Over zaaien……
Zaaien is niet altijd even gemakkelijk!
Zo, die is alvast gezegd.
En ik wilde dat iemand die zin lang geleden al tegen mij had gezegd, hoewel de grote vraag dan weer is of ik er wel naar geluisterd had. Want ik ben altijd gezegend geweest met eigenwijsheid en ongeduld, 2 eigenschappen die, heb ik ervaren, funest zijn voor het opkweken van planten.
Wat een geld heb ik verspild met het kopen van zaden die ik heb gezaaid en waarvan nooit plantjes zijn opgekomen. Vreemd, want zaaien is toch simpelweg een zaadje in de grond duwen, met aarde bedekken, water geven en wachten tot het plantje opkomt en groeit?
Soms wel ja, we moeten deze soorten koesteren om hun vermogen zich aan te passen aan mensen als ik. Maar meestal heten deze soorten onkruid, en dat heten ze niet voor niets: ze bezitten het vermogen om werkelijk overal en onder alle condities te kiemen en te groeien; op droge arme zandgronden en rijke natte kleigronden, in zon en schaduw, tussen straatstenen en tegels, in weer en wind. Misschien niet in de winter (maar sommigen wel hoor), maar dan blijven ze lekker liggen tot de eerste zonnestraal ze in februari een “kiemzetje” geeft.
Maar de soorten die we zelf graag willen omdat ze nou eenmaal wat mooier zijn dan het gemiddelde onkruid en wat minder de neiging hebben om zichzelf vervolgens op welke manier dan ook in snel tempo te vermeerderen, hebben meestal wel wat meer zorg nodig. Voor, tijdens en ook na het kiemen.
Dus mocht je zelf nog niet zo veel ervaring hebben met zaaien (of wel maar ben je net als ik altijd benieuwd naar de ervaringen van andere mensen), lees dan vooral het onderstaande over zaaien, verspenen, opkweken, en planten. Geen volledige verhaal over hoe je een zaadje moet zaaien maar algemene tips die het zaaien ongetwijfeld een stuk succesvoller (en daardoor ook aangenamer) maken.
Bespaar jezelf de fouten die ik ooit heb gemaakt!
Verder zijn er nog een aantal "hulpmiddelen" die de zaden kunnen helpen beter te kiemen, zoals meer licht (lichtkiemers), meer koude (koudekiemers), meer verwering door het klimaat (scarificatie), etc. Kijk voor deze wat meer bijzondere technieken bij bijzondere kiemers
Maar lees vooral eerst hieronder de algemene tips!
Zaden………..zaaien
Tip 1: Lees de achterkant van het zakje
Ongetwijfeld staat er, zeker bij de in de reguliere zaadhandel gekochte zaden, een zaaibeschrijving achterop het zakje. En houd ook een beetje rekening met die informatie. En eventueel zoek je op internet of in boeken nog even de mening van een andere zaadhandel. Later leer je vanzelf te spelen met zaaimomenten, etc. maar als beginner houd je bij voorkeur het advies van de kweker aan.
Tip 2: Zaai niet het hele zakje in 1 keer
Oftewel; spreid je kansen. Als er 50 zaden in een zakje zitten, zaai er dan 10 of 15. Mocht er door welke reden dan ook geen kieming (of voortijdig bezwijken van het kiemplantje) plaatsvinden, kun je het nogmaals proberen. Op is op, en dat is erg jammer. Zelf wel eens 2 zaadjes geruild met iemand. Maar uiteindelijk wel 1 van de 2 zaadjes opgekweekt tot een volwassen plant. Hoera!
Nog een kleine tip: zaai niet te diep. Als je een zaadje zo ver onder de grond stopt dat ze gekiemd en al niet meer boven kan komen, houdt alles op. Zaai zaden niet dieper dan 1-3 x hun eigen grootte. Dek ze af met wat grof zand en geef matig water tot een zaailing is opgekomen.
Tip 3: Begin bij het begin
Ga nou niet gelijk bginnen met lichtkiemers, onregelmatige kiemers, koudekiemers, etc. Begin gemakkelijk, met soorten die niet al te veel bijzonderheden hebben rond het zaaien. Lastig is dat veel zaadleveranciers je dat niet vertellen. Die denken; als je maar zaden koopt. Niet handig van ze, want als je zaden koopt die niet kiemen hebben ze je 1 keer zaden verkocht, maar dat doe je waarschijnlijk niet nog een keer. Kwalitatief goede zaadleveranciers geven wel aan wanneer zaden onregelmatig kiemen of koudekiemer of zo zijn.
Kleine tip: begin met éénjarigen, vaak veel makkelijker te zaaien dan vaste planten of heesters, kiemen sneller (omdat ze in 1 jaar moeten kiemen, groeien, zich vermeerderen en sterven). Haastige planten dus die het zich niet kunnen veroorloven al te moeilijk te doen. Doe daar ervaring mee op en probeer daarna eens wat anders.
Tip 4: Beheers je!
Altijd mijn allergrootste fout geweest. Er is begin maart een heerlijke week met mooi weer en een wat hogere temperatuur dan normaal. Kriebel, kriebel, geen zelfbeheersing en voor je het weet loop je met je veel te vroeg gezaaide zaailingen heen en weer van buiten naar binnen en terug bij kans op nachtvorst of een plensbui.
Dat is dan nog niet eens zo erg, maar je kweekt er zwakke ziekelijke planten mee, omdat ze zeer wisselend opgroeien, vaak te donker en te koud, en dan vervolgens in een kamer waar het dan weer te warm is, etc. Deze planten zijn vaak gevoeliger voor ziekten, schimmels, etc. Echt waar, niet doen en wachten tot het juiste moment. Maar ik geef toe, dat valt niet mee. Dit jaar nog met 300 tomatenplanten staan tobben (en lopen verhuizen dus) toen ze in april al 25 centimeter hoog waren en er op de valreep begin mei nog een late nachtvorst kwam.
Tip 6: Bezuinig niet op materiaal
Zorg dat je de zaden die je wilt zaaien kwaliteit biedt: gebruik geen al eerder gebruikte grond, maar goede nieuwe potgrond. Er is ook speciale zaai- en stekgrond op de markt, behoorlijk prijzig maar als je niet zo heel veel gaat zaaien, wellicht ook een optie. Ik zelf vermeng goede kwaliteit potgrond graag met een derde deel brekerszand (een grof soort zand dat de potgrond wat verluchtigt). Vergeet niet om de grote grove stukken eruit te verwijderen. Zeven zou handig kunnen zijn, maar vaak is de grond daar dan weer te vochtig voor.
Gebruik goede potjes, mijn voorkeur ligt bij 9 x 9 centimeter hard plastic potjes. Maar het voorzaaien doe ik zelf graag in zaaitrays. Ik heb ze van hard PVC met 4,5 x 4,5 centimeter vakjes en met 2 x 2 centimeter vakjes. Ruimtebesparend, gemakkelijk in het gebruik, duur in aanschaf (de mijne kosten € 10,00 per stuk) maar wel een lange levensduur, en overzichtelijk. Let wel op dat je de zaailingen op tijd verspeent omdat ze in de zaaitrays niet veel ruimte krijgen om wortels te maken. Ik heb mijn zaaitrays jaren geleden bij Het Vlaams Zaadhuis gekocht ( www.vlaamszaadhuis.com ), maar wellicht dat er in Nederland nu ook goede zaaitrays te koop zijn.
Om de zaden af te dekken gebruik ik zelf hetzelfde brekerszand wat ik ook in de potgrond meng. Het laat wat lucht, licht en vocht door, maar blijft niet kletsnat. Bovendien heeft fijn zand de neiging groen te worden en een harde laag te vormen. En potgrond is binnen de kortste keren bedekt met mos.
Ervaring leert wat je zelf het prettigst vindt. Probeer eens wat uit en bepaal dan wat je zelf het prettigst vindt werken.
Tip 7: Labelen
Als je 1 of 2 soorten tomaten wilt kweken ga je nog wel onthouden wat wat is, maar ik ben zelf niets meer zonder mijn labels (ongetwijfeld door het grote aantal soorten groenten en bloemen, en wellicht ook een beetje door de alsmaar voortschrijdende leeftijd).
Ik schrijf alleen de naam in Latijn erop, dan weet ik wel wat wat is, maar je kunt eventueel ook nog hoogte of kleur erop proberen te kriebelen. Wat je erop kunt kriebelen hangt veel af van de naam: Salvia regeliana gaat makkelijker dan Matthiola incana Cinderella Antique Pink, maar ik kort ook graag af naar voor mij begrijpelijke termen.
Er zijn bij diverse tuincentra/zaadhandels uiteraard labels te koop, vaak behoorlijk prijzig en niet altijd even langlevend (die plastic dingen in ieder geval niet). Zelf kijk ik bij de plaatselijke Gemeentewerf (vuilstort), als ik er toch moet zijn, altijd even of er wat weggegooide verticale lamellen liggen. Die sop ik netjes schoon en knip ze in horizontale repen. Enorm veel plantlabels van goede kwaliteit!
Beschrijf ze vervolgens niet met een gewone vilstift, en binnen de kortste keren kun je niet meer lezen wat er staat (eigenlijk staat er ook niets meer). Ik zweer de laatste jaren bij de CD/DVD-writers, watervaste dunschrijvende stiften die op een label precies een heel seizoen goed te lezen zijn. Daarna kun je de labels met ouderwets sop en borstel schoonboenen en zijn ze het jaar daarop ook weer te gebruiken (en je kunt ze natuurlijk aan beide kanten beschrijven, ook handig).
Tip 8: Koop wat je wilt maar niet te veel
Het is erg leuk als je, bijvoorbeeld tijdens vakantie, voor een zacht prijsje leuke zaden kunt kopen. Kijk vooral eerst naar de houdbaarheid van de zaden, het is mij al eerder gebeurd dat ik me door zo’n leuke aanbieding liet verleiden maar vervolgens nooit een plantje kon kweken omdat de zaden al bijna verjaard waren.
En koop niet te veel zakjes tegelijk. Want alle zaden hebben een beperkt kiemvermogen. Voor veel bloemen en groenten ligt die kiemkracht nog wel ergens tussen de 2 en 4 jaar, maar bijvoorbeeld uien zijn slechts 1 jaar kiemkrachtig. Het jaar daarop zal nog niet de helft van de zaden ui worden (daarom worden in mei uienzaden voor heel weinig verkocht; je bent te laat om ze nog te zaaien en volgend jaar heb je er niet veel meer aan).
Overigens heeft het kiemvermogen ook veel te maken met de manier waarop zaden zijn verpakt en onder welke omstandigheden bewaard. Ik ben zelf wel eens een zakje zaden vergeten mee naar huis te nemen. neem van mij aan dat zaden die in een open zakje 3 maanden lang in een kas liggen (waar het ’s zomers heel gemakkelijk 50 – 55 graden wordt), gewoon weggegooid kunnen worden.
Tip 9: Maak een planning
Niet geschikt voor mensen die 2 of 3 soorten willen zaaien. Maar ik zelf gebruik de wintermaanden om alvast uit te zoeken wat ik in het voorjaar wil zaaien. Lekker neuzen in de tomatensoorten; welke kleuren, vormen en smaken, etc. Welke éénjarigen, welke vaste planten moeten nog gezaaid worden, welke klimmers, paprika’s, bonen, etc. Wat ga ik in die nieuwe pot op de tuintafel zetten? En wanneer moet dat ook alweer gezaaid worden?.
Voor je het vergeet ben je te laat om de aardappelen te poten, of ben je de knoflook vergeten, of heb je een lege pot op je terras die bedoeld was voor een speciale soort, maar je bent te laat. Ik gebruik graag een weekkalender om de soorten die ik wil zaaien op te schrijven. Hangt in de keuken, kun je niets vergeten of te laat mee zijn.
En hier links zie je mijn manier om zaden te bewaren. De gelabelde zakjes doe ik in een systeem dat ook gebruikt wordt voor schroefjes en spijkers en zo.
Kun je je voorstellen dat er meer dan 200 soorten tomaten in dit opbergsysteem zitten? En dan nog eens ruim 40 soorten aubergines, paprika's en pepers. En ze neemt niet meer dan 40 x 30 x 20 centimeter in beslag. En een stuk overzichtelijker dan een volgestorte schoenendoos.
Over zaailingen
Tip 11: Verspeen voorzichtig
Eerlijk gezegd, ik hou niet van verspenen. Ik vind het allemaal zo dubbel werk. En een hoop gepriegel (en dat is niet erg maar bij Tip 10 heb je ook al zitten priegelen).
Eigenlijk verstaan we onder verspenen meestal het gepeuter met een mesje in een bakje met zaailingen om heel voorzichtig babyplantjes met 4 blaadjes en slechts 3 miniworteltjes van elkaar af te friemelen en proberen op te potten in een wat grotere potje. Niks voor mij; ik vind dat je heel snel zaailingen beschadigt, dat ze daarna behoorlijk lang tijd ndig hebben om zich van dat verspenen te herstellen.
Maar verspenen schijnt toch ook gewoon de methode zijn waarbij je slechts 1 tot 3 zaden per potje zaait. En dat is mijn favoriete manier. Want dan is er ruimte genoeg in het potje om te groeien. Van de 2 of 3 opgekomen zaailingen, knip ik met een nagelschaartje uiteindelijk de andere zaailing(en) weg tot ik één mooiste, gezondste zaailing over heb. Mocht het potje wat te klein zijn geworden (zoals bijvoorbeeld in de zaaitrays) pot ik ze over in wat grotere potjes met verse potgrond. Minder risicovol, de plantjes zijn vaak al groter, sterker en beter beworteld als je ze “overpot”.
Ik vind dit duidelijk de prettigste manier, maar laat je er niet van weerhouden zelf het verspenen op allebei de manieren eens te proberen.
Wil je het eens op de eerstgenoemde manier proberen: dan kan ik adviseren dun te zaaien in een bak met voldoende diepte en een goede waterafvoer. Verspeen met behulp van een mesje, en zorg dat je de met aarde gevulde potjes en wat water alvast klaar hebt staan om zaailingen niet langer dan noodzakelijk te laten liggen zonder aarde en vocht. Verspeen vooral ook op tijd, als alle zaailingen al veel wortels hebben gemaakt zul je die wortels weer moeten beschadigen om de zaailingen van elkaar te scheiden. Maar ook weer niet te vroeg, want dan hebben ze bijna nog geen wortels. Lastig dus, dat verspenen.
Tip 12: Geef genoeg water maar niet teveel
Bij te weinig water bestaat de kans dat de zaailingen even helemaal zonder vocht zitten en pardoes de geest geven, zulke jonge tere plantjes hebben nou eenmaal nog vaak een heel klein beetje vocht nodig (net als mensenbaby’s die elke 3 uur een flesje moeten hebben).
Als je babyplantjes echter te veel water geeft zullen ze het ook begeven; vaak door dan ontstane schimmels of rotting van de wortels. Dus de kunst is: geef water, matig maar voldoende en laat vooral de zaailingen niet uitdrogen maar ook niet in kletsnatte grond staan.
Klinkt heel simpel maar uit ervaring kan ik je vertellen dat het betekent dat je vaak moet controleren of de zaailingen alweer water nodig hebben. En de aarde kan niet zo sneel kletsnat worden wanneer je door de potgeond weer wat grof zand hebt gemengd. Terwijl ik bij fijn zand juist het idee heb dat zich het een soort “plaat” vormt waar slecht water door afgevoerd wordt en wat hard wordt wanneer het uitdroogt.
Tip 13: Houd de zaailingen op de juiste standplaats
Ook ik heb niet zo veel ruimte in huis. Maar zaailingen die op de grond onder een vensterbank staan gaan niet gezond groot worden. Zaailingen hebben net als mensen lucht en licht nodig (en voeding en vocht, maar voeding zit er in ieder geval voor die paar weken voldoende in de potgrond en vocht hebben we het bij Tip 12 al over gehad).
Wel eens vragen van tuinburen gehad of het normaal was dat hun zelfgezaaide boerenkoolplantjes op van die rare hoge steeltjes stonden. Nee, dat is niet gewoon, te donker gestaan. Niet zo raar; plantjes die niet genoeg licht krijgen gaan omhoog, op zoek naar licht. Zet zaailingen dus altijd in een zo licht maar relatief koele (niet koude!) ruimte, bij voorkeur voor het raam (oh wat heerlijk om een kas te hebben waar vanaf 5 kanten licht komt). Maar dan vooral in het begin niet in de volle zon, en ook niet al te warm.
Een plaatsje in een vensterbank van een onverwarmde slaapkamer is het meest ideaal. Al het andere is eigenlijk een beetje behelpen. Dus het blijft een beetje improviseren om de jonge plantjes de beste standplaats te geven.
Tip 14 Plant plantjes niet te vroeg uit.
Van mijn familie al vroeg geleerd wat IJsheiligen is en wat het voor tuinmensen betekent; plant je niet- winterharde plantjes niet uit voor 12 mei. Onofficieel is dat de laatste dag dat er vorst zou kunnen zijn. Dus het komt niet op een dag aan maar het is wel een mooie leidraad. Bij ons gaat op die datum nog net de vlag niet uit, maar het scheelt weinig.
Soms zie je mensen begin april al Vlijtige Liesjes uitplanten in de tuin, bij de eerste warme zonnestralen. Gedoemd te mislukken. Want alles heeft een tijd van komen en voor deze Liesjes ligt die tijd nou eenmaal niet vóór de laatste maand van de lente.
Maar ook met winterharde vaste planten moet je nog wel een beetje oppassen, hoewel het me ondertussen wel duidelijk is dat jonge plantjes oersterk zijn en beter tegen vorst kunnen dan wij denken. Maar het gaat vaak om de overgang; binnen warm opgekweekt en dan zo de ijskoude grond in, klinkt niet goed. De oplossing: afharden van de planten:
Probeer de warm opgekweekte planten steeds meer aan de nog steeds koude buitentemperatuur te wennen door ze eerst overdag in het zonnetje buiten te zetten en ’s nachts weer binnen te halen. Ideaal is een kasje of platte bak die je als tussenstation voor je jonge planten kunt gebruiken. Maar als je daarover niet beschikt dichtbij je huis in de zon zetten, een beetje beschut tegen weer en wind. En bij vorst toch maar weer een nachtje naar binnen. Zo kunnen ze langzaam wennen aan “de buitenwereld”.
Tip 15 Vertroetel ze, maar niet te veel!
Nou, en als dan eindelijk de plantjes zo groot en sterk zijn dat ze de grond in mogen, of als het weer het eindelijk toelaat, plant ze dan goed. Niet met kunstmest of andere rommel, gewoon een plantgat graven, beetje potgrond erin voor de eerste voedselbehoefte als de wortels zelf nog niet op zoek kunnen gaan.
Geen bemeste tuinaarde; kans is groot dat je de wortels van de plant ermee “verbrandt”, bemeste tuinaarde is nogal scherp spul. Dus een gaatje, een schepje potgrond erin, het plantje erin, beetje tuingrond erbij en goed aandrukken. En tot slot een slokje water, kunnen ze lekker “vastgroeien”. Tot dusver niet zo moeilijk. Eigenlijk het makkelijkste van allemaal.
Tip 16 Hou ze in de gaten!
Heb je ze zo netje opgekweekt en uiteindelijk geplant, en nu ben je een week lang vergeten ze water te geven, en het heeft niet geregend, dan ben je ze kwijt. Oftewel, hou ze in de gaten. Of er wel wat regen is gevallen, en anders zelf wat water geven. Maar dan weer niet teveel, want je wilt geen luie planten. En als je elke dag maar een slokje water geeft krijgen de planten geen enkele behoefte om zelf op zoek te gaan naar water. En dus hoeven ze geen wortels te maken, want jij zorgt dat ze water dicht bij huis krijgen. En eigenlijk wil je dat ze na een tijdje voor zichzelf zorgen.
Dus verwen ze niet, maar verwaarloos ze ook niet. En houd ze in de gaten. Want soms moet je ze beschermen tegen de boze buitenwereld. Voor een duif niets lekkerders blijkbaar dan een jong pas gekiemd lathyrusplantje. En voor een slak niets liever dan de jongste malste hostablaadjes. Dus moet je soms je tere plantjes beschermen, met wat vliesdoek, wat kiezesteentjes, of wat je zelf dan ook kunt bedenken om hapgrage beestjes van je planten weg te houden. Bij voorkeur niet met gif, maar dat is mijn mening. Zie voor de “bestrijding” van hapgrage beestjes het hoofdstuk “Beestjes in de tuin” (via de homepage).
Tip 17 Laat ze los en geniet ervan
Nou, uiteindelijk kun je dan achterover gaan zitten en na die 2 maandjes van zorgen nog maanden lang genieten van je planten (of misschien wel jaren, als je vaste planten hebt gezaaid).
Erg leuk hoor, met een volle portemonnee de Intratuin binnenstappen en lekker kiezen. Vind ik zelf ook nog steeds leuk. Maar als je eenmaal hebt geprobeerd je eigen zaden te zaaien, te zorgen en groot te brengen en ze belonen je met groei en bloei, dan is dat eigenlijk veel leuker. Want zonder jou was die mooie plant hier niet. Dus je hoort samen met je eigen planten in je eigen tuin. En wie wil dat niet!
En dan nu……..
Uiteindelijk zullen de zelfgezaaide, geplante en grootgebrachte planten je belonen met groei en bloei…..en zaden. Want ook zij willen zich weer voortplanten. En hoe je daar dankbaar gebruik van maakt door zelf zaden te winnen en die vervolgens weer te verspreiden ga ik ook nog eens opschrijven. Maar dat wordt dan weer een nieuw hoofdstuk en daar verwijs ik graag naar als dat klaar is.
Voor nu: veel zaaiplezier!