Herbert Immer Willems Olieverfschilderijen

Subtitle

De Wording

Op deze 'page' wil ik je aan de hand van tien stappen laten zien hoe ik een schilderij opbouw. Het begint met een blanco paneel en eindigt als een voltooid olieverfschilderij.

Bij alle panelen (tenzij expliciet anders vermeld) betreft het MDF-panelen en bij alle werk betreft het olieverf. Enkele dagen geleden heb ik  een werk opgezet; dat werk dient hier als voorbeeld en leidraad; de werkwijze is bij al mijn werken hoegenaamd dezelfde.  Elke stap gaat vergezeld van een foto en uiteraard enige verklarende tekst en uitleg van mijn kant. Als u wilt reageren, schroom niet, mail me en ik antwoord weer. Daar zie ik naar uit. Ook kritische op- en aanmerkingen zijn uiteraard welkom.

 

1. Het paneel, de gesso, de imprimatura en de tekening.

 

Het paneel van 120x80 cm is een MDF-paneel en staat nu op de ezel in mijn atelier. Het paneel is hiervoor al aan beide zijden bewerkt met gesso, een soort witte kalk die de hechting tussen drager (het paneel) en afbeelding moet garanderen. De gesso moet aan beide zijden met kwast of roller worden aangebracht om kromtrekken van het paneel te voorkomen. Na twee lagen gesso wordt het paneel voorzien van een imprimatura, een gekleurde onderlaag van acryl die met een roller wordt aangebracht en waarop het werk in olieverf wordt geschilderd. Olieverf op acryl gaat prima, andersom is een afrader! De kleur die ik vaak gebruik, en hier ook, is ultramarijn, een diepe paars-blauwe kleur, die ik gebruik voor de belijning, maar ook als ondersteuning in het werk later. Op de imprimatura wordt door mij met potlood de eerste tekening, het ontwerp of disegno, aangebracht. Dat is hier minder goed te zien, maar van groot belang. Het is de getekende opbouw van het hele werk. Dit moet goed en nauwkeurig gedaan worden anders gaat het verderop beslist fout. Het schilderij wordt een uitzicht uit twee ramen op huizen en heuvels in de verte.

 2. De onderschildering

 

Dit is de eerste onderschildering. Die wordt gedaan met olieverf en 100% zuivere gom-terpentijn en op basis van de tekening uit 1. Door de onderschildering werk ik alle potloodgrafiet van de tekening weg, maar belangrijker nog, ik krijg een indruk van opbouw en vlakverdeling. Op dit moment kan er nog van alles worden gewijzigd. Later is dat natuurlijk veel ingewikkelder. Het punt in het midden van het linker-uitzicht, op de lijn die de heuvelrij in de verte aangeeft, is het zogenaamde 'verdwijnpunt'. Het hele werk hangt min of meer aan juist dat verdwijnpunt. Dat punt 'regelt' de lineaire perspectief en dus ook de interne geometrie van het werk en daarmee de schoonheid. Zonder juist déze visuele kwaliteit, de 'dolcezza', geen schoonheid. Pal tegenover het verdwijnpunt ligt het zogenaamde 'zichtpunt'; dat is de positie van waaruit in het werk gekeken wordt. De kijker staat hier vóór het raam, iets links van het midden. Daardoor zien we de zijkant van de spijlen van raam en hekwerk ook aan de linkerkant en niet rechts. De lineaire perspectief is thans een centrale notie in de kunst, maar een ontdekking van de Renaissance en rond 1420 voor het eerst toegepast. Samen met regels voor de proportionaliteit ( bijv. de 'gulden snede' en meer muzikale verhoudingen als kwart, kwint en octaaf) bepalen ze de structuur van veel kunstwerk. 

De definitieve kleuren komen allemaal later, maar in beginsel staat het er: de kamer wordt donker, het houtwerk van de ramen blauw, hekwerk voor de ramen zwart-donkerbruin, de lucht blijft licht blauw, de heuvels worden matgroen, de ruiten worden wit-grijs en geven deels de weerspiegelde buitenwereld weer. Onder de ramen bevinden zich huizen. Tot zover ben ik tevreden en kan er verder gegaan worden. Ik zet er nog een aantal huizen bij, zodat ik een goede indruk krijg van de balans: er moet niet te veel in staan, niet te weinig, niet te dichtbij en niet te veraf, niet alleen daken maar ook huizen en eventueel een brug, trappen, een weg etc.  

Op de volgende foto zie je dat de onderschildering min of meer voltooid is; in grote lijnen staat het schilderij er op. Ik heb wat meer huizen aangebracht (soms met enige details als schoorsteen, ramen), er is een muur aan de buitenzijde en groene heuvels in de verte. Hier en daar heb ik wat schaduw aangegeven (bv. van de spijlen op het houtwerk vóór het raam). Deze onderlaag laat ik een kleine week drogen. Daarna komt de 1e overschildering; daarbij werk ik van mager (100% terpentijn) naar vet (terpentijn met lijnolie in toenemende mate; eerst 30% lijnolie en 70% terpentijn, uiteindelijk de omgekeerde verhouding).

  3. De eerste overschildering: achtergrond 

  

 Nu de onderschildering voltooid is kan ik nadenken over de eerste overschildering. Daarbij begin ik met de achtergrond, in dit geval de rand om het open raam. Ik kies hiervoor een donkere,  roodbruine tint, die heel goed kleurt bij het komende blauw van de raampartij. Ik maak daarvoor wat tinten aan en kijk hoe die me bevallen. Uiteindelijk kies ik voor de combinatie: violet de mars (1), omber nature (1), oxyde groen (1), Van Dijcks bruin (0,5) en ultramarijn (0,25). De getallen achter de kleuren geven de verhoudingen weer; zo noteer ik alles wat ik doe in m'n 'journaal' dat ik van elk schilderij bijhoud. Lichtere delen van deze diepe kleur roodbruin verkrijg ik met cadmium rood licht. Bij het rechterraam is dat op de achtergrond te zien (zie onder), waarop zich een schaduw van het 'bovenlicht' aftekent. Voor de achtergrond kies ik voor donkere, ingehouden maar warme tinten. De aandacht van het werk moet naar het middengedeelte gaan, het uitzicht en daar moet de rand omheen juist aan bijdragen en er niet mee conflicteren.

 4. De eerste overschildering (vervolg)

Na de achtergrond begin ik nu aan het raam. Ik moet nu de juiste kleur blauw zien te vinden. Ik ga aan de slag met pruisisch blauw en omber nature. Pruisisch blauw is een krachtig grijs-blauw dat ik graag en veel gebruik; omber natuur dempt die blauwe kleur tot een juiste kleur getemperd groen-blauw, zoals passend is bij een wat ouder raam. Het groene in dit blauw ontstaat door de omber, dat is een heel donker geel en in combinatie met blauw geeft dat iets groenigs.Voor de lichtere partijen, waar het licht op het raam valt, gebruik ik bovendien titaanwit. Uiteraard moet ik goed weten hoe het licht valt, uit welke richting en met welke sterkte. Bij licht spelen ook altijd schaduwen een rol; ook daar moet ik heel precies rekening mee houden en juist die afwisseling licht-donker geeft het werk afwisseling en aantrekkingskracht. Het 'licht' wordt voor dit werk heel belangrijk, het moet een stralend uitzicht worden, een kijk op een soort ideale wereld. Bij een stralend uitzicht hoort ook stralend en overtuigend licht!

 

 Op de vijfde afbeelding is behalve de achtergrond ook het raam geschilderd. Er is rekening gehouden met sterkte van de lichtval, met schaduwen en met de goede kleurtonen. De ruiten zijn nog niet gedaan. Ook het hele middelgedeelte, het uitzicht, moet nog gedaan worden. Het werk vormt een soort 'trompe l'oeil', een zogenaamde oogbedrieger: je denkt dat je naar buiten kijkt, maar het is 'gewoon' een schilderij. Voor het vervolg ga ik eerst verder met de huizen op de voorgrond. Ze moeten wel aanwezig zijn, maar niet té; tinten worden pastel-achtig en licht. De hele sfeer moet iets celestiens ademen. Tijdens het schilderen zit ik alvast na te denken over een naam voor het werk; ik ben er nog niet uit, maar als het werk af is, is de naam er ook! Schilderen en naamgeving vormen kennelijk een simultaan proces, tenminste bij mij. 

  

Op de zesde afbeelding zijn de huizen op de voorgrond ingeschilderd. De kleur van de daken is licht oranje-geel, met lichte en donkere vlakken waardoor zonlicht van links gesuggereerd wordt. De donkere vlakken, schaduwen, bevatten ook blauw; in de schaduwkleur moet altijd ook de contrastkleur zitten en van geel is dat blauw. De tint van de huizen zelf is bescheiden en niet opdringerig. Vanuit het raam kijken we neer op huizen in de zon, met uitzicht op een zonnig heuvelland. In het linker venster is het hekwerk ingeschilderd; hier blijkt meteen de verkeerde keuze. De kleur is te licht en valt weg tegen de soortelijk gekleurde daken. Moet veel donkerder worden, ongeveer in toonaard gelijk aan het hekje van het rechterraam. Tot op dit moment gaat 't goed. Hekwerk, ruiten, heuvels en tenslotte lucht moeten nog ingeschilderd worden. Daarna kijken wat opnieuw en anders gedaan moet worden. 

 

Op de zevende afbeelding is het hekwerk donker ingeschilderd en zijn vervolgens de ruiten in beide ramen ingeschilderd. Het hekwerk moet het licht van links weerkaatsen en goed laten zien. De ruiten moeten het licht van buiten weerspiegelen, maar moeten in die weerspiegeling ook het hekwerk 'meenemen'. De rechterruit heeft een donker schaduw-deel en een lichter zonnig deel; in de linkerruit is dat minder het geval. Of alles werkelijk 'klopt' is pas aan het eind van het werk te zeggen; dan kan 't best zijn dat accenten anders moeten, kleuren vervangen moeten worden, iets toegevoegd of juist weggelaten wordt. Nu eerst het groene heuvelland waar op uitgekeken wordt en tot slot de lucht. Daarna alles opnieuw bezien..., wikken en wegen...

 

Op de achtste afbeelding zijn de groene heuvels ineens verdwenen en vervangen door een baai, strand en in de verte een horizon. De heuvels hinderden het uitzicht, iets wat een werk met twee openslaande ramen eigenlijk wel moet geven! Na een aantal pogingen met de heuvels deze weggehaald en de baai erin geschilderd. Baai plus land zijn mager geschilderd; de lucht is meer definitief; gekozen is voor pruisisch blauw, natuurlijke omber en titaanwit. Van donker rechts naar veel lichter links, waar ook een soort wolkerige mist het schilderij binnenkomt (helaas niet al te best te zien op deze zelfgemaakte foto!); door deze accent-verschillen wordt de suggestie van licht van links versterkt. Ook de baai zal straks haar licht sterk van links moeten krijgen.

5. De tweede overschildering

Op de achtste afbeelding is ook al begonnen met een meer difinitieve overschildering met 70% lijnolie en 30 % terpentijn. De lichte partijen van de daken zijn extra aangezet (cadm.rood licht met gele oker licht en titaan wit). De bovenkant van het hekwerk is aangelicht; het licht valt daar min of meer pal op. Op de negende afbeelding hieronder is die tweede overschildering voortgezet. De schaduwen van het hekwerk zijn opnieuw gedaan, het hekwerk zelf is beter aangelicht, de heuvels aan de baai zijn groen ingeschilderd en er is een soort vuurtoren of uitkijktoren verschenen met een rode band en rode koepel als onderbreking van de horizontale lijnen van de baai en de heuvels. Ook het blauwe water van de baai zelf is iets groener gemaakt. Mogelijk dat later nog de achterste heuvels iets lichter worden of de voorste heuvels iets donkerder. De open ramen geven met baai en heuvels veel meer 'uitzicht' weer dan met de eerste heuvels het geval was.

6. Afwerking details

Bij de afwerking en laatste overschildering maak ik steeds gebruik van Talens Rembrandt olieverf. Dat is olieverf met een hele fijne maling en museumkwaliteit; dat laatste wil zeggen dat ze 100 jaar kleurhoudend is, zelfs in pal zonlicht. Bij onderschilderingen kan gebruik gemaakt worden van voordeliger kwaliteiten, zoals de Talens Van Gogh.

 Het schilderij nadert zijn voltooiing. Er moet nog naar details gekeken worden die beter of anders moeten. De heuvelrug in de verte is lichter gemaakt; het strandje wat groter. Zó wordt het contrast tussen verweg en dichtbij wat versterkt en krijgt het werk meer diepte. De rode tinten van de vuur- of uitkijktoren zijn ook wat contrastrijker aangezet; licht iets lichter, donker iets donkerder. Het zijn allemaal details, maar ze zijn voor de uiteindelijke ervaring van wezenlijk belang. Niets zo storend aan een werk als vergeten of verwaarloosde details. Iemand heeft zelfs eens gezegd: God zit in de details! Als God ook schoonheid is dan ga ik daar van harte mee accoord.

Ook moet nog gekeken worden of  het schilderij picturaal interessant genoeg is: moet er iets bij, moet er iets weg? Dat is vooral een kwestie van rust en kijken. Een schilderij moet op z'n kop even boeiend en aantrekkelijk zijn als rechtop!; kleurencombinaties, vlakverdeling, compositie, het moet op z'n kop ook allemaal kloppen! Als ik denk dat het werk klaar is zet ik het dus een aantal weken op z´n kop in mijn atelier. Op die manier ga je met andere ogen naar een werk kijken en zie je onvolmaaktheden bijna genadeloos goed. 

7. Rust en kijken

Op dit moment ben ik tevreden met het werk. Ik ga het een tijd wegzetten en daarna zonodig de laatste veranderingen aanbrengen. Voor mijn gevoel is het werk af. Er hoeven geen dingen weg, er hoeft niets bij; er is balans. Balans tussen voor en achter, boven en onder, licht en donker. De informatiekracht is voldoende: er hoeft niet meer bij om duidelijk te maken waar het precies over gaat. Alle toevoeging zou nu schaden. Alle weglating idem dito! Zo voel ik dat nu tenminste. Ik laat het werk nu weken staan en kijk er bij elke gelegenheid even naar. Ik zet het op z'n kant, op z'n kop en weer gewoon rechtop. Het voortdurend visueel contact hebben met het werk is als het slijpen van een mes op een ronddraaiende steen; de voortduring is hier de raffinage, de verscherping. Het werk moet trouwens ook enkele maanden drogen alvorens het gevernist kan worden.

8. De vernissage

Een 'vernissage' heet zo, omdat vroeger schilders, vlak voor de opening van een expositie, hun werk nog éénmaal konden verfraaien, 'opleuken', door hier en daar nog snel een extra 'vernisje' aan te brengen. Het is dus het moment vóór de opening van een expositie of de presentatie van een werk. Tegenwoordig vaak met hapjes en sapjes in gezelschap van genodigden, collegae etc. 

Bij een werk dat in lagen is opgebouwd zakt de olie uit de bovenste laag verf altijd naar beneden. Wat je daardoor in de bovenste laag overhoudt is droog pigment. Dat heeft geen enkele glans meer, geen brille. Om het werk te beschermen, maar ook om de brille, het stralende van de kleuren terug te brengen, moet het werk gevernist worden. Eerst met een retoucheervernis, veel later met een sluitende eindvernis. Om het werk te kunnen vernissen moet het enkele maanden drogen. Dan nog is alle verf niet droog, maar kan er wel gevernist worden. Retoucheervernis laat de droging doorgaan. Een sluitende vernis doet precies wattie zegt te doen: sluit alles af, ook de verdere droging. Die slotvernis kan pas na jaren!

Overigens nog maar eens voor de duidelijkheid: alle 10 foto's hier zijn door mij genomen en zijn dus amateurfoto's. Die doen het werk geen volledig recht, maar de láátste foto van het werk, gevernist en ingelijst, wordt altijd gemaakt door een professionele kunstfotograaf. Die foto gebruik ik dan voor kaarten, flyers, de site etc. Die laatste foto komt dus uiteindelijk op mijn site te staan. Dan nog is een foto, hoe goed ook gemaakt, niet hetzelfde als het échte schilderij. Het echte werk zien is het allermooist, zien op een goede plek, een goed podium én met de juist aanlichting!. Een kunstmarkt of art-fair is allebehalve het ideale podium, dat begrijpt u. De storende, overvolle directe omgeving is funest voor een juiste appreciatie van het werk. Het ideale podium is uiteraard de muur bij u thuis, waar een werk eventueel zou komen te hangen. Daar moet het volledig tot zijn recht komen en nergens anders!

9. Titel, lijst en ophanging

Tijdens het werken aan dit schilderij heb ik voldoende tijd gehad om over een passende titel te filosoferen. En als ik eenmaal een titel heb gevonden is dat ook weer gewoon een 'werktitel'. Als ik er later ontevreden over ben verander ik dat weer; alles is 'voorlopig difinitief'! De voorlopig definitieve titel wordt: 'Het vooruitzicht overtreft de terugblik'. Heel feitelijk en kijkend naar het schilderij is dat juist; wat je vóór je ziet overtreft wat je áchter je ziet, de kamer, waarvan een raam openstaat. Belangrijker nog dan juist deze feitelijke waarheid is de laat ik zeggen morele implicatie: zorg dat je in het leven vooruit kijkt en niet steeds omkijkt, terugkijkt...! Het gaat om de toekomst, op wat er komen gaat, dat is nog splinternieuw en kan nog alle kanten op, zolang jij dat wilt en kiest. Het verleden is voorbij, af, gedaan. Laat het rusten. Neem de lessen ter harte en begin aan 'het vooruitzicht'.  

De lijst wordt een matzwarte bolle baklijst van Van Beek. Ik kies voor zwart en niet voor zilver of anders, omdat ik wil aansluiten bij de donkerte van de kamer naar het lichte buiten. Een lichte lijst zou naar mijn indruk erg storend zijn en de visuele diepgang en continuïteit hinderen. Het werk wordt in de lijst ingeschroefd. Dat is een precies en geduldig werk met allerhand 'wrikken' en 'wiggen' om het werk recht in de lijst te krijgen. Omdat er altijd enige spanning is tussen paneel en lijst moet het met voldoende schroeven bevestigd en gestrekt worden. Hier 14 in totaal, 2 maal 4 in de lengte en 2 maal 3 in de breedte.

Titel en lijst moeten van mij. Een werk zonder titel is als een kind zonder naam: nergens écht thuis. Een werk zonder lijst is als iemand zonder armen of benen; 't kan je niet pakken en 't  kan je nergens brengen. Een goede lijst zorgt ervoor dat de kleur en de compositie in het werk blijven en niet over de muren 'weglopen'. Voor mij moeten in alle gevallen beide, titel en lijst!

De ophanging wordt gedaan met schilderij-haken en een stalen kabel, die bevestigd worden aan de achterkant van de lijst en bij ophanging uiteraard onzichtbaar moeten zijn. Sinds het vernieuwde Rijksmuseum weten we dat een witte achtergrond alle kleur uit een schilderij wegtrekt. Een gekleurde achtergrond (graag grijs-blauw), samen met de lijst, doet een werk en de kleuren buitengewoon veel goed.

10. Tot slot

 Wat valt er nog te zeggen en toe te voegen? Het werk moet verder voor zich spreken. Want dat laatste moet 't natuurlijk doen. En bij dat spreken vertelt een werk ook iets over de maker, want elk schilderij is in zekere zin steeds een zelfportret, ook al is dit ene werk naar vorm en inhoud nog zo uniek! De schilder schildert zichzelf. In mijn hoofd ziet 't er uit als op de laatste afbeelding: geordend, harmonisch, kleurrijk, verzorgd en opgeruimd. Er moet voor dit werk nog een prijs vastgesteld worden (daar zijn enkele vuistregels voor, maar belangrijker is het ontwerp, de moeite en tijd, materiaal) en er moet op termijn een koper, een 'thuis' voor gevonden worden. Het werk gaat daarvoor op reis, naar kunstmarkten, art-fairs, naar de mensen. Van kale MDF-plank tot huisgenoot, waar mensen zich aan gaan hechten en van gaan houden. Tenminste, dat hoop ik van harte!

 

Welcome

Recent Photos