Over een kind met autisme

en het gezin om haar heen

Autisme

 


Een vreemde wereld. Over autisme.

Een uittreksel en bewerking van het boek "Een vreemde wereld, van Martine Delfos"

 

Iedereen heeft vast wel eens gehoord van  autisme en aanverwante stoornissen binnen het autistische spectrum zoals PDD-NOS, Asperger. Maar wat is het nou eigenlijk?

 

Wat is het?

 

Inleiding

Autisme heeft altijd bestaan maar had vroeger gewoon nog geen naam. Autisme betekent letterlijk 'in zichzelf gekeerd'. In alle verschillende landen en culturen komt autisme voor. Autisten lijken verbazingwekkend naïef en hebben een fundamenteel gebrek aan kennis en inzicht over sociaal gedrag. De basis van alle vormen van autisme is hetzelfde: een gebrek aan deelname aan het sociale verkeer, aan sociaal inzicht en aan sociale vaardigheden. Bekend is dat hoewel deze kenmerken wezenlijk zijn voor autisme, andere bij de een wel en de andere niet voorkomen.

 

Kinderen met aan autisme verwante stoornissen doen voortduren dingen die, gezien hun leeftijd, niet passen bij wat in een sociale situatie verwacht wordt. Ze kunnen hun gedrag moeilijk aanpassen aan de steeds wisselende sociale context. Het kind mist sociale intuitie. Het begrijpt niet wat er in een ander omgaat. De wereld  is als het ware 'plat', heeft geen dimensie. Verder hebben ze moeite gebeurtenissen tegen elkaar af te wegen. Wat voor een buitenstaander onbelangrijk lijkt kan voor zo'n kind levensgroot zijn.

 

Twee belangrijke aspecten doen zich voor; het gebrek aan vermogen je in te leven in een ander (een gebrekkige ik-ander differentiatie) en weerstand tegen veranderingen.

 

Het is duidelijk geworden dat deze stoornis vanuit de aanleg (aangeboren, genetisch bepaald) van het kind is ontstaan of soms als gevolg van een ziekte en dus niet door de opvoeding (van de moeder) veroorzaakt wordt. Eigenlijk kun je zeggen dat een kind met autisme een moeder bezorgd en dominant
maakt, in plaats van dat autisme wordt veroorzaakt door een overbezorgde, dominante moeder.
Erfelijkheid in de zin van genen is een belangrijke factor bij autisme. Omdat aanleg zo belangrijk is  zullen ouders ook eigenschappen van zichzelf en van familieleden in hun kind herkennen.  

Aanleg of omgeving


gezin aan de Rijn

Gedrag dat in aanleg van een kind gegeven is, kan niet of niet gemakkelijk veranderd worden in heel ander gedrag. Het kind en zijn of haar omgeving moeten met de aanleg om leren gaan. Zo kunnen we het kind helpen zo goed mogelijk te functioneren.

 Het kind heeft een gebrekkig empathisch vermogen. Hij of zij kan nauwelijks begrijpen hoe mensen met elkaar omgaan. Het inschatten van sociale interactie is voor deze kinderen erg moeilijk, hoe intelligent ze ook zijn. Als we niet weten dat dit in aanleg gegeven is, zijn we geneigd het kind te corrigeren wanneer het sociaal ongewenst gedrag vertoont en niet goed op anderen inspeelt. We gaan ons dan ergeren aan het gedrag, alsof het kind een keuze zou hebben een ander gedrag te kiezen! Het kind is niet 'stout' (lees brutaal, eigenwijs, jaloers...) maar heeft onze hulp nodig! Voor buitenstaanders wordt dit (haast begrijpelijk) vaak opgevat als een slecht opgevoed kind.

 
Nina die een lage frustratie drempel heeft; vanaf 2 jaar al uitleg dat ze het kan vragen. Eerst verwachtte wij verbetering. Nu zijn we blij als we een 'boze' bui voor kunnen blijven of dat het opgelost kan worden. We proberen  haar gedrag niet naar een '7' te trekken, maar zijn blij als het een '4' blijft.

 

 (zelfstandig uitkleden, wakker maken van mama, niet zelf eten aantafel....

Wij moeten ons aan het kind aanpassen, het kind moet zich constant aan ons aanpassen)

 

Als we weten en accepteren dat het gedrag in aanleg gegeven is en het kind niet kan aanvoelen hoe het zich in bepaalde situaties gedragen moet, zullen we uit kunnen leggen en leren wat er aan de hand is en hoe het kind zich zou kunnen gedragen.  Als we ervan uitgaan dat het kind sociale relaties wel aanvoelt, dan nemen we het kind kwalijk dat het het gewenste gedrag niet vertoont en geven het kind een standje in plaats van uitleg.

 

Mijn vader merkte terecht op dat de hele wereld zich niet kan aanpassen. Maar juist daarom is het des te noodzakelijker dat begrip en kennis onder de mensen dicht om het kind heen wel aanwezig zijn. Niet alleen voor het kind maar ook voor het gezin waar het in opgroeit. Vanuit een veilige omgeving waar begrip heerst kan het kind beter leren wat gewenst gedrag is in onze maatschappij.

 

De beste voorwaarden om tot een optimale ontwikkeling te komen is om het kind in de gelegenheid te stellen datgene te ontwikkelen waar het op dat moment aan toe is.  Wanneer je een kind traint en stimuleert in een vaardigheid voordat het er aan toe is, zal het kind er langer over doen om die vaardigheid te leren beheersen dan wanneer het kind het pas gaat ontwikkelen als het er aan toe is. Een te vroege stimulering kan de ontwikkeling van andere vaardigheden belemmeren. Kinderen hebben mogelijkheden (potenties) die latent aanwezig zijn. Als het kind er rijp voor is wordt een mogelijkheid omgezet in een vaardigheid die zelfstandig kan worden uitgevoerd. De manier waarop een potentie overgaat in een vaardigheid is vooral door spel, samen doen en doordat anderen het voordoen.

 Hilde geeft Nina aanwijzingen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Spel, en met name het doen alsof, is dus heel belangrijk om vaardigheden te leren. De mogelijkheden tot spel en fantasie zijn bij kinderen met autistische stoornissen helaas beperkt. Hierdoor wordt de ontwikkeling van potenties naar vaardigheden geremd.

 

Zichtbaar en niet-zichtbaar

 

Wanneer iets in aanleg is gegeven betekent dit niet dat dit altijd aan het uiterlijk is af te lezen. Als dit wel het geval is is de noodzaak tot hulp vanzelfsprekender. Bij een kind met een autistische stoornis is dit niet het geval. Voor ouders kan dit een verzwaring van de opvoeding betekenen.

 

(verlamming = zichtbaar, beperkingen worden geaccepteerd door omgeving, autisme is niet zichtbaar maar is ook  een handicap met beperkingen waaraan het kind geen invloed op heeft)

 

Vaak is het voor anderen en andere familieleden minder in het oog springend dat er in aanleg iets met het kind aanwezig is. Als je niet direct met het kind samenleeft heb je vaak de indruk dat de opvoeding tekort schiet.  Juist in een nieuwe situatie is het afwijkende gedrag vaak minder duidelijk. Dit doet zich vooral voor  bij familiebezoekjes, dagtripjes e.d.. Belangrijk om te weten is dat het gedrag wel tijdelijk onder controle te houden is maar dat het niet gemakkelijk geautomatiseerd wordt. Het onder controle houden van zijn of haar gedrag is voor een kind met een autistische stoornis zo vermoeiend dat het, weer terug in de thuissituatie, veel onhandelbaarder wordt.

Een kind met een aanverwant autisme is namelijk helemaal niet onwillig. Het WIL zich maar al te graag aanpassen maar weet niet altijd hoe. En wanneer het kind het wel weet zal het ook veel meer energie kosten en vermoeid raken

 

Als er geen begrip is voor het gedrag van het kind, zal het de adviezen van volwassenen niet serieus nemen, omdat het instinctief aanvoelt dat deze zijn gebaseerd op een verkeerd inzicht. Het onwillige kind kan dan dus juist een heel wijs kind zijn dat de adviezen in de wind slaat omdat het voelt dat ze niet aansluiten bij haar of zijn problematiek, namelijk de aanleg (en het daaruit voortvloeiende onvermogen) waarmee het kampt.  De 'arrogante' volwassene die ervan uitgaat dat hij of zij alles het beste weet en niet het kind, beschouwt het kind dat het advies niet opvolgt als onwillig en eigenwijs.

Beperkte rijping van het centrale zenuwstelsel

 

Bij kinderen met autisme is sprake van een vertraagde rijping van het centrale zenuwstelsel. Tijdens de rijping krijgen verschillende delen van de hersens hun functie. Het betekent voor een groot deel het leggen van verbindingen binnen de hersenen. De hersenstructuur van een kind met een stoornis binnen het autistische spectrum wijkt af van het gemiddelde.  De rechter hersenhelft is beduidend minder ontwikkeld dan de linkerhelft. In de rechterhelft ligt vooral de informatie voor emoties opgesloten, de linkerhelft voor rationele kennis. De linkerhelft verwerkt letterlijk taalgebruik (dus rationele kennis) en de rechterhelft verwerkt niet-letterlijk taalgebruik, zoals metaforen en sarcastische grappen. Hier ligt dus de informatie voor emoties opgesloten.
Vandaar dat een autistisch kind met een normale of  meer dan normale begaafdheid best goed kan leren. Vaak wordt hierdoor door de omgeving het kind als 'slim' ervaren en kan er dan ook niets mee aan de hand zijn.

De verschillen in hersenstructuur, hoe klein ook, kunnen grote invloed hebben op het gedrag. Een optimale rijping door een zo goed mogelijke slaap is voor autistische kinderen extra belangrijk. De slaapproblemen  die deze kinderen vaak hebben, maken dit moeilijk en soms slopend voor ouders en kind.

 

Rijping baby 1 jaar grijpen/ huilen, autisme; zelfde ontwikkeling duurt langer.

 

Basissignalen

Basissignalen zijn angst (eng vinden op de glijbaan, in het water, teveel lawaai, teveel aanraking, slikken van eten), agressie (slaan bij onbegrip), hyperactiviteit en psychosomatische klachten (buikpijn). Je kunt de problemen ook herkennen aan de manier waarop een kind zich ontwikkelt. Een ontwikkeling die goed verloopt (bijvoorbeeld zwemmen of taal) stagneert plotseling of gaat helemaal verloren.

De belangrijkste basissignalen zijn weerstand tegen verandering en een gebrekkig empathisch vermogen.

 

Weerstand tegen verandering

 

 

 

 

 

 

Iedere zomer moest Nina opnieuw leren zwemmen

 

 De weerstand tegen verandering ontstaat wanneer een ander een verandering oplegt. Een activiteit die uit zichzelf ontstaat is geen probleem. Pas als het eigen programma wordt doorbroken ontstaat er verzet. Dit heeft te maken met de hersenstructuur van de onderling sterk verschillend ontwikkelde hersenhelften. Dit betekent minder schakelmogelijkheden van links naar rechts tussen de verschillende onderdelen van de hersenenen. Daardoor ontstaat er meer moeite om nieuwe prikkels te verwerken. De weerstand tegen verandering hangt dus samen met het verschil in ontwikkeling tussen de hersenhelften. Als er een groot verschil is tussen de linker en rechter hersenhelft ontstaat er ook een verschil in sterkte van rechter en linker motoriek, deze wordt niet-vloeiend (wapperende handjes). Dit lichamelijke signaal vormt dus een vertaling van de weerstand tegen verandering!

  

Zich verplaatsen in een ander

Bij autisme is ook het empathische vermogen beperkt. Het kind of volwassene is nauwelijks in staat zich in de ander te verplaatsen. Vriendschap is gebaseerd op wederzijdsheid en het vergt empathisch vermogen om een wederzijdse relatie op te bouwen. (ze willen het wel maar weten niet hoe, zitten in zichzelf opgesloten) Als een kind moeite heeft in omgang met andere kinderen is dit een signaal voor een problematisch empatisch vermogen. Dit valt al op in de baby-tijd als een baby meer op voorwerpen dan op mensen gericht is of wanneer ze later de volwassene ‘meenemen’ naar het onderwerp i.p.v. te wijzen om iets duidelijk te maken.

Het anders zijn

We hebben de neiging om 'ongelijk' als 'ongelijkwaardig' te beschouwen. Het zou beter zijn de ander met zijn verschillen te accepteren en waarderen.

Het zelf

Vanuit je biologische zelf ken je je lichaam onbewust. De mens heeft een innerlijke wijsheid vanwaar hij tekorten in het lichaam kan bestrijden.

Kinderen met een autistische aanleg hebben vaak een beperkt eetpatroon. Het is lastig ze gevarieerd te laten eten. Toch blijven ze meestal gezond onder dit eenzijdige eetpatroon. Mogelijk speelt hun 'innerlijke' wijsheid hiermee een rol en hoeven we ons minder zorgen te maken dan we vaak doen. Het is belangrijk de signalen die ze zelf geven te respecteren. Ook gewoontevorming en angst voor verandering speelt een rol bij dit eetgedrag.

 

Bij autisme is vaak sprake van een verminderd immuunsysteem. Dit heeft te maken met de trage rijping van de hersenen. Ook is er sprake van een onderontwikkeld biologisch zelf. Dit betekent dat ze weinig besef hebben van wie ze zijn, zowel psychologisch als lichamelijk.

Op grond van een zelf, een ik, kan het verschil ontdekt worden van een niet-ik, de ander.

Het beeld van de ander is minder duidelijk en zal meer gevormd worden als een kopie van zichzelf. De eigenheid van de ander wordt niet herkend en dus ook niet erkend.  Als men een zwakke ik-ander differentiatie heeft, ontken je gevoelens bij een ander die je zelf niet kent of herkent. Dit is geen kwade wil maar een gebrek aan voorstellingsvermogen. Mensen die zichzelf slecht kennen kunnen zich weinig voorstellen bij hoe de ander zich voelt en denkt en kunnen zich daarin niet verplaatsen.

(Nina wil altijd meteen antwoord of actie als ze daar behoefte aan heeft. Ze ziet/ voelt de behoefte van de ander niet. Bijv het afmaken van een handeling zoals een telefoongesprek of inschenken van koffie. Dit komt omdat ze de ander als een verlengde van zichzelf ziet en niet als een ander persoon)

 

De ander wordt gezien als een verlengde van zichzelf. De ander is een 'instrument' in de bevrediging van de eigen wensen. Men is op zichzelf gericht; egocentrisch. Men moet dit dus niet verwarren met egoistisch! Als je egocentrisch denkt ben je niet bewust van het effect op de ander en de eventuele gevolgen daarvan.  Egocentrisme is niet zozeer een gerichtheid op zichzelf nog een gebrek aan belangstelling voor de ander, maar een gebrek aan gerichtheid op de omgeving!

Zich verplaatsen in een ander

 

De ik-ander differentiatie is heel belangrijk voor de ontwikkeling van het empathisch vermogen; de mogelijkheid zich in een ander te verplaatsen. Als de ik-ander differentiatie onvoldoende is, zal het kind  zich gedachtes en gevoelens die hij zelf niet heeft nauwelijks herkennen. Het inleven in een ander blijft beperkt tot die gevoelens die men zelf heeft. Dit betekent niet dat dit kind zich niet probeert te verplaatsen in de ander, maar dat het niet aanvoelt wat er in de ander omgaat en zijn eigen gedachten en gevoelens in de ander plaatst. Dit noemen we  projectie. De capaciteit tot empathisch vermogen hangt samen met de ontwikkeling van de linkerhersenhelft.

Als de rechterhersenhelft sterker ontwikkeld is dan de linker is dit vaak op meerdere terreinen zo. Op het gebied van de motoriek wordt dit ook merkbaar.

 

In de linkerhelft van de hersenen is het vermogen gesitueerd van het onder woorden brengen van gedachten en gevoelens, het zich bewust zijn van gevoelens. Mensen met een autistische stoornis lopen een dubbele achterstand op, ze herkennen hun eigen gevoelens minder goed en hebben meer moeite ze onder woorden te brengen. Men weet wel dat hij of zij iets voelt maar zijn niet in staat dit onder woorden te brengen.

Het zich slecht kunnen verplaatsen in de ander betekent ook dat men die ander niet kan manipuleren hem of haar veel eerlijker en zuiverder tegemoet te treden.

 

Omdat er een samenhang is tussen hersenstructuur en prikkelverwerking is het te begrijpen dat kinderen met ADHD (concentratiestoornis), kinderen die snel afgeleid zijn en geen goede prikkelverwerking hebben, een kleiner corpus calossum (centraal zenuwstelsel) hebben. Bij autistische kinderen die een sterke weerstand hebben tegen verandering en negatief reageren op nieuwe prikkels hebben is ook het corpus calossum kleiner.

Typering autistische kinderen

 

Er bestaat geen scherp omlijnd beeld van 'de autist'. Er zijn grote verschillen in problematiek, onder andere de taalvaardigheid en intelligentie bij mensen met autisme. Daarnaast heeft ieder kind een eigen karakter en aanleg voor kwaliteiten en gedrag. Vaak zijn er meer problemen dan alleen autisme zoals tekorten in aandacht en concentratie (adhd), motoriek en waarneming. Het gedrag van autisten komt 'vreemd' en 'naief' over.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nina kon je niet blijer maken dan met een ritje in een auto!

 

 Checklist autisme van Aarons en Gittens :

  • Weinig belangstelling voor leeftijdgenootjes of verstoorde omgang met leeftijdgenootjes
  • Taal wordt niet of slecht als communicatiemiddel gebruikt
  • Beperkt spel en veel herhalingen en ordening. Ongewone interesse’s
  • Gebrek aan betekenis kunnen geven aan gebeurtenissen
  • Geen gedeelde aandacht met anderen voor onderwerpen
  •  Het kind wordt omschreven als 'vreemd', 'nukkig', 'koppig', etc
  • Sterk gehecht aan een ouder

De kern van het probleem

 

Centraal staat bij autisme problemen bij sociaal contact, communicatie en verbeelding.

Door een gebrekkige kennis van zichzelf (eigen gevoelens herkennen en onder woorden brengen) maakt het kennen van de ander moeizaam. Dit is meteen de kern van het probleem.

De wereld is voor een persoon met een autistische stoornis vol mensen met onbegrijpelijk gedrag. Ze kunnen zich nauwelijks een andere manier van denken, voelen, ervaren voorstellen dan die welke zij zelf kennen of  hebben meegemaakt.  In de loop van hun leven kunnen ze in staat zijn (door ervaring, of abstraheren) om hun gebrek aan inlevingsvermogen te compenseren met hun denkvermogen. Ze leren dat er een breder scala van mens-zijn bestaat. Ze weten dit maar kunnen het niet aanvoelen.

 

Het is een gemis aan mogelijkheden om zich te verplaatsen inde ander. Autistische mensen worden vaak geheel in beslag genomen door hun eigen problematiek. Zoals een kind dat naar school gaat; alle geluiden, de hoeveelheid aan bewegingen zijn een aanslag op hun zenuwstelsel. Door afwijkend gedrag vallen ze op en worden vaak geplaagd. Vanuit paniek kunnen autistische kinderen heel dwingend zijn en voorbijgaan aan het belang van anderen.

 

Omdat ze minder gericht zijn op anderen zullen ze meer hun emoties 'uiten' dan 'delen'. De positieve emoties worden niet zozeer gedeeld en vallen de omgeving minder op.

Ze kunnen zich bijvoorbeeld terugtrekken in een aangename roes. Het scala aan gevoelens bij autistische kinderen is minder breed. Sommige gevoelens ontwikkelen zich heel laat of niet. Schaamte bijvoorbeeld bestaat alleen in relatie tot anderen. Voor woede of angst heb je geen ander persoon nodig.

Emoties verdiepen en ontwikkelen zich vanuit een wisselwerking  met anderen. Omdat deze wisselwerking beperkt is de emotionele ontwikkeling afwijkend.

Autisten uiten hun emoties, als ze dit dus wel doen, met volle kracht.

 

 (Als Nina speelt met auto's vooral met nieuw speelgoed, lijkt ze zoet. Maar ze betrekt zichzelf niet of nauwelijks bij het spel van andere kinderen. Ik herken dit als een roes, waarschijnlijk omdat het te druk en vreemd is, maar soms ook omdat ze tevreden is met het speelgoed (autos). De auto's geven veiligheid. Andere mensen zeggen dan; ze is toch zoet, ik zie het probleem niet.)

Socioschema

 

Sociale interactie is dus de kern van het probleem. Maar wat meer opvalt is de monotone  manier van praten, de niet-vloeiende motoriek en een obsessieve belangstelling voor bepaalde onderwerpen (treinen, dino's, auto's, vlaggen).

 

Het socio-schema verklaart autisme vanuit het niet gericht zijn op anderen en het samenspel van gedragingen. Een a-sociaal persoon gebruikt de ander bewust als instrument voor eigen behoeften. Een autist  is zich niet bewust van de ander of dat het de ander als instrument gebruikt.

 

(Ik zit aan de telefoon. Nina heeft een prikmatje nodig. Ze onderbreekt mijn gesprek, raakt in paniek als ik haar afwijs, uit haar woede hierover extreem. Ik MOET NU komen. Mijn eerste automatische (in mij geintegreerde) reactie is boosheid en niet accepteren. Ik voel adrenaline in mijn lijf. Het kost me veel moeite om me bewust te blijven dat Nina zich niet van mijn gevoel bewust is. Het overkomt haar, ze doet het mij niet aan. Ik blijf toch kalm en leg uit dat ze zelf het matje uit de la kan pakken. Dit is een goede oplossing voor haar en de woede is ineens over. Was ik boos geworden dan was ze volledig in paniek geraakt en had ik de telefoon kunnen neerleggen. Nu kon ik doorgaan met het gesprek.)

 

Door de gebrekkige wisselwerking krijgt het autistische kind weinig info over emoties bij anderen en hoe het daarop moet reageren. Vanuit ons socioschema maken we het verschil tussen 'ik' en de 'ander' en het ontwikkelen van betekenis aan 'mens' en 'voorwerp'. Kinderen met een autistische stoornis hebben moeite verschillende aspecten van een emotie (gezichtsuitdrukking, beweging, stem) met elkaar te verbinden. Het socioschema kan gezien worden als een omvattend  'ik geplaatst in de wereld'.

 

Vanuit het ervaren van je lichaam en psychisch weten wie je bent (het zelf) wordt het begrip van verschil tussen jezelf en de ander gevormd, en van daaruit je zelfbeeld.  Dit is een proces dat je leven lang doorgaat. Bij autistische kinderen loopt dit vaak vertraagd en blijven resten uit vorige fasen nog lang actief (bijvoorbeeld krijsen om aandacht zoals baby's doen).

De mens wordt zich bewust van tijd omdat de ander zijn of haar activiteit begrenst. Het autistische kind is het centrum van de wereld en is zich weinig bewust van de wereld en andere personen. Van daaruit is het zich weinig bewust van tijd.

Wat doe je eraan?


 Beschermen door begrip van de omgeving. Uitleggen = vermoeiend en komt over als excuses verzinnen. Altijd hetzelfde onderwerp. Daarnaast loslaten (hierdoor) en leren vertrouwen dat het goed gaat, het kind moet zelf leren door  fouten te maken en gekwetst te zijn Vergeven van buitenstaanders, boosheid maakt me moe.  

Omdat het om een 'niet zichtbare' handicap gaat, wordt hij minder snel geaccepteerd of als waar aangenomen. Dit veroorzaakt veel problemen; gezin krijgt geen hulp; draagkracht valt weg, kind wordt verkeerd aangepakt waardoor de problematiek verergert.

 

Kenmerken:

  • Gebrek aan empathisch vermogen  (het inleven in anderen)
  • Weerstand tegen veranderingen 
  • vanuit aanleg ontstaan, dus niet door opvoeding
  • Verschil tussen de linker (emoties) en rechterhersenhelft (denken). De linkerkant is minder ontwikkeld. Dit heeft een grote invloed op het gedrag.
  • Vertraagde rijping van het centrale zenuwstelsel.
  • Gedrag uit aanleg gegeven is moeilijk te veranderen in ander gedrag. 

    Klik hier voor nog meer kenmerken van autisme met plaatjes

Basissignalen

  • Basissignalen zijn angst, agressie, hyperactiviteit en psychosomatische klachten en een verstoorde wijze waarop een kind zich ontwikkelt.
  • Basissignalen vertraagde ontwikkeling van centrale zenuwstelsel:
    • Gedragingen die niet bij de leeftijd horen maar bij een veel jongere leeftijd horen. Bijvoorbeeld het  vastpakken van de hand van de volwassene en naar een onderwerp toetrekken om iets uit te leggen. Het heel doordringend krijsen en jammeren als iets niet lukt.
  • Basissignalen weerstand tegen verandering:
    • Niet vloeiende motoriek, wapperende handjes
    • Deze ontstaan wanneer er een groot verschil is tussen de rechter en linker hersenhelft. Hierdoor kunnen prikkels minder goed worden verwerkt en ontstaat er een weerstand tegen veranderingen. Vooral als het eigen programma wordt doorbroken.
  • Basissignalen gebrek aan empathisch vermogen:
    • Moeite in omgang met leeftijdsgenootjes
    • Grotere gerichtheid op voorwerpen dan op mensen
    • Moeilijk in staat eigen gedachten of gevoelens te verwoorden
    • De ander gebruiken als verlengde van zichzelf, als instrument om iets gedaan te krijgen.
    • Het inleven in de ander blijft beperkt tot de gevoelens die men zelf heeft (projectie)
    • Ze delen hun emoties niet maar uiten die
    • Terugtrekken in een roes

Misverstanden:

  • Tussen mensen met autisme onderling zit veel verschil. Er zijn grote verschillen in de problematiek en ontwikkeling Vaak zijn er meer problemen zoals concentratie- en prikkelverwerkingsstoornissen en stoornissen in de motoriek
  • Kinderen met een goed ontwikkelde rechter hersenhelft (ratio) zijn vaak meer dan gemiddeld begaafd en kunnen van daaruit goed leren. Dit schept verwarring, het lijkt of er niets aan de hand is, of dat het kind beter zou moeten weten. Maar men moet het vermogen om emoties te begrijpen en het vermogen kennis op te nemen niet met elkaar verwarren.
  • Gedrag is vaak wel onder controle te houden, gewenst gedrag wordt niet gemakkelijk geautomatiseerd. Dit is zeer vermoeiend  voor het kind zelf.
  • Het kind heeft geen andere keuze om zich anders te gedragen maar heeft onze hulp nodig.
  • Het kind wat 'onwillig' is voelt aan dat de adviezen van de ander niet aansluiten bij haar of zijn problematiek (de aanleg, beperking waarmee het kampt)
  • Een autistisch kind is niet egoïstisch (want dan moet men zich bewust zijn van de ander) maar wel egocentrisch!

 

Omgang:

  • Autistische kinderen zijn wel anders maar niet ongelijkwaardig. De basis van een goede omgang met anderen, dus ook met autisten, is onderlinge verschillen te accepteren en waarderen
  • De ouder/ verzorger moet het kind leren en uitleggen  hoe het zich kan gedragen.
  • Het autistische kind kan alleen die vaardigheden ontwikkelen waar het aan toe is
  • Spel en doen alsof is heel belangrijk om vaardigheden te leren
  • Zie de beperking onder ogen wanneer een kind bepaald gedrag niet automatiseert. In zo’n situatie moet men leren met dit gedrag om te gaan ipv het te verbeteren.
  • Interpreteer gedrag van het kind niet vanuit je eigen referentiekader (het kind is dan eigenwijs, koppig, onwillig, gemeen...) maar vanuit de eigen wijsheid van het kind. Met andere woorden, neem het kind serieus wanneer het een signaal uitzendt (dan blijkt het kind angstig, eenzaam, in de war, bedreigd...).

In de loop van hun leven zijn ze in staat om hun gebrek aan inleving te compenseren met hun denkvermogen. Ze leren wat er van hen wordt verwacht. Ze zullen het dus wel leren maar niet leren aanvoelen.
    

Members Area