:: Gevolgen voor het aantal honden.
 

 

Probleem bij het onderzoeken van de werking van de regeling is de registratie. Onder de RAD vallen de honden die niet geregistreerd zijn. Wel geregistreerde honden, zijn rashonden geregistreerd bij de Raad van Beheer.

De totale populatie honden in Nederland bedroeg, volgens het NVG (Nederlandse Voedingsindustrie Gezelschapsdieren) petpopulatieonderzoek 1,6 miljoen in 2003 en 2004. Verder worden er geen gegevens bijgehouden van het aantal ongeregistreerde honden. Het totale aantal ‘pitbullachtigen’ is dan ook niet bekend.

Om dus te onderzoeken hoe het aantal honden of het aantal pitbullachtigen in Nederland is veranderd, zal toch uitgegaan moeten worden van het aantal geregistreerde honden.

 

Totaal aantal honden
Daar de pitbull in Nederland geen erkend ras is, wordt deze ook niet geregistreerd. Om te onderzoeken of door de invoering van de RAD het aantal pitbullachtigen is veranderd, is daarom gekozen om de aantallen American Staffordshire Terriërs en het aantal Staffordshire Bull Terriërs sinds de invoering van de RAD nader te bekijken.

 

Om een beeld te krijgen van het aandeel van deze honden op het totale aantal honden, bekijken we eerst het totale aantal honden in Nederland, sinds de regeling.

 

Wanneer men de cijfers bekijkt van het aantal geregistreerde honden, onderstaande tabel en grafiek, met een officieel erkende stamboom (FCI) in Nederland sinds de RAD ziet men een licht dalende lijn.

N.b. Gekozen is voor het aantal FCI geregistreerde honden (en niet alle geregistreerde honden uit andere databanken), daar alleen de FCI geregistreerde 'staffords' gebruikt zullen worden om de gevolgen van de regeling nader te bekijken.

 

Aantal FCI  geregistreerde honden sinds 1993

Bron: Raad van Beheer

 

Jaar

Aantal

1993

59.660

1994

61.059

1995

67.986

1996

65.245

1997

64.458

1998

58.567

1999

51.202

2000

51.417

2001

54.629

2002

52.942

2003

50.100

2004

49.216

 

 

 


 

 

Aantal ‘Staffords’.

Het doel van de regeling was het aantal agressieve honden en de bijbehorende bijtincidenten terug te dringen.

 

Het aantal American Staffordshire Terriërs heeft sinds de ingang van de regeling gevarieerd. Sinds 2002 is het aantal American Staffordshire Terriërs sterk afgenomen. In de volgende grafiek is dit duidelijk te zien.

 

 

Het aantal Staffordshire Bull Terriërs is sinds de regeling alleen maar toegenomen. Er is een duidelijk stijgende lijn waarneembaar. Rond 2002 is wel een lichte daling te zien. De Staffordshire Bull Terriër is er dus sinds de regeling zeker niet minder populair op geworden.  

Onderstaande tabel is de tabel die hoort bij de grafiek en geeft de exacte aantallen ‘staffords’ weer in Nederland

 

Aantal (FCI geregistreerde) American Staffordshire Terriërs en Staffordshire Bull Terriërs in Nederland sinds 1993

Bron: Raad van Beheer

 

Jaar

American Staffordshire Terriërs

Staffordshire Bull Terriërs

Staffordshire Bull Terriërs

+ American Staffordshire Terriërs

1993

181

348

529

1994

164

357

521

1995

340

493

833

1996

488

660

1108

1997

643

636

1279

1998

630

741

1371

1999

708

677

1385

2000

693

633

1326

2001

708

912

1602

2002

351

851

1202

2003

178

851

1029

2004

268

877

1145

 

Wanneer men echter deze twee rassen bij elkaar op telt, zoals in de laatste kolom van de bovenstaande, ontstaat de grafiek zoals hieronder. Ondanks een daling vanaf 2001 is het aantal ‘staffords’ juist gestegen!

 

Let op: deze FCI geregistreerde honden zijn echter raszuiver en zouden daarom niet agressief zijn. Deze cijfers zijn slechts gekozen om een beeld te vormen van het aandeel van de ‘staffords’ op het totale aantal honden.

Of de stijging van het aantal staffords een gevolg van de regeling is, is niet met zekerheid te zeggen. Door de aandacht op deze honden zou hun populariteit juist gestegen kunnen zijn, waardoor de honden mogelijk populairder geworden zijn. Er is echter niet getoetst of deze stijging niet onderhevig is geweest aan andere factoren.

 

 

Wat kan hieruit opgemaakt worden?

 

Wanneer we kijken naar de bovenstaande getallen krijgen we een beeld van het aandeel van de staffords op het totale aantal honden. Als voorbeeld zijn de cijfers van 2004 genomen.

 

Het aantal FCI geregistreerde honden bedraagt 3,1 % van de totale hondenpopulatie, want:  

 

49.216 / 1.600.00 x 100% = 3,1 %

 

Het aantal FCI geregistreerde staffords (American Staffordshire Terriërs plus Staffordshire Bull Terriërs) zijn maar 2,3 % van het totale aantal FCI geregistreerde honden, want:

 

Er zijn 286 + 877 = 1145 staffords in 2004

1145 / 49.216 x 100% = 2,3 %

 

In verhouding is dus 2,3 % van de FCI geregistreerde honden een stafford, en 97,7% is van een ander ras.

 

Wanneer men stelt dat deze verhoudingen ook zouden gelden voor alle honden in Nederland dan maken de staffords dus maar een heel klein deel uit van de totale populatie.

Het is echter zo dat de FCI geregistreerde honden alleen raszuivere honden zijn, en daarom deze vergelijking niet geheel opgaat. Bovendien gaat het hier alleen over de American Staffordshire Terriër en de Staffordshire Bull Terriër, en niet over alle andere kruisingen die onder de RAD vallen. Het probleem blijft dus, dat de honden die onder de RAD vallen niet geregistreerd zijn, waardoor geen goed beeld van de omvang van het probleem gegeven kan worden. Deze getallen zijn dus slechts bedoeld om een beeld te geven van de hoeveelheid honden van dit type!

 

Duidelijk mag zijn dat het om een klein aantal honden uit de hele populatie gaat.




:: Gevolgen voor het aantal bijtincidenten
 

 

Probleem

Probleem bij het onderzoeken van de gevolgen voor het aantal bijtincidenten is, dat het aantal bijtincidenten niet zo wordt geregistreerd dat men de werking van de RAD goed kan onderzoeken.

 

Het aantal incidenten waarbij mensen door honden worden gebeten, wordt niet centraal geregistreerd.

Bron: Minister Veerman, www.tweedekamer.nl

 

De Stichting Consument en Veiligheid beschikt echter wel over enkele gegevens, met betrekking tot de bijtincidenten. Deze gegevens zijn afkomstig uit het Letsel Informatie Systeem (LIS) en uit de Landelijke Medische Registratie (LMR).

 

De cijfers zijn echter weinig waardevol voor het onderzoeken van de werking van de RAD, daar het ‘algemene’ cijfers zijn, en dus niet gespecificeerd op het ras of de soort waar de dader (hond) toe behoort. Al zouden er cijfers zijn die wel gespecificeerd zijn op het ras van de hond, blijft het natuurlijk de vraag hoe betrouwbaar dit is. Waarschijnlijk is dat deze cijfers dan op de hondenkennis en herinnering van het slachtoffer zouden zijn gebaseerd.

 

Bijtincidenten

Uit LIS blijkt dat er in de periode 1999-2003 gemiddeld 8.100 slachtoffers per jaar op een SEH-afdeling (Spoedeisende Hulp Afdeling) behandeld worden als gevolg van een hondenbeet.

Dit aantal is over deze periode significant afgenomen met 42%, van ruim 10.000 SEH-behandelingen als gevolg van een hondenbeet aan het begin van 1999 naar minder dan 6.000 aan het eind van 2003.

Bron: Letsel Informatie Systeem 1999-2003, Consument en Veiligheid; via K. Oldenziel

In totaal zijn in 1999-2003 per jaar 220 slachtoffers van een hondenbeet
(ook buiten de SEH-afdeling om) opgenomen in het ziekenhuis. Dit aantal is
in deze periode niet significant gewijzigd.

Bron: Landelijke Medische Registratie 1999-2003, Consument en Veiligheid,  

via K. Oldenziel

 

Het aantal mensen dat in Nederland is overleden aan de gevolgen van hondenbeten in de periode 1984 tot en met 1998 is 13 (gemiddeld iets minder dan één per jaar).

Bron: http://www.dogweb.nl/bijtincidenten.html

 

In de tabel is te zien hoe vaak bijtincidenten voorkomen in vergelijking tot andere incidenten in de categorie ‘privé-ongeval’.

In vergelijking tot de andere ‘privé-ongevallen’ komen bijtincidenten dus niet vaak voor en is de ernst van een bijtincident dan ook niet groot.

 

Gemiddelde incidentie van oorzaken van een privé-ongeval (als aantal SEH- behandelingen per 1.000 personen per jaar), absoluut aantal privé-ongevallen en twee indicatoren van de ernst van het ongevalsletsel (percentage ziekenhuisopnamen en percentage fracturen), in de periode 1997-1999. Inclusief cijfers, dus inclusief personen die na SEH-behandeling worden opgenomen of overlijden

Bron: LIS van Consument en Veiligheid, 1997-1999

 

Incidentie per 1.000

Aantal SEH- behandelingen

Percentage ziekenhuis-opnamen

Percentage fracturen

Val in huis

5,70

90.000

15

35

Val op straat

2,60

41.000

7

32

Doe-het-zelven

2,00

32.000

3

9

Huishoudelijk werk

1,10

17.000

4

12

Speeltoestellen

0,80

12.000

8

49

Brandwond

0,80

12.000

6

0

Deurbeknelling

0,70

10.000

1

16

Hondenbeet

0,70

10.000

1

0

Uitgaansgelegenheid

0,60

9.900

7

16

Basisschool a

0,60

9.600

4

31

Vergiftiging

0,50

7.300

37

0

Vuurwerkongeval

0,10

1.400

2

2

Kinderopvang

0,10

1.000

3

13

a ongevallen op de locaties "schoolplein", "school of universiteit" en "school, niet gespecificeerd", met als restrictie dat de slachtoffers niet jonger dan 4 jaar en niet ouder dan 12 jaar mogen zijn.

 

Minister Veerman weet echter het volgende te melden:

 

In de praktijk blijkt dat het aantal Pitbulls op straat en het aantal zeer ernstige beten door Pitbulls is verminderd. Verder lijkt de aandacht voor potentieel gevaarlijke honden er in ieder geval toe te hebben geleid dat per jaar het aantal slachtoffers van hondenbeten is afgenomen van circa 50.000 in 1989 tot circa 30.000 in 1998.

 

Bron: Minister Veerman, www.tweedekamer.nl (Stichting Consument en Veiligheid).

 

Bij deze opmerking kunnen echter vraagtekens geplaatst worden. Aangezien er géén registratie is van bijtincidenten waarbij ook het ras van de bijtende hond wordt genoteerd, is deze opmerking zeer discutabel. Bovendien spreekt de minister zichzelf tegen, daar hij eerder zegt dat de incidenten waarbij mensen door honden worden gebeten niet centraal geregistreerd worden. Bovendien kan het aantal Pitbulls niet onderzocht zijn. Ten eerste is een pitbull in Nederland geen erkend ras, al kan dit natuurlijk een vorm van spreektaal zijn. Ten tweede gaat het in de RAD om pitbullachtigen zonder FCI stamboom, deze honden staan dus niet als zijnde een pitbull geregistreerd. Hoe de minister deze opmerking heeft kunnen plaatsen, is dus zeer discutabel.

Daarnaast is de vraag of de aandacht voor potentieel gevaarlijke honden er inderdaad toe heeft geleid dat het aantal slachtoffers van hondenbeten is afgenomen. Hierbij geldt hetzelfde argument; er is geen registratie van bijtincidenten waarbij ook het ras van de bijtende hond genoteerd wordt, en er worden geen eventuele andere factoren uitgesloten die zouden kunnen leiden tot het afgenomen aantal bijtincidenten. Gedacht wordt daarbij aan bijvoorbeeld een afname van het totale aantal honden.

 

Over de gevolgen van de RAD voor de bijtincidenten is dus geen concrete conclusie te trekken.



:: Aantallen inbeslagnames en geëuthanaseerde honden!
 

Aantal inbeslagnames

Exacte cijfers vanaf het begin van de regeling worden niet vrijgegeven. Recente cijfers die ook voor de pers ter beschikking staan worden wel vrijgegeven.

 

De Dienst Regeling Landbouw geeft de volgende cijfers weer, betreffende de inbeslagnames:

 

 

Aantallen pitbullzaken en inbeslagnames, en hondenzaken en inbeslagnames

Bron: Cijfers Dienst Regeling Landbouw

 

 

2003

2004

2005 t/m 15-07

Pitbullzaken

121

205

182

In beslag genomen pitbulls

147

322

210

Hondenzaken, anders dan pitbulls

161

186