'n speelplekke vo de prachtvinken


Binsenastrilde

Neochmia ruficauda - Binsenastrilde - Diamant ruficauda - Starfinch - Binsenastrild

De kleurrijke binsenastrilde komt oorspronkelijk van de Australische grasvlakten. Het is een actieve vogel met zeer vredelievend karakter. In het wild tref je ze dan ook vaak aan in kolonie en in het gezelschap van zebravinken en bichenowastrildes.

Ze eten een exotenzaadmengeling voorzien van extra platzaad en in de zomer verse halfrijpe graszaden. Apart beschikken ze ook over onkruidzaden. Elke dag krijgen ze eivoer met diepvries pinkies en daarnaast zijn ze ook gek op levende buffalowormen. Als groenvoer krijgen ze komkommer, vogelmuur of kiemzaad. Insecten is niet noodzakelijk voor het grootbengen van jongen, maar kan aangeraden worden.

De mannen onderscheiden zich van de poppen door een groter masker te tonen en deze zijn ook feller geel van kleur op de buik. Ook bij deze soort danst het mannetje om de aandacht van het popje door op en neer te wippen met een grassprietje in de bek.

Na pakweg 9 maanden zijn ze volwassen, maar toch wacht men beter minstens een jaar om ze tot nestelen over te laten gaan. Ze maken soms gebruik van een nestkastje of bamboenestje, maar bouwen het liefst vrijstaande nesten die voornamelijk uit cocosvezel en gedroogd gras bestaan en die ze afwerken met allerlei kleien (witte) veertje. Het legsel bestaat uit 3-6 eitjes die door beide ouders worden bebroed. Beter is om geen nestcontrole uit te voeren, want de kans is zeer groot dat ze eieren of jongen in de steek laten.

De roodkop groene binsenastrilde is de wildvorm, maar er bestaan verschillende mutaties waaronder de oranjekop. Het rood van de kop en de staart wordt dan vervangen door oranje/geel. Beide kleuren zou ik graag in kolonieverband houden.
Verder is deze soort winterhard te noemen, maar hou dit steeds in het oog, vermits we al een aantal jaar geen echt strenge winters gekend hebben.

Mijn belevenissen met deze soort

In de zomer van 2005 kocht ik bij een kweker zijn overjaarse kweekkoppel binsenastrildes. Ook daar waren ze in een ruime voliere gehuisvest. De man was ongeringd en de pop had een blauw 03 ring aan.


Binsenastrilde man in volle glorie.

De aanpassing verliep vlot en algauw volgde een eerste legsel, dat nooit bebroed werd. Dit bleek hun eerste en laatste poging te zijn om te nestelen. Het mannetje maakte een zacht geluidje als hij floot, danste met een grasstengel voor het vrouwtje en onafscheidelijk deden ze alles samen, maar 2 jaar lang gebeurde er verder niks.


Mijn eerste koppel binsen, links de pop -een jonge bichenow- en rechts de man

In de lente van 2007 heb ik beslist om het koppel weg te doen en opnieuw te starten met jonge vogels. De voorwaarde was dat ze absoluut natuurbroed dienden te zijn en liefst nog koudbroed uit de buitenvoliere. Ook is het idee om een 3tal koppels in kolonie te houden, net als de gouldamadines.

Na lang zoeken kwam ik uiteindelijk in contact met Christine Laevers. Zij had meerdere koppels binsen in een buitenvoliere en daar deden ze aan natuurbroed, perfect!! De kolonie bestaat uit zowel roodkoppen als geelkoppen en bij mijn bezoek meende ik ook een pastelkleurige te zien. Doorheen de tijd volgde ik het broedproces vanop afstand op de voet dankzij de foto's van Christine.


Enkele binsenastrilde uit de voliere van Christine: oranjekop pop, 2 roodkop jongen en een roodkop man.
Vermoedelijk komen de 2 jongen uit een gelijkaardig koppel. (foto C.L.)

De lente 2008 laat zich volop horen, zien en ruiken en doorheen de hele winter ben ik op zoek geweest naar binsenastrildes. Mijn zoektocht heeft een mooi resultaat opgeleverd van 5 mannen en 7 poppen, een mix van jong en overjarig.


De helft van de kolonie uitkijkend naar de warme stralen van de ochtendzon.

Een fijne bijkomstigheid is dat ik een meer dan de helft mutaties zijn, pastel en isabel. Daarbij zijn ook nog eens 2 mannen geelkop, een leuke variatie  binnen de kolonie. Vermits alle poppen mutanten zijn, kan ik steeds met de jongen verder om meer kans te hebben om zelf de mutatie te kweken. Mijn doel is om daarbij steeds de meest opgebleekte exemplaren, qua rugdek en meest gele buiken te selecteren.


Een pracht van een natuurbroed geelkop man.


De roodkoppen zijn in de meerderheid,  maar sommigen zijn ook splitgeelkop.
Hier is duidelijk het verschil tussen de wildkleur en mutatie te zien!


Nog meer foto's


De binsen bouwen graag een vrijstaand nest in samengebonden, gedroogd bamboe.
Zo heeft Christine meerdere broedsel gehad. (foto C.L.)


Een wat ouder jong, poserend voor de foto (foto C.L.)


Hier zijn ze al zelfstandig en beginnen ze op kleur te komen. De geslachten kan ik alleszins nog niet onderscheiden. (foto C.L.)








2 jonge mutatie popjes


In de kolonie ontstaat steeds minstens wildkleur x mutatie. Er is ook een split-man bij en een volle man.


Mijn favoriet binsenastrilde popje, toont een redelijk groot masker en heeft behoorlijk waat geel op de buik.

Nog enkele foto's


Beide jonge vogels hebben hun draai gevonden in de volière, eind juni 07.
 Links de man en op het nestje het popje in gezelschap van een zwartkop paarsborst groene gouldpop.


Net als de andere bewoners zijn ze dol op onrijpe graszaden. Het geeft een extra variatie op hun dieet en is een leuke bezigheid.
Ik hang ze minstens op 2 plaatsen, liefst op 3 verschillende plaatsen tegelijk om conflicten te vermijden.


De rui verloopt zeer vlot met de warme temperaturen en de vele uren licht. Daarbij komt ook nog dagelijks een bad.


Het jonge mannetje heeft het vers water van het bad gezien en staat te popelen om een duik te kunnen nemen.


Juist een eerste duik genomen in het gezelschap van jonge bichenowastrildes, spitsstaartamadine, dornastrilde en goudbuikje.

Create a free website at Webs.com