Zoo History

met veel gesloten dierentuinen


De Haagse Dierentuin

15 juni 1863 tot 5 september 1942

 

Op de hoek van de Koningskade en de Zuidhollandlaan (vroeger Benoordenhoutseweg  -  nr.4), naast het Malieveld, op de plek waar nu het provinciehuis van Zuid-Holland staat, lag tot de tweede wereld oorlog de dierentuin van Den Haag. Deze was in 1863 door het Koninklijk "Zoölogisch Botanisch Genootschap van Acclamatie" gesticht met als doel "de verscheidenheid van dieren en gewassen onder de aandacht brengen".

 

Twee grote voorvechters van de Haagsche Dierentuin waren Dr L. Verweij en Louis Revius. De laatste was lang secretaris van de Dierentuin. Zijn vader Den Majoor Johannes Revius was voorzitter van het spiritistische genootschap Oromase. Louis was ook lid en tevens componist. Verweij heeft ook een brochure geschreven om de twijfelaars ervan te overtuigen dat Den Haag echt een Zoo nodig had voor het welvaren der burgerij."

 

Op 15 juni 1863 opent de dierentuin zijn deuren met een groot hoofdgebouw, verschillende (grote)plantenkassen en wat pluimvee en viervoeters. Dit eerste gebouw van de Dierentuin is ontworpen door de heer S.J. de Vletter. Het hoofd- en verenigingsgebouw bestond uit een rotonde met buffet en twee zijzalen. Één zaal bevatte kooien met in- en uitheemse vogels, een ander was als lees- en conversatiezaal ingericht.

 

Er was een prachtige parkachtige tuin met tegen een heuvel een klok van bloemen met gouden wijzers. Het was een echt uurwerk. Het dierenbezit nam in de loop der jaren toe. In 1875 wordt onder andere een olifantenverblijf in gebruik genomen en nog weer later komt er een berenkuil bij. De heuse berenkuil stond vlak langs het buitenhek wat toen Benoordenhoutse weg heette. De dierentuin blijft echter bescheiden in vergelijking met andere dierentuinen. Dit zorgt soms voor een teleurstelling bij doorgewinterde dierentuinbezoekers en biologen. Zo vindt een Britse bezoeker het "nauwelijks een bezoek waard". In Den Haag zelf is de dierentuin echter meteen een succes. Vooral de toegevoegde attracties zijn populair.

 

In de zomer werden er ook concertavonden gegeven. Na 1893 kwamen er ook winterconcerten. Daarvoor was in dat jaar het hoofdgebouw verbouwt tot Moors Paleis (er werd een grote concertzaal gebouwd met 1400 zitplaatsen in Moorse stijl). Op 14 november 1893 werd deze geopend door de Koninklijke Militaire Kapel. Ook andere evenementen werden er in het hoofdgebouw gehouden, zoals pluimveetentoonstellingen, hondenshows, thé dansants en later filmvoorstellingen. De Haagse Zoologische Botanische tuin krijgt zo onbedoeld een extra sociaal nut voor de Haagse samenleving.

 

 

Al met al werd het steeds meer een amusementspark. Op het achterterrein, begrenst door de achterzijde van de woonhuizen van de Jan van Nassaustraat, kwam een speeltuin. Dit tot ergernis van de bewoners die zich boos maakte over het gejoel van de kinderen. De bewoners begonnen zelf 's avonds blaasconcerten te geven in de achtertuinen. Nadat daar vragen over gesteld waren in de Tweede Kamer (!) werd onder druk van de Regering de vrede tussen Dierentuin en bewoners getekend.

 

Een grote publiekstrekker was olifant Betsy. Er zijn in de loop der jaren meerdere Betsy's geweest. In totaal vier. De eerste Betsy komt als jong olifantje in 1875 naar de dierentuin. Het publiek is dol op haar en laat zich graag amuseren door haar uitgebreide repertoire aan kunstjes, zoals domino spelen en haar leeftijd tellen met een stok. Nu zou dat voor ophef zorgen, maar toen was dat heel gewoon. De eerste Besty stierf op 24 mei 1903. Betsy II kwam in 1907 in de dierentuin en overleed daar in februari 1919. Betsy III kwam in 1924 en overleed helaas hetzelfde jaar. De laatste Betsy komt in 1937 naar de dierentuin. In tegenstelling tot haar voorgangers heeft ze tijdelijk wisselend gezelschap van andere olifanten, Neeltje, Dora en Aida. Na en tijdje verlaten ze de dierentuin weer. Betsy IV blijt en wordt in de nadagen van de dierentuin soms als lopend reclamebord gebruikt. Wanneer de dierentuin sluit, verhuist ze naar Artis in Amsterdam. Ze leefde daar tot in de jaren zestig.

 

het olifantenverblijf

 

Na 1887 werd de kermis in Nederland verboden. Dat gebeurde onder druk van de Kerk.  De Kerk vond dat de kermis werd 'gekenmerkt door zulk een heidens getier, door zulk een uitstorting van woeste ongebondenheid dat het een schandvlek en een gruwel is voor een land, dat zich Christelijk noemt'. 

Even voor de eeuwwisseling werd er in Den Haag toch weer, zij het op bescheidener schaal, een kermis toegestaan. Die werd in het park van de dierentuin gehouden. Men sprak toen van de "Voorjaarsfeesten".

De dierentuin moet al met al zeer indrukwekkend zijn geweest. Er stonden schitterende gebouwen in Neo-stijl, er waren vijvers, kermis-achtige attracties en een grote vijver.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De dierentuin gaat als gevolg van Eerste Wereldoorlog door een moeilijke periode. Het dierenbestand neemt af door bezuinigingen, verkoop en sterfte. Uiteindelijk blijven van de zoogdieren alleen de apen over. Rond 1923 verandert dit en raken de dierenverblijven weer gevuld met leeuwen, beren, wolven, zebra´s, tijgers, kamelen en lama's. Er komt zelfs een zeehondenshow. Het hoofdgebouw, het Moors Paleis, krijgt extra zalen, die meer en meer verhuurt worden voor tentoonstellingen, festiviteiten en beurzen. De dierentuin is in de late jaren twintig en jaren dertig van de 20ste eeuw op het hoogtepunt van zijn bestaan.

 

  

De Haagse dierentuin bestaat nu niet meer omdat de Duitsers in de oorlog "De Atlantikwall"  dwars door de stad heen trokken. Een gebied waar veel werd gesloopt voor een verdedigingslinie die langs de gehele kust liep. De "wall" liep in Den Haag vanaf het Haagse bos via de Koningskade, stak ongeveer over waar nu Madurodam is, ging dwars door het Scheveningsebos, door het gehele stadhouders-kwartier richting Kijkduin. Alles wat daar westelijk van was werd het schootsveld vanaf de zee. Daar werd de dierentuin dus ook het slachtoffer van. De dierentuin moest worden ontruimd en de dieren verhuisden naar Artis, Blijdorp en het Zuiderpark of werden afgemaakt. Op 5 september 1942 was de dierentuin voor het laatst geopend. Dit was echter nog niet het officiële einde van de dierentuin. Men bleef bezig te zoeken naar een lokatie om daar een herstart van de dierentuin te kunnen maken. Helaas liep dit uiteindelijk op niets uit. Langzamerhand werd de dierentuin ontmanteld en afgebroken. Slechts een deel van de gebouwen is blijven staan (de grote zaal). Daar werden regelmatig jonge mannen opgesloten voordat ze naar Duitsland werden afgevoerd. Ook werd het Moorse Paleis door de Duitsers gebruikt als militair hospitaal.

Toen de oorlog was afgelopen was er van de dierentuin vrijwel niets meer over. In de naoorlogse jaren was er bovendien nu niet direct behoefte om een dierentuin te beginnen. Wel zorgde de gemeente Den Haag dat na de oorlog het puin van de Antlantikwal in en om de dierentuin werd opgeruimd en het hoofdgebouw, het Moors Paleis, werd hersteld. Feesten, bijeenkosmten, examens en voorstellingenvonden weer plaats in dat gebouw. De dieren keerden echter niet meer terug naar de dierentuin. De Haagse dierentuin is na de oorlog een dierentuin zonder dieren.

Een uitzondering zijn twee beertjes, die het stadsbestuur van het Zwitserse Bern in 1948 ter gelegenheid van het 700-jarig bestaan van Den Haag aan de dierentuin schenkt. De beertjes komen in de gerestaureerde berenkuil van de lege dierentuin terecht. Daar gaan ze een eenzaam bestaan tegemoet. De berenkuil lag in een uithoek van de dierentuin en de looproute naar het Moors Paleis gaat niet langs de berenkuil. Bijna niemand komt kijken naar de beertjes. Een beertje overlijdt spoedig. Het andere beertje wordt uiteindelijk in 1951 naar de Wassenaarse dierentuin overgebracht. 

 

In 1959 werd er voor het laatst een Pasar Malam in het gebouw van de Dierentuin gegeven.

 

Het definitieve einde van de Haagse dierentuin nadert als in 1963 begonnen wordt aan de bouw van het Provinciehuis van Zuid-Holland op het terrein van de dierentuin . In 1968 is het definitieve einde als het Moors Paleis wordt afgebroken (nadat die op 30 juni 1968 definitief is gesloten) om plaats te maken voor uitbreiding van het Provinciehuis en de bouw van het hoofdkantoor van Rijkswaterstaat.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nadat de Haagse dierentuin in 1943 door de Duitsers was ontmanteld, leek er geen behoefte meer te bestaan om het dierenpark opnieuw op te bouwen. Logisch, met het veel grotere Dierenpark Wassenaar om de hoek. Maar in 1997 lag dat anders. Dierenpark Wassenaar bestond niet meer en er lag een plan op tafel voor een nieuwe dierentuin in Den Haag. Niet meer op de Koningskade, maar in het Zuiderpark! Dierenrechtenactivisten kwamen massaal in opstand. Ze waren bang dat de dieren te weinig bewegingsvrijheid zouden krijgen in deze nieuwe Haagse dierentuin. 

Het idee voor deze dierentuin was afkomstig van dierentuinontwerper Erik van Vliet. Hij had een plan ingediend bij de gemeenteraad van Den Haag om een tuin te maken met dieren die afkomstig zijn uit de landen van de mensen die rond het Zuiderpark wonen. Zo zou er in dit multiculturele dierenpark een Surinaams oerwoudgebied met neusberen, kaaimannen, apen, reuzenslangen en piranha’s komen. Ook zouden ondermeer Indonesië (Tijgers en reuzeneekhoorns), Ghana (dwergnijlpaarden) en Marokko (stekelvarkens) zijn vertegenwoordigd. In eerste instantie zou de dierentuin een oppervlakte krijgen van 2 hectaren, maar een half jaar later was dat al weer gereduceerd tot 1,5 hectare. Dit omdat er geen geld was om de rolschaatsbaan te verplaatsen die op de plek lag waar een gedeelte van de dierentuin zou moeten komen. De dierentuin zou geen tuin worden met dikke tralies. Het ontwerp zou zo worden dat je de illusie zou hebben dat je in ongerepte natuur rond zou lopen. Via allerlei onderaardse gangen en bruggetjes zou er een “jungletrack” worden gerealiseerd.

 

Huidige lokatie van de oude haagsche dierentuin.

Het provinciehuis van Zuid Holland staat nu op het terrein van de dierentuin. In en rondom het Provinciehuis zijn verwijzingen te zien naar de Haagse dierentuin. Er zijn beelden van een uil, adelaar en poema op het terrein neergezet en in het gebouw hangen verschillende foto´s van de dierentuin. Samen met de Dierentuinbrug over de Koningskade zijn dit de enige stille herinneringen van de Haagse dierentuin.

Create a Free Website