
EEN VERHAAL VAN EELCO 'GIBSON' GELLING
OP ZO MAAR EEN DONDERDAGMIDDAG. DEN HAAG koestert zich in een lentezonnetje als Eelco Gelling met zijn schouder de deur van zijn stamcafé openduwt. Onder zijn linkerarm klemt hij een aftandse jazzgitaar en in zijn rechterhand een verkleurde plastic draagtas. Kale kop, beetje gebogen gestalte, leren jasje, wit overhemd, versleten spijkerbroek. Dit is 'm dus, de man die nog steeds aanspraak mag maken op de status van beste bluesgitarist van Nederland. Gelling zet de plastic tas op een witte piano in de hoek van de kroeg en begint er in te rommelen. De inhoud blijkt te bestaan uit een schat aan kiekjes uit vervlogen dagen. Foto's met verkreukelde randen. Van Eelco met Cuby & The Blizzards op een Drents podium. Van Eelco met de Golden Earring in Amerika. Hij plukt er een paar recente plaatjes uit van twee frisse jongetjes. "Kijk eens", zegt hij trots, "mijn beide kinderen. Thomas en Huibje."
Eelco Gelling is kind aan huis in deze kroeg. De barkeeper hoeft hem niet eens te vragen wat hij wil drinken: een kop koffie en een Jägermeister. Gelling kijkt tevreden als het kopje en het glaasje voor hem worden neergezet. Hij verontschuldigt zich dat we voor dit interview niet bij hem thuis terecht kunnen. "Ja, ik zit thuis dus een beetje moeilijk, ik heb daar even geen elektriciteit en geen gas. Vervelend, net wat je zegt. Ik kom zojuist uit het ziekenhuis vandaan en deze kroeg ligt mooi op de route, vandaar."
Hij probeert zo goed mogelijk te verbergen dat zijn gebit er slecht aan toe is. "Ja, daar behandelen ze me nou voor in het ziekenhuis. Eigenlijk doodzonde dat ik mijn tanden niet goed heb onderhouden. In het milieu waar ik ben opgegroeid, was een goed gebit belangrijk. Elk half jaar naar de tandarts, dat was heel vanzelfsprekend. Ach, het is allemaal mijn eigen schuld. Gewoon verkeerde dingen gebruikt. Maar mijn vriendin gaat ook niet vrijuit, hoor. Ik was via haar verzekerd, omdat zij werkte en ik geen dubbeltje inkomen had. Ik kon terecht bij haar tandarts, maar toen we uit elkaar gingen, mocht dat niet meer. Toen heeft zij me gewoon aan laten modderen."
Hij tuurt in zijn koffie. Als de roodharige vrouw achter de tap een cd van John Lee Hooker in de speler legt, komt hij onverwacht tot leven. "Moet je de diepte in die stem van Hooker eens horen. Man, wat is dat machtig. En wat een gitaarspel! Daarom ben ik ooit de muziek in gegaan. Omdat ik de diepte in de muziek van John Lee Hooker had gehoord."
"WE ZIJN NAAR DEN HAAG GEKOMEN OM TE ZIEN HOE HET gesteld is met de man, die in de jaren zestig één van de spillen was van de legendarische bluesgroep Cuby & The Blizzards. Later zou hij nog kort furore maken als gitarist van de Golden Earring, maar de laatste twintig jaar is er nauwelijks meer iets van Eelco Gelling vernomen.
Ook Harry Muskee, samen met Eelco de grondlegger van Cuby & The Blizzards, heeft al lange tijd niets meer van hem gehoord. En eerlijk gezegd praat hij ook liever niet meer over zijn oude makker. "Ik zeg niks", mompelt hij over de telefoon. Hij is net even brood wezen halen bij de bakker in Assen en voelt zich duidelijk overvallen door de vragen over Gelling. Maar na enig aandringen vertelt hij: "Eelco is een ouwe vriend van mij. Anderhalf jaar geleden heb ik 'm nog een keer gezien en volgens mij ging het toen niet zo goed met hem. Maar ik heb geen zin om lelijke dingen over hem te zeggen - daar hebben we met z'n beiden teveel voor meegemaakt - en ik wil ook geen ouwe koeien uit de sloot halen. Hij is heel lang geleden vertrokken uit de omgeving van Assen. Wel vijfentwintig jaar terug, denk ik. En in die tijd heb ik nauwelijks contact met hem gehad. Ik kan dus heel weinig over 'm vertellen, zelfs al zou ik dat willen. Het lijdt in ieder geval geen twijfel, dat hij een hele goeie gitarist was. Waarom hij dan toch uit beeld is verdwenen? Dat moet je mij niet vragen. We zijn goede vrienden geweest en dat zullen we altijd blijven. Maar door omstandigheden is hij ergens terecht gekomen, waar hij beter niet terecht had kunnen komen - laat ik het zo zeggen."
Jaap van Eik, eind jaren zestig bassist van Cuba en tegenwoordig hoofdredacteur van het muzikanten-tijdschrift Music Maker, heelt tot voor kort nog wél regelmatig contact gehad met Gelling en heeft hem zo langzaam zien weg glijden. Maar hoe het zover had kunnen komen, is moeilijk uit te leggen. Van Eik doet een poging: "Bij Cuba was hij altijd aan Harry gekoppeld en vervolgens begon hij aan zijn mislukte avontuur bij de Golden Earring. Ik vermoed dat hij daarna een soort leidende persoon in zijn leven is kwijtgeraakt. Ik denk dat hij als artiest en als mens niet sterk genoeg was om op eigen benen te staan. Als iemand zich in een vroeg stadium over Eelco had ontfermd en had gezegd: 'Kom jongen, je gaat bij mij spelen...' Dan was liet misschien wel iets anders gegaan. Ik vermoed dat Eelco een beetje los is geraakt van zijn anker op het moment dat hij uit Assen vertrok."

NA EEN KORTE MAAR HEVIGE PERIODE BIJ DE GOLDEN Earring belandde Eelco Gelling in 1977 in Den Haag. En hij geeft toe dat het toen inderdaad fout is gegaan. "Toen kwam ik in dat dope-wereldje terecht. En met de muziek ging het ook niet goed meer. Allerlei projecten die ik opzette, mislukten." In een popblad haalde Gelling zelfs ooit de top drie van Nederlandse rockers waarvan voorspeld werd dat ze - dankzij hun stevige inname van verdovende middelen — op korte termijn dood zouden gaan. "Ik weet dat er heel wat verhalen over mijn drugsgebruik de ronde doen", zegt Gelling. "Maar die neem ik maar met een korreltje zout. Want als er maar een kwart van waar zou zijn, dan lag ik nu al lang onder de zoden. Maar ja, het is mijn eigen schuld dat er zulke verhalen in omloop zijn, want ik ben altijd heel open geweest over mijn drugsgebruik."
Ook vandaag neemt hij geen blad voor de mond. Het is tenslotte lang geleden dat hij zoveel over zichzelf mocht vertellen — en dat er daadwerkelijk geluisterd werd. Gelling spreekt frank en vrij over de schaarse ups en vele downs die hij de afgelopen jaren heeft doorgemaakt. "De laatste tijd is er sprake geweest van rampspoed, maar ik leef nog steeds", zegt hij opgewekt, terwijl hij aan zijn koffie nipt. "Hoe slecht het soms ook met me gaat, er is nog nooit een moment geweest dat ik geen zin meer had in het leven. Daar is het me te dierbaar voor. Ik heb meer gezien dan de gemiddelde mens en alles wat ik heb gedaan, deed ik op mijn eigen verantwoording."
Na een mislukte relatie woont Gelling inmiddels alweer drie jaar op zichzelf in een klein appartementje. "Pasgeleden heb ik dat huis eens flink uitgemest, want het was er een zootje geworden. Ik lag op het laatst alleen nog maar op de bank en kwam tot niets. Zonder gas en zonder licht. Het was een puinhoop, niet te geloven. Maar het begint er met de dag beter uit te zien en dat doet me groot plezier. Het begint voor mij weer te dagen, ik ga weer vechten."
Soms is hij helder en vrolijk, dan weer verward of uitermate rancuneus. Vooral zijn ex-vriendin krijgt er soms flink van langs en dat lijkt niet altijd even terecht. Maar hij kan ook met veel liefde over muziek praten, over Cuby en natuurlijk over zijn kinderen. Want voor Thomas en Huibje, nu vijf en tien jaar oud, had hij de muziek bijna opgegeven, zo vertelt hij.
"Toen de eerste geboren werd, heb ik alles aan de kant gezet... M'n muziek, alles! Ik ben me helemaal gaan inzetten voor de opvoeding van die jongen. De eerste jaren miste ik de muziek niet zo, want ik had het verschrikkelijk druk met dat kind en ik vond het te gek om te doen. Maar ik had de gevolgen ervan toch een beetje verkeerd ingeschat. Want je kunt dan wel honderddertigduizend keer per dag je huis opruimen, veel zelfrespect haal je daar niet uit. Ik had erop gerekend dat mijn muziekvrienden wel langs zouden
blijven komen, maar na verloop van tijd bleven ze gewoon weg. En toen was er op een dag helemaal geen muziek meer in huis, er was helemaal niks meer. Ik raakte volkomen geïsoleerd."
Gevolg was dat Gelling in oude gewoontes verviel: hij ging heroïne gebruiken. De schuld daarvoor legt hij echter vooral bij zijn toenmalige vriendin. Hij heeft zich naar eigen zeggen door haar 'dat leven in laten duwen'. "Als ik terugkijk op de jaren met haar, dan heeft ze me gewoon misbruikt", meent hij. "Ik kreeg een mes in mijn rug, bij wijze van spreken. Maar ja, ik was verliefd en nogal eenkennig, dus ik dacht: liefde overwint alles. Maar dat pakte dus mooi anders uit. Toen ik dat door kreeg, was het al te laat."
Zo zou zijn ex bewust geprobeerd hebben om zijn muzikale aspiraties te saboteren. "Ik was bezig weg te glijden, omdat het me totaal onmogelijk gemaakt werd om iets te doen in de muziek. Zodra ik een beetje op mijn gitaar begon te pingelen, zorgde zij ervoor dat ik gestoord werd en moesten er plotseling andere dingen gebeuren. Ze deed dat heel geraffineerd. Ik denk dat ze nooit goed heeft ingeschat dat ik een gitarist in hart en nieren ben. Als ik al eens zei dat ik onder de grond zou komen als ik niet meer kon spelen, dan zag ze dat als 'sterallures'. Ze verwachtte van mij dat ik altijd thuis bij de kinderen zou zitten. Maar voor mij werd ons huis steeds meer een gevangenis.
"Ik zal het je nog sterker vertellen: van de ene op de andere dag mocht ik haar niet meer aanraken. Ze wilde helemaal niks meer. We sliepen wel in hetzelfde bed, maar ik moest het niet in mijn hoofd halen om toenadering tot haar te zoeken. Want je weet hoe wijven kunnen zijn als ze dat niet willen... Dan zijn ze echt meedogenloos. Ik kreeg bij haar geen schijn van kans meer. Om mijn sexuele driften te onderdrukken en die emotie te vermoorden, ben ik smack gaan gebruiken. Zodat ik rustig en zonder risico's kon gaan slapen."
Je kunt het eigenlijk niet maken om in de buurt van kleine kinderen smack te gebruiken. Ook al doe je het nog zo geraffineerd en buiten hun gezichtsveld. Dus in overleg met mijn vriendin ben ik toen naar de methadon-bus gegaan om dat goedje als alternatief te gaan gebruiken. 'Geen kunst aan', zei ik tegen haar. 'Ik kan stoppen met smack wanneer ik wil, ik hoef geen methadon, ik ben helemaal niet verslaafd'. Maar ik ging toch maar. Om haar een plezier te doen."
DE DEUR VAN HET CAFÉ ZWAAIT OPNIEUW OPEN EN ER stapt een lange grijze man binnen. Als hij ziet dat Gelling zijn gitaar heeft meegenomen, ploft hij op de kruk achter de piano en klapt de deksel open. "Dat is Frits Wanrooy", legt René, de eigenaar van de het café uit. "Frits is onze huispianist, een geweldig talent." Wanrooy gromt de blues vanuit zijn middenrif en begint op de piano te hameren. Het instrument is tevens een mooie onderzetter voor de glazen jenever die hij moeiteloos achterover slaat. Frits mept de blues meedogenloos uit de toetsen en grijnst daarbij zijn enig overgebleven tand bloot. Zweet parelt op zijn voorhoofd.
Gelling laat zich niet onbetuigd en begint voorzichtig mee te soleren op zijn gitaar. Binnen een paar minuten pakt hij de noten met een zelfde gemak, als waarmee verderop aan de bar twee vrouwen hun glazen bier wegwerken. Een man in een zwart jack en strak achterover gekamd haar tikt met zijn gelaarsde voet de maat mee op de voetrail van de tapkast.
Buiten voor het raam kijkt een zwerver belangstellend naar binnen. Een bruine geruite jas hangt vormeloos tot over zijn knieën. De onderste helft van zijn gezicht is verborgen achter een baard waar net een kam door is gehaald. "Hij is bij zijn moeder geweest, dan ziet hij er altijd netjes uit", legt René uit. Terwijl Gelling en Wanrooy zich steeds enthousiaster op de blues uitleven, gaat de zwerver dichter bij het raam staan. Bijna plat tegen liet glas aangedrukt begint hij mee te spelen - zijn bierfles dient als gitaar. Frits en Eelco grijnzen al beukend en plukkend naar buiten. Dit is het meest onwaarschijnlijke trio dat ik ooit aan het werk heb gezien.
In een grijs verleden heeft Wanrooy met een eigen band door het land getoerd. Ik vertel hem tussen de nummers en de glazen jenever door dat ik wel eens een recensie over een optreden van hem heb geschreven, tijdens een kroegentocht in Heerenveen. Tot mijn grote verrassing blijkt de Haagse muzikant dat nog maar al te goed te weten, al is het alweer vijftien jaar geleden. Hij steekt een vinger in de lucht en zegt: "Jij schreef de volgende dag in de krant:
'Frits Wanrooy zat dronken achter de piano, maar dat maakte niks uit, want het publiek was nog veel dronkener'." Ik sta versteld van zijn geheugen. "Maar ik heb toen ook mooie dingen over jou gezegd", weerleg ik. "Ik heb je geciteerd toen je zei: 'Aretha Franklin transpireert niet, ze zweet'." Door zijn dikke brillenglazen kijkt Frits me met grote ogen aan. "Jezus, dat jij dat nog precies weet...", mompelt hij en verbaasd bestelt hij nog een jenever. De zwerver met de bierfles-die-even-gitaar-was, is doorgelopen. Gelling is alweer verdiept in zijn kiekjes-van-toen.

EELCO GELLING WERD OP 12 JUNI 1946 GEBOREN in het Overijsselse stadje Zwartsluis. Toen hij nog geen jaar was verhuisde hij met zijn ouders naar Loosdrecht, om op zijn elfde in Assen terecht te komen. 'Vreselijk vonden mijn broers en ik het daar. Maar we hadden weinig keus, mijn vader was bij de rijkspolitie en werd gewoon overgeplaatst. Ik en mijn broers hadden bebop-haar en droegen spijkerbroeken. Vijl jaar lang hebben ze ons 'Amsterdammers' nageroepen, daar in Drenthe. Ik kon die jongens niet verstaan, ik wilde dat ook niet. Nee, dan Loosdrecht, daar vermaakte ik me altijd prima. Altijd met een bootje het water op. Ik ben later met mijn vriendin en mijn oudste zoontje nog eens terug geweest naar de plaatsen, waar ik en mijn vriendjes hadden gespeeld in Loosdrecht. De gaten in de grond waar we onze hutten hadden gemaakt, zaten er nog. Prachtig.
"Alleen voor mijn moeder was het niet zo leuk daar. Ze hield niet van water. Ze was bang dat we op een dag tijdens het spelen zouden verdrinken. Ze is een keer in paniek geraakt toen we heel laat terugkwamen van een middagje bootje varen. Ze had alle buren gewaarschuwd en het halve dorp stond ons op te wachten toen we uiteindelijk aanlegden. Voor mij zijn dat waardevolle herinneringen en die heb ik aan Drenthe niet. Daarom heb ik waarschijnlijk ook niet dat Drenthe-gevoel, waar Harry Muskee het nog altijd over heeft. Ik vind het een prachtige provincie, maar ik vind Friesland en Limburg ook mooi.
"Toen we in Drenthe kwamen wonen, was ik eerst bang voor die jongens met hun klompen en onverstaanbare taal. Ik vond het maar linke soep. De eerste vriend die ik daar maakte, was Hans Kinds — een jongen die later slaggitaar zou spelen in de Blizzards. Harry Muskee bleek bij mij in de straat te wonen, maar hij was me nooit opgevallen. We woonden in zo'n rampen-buurt, met veel te krappe huisjes. Dat zag je toen niet, maar als je er later een keer terugkomt, denk je: hoe is het mogelijk dat we daar gewoond hebben. Ik ben er nog een keer geweest toen ik hoorde dat de hele buurt zou worden gerenoveerd. Iedereen was al weg, maar mijn ouders woonden er nog. Er waren geen straatlantaarns, niks. 's Avonds zag je er geen hand voor ogen. Ik dacht: godverdomme, als mijn moeder boodschappen gaat doen en ze valt met de fiets, dan kan ze de hele nacht op straat liggen zonder dat iemand haar ziet. Drie keer hadden mijn ouders een huis geweigerd dat hen was aangeboden door de woningstichting. Want mijn moeder wist precies welk huis ze wilde, maar dat kreeg ze niet. Ze vonden haar bij de woningstichting maar wat lastig en wilden niet meewerken. Ik heb me toen geweldig zitten opfokken en ben met mijn Lelijke Eend dwars door de glazen deur van het gebouw van de verhuurder gereden. Vervolgens heb ik met een breekijzer in dat kantoor staan zwaaien. Daarna ben ik snel naar de plaatselijke krant gerend en heb uitgelegd waarom ik die actie had ondernomen. Binnen drie dagen hadden mijn vader en moeder het huis dat ze wilden."
TOCH HEEFT GELLING NIET ALLEEN MAAR NARE GEVOELENS bij zijn jeugd in Assen. Hij leerde er gitaar spelen en ontdekte al snel dat hij talent had. "Ik had eerst een ukelele. Dat ding ruik ik nog als ik eraan denk. Bij ons in de buurt woonde zo'n Indische familie, met twee lekkere dochters. Die mensen hadden een band en ik mocht met hen meeoefenen, onder voorwaarde dat ik de zaak niet zou ophouden. Indische vaders kunnen behoorlijk streng zijn en binnen veertien dagen kon ik al aardig wat akkoorden spelen. Ik deed verschrikkelijk mijn best om met die familie in de pas te blijven. De vader hoefde me maar met een bepaalde blik aan te kijken als ik iets fout deed en dan smolt ik helemaal weg. Dan deed ik het geen tweede keer fout. Als ik de loopjes die ik daar toen leerde nu weer speel, dan is het kind in mij weer volledig wakker."
Al snel kreeg Gelling zijn eigen band, die repeteerde in een oude leegstaande winkel. De eigenaar van dat pand was pa Muskee. "De vader van Harry had een grote brillenzaak in het centrum van Assen en op een dag betrok hij een nieuw pand. De oude winkel kwam leeg te staan en zijn zoons mochten dat gebruiken als clubhuis. Mijn bandje mocht daar repeteren, Harry speelde daar ook met een eigen groepje en zo kwamen we bij elkaar en gingen samen jammen. Het was de tijd van Camu en Sartre, we droegen zwarte coltruien en bordeelsluipers en voerden naar ons eigen idee zeer intellectuele gesprekken. En steeds vulden we de glazen weer bij met jenever. Harry zag het op een gegeven ogenblik wel zitten om de twee bands op te heffen en samen verder te gaan. Ik zie ons na dat besluit nog door de straat lopen, dromend en filosoferend hoe we een grote tour voor elkaar moesten krijgen. En dat kregen we voor elkaar! Mijn ouders waren bereid geld voor te schieten en ook de vader van de drummer wilde wel financieel bijspringen. Het leuke is dat we later alles hebben terugbetaald. En ook nog eens binnen de termijn die we hadden beloofd. Mijn moeder was in het begin heel kritisch over de band, maar toen ons eerste singeltje uitkwam, was zij de eerste die zei: 'Jongen, gefeliciteerd'."

HET SUCCESVERHAAL DAT DAAROP VOLGDE, MAG INMIDDELS als bekend worden beschouwd: Cuby & The Blizzards scoorde hits met ondermeer Another Day Another Road, Distant Srnile en Window Of My Eyes, terwijl Ip's als Desolation ('66) en Groeten uit Grollo ('67) nu nog steeds gezien worden als absolute Nederblues-klassiekers. Ook volgde er een legendarische Nederlandse tournee met Van Morrison. In datzelfde jaar, 1967, kwam pianist Herman Brood bij de band, aan het einde van dat jaar gevolgd door bassist Jaap van Eik, die door Gelling bij de band werd gehaald. "In de tijd dat ik Eelco leerde kennen, lag de band net uit elkaar", herinnert Van Eik zich. "Herman Brood zat in de gevangenis nadat de politie een inval had gedaan tijdens een door hem gegeven feestje in Den Haag. Cuby & The Blizzards zat dus zonder Herman. Net op dat moment was er ook een conflict gaande tussen Harry en Eelco, die allebei een andere kant uit wilden. Eelco had namelijk op een popfestival in Engeland Cream gezien. Die groep was toen net als trio van start gegaan en Eelco wilde ook zoiets, samen met mij en Hans Waterman. In Gaasterland in Friesland hebben we met z'n drieën een week lang gerepeteerd. Het was hartje winter en ik weet nog dat er een dikke laag sneeuw lag. Harry Muskee was op dat moment ergens anders bezig om ook een eigen band te beginnen met Dick Beekman als drummer. Maar de platenmaatschappij had helemaal geen belang bij twee verschillende bands. En dus hebben ze toen Harry en Eelco weer aan elkaar gelijmd. Hans Waterman is daarbij gesneuveld, want Muskee wilde per se zijn eigen drummer weer meenemen. Eelco nam mij mee en zo kwam ik in de Blizzards terecht. We speelden een tijdje met z'n vieren tot Herman Brood uit de bajes kwam en toen was de cirkel weer rond."
Van Eik heeft Gelling leren kennen als een buitengewoon vriendelijk mens. "Hij had toen wel al dat afwezige, dat in zichzelf gekeerde. Maar als gitarist acht ik hem zeer hoog. Hoewel hij ook heel wisselvallig was. De ene keer kon hij geweldig goed zijn, de andere keer een stuk minder. Maar ja, heel veel goeie gitaristen hebben dat. Nee, hij gebruikte toen nog geen verdovende middelen. Nou ja, wat pepmiddelen, misschien. Maar dat zware junkie-achti-ge gedoe zat er bij hem nog niet in. Dat was toen absoluut niet aan de orde. Onder invloed van onze goede Herman werd er weleens een poedertje of een pilletje genuttigd, maar verder ging het niet."
Begin 1969 verliet Van Eik de groep alweer en hij werd opgevolgd door Herman Deinum, een uitgesproken fan van Gelling. "Ik kwam uit Blues Dimension toen ik de overstap naar The Blizzards maakte en Gelling heeft toen behoorlijk wat indruk op mij gemaakt. In mijn ogen is hij altijd een hele grote geweest en in die beginperiode heb ik veel van hem geleerd. Die band had het op dat moment al helemaal gemaakt. Ze maakten platen, deden grote tournees. Als je jong bent, is zoiets natuurlijk het einde. En eerlijk gezegd trok het me ook heel erg om met Eelco te spelen. Wat een fantastische toon had die man toen in z'n gitaar! Hij heeft met z'n spel mijn latere ontwikkeling als muzikant behoorlijk beïnvloed. Hij was op het toppunt van z'n kunnen, terwijl iemand als Jan Akkerman nog in de startblokken stond. Eelco had alles mee, alle aandacht was op hem gevestigd."
GELLING ZELF WIST EIGENLIJK NIET ZO GOED WAT HIJ MET
al die aandacht en complimenten aan moest. "Iedereen vond me altijd heel goed spelen, maar ik had zelf wel eens het idee dat dat een beetje overdreven werd", vertelt hij nu. "Maar ik was bruikbaar en aanspreekbaar, ik hing nooit de artiest uit. Het ging uiteindelijk zo goed met Cuby & The Blizzards dat ik het gevoel had zo'n beetje op het podium te wonen. Ik begon me op die verhoging veilig te voelen, daar kon me niets gebeuren. Onze manager zorgde voor alles, wij hoefden niet te denken, alleen maar te spelen."
Desondanks ontdekte Gelling ook de negatieve kanten van de roem en dat zat hem absoluut niet lekker. "Ik heb gezien hoe mensen van je willen profiteren. Je wordt gefêteerd en je mag overal binnenkomen, maar je weet wel waarom: ze hopen allemaal een graantje van je roem mee te kunnen pikken. Aan de andere kant heb ik het leven door de muziek ook beter leren kennen. En muziek heeft voor mij deuren geopend, die anders gesloten zouden blijven. Zo krijg je heel vaak korting als je ergens iets koopt. Dat was ook zo raar bij de Earring. Die kregen werkelijk al hun eten en drinken voor niks — ook dingen die ze niet zo lekker vonden, en dat namen ze dan toch maar. Dat zou ik nou nooit doen. Ik wil wel een hapje en een snapje voor niks hebben, maar dan moet ik het wel lekker vinden."
Die nuchtere constatering geeft in feite precies weer waarom het tussen Gelling en de Golden Earring nooit écht wat werd. Gelling had in 1976 Cuby & The Blizzards vaarwel gezegd om op een Amerikaanse tournee te gaan met de Earring. Tegen journalist Roberto Palombit zei Earring-gitarist George Kooijmans hierover onlangs in dit blad: "Kijk, wij zijn snelle jongens en Eelco kon het in Amerika niet bijbenen. Met z'n vieren ging het beter en dat hebben we nog tijdens de tournee tegen hem gezegd. We zeiden: 'Je mag mee als special guest, maar de shows doen we met z'n vieren'. Toen is hij na een tijdje teruggevlogen. Maar vergis je niet, hij heett wel degelijk z'n steentje bijgedragen. Op Live ('77) doet hij prachtige dingen en ook op Contraband ('76) staat mooi werk. We hebben erg veel van hem geleerd."
Zoals Gelling er nu op terugkijkt, is het grootste gedeelte van de jaren zestig en zeventig is als een film aan hem voorbij gegaan. "Een film waarin ik alleen maar op een podium stond." En toen die film met het vertrek uit de Earring ineens een abrupt einde kreeg, kwam de klap des te harder aan. "Want toen ik later niet meer zoveel speelde en in Den Haag ging wonen, had ik het gevoel dat ik heel langzaam naar beneden zakte. Steeds dieper en dieper tot ik op een goeie dag gewoon weer gewoon op het trottoir stond. En dat gevoel vond ik helemaal niks. Die plotselinge bekrompenheid om me heen, daar kon ik niet tegen. En het ergste was dat ik er niet meer aan kon ontsnappen. Ik kon niet weg, ik kon het podium niet meer op."
VANAF DAT MOMENT KWAM GELLING IN DE BEKENDE
neerwaartse spiraal terecht, gevoed door een overvloed aan harddrugs en een (daardoor) steeds groter wordende onzekerheid. Project op project mislukte en hij ging steeds ernstiger twijfelen aan zijn eigen kunnen. "Als ik dan een poos niet had gespeeld en na verloop van tijd weer eens optrad met een of andere gelegenheidsformatie, dan schaamde ik me altijd een beetje, dat de mensen in de zaal voor mij hadden betaald. Ik voelde me bezwaard omdat ik niet kon leveren wat ik graag wilde. Als ik dan ergens als gastmuzikant met een groep was geboekt, belde ik soms weleens een zaaleigenaar van tevoren op. Dan zei ik: 'Luister, als je posters gaat ophanden, zet dan mijn naam niet groter als die van die andere gasten, want dat kan ik niet waarmaken. En als ik helemaal niet op de poster sta, ach, dan komen er misschien een paar mensen minder, maar ze raken in ieder geval niet teleurgesteld in mij'. Maar als we dan 's avonds bij de zaal aankwamen, dan stond mijn naam toch weer uitvergroot op de affiche. Ik vond dat helemaal niet leuk, want daardoor werd er voor mijn gevoel een enorme druk op mijn schouders gelegd."
Oud-collega Herman Deinum kwam Gelling in die tijd, en ook nu nog, regelmatig tegen. Als de Blizzards weereens een reünie-tour deden en in de buurt van Den Haag speelden, dan was Gelling vaak als toeschouwer aanwezig. "Ik moest dan iedere keer weer even slikken. Want hij was een vriend van mij en eigenlijk is hij dat nog steeds. En het doet pijn als je een vriend steeds verder achteruit ziet gaan. Zo ken ik Eelco niet, ik heb destijds vier jaar met hem gespeeld en toen was hij een hele andere man. Hartstikke jammer, wat een verspilling van talent. Ik word daar niet vrolijk van."
Gelling zelf ook niet. "Ik weet nu dat het gebruik van smack de dood in de pot is voor je muziek", zegt hij. "Want je creativiteit vloeit helemaal weg. En je gevoel voor humor raak je ook kwijt. Als ik onder invloed on het podium stond, was het enige waaraan ik kon denken, dat ik de andere muzikanten niet in de weg moest lopen. En dat werd een grote ergernis. Ook voor mezelf. Dan hoorde ik die gasten lekker gaan, maar ik kon geen wisselwerking met hen tot stand brengen. Jammer, want juist op momenten dat ik weer een band heb, kan ik vechten en uiteindelijk clean blijven. Maar in tijden dat er niks is en ik niemand heb om mee te spelen, dan ben ik zwak en kan ik weer in slechte gewoontes vervallen."

EN ZO KOMT HET DAT WE HIER VANMIDDAG ZITTEN. IN EEN kroeg aan de zelfkant van de samenleving, met een man die zo graag wil maar telkens weer zichzelf tegenkomt. "Op dit moment staat mijn leven weer een beetje stil", vertelt hij. "Als je me vraagt hoe mijn dag eruit ziet, dan zeg ik in de eerste plaats: veel honden uitlaten. Dat doe ik voor een bevriend stel: zij heeft een longontsteking gehad en hij heeft last van ischias. Eén van die honden is hartstikke jong en die mensen kunnen dat beest maar moeilijk in toom houden, daarom ga ik altijd met hen mee. Wel vijf keer op een dag. Veel meer doe ik op dit moment niet. Ja, de rotzooi in mijn huis weggooien. Ik moet eerst weer een lekkere basis zien te vinden in mijn leven, dan moet ik de papierwinkel op orde krijgen en dan moet ik mijn gebit weer zien op te knappen. Daaraan kun je zien dat ik weer zin in het leven heb, want als je in een dip zit, dan maakt alles je geen flikker uit. Rot maar op, denk je dan en je wordt zo onverschillig als wat. Maar als je weer een beetje op de been bent, ja, dan wordt het anders."
Zijn kinderen mag hij nog maar één middag in de week zien en dat stemt hem erg verdrietig. "Want mijn verstandhouding met hen is dik voor elkaar. Ik heb echt wel verantwoordelijkheidsgevoel. Ik heb lang getwijfeld of ik het vaderschap aan kon. Op een nacht was ik mijn eerste zoontje aan het verschonen. Ik keek hem aan en besefte dat ik heel wat slechte eigenschappen af zou moeten zweren om een echte vader voor hem te kunnen zijn. Het was even of ik een hele oude wijsheid in de ogen van die jongen zag, een peilloze diepte, alsof hij me precies begreep. Ik ben absoluut niet zweverig aangelegd, maar dat moment maakte diepe indruk op me. Het kind zag even z'n echte pa.
"De geboorte van mijn tweede zoon ging niet gemakkelijk. Hij moest worden opgewekt. Hij was bij wijze van spreken uit de moederschoot geschopt. En toen werd er geroepen: 'Ja, door zo'n geboorte is die jongen bij voorbaat zijn vertrouwen in het leven al kwijt. En dus moet je hem extra aandacht geven'. Nou, ik heb mijn beide kinderen altijd evenveel aandacht gegeven. Ik heb daar later van verschillende kanten complimenten over gehad — dat ik een hele goede opvoeder was.
"Dus toen mijn vriendin en ik uit elkaar gingen, heb ik meteen gezegd: 'Ik wil meewerken aan een scheiding, maar ik moet wel de kinderen blijven zien en er moet voor een huis in de buurt worden gezorgd, zodat de jongens zo naar me toe kunnen lopen'. Dat huis in de buurt is er gekomen, maar de andere afspraken zijn teruggedraaid."
En met de muziek... Ach, hij is de laatste jaren weer een beetje bezig en dat is het belangrijkste. "Het heeft lang geduurd voor ik eindelijk de moed had
om naar een vriend te stappen, die hier in Den Haag een digitale studio heeft. Hij had me al zo vaak gevraagd om eens wat bij hem op te nemen, maar ik kwam er niet toe. Uiteindelijk deed ik het dan toch en liet ging geweldig. Ik heb nu ontdekt dat het spelen altijd wel gaat. Goed, de routine is weg en ik maak misschien fouten, maar het raamwerk dat ik door de jaren heen heb opgebouwd, dat blijft altijd intakt.
"Ik werk nu met een aantal vaste muzikanten, die hebben me nooit in de steek gelaten. Allemaal jongens uit Gorkum. De bassist is daar wethouder, dat zou je niet zeggen als je hem ziet. Ze weten dat ik moeilijke periodes heb en dan leggen ze geen beslag op mij. Want ze weten dat ik er sterker uit tevoorschijn kom. Maar uiteindelijk wil ik toch weer dat podium on. Maar dan moet de band wel zó goed zijn dat het ook kan. Als ik het gevoel heb dat de kwaliteit er maar voor tachtig procent is, dan ga ik niet. Dat kun je tegenover de mensen niet maken."
Jaap van Eik is de enige van zijn oud-collega's die de muzikale verrichtingen van Gelling een beetje is blijven volgen. "En hij blijft een talentvol gitarist, al is hij ergens onderweg blijven hangen. Ik weet nog: een jaar of tien geleden hoorde ik op de autoradio een plaat, waarvan ik dacht: die gitaarsolo, dat kan alleen maar Eelco Gelling zijn. En dat bleek ook zo. Speelde hij mee met een Nederlandstalige band, waarvan de naam me helaas ontschoten is. Toen kon hij dus nog solo's echt uit z'n tenen halen. Iets wat vroeger altijd zijn grote kracht was.
"In december 1998 ben ik nog eens een middagje bij hem op bezoek geweest in Den Haag en toen heeft 'ie wat bandjes laten horen van dingen, waar hij mee bezig was. Een bluesbandje met eindeloze gitaarsolo's. Hoe hij er op dit moment in muzikaal opzicht voor staat, weet ik eigenlijk niet zo goed. Hij speelde een paar jaar geleden met zijn Eelco Gelling Band in Nijmegen en daar ben ik toen gaan kijken. Op een gegeven moment deden ze Window Of My Eyes en daar werd ik niet vrolijk van."
ONDERTUSSEN PROBEERT HARRY MUSKEE AAN DE ANDERE kant van Nederland Cuby & The Blizzards weer enigszins nieuw leven in te blazen. Allereerst komt er rond deze tijd een overzichts-box uit waarop het complete werk verzameld is. Verder werkt Muskee aan een album waarop hij met bevriende muzikanten nieuwe versies maakt van een aantal Cuby-nummers. Muskee: "Huub van der Lubbe van De Dijk doet mee, Barry Hay van de Earring, Daniel Lohues van Skik, Tineke Schoemaker van Barrelhouse en Bennie Jolink van Normaal. Ze doen stukken van de Blizzards op hun eigen manier, maar met begeleiding van mijn band. De nummers zijn " opgenomen in café De Amer onder de rook van Grollo, dus bijna op locatie, zeg maar. Op 11 mei komt er een grote presentatie in Paradiso, waar al die mensen aan meedoen. Verder komt er ook weer een theatertournee aan."
Maar dat is een ontwikkeling waar Eelco Gelling part noch deel aan heeft. Zou hij het leuk gevonden hebben om weer met Cuby op pad te gaan? "Ik weet het niet. Ze staan tegenwoordig steeds in theaters en dat is niet echt mijn terrein. Ik heb er wel eens over nagedacht om met mijn eigen band op te gaan treden in dezelfde plaatsen als waar zij geboekt zijn — maar dan in jeugdhuizen. En dan zouden we de band The Missing Link noemen. Maar ja, in de praktijk kan ik dat natuurlijk niet maken."
Toch heeft Gelling in het afgelopen decennium nog een aantal malen meegespeeld tijdens reünie-concerten van de Blizzards. Jaap van Eik herinnert zich een optreden in Vredenburg, in 1990. "De hele club was erbij, van Harry Muskee tot Herman Deinum. Maar Eelco was toen niet zo florissant. Daar waren we al een beetje op voorbereid geweest, we hadden daarom gitarist Erwin Java er maar voor de zekerheid bijgezet."
Gelling zelf kan zich nog ergens een optreden in Den Haag voor de geest halen. Het werd een gedenkwaardige avond voor hem. "Ik ben er naartoe gegaan en in de pauze heb ik de jongens opgezocht. Hartstikke leuk, ze stonden perplex dat het zo goed met me ging. Op een gegeven moment vroeg Erwin Java: 'Doe je straks even mee, Eelco?' 'Natuurlijk', antwoordde ik, 'leuk dat je 't vraagt'. Want uit mezelf was ik daar nooit over begonnen. Ik had mijn eigen gitaar niet bij me, ik moest op een kutgitaar spelen, maar dat maakte niet uit. Het ging te gek, ik heb drie nummers meegespeeld — extra lang gerekt, je kent dat wel.
"Na afloop in de hal zag ik volwassen mensen huilen. Omdat wij weer als Cuby & The Blizzards samenspeelden. Dat is nou echt far-out! Weet je dat er kinderen naar mij zijn vernoemd, omdat hun ouders mij zo'n geweldige gitarist vonden? Ik geloof dat er ondertussen wel twaalf of dertien Eelco's rondlopen. De laatste Eelco kwam ik tegen tijdens een bluesnacht in Utrecht. Er liep een vader de kleedkamer in met het geboortebewijs van zijn zoon: 'Kijk eens', zei 'ie trots, 'mijn jongen is naar jou genoemd'. Jammer dat ik niet al die kinderen ken, anders zou ik een keer per jaar een Eelco-feestje in Den Haag kunnen organiseren. In Rotterdam heb ik zo'n jongetje eens gevraagd, hoe hij het vond dat hij naar mij genoemd was. 'Ik weet niet', zei hij. 'Ik vind niks aan gitaar en voor mij hoeft die muziek van u niet zo'."

Maar goed, tijdens de aanstaande Blizzards-tournee is Gelling er dus niet bij. En volgens Herman Deinum is dat niet meer dan logisch — hoewel het doet hem pijn doet om dat te zeggen. "In 1996 is Eelco al eens benaderd, maar uiteindelijk is dat niets geworden. Niemand durfde het aan om met hem verder te gaan. En achteraf bleek die beslissing helaas de juiste. Want je kunt geen harde afspraken meer met Eelco maken. En als je in deze tijd in de show-business wilt overleven, dan moet je elke afspraak nakomen. In deze wereld gaat het tegenwoordig op z'n Amerikaans. Je moet overal op tijd zijn, repeteren, interviews geven... Kortom, je kunt je geen slordigheden meer permitteren. En dat zat er bij Eelco niet in, vandaar dat een heleboel mensen het niet meer hebben aangedurfd hem weer op sleeptouw te nemen."
Nu het Cuby-hooldstuk voorgoed afgesloten lijkt voor Gelling, blijft hij met één grote frustratie zitten. "Ik vind het nog steeds jammer, nee, doodzonde dat we met de Blizzards nooit naar de States zijn geweest. We konden er op tournee gaan, maar waarom dat op liet laatste moment niet doorgegaan is, heb ik nooit begrepen. We waren nota bene de eerste Nederlandse band die een gigantisch voorschot kreeg van een Amerikaanse platenmaatschappij, Er waren zelts twee directeuren speciaal overgevlogen om naar ons te kijken. Ze wilden ons heel graag hebben. Dat was in de tijd, dat al die grote bands furore maakten in zalen als de Fillmore East
[NewYork] en West [San Francisco]. Daar konden wij ook optreden. Het was precies de juiste tijd, want in Nederland hadden we alles wel zo’n beetje gehad — er was geen uitdaging meer. We konden ons niet meer scherpen, maar een tournee door Amerika zou ons weer helemaal bij de les hebben gebracht. Daar hadden we in een maand meer geleerd dan hier in een jaar — ondanks de volle agenda die we in Nederland hadden.
"Maar goed, ineens werd het stil rond die grote Amerikaanse plannen. Dat zie ik nog altijd als een gemiste kans. Of Harry Muskee niet durfde, ik weet het niet, hij heeft het me nooit verteld. Ik weet nog wel dat in diezelfde tijd Herman Brood gedumpt werd door de band. Fn dan moest ik de boel maar weer lijmen. Ja jongen, ik heb wat meegemaakt, dat liegt er niet om. Als ik doodga, kan ik zeggen dat ik veel heb overleefd. Dat weet ik bij voorbaat al."

ONDANKS DE SOMS MINDER PLEZIERIGE HERINNERINGEN glundert Eelco vandaag. Hij heeft zijn verhaal kunnen doen en zo is het al met al toch een beetje een feestelijke middag geworden. Hij besluit zichzelf nog maar eens op een Jägermeister te trakteren. Kom, het wordt voor ons tijd om op te stappen. Aan de bar zit Frits Wanrooy. Hij is nog steeds verbaasd. "Aretha Franklin transpireert niet, ze zweet", mompelt hij tegen zijn jeneverglas.
Eenmaal buiten gaat een jongeman voor ons staan. Hij komt uit het Westland en opent vanavond een expositie in Den Haag. In een galerie bij de rosse buurt. Of wij ook komen. Het gaat om een expositie van videobeelden, vertelt hij enthousiast. Daarmee is hij erin geslaagd liet dier in de mens te laten zien. "Hoe dan?" informeren wij belangstellend. "Nou, heel eenvoudig", zegt de kunstenaar. "Ik heb een videocamera op een statief gezet en op mijn gezicht in laten zoomen. En toen ben ik de geluiden van honden, katten, koeien en varkens na gaan doen. Heel confronterend."
Onderweg naar het station worden we aangehouden door een man van middelbare leeftijd. Hij draagt een toupet — dat zien we meteen, want het harige matje is schuin over z'n ene oor gezakt. Hij kijkt naar de camera van de fotograaf en spreekt ons beleefd aan. "Heren, mag ik u wat vragen? Gaat u vandaag gebouwen op de foto zetten?" "Nee", antwoorden wij, "we hebben mensen gefotografeerd." "Welnu heren, dan hoop ik dat u hele mooie mensen bent tegengekomen”.