Zoo History

met veel gesloten dierentuinen


Burgers' Dierenpark Tilburg

 

10 juli 1932 - 24 januari 1946 

In 1930 begonnen de eerste plannen te borrelen binnen de gemeenteraad van de gemeente Tilburg om iets van een hertenkamp of dierenparkje aan te leggen in een gemeentelijk wandelbos.

In de vergadering van de gemeenteraad van 21 juli 1930 werd besloten een hertenkamp in te richten in het gemeentelijk wandelbos. De uitvoering van dat besluit werd door het college van B&W opgeschort omdat van de firma C. van Dijk en Zonen een schrijven was binnen gekomen, waarbij zij op zeer aannemelijk lijkende voorwaarden aanbood in het wandelbos een hertenkamp en een dierenpark te vestigen en te exploiteren.

Cees van Dijk was een Tilburgse textielarbeider die aan de Houtstraat (in Tilburg) kanaries kweekte en daar zo succesvol mee was, dat hij er een zelfstandig bestaan mee kon opbouwen. Het bleef niet bij vogeltjes, want ook andere dieren leverden lucratieve handel op. Hij vroeg zich af of die handel niet te combineren zijn met een dierentuin achter hun huis? Vandaar dat schrijven aan de gemeenteraad.

De onderhandelingen tussen de gemeente en de firma Van Dijk en Zonen leidden echter niet tot resultaat. De gemeente zag niets in een 'Handels-Dierenpark' aan de Houtstraat. Maar daar het college echter van oordeel was, dat het vestigen van een naar de eisen van die tijd ingericht dierenpark een belang was voor de gemeente, traden zij in overleg met de exploitant van het bekende Burgers Dierenpark te Arnhem. Toen de toenmalige burgemeester van Tilburg, dr. Vonk de Both zijn enthousiasme over het oprichten van een dierenpark in zijn stad tegenover de heer Burgers naar voren bracht, bleek deze laatste onmiddellijk bereid zijn medewerking aan het tot stand brengen te willen geven. De daar op volgende onderhandelingen leidde wel tot een naar de mening van het college aannemelijk resultaat. De heer J.G.H. Burgers had zich namelijk bereid verklaard op het terrein aan de Bredaseweg, gelegen naast de Warande een dierenpark te stichten en te exploiteren op voorwaarden welke van de gemeente geen financiële offers van betekenis vragen.

 

De gemeente Tilburg verkocht aan de heer Burgers op 23 oktober 1931 een strook grond van ongeveer 90.000 m2 gelegen naast het landgoed “De Warande”. De afspraak was dat op het terrein door de heer Burgers een woonhuis gebouwd zou worden (met de waarde van fl 10.000,- a fl 12.000,-) en dat het overige terrein zou worden ingericht en geëxploiteerd als een voor het publiek toegankelijk dierenpark. Met de aanleg van het dierenpark moest zo snel mogelijk worden begonnen, met als doel dat het in de loop van 1932 geopend zou worden voor het publiek. De gemeente had een waarborgsom gesteld van fl 10.000,- aan de heer Burgers. De waarborgsom zou aan de gemeente ten goede komen als de heer Burgers niet in de loop van 1932 het woonhuis gebouwd had en het dierenpark opgericht zou zijn.

 

De gemeente Tilburg had hoge verwachtingen van het dierenpark in Tilburg daar het dierenpark van de heer Burgers in Arnhem een uitstekende onderneming was. Hierdoor verwachtte de gemeente Tilburg dat ze in Tilburg een inrichting kregen, welke voor de gemeente een aanwinst zou zijn, waardoor vele vreemdelingen naar de gemeente zouden worden getrokken.

 

De Van Dijks visten dus achter het net, maar wisten uit het nadeel toch een voordeel te halen: door de dieren te leveren die Burgers nodig had.

 

 

    Ingang Burgers’s Dierenpark te Tilburg

 

De uitvoering van het plan kwam op tijd gereed en op zondag 10 juli 1932 werd Burgers Dierenpark officieel geopend. Het was gelegen aan de Bredaseweg, gemakkelijk bereikbaar en voorzien van een vaste halte van de Brockwaybus-Mij.

 

Het dierenpark werd een huwelijksgeschenk van de heer Johannes Burgers voor zijn dochter, die met met haar echtgenoot, de heer J. van Glabbeek van de huwelijksreis uit Zwitserland was teruggekeerd. Beiden waren zeer geinteresseerd in het leiden van een dierenpark en zo stortten zij zich vol overgave in het voor hen toen nog grote avontuur. Gelukkig hadden de heer en mevrouw Van Glabbeek een grote liefde voor dieren en niets was hen teveel om het dierenpark op gang te brengen. In het seizoen gingen zij ‘s morgens om vijf uur naar de kerk om toch zeker op tijd te kunnen zijn als de oppassers om zeven uur kwamen om de dieren te voeren en te verzorgen. In die tijd was het normaal, dat het dierenpark tot ‘s avonds tien uur geopend was, zodat voor het echtpaar Van Glabbeek een lange dagtaak was weggelegd.

 

Door een geheel moderne constructie zag men de dieren vrij bewegen als in het wild (een vrij ruime opvatting voor de jaren 1930). De kooien waren zo opgesteld dat zij niet het aanzien van kooien hadden en de dieren alleen door versperringen van het publiek gescheiden waren.

 

Zo werd de aankomst van de 20jarige olifant “Isjah” uit Atjeh (via Arnhem) aangekondigd

 

In de beginjaren vielen de bezoekersaantallen beslist niet tegen, maar de heer en mevrouw Van Glabbeek betreurden het toch dat niet Breda voor de vestiging was gekozen, omdat de ligging daarvan gunstiger was ten opzichte van Zeeland, uit welke provincie men toen veel bezoek trok. Vooral toen de daarop volgende jaren het aantal bezoekers niet steeg in verhouding tot de grootsere opzet van het park hadden zij spijt dat men in Tilburg was gestart. De heer en mevrouw Van Glabbeek schreven de geringe toename van het aantal bezoekers toe aan het feit dat er vooral in die tijd weinig meer te bieden was op het gebied van de recreatie in Tilburg en directe omgeving. Tilburg, dat verder niets te bieden had moest concurreren met dierentuinen in Amsterdam, Rotterdam, Arnhem, Rhenen en Den Haag. De zes leeuwen, vier tijgers, enkele hyena's en een condor moesten als sterkste trekpleister fungeren. Geleidelijk breidde dan ook het dierenbestand uit. Tot vlak voor de oorlog tot wel zo’n vierhonderd dieren en tienduizend vogels.

 Het wolvenverblijf met Roodkapje


Dan breekt de oorlog uit. In het park stierven diverse dieren letterlijk van de honger. En directeur Jan van Glabbeek raakte tijdelijk zijn gezichtsvermogen kwijt na brute intimidatie van Duitse soldaten die een deel van de dierentuin ingepikt hadden. Het Tilburgs Dierenpark komt gehavend en verarmd uit de oorlog. Het park was niet rendabel en daarom begon men erover te denken om het van de hand te doen. Toen bovendien bleek dat hun zoon een aangeboren angst voor dieren had en de dochter vanwege haar slecht gezichtsvermogen ongeschikt was voor het werk in de dierentuin werd tot verkoop besloten.

Op 24 januari 1946 werd de verkoop van het Burgers Dierenpark aan de fa. C. van Dijk en Zn., groothandel in dieren in Tilburg een feit. De firma van Dijk en Burgers Dierenpark waren geen vreemden voor elkaar. Al jarenlang werkten zij samen. De vele dieren die de firma van Dijk verhandelde hadden in Tilburg een onderkomen nodig en Burgers Dierenpark kon dat geven. Het voordeel voor Burgers was dat het park, met de extra dieren van de firma van Dijk & zonen, nog interessanter werd voor de bezoekers. De samenwerking was voordelig voor beide kanten.

Toen de familie van Glabbeek-Burgers besloot het park te verkopen was het, gezien de jarenlange samenwerking, logisch om het als eerste aan de firma van Dijk te koop aan te bieden. Van Dijk wilde het graag kopen.

Aanvankelijk werd het dierenpark door Van Dijk benut als opslagplaats voor de te verhandelen dieren en tevens als dierentuin. In de loop der jaren kreeg het onder de naam "Tilburgs Dierenpark" echter weer de oude bestemming. Tot 1973 heeft de firma het park onder haar hoede gehad. De verkoop van het park in dat jaar betekende ook het einde van het park.

 

 

Create a Free Website