'n speelplekke vo de prachtvinken


De gouldamadine

Chloebia gouldiae - Gouldamadine - Diamant de Gould - Gouldian finch - Gouldamadine

De gouldamadine is een heel kleurrijke Australische soort die graag in kolonie samen vertroefd en alles samen doen. Het zijn geen heel actieve vogels en zingen doen ze ook niet bijster luid, maar de vele kleuren en mutaties zijn een verrijking voor de gezelschapsvoliere.

Ze eten een exotenzaadmengeling voorzien van extra platzaad en in de zomer verse halfrijpe graszaden. Apart beschikken ze ook over onkruidzaden. Elke dag krijgen ze eivoer en als groenvoer krijgen ze komkommer, vogelmuur of kiemzaad. Geregeld krijgen ze rode en gele trosgierst voorgeschoteld.

Ze hebben de naam van slechte nestbouwers, maar dat hoeft niet de regel te zijn. Ze verkiezen nestkasten waar ze zich volledig uit het zicht kunnen terugtrekken. Het mannetje sleept de nestmaterialen aan, terwijl de poppen iets meer op het nest de 4-8 eitjes uitbroeden. Aan de snavelpunt, die donker kleurt, kan men zien of ze in broedstemming zijn en daarbij danst het mannetje voor de paring op en neer voor het vrouwtje, terwijl hij zijn liedje laat horen. Ze dulden nestcontrole en zijn behoorlijk vaste broeders. Ook het grootbrengen van de jongen doen ze met veel overgave. Daarbij is het heel belangrijk dat de ouders het eivoer opnemen. Insecten laten ze veelal links liggen.

Ik ervaar ze als de minst actieve vogel uit mijn bestand, wat niet wil zeggen dat ze het merendeel van de dag niks doen. Ze schieten altijd onmiddelijk in actie als er trosgierst of een bad aangeboden word. Ze zijn verder heel vreedzaam en mits geacclimatiseerd, behoorlijk sterk te noemen...

Mijn belevenissen met deze soort

In een voliere zag ik ooit eens gouldamadines vliegen en ik was verbaasd hoe klein en mooi deze kleurrijke vogeltjes waren. Ik wist dat ik op een dag ook deze pareltjes wou rondvliegen hebben, maar verhalen over de vele mogelijke ziekten, hun zwakke aard en slechte kweekresultaten remden mij eerst af.


Een deel van de sterke overblijvers na acclimatisatie.

Na heel wat informatie ingewonnen te hebben, besloot ik om 2 koppels aan te schaffen en resoluut voor natuurbroed te gaan. Het eerste koppel was een roodkop paarsborst groene man en een zwartkop paarsborst gele pop. Kweken lukte niet direct, maar de pop had soms vreemde bewegingen en was dus niet geschikt voor de kweek.


Mooi op  klerur en klaarvoor de kweek (zomer 2006).

Het 2e koppel werd een prachtig koppel zwartkop paarsborst blauwe goulds met hun jong dat nog niet op kleur was. De blauwe paarsborst zwartkoppen zijn mijn favoriete mutatie bij de gouldamadines. Dit koppel werd in een heel ruime kooi gehouden en stonden in de winter onverwarmd op een kamer waar het soms durfde vriezen. Toch belette dit hen niet van 6 bevruchte eitjes te produceren en 3 jongen op stok te krijgen. Door een tijdelijk gebrek aan ruimte werden alle goulds van de hand gedaan, maar niet lang daarna kwam mijn grote voliere waar ik absoluut terug gouldamadines wou.


Begin Juli 2007 waar de meeste nog in rui zijn...

Ondanks mijn weinige ervaring met deze soort, rees het idee om ze in kolonie te houden, winter/zomer in de buitenvoliere, en enkel natuurbroed. Daar ze zelf hun partner kunnen kiezen, verwacht ik mooie kweekresulaten en door ons klimaat zouden enkel de sterkste exemplaren overblijven.

Eind 2005 heb ik 40tal gouldamadines gekocht, ouderkoppels met jongen, van een kweker die er volledig mee stopte... Ze werden gekweekt bij temperaturen boven de 20 graden, dus niet bepaald koudbroed te noemen. Ik heb ze in 4 weken tijd binnenshuis geleidelijk laten acclimatiseren tot temperaturen van rond de 10 graden en lager, waarbij diegene die moeilijkheden hadden met deze aanpassing, uitgeselecteerd werden en verkocht aan warmkwekers. De sterksten werden steeds aangehouden, kleur of andere eigenschappen waren op dat moment van ondergeschikt belang.


Mijn eerste eigenkweek jong van de winter 2006: een RK of  OK witborst groen popje.

Na de zomer bleven de 12 sterkste goulds over, 7 wildkleur + 5 blauwe, die vervolgens de winter van 2006 probleemloos buiten doorbrachten. Sterker nog ze waren in broedstemming en legden eieren en er kwamen jongen. Een tegenvaller echter, was het moment waarop de jongen bijna alle veren hadden waarop de ouders s'nachts niet meer op het nest sliepen om de jongen warm te houden. Daardoor stierven veel jongen van de kou en kwamen er maar 3 op stok.


Een overjarig zwartkop paarsborst popje door de rui heen, midden juli 2007.

Een volgende terugslag was een storm die mijn volieredeurtje openbeukte en waardoor er heel wat goulds ontsnapten, waaronder 2 van de eigenkweek jongen. Nu hou ik 4 blauwe en 3 groene over die straks, na de zomer, hopelijk terug mooie jongen mogen voortbrengen.

Create a free website at Webs.com