:: Het probleem van de RAD
 

 

De regeling is bedoeld om het aantal agressieve honden en alle bijbehorende ongevallen en bijtincidenten terug te dringen. Het probleem van de regeling is dat veel ‘pitbulls’ helemaal geen agressief gedrag vertonen. Veel gedupeerde eigenaren hadden de hond als kameraad en familielid. De hond had zijn leven lang nog geen vlieg kwaad gedaan en wordt vervolgens toch ingeslapen. In bijlage 3 zijn enkele krantenartikelen opgenomen, waarin gedupeerde eigenaren aan het woord zijn.

 

Het onderzoek ‘Sociale honden bijten niet’ door het Platform Preventie Hondenbeten (1999) schrijft: 

 

De minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij heeft in een brief aan de Tweede Kamer der Staten Generaal in december 1998 aangegeven dat hij in het kader van de problemen rond agressieve honden invulling wil geven aan een preventief beleid dat het aantal bijtincidenten terug kan dringen.

 

De minister heeft ter vermindering van het aantal bijtincidenten in de eerste plaats gemeend een vijftal rassen aan een voorwaardelijk fok- en houdverbod te moeten onderwerpen. De minister baseert zich hierbij onder andere op de rapportage van het onderzoek van de Stichting Consument en Veiligheid "Hondenbeten in kaart gebracht” (september ’98). Deze maatregel werd door de ‘sector’ als willekeurig en onvoldoende effectief beoordeeld voor de bestrijding van agressie bij honden. De minister heeft daarom op zijn beurt de sector (vertegenwoordigd door de organisaties in het platform) verzocht om een plan te creëren ter bestrijding van bijtincidenten door honden.

 

Het onderzoek 'Sociale honden bijten niet' kun je hier lezen:

http://www.freewebs.com/regelingagressievedieren/SOCIALE HONDEN BIJTEN NIET.doc 

 

De resultaten van het onderzoek 'Hondenbeten in kaart gebracht' zijn hier te vinden:

http://www.freewebs.com/regelingagressievedieren/HONDENBETEN IN KAART GEBRACHT.doc

 

Bij het onderzoek ‘Hondenbeten in kaart gebracht’ staat, naar mijn mening, de betrouwbaarheid van de uitslag ter discussie. De conclusie van het onderzoek is gebaseerd op een gering aantal gegevens. Het onderzoek had slechts 164 respondenten. Het is naar mijn mening niet mogelijk een conclusie te trekken over de agressie van verschillende rassen, met zo weinig gegevens.

 

De onderstaande grafiek geeft aan hoe groot een steekproef moet zijn, afhankelijk van de grootte van de populatie. Aangezien de populatie van de meeste rassen sowieso groter is dan 1000, zou een steekproef per ras uit minimaal 425 respondenten moeten bestaan. Een proef met 164 respondenten voor meerdere rassen is dus veel te klein!

 

 

Bovendien zijn in het onderzoek niet alle honden die onder de RAD vallen betrokken. De Staffordshire Bull Terriër die zonder juiste stamboom ook onder de RAD valt, is niet opgenomen in het onderzoek. Opvallend is bovendien dat in het rapport de American Staffordshire Terriër maar 1x genoemd wordt onder de bijtende honden.

 

Het eerdergenoemde onderzoek ‘Sociale honden bijten niet’ geeft ook een combinatie van omstandigheden aan, die kunnen leiden tot verhoogd agressief gedrag:

 

-         de erfelijke aanleg van de hond

-         de leerprocessen van de hond

-         het voorkomen van uitzonderlijke omstandigheden

 

Volgens dit rapport is er dus wel degelijk zoiets als erfelijke aanleg. Het is echter zo dat de geregistreerde ‘pitbullachtige’ honden, honden zijn waarvan beide ouders met goed gevolg een MAG-test hebben afgelegd. Van de niet geregistreerde honden, bijvoorbeeld kruisingen, wil het echter niet zeggen dat deze agressie van de ouderhonden hebben geërfd. Agressief gedrag komt dan ook, volgens dit onderzoek, voort uit een combinatie van factoren.

 

De vraag is dus; is agressie wel rasgebonden?

  

Bron: http://www.dogweb.nl/bijtincidenten.html

Bron: http://www.dierenbescherming.nl/downloads/docs/sociale%20honden.doc

Bron: http://www.dierenbescherming-nijmegen.nl/actueel/veiligheid.html#ras




:: Deskundigen; erfelijke agressie
 

Genetische- en overervingsfactoren spelen een belangrijke rol in agressie. Geselecteerde fokken zoals Dobermans, Akitas en Rottweilers worden verondersteld agressiever te zijn dan Golden Retrievers en Labrador Retrievers. Verschillende Terriërs werden vroeger speciaal gefokt om klein ongedierte te doden.

Bron: http://www.lisar.com/infotheek/africhting/agressie.html

 

‘Pitbulls zijn jarenlang gebruikt en geselecteerd als vechthond, hierdoor zijn ze oersterk en onvoorspelbaar in hun gedrag’, aldus één van de pitbullexperts in dienst van LNV.

 

Bron: http://www.canecorsoclub.nl/regeling_agressieve_dieren.htm

 

De ‘sector’ vertegenwoordigd door het Platform Preventie Hondenbeten schrijft in het onderzoek ‘Sociale honden bijten niet’, dat agressie voortkomt uit een combinatie van factoren; een hond neigt sterker tot agressief gedrag (mogelijk leidend tot een incident) naarmate:

 

-         De erfelijke aanleg van de hond ongunstiger is

De erfelijke waarschijnlijkheid wordt bepaald op het moment van conceptie. De fokker is de verantwoordelijke voor de keuze voor een bepaalde oudercombinatie en vormt daarmee de doelgroep voor de preventie van ongunstige erfelijke predisposities (erfelijke aanleg).

-         De leerprocessen die de hond onderging minder adequaat zijn

Het leren van de hond is in feite het conditioneren van gedragsresponsen op allerlei situaties. Adequate leerprocessen bereiden de hond voor op het vertonen van gewenst gedrag onder de meest ‘gewone en te verwachten’ omstandigheden.

Hoewel de hond in principe zijn gehele leven in staat is leerervaringen op te doen, is met name de eerste fase van zijn leven, 'de socialisatie', de meest invloedrijke. In het leven van de hond zijn de eerste weken/maanden essentieel voor de verdere ontwikkeling. In deze periode leert de pup niet alleen "wie en wat" hij is (de inprenting), maar ook hoe de wereld eruit ziet en hoe hij zich hoort te gedragen om zich in die wereld staande te houden (de socialisatie). Dat betekent dat alles wat hij in deze periode als positief en negatief ervaart, een onuitwisbare indruk achterlaat. Krijgt een pup in deze periode de verkeerde indrukken, dat kan hij niet-gewenst gedrag ontwikkelen, hetgeen eenhond kan opleveren met angstgedrage en mogelijk een lage bijtdrempel.  

-         De omstandigheden exceptioneler zijn

Naast erfelijke aanleg en doorgemaakte leerprocessen kunnen ‘exceptionele’ situaties zodanig zijn dat de hond geen andere uitweg ziet dan agressie. Een situatie is exceptioneel als de hond hierop niet is voorbereid door middel van zijn leerprocessen. Deze exceptionele omstandigheden kunnen door iedereen worden veroorzaakt. De doelgroep bestaat daarmee in principe uit de gehele Nederlandse bevolking waarbij speciale aandacht noodzakelijk is voor kinderen, aangezien zij extra kwetsbaar zijn.

 

Duidelijk is dat er wel een vorm van erfelijke aanleg is voor agressie, maar de deskundigen zijn er wel van overtuigd dat agressie voorkomt in een combinatie met de andere factoren.

 

In Nederland is er geen enkel onderzoek gedaan naar of agressie rasgebonden is. In Duitsland is een dergelijk onderzoek gedaan. Hieronder 4 Duitse deskundigen aan het woord.

 

Dr. Helga Eichelberg (Zoologisches Institut der Universität Bonn):

"Ich komme zu dem Schluß, daß es wissenschaftlich unhaltbar ist, sämtliche Tiere einer Rasse als "gefährlich" einzustufen, da das Verhalten eines Hundes eine Kombination aus angeborenen Verhaltensbereitschaften und erlernter Verhaltensweise darstellt. [...] Der gesunde Hund wird nicht gefährlich geboren, sondern er kann, unabhängig von seiner Rassezugehörigkeit, zu einem für Menschen und Tiere gefährlichen Hund manipuliert werden."

 

Ik kom tot de conclusie, dat het wetenschappelijk onhaalbaar is, dieren van één ras als gevaarlijk te bestempelen, omdat het gedrag van een hond een combinatie uit aangeboren factoren en aangeleerde factoren bestaat. De gezonde hond wordt word niet gevaarlijk geboren; maar hij kan, onafhankelijk van het ras waar hij toe behoort, tot een voor mens en dier gevaarlijke hond gemanipuleerd worden.

 

Dr. Dorit Feddersen-Petersen (Institut für Haustierkunde der Universität Kiel): "Gefährlichkeit, ein unbestimmter Rechtsbegriff, sollte nicht präventiv an bestimmten Rassen oder Hunden bestimmter Größe, sondern an individuellen Merkmalen festgemacht werden [...] Es ist daher sinnlos, die Zucht bzw. die Haltung bestimmter Rassen zu verbieten oder ihre Haltung von vornherein bestimmten Restriktionen zu unterwerfen. Der Mißbrauch von Hunden wird so nicht gelöst, ebensowenig wie das Problem der Menschengefährdung."

 

Gevaarlijkheid, een onduidelijk rechtsbegrip, mag niet preventief gekoppeld worden, aan bepaalde rassen of honden van bepaalde grootte, zonder individuele kenmerken.

Het is zinloos het houden van bepaalde rassen te verbieden of aan vooraf bepaalde beperkingen te onderwerpen. Het misbruik van honden wordt zo niet opgelost evenals het probleem van de ‘mensveiligheid’.

 

Prof. dr. J. Unshelm (Institut für Tierhygiene, Verhaltenskunde und Tierschutz der Universität München): "Trotz erkennbarer Tendenzen ist eine Einteilung in "gefährliche" und "ungefährlige" Rassen problematisch, weil die Beteiligung einzelner Rassen sehr wesentlich davon beeinflußt wird, wieviele verantwortungslose und aggressive Personen sich Hunde dieser betreffenden Rasse anschaffen."

 

Ondanks herkenbare tendensen is een indeling in ‘gevaarlijke’ en ‘ongevaarlijke’ rassen problematisch, omdat het gedrag van rassen heel wezenlijk wordt beïnvloed, door veel verantwoordelijkheidsloze en agressieve personen die honden van deze betreffende rassen aanschaffen.

 

Prof. dr. Wolfram Hamann (Fachhochschule für öffentliche Verwaltung Deutschland): "Außerjuristischen Erkenntnisquellen zeigen klar, daß keine der in der Fragestellung erwähnten Hunderassen (bzw. Gruppen) a priori aufgrund rassespezifischer Merkmale gesteigert aggressiv oder gefährlich ist.

 

Buitenjuridisch deskundige bronnen geven duidelijk aan, dat geen van de genoemde hondenrassen op grond van rasspecifieke kenmerken verhoogd agressief of gevaarlijk is.

 

Bron: http://www.arfe.nl/wetenschap/wetenschap.html , hun bron: Kampfhunde? Gefährliche Hunde? - Neue wissenschaftliche Gutachten (1998)

 

Enerzijds is er gefokt met de ‘pitbullachtige’ honden op ‘agressie’, anderzijds menen verschillende deskundigen dus dat een hond op grond van zijn ras niet gevaarlijk kan worden bevonden maar dat agressie enkel uit een combinatie van verschillende factoren voortkomt!

 

Hieronder zijn daarom verschillende testen toegelicht die het agressieve karakter van hondenrassen testen.




:: Rassen getest; erfelijke agressie?
 

 

Rassen getest; kruisingen

Het onderzoek ‘Hondenbeten in kaart gebracht’ had 164 respondenten. Van deze 164 respondenten konden er 144 meer of minder nauwkeurige aanwijzingen geven over het soort hond dat hen gebeten had. In 40 gevallen ging het zeker om een rashond, bij 44 was het onduidelijk of de hond een stamboom had. De resterende 60 gevallen waren zeker stamboomloos, al (26) dan niet (34) lijkend op een rashond. Dus minimaal 60 tot maximaal 104 van de in dit onderzoek betrokken bijtende honden waren honden zonder stamboom (kruisingen). Volgens opgave van het rapport zelf telt Nederland 1,2 miljoen honden, waarvan 33 % zonder stamboom. Die 33% zou dan volgens dit onderzoek wel verantwoordelijk zijn voor minimaal 42% tot maximaal 72% van de bijtgevallen! Die conclusie wordt echter in het onderzoek niet getrokken.

In § 2.1 is de betrouwbaarheid van dit onderzoek al ter discussie gesteld. Daarbij komt dat de gegevens uit dit onderzoek over het al dan niet een ‘rashond’ zijn, zijn gebaseerd op de herinneringen en hondenkennis van het slachtoffer.

 

Bron: http://www.dogweb.nl/bijtincidenten.html

 

De totale populatie honden in Nederland bedroeg, volgens het NVG (Nederlandse Voedingsindustrie Gezelschapsdieren) petpopulatieonderzoek 1,6 miljoen in 2004.

Het totale aantal FCI geregistreerde honden in 2004 bedroeg 49.216.

Een heel groot deel van de honden wordt dus niet geregistreerd of is niet geregistreerd bij de Raad van Beheer en heeft dus geen FCI stamboek. Van honden met een FCI stamboek kan men met zekerheid zeggen dat het om raszuivere honden gaat.

 

Uitgaande van de FCI geregistreerde honden, is dus maar 3,1 % van de totale populatie honden in Nederland (met zekerheid) een raszuivere hond.

De fabel dat kruisingen vaker zouden bijten, is daarmee weerlegd. Omdat er véél meer kruisingen zijn, zullen er dus ook vaker incidenten zijn met kruisingen!

 

Rassen

The American Temperament Test Society (ATTS) heeft 206 rassen aan een test onderworpen; de temperament test. De honden worden getest op hun gedrag naar vreemden toe, hun reactie op auditieve en visuele stimuli, hun reactie op ongebruikelijke ‘benen’ (kunstbenen, mensen die met een stok lopen) en op hun zelfbeschermende en agressieve gedrag.

Aan het onderzoek deden 25.726 honden mee. Gemiddeld slaagde 81 % van de honden voor de test.

 

De tabel is een weergave van de 25 meest voorkomende rassen in Nederland (2004). Achter het aantal honden is het slagingspercentage uit de uitslag van de Temperamenttest van dit ras weergegeven. De Berner Sennenhond, de Duitse Dog en de Belgische/Mechelse Herder waren helaas niet in het onderzoek van de ATTS opgenomen.

 

 

Top 25 ingeschreven hondenrassen in het NHSB 2004

Bron: www.kennelclub.nl en www.arfe.nl  

Positie

Ras

Aantal

Slagingspercentage Temperamenttest

         1

 Labrador Retriever

5.107

91,1

         2

 Duitse Herdershond

3.461

82,8

         3

 Golden Retriever

2.137

83,6

         4

 Berner Sennenhond

1.774

x

         5

 Boxer

1.141

84,7

         6

 Cavalier King Charles Spaniel

1.069

78,6

         7

 Engelse Bulldog

946

68,3

         8

 Border Collie

887

79,6

         9

 Staffordshire Bull Terrier

877

93,2

        10

 Bouvier des Flandres

840

84,5

        11

 Engelse Cocker Spaniel

810

93,2

        12

 Dashond,  Ruwhaar

805

82,6

        13

 Cairn Terrier

689

70,7

        14

 Duitse Dog

670

x

        15

 West Highland White Terrier

662

86,0

        16

 Belgische Herder, Mechelse

644

x

        17

 Jack Russell Terrier

630

100

        18

 Chihuahua, kort- en langhaar

606

70,6

        19

 Franse Bulldog

583

94,1

        20

 Dwerg Dashond, Ruwhaar

578

78,9

        21

 Flatcoated Retriever

576

91,4

        22

 White Swiss Shepherd Dog

555

79,1

        23

 Bordeaux Dog

548

70,2

        24

 Rhodesian Ridgeback

536

76,5

        25

 Dwergschnauzer

526

78,0

 

Van de American Staffordshire Terriërs slaagden maar liefst 83,3 % van de honden.

Van de Staffordshire Bull Terriërs slaagden 93,2 % van de honden. Deze honden scoorden dus bovengemiddeld!

 

De andere rassen die eerder ook in aanmerking kwamen voor de RAD behaalden de volgende resultaten:

 

Van de American Pitbull Terriërs slaagden 83,4 % van de honden voor de test.

Van de Dogo Argentino’s slaagde 90 % voor de test. Er werden er echter maar 10 getest van dit ras, waardoor de betrouwbaarheid van de test voor dit ras ter discussie staat.

Van de Fila Brasileiro slaagde 75 % van de honden, maar ook bij dit ras werden maar 12 honden getest.

De Mastino Napoletano’s hadden een slagingspercentage van 54,5 %, maar ook hier zijn maar 11 honden getest.

 

Voor de Rottweiler heeft het licht in Nederland lange tijd op oranje gestaan. Er werden maar liefst 4498 Rottweilers getest door de ATTS en deze honden hadden een slagingspercentage van 82,3 %. Vrijwel gelijk dus aan de American Staffordshire Terriërs.

 

Een zeer interessante uitslag is het slagingspercentage van de Golden Retriever, namelijk 83,6%. Dit is dus ook vrijwel gelijk aan de het slagingspercentage van de American Staffordshire Terriërs!

 

De test gaat niet alleen over agressie, al is dit wel een onderdeel daarvan, maar test de honden op temperament. Er zijn maar weinig uitslagen die veel afwijken van het gemiddelde. Uitslagen die wel flink afwijken zou men kunnen wijten aan het feit dat er maar weinig honden van dat ras getest zijn.

 

Op de site van de American Research Foundation Europe (www.arfe.nl) vind je een link, waar je meer informatie kunt vinden over de ATTS.

 

Naar aanleiding van die test zou men dus kunnen stellen dat agressie niet rasgebonden is! Er is echter wel sprake van erfelijke aanleg, maar zonder de combinatie met de factoren ‘leerproces van de hond’ en ‘exceptionele omstandigheden’ komt agressie niet  tot uiting en dus is agressie niet rasgebonden!

  

Bron: www.kennelclub.nl

Bron: http://www.arfe.nl/links/links.html

 

 

 

 

 




:: Een rammelende opmerking van Minister Veerman!
 

 

Rasgebonden agressie; wat zegt de minister?!

 

Onder andere naar aanleiding van het eerder genoemde onderzoek van de Stichting Consument en Veiligheid; ‘Hondenbeten in kaart gebracht’, is de mening van de toenmalige Minister Brinkhorst en nu tevens van Minister Veerman gebaseerd: agressie is rasgebonden en een algeheel fok- en houdverbod voor bepaalde rassen is een effectief beleid in het terugdringen van de bijtincidenten.

Het onderzoek ‘Hondenbeten in kaart gebracht’ is al eerder ter discussie gesteld. Dit hoofdstuk beschrijft echter een opmerking van minister Veerman, die zijn eigen mening over rasgebondenheid tegenspreekt!

 

In antwoord op de vragen van de leden Van Heemst en Waalkens (beiden PvdA) aan de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van Justitie en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over een mogelijke toename van incidenten met agressieve honden, zegt Minister Veerman:

 

Of het aantal agressieve honden toeneemt wordt niet bijgehouden, wel is het aantal in beslag genomen pitbullachtige honden de laatste jaren toegenomen. Dit zegt echter niets over het aantal agressieve honden.

 

Bron: Minister Veerman, www.tweedekamer.nl

 

Minister Veerman geeft hier zelf aan dat de toename van het aantal agressieve honden niet in verband staat, of in elk geval niets zegt over, het aantal in beslag genomen pitbullachtigen.

 

In feite geeft hij hier dus toe, dat agressie niet rasgebonden is en er ook honden zijn van andere rassen die bijtincidenten veroorzaken. Zou het verschil in bijtincidenten door pitbullachtigen en bijtincidenten door andere honden dan zo groot zijn? Daarbij komt de vraag waarom daar geen exacte cijfers over bekend zijn? En als deze cijfers al bestaan waarom mogen deze niet openbaar gemaakt worden?

Wanneer er een duidelijk verschil bestaat tussen de toename van in beslag genomen pitbullachtigen (die overigens niet alleen op grond van agressief gedrag in beslag genomen worden maar alleen op grond van uiterlijke kenmerken) en de toename van agressieve honden, geeft Minister Veerman hier dan niet aan dat deze regeling rammelt?

 

Feitelijk zegt hij: er is een verschil tussen pitbullachtigen en agressieve honden!

Waarom dan nog steeds die regeling?

 

 





:: Het imago van de 'pitbull'
 

‘Pitbulls’ werden jaren lang gefokt op agressie, zo meldde één van de schouwers in diens van het Ministerie LNV. Door extra media aandacht is dat bij velen bekend. Men kan zich afvragen of mensen een bijtende hond nu meteen een pitbull noemen.

 

Studente Babette Rens van Hogeschool INHOLLAND deed in 2003 onderzoek naar bijtincidenten bij diverse hondenrassen in Nederland. Het onderzoek is opgesplitst in verschillende onderdelen. Over het onderdeel ‘Hond bijt mens’schrijft zij:

 

Voor het onderdeel hond bijt mens had ik de beschikking over 98 verschillende artikelen. Ook hierbij ging de Rottweiler aan de leiding met 28,5 %. Op de tweede plaats stonden de honden van het pitbullterriërtype (wat echter geen erkend ras is, maar die ik als uitzondering wel bij dit onderzoek gebruikt heb) met 12,7 %, gevolgd door de American Staffordshire Terriër met 11,1 %.

De rasgroep met de meeste ‘bijthonden’ is groep 2: Pinschers en Schnauzers, Molossers en Zwitserse Sennenhonden (46,1 %). Deze ‘bijthonden’beten in

77,4 % voor de honden onbekende personen. Het ging hierbij vooral om volwassen personen (68%) en als je kijkt naar het geslacht dan werden er meer mannen/jongens gebeten dan vrouwen/meisjes. De achtergrond hierbij was meestal dominantieagressie. Vier van de gevonden artikelen over bijtincidenten hond bijt mens betroffen een incident met een dodelijke afloop.

 

In de discussie van haar onderzoek schrijft zij:

 

maar als ik deze resultaten dan vergelijk met de gegevens van de Raad van Beheer op Kynologisch gebied in Nederland, dan zie ik ook dat deze rassen bovenaan het lijstje staan wat betreft de grootste aantallen honden per ras.

 

Bron: Bijtincidenten bij diverse hondenrassen in Nederland, Babette Rens, 2003.

 

Een logische verklaring dus: honden waarvan er veel voorkomen, worden ook het meest gerapporteerd bij bijtincidenten.

Het aantal pitbullachtigen in Nederland is echter moeilijk aan te geven daar het gaat om niet geregistreerde honden. Daarom is gekozen om naar de FCI geregistreerde honden te kijken, om de populariteit van een ras in Nederland te meten.

 

Maar de pitbullachtigen genieten sowieso meer aandacht van de media dan andere rassen. Naar aanleiding van enkele bijtincidenten volgen de krantenberichten over bijtincidenten elkaar snel op.

NRC-Handelsblad constateert op 25 mei 1988: ‘Het aantal krantenberichten over aanvallen door pitbulls neemt duidelijk waarneembaar toe’. (En dat is niet hetzelfde als ‘Het aantal pitbullaanvallen neemt duidelijk waarneembaar toe.’)

Aan het eind van 1988 gaat zelfs meer dan de helft van het aantal bijtberichten in de krant over pitbulls, volgens de krantenknipselregistratie van de Stichting Consument en Veiligheid.

Onderzoek van die stichting had een lijst opgeleverd van 508 slachtoffers van hondenbeten naar ras. Het betrof slachtoffers die zich bij een EHBO-post hadden moeten laten behandelen. Anders dan men op grond van de krantenberichten zou verwachten, zijn van de lijst geregistreerde honden 254 niet afkomstig van p