De mooie moestuin
Wat is het verschil? En wat is mooi?
Als je graag gezonde, onbespoten en lekkere groenten wilt eten uit je eigen tuin, zul je misschien denken dat je dan de mooie bloementuin moet missen. Want dat gaat natuurlijk niet samen. Groenten zijn nou eenmaal niet mooi. En bloemen kun je niet eten. Mis!!!
Maar dan weer de vraag; wat is mooi? En wat is lekker?
En natuurlijk kan dat voor iemand anders heel iets anders zijn dan voor mij. En dat geeft niks want er is voor iedereen wel wat moois, leuks en lekkers in én de groentensoorten én de fruitsoorten én de bloemensoorten te vinden.
En wat is er nou mooier dan alleen of met bijvoorbeeld vrienden of kinderen te genieten van een mooie tuin en gelijk daar iets uit te plukken om op te eten. Kan het verser, en dus lekkerder (alleen al het idee!). En hoe leerzaam.....voor jezelf en voor je kinderen of vrienden. Niets leukers dan om met eigen ogen te zien hoe de planten die wij groenten noemen eigenlijk ook gewoon planten zijn, net als de bloeiende planten die we in onze tuin hebben! En dat ze soms veel op elkaar lijken. En uiteindelijk het allerbelangrijkste; het proeven van planten die je zelf met liefde en geduld hebt opgekweekt!
Maar blijft de vraag hoe je nu groenten of fruit in een siertuin kunt passen. En vooral als je niet gewend bent om iets anders te eten dan dat wat de supermarkt aan groenten en fruit aanbiedt, kun je je misschien niet goed voorstellen dat boerenkool ook gewoon erg mooi is. Maar dat komt omdat je dan nog niet hebt gezien hoe in de winter de rijp op het fijngekroesde blad blijft liggen. En in de supermarkt kun je al helemaal niet de prachtige paarse variëteit Redbor kopen (die trouwens groen wordt wanneer je ze kookt). Is ze niet prachtig?!!

En de Redbor boerenkool is geen unicum; heel veel “gewone supermarkt-groentensoorten“ hebben een bijzonder, extra smakelijk en/of prachtig broertje of zusje!
Ik wil absoluut niet een compleet tuinplan of indeling geven hoe je mooie planten kunt combineren met groenten, fruit en kruiden. Niets leuker dan om zelf te ondervinden wat mooi is, en vooral ook lekker is! Probeer gewoon eens wat en kijk hoe het in je tuin past. Ik weet zeker dat je verbaasd zult zijn over het resultaat!
En dus volgt hieronder een opsomming van groenten, fruit, kruiden en bloemen die allemaal én mooi zijn, én en ook nog eens lekker smaken! Nu nog aangevuld met wat plaatjes die ik op internet heb gevonden, maar komend jaar natuurlijk zelf foto’s maken van allerlei mooie planten! En dus is dit vooral een hoofdstuk van mooie foto's, want hoe kan ik je beter laten zien dat groenten en fruit ook mooie planten zijn......dan met foto's!
Alle groenten staan op deze bladzijde, in alfabetische volgorde, scrool naar beneden voor je favoriete groenten!
Aardappelen
Nou, dat is gelijk de moeilijkste. Maar niets lekkerder dan een eigen aardappel. Elk jaar als ik hier de tractoren langs de rijen aardappelplanten zie rijden met sproeiers met bestrijdingsmiddelen tegen onder andere Phytophtora, waardeer ik mijn eigen aardappel des te meer :-) En daarna worden ze nog met één of ander spulletje geholpen om af te sterven. En een tijdje na de oogst worden ze ook nog gepoederd met één of ander spulletje om te voorkomen dat ze weer gaan uitlopen.
Maar om elk jaar wel gezonde aardappelen op een biologische manier te telen, moet je wel een aantal regels hanteren. Één daarvan is het elk jaar wisselen van de standplaats, een vruchtwisseling van 1 op 4 is een must, 1 op 6 nog beter. En dat wordt misschien lastig in een siertuin. Maar met een beetje moed en beleid......en meer dan de moeite waard!
Elk jaar wanneer we rond februari/maart weer aardappelen moeten kopen omdat onze eigen voorraad dan op is, verbazen we ons wat er soms in de winkels verkocht wordt; half uitgelopen, sponzig, zonder kraak of smaak, vaak met blauw. Het is lastig om nog goede kwaliteit te vinden, vaak ben je bij een boer het beste uit, is onze ervaring.
De plant is mooi, met donkergroen blad, de plant zelf is voor een groentesoort vrij groot (afhankelijk van de soort en de vroegte ervan), zo'n 35 tot 50 centimeter. Ze bloeit met witte of lila bloemetjes, erg lief. Jammer dat je van de aardappelen niet zo veel ziet, het is belangrijk dat die wel tot de oogst onder de grond blijven, anders worden ze groen van het daglicht. Schijnt zelfs wat giftig te zijn.
En dan het enige nadeel; aardappelplanten moeten eigenlijk afsterven voor je de knollen kunt oogsten. En dat is dan wat minder mooi. En echt helemaal af laten sterven hoef je ze nou ook weer niet....wel als je een grote opbrengst wilt, maar iets kleinere aardappeltjes smaken minstens zo lekker. Dus je kunt ze ook wat eerder oogsten. Vergeet trouwens niet om de aardappelen eerst een dag of 2 na het rooien weg te leggen, het eten van aardappelen direct na de oogst zou buikpijn en diarrhee veroorzaken. Eerlijk gezegd zelf nooit de neiging gehad om dat nou eens proefondervindelijk te proberen, ik houd me braaf aan deze "oude wijsheid" :-)
Kies voor biologische teelt vooral een vroeg of middelvroeg soort, kun je vroeg planten en daardoor ook vroeg oogsten......voor de grote aanval van Phytophtora, ook wel aardappelziekte genoemd. Hier op Voorne-Putten noemen ze het ook wel "Het Kwaad", nou ....dan weet je het wel :-) Als je eens Phytophtora in je aardappelen hebt gehad, vergeet je dat nooit meer (de stank). Het enige wat je dan nog kunt doen is snel alle aardappelen rooien, heel goed kijken welke je kunt bewaren en de zieke aardappelen weggooien, en niet op je composthoop!
Over de aardappel; want daar gaat het toch om; heel verschillend kunnen de kleuren zijn, van roodachtig, gelig, beige, bruin en zelfs paars. En langwerpig, rond, met veel hobbels en bobbels of glad, etc. Allemaal met verschillende eigenschappen qua vroegheid, kooktype en smaaktype.
Voorbeelden van aardappelen: te veel om op te noemen, maar hier een paar bijzondere soorten

Aubergine
vruchtvlees bruin. Maar voordat ze gebakken wordt is de aubergine wel erg mooi. En dan kennen we alleen die paarse variëteit. En dat terwijl er zo veel meer is. Er zijn lichtgroene en donkergroene aubergines, lilapaarse met witte streepjes, witte met roze streepjes, helder witte, fluoriserend roze, etc. En dan in de vorm van een banaan, een appel, eirond, pompoenvormig, etc. Niet verwacht maar een groente met vele gezichten. Let bij het kopen van planten of zaden wel op de term “bittervrij”. Mooi is leuk, maar ze moet ook nog lekker zijn! Voorbeelden van kleurrijke aubergines:
- Apple Green (ovaalrond en lichtgroen, vroeg en geschikt voor buitenteelt)
- Listada de Gandia (rozerood met zilverwitte streepjes, halflang, laat soort)
- n’Goyo (groen, pompoenvormig met ribben, laat soort)
- Morden Midget (ovaal, donkerpaars, vroeg en geschikt voor buitenteelt)
- Japanese White Egg (eivormig wit, middelvroeg)
- Ping Tung Long (lilaroze, banaanvormig)
- Rosa Bianca (ovaalrond, wit met roze blos en streepjes, tot nu toe de lekkerste die ik ken)
Boon:
Bonen zijn éénjarig. Er zijn zowel lage als hoge bonen (stambonen en stokbonen).
De stambonen worden over het algemeen niet hoger dan 30 centimeter, stokbonen halen gemakkelijk de 200 centimeter in een seizoen. En wat een leuke klimsteunen kun je daarvoor bedenken! Heel modern en strak van metalen draadwerken, of nostalgisch van deels gevlochten wilgentenen, en alles daar tussenin. Je kunt er een mooie afscheiding tussen 2 tuindelen van maken. Of langs de rand plaatsen. Of als blikvanger gebruiken. En wat let je om de bonen te mengen met andere klimplanten die mooi bij de bonen kleuren. Lathyrus bijvoorbeeld, ruikt ook nog eens lekker!). Of bij de donkerpaarse boon Purple Podded Pole een mooie Ipomoea in een tint lichter.
Er zijn witbloeiende en lilabloeiende soorten. En in zowel de lage als in de klimmende soorten zijn er planten met lichtgroene en met donkergroene boontjes. Korte boontjes en lange boontjes, donkergroen blad en lichtgroen blad.
Maar dat is nog niet alles! Er zijn soorten met donkerpaarse boontjes, met gele boontje (heel vaak boterboontjes). Met rood/wit gevlekte boontjes, of met groen-paars gestreepte boontjes. Keuze genoeg! De groene boontjes kun je gemakkelijk in zaadhandels vinden, maar nu de "gekleurde" boontjes:
Voorbeelden van donkerpaarse boontjes
Purple Queen (struikboon)
Purple podded pole (stokboon)
Purple TeePee (stamboon)
Royalty Purple Pod (stamboon)
Sequoia (stamsnijboon)
Voorbeelden van gele boontjes
Yellow TeePee (stamboon)
Fagiolo Nano (stamboon)
Brittle Wax Bean (stamboon)
Mont d’Or (stamboon)
Voorbeelden van gestreepte boontjes
Dragon’s Tongue Bean (stamboon) = Merveille de Piemonte
Rattlesnake (stokboon)
Lingua di Fuoco (stokboon)
Farci (stamboon)
En naast “gewone” stok- en stambonen zijn er dan ook nog de pronkbonen. In Engeland zijn ze razend populair en worden ze Runner Beans genoemd.
Pronkbonen zijn niet de lekkerste bonen (maar dat vind ik persoonlijk)…..je moet ze jong plukken anders bevatten ze vaak draden. Maar als je ze jong genoeg plukt, zijn ze heerlijk. En ze hebben meestal wel de mooiste en grootste bloemen (en vaak ook de mooiste bonen in de peul). De bloemen zijn meestal knalrood of wit, maar er zijn ook roze of wit/rode bloemen. Hiernaast afgebeeld de Pronkboon Sunset. En er zijn soorten met donkergroen blad, maar bijvoorbeeld de Pronkboon Sun Bright heeft geelgroen blad, en dat maakt samen met de knalrode bloemen een prachtige plant.
De gedroogde bonen van Pronkbonen zijn meestal gevlekt, gespikkeld of gestreept in lilaroze met zwarte kleuren. Probeer het gewoon eens want ze zijn de moeite waard!
Courgette
Alsof er alleen donkergroene langwerpige courgettes bestaan…..Die zijn eigenlijk in de minderheid.
Er zijn nog wel meer langwerpige soorten; lichtgroen met donkergroene strepen. iets donkerder groen met groengrijze strepen, maar er zijn vooral veel ronde of halfronde soorten, in geel, wit, lichtgroen, donkergroen, met of zonder strepen en/of vlekken. Het is een beetje moeilijk te bepalen omdat ze heel dicht bij de pompoen staat. Het grootste verschil is de groeiwijze; de pompoen is een klimmend of kruipend gewas, de courgette niet.
Voor wie de courgetteplant niet kent; het is een mooie imposante plant, ze heeft donkergroen groot blad en neemt bij voldoende bemesting wel 1 kubieke meter in beslag. Soms heeft het blad een witzilverige tekening. Ze bloeit met grote gele bloemen die ook nog eens eetbaar zijn (vullen met een mengsel van gehakt, courgette, ui en kruiden, heerlijk!). De opbrengst van courgettes is enorm, in 1 seizoen kunnen wel 20 tot 40 courgettes aan de plant komen. Pluk ze wel jong; dan zijn ze het lekkerst en vooral stimuleert het de plant om nieuwe vruchten te produceren.
Ondertussen kennen we de courgette beter dan de aubergine, en ze wordt ook duidelijk meer gebruikt, geteeld en verkocht. Wordt het toch tijd voor eens wat nieuwe kleurrijke soorten!

Familie van de Courgette is de Patisson; de plant ziet er ongeveer hetzelfde uit, al lijkt ze nog groter te worden en af en toe de neiging te hebben om iets te ranken. De vruchten zijn in dit geval schotelvormig, heel bijzonder! Ze zijn wit, groen, geel of oranje, met of zonder vlekken of strepen. In Nederland is de Patisson nog lang niet zo bekend, hoewel ze zeker even mooi is, een bijna even goede opbrengst geeft, en dezelfde smaak heeft. Gehalveerd en gevuld staat ze fantastisch op je bord!
Voorbeelden van Courgettes en Patissons:
Black Beauty (de bekende donkergroene langwerpige)
Di Nizza (ronde licht grijsgroene gespikkelde vruchten)
Lebanese White (langwerpig maar nu effen wit)
Table Gold (ovale geeloranje vruchten)
Table King (ovale donkergroene vruchten)
Sunburst (donkergele Patisson met zacht gegolfde rand)
White Bush (witte Patisson met gegolfde rand, bijna als een bloem)
Patisson Panache (de gestreepte variëteiten in diverse kleuren, vaak genoemd als “panache vert”, “panache jaune”)
Komkommer
Komkommers en augurken zijn eigenlijk hetzelfde. Alleen zijn er in de afgelopen decennia steeds op
augurken doorgekweekt die zachter van smaak zijn, zachter van structuur, langer van vorm, zonder bitterheid, etc. En uiteindelijk is zo de komkommer ontstaan. Maar je kunt dan bedenken dat er nog wel komkommerrassen zijn die nog dicht bij de augurk staan. En die zijn erg leuk en lekker om in te maken in bijvoorbeeld zoetzuur. Maar dus minder geschikt voor rauwe consumptie. En als je dus eens komkommerzaden wilt kopen van bijzondere soorten, let dan wel op termen als bittervrij en zo. Want mooi is erg leuk, maar aan mooi heb je niets als het niet lekker is. Goed, als het niet lekker is, kun je ze inderdaad altijd nog inmaken.
Pas ook op want er zijn ook een aantal Cucumis-variëteiten die zo bitter zijn dat ze niet eetbaar zijn, de zogenaamde "sierkomkommers"; vaak gaat het dan om kleine ronde of halfronde komkommers met zachte stekels en/of streepjes of vlekjes. Zeer decoratief op de "oogsttafel" en in bloemstukken, redelijk lang houdbaar ook......maar werkelijk niet te eten! En ik kan het weten want nogal eigenwijs en ze dus ooit eens geproefd.......en daarna 3 liter water gedronken :-)
De eetbare komkommers zijn er niet in heel veel bijzondere vormen, uiteindelijk zijn ze rond of langwerpig en alles wat daar tussen in zit. Daarentegen zijn er juist wel veel mooie kleuren; donkergroen, lichtgroen, wit, geel, oranje.
Het blad van komkommer is donkergroen, behaard en groot en diep ingesneden. Als je komkommerplanten over de grond laat kruipen, zul je kromme en gebogen komkommers oogsten, als je mooie rechte komkommers wilt oogsten, zul je moeten zorgen dat ze kan klimmen. Mooi over een pergola of langs een hekwerk.
Wat valt er nog meer te zeggen over een komkommer; ze is mooi, erg lekker, er zijn meerdere bereidingswijzen, de plant is mooi, klimt of kruipt, de kleine bloemetjes zijn geel, en.....oh ja, ze geeft een enorme opbrengst. Ook leuk. Als je 2 of 3 planten poot, kun je bijna elke dag een komkommer oogsten. Als je echt komkommers wilt telen voor de hoeveelheid oogst, moet ik je wel de saaie langwerpige donkergroene komkommer aanraden die geënt is. Geënte komkommers krijg je niet "aangegeten". Van 1 plant kun je wel 50 tot 100 komkommers oogsten.Wordt het toch tijd dat ze daar ook eens leuke komkommers in wat andere kleuren gaan enten.
Voorbeelden van komkommers:

Kroot
Ook wel rode biet genoemd, maar zelf opgevoed met de naam "kroot". Ze is familie van de snijbiet, en je kunt van de kroot ook het blad eten, maar de kroot zelf vind ik lekkerder. Als ik het blad wil eten, neem ik dan weer liever snijbiet (die ook erg mooi is, kijk daarvoor maar bij "Snijbiet".
En waarom een kroot ook wel rode biet wordt genoemd? Omdat we waarschijnlijk vooral en alleen de rode kroot kennen. Maar er zijn ook witte kroten, en wit met rode kroten, en oranjegele kroten. Erg decoratief. En er zijn ook wat verschillende vormen; rond, platrond en langwerpig. En dan nog het blad, dat is mooi groen met donkerrood. Sommige soorten hebben groener blad, sommige soorten hebben roder blad.
En dan nog de smaak; er is zoet, zoeter en zoetst :-) Pas wel een beetje op voor de soorten die, als ze wat ouder/groter zijn, wat vezelig kunnen worden. Dat is minder smakelijk, die soorten moet je wat jonger oogsten.
Er zijn ook zomerkrootjes en herfstkrootjes; de zomerkrootjes zijn na het koken veel lichter en feller rood dan de herfstkrootjes. Leuk om in gedachten te houden als je er salade van wilt maken. Eerlijk gezegd, ik vind ze zelf het lekkerst gekookt, geraspt en dan met verse eigen biologische aardappeltjes, een gebakken en een rauw vers uitje uit eigen tuin, en een tartaartje of speklapje. En de kleine krootjes die niet meer willen groeien in de herfst maak ik in in een soort zoetzuur maar dan zeer pittig, geleerd van een Surinaamse tuinbuurvrouw. Verse krootjes in de zomer uit eigen tuin is één van de lekkerste groente die er is!
Voorbeelden van krootjes:
Paprika's en pepers
Waarom ik die in 1 adem noem? Omdat ze tot dezelfde familie behoren. Wij Nederlanders hebben er 2 aparte namen voor, Belgen bijvoorbeeld noemen ze meestal allebei Peper, en dan zoete Peper en hete Peper. Amerikanen en Engelsen noemen ze Pepper, en dan Sweet Pepper (soms Sweet Bell Pepper) en Hot Peper. En ze lijken qua teelt ook veel op elkaar, hoewel de peper vaak nog iets meer warmte nodig heeft en het blad van pepers iets smeller is dan dat van Paprika's. Maar uiteindelijk behoren beide soorten tot de Capsicum annuum, hoewel er nog wel een aantal andere Capsicumsoorten bestaan (allemaal Pepers; chinense, pubescens, etc.). En er bestaan rassen waarbij het onduidelijk aan het worden is wat Paprika of Peper is. Bijvoorbeeld de Papri Queen, langwerpig als een peper maar dan zoet, maar soms zit er ook één tussen waarvan het vruchtvlees wel zoet is, maar de zaadlijsten heet zijn.
Er bestaan talloze kleuren, maten en vormen. En vooral bij Pepers zijn er ook nog soorten waarvan het blad witbont is, of paarse nerven heeft, etc. Er bestaan witbloeiende variëteiten, maar ook lila- en paarsbloeiende variëteiten. Hoge planten, lage planten. Maar allemaal hebben ze glanzend lancetvormig blad (Papria's hebben wat breder blad). En soms ook meerdere kleuren vruchten aan 1 planten.
Oftewel, de Peper en Paprika is een omvangrijk soort met zeer smakelijke vruchten die uiteenlopen van zeer zoet via licht pittig tot zeer scherp van smaak. Ik zou zeggen.....als je vruchten koopt (of zelf teelt) die niet gewoon bij de supermarkt vandaan komen, proef ze dan eerst eens voorzichtig......je weet maar nooit :-) Want er bestaan Pepers die eruit zien als Paprika's en er bestaan Paprika's die eruit zien als Pepers. In ieder geval altijd kleurrijk en smaakvol.
Jammer dan dat ze het hier in Nederland te koud vindt. Dat is gedeeltelijk zo, maar vergeet niet dat er ook een redelijk aantal soorten zijn die het ook in ons koele klimaat goed doen. Zorg altijd wel voor het allerwarmste, zonnigste en beschutste plekje dat je kunt vinden. En kies dan de rassen die "vroeg" zijn; hoe korter de gemiddelde teeltduur, des te meer kans heb je op een goede oogst in de buitenlucht. Onder glas kun je elke pepersoort telen die je wilt, hoewel sommige soorten dan in juli al zullen rijpen, en sommige soorten pas in september.
Voorbeelden van bijzondere Paprika- en Pepersoorten
Radijs
Nou, wat moet er nog over radijs gezegd worden; altijd lekker. Op een boterham met kaas, door de sla, zo uit het vuistje. In ieder geval altijd rauw, en wist je dat je het blad ook kunt eten, lekker om er wat van door de sla te mengen. En je kunt radijs ook als kiemgroente kopen, erg pittig!
Wat vreemd toch dat je in de supermarkt rode radijsjes in een bosje kunt kopen. Als ik verse radijs uit eigen tuin pluk en ik verwijder niet direct het blad, gaat de plant ademen en worden al binnen 2 uur de radijzen helemaal zacht. Dus als je uit je eigen tuin radijsjes wilt oogsten, "draai" dan gelijk het loof er af, dan blijven de radijsjes veel langer goed. En daarbij vraag ik me dan gelijk af wat er met de supermarktradijs wordt gedaan zodat die dagenlang knapperig blijven....met loof er nog aan?!?
En radijsjes kun je altijd zaaien, elke keer een rijtje tussen andere groenten of bloemen in. Ze nemen niet veel ruimte in, en de teelt van radijsjes gaat erg snel, binnen 5 of 6 weken heb je verse radijsjes. En zoals met bijna alle groenten die ik in dit hoofdstuk noem, zijn er ook hier weer andere kleuren en vormen dan, in dit geval, de bekende rode rondjes. Er zijn langwerpige en halfronde soorten, kleine radijsjes en reuzenradijzen. Rode radijzen, groene radijzen, witte radijzen, paarse radijzen, roze radijzen, rood met witte radijzen. Allemaal even lekker.

En uiteindelijk kun je ook Daikon / Rammenas bij de radijzen rekenen; aan de smaak proef je hoe verwant ze zijn. En die heb je dan ook weer in het rond en langwerpig (maar meestal veel groter), wit, zwart, roze, groen, etc. De Rammenas is zeer geschikt voor winterteelt onder koud glas, heb je al in het vroege voorjaar pittige rauwkost.
Één maar; radijs is wel familie van de koolsoorten, zaai ze dus elke keer op een andere plekje in je tuin, anders kunnen er ziekten als knolvoet optreden. En daarnaast is op onze vette klei de zomerteelt niet echt succesvol; vaak aangevreten (en dat is dan net niet mooi in de Mooie Moestuin), soms voos of harig. Maar op zandgrond zul je daar minder last van hebben. En heb je ook vette klei, dan blijft er altijd nog een heel voorjaar en een stuk herfst over! En natuurlijk Rammenas in de winter.
Voorbeelden van radijssoorten:
Sla
Je kent vast wel de kropsla en de ijsbergsla. Die kun je allebei in de winkel kopen.
En soms ook nog wel eens een kropje Lollo Rosso.
Maar ken je pluksla, snijsla, molsla, krulsla, eikenbladsla, etc.? Soms met lange bladeren, soms in een kropvorm, soms gekruld of gekroesd, en natuurlijk in verschillende groene, rode, bruine en gevlekte tinten. Allemaal even lekker, de één wat malser, de ander wat knisperiger. Heerlijk om een kropje uit de tuin te snijden als je plotseling vrienden op viste krijgt die blijven eten. Of wanneer je besluit de barbecue aan te steken en snel een frisse, mooie en smakelijke salade erbij wilt maken.
En nog leuker om een paar kropjes te snijden om een salade te maken in een mooie kleurenmix. En het leuke is; als je elke maand een paar zaden zaait, kun je van mei tot november je eigen kropjes sla snijden uit eigen tuin. Elke keer weer verse groene blaadjes. En ook nog mooi
in de siertuin, die verschillende bladvormen en bladkleuren tussen andere
planten in. Of in combinatie met eetbare bloemen als bijvoorbeeld
Calendula officinalis
Er bestaan enorm veel rassen in mooie kleuren.
Voorbeelden van mooie en lekkere sla-rassen
Bronze Arrow (roodbruine eikenbladsla)
Forellenschluss (groene sla met roodbruine spikkels (foto rechtsonder)
Edox (glanzend roodgroene zachte kropsla (foto rechtsboven)
Lollo Bianco (groene krulsla)
Sioux (rode ijsbergsla)
Snijbiet
Ooit van gehoord? Waarschijnlijk wel, maar ook ooit gegeten? Zelf nog nooit in een winkel gezien. Blijkbaar niet rendabel? Geen idee. Maar wij hebben haar zelf ook pas een paar jaar geleden ontdekt. Als ik wel eens zaden ervan zag, had ik het idee dat het een niet zo bijzondere bladgroente was. Maar sinds we het één keer toch hebben geprobeerd, zijn we er zo'n beetje aan versslaafd! Alle voordelen van Snijbiet:
Wat wil je nog meer?! Wat jammer dat deze groente niet bekender is. Wij eten trouwens de bladeren. In België worden ze vaak juist niet voor de bladeren geteeld, maar voor de bladnerven die gestoofd wat naar asperges zouden smaken? En ook wel eens recepten gezien van geroerbakte snijbiet. Dus zowel de grote bladnerven als het blad zelf is eetbaar
En dan het uiterlijk: er is gewone groene, maar er zijn ook bijzondere felle kleuren, meestal in een mix verkocht. Prachtige planten die tot in de winter mooi blijven, zolang er niet al te veel vorst is. Hier zelfs wel eens een winter overleefd. Maar ze is geen vaste plant, uiteindelijk zal ze na de winter rond april in bloei schieten, zaden maken en afsterven. Dus elk jaar in maart zaaien en vervolgens tot november van plukken. Als je er trouwens eens meer informatie over wilt zoeken (behalve dat wat al bij mijn groententeeltbeschrijvingen wordt geschreven): in Engeland en Amerika wordt ze Swiss Chard genoemd, in België Warmoes.
Voorbeelden van snijbiet:
Tomaten
Nou, wat moet ik daar nou nog over zeggen. Ik heb niet voor niks zelf meer dan 200 soorten in bezit :-) Tomaten smaken naar zomer. En er zijn prachtige soorten. Niet de gewone slechts halfrijpe lichtrode soorten die je in de winkel kunt kopen. Maar ze zijn er in het groen, crème, geel, oranje, rood, rozerood, paarsbruin en alle kleuren daartussenin. En in effen kleuren, maar ook met streepjes, vlekjes, een groene rand bovenop, etc. En in diverse formaten en vormen. Het gros daarvan heeft wel veel warmte en zon nodig om op tijd rijp te worden. De late soorten zijn meer geschikt voor onder glas. Maar als je tomaten buiten wilt telen (op het warmste eb zonnigste plekje dat je hebt) kies dan de soorten die een teeltduur van minder dan 90 dagen hebben. Hoe korter de teeltduur, des te meer is dat tomatenras geschikt voor buitenteelt.
En dan de vormen; er zijn soorten die je langs een stok leidt en moet dieven, waardoor je hoge smalle planten krijgt. Maar er zijn ook soorten die struiktomaat worden genoemd en waar je niets aan hoeft te doen, ze vormen vanzelf een brede volle struik waar aan genoeg tomaten hangen. Het is voldoende om af en toe wat blad weg te halen om licht bij de tomaten te brengen zodat ze kunnen rijpen. En dan zijn er nog de minitomaten; deze hoeven ook niet gediefd te worden, ze blijven heel laag (tot 40 centimeter) en vormen zo een klein struikje, met meestal cherrytomaten. Zeer geschikt voor de buitenteelt, en ook erg leuk om in pot te kweken (op balkon of terras.
Voorbeelden van bijzondere soorten (er zijn ruim 7000 soorten!):
Nou, en zo kan ik er nog wel honderd benoemen. Tomaten hebben ook vaak net een andere smaak, sommige zijn zoet, sommige juist fris met een zuurtje, soms met veel sap, soms met veel vlees, etc. En er zijn ook nog wat verschillen in het blad, ook niet onbelangrijk in de mooie moestuin; naast het gewone tomatenblad zijn er nog soorten met varenblad (fijn blad), aardappelblad (grof en grofgetand), en nog wat andere soorten als rugosablad en angorablad. En dan zijn er nog soorten met bijvoorbeeld harig zacht blad (Fuzzy Wuzzy), en soorten met heel zachtbehaarde vruchten (bijvoorbeeld Pink Peach).
Voor elke wat wils dus. En eerlijk gezegd, niets lekkerders dan door je tuin te lopen en een rijpe tomaat plukken die nog half warm is van de zon!
bekende wedstrijd is die van de grootste ui. Speciale rassen worden ervoor gebruikt (zie bij rassen), en die uien kunnen echt enorm worden. Ik hoop dat we ook in Nederland eens de mooiste Lathyrus, de grootste ui, de grootste pompoen, de langste snijboon, etc. in wedstrijdjes gaan doen. Of tentoonstellingen. Lijkt me erg leuk om met andere tuinliefhebbers bijvoorbeeld tomaten te proeven, zaden en planten uit te wisselen, etc. En kletsen over je grootste hobby :-) Worteltjes
Worteltjes zijn langwerpig en oranje. Op zandgronden dan, bij ons zijn ze vaak stomp en gevorkt (meerdere vertakkingen in de wortel zelf) doordat de wortel niet zo goed door de zware grond kan groeien. Maar dat vinden we niet erg, want ze zijn wel erg lekker. Lastig schoon schrappen, dat wel :-) Maar gekookt, gestoofd, rauw door salades. En bij voorkeur zo uit de grond trekken, even schoonmaken en lekker op knabbelen.
En ook deze groenten zijn er weer niet alleen in oranje en langwerpig. Er zijn grote, kleine, langwerpige en ronde soorten en ook witte, gele, rode en paarse variëteiten. Lekker en mooi, want het frisgroene fijn geveerde blad is altijd mooi tussen bloemen en andere planten in. Redelijk makkelijk te telen, lang van te oogsten, en redelijk lang te bewaren. Maar ook hier weer het verhaal als ook bij de radijs; als je worteltjes hebt geplukt, draai dan ook het lof er weer gelijk af. De worteltjes "lopen dan niet leeg", blijven stevig en knapperig, en zijn langer te bewaren.
In winterpeen zijn kleurtjes of andere vormen minder bekend. Er zijn wel grote en kleine soorten, spitsvormig of stompvormig, en in diverse tinten oranje. Er bestaat ook nog een gele vorm; de Lobbericher Gele. Zelf nog nooit geprobeerd, ik heb altijd de Flakese 3 geteeld, een grote donkeroranje stompvormige winterpeen met een grote opbrengst.
De kleurtjes zijn dus vooral voor de zomerwortelen, blijkbaar....misschien verandert dat nog eens. Paarse hutspot, zou het lekker zijn?

Voorbeelden van mooie worteltjes