Poephila acuticauda - Spitsstaartamadine - Diamant a longue queue - Shafttail finch - Spitzschwanzamadine
De spitsstaartamadine, afkomstig uit Australie, komt het best tot zijn recht
in een ruime voliere, waar je z'n golvende vlucht kan waarnemen.
Telkens het koppel elkaar tegenkomt, groeten ze elkaar door grappig op
en neer te bewegen en een specifiek geluid te maken. Ook hun
contactroep is een grappig geluidje. De zang van het mannetje is een
wat langere versie daarvan, en hierop baseer je best de geslachten,
want qua uiterlijk valt het onderscheid vaak niet met zekerheid te maken.
Ze eten een exotenzaadmengeling voorzien van extra platzaad en in de
zomer verse halfrijpe graszaden. Apart beschikken ze ook over
onkruidzaden. Elke dag krijgen ze eivoer, soms aangevuld met diepvries
pinkies en buffalowormen. Daar naast zijn ze ook gek op levende buffalowormen,
fruitvliegjes en miereneitjes. Als groenvoer krijgen ze komkommer, vogelmuur of
kiemzaad.
De pop broedt het meest en ze tolereren nestcontrole. Toch verlaten ze
vaak even het nest wanneer je de voliere binnenkomt, maar snel na
vertrek gaan ze terug. Ze prefereren half-open nestkastjes, die ze
volstouwen met bruine cocosvezels en droge grassen. Het legsel bestaat
uit 4-5 witte eitjes, die meestal allemaal bevrucht zijn. Toch zijn het
vaak enkel de sterkste 3-4 die uitvliegen.
Ik ervaar ze als niet agressief ten op zichte van de andere bewoners,
zelfs de kleinere niet. Enkel het nest wordt in bescherming genomen. Ze
zijn winterhard en vertroeven graag op de bodem om te scharrelen. Ze
slapen in hun nestjes en zijn gek op baden.