- Home
    - Wie is Sally?
    - Exclusief

    Interview met Dick Tuinder

"Hier onder zie je vermoedelijk de eerste sally. Getekend in een zelfgebonden notitieboekje van A6 formaat. Het was nacht en het duurde enkele lange uren om Kongo, 13 kilometer beneden ons, te passeren. Ik weet niet meer wat ik dacht, maar opeens tekende ik een meisje. En zonder er over na te denken wist ik dat ze Sally heette. Sally Dewinter zelfs. Ik heb dat half-nederlandse en half engelse van haar achternaam altijd erg mooi gevonden. Het is geloof ik een verre echo van de verbazing toen ik als 10 jarige de Drie Musketiers las. De kwade en mooie vrouw waar de sympathieke D’Artagan verliefd op wordt. Mijn verbazing betrof uiteraard haar naam. Zoals je ziet is het jurkje nog iets getailleerd en was het nog zoeken naar de verhoudingen. Maar als een echt mens is Sally in zekere zin toch compleet en ‘echt’ geboren."



KUNST IS LOGISCH

Op een zonnige dag in april reisde ik af naar Amsterdam voor een eerste ontmoeting met beeldend kunstenaar Dick Tuinder. We hebben veel gepraat over Sally en over kunst. Natuurlijk ga ik jullie van de uitkomsten hiervan uitgebreid vertellen aan de hand van het volgende verslag.

Sally is bedacht tijdens een vlucht naar Afrika waar Dick Tuinder filmmaker Aryan Kaganof op ging zoeken. Altijd heb ik gedacht, dat Sally een van Dick’s alter ego’s was. In de media is het namelijk erg vaak op die manier naar voren gebracht. Vandaag kwam ik er echter achter dat dit niet het geval is. Het idee van Sally als alter ego is meer ontstaan vanuit het idee dat het toentertijd erg hip was om over alter ego’s te praten en er zelf ook een of meerdere te hebben. Vooral kwam Dick er tijdens het tekenen van Sally achter dat hij het erg leuk vond om te tekenen en te schrijven vanuit iemand anders. Bij een uitspraak die hij vanuit Sally doet, hoeft hij niet na te denken over wat bepaalde personen er van zullen zeggen of denken. Eigenlijk is het net zoiets als het schrijverschap: ook dan word een verhaal vaak niet vanuit de schrijver zelf geschreven, maar vanuit een personage. Dit is bij Sally ook het geval.

“Het is bevrijdend om iets te kunnen zeggen zonder dat je van tevoren weet of je het daar mee eens bent. Veel meer dan een alter-ego is ze een orakel. Ze zegt dingen waar ik soms pas een aantal jaren later de betekenis van begrijp.”

Vaak krijg ik de vraag wat er nou eigenlijk in het koffertje van Sally zit. Die vraag heeft mij zelf ook aan het denken gezet. Zo dacht ik er bijvoorbeeld aan dat er dingen zoals een hoop kennis, wetenschap of ervaring uit de koffer zouden komen als deze op een dag open zou gaan. Omdat ik benieuwd was naar Dick’s visie hierop, heb ik ook deze vraag aan hem gesteld. Wat er nou eigenlijk echt in het koffertje zit, word voorlopig nog in het midden gelaten. Hij heeft er wel eens over nagedacht toen hij bijvoorbeeld ‘Most things never happen’ aan het maken was. Zo dacht hij dat het bijvoorbeeld wel leuk zou zijn als Sally haar koffertje open zou doen en er een kussen uit zou komen of een groot landschap. Wel kon Dick over het koffertje zeggen dat hij waarschijnlijk erg zwaar is. Dat kun je ook goed terug zien in de tekeningen, waar de arm waar het koffertje aan hangt duidelijk zwaarder belast is dan de andere arm.

“Maar alle gedachtes over een mogelijke inhoud van de koffer heb ik inmiddels verworpen. Wellicht zal het zich in de toekomst nog eens aandienen, maar vooralsnog geloof ik dat die koffer wel altijd dicht zal blijven. In ieder geval heeft ze nu iets om af en toe op te zitten."

Toen ik vroeg naar Dick’s grote overeenkomt met Sally kreeg ik te horen dat dat best een triest antwoord was. Hij was laatst na aan het denken over al zijn getekende karakters. Al zijn karakters waren, bedacht hij, alleen. Sally is alleen, de streepjesmannetjes zijn vaak wel samen maar praten niet, Jack en Dave zijn ook samen, maar zijn identiek, enzovoort. Toen ik vroeg naar waarin hij absoluut niet op Sally leek, was het eerste antwoord, lachend: “Ik rook en Sally niet”. Verder zijn al zijn icoontjes ook totaal seksloos.

“Hoewel... dat is niet helemaal waar. De streepjesmannetjes denken vermoedelijk aan weinig anders. Zij zijn dan ook met velen. Sexualiteit is natuurlijk altijd onderhuids aanwezig. Maar de missie van de karakters is over het algemeen meer existentieel dan relationeel. Hm. Ja. En misschien is dat wel een zelfportret. Hoewel een mens natuurlijk nooit alleen is. Hij heeft altijd bijgedachtes.”

Dick heeft niet slechts één drijfveer voor het maken van kunst. Zo doet hij het bijvoorbeeld voor de simpele dingen zoals geld en het succes willen hebben met het gene dat hij doet. Een andere reden is dat hij het vooral ongelooflijk leuk vind om met kunst bezig te zijn. Ook de mensen die hij ontmoet is voor Dick een van de redenen om met kunst door te gaan. Zo zijn er in de loop der tijd steeds meer mensen in zijn directe omgeving gekomen die ook met kunst bezig zijn waardoor hij er als het ware automatisch mee bezig blijft. Iets wat hem gemotiveerd houd is het les geven op een kunstacademie op Aruba. Daar zaten veel gekke mensen tussen, maar af en toe ook een aantal hele bijzondere. Zo vertelde hij over een meisje waaraan hij les gaf waarvan de camera kapot ging. Aangezien er niet heel erg veel materiaal beschikbaar was, kon er niet snel een oplossing voor gevonden worden. Daarom moest ze het doen met een camera die alleen dingen die heel dichtbij de lens kwamen scherp in beeld kon brengen. Hiermee had ze toch hele mooie dingen gemaakt.

“Kunst kan niet bestaan zonder handicap. Meestal bepaal je die handicap zelf. Door het formaat of de lengte van een kunstwerk. Door het materiaal of de techniek. Soms wordt die handicap je aangereikt. De kracht van een gitaar is dat zij zes snaren heeft, en niet 60. Dat gezegd hebbende realiseer ik me dat je de verschillende personages die ik teken het beste als een instrument kan zien. Ze maken allemaal hun eigen muziek. En in het totaaldecor van Winterland waar ze zich allen manifesteren moeten die verschillende melodieën en ritmes uiteindelijk samenvallen tot een symfonie.”

Het beste werk tot nu toe vind Dick moeilijk te benoemen. Als hij het objectief bekijkt moet hij naar eigen zeggen de Sally film ‘Most things never happen’ noemen. Omdat daar heel veel aspecten van zijn werk naar boven kwamen.

“Bij most things ervoer ik voor het eerst die symfonische illusie. Het decor, de inleving van Lili van Doorninck die Sally speelde, de muziek die gemaakt werd door Sonja van Hamel van popgroep Bauer... het vrouwelijke element is tijdens het maken van die film erg belangrijk geweest. Allereerst was daar mijn zus, Astrid Tuinder, die op basis van mijn tekeningen een perfect jurkje en bijgaande outfit voor sally had gemaakt. Daarna Lili, mijn buurmeisje die, nadat ze de kleren voor het eerst had aangetrokken zei: “Nu ben ik iemand anders..”. Sonja is eigenlijk ook een soort Sally en toen tenslotte Carol van Dijck (zangeres van Bettie Serveert) op aanraden van cameraman Rob Hodselmans een soundcasting kwam doen voor de stem, wist ik dat ik eigenlijk persoonlijk niets meer had in te brengen. Carol, die ik niet kende, bleek een spitting image van Sally.
Het draaiplan voor de film was zoals gebruikelijk nogal losjes opgesteld. Maar toen, tijdens de eerste draaidag, om acht uur ’s ochtends, Lili voor het eerst, opgemaakt, gekapt en in vol ornaat, het podium opstapte voor de eerste take, viel de 15-koppige crew voor een tiental seconden compleet stil. Het was magisch. Het klopte. Het beeld klopte precies. Ik geloof dat iedereen vanaf dat moment er van overtuigd was dat we iets moois gingen maken.”


Met zijn kunst wil Dick bereiken dat hij gezien word door het publiek. Ook de logica die je met kunst in beeld kunt brengen wil hij laten zien. Het laten zien dat iets wat heel ingewikkeld is, eigenlijk ook heel logisch kan zijn.

“Als het lukt, is kunst altijd logisch. Natuurlijk. Zo moet het. En niet anders. Net als bij een mooi doelpunt. Sally is zo’n doelpunt. Ze was er direct. Compleet. Misschien nog iets voorzichtiger, en minder zichzelf dan ze nu, na duizenden tekeningen, is. Maar in essentie was ze er meteen. Het is raadselachtig hoe het kan, maar toch is het zo.”

Tenslotte nog een aantal vragen over invloeden. Welke kunstenaars heb je als voorbeeld?

“Dat zijn er heel veel, en de meeste zijn al jaren dood. In de kunstgeschiedenis zoek ik naar personen die in zeker zin dezelfde obsessie hebben. En dat gaat van de epische pictogrammen van de maya’s tot de miniaturen van de 14-de eeuwse Franse meester Jean Fouquet, tot de adembenemende grafische romans van Chris Ware. Het gaat geloof ik om een werkelijkheid die groter is dan de persoon zelf. Daarom hou ik bijvoorbeeld meer van Gauguin dan van van Gogh.”

En levende kunstenaars?

“Dit zijn gloriejaren voor de kunst. En de meeste kunst waar ik mij toe verhoud wordt gemaakt buiten de muren van het museum. De grafische revival vind ik erg interessant. Dus Chris ware, Daniel Clowes, Charles Burns. Van die revival is ook een Europese variant die vrijer en wilder is. De kunstenaar Moulinex, wiens werk wordt uitgegeven door le dernier cri (www.lederniercri.org) is in dat genre een grote meester.”

Bij deze wil ik nog even een paar regels gebruiken om Dick te bedanken voor de tijd die hij in het interview heeft gestoken en de zeer uitgebreide antwoorden. Ik heb de ontmoeting als erg prettig ervaren en ben weer veel te weten gekomen over bijvoorbeeld Sally wat ik eerder nog niet wist.