Herbert Immer Willems
Olieverfschilderijen

Click here to edit subtitle


Blogs...


zijn hier kleine stukjes tekst die een nadere uitleg geven over een specifiek schilderij of meer algemeen over mijn manier van werken en de achtergronden daarbij.



1. De 'heemding': het belangrijkste begrip in al mijn werk!


'Heemding' bestaat als woord niet in het Nederlands. Wel ontheemding. Net zoals onteigening, ontlasting en onthoofding. De positieve varianten van die woorden bestaan niet! In het Duits hebben ze voor die 'heemding' en mooi woord: Die Heimkehr.


Het is het verlangen naar een staat van natuurlijke zuiverheid en eenheid, van soberheid en verzoening, van rust en harmonie. Dat is wat de Duitse romantische dichters en idealistische filosofen als bijvoorbeeld Friedrich Hölderlin, die uitgebreid over die 'Heimkehr' heeft gesproken, met die 'Heimkehr' bedoelen en wat ik met 'heemding' bedoel.


Het 'thuiskomen' is de essentie van de 'heemding'. Al mijn werk moet die essentie als het ware uitdrukken, moet erin herkenbaar zijn. 



2. Naar kunst kijken is op reis gaan.


Een kunstenaar brengt je door zijn werk in aanraking met een onbekende, nieuwe wereld. Dat is wat kunstenaars doen: je de wereld om je heen upside-down laten zien. Een andere invalshoek tonen. Zijn werk bekijken is op stap gaan naar iets vreemds, iets nieuws en misschien daardoor ook wel een beetje iets geks.


Het bovenstaande werk heet 'De avond belicht de tussentijd'.

Die 'tussentijd' is eigenlijk een moment van stilstand, van bedachtzaamheid, van contemplatie. Een moment voor jezelf waar je de gelegenheid geboden wordt even stil te staan bij wat je doet en waarom je dat doet. Bezinning!

Die 'tussentijd' is een nieuwe, vreemde tijd, die eigenlijk niet past in onze 'normale' en chronologische tijd, de tijd van onze klok. Dat is een tijd van rennen en haasten, van spoed en van tijd-is-geld, een tijd van stress.


Op deze manier laat dit werk je het alternatief zien, toont ze je een ontsnappingsroute. Ze herinnert je eraan, elke keer dat je ernaar kijkt, dat naast de gewone tijd er ook een andere tijd, de tussentijd, bestaat. Het lijkt een sprookjesachtig land, maar kunst laat je zien dat het bestaat. Ja ja, upside-down...



3. Het oog wil alles


'Het oog wil ook wat' is als aforisme onjuist. Het oog wil alles.

Sinds Molineux' experiment met een blinde weten we dat er geen wereld is buiten de 'beoogde' wereld. Niet zien is niet kennen en weten. De Griekse dichter Thales ervoer dat zelf. Kijkend naar de sterren viel hij in de kuil voor zijn neus.


Kijken is er in twee soorten: a. kijken naar een stoplicht of het scherm van je mobieltje: nuttig en noodzakelijk; b. kijken naar kunst of de schoonheid van een avondlucht: het onnodige en plezierige kijken.

Heeft iedereen het eerste kijken wel aardig onder de knie, voor het tweede moet je meer moeite doen. Het vereist aandacht en scholing. Wieteke van Zijl maakt dat in haar publicaties meer dan duidelijk. Op die manier gaan we meer zien dan lieden die alleen het noodzakelijke zien.


Het oog zou alles wel willen zien. Wat wij moeten doen is het oog oefenen. Aandachtig kijken naar kunst is een goede oefening. Kijk naar details, kijk naar de randen en hoeken, kijk naar het bijwerk, kijk naar nuances, kijk naar opvallende ritmes, kleurgebruik en kleurschakeringen, symboliek etc. etc. Leer jezelf kijken en kom je ogen tegemoet in hun honger om niet alleen alles te zien maar ook te snappen wat ze zien.




4.Schoonheid stilt de pijn.

De Italiaanse geleerde Marina de Tommaso (Univ. Bari, Italië) heeft de invloed van schoonheid op de ervaring van pijn onderzocht. Driehonderd schilderijen van bekende meesters werden aan proefpersonen getoond, die ze beoordeelden in 'zeer mooi', 'neutraal' of 'lelijk'. Daarna werden de proefpersonen pijnprikkels toegediend en lieten ze hen tegelijkertijd de door  dan bij het zien van de andere werken hen gekozen zeer mooie, neutrale of lelijke werken zien, in een willekeurige volgorde en op verschillende tijdstippen. Bleek dat de gevoelde pijn veel minder was bij het zien van de 'zeer mooie' werken. Dit gold niet alleen voor fysieke pijn, maar ook voor mentale pijn, psychische nood, zielepijn. Alle pijn wordt nl. in de hersenen door min of meer hetzelfde netwerk verwerkt en door dezelfde dingen gedempt, volgens Margriet Sitskoorn, hoogleraar klinische neuropsychologie.

Paracetamolletjes aan de kant, papieren zakdoekjes weg: schoonheid klaart de klus en geeft ons weer een blij gevoel. Wat veel mensen in schilderijen erg mooi vinden is de kleur blauw en een afbeelding die ze erg mooi vinden heeft vaak te maken met iets als veiligheid en eigenheid, geborgenheid en vergezicht.

Kijk even naar bovenstaande afbeelding en word gelukkig...!


5. Mooi is niet genoeg...

'Leuk is niet genoeg', zei de vader tegen zijn dochter, toen ze met haar nieuwe vriend aan kwam zetten. 'Hij mag wel iets méér zijn dan alleen maar leuk...'
Voor kunst geldt iets soortgelijks.
In ons land alleen al, met meer dan 100.000 'zondags-kunstenaars' wordt per jaar een berg van ongeveer 150 meter hoog aan 'mooie' dingen gemaakt.
Maar alleen 'mooi' is voor iets als 'kunst' niet genoeg. Er moet meer zijn tussen het werk dat u ziet en u. Bij het zien van kunst moet de adem even in de keel stokken, de spraak even achterwege blijven en de pas vertraagd worden. Echte kunst moet u overmeesteren, ráken.

Echte kunst pleziert niet alleen, is niet louter amusement, vermakelijk, 'wel aardig'.
Echte kunst moet je raken en je aanspreken. Dat laatste is geen gefluister, maar lijkt meer op een kreet, de schreeuw...
Mooi is prima voor heel veel dingen en vaak meer dan voldoende. Echte kunst graaft dieper, is persoonlijker, heftiger, blijft in je hoofd hangen en blijft daar bonzen en opspelen, blijft je vragen stellen en de aandacht prikkelen.
Wees niet bang voor kunst, ga erop af, benader het met open vizier, laat het maar binnenkomen...!



6. Dat kan mijn jongste dochter ook...

Henry Moore (1898-1986), een beroemd Engels beeldhouwer, stond eens naar eigen werk te kijken toen een voorbijganger tegen hem zei: 'Verdomd lelijk, nietwaar'. 'Zo héét het', antwoordde Moore heel gevat. 'wat vindt u er eigenlijk van?'

Kunstenaars hebben met de op- en aanmerkingen van het kijkend publiek te maken. Vaak wordt van kunst gezegd: dat kan m'n kleine broertje ook, of woorden van gelijke strekking. Het werk van de latere Mondriaan lijkt nogal simpel, Rothko schilder je zo na om over 'het zwarte vierkant' van Malevich maar te zwijgen.

Kunnen namaken is echter geen goed criterium om kunst te beoordelen.
Op academies is namaken eeuwenlang een traditie geweest; op die manier kreeg je het handwerk van grote voorgangers in de vingers.
Waar het in de kunst om draait is niet het uiteindelijke product, al dan niet nagemaakt, maar het zogenaamde 'disegno', het ontwerp of de conceptuele kant van kunst maken.
Namaken is op zich niet zo interessant. De achterliggende idee, het ontwerp, de boodschap en de overtuigingskracht daarvan, dát is boeiend.
Mondriaan heeft zijn laatste werk nooit afgemaakt, bezig zijnd met het verschuiven en passen van zijn gele, rode en blauwe rechthoekjes. En zo gaat het bij verreweg de meeste kunstenaars: al doende en proberende scheppen ze een nieuw werk. Als het uiteindelijk eenmaal af is, 'is het geen kunst meer' om het na te maken...



7. De symboliek


'Symbool' is afgeleid van het Griekse 'sumbolon'. Vertaald: wat bij elkaar hoort; het één staat voor het ander; achter iets concreets verbergt zich iets anders.

Bij een verkeersbord met daarop een mes en vork denken we niet dat er even verderop een bestekfabriek aankomt, maar weten we: er komt een restaurant. Het bestek is een symbool voor iets anders, eten in dit geval.


Symboliek in de kunst vertegenwoordigt vaak een diepere laag. Er wordt iets getoond maar de kunstenaar bedoelde iets anders. Een mevrouw op een canapé met een lieftallig vogeltje op haar hand wil ons niet dat vogeltje laten zien of de kunstjes die 't kan, maar vertelt ons iets over haar verlangen naar sex. Als er ook nog eens een losse sok in de buurt rondslingert is het wel helemaal duidelijk...!


Elk kunstwerk bevat symboliek. Niets wat een kunstenaar doet is zogezegd gratuit, zonder betekenis of zin. Elke kunstenaar geeft een boodschap af.

Het bovenstaande schilderij heet: 'Een belofte die met de zeewind aanwaait'. Gebogen bomen suggereren wind, zeewind in dit geval; een rotsachtige ondergrond verwijst naar massieve tegenstand, niets gaat vanzelf; de zee en de wolken zijn de natuurlijke elementen die ons kunnen helpen of ons dwarszitten, het hemelsblauw geeft de ruimte aan voor de realisatie van die belofte, de overwinning, het succes. De belofte moet nog waargemaakt worden, het is een boodschap vooraf.

Iets weten over die symboliek in een werk maakt dat werk veel boeiender. Kwestie vaak van even je best doen, want niet altijd is die symboliek meteen duidelijk, vaak zelfs flink verborgen...!



8. Less is more


De Franse filosoof en wiskundige Blaise Pascal schreef eens aan een vriend: 'Ik schrijf je een lange brief want ik heb geen tijd voor een korte.'


Kort kost meer tijd dan lang. Het inkorten van een spontane, ongecensureerde tekst is een tijdrovende klus. Schrijvers moeten hun teksten eindeloos vaak herschrijven (= inkorten) voor ze voor publicatie geschikt zijn. 'Killing your darlings' noemen ze dat wegstrepen van al die mooie, langlopende zinnen...!


Bij beeldend kunstenaars gaat dat niet anders. Weglaten is vaak een tijdrovend proces. Proberen tot de essentie te komen in je beeldvorming kost moeite, doet af en toe pijn maar levert uiteindelijk een veel sprekender beeld op.

Enige schaarste aan beeld-informatie roept ook deelname van de toeschouwer op. Je moet simpel gezegd door een schilderij niet bij je strot gegrepen en tegen de muur gedrukt worden... Een schilderij moet je wenken, je uitnodigen, je tegemoet komen in je beleving en waardering van het getoonde.




9. De prijs van schoonheid


Dat schoonheid tot iets moois maar ook tot veel ellende kan leiden, dat hebben ze bijvoorbeeld in het oude Troje geweten, waar de mooie Helena oorzaak was van veel ellende.


Ik hoef niet te vertellen dat over 'wat is schoonheid' oeverloos geredekaveld kan worden. Ook en misschien wel vooral als het 'kunst' heet. Een nieuw stadhuis, een haai in een bad vol formaline, een ingepakte brug in Parijs of een schedel beplakt met diamanten. Wat is schoonheid? Wat is mooi? Het hele begrip 'schoonheid' is tegenwoordig een beetje uit de gratie. Zeker waar het kunst betreft.


Is schoonheid al moeilijk te omschrijven, de prijs voor schoonheid is ook nauwelijks objectief vast te stellen. Soms is het 'wat een gek ervoor geeft', vaak zijn er richtlijnen c.q. vuistregels voor (te vinden in gespecialiseerde boeken) maar in de meeste gevallen is het de kunstenaar zelf die in alle redelijkheid een prijs vaststelt, afhankelijk van gebruikte materialen en tijdsduur van het werk.


Wat die prijs ook is, het is goed te onthouden wat een mevrouw uit Groningen een keer tegen mij zei bij de aanschaf van een groot werk: 'U haalt wel een flinke rib uit mijn lijf, maar dat doet één week pijn en dan ga ik er vervolgens 30 jaar van genieten...!'


10. De blauwe lijn


Onno Zijlstra en Jan Smidt schreven een boek met de titel 'Wat doet die rode vlek daar linksboven?'.

Als ik ook een boek over esthetica had willen schrijven had het kunnen heten: 'Wat doet die blauwe lijn dwars door dat schilderij?'.


In het bovenstaande werk met de titel 'Een soort hoger leven' loopt een blauwe lijn van links naar rechts. 

Waarom eigenlijk vragen kijkers zich dan af. 

Een kunstenaar doet soms dingen waarvan hij absoluut niet weet waarom. Intuïtief doet hij het kunstzinnige. Hij voegt zaken toe en laat zaken weg in zijn zoektocht om de zintuiglijk waarneembare wereld om ons heen op een andere, verrassende en soms overrompelende manier weer te geven. 

'Waarom' is hier en bij alle ware kunst eigenlijk niet aan de orde. 'Waarom' is een rationele benadering van iets wat in essentie heel gevoelsmatig ontstaat.


Een simpele blauwe lijn kan voor de kunstenaar precies hét verschil uitmaken. Het is wikken en wegen. Het is kijken en opnieuw kijken. Het is ervoor gaan zitten en wachten...

Een werk is af als een geringe toevoeging het werk minder maakt én als weglating van een onderdeel het werk minder maakt. Dán is er iets als balans, misschien iets als schoonheid of harmonie...



11. Het schilderen van de stilte


In het laatste boek van Joost Zwagerman, 'De stilte van het licht' komt hij meteen in het voorwoord met de Amerikaanse schilder Robert Ryman (1930) op de proppen. Op de vraag van Zwagerman wat hij, Ryman, eigenlijk met zijn kunst wil antwoordt deze: 'I want to raise the issue of silence'. Hij wil de stilte als element in zijn werk naar voren laten komen.


Het schilderen van de stilte.

De essentie van stilte is afwezigheid. De essentie van afwezigheid is dat iemand aanwezig is en die afwezigheid registreert. 

Zoals dat gebeurt in het bovenstaande werk: La petite place de l'amour. Niets en niemand verstoort daar wat dan ook. Behalve de vermoedelijke liefde die er heerst is er niets wat de stilte verbreekt. Links en rechts brandt licht. Daar is wellicht verlangen, doodstil verlangen naar elkaar wellicht. Er broedt iets, geluidloos. Wij zijn de enige toeschouwers die de weldadige stilte registreren.


De geschilderde stilte. De onhoorbare gedachten... Het doodstille verlangen. De onduidelijke afloop. Vermoedens en verwachtingen, hoop en geloof en liefde.

Stilte voedt het allemaal...




12. Thuiskomen


'Eigen haard is goud waard'. Dat zeggen we niet van de garage of de vliering. 

De haard is bijna synoniem voor thuis. Rond de haard speelt zich het gezinsleven meestal af. Hier de gesprekken aan tafel, hier het samen eten, bij de haard zitten was en is het ideale plekje in huis.

Midas Dekker heeft dat mooi beschreven is zijn kleine boek ' De thigmofiel'. 'De mens is een schemerdier' schrijft hij, 'bij zijn huis hoort een haard. Daar schaart hij zich omheen en tuurt in de vlammen. Vuur is de oerbron van huiselijkheid. Het houdt vijanden op afstand en lokt vrienden aan, je kunt er op koken en het geeft licht'.


Schoorstenen geven in mijn werk prominent die 'haard' en alle daarbij spelende gevoelens aan. Huiselijkheid en haard zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden, worden in één adem genoemd.


Dat thuiskomen en thuis-zijn belangrijk voor de mens zijn hoeft nauwelijks betoog. Misschien is het wel het belangrijkste aspect van en verlangen in ons leven: een plek hebben waar we ons thuis, veilig en beschermd weten, een plek die we de onze kunnen noemen, waar we ons kunnen ontplooien, onszelf kunnen tonen zoals we denken te zijn en ons ook kunnen verbergen voor ogen die ons niet goed gezind zijn.


Thuis is eigenlijk in kort bestek ons alles, thuis zijn we gewoon wij.





13. Elk schilderij is een zelfportret.


De Franse schilder Paul Cézanne heeft gedurende zijn leven ongeveer 150 keer de Mont Saint Victoire geschilderd.

Piet Mondriaan heeft zich in de tweede helft van zijn leven vooral toegelegd op het schilderen van abstract werk in blokken in primaire kleuren. Tot en met zijn laatste, nooit afgemaakte werk 'Victory Boogie-Woogie'.

Jan Dibbets maakt al bijna 20 jaar schilderijen rondom één enkel gegeven: een onder een schuine hoek geplaatst en gefotografeerd raam.


Kunstenaars kiezen blijkbaar een thema en een manier van uitdrukken die hun identiteit zo goed mogelijk representeert. In die zin zijn al hun werken op te vatten als zelfportretten. De grote verstilde doeken van Rothko niet anders dan de wilde schilderijen van Willem de Kooning. Een kunstenaar kan niet, of sterker nog kan onmógelijk aan zichzelf voorbij gaan. Zelfs als-ie dat zou willen: het is ondoenlijk.


Ik schilder 'de heemding', het thuiskomen, zoals in het bovenstaande werk 'Thuis als de avond valt'.

In al mijn werk is dat het centrale thema: thuiskomen. In die zijn zijn al die werken even zovele zelfportretten, laat ik iets wezenlijks van mezelf zien. Waaróm dat zo is is een vraag voor psychologen en laat ik hier onbeantwoord. Duidelijk is wel dat ik 'in mijn hoofd' nogal gestructureerd ben, tikkeltje hoekig en rechtlijnig, opgeruimd en wellicht een beetje smetvrezig, kleurrijk en op zoek naar balans en iets als innerlijke harmonie, etc. etc. 

In Mondriaans rechthoeken zie je de logicus, in het werk van Beuys de verongelukte oorlogspiloot, bij Gauguin de vrouwenliefhebber en zo door. 


In mijn 'heemding' zie je een verlangen naar huiselijkheid, stilte en verlangen naar een eigen plek, naar beschutting en bescherming, behoefte aan harmonie en balans.