Welcome

Newest Members

Japanse wijnbes

De Japanse wijnbes is een bijzondere, bladverliezende kleinfruitsoort die bijzonder geschikt is als leiplant in fruit- en siertuinen. De aantrekkelijke, zoetzure vruchten zijn niet in de winkel te koop. De Japanse wijnbes is verre familie van de roos. Een nauwere verwantschap is er met de braam, framboos en loganbes.

Grond
Japanse wijnbessen houden van goed doorlatende, voedzame grond. Een hogere grondwaterstand hoeft geen probleem te zijn want de plant verdampt veel water. 

Planten
Japanse wijnbessen zijn gesteld op een beschutte plek, in zon of halfschaduw. Plant ze het liefst in november, zodat de planten nog vóór de winter aanslaan. Plant in ieder geval niet meer na maart. Breng na het planten een 2 centimeter dikke laag grove compost aan en kort de planten in tot op een lengte van 40-50 centimeter om de hergroei te bevorderen. 

Vermeerderen
Japanse wijnbessen kun je vermeerderen door zaaien, stekken of afleg. Omdat de Japanse wijnbes soortecht is, komen de eigenschappen van de moederplant weer terug in de zaailingen. Het duur echter wel een paar jaar voor je vruchten hebt. Stekken gaat sneller. Dat gaat als volgt: jonge éénjarige scheuten van 50 centimeter steek je schuin 30 cm diep in de grond. Het jaar daarop zijn ze beworteld en kun je ze op hun plaats zetten. Voor afleg buig je één of meerdere scheuten in juli tegen de grond en maakt ze daar vast. Waar de tak de grond raakt zullen wortels en, op den duur, nieuwe planten ontstaan. Wanneer deze groot genoeg zijn, kun je ze afsnijden. 

Leiden, vormen en snoeien
Japanse wijnbessen zijn leiplanten. Span hiertoe horizontale draden, op een hoogte van 70 en 150 centimeter. Hier kun je de stengels aan vastmaken.

De wijnbesplanten dragen vrucht op hout dat in het voorgaande seizoen is gevormd. De takken die in de loop van de zomer worden gevormd, dragen dus in het volgende jaar vrucht en daarna niet meer. Neem ze bij voorkeur in november onder handen en knip de takken die vrucht hebben gedragen af. De struik heeft intussen zelf al voor meer dan voldoende vervangende scheuten gezorgd. In het voorjaar (vanaf het tweede voorjaar na het planten) worden de sterkste exemplaren vastgemaakt aan de draden. Dit is het nieuwe "productiehout". Knip deze scheuten 10 tot 15 centimeter boven de draden af en kort ook eventuele zijtakjes in. Haal overtollige scheuten en scheuten die te ver uit de rij groeien weg. Hoe luchtiger en overzichtelijker de plant, hoe minder kans er is op schimmelziekten.  

Bestuiven
Een frambozenstruik is een eenhuizige en tweeslachtige plant. Aan één bloem zitten zowel vrouwelijke als mannelijke delen, die door bijen en hommels worden bestoven. Er is geen kruisbestuiving nodig. Je hoeft dus geen verschillende rassen te planten om vruchten te kunnen oogsten. 

Voeden
Geef geen mest met veel stikstof: je krijgt dan wel veel blaadjes, maar niet veel vruchten. Een samengestelde organische meststof in korrelvorm is geschikter. Tijdens de periode dat de plant vrucht draagt, kun je hem bijvoeden met tomatenmest. Mulchen met compost wordt zeer op prijs gesteld. Geef water in periodes van droogte, giet de struiken altijd van onder aan en sproei nooit over de planten heen. Het onnodig bevochtigen van de plant verhoogt de kans op vruchtrot. 

Ziekten en plagen
Ziekten en plagen die de Japanse wijnbes kunnen treffen, zijn: vruchtrot (Botrytis) en honingzwam. Er zijn geenproblemen met de frambozenkever. 
Hier kun je meer lezen over ziekten en plagen die je frambozenplanten kunnen treffen. 

Beschermen
Wanneer de eerste vruchten verschijnen, breekt de tijd aan om de wijnbessen met netten tegen vogels te beschermen. Zorg er wel voor dat er geen dieren in de netten verstrikt kunnen raken! 

Oogsten
De Japanse wijnbes is een verzamelvrucht die bestaat uit een groot aantal steenvruchtjes. Ze zijn rijp als ze zacht en geurig zijn. Ze laten ook meteen los van de bloembodem als je ze aanraakt. Het suikergehalte in de vruchten is niet heel hoog. Ze zullen dus friszoet smaken. Knip de rijpe vruchten voorzichtig af met een schaartje. De vruchten rijpen na de pluk nog na zodat je ze eventueel wat minder rijp kunt plukken.