Over een kind met autisme

en het gezin om haar heen

Hartekreten van een autist


Gelieve ons niet langer te beschouwen als gedegenereerde versies van normaliteit. Wij zijn verschillend en we willen in onze verschillen gerespecteerd worden.

 
Dit zijn citaten uit het boek 'Een echt mens' van Gunilla Gerland

Een aangrijpend en ontroerend verhaal dat ik verbeten heb doorgelezen met allerlei fasen van emoties. Verdriet en medelij voor het verwarde opgroeiende kind in een begriploze en onstabiele omgeving. Dan de verbazing over de manier waarop zij de wereld beleeft en de scherpte waarmee ze het omschrijft. Ik besloot alle interessante citaten, alles wat mij aansprak, te onderstrepen. Het gevolg was dat bijna op elke pagina 2 of drie of meer zinnen onderstreept zijn. Oplossingen en bedenksels van een opgroeiend kind dat de wereld probeert begrijpelijk te maken, dingen  die wij ‘niet-autisten’ zelf nooit of te nimmer zouden kunnen bedenken. Dan de bewondering voor de manier waarop ze zichzelf staande houdt in uitzichtloze situaties. Het is geen vrolijk boek. Het heeft me wel hoop gegeven. Hoewel mijn kind heel anders is was er veel herkenning. Ik kan mijn kind leren begrijpen. Als ik haar uniek-zijn maar erken en  respecteer. Hoop op de toekomst is er ook omdat ik me na het lezen van dit boek  realiseer dat ze zelf door ervaring zich door het leven leert te slaan. En dat ik haar voldoende moet loslaten en vertrouwen om haar dat ook te gunnen.  En als je leest onder welke erbarmelijke omstandigheden Gunilla dat is gelukt is er alle reden voor optimisme dat mijn kind een echt gelukkig mens kan worden.

 

Vele citaten waren voor mij zo herkenbaar en verhelderend dat ik ze jullie niet wil onthouden. Hier zijn er een aantal:


Mama had een soort vage taal met “dadelijk”,  “misschien”, ”straks” en ik had een concrete en exacte taal. Ik begreep bijna nooit wat zij bedoelde en zij begreep nooit dat ik precies bedoelde wat ik zei. Het resultaat was dat ik vreselijke driftbuien kon krijgen.

 


 

Ik kon dat soort gevoelens, van agressiviteit, niet in mezelf herkennen. Wat anderen bij mij als woede beschouwden, was meestal louter angst, en angst kon ik zien en begrijpen bij anderen.

Ik vroeg me af of ik zou kunnen leren en begrijpen  wanneer je op die manier moest leren reageren. Ik had misschien moeten oefenen en trainen? Maar het gevoel zei me dat je automatisch moest reageren. En automatisch, dat was moeilijk. Er was nooit iets dat automatisch liep bij mij.


 

Jij mag hier niet binnen zei ze streng. Ik interpreteerde het als mocht ik daar nooit komen, nooit of nooit of nooit.

 


 

Ik wilde graag in rekken klimmen. De aanwezigheid van andere kinderen maakte het mij onmogelijk. Het schiep zo’n chaotische stemming dat ik me niet op het klimmen kon concentreren. Iets motorisch uitvoeren vergde totale tegenwoordigheid en controle.De ene dag lukte het dus wel (alleen), de andere niet. Dat kon alleen maar koppigheid zijn, onwil, luiheid, of in het beste geval verlegenheid.Binnenin mij had ik niet veel woorden om het te verklaren


 

Op de kleuterschool: Ik had geen intern gevoel dat ik daar elke dag even lang was. Alles leek toevallig te gebeuren. Het geluid van de kleuters was pijnlijk voor mij. Ik kon de geluiden niet buitensluiten. Het maakte me bang en vermoeide me.


 

Tijdens het speelkwartier  was alles een grote wirwar die pijn deed als ik  alle zintuiglijke indrukken  probeerde te ordenen. Ik trok me terug tegen het schoolgebouw, tegen de muur. Ik trok me terug in mezelf.


 

 Genegeerd worden door anderen vond ik behaaglijk. Daarom begreep ik de opwinding van de volwassenen niet als ik deed alsof ze niet bestonden. Ik trok me terug in mezelf en ontkoppelde alles zodat de grote onbegrijpelijkheden niet langer in mijn hersenen konden rommelen.


 

Ik wilde niet het gevoel hebben dat ik blind was. Een gevoel dat me altijd overviel wanneer er niet genoeg lampen branden. 


 

Hoever een volwassene ook bereid was te gaan me te dwingen, ik was bereid nog veel verder te gaan. Ik werd gedreven door angst, niet door koppigheid.

Ik kon een nee worden, helemaal.

 


 

Ik sprak niet zoals andere kinderen. Ik gebruikte vaak een beetje moeilijke woorden. De taal lag helder in me en ik gebruikte graag het meest juiste woord voor elke situatie.


 

Het enige wat ik begreep was dat ik de volwassenen weer eens mishaagd had. Ik kreeg geen verdere uitleg.

 


 

In mij bevonden zich al gesloten vakjes met etiketten voor gebeurtenissen, plaatsen en werelden. Onderling waren weinig dwarsverbindingen.


 

(Gunilla krijgt plastic sieraden cadeau. Ze kan het lichamelijk niet verdragen ze aan te doen. Het doet letterlijk pijn in haar ruggengraat. Waarom wist ze ook niet. Maar de volwassenen wilden dat ze het cadeau aannam en dankbaar was. )Hoe kon ze uitleggen hoe ze zich voelde? De volwassenen waren tevreden, nu was alles in orde. Ik moest alleen nog bedanken voor het mooie geschenk en dan was het volbracht. Perfect. Ze waren heel tevreden met hun eigen goedheid.


 

In mij bevonden zich al gesloten vakjes met etiketten voor gebeurtenissen, plaatsen en werelden. Onderling waren weinig dwarsverbindingen.


 

Alle mensen die ik niet goed kende (die niet bij mijn familie hoorden)  hadden lege gezichten. Ik begreep niet dat die mensen op een zelfde manier mensen waren als de mensen die ik kende. Het gezicht was leeg voor mij, er was nergens in te lezen dat ik de persoon al eens ontmoet had.


 

Mijn gezichtszintuig was twee-dimensionaal, zoals een foto. Ik zag niet wat prioriteit had, alles kwam even scherp in beeld. Omdat ik zo scherp waarnam vond ik het juiste puzzelstukje tussen duizend andere.



Kirsten kreeg nog meer eigen vriendjes. Dat vond ik niet leuk. Daardoor werd het verschil tussen ons immers duidelijker, daardoor voelde ik dat ik niet met andere kinderen kon spelen.


 

Ik begreep niet dat als een vraag herhaald werd, een ander antwoord verwacht werd.

 

Members Area