstmuziek stijlen, d.w.z. de Roma volksmuziek uit die streek is verfijnd. Mijn voorkeur gaat uit naar de levensliederen en die komen uit verschillende landen. Tijdens de muzikale theaterproductie O’dschipen spelen we vooral dit soort liederen die we zelf verfijnd hebben.

 

Welke muziek beluistert u het lieft?

Ik heb ik heel brede interesse in muziek en beluister - behalve de housse en de rap - eigenlijk alle soorten muziek. Klassiek, folklore, jazz, pop.

 

Wat is het grootste verschil tussen een Sinti muzikant en een klassiek geschoolde muzikant?

De Sintimuzikant leert op het gehoor. Het komt soms voor dat er tijdens een optreden twee muziekstukken spontaan vermengd worden omdat die in sommige delen op elkaar lijken, maar omdat we zo goed luisteren naar de muziek die we zelf maken komt het resultaat toch goed over. Voor een klassieke muzikant is het haast verboden om op gehoor te spelen. Hij heeft zijn partituur en de dirigent als maatstaf voor zich. Kortom, het blijft voor een Sinti-muzikant gemakkelijker om noten te leren dan dat een klassieke muzikant kan leren om op gehoor te spelen.

Ik kan zelf wel noten lezen en ik werk al enige jaren aan het Requiem für Auswitsch. Het volgend jaar gaat dit werk tegen Pasen in première met een symfonieorkest dat alleen uit Sinti bestaat. Bob Entrop gaat dit Requiem opnemen in een film.

 

Gaat u op vakantie?

Ik heb geen tijd om op vakantie te gaan. Daarbij ben ik zoveel onderweg voor optredens dat ik de vakantie ben gaan beschouwen als rusttijd. Gewoon thuis wat rondhangen, alhoewel mijn rusteloze karakter me daarbij soms wel behoorlijk in de weg staat. Ik ben ook veel te ongeduldig om een goede leraar te kunnen zijn. 

ROGER MORENO: accordeon, viool en zang.  Geboren in Zwitserland. Sinds 1971 beroepsmuzikant. Sinds 1980 in Nederland. Speelde o.a. met het "String Jazz Quintett" (Zwitzerland 1976-1980), het "Zigeunerorkest Tucsi" (1980-1986), het "Gypsy Swing Quintett" (1987-2007), het "Triska Ensemble" (2000-....), het Theaterprogramma "De lange reis" (2000-2005), het projekt "Romeny Jag" (2003-....). Hij was ook reeds in talrijke TV-programma’s en bioscoopfilms in binnen- en buitenland te zien. Met zijn soepele accordeonspel is hij in binnen- en buitenland een veel gevraagd gastsolist. Ook als componist en arrangeur actief.

 

TSJAWO ADELL


Tsjawo Adell, waar bent u geboren en hoe lang woont u hier?

Ik ben tijdens het reizen in Tilburg geboren. Ik woon hier heel graag, nu al een jaar of 17 samen met mijn moeder, mijn broer en zus en onze gezinnen. ’t Is een heel klein kampje en dat bevalt ons goed. ’t Is hier rustig. Vijlen heeft de hoogst gelegen kerk van Nederland en dit kampje is het hoogst gelegen kampje van Nederland. Vroeger woonden we in Wittem en dat kamp was veel groter. Ik woon veel liever op een klein kampje.

 

Bent u vroeger naar school gegaan?

Ja, in Gulpen en in totaal een jaar of vier. Onze manier van leven en werken in die tijd was niet te combineren met het regelmatig naar school gaan. Mijn vader was muzikant en speelde accordeon en viool. Van maart tot oktober reisden we door Nederland, België en Duitsland en maakten muziek om de kost te verdienen.

 

Hoe oud was u toen u begon met het bespelen van een instrument en welke instrumenten bespeelt u?

Vanaf een jaar of tien oefenden we met vader toch zeker drie keer in de week. Ik speel (solo) gitaar, bas, mandoline en ik heb een viool maar…

Mijn vader had in de oorlog een café in Amsterdam, op het Rembrandsplein, tegenover het café van Johny Meier, de beroemde accordeonist. Ze speelden veel samen en in dezelfde traditie, de jazzstijl van Django Reinhardt, Hot Club de France. Dat is nu mijn muziek en ik speel ook eigen composities.

Van 1987 tot 2007 maakte ik deel uit van het orkest Gypsy Swing Quintett en er waren jaren dat we meer dan 100 optredens hadden. In die tijd heb ik de hele Nederlandse artiestenwereld leren kennen, Anita Meier, Dulfer…

 

Leert u een van uw kinderen muziek maken?

Ik vind het vanzelfsprekend heel jammer dat hun interesse bij andere soorten muziek ligt, zoals de rap. Gody interesseert zich daarnaast ook voor fotografie maar hij hoort onze muziek gelukkig wel graag.

 

Geeft u aan anderen gitaarlessen?

Ik heb dat al gedaan en ik wordt ook veel gevraagd. In de winter zou dat goed kunnen. Het zou handig zijn als we hier op het kampje een ruimte hadden waar die lessen zouden kunnen plaatsvinden. Zo’n ruimte zou ook een uitkomst bieden voor onze eigen repetities. Die gaan nu door in de woonwagens maar voor de vrouwen is dat niet zo fijn. De vrouwen zouden kienavonden of andere activiteiten in die ruimte kunnen organiseren.

 

Waar speelt u het lieft?

Ik speel overal graag mijn muziek voor een geïnteresseerd publiek maar als ik een plaats moet noemen dan is dat toch wel het Django festival in Semois sur Seine. Dat is een vijf dagen durend festival waar ik altijd veel mensen ontmoet die in dezelfde traditie muziek maken. Dat is op professioneel vlak heel boeiend en leerzaam.

 

Wat is het indrukwekkendste dat u ooit meegemaakt of gezien hebt?

Een jaar of drie geleden heb ik het geboortehuis van Django Reinhardt bezocht. Ik vertelde al dat ik met zijn muziek opgegroeid ben. Ik heb gaandeweg deze muziek leren aanvoelen en maken tot in de kleinste nuances. Vreemd, wat er op zo’n moment door je heen gaat en dat gevoel was nog sterker toen ik later ook zijn graf bezocht.

TSJAWO ADELL: sologitaar en mandoline.   Komt - net als zijn broer Moro - uit een Nederlandse Sinti muzikantenfamilie. Speelde in het "Zigeunerorkest Tucsi" (1980-1986), het "Gypsy Swing Quintett" (1987-2007), en speelde recentelijk ook nog contrabas in de "Prisor Jazz-Band". Hij is een zeer bekwaam sologitarist.  Was reeds in verscheidene Nederlandse TV-programma’s te zien. Heeft ook reeds verscheidene eigen composities op plaat gezet.

 

MORO ADELL

Eduard  (Moro) Adell, u bent de broer van Tsjawo Adell. Bent u ook in Tilburg geboren?

Nee, ik ben tijdens het reizen, in Bergen op Zoom, geboren en mijn zus in Eindhoven.

In mijn jeugd heb ik in Wittem gewoond en nu woon ik alweer 17 jaar hier. Ook ik heb een paar jaar les gehad op de school in Gulpen. Ons eerste optreden voor publiek was trouwens in die school. Meester Kerkhofs van de zesde klas had ons gevraagd om het Sinterklaasfeest op te luisteren.

 

Welke instrumenten bespeelt u?

Mijn vader leerde me gitaar en viool spelen en in een orkest ben ik meestal de ritmegitarist. Van mijn vader leerden we de jazz traditie en van mijn oom de Hongaarse en daarom kennen we beide tradities goed. Ik speel de liederen uit beide tradities even graag. De vrouw van mijn oom speelde piano en cymbaal, een tafelsnaarinstrument dat met stokjes bespeeld wordt. Dat instrument is typisch voor de Hongaarse muziek maar wij gebruiken het niet omdat het veel te zwaar is om overal mee naar toe te nemen.

Ik componeer ook zelf nieuwe liedjes. O’dschipen, de titelsong van de CD en de theaterproductie heb ik gemaakt.

 

Hebt u ooit op onze manier muziekles gevolgd?

Ja, ik ben een tijdje naar de muziekschool geweest maar daar hebben ze me naar huis gestuurd omdat ze meenden dat ze mij niets meer konden leren. Ik ken de akkoorden bij naam en noten lezen lukt ook maar ik heb wel behoefte aan meer kennis van muziektheorie. Dan kun je gemakkelijker met muzikanten communiceren waardoor je nog beter samen kunt spelen. Als ik weet hoe iets klinkt dan weet ik in welke toonsoort een stuk staat maar als iemand alleen de naam van de toonsoort noemt, dan kan ik daar naar mijn eigen mening toch te weinig mee.

 

Welke muziek beluistert u graag?

Het liefst luister ik naar Elvis Presley, Tom Jones, Marylin Monroe; de muziek van de jaren 50-60.

 

U speelde ook in Gypsy Swing Quintett.

(We bekijken een van de fotoboeken uit die periode en foto’s van leden van Gypsy Swing Quintett met Mea Wood, Tom Jones, Albert West, Thérèse Steinmetz, Danny de Munck, Hans Kazan, Marco Bakker en vele, vele andere beroemdheden volgen elkaar op. Ook zijn er foto’s van o.m. optredens op het Nord Sea Jazz Festival, de RAI, het Concertgebouw in Amsterdam.) 

 

Wat is uw lievelingseten?

’s Morgens eet ik het liefst brood met geklopt ei. Eerst klop je wat eieren in een kom. Peper en zout erdoorheen. Dan wat boter in de pan een snee brood erop en dan het eimengsel. Ik eet ook graag pizza Calsone en natuurlijk klezi met kip en kartoffelsalaat.

 

Wat vindt u het indrukwekkendste dat u ooit gezien of beleefd hebt?

Ik houd van de zee, maar ook van grachten en vijvers. Ik roeide ooit met mijn neefje Tutsi Basily op een gracht in een klein bootje en toen dacht ik: Wat wil je nu nog meer? Roeien op een rustig watertje is heel rustgevend.

MORO ADELL: ritmegitaar.   Reeds sinds vele jaren de vaste begeleider van zijn broer Tsjawo. Speelde in het "Zigeunerorkest Tucsi" (1980-1986) en het "Gypsy Swing Quintett" (1987-2007). Was verder ook in verscheidene Nederlandse TV-programma’s te zien. Schrijft recentelijk ook eigen nummers.

 

JANUSCH HALLEMA

Jan (Janusch) Hallema, waar bent u geboren?

Ik ben in Nuth geboren en heb vervolgens in Heerlen, Luik en Maastricht gewoond. Nu woon ik in Sittard. Ik heb twee kinderen. Janusch is mijn artiestennaam. 

 

Hoe lang maakt u al muziek en welke instrumenten bespeel je?

Ik ben vroeger naar de muziekschool geweest maar in feite ben ik autodidact. Ik kreeg blokfluitles en vanaf mijn tiende leerde ik de banjo bespelen. Toen ik 16 was speelde ik elektrische gitaar in een punkband. De bas bespeel ik sinds mijn twintigste in de groep Minor Swing, een jazz band. We speelden Jazz standards op feesten, kleine podia en festivals. Sinds 12 jaar speel ik met Sinti muzikanten, eerst met Mario Triska en later met Roger Moreno. Samen vormen we nog steeds het Triska Trio.

 

Welke muziek maakt u het liefst?

De “zigeunermuziek” en zowel de Hongaarse, als de Russische, als de Hot Club Jazz muziek. Door weinig of geen  theoretische achtergrond moeten we het hebben van gevoel en intuïtie. De muziekstukken hebben een structuur maar daarbinnen worden de solo’s geïmproviseerd. Typisch is het ontbreken van percussie maar toch is sprake van een sterk ritme in de muziek. Die ritme functie is in de zigeunermuziek overgenomen door de slaggitaar, slagen op de bas, klakken met de tong, een soort ska-achtige terugslag op de viool, tamboerijn, klappen of het ritme van de houten lepels. Ik beleef deze muziek, ook doordat ze niet opgeschreven is, al echte, levende muziek. Er is ruimte om elke keer weer iets nieuws uit het moment te laten ontstaan en die manier van muziek maken hoort bij mij. Ik kan dan ook gewoon mezelf blijven. Ik hoeft dus echt geen “zigeuner” te worden (dat kan ook niet) om die muziek te kunnen spelen. Wie deze  muziek met zijn hart en ziel speelt, brengt het gevoel over naar het publiek en over die overspringende vonk, daar gaat het om.

 

Gaat u op vakantie?

Ja, ik ga minstens een keer per jaar naar India/Azie of naar een Europese bestemmingen. Als ik op vakantie ben blijf ik natuurlijk ook muzikant en maak dan ook daar samen met anderen muziek. Er is altijd wel een gitaar en vaak zelfs een bas, die ik gebruiken kan.

JANUSCH HALLEMA: contrabas en zang.   Beroepsmuzikant sinds de jaren 80. Speelde reeds in talrijke formaties, o.a. "Minor Swing", het "Martien Groeneveld Trio", het "Szarko Trio", met Zjer Bataille (1998-2009), het "Triska Ensemble" (1999-2009), het Theaterprogramma "De lange reis" (2000-2005), het projekt "Romeny Jag" (2003-2009), het "Gypsy Swing Quintett" (2005-2007), en "DaMusica" (2006-2009). Was reeds in verscheidene TV-programma’s en bioscoopfilms te zien. Met zijn stevige baslijnen en zijn energieke zang zorgt hij voor een enorme drive binnen de groep.

 

Poeta  Prisor

 

 

Poeta  Prisor, waar bent u geboren en hoe lang woont u al hier?

Ik ben in Düsseldorf geboren en toen ik drie jaar oud was ben ik naar Nederland gekomen, naar Wittem. Ik ben dus samen met Tsjawo opgegroeid. Later zijn we samen in Vijlen gaan wonen en wij hebben twee kinderen. Gody is de oudste.

 

Hoe gaat het met de kinderen op school?

Goed. Nu we niet meer reizen kunnen de kinderen het hele jaar gewoon naar school. De jongste zit op de Basisschool in Vijlen en Gody volgt het LWOO in Nyswiller. Ik ben gelukkig dat de kinderen nu niet meer zoveel last hebben van discriminatie. Dat was vroeger, toen wij klein waren, toch wel anders. Toen waren wij de enige vreemden maar nu zijn er veel meer kinderen op de scholen die er anders uitzien en thuis anders leven.

 

U zegt dat u niet meer reist. Gaat u met vakantie dan?

Jazeker, in de zomer gaan we op vakantie met de caravan maar kamperen langs de weg zoals in onze kindertijd zit er niet meer in. De kinderen willen dat ook niet meer. Ze willen gewoon op een camping en na twee weken willen ze weer terug. Naar hun vrienden, de TV en de computer.

 

Dat klinkt heel herkenbaar voor mij. Hebt u ook last van heimwee als u op vakantie bent?

Ja, na twee weken, hooguit drie, wil ik ook naar huis.

 

Bespeelt u ook een instrument? Of zingt en danst u?

Ik bespeel geen instrument, maar ik kan natuurlijk wel zingen en dansen maar ik treed nooit op.

 

Wat zijn de belangrijkste feesten in uw gemeenschap?

De Sinti vinden de kinderfeesten het belangrijkste, zoals de doop maar vooral het communiefeest. Voor dit laatste feest van onze kinderen hebben wij hier een grote tent opgezet want er kwamen meer dan 100 familieleden.

 

Wat is uw lievelingsgerecht? Wil u ons het recept geven?

Een feestmaal is klezi met een grote gebraden kip en zuurkool met kartoffelsalaat.

Klezi maak je van bloem, water en eieren. Roer dit tot een taai, maar nog vloeibaar deeg in een grote kom. Breng water aan de kook, houdt de kom scheef zodat een streepje deeg over de rand komt en snijdt over de rand dan een reepje af en laat dat in het kokende water vallen. Na drie minuten koken is de klezi klaar. Nadat de kip in eigen vet gaar gebraden is doe je deze uit de pan en de klezie in de saus en daarover de zuurkool en de in stukken gesneden kip. De aardappelsalade maak je van in stukken gesneden koude gekookte aardappelen, vermengd met paprika, eieren, spekjes, peper, zout, azijn en olie.

Klezi is trouwens ook heel lekker met goulash.

 

 

Gody  Prisor

 

 

Gody  Prisor, waar ben jij geboren?

Ik ben 16 jaar geleden hier geboren en ik woon hier heel graag. Het is hier heerlijk rustig. Ik houd niet van drukte.

 

Ga je graag naar school?

Ja, toch wel. De meeste jongeren gaan net zo graag naar school als ik, denk ik.

 

Ja, dat denk ik ook. Je houdt vooral van rap muziek, waarom?

De rap muziek gaat ook over het leven, net zoals de Sinti liederen maar ook het ritme bevalt me. Ik probeer zelf met vrienden beats te maken op de computer en dat lukt aardig. Met het maken van teksten houd ik me niet bezig. De teksten van de Amerikaanse rappers zijn heel recht voor de raap en vertellen over een leven dat ikzelf niet ken.

 

Wat vind je van de Sinti muziek die Tabor maakt?

Ik beluister ook deze muziek heel graag. Ook al bespeel ik geen instrument, de muziek is toch een deel van mijn leven. Ik ben in deze muzikantenfamilie opgroeit en dan krijg je de muziektraditie vanzelf mee.

 

Je interesseert je meer voor fotografie en film. Wat maak je zoal?

Ik ben heel nauw betrokken bij dit Tabor project. Ik heb verschillende foto’s die in dit boekje staan gemaakt en ook maakte en verzorg ik de hyves van het project. Op deze hyves zijn verschillende making off´s van de productie te zien en die heb ik gemaakt. De foto´s van de beroepsfotografe Heny Drijfhout en Connie van Hall, vind ik echt heel goed. Ik ben op zoek naar een geschikte cursus om het vak te leren.

De vorige week dinsdag heb ik uw rol overgenomen tijdens de tekstrepetitie. Ik las de regie aanwijzingen en de anderen oefenden hun tekst. Ook dat vond ik heel leuk om te doen.

 

Wat is je lievelingseten?

Pasta en vooral pizza. ’s Avonds bezoek ik vaak mijn oma en meestal krijgen we dan allebei zin in pizza. Dan bellen we de pizzabakker van Simpelveld, die een bezorgdienst heeft.

 

 

2.         Tabor O’dschipen***

 

(een dag uit het leven van een Sinti orkest)

 

Muzikale theaterproductie

 

Het Sinti ensemble Tabor  speelt een muzikale theatervoorstelling die gaat over het gewone dagelijkse leven van de Sinti in Limburg en geeft daarmee een inkijkje in het leven van de oudste Europese minderheid. De productie is een idee van Roger Moreno en kwam al improviserend tot stand

De regie was in handen van theatermaker en regisseur Bep Mergelsberg.

 

 

Het eerste deel speelt zich af in het woonwagenkamp waar de muzikanten leven en een repetitie houden bij het kampvuur. De was hangt aan de lijn, de worstjes liggen op de barbecue, het pilsje staat koud en in het Romanes worden de verhalen over vroeger en nu verteld. Maar er is meer aan de hand dan dit romantische plaatje doet vermoeden. Op een verteerbare en heldere manier wordt de participatie van de Sinti in de Limburgse samenleving en hun streven naar behoud van hun eigenheid uit de doeken gedaan.

 

 

Het tweede deel gaat over het werk van de Sinti muzikanten. De groep gaat spelen in een cafeetje en gaat met de pet rond. Op verzoek spelen zij liedjes, dansen en bouwen een feestje. Maar ook hier is de romantiek ver te zoeken. De groep muzikanten ontdekt dat de flamenco op zijn best gedanst wordt als beheerste woede en trots de ondertoon vormen en ze stellen de vraag of Limburgers ook een dans hebben waarmee zij dit soort emoties een plek kunnen geven.

 

***O’dschipen  betekent “ons leven” in het Romanes

De regisseur.

Bep Mergelsberg was meer dan 20 jaar lid van Toneelgroep de Bron uit Noorbeek, zowel spelend als bestuurslid. Ze volgde de regiecursus van het LFA en sinds tien jaar werkt ze als regisseur in o.m. het amateurtoneel en regisseert, naast kluchten en blijspelen, ook Nederlands en internationaal drama.

Als HBO cultureel werker, huren welzijnsinstellingen haar in als buurtregisseur om op basis van improvisaties een voorstelling over de eigen buurt te maken.

Verder werkt ze als dramadocent met kinderen en jongeren.

Het schrijven van een script leerde ze tijdens een cursus creatief schrijven aan de universiteit van Leuven.

Mergelsberg wordt gekwalificeerd als een enthousiasmerende, inspirerende, intuïtieve maar ook pragmatische regisseur die toneelstukken goed kan analyseren en de (sub)tekst weet te vertalen in verrassende en passende beelden.

 

 

3. De Geschiedenis

 

Al 2000 jaar geleden leefden de Roma en Sinti onder de naam “Loeri” als nomadenvolk in het noordwesten van India; Radjastan en het dal van de rivier “Sindh”. Waarom zij ooit uit deze regio zijn vertrokken, is tot op heden onduidelijk.  Een legende vertelt dat omstreeks de 6de eeuw rond elfduizend Loeri muziekanten en artiesten aan de keizer van Perzië werden “verkocht”. Vanuit Perzië  begon de eeuwenlange tocht, welke dit volk tenslotte over de gehele wereld heeft verspreid.

 

 

(De migratie van de Roma en Sinti door het Midden-Oosten en Noord-Afrika naar Europa.)

 

Langs twee verschillende routes bereikten zij Europa:

 

*De “zuidelijke groep” trok via Egypte langs de Noord-Afrikaanse kust en bereikte via de straat van Gibraltar Spanje en het zuiden van Frankrijk. Daar noemde men hen “Gitanos” of “Gitans”, wat betekent “zij die uit Egypte kwamen”. ( In Engeland later ook “Gypsies”).

 

*De “noordelijke groep” kwam via Armenië rond het jaar 1000 in de regio van het huidige Turkije, Griekenland en Macedonië terecht – het toenmalige Byzantijnse Rijk. Daar werden zij door de bevolking “Atzinkani” genoemd, wat zoveel betekende als “schurken”, “dieven” of “tovenaren”. Uit die term “Atzinkani” ontwikkelden zich later de namen “Cygan”, Tziganes”, “Zingari” en “Zigeuners”.

 

In de nasleep van de Turkse veroveraars verspreiden zij zich aan het begin van de15de eeuw over het Balkan-schiereiland, en van daar uit kwamen zij in verschillende familieverbanden in West- en Oost Europa terecht.

 

 

Sinds 1418 werden zij in de stadskronieken van verscheidene Europese steden beschreven. Zo bijvoorbeeld ook in Nederland, waar zich in 1420 de “Hertoch Andreas van Cleyn-Egypten met 100 begeleiders en 40 paarden” aan de burgers van Deventer voorstelt.

Was de verstandshouding tussen de zigeuners en de burger bevolking aanvankelijk tamelijk goed, sinds de 16de eeuw sloeg deze, door toedoen van verschillende overheden, om in angst,

haat en onbegrip, wat in de 18de eeuw uitaarde tot het “vogelvrij” verklaren van de zigeuners, permanente jacht en vervolging en zelfs verbrandingen op de brandstapel.

Tweede Wereldoorlog

Het dieptepunt van deze ontwikkeling vond plaats tijdens de Tweede Wereldoorlog, waar tussen de 500.000 en 1,5 miljoen Sinti en Roma werden vermoord, door vergassing in de concentratiekampen of in massagraven diep in de bossen. In heel Europa zijn naar schatting tussen de vijfhonderd duizend en een miljoen 'zigeuners' omgebracht gedurende de Tweede Wereldoorlog.

Vandaag de dag

 

Maar zelfs deze genocide kon het volk der Sinti en Roma niet uitroeien. Ook heden ter dage leven nog steeds miljoenen Sinti en Roma verspreid over de gehele wereld, ook al proberen regeringen van vele landen – ieder op zijn eigen wijze – om dit reizende volk aan banden te leggen. In West Europa wonen vooral de Sinti, terwijl in Oost europa en op de

Balkan vooral de Roma wonen.

Tegenwoordig zijn de Nederlanse Sinti en Roma (naar schatting 5000-7000 mensen) ondanks de beperkte trekvrijheid nog steeds gehecht aan hun woonwagens. Sinds 1968 staan zij in meederheid op speciaal aangelegde standplaatsen ('kampjes'), vooral in de zuidelijke provincies en lange tijd on- der het regime van de Woonwagenwet (1918-1999). Een groot probleem op het gebied van huisvestiging vormt het tekort aan standplaatsen voor ondermeer de jongeren.

Een groep 'buitenlandse zigeuners' (uit Hongarije, Joegoslavië, Italië, Frankrijk) wordt in Nederland voor het eerste weer gesignaleerd in 1969 (Amsterdam) en uitgewezen, toch weer gedoogd (1973) en in 1977 uiteindelijk toegelaten in 10 'opvanggemeenten', na een Generaal Pardon van de regering. Verder bevinden er zich Roma in Nederland, die in de jaren 90 op de vlucht sloegen voor toegenomen discriminatie in oost- en midden-Europa en voor de oorlog in de Balkan.

Dit alles onder het motto:

'Me tsie avilem toemende, Te magaw manro, Me avilem, Te den ma patiw'

('Ik kwam niet naar je toe om brood te bedelen. Ik kwam naar je toe om respect te vragen')

Binnen verdragen van de Raad van Europa zijn de Sinti en Roma in Duitsland erkent als nationale minderheid; in Nederland is hun taal erkent als minderheidstaal.

4. Muziek en cultuur

"De zigeuners hebben geen gemeenschappelijke muziektaal. Er bestaat geen gemeenschappelijke liederenschat noch een gemeenschappelijke wijze van muziekmaken die bij alle Zigeuners ter wereld hetzelfde is. Is er dan wel sprake van zigeunervolksmuziek? Ja. Maar die is in alle landen verschillend en bezit in al die landen kenmerken van de lokale volksmuziek."
Uit ‘Zigeunermusik’, Bálint Sárosi, geciteerd door Jetske Mijs, ‘o DROM, 2/94.

Zigeunermuziek wordt vooral uit het hoofd, liever gezegd uit het lijf, het hart, gespeeld. De talrijke, virtuoze en meestal heel persoonlijke improvisaties van - de primas - , de eerste viool, en nagenoeg alle instrumentalisten zijn nauwelijks na te volgen. Daarbij komen nog de extra versieringen als glissando’s en trillers die eveneens nergens in de partituren staan. Ook ingewikkelde tempi in bijvoorbeeld 5/8ste, 7/8ste, 9/8ste of 11/8ste maat wisselen elkaar af, soms zelfs in één muziekstuk! Dat is allemaal niet aan te leren: dat moet je erven. Van vader op zoon; van generatie op generatie: op zeer jonge leeftijd leren muzikanten zich het bespelen van een instrument eigen maken. In enkele gevallen volgt daarop een opleiding op een conservatorium, maar het produceren van de eigen klanken gaat altijd voor de theorielessen.

De alomtegenwoordige en allesbepalende familieband geldt ook voor het samen muziekmaken. Muziek is evengoed een communicatievoertuig voor dagelijkse en minder dagelijkse emoties, als een vak om de kost voor de familie te verdienen. De verdiensten vloeien dan ook voornamelijk weer terug in de familiekas.

Veel mensen veronderstellen dat de basis van de ‘zigeunermuziek’ in Hongarije ligt. Dat is veel te beperkt, ook al zit er een kern van waarheid in. Toen eind 18e eeuw in de Oostenrijks-Hongaarse monarchie muziekmaken als minderwaardig werd gezien, ontstond er door de toch voortdurende vraag ruimte voor de zigeunerensembles. Hun interpretaties van de regionale traditionele muziek zijn sindsdien kenmerkend geworden. Overal waar zigeuners neerstrijken ontstaat een dergelijke wisselwerking met de plaatselijke muziek. In Andalusië bijvoorbeeld zijn zij als het ware het gezicht en de stem van de flamenco en de bijbehorende cantes geworden.

"Het is het land dat het karakter bepaalt, dat zijn stempel op alles drukt, en Andalusië is dat land. De cantes zijn Andalusisch en Andalusië is de moeder van de cante, vooral in het gebied dat ligt tussen Cádiz en Sevilla. De zigeuners zingen flamenco omdat ze Andalusiërs zijn en niet omdat ze zigeuners zijn. Waarom zingen anders alleen maar de Andalusische zigeuners flamenco?"
Flamencozanger Calixto Sanchez in een interview door Jan Kuba, o DROM 2/90.

Zigeuners spelen inderdaad Hongaarse charda’s en flamenco maar ook polka’s, bolero’s, fandango, valse musette, Russische en Balkanmuziek, treur- en feestliederen; dansmuziek, liefdes- en religieuze liederen; ballades en jazz. Van oorsprong was zigeunermuziek louter vokaal en diende voor eigen gebruik. Langzame klagende liederen wisselden de snellere opzwepende af. Deze laatsten werden begeleid met tongklakken, scanderen van enkele lettergrepen of slaan met lepels. Melodische muziekinstrumenten kwamen er niet aan te pas. Deze oer-benadering is af en toe nog te herkennen bij traditionele stukken. Maar de ontwikkeling en uitwisseling met Westerse en moderne stromingen hebben niet stil gestaan. Denk bij dit laatste aan de fameuze Django Reinhardt met zijn Hot Club de France.

Herkenbaar is de nogal eens opmerkelijke stemming van de instrumenten die een afwijkende en sfeerbepalende toonladder toelaat. Daar komen bijvoorbeeld achtereenvolgens d, es, fis, g; of een sprong van C-mineur naar Es groot in voor. De viool is wel het meest voordehand-liggende instrument maar vergeet de cimbaal, de contrabas en de gitaar niet. Ook piano, accordeon, klarinet, een enkele keer de trompet en bij Roemeense muziek de kenmerkende panfluit komen voor. Bij dit alles blijft het slagwerk op de achtergrond of is niet aanwezig. Nog een belangrijke factor in het geheel: zigeunermuziek is ondenkbaar zonder publiek!
Geen mens blijft onberoerd door de, veelal meerstemmige zang. Uiteraard staat die op de voorgrond bij de flamenco-cantes maar ook in de Russische muziek is hij meeslepend.

Voor, tijdens en kort na de oorlog was zigeunermuziek razend populair in Nederland en waren muzikanten en ensembles naast Amsterdam zeer gevraagd in Den Haag. Ook traden ze incidenteel en onder veel enthousiasme op met klassieke orkesten in concertgebouw of voor de radio. Eind jaren zestig gebeurde er onder invloed van onder andere de TV in het klassieke zigeuner-entertainment erg weinig meer op dit gebied totdat die even later in een ongepolijste en verjongde gedaante opnieuw op de podia en de langspeelplaat verscheen. Via ondermeer festivals en een behoorlijk circuit van amateurmuzikanten, dikwijls begeleid door de authentieke meesters, kwam de muziek weer terug. Niet voor niets staat het Rosenberg Trio regelmatig op het North Sea Jazz Festival! De hernieuwde belangstelling is niet los te zien van de aandacht voor alle authentieke muziekvormen, globaal samen te vatten onder de term ‘Wereldmuziek’.

 

Sinds hun eerste migratie westwaarts vanuit Indië, waarschijnlijk al voor het jaar duizend, hebben zigeuners voortdurend hun bijdragen geleverd aan ‘onze’ muziekcultuur. Enerzijds behandeld als zondebokken, slachtoffers van sociale uitsluiting, en anderzijds geromantiseerd door verbeelding in literatuur en film, bleven zigeuners hun tradities handhaven. Ver van onze technologische en sociale besognes koesterden zij hun eigen warme Oriëntaalse gemeenschapszin.

Zigeunermuzikant zijn betekent voortdurend voor de keuze te staan: ofwel de strenge beschermengel van een bepaalde muzikale stijl te zijn; ofwel het schudden van de kaarten dankzij het onderweg verzamelde, rijke muzikale materiaal. De reizende muzikanten maakten op deze wijze de voorlopers van de huidige wereldmuziek: alle muziek die ze tegenkwamen namen ze op in hun repertoire. De flamenco met haar oorsprong in Indië is daar slechts een voorbeeld van. In de vijftiende eeuw, lang voor de gouden eeuw van de flamenco, namen mensen, in die tijd bekend onder de naam Egyptanos, later Gitanos, deel aan religieuze festivals. Vanaf 1499 echter introduceerden de katholieke koningen een lange periode van repressie. Zigeuners werden beschuldigd van "leven van bedelen, stelen, oplichting, hekserij, toekomstvoorspellen en andere oneerlijke duistere middelen van bestaan". Hun nomadische bestaan werd verboden tot aan het einde van de negentiende eeuw.

De eerste vormen waarin de gitanos zongen over hun misère waren de cantes jondo, zoals de tonás, en daarvan de carceleras (kerkerliederen) en martinetes (smidse-liederen). Vandaag de dag zijn zelfs de feestliederen binnen dit genre voorzien van een uiterst dramatische ondertoon waarin het verleden doorklinkt. Zonder deze emotionele diepgang zou de flamenco op dit moment slechts een folkloristisch fenomeen zijn. Bijzonder boeiend is het gegeven dat de poëzie van Lorca zich leent voor de oorspronkelijke en authentieke Indische sitarmuziek.

Voor zigeuners is muziek maken synoniem met het creëren van iets nieuws. Het was in Toulon in 1931 dat de jonge Django Reinhardt voor het eerst kennismaakte met de muziek van Duke Ellington en Louis Armstrong. Spoedig daarna werd deze reizende cafémuzikant die gewend was eigentijdse populaire liedjes te vertolken een van de grootste muzikale genieën van deze tijd. Toen de swing het gedurende de Tweede Wereldoorlog overnam van de musette nam de gitaar de plaats in van de zes-snarige banjo. Onder invloed van Django Reinhardt maakte een hele generatie zigeunermuzikanten zich de stijl van de swing eigen. Erfgenamen van de Hot club de France zijn nu te vinden in Frankrijk, Nederland, Noorwegen en Duitsland waar ze musette afwisselen met swing.

De meeste swing-manouche die in restaurants en clubs werken zijn vertrouwd met dit zogenaamde ‘zigeunerrepertoire’ met zijn Russische, Hongaarse en Roemeense inspiratiebronnen. De haast verleidelijke muzikale virtuositeit als onderdeel van de vervoering doet hier zijn intrede en wordt daarmee bestanddeel van de kunst van het bejagen van effecten. De zigeunermuzikant weet zich tegelijkertijd acrobaat als illusionist en creëert zowel emoties als dromen om het publiek te dienen.

Toch heeft dit professionele aspect de zigeuners er niet van weerhouden om hun eigen muziek te scheppen.

In welk land of welke streek dan ook: het zigeunermirakel speelt zich over de hele wereld op de zelfde manier af. "Deze profetische stam met hun gloeiende ogen", zoals Baudelaire hen noemde, reisde door vele landen en culturen: van de woestijnen van Rajasthan naar de vlaktes van Andalusië, van de groene vallei van de Sindh naar het Nijldal; van de bossen aan de voet van de Himalaya naar de wouden van Transylvania; ze staken de Rode Zee en de Atlantische Oceaan over. Zelfs wanneer de reis voert naar een moderniteit die hen vaak niets biedt dan afbraakgebieden en vuilnishopen blijven ze vol van hun oorspronkelijke kracht.

(naar een inleiding van Alain Weber)   Bron www.gipsyfestival.nl

Het Volkslied

Djelem, djelem

Het lied Djelem, djelem (hongaars Gyelem, gyelem, Servisch en Kroatisch Đelem, đelem) is de internationale Hymne van de Roma. De Tekst van het volkslied werd 1969 door Žarko Jovanović geschreven. De melodie stamt uit een liefdesliedje van Servische Roma, dat door de Film Skupljaći Perja van Aleksandar Petrović bekend geworden is.

In 1971 verklaarde het Eerste  Roma-Wereldcongres het lied tot hymne.

Omdat het Romanes geen gestandariseerde schrijftaal is zijn er verschillende versies van de tekst die zich qua betekenis slechts weinig onderscheiden.

1.Strophe

Djelem djelem lungone dromesa

Maladilem schukare romenza

djelem djelem lungone dromesa

Maladilem bachtale romenza

Refrain:

Ahai, Romale, ahai Chavalle,

Ahai, Romale, ahai Chavalle!

Übertragung:

Auf meinem sehr sehr langen Weg

Traf ich viele schöne Roma

Auf diesem sehr sehr langen Weg

Begegneten mir viele glückliche Roma

Refrain:

Ahai, Roma, ahai Kinder,

Ahai, Roma, ahai Kinder!

 

 

5. De taal

 

De taal van alle Sinti en Roma heet het Romanès. In feite gaat het om meerdere talen die wel allemaal een gemeenschappelijke grondtaal hebben, n.l. het Sanskriet. De Sinti uit Limburg kunnen bijvoorbeeld de Roma uit Roemenië maar heel moeilijk verstaan omdat de eersten al eeuwenlang in West-Europa leven en woorden overnemen en de Roma hetzelfde al eeuwenlang doen in Oost-Europa.

De taal van de Sinti –  in het Franstalige deel van België en Frankrijk heet deze groep Manouche - die in Nederland, België en Duitsland wonen heet het  Sintitikes  maar ook deze taal kent verschillende varianten die vooral met de leenwoorden uit de verschillende talen te maken heeft. Zo nemen de Sinti uit Duitsland nieuwe woorden over uit het Duits en Nederlandse Sinti uit het Nederlands. De Sinti zijn meertalig en kennen naast hun eigen taal, ook de taal van het land waar ze wonen en daarnaast vaak ook nog een andere grote Europese taal. Zij kunnen elkaar dus wel heel goed verstaan.

 

Het Romanès is niet gestandariseerd of eengemaakt. De taal kan wel geschreven worden maar er is geen spelling vastgesteld. Er zijn wel pogingen ondernomen om tot één spelling te komen maar dit blijkt heel moeilijk realiseerbaar.

Laten we een voorbeeld nemen om de complexiteit een beetje uit de doeken te doen: De Nederlandse Sinti schrijven sj voor de klank die in het Nederlands in ‘t woord sjaal voorkomt. Diezelfde klank schrijven de Duitse Sinti als sch , de Manouche in Frankrijk en Wallonië schrijven ch en in het Engelse taalgebied wordt die klank als sh geschreven. In Tsjechië krijgt die klank een s met omgedraaide circumflex en in Polen wordt het sz. Dit geldt natuurlijk niet alleen voor deze klank maar voor alle klanken die het Romanès heeft.

 

Er wordt wel in het Romanès geschreven, ook litteratuur, maar in de praktijk doet zich hetzelfde voor als bij het Limburgs: Limburgers spreken vanaf hun eerste woorden Limburgs maar als je hen een tekst voorlegt die in het Limburgs geschreven is hebben de meeste de grootste moeite om deze te lezen. Net als voor het Limburgs geldt voor het Romanès dat kinderen hun taal niet op school leren lezen en schrijven. Beide talen zijn m.a.w. op de eerste plaats spreektalen.

 

6 Herdenkingen

Op 16 mei 1944 werden in een groot aantal plaatsen in ons land razzia's gehouden. De opgepakte Sinti en Roma werden nog diezelfde dag naar kamp Westerbork overgebracht. Op 19 mei 1944 werden 245 mensen naar Auschwitz gedeporteerd. Slechts dertig van hen overleefden de kampen.
Herdenking Westerbork
19 mei Herdenking in het Herinneringscentrum Kamp Westerbork

Herdenking museumplein Amsterdam
Een eerste monument voor hen in Nederland staat sinds 1978 op het museumplein in Amsterdam. Initatiefnemer daarvoor was Koka Petalo (gestorven in 1996), tevens één van de opvallendste belangenhartigers van de Nederlandse Roma na de oorlog. Sinds 1995 zijn Sinti en Roma jaarlijks betrokken bij de Herdenking in Westerbork, waar stenen vlammetjes van hun specifieke positie getuigen. Pas later (2001) kreeg de Landelijke Sinti en Roma Organisatie uit de Best eindelijk bij de Nederlandse regering gedaan dat er rechtsherstel kwam voor het ondergane oorlogsleed. In datzelfde jaar kreeg deze zelforganisatie ook de internationale bekende Geuzen Penning uitgereikt, voor haar inzet tegen discriminatie en criminalisering jegens deze bevolkingsgroep.

Settela Steinbach

Anna Maria (Settela) Steinbach (Buchten, 23 december 1934 – Auschwitz , tussen 31 juli en 3 augustus 1944) was een Nederlands meisje dat in Auschwitz  werd vergast. Ze was lange tijd een icoon voor de Nederlandse Jodenvervolging, tot in 1994 werd ontdekt dat ze niet joods was, zoals werd aangenomen, maar tot de Sinti-stam van de Roma  (ook wel zigeuners genoemd) behoorde.

Steinbach werd geboren in Buchten bij Born (Zuid-Limburg) als dochter van de handelaar en violist Heinrich (Moeselman) Steinbach en Emilia (Toetela) Steinbach. Op 16 mei 1944 werd door geheel Nederland een razzia tegen Roma gehouden. Settela werd in Eindhoven opgepakt. Diezelfde dag arriveerde ze met nog 577 anderen in Kamp Westerbork, van wie er 279 weer mochten vertrekken omdat ze weliswaar woonwagenbewoner waren, maar geen Roma . In Westerbork werd Settela preventief kaalgeschoren tegen hoofdluis. Omdat ze zich schaamde voor haar kale hoofd scheurde haar moeder een stuk van een laken af dat ze om haar hoofd kon doen.

Op 19 mei werd ze met 244 andere zigeuners naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd met een trein die ook wagons met joodse gevangenen bevatte. Toen de deuren van de goederenwagon waarin ze zou worden vervoerd werden gesloten, keek ze nog even naar buiten, naar een hond die daar liep. Dit beeld werd vastgelegd door Rudolf Breslauer, een joodse gevangene in Westerbork, die in opdracht van de Duitsers een film over het kamp maakte. Haar moeder zei "Settela ga bij die deur weg, straks komt je kop er nog tussen." Zo hoorde Crasa Wagner, die zich achter haar in de wagon bevond, dat ze Settela heette.

Op 21 mei arriveerden de Nederlandse zigeuners, onder wie Settela, in Auschwitz-Birkenau. Ze werden geregistreerd en werden naar de afdeling voor zigeuners gebracht. Toen in de zomer van 1944 een half miljoen joden uit Hongarije naar Auschwitz-Birkenau werd gedeporteerd, ontstond in het kamp ruimtegebrek. Onder de zigeuners brak een opstand uit, die echter was verraden en door de Duitsers snel de kop werd ingedrukt. Zigeuners die nog geschikt werden geacht om te werken, werden naar munitiefabrieken in Duitsland overgebracht. In de periode van eind juli tot 3 augustus werden de resterende drieduizend vergast. Settela en haar moeder, twee broertjes, twee zusjes, haar tante, twee neefjes en een nichtje behoorden ook tot deze groep, zodat de datum van haar overlijden niet met zekerheid is vast te stellen. Van de familie overleefde alleen de vader van Settela de Tweede Wereldoorlog. Hij overleed in 1946 en werd begraven te Maastricht.

Na de oorlog werd het fragment uit de film van Rudolf Breslauer veel gebruikt in documentaires. Een beeldje uit de film werd zelfs een icoon voor de jodenvervolging. Omdat de naam van het meisje niet bekend was, stond ze bekend als 'het meisje met de hoofddoek'. Dat ze joods was, werd zonder meer aangenomen; aandacht voor de massamoord op de Roma, waarvan de Duitsers en hun medeplichtigen naar schatting door geheel Europa 400.000 vermoordden in de Porajmos, was er destijds nauwelijks.

In december 1992 begon de journalist Aad Wagenaar  een onderzoek naar haar identiteit. Hij ontdekte dat er in de trein in Westerbork één wagon was die Nederlandse zigeuners vervoerde. Op 7 februari 1994 hoorde Wagenaar op een woonwagenkamp in Spijkenisse van Crasa Wagner de naam van het meisje. Later werd duidelijk dat ze met haar moeder en vijf broertjes en zusjes in Auschwitz was vergast.

Over de zoektocht van Wagenaar maakte Cherry Duyns de documentaire ''Settela, gezicht van het verleden'' (1994). Wagenaar publiceerde over zijn onderzoek het boek ''Settela; het meisje heeft haar naam terug'' (ISBN 90-295-5612-9).

 

7. Interessante websites

·        www.gipsyfestival.nl             Gipsy Festival Nederland

·        www.sintimusic.nl                 Sinti Music

·        www.srsr.nl                            Stichting Rechtsherstel Sinti en Roma

·        www.forum.nl                        Instituut voor Multicul. Ontwikkeling

·        www.kampwesterbork.nl

voor meer links zie

·        www.freewebs.com/jklpro               JKL Productions

·        www.freewebs.com/romeny-jag     Romeny Jag

 

8. Cd, dvd, Websites Tabor

 

  • Cd  S’Wonderful                              Caravan Recodings
  • Cd  O’Dschipen                               Sinti Music
  • Cd  Broad Cast                               Caravan Recordings @ L1 Radio
  • Dvd Live at Todo Best                    Sinti Music
  • Videoclip-O’Dschipen                     You Tupe
  • L1 TV Videoclips Live                     You Tupe
  • TV Megelland Live                           You Tube

 

Web site’s Tabor:

·        www.freewebs.com/tabor-gypsymusic     Home

·        www.freewebs.com/jklpro                          De agenda

 

9. Mede mogelijk gemaakt door:

Stichting Rechtsherstel Sinti en Roma, Provincie Limburg,

Prins Bernhard Cultuurfonds,  Gemeente Sittard-Geleen, Pitboel theater Sittard,

Sinti Music, JKL Productions.