1 juni (El Escorial, via Calatayud-Soria-Pedraza)

De Moor Kalat-Ajub bouwde er in de 8e eeuw een grote burcht. Het is nu een ruïne. De binnenstad van wat nu Calatayud heet is ook niet ongeschonden.
We parkeren (zomaar gratis) op een modderig terreintje waar eens een pand stond dat het Plaza Mayor volledig zou hebben ingekaderd. Omdat de straten hier nauw zijn geeft zo’n ingestort gebouw wel goed zicht op de minaretachtige kerktorens. En de ooievaars die er hun penthouse hebben gemaakt.

Het is warm geworden. Voor ons ligt een gevlekte deken uitgespreid. Van oker en groen.
In de plooien liggen dorpjes in schutkleur verscholen, vrijwel uitgestorven. Hier en daar een wachtende graansilo en op een heuvel staat nog zo’n grote zwarte stier weg te roesten. Iemand heeft er een protest op gekalkt maar de woorden hebben net als de Toro aan kracht verloren.

De grens tussen Aragon en Castilië-Leon is ons niet opgevallen. Wel wordt elke beek of rivier die we kruisen aangekondigd. Aan de oevers van de Rio Duero staan nog veel oude gebouwen uit de tijd dat de grens met het Islamitische zuiden niet ver weg lag.
Rondbogen, kapitelen met plantenmotieven, hoefijzerbogen, fantasiebeesten in steen.
Restanten van kloostergangen van de San Juan de Duero. In Soria zijn nog meer overlevenden uit de 12e en 13e eeuw te vinden. We bestellen iets in een taberna, hebben we geen idee wat we gaan eten maar uiteindelijk smaakt het zeer Spaans.
Buiten de stad is er weer de leegte van Extremadura.

We maken een draai naar het zuidwesten. Hier begint de meseta, het tafelgebergte. Hier begint volgens velen Spanje pas echt. De hoge vlakte van Castilië strekt zich voor ons uit.
Zo’n duizend meter boven zeeniveau merk ik dat het inschatten van afstanden en reistijd mij ook vandaag niet goed lukt. De wegen zijn leeg en ik vraag mij af waarom er een nog bredere snelweg in aanbouw is. Om sneller voorbij Pedraza te razen?
Een middeleeuws plaatsje dat haar charme achter dikke muren heeft weten te bewaren. Groot geworden door de handel in wol en mooi homogeen qua bouwstijl. Midden op het Plaza Mayor brengt een schilder de portieken en loggia’s over op het doek.
Ach, had ik de tijd (en talent)…

Zwaluwen scheren door de lucht, verdwijnen dan onder de oude daken van Pedraza. De uitlopers van de Sierra de Guadarrama houden nog wat sneeuwresten vast. Er hangen donkere wolken boven en de laatste kilometers naar de volgende rustplaats leggen we in stilte af. We zijn moe.

Na een laat diner, eindelijk de Spaanse traditie volgend, is het heerlijk rusten in Victoria Palace.
Morgen worden we wakker naast het klooster van San Lorenzo el Real.
Spanje is mooi, maar ook zo groot.

De plaatjes bij dit verhaal vind je hier: http://s208.photobucket.com/user/AnkeFreese/library/Tuinkabouter%20op%20reis/Spanje%202018/S4
 
2 juni (El Escorial, via La Graña en Segovia)

Vannacht trok de moeder aller onweersbuien over ons heen. Althans, volgens Harry. Zelf heb ik er niets van gemerkt. Helaas stortregent het als ik wakker wordt nog steeds, net als tijdens ons ontbijt, na ons ontbijt en bij ons vertrek naar het volgende te bezichtigen hoogtepunt. Het maakt me ongekend chagrijnig. Evenals de violist, zwart jacquet en wuivende lokken, die genoem ontbijdt moet opluisteren. Hiervoor ga je niet op vakantie, ik wil rust en zon op mijn huid!

Gelukkig komt het gedurende dag toch nog goed met mijn humeur. Eerste meevaller is, dat in de parkeergarage de stroom is uitgevallen. Dus kunnen/hoeven we geen logies voor onze Loekie te betalen. Scheelt toch weer dertig euri!

Naarmate we de heuvels van El Escorial verlaten, trekt de loodgrijze hemel open en laat de zon zich af en toe zien. In La Graña weten we het allerlaatste parkeerplekje te bemachtigen. Het is er druk, niet alleen vanwege het paleis en de tuinen die we (straks) gaan bezoeken maar ook omdat er een historische markt is. Officieel is het thema van dit verkleedfeestje “Barok” (past mooi bij het kasteel) maar er lopen net zo veel “middeleeuwers” als hedendaagse prinsesjes uit “Frozen” rond. Er hangen overal vlaggetjes boven de straat, de koopwaar is op zijn meest aantrekkelijk uitgestald. De kooplui hebben het niet druk. De horeca des te meer. De sfeer is zo feestelijk dat we, als we ons onbespied wanen, even moeten huppelen. Maar wij moeten verder, zoals het onderweggers betaamd.

Genoemd paleis is een elegante lusthof in Versaille-stijl met de verplichte formele (en dus botanisch volkomen oninteressante) tuin. De beroemde fonteinen zijn buiten gebruik. Die worden vanavond pas aangezet. De inrichting is fraai en weelderig maar wel een beetje dertien-in-een-dozijn, voorzover je dat van een koninklijk optrekje kunt zeggen.

Segovia, alleen de naam al. Veel Spaanser wordt het niet!

Je ziet de ommuurde stad al van afstand liggen. Absolute must-sees zijn de kathedraal en het Alcazar. Ik zei het al, de stad is Spaanser dan Spaans. En inderdaad, ze zijn fraai en indrukwekkend. Hetzefde geldt voor het (lange) stuk Romeins aquaduct, dat alle oorlogen die deze stad over zich heen kreeg heeft weerstaan, maar nu lijkt te bezwijken onder het lawaai van de protestgroep die eronder demonstreert. Separatisten of hooligans? We hebben geen idee maar lichten snel onze hielen voordat het gevaarte alsnog instort.

Toch zijn het niet deze hoogstandjes die mij raken. Zoals dat zo vaak gebeurt met grootse zaken. In deze heerlijke stad zijn het de oeroude vroegmiddeleeuwse details, die je echt overal tegenkomt, die een brede glimlach oproepen.

Wat geeft het nog dat vroeg op de avond de dochter aller onweersbuien nog even langskomt. We reden het net naar een overdekt terras en genieten van heerlijke tapa’s tot het weer droog wordt…..

De plaatjes bij dit verhaal vind je hier: http://s208.photobucket.com/user/AnkeFreese/library/Tuinkabouter%20op%20reis/Spanje%202018/S5
 
3 juni (El Escorial)

Het Escorial, vroeger een klooster en paleis inéén en nu een gigantisch museum. De omvang van het gevaarte doet helaas niet af aan de lelijkheid ervan. De schoonheid zit vanbinnen.

Hier werkte Karel V aan een keizerrijk waar de zon nooit onderging. Hier bedacht Philips II zijn plannen om de opstandige Nederlanden onder de duim te krijgen. En dat allemaal in een kantoortje van twee bij drie meter. Het hele appartement van de grootste vorsten van hun tijd: het past precies in onze eigen woonkamer.

Nadat de Habsburgste dynastie aan inteelt tenonder was gegaan, namen de Bourbons het over. Ze pasten het gebouw voor de vorm nog aan aan hun eigen, verwende, levensstijl maar verlieten het kloosterpaleis zodra hun macht definitief gevestigd was. Geef ze eens ongelijk…..

Het hele gebouw (of in ieder geval het gedeelte dat wij te zien krijgen) hangt vol met kunst: religieuze schilderijen van de Habsburgers en wandtapijten van de Bourbons. En portretten van leden van beide families. IJdelheid was waarschijnlijk het enige wat ze met elkaar gemeen hadden.

Het meest indrukwekkend is het pantheon, waar alle koning(in)en vanaf Karel V begraven zijn. Allemaal in identieke kisten, netjes naast en boven elkaar. In de dood is ieder gelijk, ook koningen.

Daar moeten we nodig nog even over filosoferen, op een terrasje in de zon.

De plaatjes bij dit verhaal vind je hier: http://s208.photobucket.com/user/AnkeFreese/library/Tuinkabouter%20op%20reis/Spanje%202018/S6
 
5 juni (Madrid)

Vrijwel elke toerist die Amsterdam voor het eerst bezoekt begint op de Dam. Dat het een plein van protesten was en nog vaak in het televisiejournaal te zien is, zullen ze mischien in een gids lezen. Het is voor hen vooral een bruisend middelpunt van onze hoofdstad.
Madrid heeft ook zo’n trekpleister: de Puerta del Sol of kortweg Sol. Dit plein is ook vaak het toneel van politieke demontraties maar daar merken wij als toerist nu niets van.

Dat komt ook omdat we ons bezoek aan de Spaanse hoofdstad beginnen bij het smeedijzeren hek van de Jardin Botánico. Dat krijg je met een tuinkabouter als reis- en echtgenote.
Wanneer de avondspits zich door de brede Calle Alfonso XII begint te wurmen en we uren tussen het groen hebben doorgebracht, lopen we nog even de oude stationshal van Atocha binnen waar een tropische tuin is ingericht. Het stadspark El Retiro is het laatste wat we voorlopig aan groen gaan zien en dan is het welletjes.

We hebben een prima hotelletje uitgezocht, de avond brengen we door in de nabijgelegen schrijverswijk Huertas. Theaters, muziekcafés, en cerveceria’s uit vervlogen tijden. Obers zijn druk met bestellingen in de weer op het Plaza de Santa Ana. Op de terrassen is gasverwarming ontstoken en dat is geen luxe. We wandelen, zonder Ernest Hemingway tegen te komen, moe maar voldaan terug naar ons hotel en lezen onderweg de citaten van beroemde dichters die in het plaveisel van de Calle de las Huertas zijn aangebracht.

Dag twee in Madrid beginnen we toch ook maar bij het drukke hart van Puerta del Sol. Hier komen alle winkelstraten bij elkaar en ook de belangrijkste metrolijnen. Maar het weer is goed genoeg om de stad te voet verder te verkennen al zou Anke de Sol wel wat vaker willen zien. Brrrr.
Vandaag zijn er geen heiligverklaringen, stierengevechten en terechtstellingen van de Inquisitie. Jammer, maar gelukkig is het op het Plaza Mayor levendig genoeg. Alle straten die op dit middeleeuwse stadsplein uitkomen dragen de naam van ambachtslieden uit het verleden. Helaas doen veel winkeliers nog aan Siësta waardoor we tegen veel rolluiken aankijken.

Net als bij ons, heeft de koning van Spanje geen behoefte aan een enorm paleis. Hij woont met zijn gezin ergens aan de rand van de stad. Het Palacio Real staat tegenover de cathedraal die nog maar sinds kort als voltooid wordt beschouwd. De Virgen de la Almudena, beschermvrouwe van Madrid, wordt vereerd temidden van moderne maar smaakvolle plafondschilderingen en ramen, alles klopt.

Net als de tartas die we eten op het Plaza de Oriente. De route terug naar onze basis voert langs oude tapasbars en posadas in de wijk Barrio de los Austrias. De tijd van de Habsburgers, toen kooplieden je van de sokken reden met hun paardenkoetsen. Nu moeten we de stoep op springen om een fietskoerier van Deliveroo te ontwijken.
De tascas en tabernas zien er verleidelijk uit, met van die tegeltableau’s of mooi houtsnijwerk aan de gevel. In die kroegen kun je met een wijntje en wat tapas het werk achter je laten en dan wat later nog aan het avondeten, Cena. Dat er morgen weer een nieuwe werkdag is lijkt de echte Madrileen niet van zijn of haar gewoonten af te brengen. Voor ons is het niet vol te houden, en wij zijn nota bene op vakantie!

Morgen gaan we naar het Museo National del Prado. Diego de Velazquez zit al op z’n vaste plek op ons te wachten. Wij hebben alvast een meesterlijke dag in Madrid gehad.

De plaatjes bij dit verhaal vind je hier: http://s208.photobucket.com/user/AnkeFreese/library/Tuinkabouter%20op%20reis/Spanje%202018/S7
 
7 juni (Chinchón, via Madrid en Toledo)

Wie naar Madrid gaat, kan het Prado niet overslaan. Het is een geweldig museum, dat in dezelfde categorie valt als het Louvre, British Museum, Rijksmuseum, en zo kan ik nog wel even doorgaan. Meestal hangen er in dergelijke musea verschillende werken die zeer bekend zijn door Radio en Televisie of, in mijn geval, uit schoolboeken. We worden niet teleurgesteld en spelen het spel “wie het eerst de Velasquez, Goya, Rembrandt, Titiaan, etc. vindt”. De strijd gaat gelijk op, alleen de Rembrandt hebben we niet gevonden. Tevens revancheren we ons voor de gemiste Jeroen Bosch tentoonstelling van vorig jaar. Er hangen er zeker tien, waaronder de “Tuin der Lusten” (die niet naar Nederland mocht. Aangezien we als een van de eersten binnen zijn, hebben we het kunstwerkt vrijwel voor onszelf. Hetzelfde geldt voor zijn ronde (!) schilderij over de zeven hoofdzonden: ijdelheid, hebzucht, wellust, jaloezie, vraatzucht, woede en luiheid. En ik blijk me tijdens onze reis aan allemaal schuldig te maken: veel te veel kleding mee, een tas vol geoogste zaden, op stap met mijn yummie echtgenoot, afgunst op de relaxte levensstijl alhier, al dat heerlijke Spaanse eten dat nodig uitgeprobeerd moet worden en drie uur langer slapen dan gebruikelijk (en dan ook nog af en toe een dutje in de auto meepikken). Als we weer thuis zijn, zal ik me weer gedragen. Maar nu dus even niet!

Omdat we ons in onze planning hebben vergist en en daardoor een nacht korter in Madrid blijven dan we hadden gedacht, zoeven we na de lunch in een rechte lijn naar Toledo. De eerste keer dat ik van deze stad las, was in een boek van Thea Beckman (wel bekend bij mensen van rond een halve eeuw oud). Het fascineerde me toen al. En wat een openbaring blijkt het!
De stad ontvangt ons feestelijk met baldekijnen, vaandels, overal bloemen en rijen, glanzend gepoetste, koperen lantaarns. We hebben het feestje gemist, dat was vorige week, maar de sfeer zit er nog steeds goed in. Als we aan het eind van de middag aankomen, is het nog druk maar een paar uur later zijn alle touringcars weer vertrokken en kunnen we in alle rust genieten van het moois dat deze stad te bieden heeft.

Binnen de stadsmuren zijn vrijwel alle gebouwen ouder dan tweehonderd jaar. Vrijwel geen straat is meer dan 20 centimeter breder dan een gemiddelde personenauto. We brengen dus nogal wat tijd door platgedrukt tegen een muur aan en dat geeft gelegenheid om alle details te ontdekken waar je anders aan voorbij gelopen zou zijn. Helaas betekent dat ook dat je extra lang naar de etalages van wapen- en marsenpeinverkopers moet kijken, waarvan de straten vergeven zijn. Een vreemde combinatie, inderdaad. Een die niet goed kan aflopen. Een fraai staaltje vraatzucht, helaas.

We zwerven en (ver)dwalen, alleen onderbroken voor een nachtje slapen in een charmant en middeleeuws hotel en diner in een ditto restaurant. We snuiven een overdosis sfeer op en bekijken alle kerken en musea alleen maar van de buitekant. Is het eindelijk een keer onbewolkt, dan zullen we ieder zonnestraaltje opzuigen!

We maken natuurlijk wel een uitzondering voor de kathedraal. Een allegaartje van alle stijlen die tussen de gothiek en neogothiek in de mode zijn geweest. Het vloeit allemaal moeiteloos in elkaar over; deze kerk voelt goed. En dan hangen er ook nog een twintigtal schilderijen van El Greco, een man die een geheel eigen schilderstijl uitvond en daardoor uit duizenden te herkennen is. Inderdaad, net als zijn tijdgenoot Jeroen Bosch.

Inmiddels is het alweer tijd om te gaan. De volgende bestemming wacht, maar daarover later meer…..

De plaatjes bij dit verhaal vind je hier: http://s208.photobucket.com/user/AnkeFreese/library/Tuinkabouter%20op%20reis/Spanje%202018/S8
 
8 juni (Chinchón via Aranjuez)

De houten balkons kunnen wel een likje verf gebruiken. De straat is een gatenkaas en overal zwerven dichtgeklapte parasols rond. Het is erg stil en auto’s staan alsof ze halsoverkop aan de rand zijn achtergelaten. Pas als de zon weer een paar stralen licht over het plein laat vallen en ik wat afstand neem van mijn herinneringen, merken we opnieuw hoe bijzonder het Plaza Mayor van Chinchón is. Denk de terrassen en auto’s weg en je ziet een diep bord met groene kring.
Hier en daar is er een stukje af en er ligt stof op. Vanaf de balkons rond het plein heb je mooi zicht op de arena. De matadors worden toegejuigd, stieren afgemat tot ze de doodsteek krijgen.
Soms zijn er ’s zomers ook stierenrennen. Rond het zand van de arena daveren de dieren dan om de houten wallen heen en houden met moeite de bocht.
We kunnen rustig een glaasje drinken voor we naar ons logeeradres lopen. Niet langs het kasteel boven de stad, waar ze anijslikeur maken, noch via de andere hoogtepunten van de Ruta Monumental.
We slapen lekker uit bij de Condesa de Chinchón.

De ruitenwissers staan op de interval-stand. Het ritme rijmt niet met de muziek die speelt.
Bij de ouders van mijn liefste kon je in hun plaat-o-theek er de meest uiteenlopende uitvoeringen van vinden. Van panfluit tot draaiorgel. Ik overdrijf een beetje, maar het tweede deel uit het Concerto d’ Aranjuez werd veel gedraaid. Het rijmt met de eenheid in stijl en de schitterende vertrekken van het Palacio Real. Van Filips II tot en met Carlos III werd er het nodige aan deze residentie vertimmerd tot en met de huidige staat van pakweg eind 19e eeuw.

Behalve de privévertrekken van de koning en koningin, de troonzaal, enzovoorts, enzovoorts, zijn er twee salons die onze monden doen openvallen: een kopie van een zaal uit het Alhambra in Granada en een versierd met scènes uit het exotische China, gemaakt door een porseleinfabriek uit Italië die voor deze gelegenheid compleet met personeel naar Madrid werd verhuisd. Wie het breed heeft , …

Net als vandaag hingen er ook de nodige donkere wolken boven Aranjuez.
Hier begint Joaquín Rodrigo volgens mijn liefste aan het derde deel van zijn beroemde concert voor gitaar en orkest.
Met de audio-guide om onze nek, nemen we kennis van een muiterij binnen het koningshuis en de oplaaiende strijd tegen de Bonaparte’s. De volgorde kan trouwens willekeurig zijn.
Uiteindelijk kwam alles weer goed met de komst van Alfonso XII. Voorlopig ten minste.

Het Concerto d’Aranjuez bestaat uit drie delen. Het eerste is opgewekt van toon, luchtig.
Deze sfeer willen we vasthouden. GEEN NATTE SCHOENEN IN DE KONINKLIJKE TUIN!

De plaatjes bij dit verhaal vind je hier: http://s208.photobucket.com/user/AnkeFreese/library/Tuinkabouter%20op%20reis/Spanje%202018/S9
 
9 juni (Cuenca)

Chinchón slaapt nog, of doet alsof. Na een laatste blik over de pittoreske huizen, vouwt mijn liefste de Michelin-kaart van Castilië open en wijst aan waar Cuenca ligt.
Noem ons maar ouderwets maar wij houden van het openvouwen van landkaarten. Met de wijsvinger langs plaatsnamen glijden als Villaconejo de Salvanés, Fuentidueña, Horcajada de la Torre, Albaladejito. Namen van iemands geboortedorp of waar eens een moment in de geschiedenis is opgetekend. Plekken waar je aankomt of vertrekt zonder er bij stil te staan hoe het aan die naam is gekomen. Waarvan niemand het nog weet.

Morgen zal er een stier worden losgelaten in de kronkelige straten van de bovenstad. De barricades zijn al opgeworpen. Een soort San Fermin van Pamplona, maar dan in het klein. Maar wij komen voor de Casas Colgadas van Cuenca. Ze bungelen boven de rivier Júcar.
Er zijn nog maar drie van die hangende huizen over, de rest is gevallen of vervallen. Sommige panden telden aan de straatkant vier verdiepingen, aan de achterkant wel elf. Nu de regen even is verdreven maken we een rondje om het oude centrum en kijken de diepte in. Overal staan wilde bloemen en het uitzicht over de steile kliffen is geweldig mooi. De meseta van Spanje lijkt hier abrupt op te houden.

Ook wij verlaten morgen de hoogvlakte, op zoek naar zon en zee. “Viva la unidad de España!”. Deze leus zijn we veel tegengekomen op onze reis door Castilië. In El País van vandaag verwachten ze geen revolutionaire verandering qua weertype in Catalunya.
Elk ander nieuws proberen we, zoals meestal tijdens vakanties, buiten te sluiten. Net als het woord ‘terugreis’ . We vouwen gewoon een andere landkaart open …

De plaatjes bij dit verhaal vind je hier: http://s208.photobucket.com/user/AnkeFreese/library/Tuinkabouter%20op%20reis/Spanje%202018/S10
 
12 juni (Cadaqués)

We waren pas een jaar getrouwd toen we, op doorreis naar Andalusië, in Cadaqués belandden.
Een schitterende baai vol dobberende bootjes, stille kiezelstrandjes en een door de heuvels omsloten klont witte huizen met een kerk als baken erboven.
De bronzen Salvador Dalí staat er, leunend op z’n kenmerkende wandelstok, in het middelpunt van de belangstelling. Zo’n vijftien jaar geleden hoefde ik niet persé meer verder.

Nu vormt het een mooi slot. De laatste etappe in onze ronde van Spanje editie 2018.
Er wapperen meer Catalaanse vlaggen en op de muur rond de parkeerplaats wordt geschreeuwd om vrijlating van hun politieke gevangenen.
Boetiekjes en galleries zijn verkast naar de stegen om de Esglesia de Santa Maria. Zo kwam er ruimte voor nog meer horeca.
Bij de kade voor het oude casino ligt de boot naar Roses te wachten op passagiers.
De gordijnen boven Cadaqués worden langzaam opengetrokken. Er komt meer kleur.
Dalí zit net achter z’n ezel, op een muurtje tegenover Platja Port-Alguer.
Hij ziet ons niet. Wij zitten aan de overkant van de baai op een terrasje uren van de zon te genieten.
Een heerlijk lome dag eindigt met een flinke onweersbui. Dat kennen we inmiddels.

Overal in Hotel S’Aguarda hangen reproducties van de grote kunstenaar uit Figueras.
Zijn muze zit op een stoel voor de spiegel. Wij zien de schilder op de rug terwijl hij langs het doek het spiegelbeeld van Gala opvangt. En dat alles aan de muur van onze badkamer.
In Port Lligat staat de villa waar Salvador het meeste van zijn werk gemaakt heeft. Het is een prachtige en inderdaad inspirerende plek.
Het is nu een klein museum. Zo klein zelfs dat je een bezoek kennelijk dagen vantevoren moet reserveren. “Om de bezoekersstroom beheersbaar te houden”. Morgen is er weer plek. Dûh, dan zijn we alweer weg......

Gelukkig maakt de schoonheid van de omgeving alles gauw weer goed. Op weg naar Cap de Creus zien we witte zeilen ver op zee. Veilig ver van de rotsen die paradijsjes verbergen.
Boven bij de vuurtoren trekt de wind aan. Meeuwen wiegen als vliegers aan een touwtje boven de klippen. De Costa Brava doet haar naam eer aan.
Aan die ‘wilde kust’ liggen ook de badplaatsen uit mijn liefste's jeugd. Met de vouwcaravan, eind jaren zestig.
In die tijd werd Cadaqués nog het Saint Tropez van Spanje genoemd.
Nu noemen wij het ‘ vakantie binnen de vakantie’. Een tikkie onafhankelijk.

De plaatjes bij dit verhaal vind je hier: http://s208.photobucket.com/user/AnkeFreese/library/Tuinkabouter%20op%20reis/Spanje%202018/S11

Click here to edit text

 
14 juni (Lablachère)

Een zonnig pleintje in het slaperig dorpje Labeaume in de Ardèche. In de verte ruist de rivier en boven ons hoofd de bomen. Het geklater van een fonteintje en een doffe plof, iedere keer wanneer er een pétanque-bal op de grond landt. Gevolgd door een OH, AH of OEI! Tijdloos, dat is het. Of, in ieder geval, dat lijkt het.

Maar dat is het niet. Dit is één van de langstbewoonde gebieden van Europa. Meer dan 30.000 jaar lang zijn er mensen die de Ardèche hun huis noemen. Toen liepen hier nog mamoeten en sabeltandtijgers rond. Nu wordt het gebied door toeristen onder de voet gelopen. We zien er vandaag meer dan tijdens onze hele trip bij elkaar. En dan is het hoogseizoen nog niet begonnen.

De eerste Ardèchanen (?) woonden in grotten die nog veel ouder zijn al hetgeen hier te zien is. 35 Miljoen jaar, min of meer. Ik kan er een jaartje naast zitten. We zijn er vandaag vroeg bij, dus we mogen als eerste de grot in. Dat voelt schoon, fris en maagdelijk:
1 kilometer grot helemaal voor jezelf. Kom daar tegenwoordig maar eens om!

En het is ook nog een hele fraaie druipsteengrot, vol gordijnen en baldakijnen. Stille, koele meertjes weerspiegelen het plafond, zodat de kamers/zalen eens zo groot lijken. Met het regenwater zijn ooit kleine garnaaltjes naar binnen gespoeld. Ze zijn nu spierwit en blind, en komen alleen hier voor. Dat is, wat heel veel tijd met je kan doen. 30.000 jaar is nog helemaal niks....

Hier wordt het verhaal even onderbroken: er is een schorpioen op het plafond gesignaleerd en die moeten we nodig even buiten zetten!

………

Waar waren we gebleven? Na een uurtje staan we weer terug in het heden en wordt het tijd om terug te gaan naar ons trouwe wagentje. Om daar te komen, moeten we (wat Harry betreft) gebruik maken van de op één na grootste vloek van de moderne tijd: het treintje. Alleen de selfie-stick wordt meer gehaat.

Niet alles hier is oud en tijdloos. Neem nu de Pont d’Arc. Een rots die zo sleets begint te worden dat de gaten erin vallen. Dit tot groot vermaak van de jeugdigen en zij die zich jong van geest wanen. In fragiele kayaks schieten ze, voortgestuwd door de onstuimige rivier, onder de boog door. Hun bezittingen in een waterdichte ton veilig achterop. Bijna allemaal zijn ze geronseld in het dorp Ruoms, dat zich tot toeristische hotspot heeft opgewerkt. Het is een knooppunt voor (wiel)renners, bergbeklimmers en andere thrill-seekers. Wij eten er alleen een boterhammetje en vinden het al spannend genoeg dat de sla van ons bord afwaait.

Overigens zijn ze hier ook met de toekomst bezig. Zo kun je in bovengenoemde grot, die overigens naar de fraaie naam La Cocalière luistert, in een glazen piramide overnachten. A raison de 2.000 euri, maar dat is dan wel inclusief alle maaltijden én champagne. En toeristenbelasting.

In de zeer nabije toekomst trekt de tour-karavaan door enkele dorpjes in de streek. De uitverkorenen zijn herkenbaar aan de gele en paarse vlaggetjes en ditto fietsen die alle rotondes (en dat zijn er veel!) sieren.

In onze hotelkamer, inmiddels zonder schorpioen maar mét een opgerolde handdoek voor de kier onder de deur, kijken wij terug op onze reis. Het was maar drie weken, maar wat hebben we veel gezien. Voor ons liggen enkel nog twee dagen die we grotendeels in de auto zullen doorbrengen. Het is vreemd hoe die twee dagen net zo lang zullen voelen als de drie weken die eraan voorafgingen…..

De plaatjes bij dit verhaal vind je hier: http://s208.photobucket.com/user/AnkeFreese/library/Tuinkabouter%20op%20reis/Spanje%202018/S12
 
15 juni (Beaune)

Eigenlijk had dit verhaaltje er helemaal niet zullen zijn. Aangezien we de afstand tussen de Ardèche en La Haye sur Mer te lang vinden om in één dag af te leggen, hebben we op de routekaart op goed geluk een overnachtingsplek uitgezocht die (min of meer )in het midden ligt. Even googelen leverde plaatjes op van pittoreske straatjes, een oude kerk en een paar leuk betegelde dakjes. Dat soort werk. Het zag er leuk uit, dus het hotel was snel geboekt. Niet echt iets om over naar huis te schrijven. Dachten we……

En inderdaad, Beaune heeft een prachtige oude kerk en heel leuke straatjes. Leuk voor een uurtje of wat. Maar dan die dakjes, daar vielen onze monden van open. Want daaronder bevindt zich het oudste ziekenhuis dat we ooit gezien hebben. Rond 1450 opgericht door een rijke koopman en zijn veel jongere derde vrouw. Sommige dingen veranderen nooit.

De oude bok, Nicolas Rolin genaamd, en het groene blaadje Guigone de Salins, bleken zeer vooruitstrevend. Zij richtten een stichting op die nog steeds bestaat en inmiddels het oude hospitaal (thans museum), een nieuw ziekenhuis én een wijngaard omvat. Een merkwaardige constructie, inderdaad, maar het werkt nog steeds.

Het oude ziekenhuis heeft nog tot in de jaren tachtig (gratis!) dienst gedaan. Dat was ook precies de bedoeling van het nobele stel: mensen helpen tot in de eeuwigheid. Zo verzekerden ze zichzelf van een plaatsje in de hemel. Ze zijn al aardig onderweg, lijkt me.

Morgen wij weer……..

De plaatjes bij dit verhaal vind je hier: http://s208.photobucket.com/user/AnkeFreese/library/Tuinkabouter%20op%20reis/Spanje%202018/S13
 
18 juni

Sommige planten zijn qua bloei zeer bescheiden. Je moet er letterlijk voor door je knieën gaan om hun schoonheid te kunnen zien. Vreemd genoeg heet deze soort Tellima grandiflora. Grandiflora als in "grootbloemig". Persoonlijk vind ik een halve centimeter niet echt groot, dus dat zegt wat over de andere soorten in dit plantengeslacht.
Andere soorten zijn dan weer heel erg "in your face" zoals deze doodgewone, roder-dan rode, klaproos die je niet over het hoofd kúnt zien. Al zou je dat willen.......
 
21 juni

Het valt me al een tijdje op dat mijn Akebia aan de bovenkant zo kaal is. Ik geloof dat ik nu weet hoe dat komt.....
23 juni

De bloemetjes van deze Thalictrum zijn heerlijk pluizig en wuiven zo lieflijk met ieder briesje mee.
Nu ze uitgebloeid zijn, wuiven ze helaas zó mijn haar in terwijl ik verwoede pogingen doe om de klimmende winde uit mijn border te trekken.
Dan blijk dat je meeldraden net zo moeilijk uit je haar krijgt als klimmende gluiperd uit je border. Niet dus!

Click here to edit text

25 juni

Ik ben dol op uien! En dan niet alleen op mijn bord, maar vooral ook in mijn border! Ze komen in allerlei soorten en maten, die ook allemaal hun eigen bloeitijd hebben. Als je het een beetje goed plant, kun je er maanden aan een stuk van genieten. En de bijen en hommels ook: die zijn er om een heel andere reden dol op. Ze worden er een beetje stoned van.......
 
27 juni

Het bladrozet van deze toorts, die ik vorig jaar gezaaid heb, is al indrukwekkend. Dat belooft nog wat voor wanneer hij gaat bloeien! Áls'ie gaat bloeien.......
 
30 juni

Ook viooltjes komen in al mijn tuinen voor. Ze zijn heel geschikt voor (half)schaduwplekjes waar niet alle planten het even goed doen. Ze komen in bescheiden en minder bescheiden soorten voor en ik vind ze allemaal even mooi. Ze zaaien zich ook nog lekker uit (viooltjeszaden laten zich niet zo gemakkelijk oogsten!).