In een voliere zag ik ooit eens gouldamadines vliegen en ik was
verbaasd hoe klein en mooi deze kleurrijke vogeltjes waren. Ik wist dat
ik op een dag ook deze pareltjes wou rondvliegen hebben, maar verhalen
over de vele mogelijke ziekten, hun zwakke aard en slechte
kweekresultaten remden mij eerst af.

Een deel van de sterke overblijvers na acclimatisatie.
Na heel wat informatie ingewonnen te hebben, besloot ik om 2 koppels
aan te schaffen en resoluut voor natuurbroed te gaan. Het eerste koppel
was een roodkop paarsborst groene man en een zwartkop paarsborst gele
pop. Kweken lukte niet direct, maar de pop had soms vreemde bewegingen
en was dus niet geschikt voor de kweek.

Mooi op klerur en klaarvoor de kweek (zomer 2006).
Het 2e koppel werd een prachtig koppel zwartkop paarsborst blauwe
goulds met hun jong dat nog niet op kleur was. De blauwe paarsborst
zwartkoppen zijn mijn favoriete mutatie bij de gouldamadines. Dit
koppel werd in een heel ruime kooi gehouden en stonden in de winter
onverwarmd op een kamer waar het soms durfde vriezen. Toch belette dit
hen niet van 6 bevruchte eitjes te produceren en 3 jongen op stok te
krijgen. Door een tijdelijk gebrek aan ruimte werden alle goulds van de
hand gedaan, maar niet lang daarna kwam mijn grote voliere waar ik
absoluut terug gouldamadines wou.

Begin Juli 2007 waar de meeste nog in rui zijn...
Ondanks mijn weinige ervaring met deze soort, rees het idee om ze in
kolonie te houden, winter/zomer in de buitenvoliere, en enkel
natuurbroed. Daar ze zelf hun partner kunnen kiezen, verwacht ik mooie
kweekresulaten en door ons klimaat zouden enkel de sterkste exemplaren
overblijven.
Eind 2005 heb ik 40tal gouldamadines gekocht, ouderkoppels met jongen,
van een kweker die er volledig mee stopte... Ze werden gekweekt bij
temperaturen boven de 20 graden, dus niet bepaald koudbroed te noemen.
Ik heb ze in 4 weken tijd binnenshuis geleidelijk laten acclimatiseren
tot temperaturen van rond de 10 graden en lager, waarbij diegene die
moeilijkheden hadden met deze aanpassing, uitgeselecteerd werden en
verkocht aan warmkwekers. De sterksten werden steeds aangehouden, kleur
of andere eigenschappen waren op dat moment van ondergeschikt belang.

Mijn eerste eigenkweek jong van de winter 2006: een RK of OK witborst groen popje.
Na de zomer bleven de 12 sterkste goulds over, 7 wildkleur + 5 blauwe,
die vervolgens de winter van 2006 probleemloos buiten doorbrachten.
Sterker nog ze waren in broedstemming en legden eieren en er kwamen
jongen. Een tegenvaller echter, was het moment waarop de jongen bijna
alle veren hadden waarop de ouders s'nachts niet meer op het nest
sliepen om de jongen warm te houden. Daardoor stierven veel jongen van
de kou en kwamen er maar 3 op stok.

Een overjarig zwartkop paarsborst popje door de rui heen, midden juli 2007.
Een volgende terugslag was een storm die mijn volieredeurtje openbeukte
en waardoor er heel wat goulds ontsnapten, waaronder 2 van de
eigenkweek jongen. Nu hou ik 4 blauwe en 3 groene over die straks, na
de zomer, hopelijk terug mooie jongen mogen voortbrengen.