PDD Studio
Paul Donker Duyvis - Photoworks . . . . . .EXPLICITO SEM SER EXPLICITO

Start Gallery
Fotoativa Belem 2006
curatorial
Naro Snackey & Shunji Hori
links
artdecaux
curriculum
E. Bonato & A. Sobral
mwelu-geenen
Focus On china 2005
ArtePara2006
Tatsumi Orimoto
Tiong Ang VA 2006
PAIK
sarajevo2008
lostdreams
safe1995
press
Polar Project 1996
Contact
My Profile














FOCUS ON CHINA


STUDIUM GENERALE / PAIK

F O C U S   O N   C H I N A

TOLERANCE & IDENTITY
Hedendaagse kunst uit Peking, Chengdu en Chongqing
6 oktober - 4 december 2005

Donderdag 20 oktober 2005 - OPENING

15.00 uur Lezing door Gu Zhenqing,
co-curator en hoofdconservator van het Duolun MOMA in Shanghai.

16.00 uur Opening door
Maarten Bertheux, hoofdconservator Stedelijk Museum Amsterdam

Kunstenaars  
 
Zhou Chun Ya - Schilderijen
 
Weng Pei Jun - Fotografie
 
Zeng Tu - Fotografie
 
Li Zhan Yang - Sculptuur
 
Peng Yu & Sun Yuan - Performance / Installatie
 
Zhou Xiao Hu - Videowerken
 Qu Xiaoru - Artist in Residence
conservatoren


 Paul Donker Duyvis

 Ingrid Rollema
 
Gu Zhenqing

Van 1 oktober tot 11 november 2005 zal WBK Vrije Academie Werkplaats voor Beeldende Kunsten Den Haag onder de titel Focus op China een project realiseren dat geheel zal zijn gewijd aan hedendaagse beeldende kunst uit China. Deelnemende kunstenaars zijn: Zhou Chunya, Weng Fen (Weng Pei Jun), Zeng Tu,  Li Zhanyang, Zhou Xiaohu, Peng Yu en Sun Yuan, respectievelijk werkzaam op het gebied van performance, schilderkunst, beeldhouwen, fotografie, video en nieuwe media.

Het project omvat artists-in-residenceships, exposities, lezingen en workshops, en sluit qua inhoud en planning aan bij het Amsterdam-China Festival dat in oktober 2005 op initiatief van het Koninklijk Concertgebouw Amsterdam is georganiseerd.

Het project Focus op China is een uitvloeisel van het nieuwe elan van de Vrije Academie. Deze instelling wil een open platform zijn voor grote en kleinschalige manifestaties waarin de maatschappelijke aspecten van de huidige artistieke discussies worden benadrukt.
Bij de selectie van de kunstenaars hebben wij ons gericht op kunstenaars die in hun werk kritisch commentaar leveren op de huidige Chinese samenleving. Uiteraard gebeurt dat indirect en met symbolen, die de goede verstaander zal begrijpen. China mag dan wel een groeiende economische wereldmacht zijn, in feite is het nog steeds een communistisch land en een repressieve samenleving als het aankomt op kritiek op de politieke bestuurders. (Informatie van Amnesty International: 10.000 executies per jaar uitgevoerd met gebrekkige of niet noemenswaardige rechtsgang. Kunstenaars die te radicaal of te duidelijk ageren tegen de overheid moeten hun carrière beëindigen en kunnen het land niet meer in of uit.)

De deelnemende kunstenaars geven allen blijk van een niet-academische benadering met soms subtiele, soms agressieve, maar altijd intelligente commentaren. Naast het sterke inhoudelijke aspect is hun werk van hoge artistieke kwaliteit.

De tentoonstelling Focus op China wordt op donderdag 20 oktober om 16.00 uur officieel geopend door Maarten Bertheux, hoofdconservator van het Stedelijk Museum Amsterdam. Aansluitend zal Gu Zhenqing, hoofdconservator van het Duolun Museum van Moderne Kunst in Sjanghai, een inleiding houden over de geschiedenis en ontwikkeling van de moderne kunst in China. Een dag later op 21 oktober geeft hij een inleiding over het werk van de kunstenaars uit de expositie Focus op China.

Van 15 november tot 4 december zal het kunstenaarsechtpaar Peng Yu en Sun Yuan, van wie op dit moment werk is te zien op de Biënnale van Venetië 2005, een presentatie verzorgen in de expositieruimte van de Vrije Academie. Op dit moment wordt aan het plan gewerkt om het kunstenaarsduo ook een installatie te later vervaardigen aan de voorzijde van het Vredespaleis in Den Haag.

Aansluitend op het project zal curator Gu Zhenqing in samenwerking met Paul Donker Duyvis, die met Ingrid Rollema Focus op China heeft samengesteld, een expositie organiseren met hedendaagse kunst uit Nederland. Deze tentoonstelling zal in 2006 plaatsvinden in het Duolun Museum van Moderne Kunst in Sjanghai.

In principe zullen alle genodigde Chinese kunstenaars gedurende één dag een masterclass verzorgen. Na een inleiding over hun eigen werk en werkwijze zullen zij op basis van voorgelegd werk commentaar en adviezen geven aan deelnemers van de masterclasses.

Over Gu Zhenqing (gastconservator)
Gu Zhenqing (1964) is in 1987 afgestudeerd aan de Faculteit Geschiedenis van de Fudan Universiteit in Shanghai. Als onafhankelijk curator stelde hij een groot aantal tentoonstellingen samen in China, en buiten China onder meer in New York, Londen en Bangkok. Daarnaast organiseert hij symposia en geeft hij lezingen over hedendaagse kunst in China. Sinds kort is Gu Zhenqing aangesteld als hoofdconservator van het Duolun Museum van Moderne Kunst in Shanghai.

 

 

Webstats4U - Free web site statistics 





Zhou Chun Ya


Zhou Chun Ya





Weng Pei Jun


Weng Pei Jun





Zeng Tu


Zeng Tu





Li Zhan Yang


Li Zhan Yang





Peng Yu & Sun Yuan


Peng Yu & Sun Yuan





Zhou Xiao Hu


Zhou Xiao Hu

Zhou Xiao Hu-videostills





Inleiding FOCUS ON CHINA - Paul Donker Duyvis


FOCUS ON CHINA, Tolerance & Identity

Hedendaagse kunst uit Peking, Chengdu en Chongqing

 

 

 

 

Niemand twijfelt nog aan de noodzaak dat nederlandse musea de interculturele dialoog ondersteunen. Immers de volgende vragen zijn niet alleen voor het maatschappelijke, maar ook voor het artistieke klimaat in Nederland van belang:

Waarin onderscheiden de verschillende Culturen in deze wereld zich  van elkaar? Kunnen verschillende verschijningsvormen van kunst naast elkaar bestaan? In hoeverre beinvloeden ze elkaar in vorm en inhoud? Hoe verschillend zijn de inhoudelijke uitgangspunten, waardebepalingen, artistieke en formele codes? Verrijken ze elkaar? In hoeverre domineert de ene cultuur de andere?

Spreekt kunst een universele taal ? *1].

 

Om informatieve overzichtstentoonstellingen te zien die een impressie geven van de hedendaagse kunst in Zuid-Amerika, Afrika en China moesten we tot nu toe vaak  uitwijken naar Duitsland, Frankrijk en Engeland. Zelfs de expositie Sensation, die de spraakmakende generatie Engelse kunstenaars rond Demian Hirst toonde, ging aan Nederland voorbij. Het was daarom verheugend te horen dat er in 2004 plannen bestonden bij het Stedelijk Museum te Amsterdam om  een expositie met intrigerende kunstenaars uit China te organiseren.

 

Nadat bleek dat deze plannen gestrand waren, trok de Vrije Academie Den Haag de stoute schoenen aan om zelf een dergelijk ambitieus plan te realiseren. Tot onze aangename verrassing riep Martijn Sanders, directeur van het Concertgebouw in 2005: ‘Het is de hoogste tijd voor een Chinees Cultureel Festival...Zo’n negentig procent van de aandacht gaat naar China als groeiende economische wereldmacht. De resterende tien procent is gewijd aan China’s politieke ontwikkeling. Over de Chinese cultuur vernemen we nagenoeg niets....Als je wilt snappen waar zo’n land mee bezig is, moet je niet alleen weten waar het naartoe gaat, maar ook waar het vandaan komt.’ *2] .

 

De Vrije Academie herkent zich in deze woorden en sluit zich aan bij dit groots opgezette China Festival (najaar 2005), waaraan toonaangevende instellingen deelnemen zoals Arcam, De Appel, Stedelijk Museum CS, De Balie, Museum Van Loon,  Foam en Beelden aan Zee. Het project Focus on China van de Vrije Academie te Den Haag wordt vervolgens in het festivalprogramma en de begeleidende publiciteitscampagne opgenomen.

 

De Chinatentoonstelling van de Vrije Academie krijgt door het naderende festival een extra stimulans. Op advies van het in Nederland woonachtige kunstenaarsechtpaar Lu Luo en Hong Yi Zhuang wordt besloten niet een keuze te maken uit de inmiddels internationaal bekende kunstenaars uit de economisch opgebloeide zones rond Beijing, Shanghai en Guangzhou, maar de blik te wenden naar de steden Chengdu en ChongQing,  gelegen in de zuidelijke provincie Sichuan. Chengdu is als stad minder bekend, maar met  tien miljoen inwoners de derde stad van China. Het uitgangspunt van de missie naar deze steden is kunstenaars op het gebied van nieuwe media, fotografie en video, schilder-en beeldhouwkunst uit te nodigen voor een expositie en een werkperiode op de Vrije Academie, waarin zij gastlessen en workshops verzorgen gedurende zes weken.

 

Een beoogd resultaat is deelnemers van de Vrije Academie en het Nederlandse kunstpubliek in contact te brengen met de belangrijkste regio’s voor de hedendaagse beeldende kunst. Veel kunstenaars belichten thema's die spelen in het huidige China zoals identiteit, seksualiteit, geweld, modernisering, verstedelijking en plotselinge vervreemding van een streng verleden. Een belangrijke vraag die wij ons stellen is: Hoe staat het met het engagement van de huidige generatie kunstenaars in China? Is het vrijheidselan geheel weggeëbd of onderdrukt? Geven ook  kunstenaars zich kritiekloos over aan de euforie van de nieuwe welvaart?

 

De aanloopperiode naar economische bloei vormt een krachtige voedingsbodem voor de ontwikkeling van kunst. De ontwikkeling van de Italiaanse Renaissance (van Giotto tot da Vinci), de Vlaamse (van Eyck) en later Noord-Nederlandse kunst (Rembrandt) lijkt dit standpunt te bevestigen. De periode van opbouw, sterke groei en daarmee gepaard gaand optimisme vormen een belangrijke motor voor nieuw elan in de kunst. De ongebreidelde economische groei en het steeds sterker wordende zelfbewustzijn van China komen op allerlei manieren tot uiting. De bouwwoede, het  openlijke vertoon van rijkdom en het ostentatieve hedonisme van de jeugd zijn terugkerende thema's in de berichten over het Chinese Wirtschaftswunder. De afgelopen vijftien jaar hebben zich groepen beeldende kunstenaars ontwikkeld die in korte tijd de westerse kunstwereld veroveren en inspireren. Dit gebeurt in het kielzog van de internationale doorbraak van Chinese filmmakers als Chen Kaige (Yellow Earth uit 1984),  klasgenoot Zhang Yimou (Red Sorghum uit1987 en Raise the Red Lantern uit 1991), Tian Zhuangzhuang (The Horse Thief  uit 1986 en The Blue Kite uit 1993) en Xie Fei met Women From the Lake of Scented Souls uit 1993.

 

De nieuwe Chinese kunst -voornamelijk uit Shanghai- was de afgelopen jaren te zien op Biënnales en grote internationale exposities. Inmiddels bevindt hun werk zich in belangrijke internationale collecties. De nieuwe Chinese avant-garde maakt gebruik van alle recente trends en stromingen in de kunst als Dada, Deconstructivisme, Pop-Art, Fluxus, Modernisme en Post-Modernisme. Zij werken in alle media tegelijkertijd, maar vooral met multimedia, video en fotografie. Hun werk oogt absurdistisch, extreem, grotesk, poëtisch, kritisch, radicaal, cynisch, maar vooral vitaal. Het straalt durf, kracht en zelfbewustzijn uit. Het is soms ongegeneerd kicherig en soms verpletterend innemend en goed. Het is alsof de ingeslapen en zelfgenoegzame westerse kunstwereld op een dergelijk impuls zat te wachten. De inhoudelijke en geheimzinnige kracht van sommige Chinese kunst is wellicht te verklaren uit het feit dat onder de totalitaire regimes het vertellen van verhalen  met symbolische en verholen verwijzingen de meest directe en vrije kunstuiting was.

 

Een verklaring voor de radicaliteit en de ogenschijnlijk moeiteloze aansluiting bij de westerse Avant-Garde wordt ook gezocht in de opkomst van Mao Zedong die op het gebied van de kunsten een breuk met de oude Chinese cultuur en de traditionele schilderkunst propageerde. Het lijkt dan nog maar een kleine stap om de vanaf de jaren vijftig gangbare propagandistische sociaal realistische kunst met de inmiddels toegestane ironie en invloeden van Pop-Art om te toveren tot een nieuwe Chinese kunstvorm. Bovendien was niet langer de eeuwenoude techniek, maar de boodschap in de kunst belangrijk.

Dit pad heeft Mao voor de kunst geëffend. De Culturele Revolutie die later volgt, tracht nog radicaler een einde te maken aan de beelden van en herinneringen aan Chinese tradities. Dit maakt met de langzaam groeiende  intellectuele vrijheid de weg vrij voor een snelle aansluiting bij de nieuwste ontwikkelingen in de Internationale kunstwereld. Ook het economische en culturele succes van buurland Japan is een stimulerend voorbeeld. Veel docenten op cultureel gebied in China zijn Japans. Hoewel Japan enerzijds als een soort aartsvijand wordt beschouwd, spreken de successen van het naoorlogse Japan ook in China tot de verbeelding. Bovendien voelen de meeste Chinezen zich ondanks de trauma’s van de Tweede Wereldoorlog toch meer verbonden met de Japanse dan met de westerse cultuur.

 

De opkomst van de nieuwe hedendaagse kunst dateert uit het begin van de jaren tachtig. In Beijing (1980) en Xi'an (1981) houdt men de eerste hedendaagse kunsttentoonstellingen en in 1984 wordt, verspreid over 9 steden, hedendaagse kunst getoond. Veel exposities worden na korte tijd door de overheid gesloten, maar de ontwikkeling van een nieuwe kunst in China is begonnen.

 

In 1989  wordt de grote expositie China/Avant Garde met 185 kunstenaars uit alle delen van China georganiseerd in de National Gallery van Peking. Dit project wordt beschouwd als een mijlpaal in de Chinese kunstgeschiedenis. Een volgende mijlpaal is de deelname van Huang Yong Ping aan de belangrijke interculturele exposite Magicians of the Earth in het Centre Pompidou in Parijs. Zijn deelname aan deze mondiale expositie heeft voor de Chinese kunstwereld een enorme symbolische waarde. Hij toont twee boeken: History of Chinese Art en History of Modern Western Art, die hij twee minuten lang in een draaiende wasmachine houdt. Het resultaat is een baldadige culturele versmelting in papier-maché en het corpus delicti - de wasmachine is eveneens onderdeel van zijn project.

 

Performance

De onbetwiste vader van de Chinese Performance Art is Zhang Huan. In 1994 voert hij twee performances uit die even shockerend als spectaculair zijn. In 12 mÂ_ zit Zhang,  ingesmeerd met visolie en honing, naakt op een bloedheet, openbaar toilet in Peking. Terwijl zijn lichaam ten prooi valt aan hordes insecten, blijft de kunstenaar een uur lang onbeweeglijk zitten om zich daarna af te spoelen in een nabij gelegen meer. Doel van deze performance is het verkennen van de grenzen van het menselijk lichaam en het testen van het eigen uithoudingsvermogen. Eenzelfde idee ligt ten grondslag aan de performance die hij een maand later houdt: 65 kg. Dit keer hangt Zhang een uur lang, ingesnoerd in zware metalen kettingen, horizontaal aan het plafond. Zijn bloed druppelt langzaam op een gloeiende plaat onder hem en verspreidt na verhitting een penetrante onaangename  geur in de ruimte.

 

Zhangs voorbeeld wordt nagevolgd door veel andere kunstenaars, vaak op aansporing van kunstenaar / tentoonstellingsmaker Weiwei. Een ander voorbeeld van kunst met een dergelijke fysieke inslag is het werk van Song Dong die in de winter van 1996 veertig minuten lang onbeweeglijk op het bevroren Tiananmen Plein gaat liggen. Als hij opstaat geeft alleen een dun laagje ijs nog aan waar hij gelegen heeft. Wil Song Dong hiermee verwijzen naar de vluchtigheid van het bestaan? Of  doelt hij meer specifiek op de vergankelijkheid van hedendaagse kunst?

 

Videokunst

Veel jonge Chinese kunstenaars maken gebruik van video. Zhang Pei Li was de eerste kunstenaar die in China experimenteerde met dit medium. Zijn meest bekende videowerk is waarschijnlijk Last Words, een soort ironische remake van patriottistische propagandafilms met een compilatie van achter elkaar gemonteerde laatste woorden van stervende Chinese helden van het Communistische systeem.

 

Xu Zhen (1972) speelt met de vermenging van het privé-domein en het openbare in de video-installatie From Inside the Body (1999), waarbij hij en zijn vriendin zittend op een bank zich ontdoen van hun bovenkleding en elkaar besnuffelen. Met dit snuffelen legt Xu Zhen een relatie met de onbedwingbare nieuwsgierigheid die mensen hebben naar anderen. Ook reageert hij met dit werk op een samenleving die weinig privicy kent en waarin openlijk lichamelijk contact niet gebruikelijk is. Dit genre van performances, video's en installaties wordt verder uitgebouwd door een jonge generatie Chinese kunstenaars. Ze groeien op in het post-Mao tijdperk en zijn bijgevolg veel minder geinteresseerd in de nationale politieke geschiedenis. Inmiddels zijn ze vertrouwd met de westerse ideeën en luxeproducten en de daarmee samenhangende glamourreclame die nu een wezenlijke rol spelen in het straatbeeld in de grote steden. De ontwikkeling die de Chinese kunst als geheel in de afgelopen jaren heeft doorgemaakt, komt tot uiting in vier belangrijke tentoonstellingen die de Chinese kunstwereld een enorme impuls hebben gegeven: Art For Sale (Shanghai, 1999), Post-Sense Sensibility (Beijing, 1999), Fuck Off

(Shanghai, 2000) en Twins (Shanghai, 2002). De eerste tentoonstelling, Art for Sale, wordt gehouden in een warenhuis, verwijzend naar de moderne consumptiemaatschappij. Met een reclamefolder als catalogus, compleet met de gele warenhuismascotte Song Dong (Mr. Banana) worden de kunstwerken als producten aangeprezen.

 

De tentoonstellingen Post-Sense Sensibility en Fuck Off zijn extreem controversiëel. Zij chockeren bewust. Deze tentoonstellingen tonen de aggressiefste en meest radicale vormen van kunst tot nu toe. De voor Europa al nauwelijks aanvaardbare Engelse kunst van Damien Hirst met zijn doorgezaagde koe uit Sensation lijkt te verbleken bij dit vertoon van geweld.

 

Focus on China

Met al deze spannende gebeurtenissen in gedachten reist een team van de Vrije Academie naar het zuiden van China op zoek naar kunstenaars die door hun kwaliteit, moed en betrokkenheid een waardevolle expositie zouden kunnen realiseren. Bij de selectie richten wij ons op kunstenaars die in hun werk intelligent commentaar leveren op de samenleving. Dat gebeurt  indirect en met symbolen. China mag dan wel een groeiende economische wereldmacht zijn, in feite is het nog steeds een paradoxaal communistisch land, waar kritiek op politiek en bestuur nog niet gangbaar is.

 

Ruim honderd kunstenaars worden bezocht en aanvankelijk heerst bij ons grote teleurstelling. Vooral de schilderkunst blijkt zeer commercieel en te vaak een imitatie van de bekende namen. Lege glamour, misvormde koppen en uiterlijk vertoon. Vooral goedwillende officials die ons willen rondleiden staan in de weg. De informatie van onbevangen studenten blijkt interessanter. Uiteindelijk vinden we een vijftal indrukwekkende kunstenaars: Zhou Chun Ya, Weng Pei Jun, Zeng Tu, Li Zhan Yang en het kunstenaarsduo Peng Yu & Sun Yuan. Naast het sterke inhoudelijke aspect is hun werk van hoge artistieke kwaliteit. Deze vijf kunstenaars worden uitgenodigd om van 1 oktober tot en met 15 november als artists in residence in de Vrije Academie te komen werken, te exposeren en om zes weken lang lezingen en workshops te geven. Tevens wordt Gu Zhenqing uitgenodigd, hoofdconservator van het Duolon Museum van Moderne Kunst in Shanghai, en toegevoegd gast-conservator, om twee lezingen geven. Naast een inleiding over de geschiedenis en ontwikkeling van de moderne kunst in China, ging hij in een tweede lezing nader in op het werk van de deelnemende kunstenaars aan FOCUS ON CHINA, Tolerance & Identity, Hedendaagse kunst uit Peking, Chengdu en Chongqing.

 

 

Qu Xiaoru

Onze bezoeken aan de goed geoutilleerde grote kunstacademies in Beijing, Chengdu en Chongqing waren soms verrassend, maar veelal leek de repressie van de vrije geest juist daar het meest zichtbaar.

 

Bij schilderkunst te weinig schroom voor kitsch en commercie. In de verschillende beeldhouwklassen leken alle werken door een en dezelfde kunstenaar gemaakt. Lokalen vol met studies naar gips of levend model. Opvallend was ook dat de op papier overvolle en met tienduizenden studenten bevolkte klassen veelal leeg waren. In transparant plastic gehulde menselijke figuren van natte klei stonden in rijen op tafels. Ruimte na ruimte. Nergens een aankomend kunstenaar die openlijk iets anders probeerde. Onbewust zoek je naar uitzonderingen, naar mensen die recalcitrantie, durf en originaliteit tonen, zoals je in de Hollandse bollenvelden altijd zoekt naar die ene gele tussen de eindeloze vlaktes rode tulpen. Die ene hoopgevende die zich niet lijkt te willen voegen naar de dwang van de heersende orde.

 

Op de beeldhouwafdeling in Chengdu zagen we zo'n uitzondering. Qu Xiaoru. Temidden van de kleurloze, naar gipskopieën gemaakte beelden ontdekten we achter in een hoek van een zijkamer een studente, die levensechte polychrome beelden van mismaakte en kreupele mensen maakte. Mensen die vanwege het ontbreken van in westerse landen normaal geachte medische en financiële zorg op straat moeten bedelen. Met dit werk lijkt zij de vinger op een zere plek van dit land te leggen dat zo welvarend en glamoureus wil overkomen, maar in dit opzicht nog een derde wereld land is. Deze jonge kunstenares nodigden we uit voor een werkperiode tijdens de expositie Focus on China als Student in Residence.

 

Zhou Chun Ya

Zhou Chun Ya (1955) is vooral bekend door zijn Green Dogs– een omvangrijke reeks olieverfschilderijen waarin in een gifgroene kleur met enkele toegevoegde roze-rode kleuraccenten voor tong, buik of geslachtsdeel zijn geliefde honden figureren. De Green Dogs, die met een snelle trefzekere streek, geïsoleerd op het doek zijn geschilderd ogen woest, ontroerend, geil, aggressief of vals. Niets menselijks is hen vreemd. Zhou Chun Ya  studeert aan de Academie voor Schone Kunsten van Sichuan. In de jaren tachtig voltooit hij een vervolgopleiding aan de kunstakademie in het Duitse Kassel. Hier komt hij in contact met een ander kunstconcept en ziet  voor het eerst met eigen ogen de Europese en Amerikaanse schilderkunst. Zonder veel moeite kunnen we in de honden metaforen zien van het menselijk falen en lijden en van de moeilijke positie waarin de meeste Chinezen zich nog steeds bevinden. Velen zitten gevangen in een positie van afhankelijkheid, gehoorzaamheid en het slaafs opvolgen van bevelen van meerderen. Zhou Chun Ya  woont en werkt in Chengdu waar hij de informele leider en inspirator is van een groep jonge kunstenaars.

 

Zeng Tu

Zeng Tu (1975) maakt monochrome, melancholische foto’s, waarop in zachte grijstinten het verdwijnende China is vastgelegd: oude huizen, afgedankte voorwerpen, intimiteit, het persoonlijke, het onnadrukkelijke, het licht zoals het binnenvalt. Minder agressief, maar even nadrukkelijk, zet hij vraagtekens bij de kleurrijke, maar vaak oppervlakkige glamour van zijn te snel rijk geworden landgenoten. Met lede ogen kijkt hij naar de meedogenloze afbraak van de cultuur en leefomgeving van zijn ouders en grootouders. De materiële zucht naar rijkdom vormt een nieuwe niets ontziende culturele revolutie, die hem soms doet verlangen naar de warmte en de solidariteit van het China uit zijn jeugd. Zeng Tu woont in Chongqing waar hij doceert aan de kunstacademie, afdeling fotografie. Dagelijks brengt hij zijn directe omgeving in beeld. Bij voorkeur trekt hij er op uit na een regenbui wanneer een vale zon even doorbreekt in de immer bewolkte bergstad in Sichuan.

 

Weng Fen

Weng Fen (alias Weng Pei Jun, 1961) woont en werkt in Hainan. Hij studeert in 1985 af aan de Gouangzou Academie voor Schone Kunsten. Werk van hem bevindt zich in de belangrijkste musea voor moderne kunst over de hele wereld. Weng Fen hanteert in zijn grootformaat foto’s dezelfde verleidelijke beeldtaal als op de grote reclameborden langs de weg. De advertenties schetsen een nieuw leven vol schoonheid en rijkdom in een radicaal andere leefomgeving. Inmiddels beroemd zijn de haarscherpe landschapsfoto’s met op de voorgrond onschuldige meisjes in schooluniform, die voor een scheidingsmuur staan. In de verte gloort het nieuwe China met zijn post-moderne vrolijke wolkenkrabbers, die de mensen gaan verlossen van de kleine tweekamerwoningen zonder bad en toilet. De voorgrond symboliseert het ‘ouderwetse China’. Het paradoxale aan de foto’s is dat niet duidelijk is of er verheugd of bedroefd vooruitgekeken wordt. In dezelfde stijl maakt Weng Fen een serie ironische portretten van een voorbeeldig modelgezin met, zoals voorgeschreven, slechts één kind, dat getuige de opzichtige universitaire baret al vroeg haar best heeft gedaan op school. Naast fotowerken maakt Weng Fen recentelijk ook installaties. Met duizenden  leeggeblazen eieren bouwt hij de grootschalige nieuwbouwprojecten na die overal in China verrijzen. Een tijdrovende mierenarbeid die hij met tientallen vrijwilligers verricht en die resulteert in een oogstrelend hedendaags Vanitas-beeld.

 

Zhou Xiao Hu

Zhou Xiao Hu (1960) woont en werkt in Changzou. Hij studeerde in 1989 af aan de Academie voor Schone Kunsten in Sichuan. Zijn videowerken worden, internationaal geëxposeerd. In 2004 was zijn werk te zien op het World Wide Video Festival in Amsterdam. In 2005 maakt hij deel uit van de tentoonstelling Between Past and Future: New Photography and Video from China op de Biënnale van Venetië. De videowerken van Zhou Xiao Hu ogen speels en zijn met aanstekelijk plezier gemaakt. Toch bevatten zij een kritische component, zoals in de met kleifiguren gemaakte animatiefilm Utopia Machine uit 2002. De film persifleert het gecensureerde officiële TV-journaal over een bijeenkomst van het Chinese parlement. We horen betekenisloze klanken van oeverloze sprekers die vertraagd worden weergegeven. Het geluid van de  applausmachine die na het ellenlange betoog iedereen wakker schrikt is weer wel echt.

 

In dit videowerk geeft  Zhou Xiao Hu een zeer direct en onverholen commentaar op het functioneren van het Chinese parlement, dat in zijn ogen is verworden tot een kritiekloze club met obligate toespraken van partijbonzen. In de film komen ook directe verwijzingen voor naar bekende propagandabeelden van de eerste bijeenkomst van de Chinese Communistische Partij. Succesvol zijn ook de animatiefilms waarin Zhou Xiao Hu het menselijk lichaam gebruikt als beelddrager. Soms zien we zijn eigen lichaam, waarop hij  - quasi onbeholpen, maar virtuoos- lijnachtige ondeugende figuren tekent, die via de animatietechniek voortdurend bewegen over het naakte lichaam van een man en een vrouw. Zo zien we ondermeer een paaldanseres die zich niet laat vangen en zich verschuilt in zijn navel. Wellicht ook hier een verwijzing naar het ostentatieve nachtclubleven in de grote steden voor de nieuwe rijken en corrupte partijleden.

 

Li Zhan Yang

Li Zhan Yang (1969, Changchun) studeert in 1994 af aan de afdeling Beeldhouwen van de Kunstacademie van Luxun en volgt aansluitend een mastersopleiding aan de Centrale Academie van Schone Kunsten in Peking. Hij woont en werkt in Chongqin, waar hij ook les geeft aan de Sichuan Academie. Hij exposeert onder meer in Beijing, Chengdu, Hangzhou en Parijs. Enkele kleine werken van Li Zhan Yang zijn ook opgenomen in de tentoonstelling Xiangfeng!/Beeldhouwkunst van de Chinese avant-garde in Museum Beelden aan Zee (Scheveningen, 2005). Hij observeert mensen uit alle lagen: gezagsdragers uit het openbare leven in China en de gewone man in kroegen van bedenkelijk allooi. In een figuratieve, neorealistische stijl brengt de kunstenaar de sociale werkelijkheid van alledag op een humoristische en altijd milde wijze tot leven in kleine reliëfs en recentelijk ook grote sculpturen. In narratieve en didactische taferelen en kleine beeldengroepen, chargeert de kunstenaar zijn figuren zodanig, dat er een karikaturaal beeld ontstaat van de menselijke natuur. Deze reliëfs met figuren herinneren aan aan Europese middeleeuwse Predellastukken. Deze verlevendigen de basis van grote altaarstukken en vormen tevens een wat lichtere aanvulling op het drama van het hoofdwerk erboven.

 

Als een scherp waarnemend chroniqueur verbeeldt Li Zhan Yang een sociale realiteit waarin de communistische soberheid plaats heeft gemaakt voor een hedonistische levenswijze. Hier wordt het decadente partijkader afgezet tegen de zwoegende, uitgebuite gewone werkman. In een figuratieve, neorealistische stijl brengt de kunstenaar de sociale werkelijkheid van alledag op een humoristische wijze in zijn sculpturen tot leven. Als een scherp, maar altijd mild waarnemer verbeeldt Li Zhan Yang de decadente kant van het huidige China die materieel en fysiek geniet. Zijn werk herinnert soms aan de boertige, maar vaderlijk bedoelde stichtelijke taferelen van Vlaamse en Nederlandse kunstenaars als Pieter Breughel en Jeroen Bosch. Ook Li Zhan Yang wil ons tegelijkertijd amuseren en een spiegel voorhouden zonder al te moraliserend te willen zijn. Zijn milde zelfspot werkt relativerend. Want zoals hij zegt: ‘ik observeer en beeld mensen uit zoals jij en ik’.

 

De recente sculpturen van Li Zhan Yang laten een nieuwe ontwikkeling zien. Deze beeldhouwwerken lijken een synthese tussen de polychrome beelden van jonge boeddha’s, de beschermende demonen die de ingangen van tempels bewaken en de baldadige glanzende kitschobjecten van Jeff Koons.  Het grote kleurige en glamourachtige beeld van glasfiber dat een soort Temptation of the Buddha lijkt te verbeelden, is geïnspireerd door een bekend Chinees verhaal over een moreel hoogstaande monnik, die weerstand biedt aan corruptie en allerlei (erotische) verleidingen. Dit glanzende beeld vormt het kroonjuweel van de expositie Focus on China.

 

Sun Yuan en Peng Yu

Sun Yuan (1973) woont met zijn vrouw Peng Yu (1974) in Beijing. Zij vormen een kunstenaarsduo. Sun Yuan studeerde in 1991 af aan de Centrale Academie van Schone Kunsten in Beijing. Peng Yu studeert in 1998 af aan de afdeling Schilderkunst van dezelfde academie. Van de geselecteerde kunstenars zijn zij internationaal het meest bekend. Dit komt vooral door het gruwelijke aspect dat in veel van hun werken zit. In 2005 vertegenwoordigen zij China op de Biënnale van Venetië. Het kunstenaarsduo realiseert objecten, installaties en performances. Het radicale en shockerende karakter van hun werk heeft de afgelopen jaren voor veel discussies gezorgd. Zo maken zij sculpturen van afgezogen menselijk vet uit schoonheidsklinieken en zetten zij bloeddorstig gemaakte pitbulls in tredmolens vlak tegenover elkaar, zodanig dat ze elkaar net niet kunnen verscheuren. Toch doen zij niets anders dan de dagelijkse realiteit, zoals we die op straat tegenkomen, uitvergroot te tonen. De schokkende uitwerking is in al zijn eenvoud verbluffend. Tijdens de expositie Focus on China – Tolerance & Identity toont de  Vrije Academie een compilatie van recente videowerken en registraties van performances.

Op dit moment wordt aan het plan gewerkt om het kunstenaarsduo ook een installatie te laten vervaardigen voor het Vredespaleis in Den Haag. Door het weigeren van toestemming is dit project tot dusverre helaas niet gerealiseerd. Het concept houdt in dat een grote Chinese (tempel)drum geplaatst wordt op het openbare gebied voor het Vredespaleis. Door te sms’en of te bellen naar een aangesloten mobiele telefoon wordt een mechanisme in werking gezet dat een donderslag op de drum geeft. Iedereen die vindt dat er in zijn land mensenrechten worden geschonden kan dit nummer bellen en zo alarm slaan. Voor zijn gevoel heeft de beller dan zo letterlijk een signaal aan de wereld afgegeven. Op de drum is een elektronisch tekstpaneel met teller gemonteerd (zie foto) waarop het aantal keren dat aan de bel getrokken is, wordt bijgehouden. In het oude China kon iemand die onrecht was aangedaan volgens traditioneel gebruik een grote gewijde tempeldrum voor het paleis van de plaatselijke bestuurder plaatsen en door het tromgeroffel niet te ontwijken aandacht  vragen voor zijn probleem.

 

Paul Donker Duyvis

 

Noten:

1] Cat. Kunstwelten im Dialog von Gaugin zur globalen Gegenwart, Museum Ludwig Koln(D) p.7
2] Bijlage Amsterdam China Festival bij de Volkskrant van 15 september 2005 p.3


Bronnnen: 

-Chinese Contemporary Art 1997, Cat. the Watari Museum of Contemporary art, Tokyo

-Cat. Contemporary Chinese Photography and Video from the Haudenschild Collection.

-Cat.Fuck Off, Shanghai 2000 -Shanghai Biennale 2000 >

http://www.eyestorm.com/feature/ED2n_article.asp?article_id=170

-The second Shanghai Biennial

>http://www.theartnewspaper.com/news/article.asp?idart=10711

-http://www.geledraak.nl/index.html

-http://www.shanghart.com

-http://www.shanghaibiennale.com/

-http://www.eastlinkgallery.com/

-http://www.redgategallery.com/

-http://www.mu.nl/exhibitions/past/18-FoodForThought/food-eng.html

-Chinese art at the end of the millennium / John Clark.Hong Kong: New

Art Media Limited, 2000. - 254p., ill., index

-Chinese Cinema Page > http://www.chinesecinemas.org/links.html





FOCUS ON CHINA, Tolerance & Identity-ENGLISH Translation


FOCUS ON CHINA, Tolerance & Identity

Contemporary art from Peking, Chengdu and Chongqing.

 

 

No one doubts the need for Dutch museums to support intercultural dialogue. After all, the following questions are crucial not only to the artistic, but to the social climate of the Netherlands:

What informs the various world cultures? Can heterogeneous manifestations of art co-exist? To what extent do these divergent artistic expressions influence each other in terms of form and content?

How disparate are the starting points, values, artistic and formal codes in terms of content? Are they mutually enriching? To what extent does one culture dominate the other? Does art speak a universal language? *1].

 

Until now, Dutch art lovers often had to trek to Germany, France and England for informative survey exhibitions that offer an impression of contemporary art in South America, Africa and China. Even the exhibition ‘Sensation" presenting work by the ground-breaking circle of British artists connected to Damian Hirst passed the Netherlands by. So it was exciting to hear that, in 2004, the Stedelijk Museum in Amsterdam was planning to organize an exhibition of work by intriguing artists from China.

 

After these plans ran aground, the Vrije Academie in The Hague took action, and decided to undertake an ambitious plan. To our surprise, Martijn Sanders, director of the Concertgebouw in 2005 declared: “It is high time for a Chinese Cultural Festival. Ninety percent of the focus on China centres on its capacity as a surging economic world power. The remaining ten percent focuses on its political development. There is very little attention for Chinese culture…And if you want to understand what’s going on in a country you have to know where it’s coming from, not only where it’s going to.” *2] .

 

The Vrije Academie fully endorses these words, and is taking part in the comprehensive China Festival (autumn 2005) in the company of leading Dutch cultural institutions like Arcam, De Appel, Stedelijk Museum CS, De Balie, Museum Van Loon,  Foam and Beelden aan Zee. The Vrije Academie’s project Focus on China  is integrated into the festival programme and the festival’s publicity campaign.

 

The imminent festival is giving renewed stimulus to the China exhibition being held by the Vrije Academie. On the advice of artist couple Lu Luo and Hong Yi Zhuang, who live and work in the Netherlands, the exhibition will not present work by the now internationally renowned artists from the economic boom zones around Beijing, Shanghai and Guangzhou, focusing instead on participants from Chengdu and ChongQing,  in the southern province Sichuan. Chengdu is a lesser known city but, with ten million inhabitants, is China’s third largest conurbation. The departure point of the mission to these cities was to invite artists working in new media, photography and video, painting and sculpture, to take part in an exhibition and a work period at the de Vrije Academie, where they will give guest lectures and workshops over a six-week period.

 

One of the goals is to bring participants of the Vrije Academie and the Dutch art public in contact with the most important regions for contemporary visual art. Many artists engage with themes currently experienced in China such as identity, sexuality, violence, modernization, urbanization and the abrupt alienation of a tumultuous past. One of the central questions we raise is: Is the current generation of artists in China politically engaged? Has the urge for freedom waned or been quashed? Are artists uncritically succumbing to the euphoria of the new prosperity?

 

The transition to an economic boom time often proves a powerful engine for artistic development.  The development of the Italian Renaissance (from Giotto to da Vinci), the Flemish masters (van Eyck) and later North Netherlandish art (Rembrandt) seem to support this. The period of emergence, sharp growth and commensurate optimism foster new élan in the arts. China’s unbridled economic growth and increasing self awareness are being voiced in a variety of ways. The appetite to build, the open display of wealth and the flashy hedonism of youth are recurrent topics in reports on the Chinese Wirtschaftswunder. Over the last fifteen years, groups of visual artists have sprung up, conquering and inspiring the Western art world in the blink of an eye. The trend gathered pace in the wake of the international breakthrough of Chinese filmmakers like Chen Kaige (“Yellow Earth” 1984),  fellow student Zhang Yimou (“Red Sorghum” and “Raise the Red Lantern” 1991), Tian Zhuangzhuang (“The Horse Thief “1986 and “The Blue Kite” 1993) and Xie Fei with “Women From the Lake of Scented Souls” 1993.

 

Over the last few years, the new Chinese art – primarily from Shanghai – was presented at Biennales and major international exhibitions and is now represented in renowned international collections. The new Chinese vanguard borrowed from every recent school of art from Dada, Deconstructivism, Pop Art, Fluxus, and Modernism to Post-Modernism. Chinese artists work simultaneously across all media, particularly favouring multi media, video and photography. Their work looks absurdist, extreme, grotesque, lyrical, critical, radical, cynical but, more than anything, vital. It exudes guts, power and confidence. It is sometimes unabashedly kitsch, sometimes breathtakingly touching and well-executed. One could be forgiven for thinking that this is what the sleepy self-satisfied Western art world has been holding its breath for. The message and mysterious power of some Chinese art could be explained by the fact that, in totalitarian regimes, narratives rich in symbolic, abstruse references were the most immediate, and freest means of artistic expression.

 

One explanation for the radical and apparently effortless conjunction with the Western avant garde is also sought in the arrival of Mao Zedong who propagated a schism with ancient Chinese culture and traditional painting. So it seems quite a small step to transmute the propaganda-rich art of social realism – prevalent since the nineteen-fifties – into a new Chinese art form, leaning heavily on the irony and influences permitted by Pop Art, along the way. Moreover, the message, not the age-old technique, was what mattered in art.

Mao cleared such a path for art. The Cultural Revolution, which was to follow, attempted to bring to a more radical end the images and memories of Chinese traditions. Coupled with the intellectual freedom that was gathering speed, this freed the way for a rapid union with the latest developments in the international art world. The economic and cultural success of neighbouring country Japan held up an inspiring example, too. In China, many cultural studies lecturers are Japanese. Although on the one hand Japan is considered a kind of arch enemy, the successes of post-war Japan also exhilarate the Chinese imagination. And most Chinese feel a greater sense of connection with the Japanese rather than Western culture, despite the ordeals of the Second World War.

 

The advent of the new contemporary art dates from the early nineteen-eighties. The first contemporary art exhibitions were held in Beijing (1980) and Xi'an (1981) and in 1984 contemporary art was displayed across nine cities. Many exhibitions were closed down by the state after a brief life, but China had seen the birth of a new art.

 

In 1989 the major exhibition “China/Avant Garde” took place in the Peking National Gallery, presenting the work of 185 artists from all over China. The project came to be considered a milestone in Chinese art history.

 

Another defining moment was the participation of Huang Yong Ping in the pivotal intercultural exhibit “Magicians of the Earth” in the Pompidou in Paris. The inclusion of his work in an international presentation of such stature carries huge symbolic value for the Chinese art world. He presented two books “History of Chinese Art” and “History of Modern Western Art”, in a two-minute laundry cycle in a washing machine. The result is a brash cultural pulp in papier-mâché and the corpus delicti – the washing machine, was an integral ingredient in the project.

 

Performance

The undisputed father of Chinese performance art is Zhang Huan. In 1994 he gave two performances that were both equally shocking as spectacular. In “12 mÂ_” Zhang, lathered in fish oil and honey, sat naked in a public toilet in Peking. Under the onslaught of hordes of insects, the artist remained motionless for hours, then rinsed off in a nearby lake. The performance aimed to probe the limits of the human body and put the artist’s endurance to the test. The same idea underpinned the performance he gave a month later entitled ‘65kg’ . This time Zhang, swathed in heavy metal chains, was suspended for an hour horizontally from the ceiling. Droplets of blood fell slowly onto a hotplate below, filling the air with penetrating unpleasant odour.

 

Many other artists followed Zhang’s example, often urged by artist/curator Wei Wei. Another example of work with a similar physical slant is that of Song Dong who, in the winter of 1996, spent forty minutes lying, stock-still, on frozen Tiananmen Square. Once he had left, all that remained was a thin layer of ice marking where he had lain. Was Song Dong referring to the ephemerality of life? Or is it a more specific jibe at the transitory nature of contemporary art?

 

Video

Video is a much-used medium in Chinese art. Zhang Pei Li was the first artist in China to experiment with video, his most well-known piece probably being “Last Words”, a sort of ironic remake of patriotic propaganda films with a compilation of the last words of Chinese heroes of the Communist system, edited as an ongoing litany.

           

Xu Zhen (1972) plays with the fusion of public/private in the video installation “From Inside the Body” (1999), which shows he and his friend sitting side by side on a couch, removing their tops and sniffing each other. The sniffing is Xu Zhen’s depiction of people’s irrepressible curiosity in others. But it’s a piece with which he also questions a society that permits little privacy and in which open physical contact is not the norm. This genre of performance, video and installation is being further expanded by a young generation of Chinese artists who grew up in the post Mao era and are consequently less driven by wanting to address national political history. In the mean time, they have become au fait with Western ideas and luxury commodities and the glamorous advertising that surrounds them and which now abounds in the streets of major Chinese cities. The strides Chinese art has made as a whole in recent years is manifest in four major exhibitions had enormous impact on the Chinese art world: “Art for Sale” (Shanghai, 1999), “Post-Sense Sensibility” (Beijing, 1999), “Fuck Off” (Shanghai, 2000) and “Twins” (Shanghai, 2002). The first exhibition, 

“Art for Sale”, held in a department store, referenced modern-day consumerism. With an advertising brochure as catalogue, complete with yellow department store mascot, Song Dong (Mr. Banana) endorses art works as though they were commodities.

 

The exhibitions “Post-Sense Sensibility” and “Fuck Off” are highly controversial and deliberately set out to shock. They present the most aggressive, radical forms of art so far. Compared to such a spectacle of violence, Damien Hirst’s cross-section of a dead cow in “Sensation”, which was unpalatable to Europe audiences, seems pretty tame.

 

Focus on China

With these dramatic events in mind, a team from the Vrije Academie travelled to the south of China in search of artists whose work possessed the necessary quality, spirit and commitment for a stimulating exhibition. Our selection focused on artists whose work offered an intelligent comment on society – indirectly, and by virtue of symbolism. China may be a soaring economic world power but in reality it is still a paradoxical Communist country where approbation of politics and government is still not the norm.

 

We visited some hundred artists and were initially overwhelmed by disappointment. Painting seemed to have become particularly commercialized and often a clone of famous names. Empty glamour, malformed heads and superficial show. Well-intentioned officials eager to give us tours were an especial hindrance. The information received from unbiased students proved more useful. In the end, we settled on five impressive artists: Zhou Chun Ya, Weng Pei Jun, Zeng Tu, Li Zhan Yang and artist duo Peng Yu & Sun Yuan. Apart from a vigorous message, their work is of outstanding artistic quality. These five artists were invited to be artists in residence at the Vrije Academie from 1 October to 15 November; to exhibit, lecture and give workshops for six weeks. We also invited Gu Zhenqing, principal curator of the Duolon Museum of Modern Art in Shanghai, and additional guest curator, to give two lectures. After an introduction to the history and development of modern art in China, his second lecture goes into the work of the artists taking part in “FOCUS ON CHINA, Tolerance & Identity,  Contemporary art from Peking, Chengdu and Chongqing.”

 

Qu Xiaoru

Our visits to the well-equipped art academies in Beijing, Chengdu and Chongqing sometimes proved exhilarating, although the repression of the free mind was often more tangible there.

 

Painting suffered from too little aversion for kitsch and commerce. In the various sculpture classes, the pieces seemed all to have been fashioned by the hand of one and the same artist. Classrooms bursting with plaster studies or life models. Something that struck a dissonant chord was that many classes were devoid of students, despite official records claiming full enrolment. Row upon row of human figures in wet clay, shrouded in plastic, lined the tables. In one studio after another. There was no sign of any budding artist openly attempting something different. Unconsciously, in the same way one scours a Dutch tulip field constantly on the lookout for that single yellow flower amid the endless fields of red, you want to ferret out the maverick, those with the courage to be recalcitrant, daring, original. The single bright voice that won’t conform.

 

At the sculpture department in Chengdu we found our non-conformist. Qu Xiaoru. In the midst of bland three-dimensional replicates of plaster copies, we discovered a student working in a corner of one of the smaller studios on life-size polychrome images of the deformed and the crippled. The piece seemed to expose a bruised underside of China, a land so eager to appear wealthy and glamorous but which, in this regard, is still very much a third world country. We invited this young woman artist to take be Student in Residence in a work period during the Focus on China exhibition.

 

Zhou Chun Ya

Zhou Chun Ya (1955) is best known for his comprehensive series of oil paintings entitled “Green Dogs’”, featuring his beloved dogs in acid green, with pinkish-red accents for tongue, belly or genitalia. The “Green Dogs’’, isolated on canvas with rapid, accurate brush strokes, are by turn angry, moving, randy, aggressive or mean. They run the gamut of human emotion.

Zhou Chun Ya  studied at the art academy in Sichuan. In the nineteen-eighties he continued his art education at the Kunstakademie in Kassel, Germany, where he brushed shoulders with a different conception of art and saw European and American painting in the flesh for the first time. Without too much effort, we can read his dogs as metaphors for human failing and suffering, and for the unenviable position in which most Chinese still find themselves. Many are trapped in a position of dependency, obeisance and slavish compliance with the orders of superiors. Zhou Chun Ya  lives and works in Chengdu where he is the informal leader and inspirer of a group of young artists.

 

Zeng Tu

Zeng Tu (1963) produces monochrome, melancholy photos that record the vanishing faces of China in soft grey tints: old houses, discarded objects, intimacy, the personal, the understated, light slanting into an interior. Less aggressive, but equally barbed, are his expositions of the colourful but frequently superficial glamour of nouveau riche countrymen. He turns a distressed gaze on the merciless dismantling of the culture and world of his parents and grandparents. The material yen for affluence is a new rancorous cultural revolution that inspires in him an urge to sometimes return to the warmth and integrity of the China of his childhood. Zeng Tu lives in Chongqing where he lectures at the photography department of the local art college. He photographs his immediate surrounds on a daily basis, preferring to work in the rain when the sun washes palely through the ever-cloudy mountain town in Sichuan.

 

Weng Fen

Weng Fen (alias Weng Pei Jun, 1961) lives and works in Hainan. He graduated from the Gouangzou Academy for Fine Arts in 1985. His work is represented in collections of the world’s leading museums. Weng Fen’s large format photographs mimic the seductive visual language of the huge billboards that line the roads. The advertisements paint a new life bursting with beauty and wealth in a radically different world. His razor-sharp landscape photos with innocent schoolgirls in uniform in the foreground, standing in front of diving wall, have become famous. The new China bristling with cheery post-modern skyscrapers that will save everyone from the tiny two-room units without bath and toilet glitter in the distance. The foreground symbolizes the ‘old-fashioned China’. The photos’ paradoxical quality lies in the ambiguity of the gaze: does it welcome or reject change? In the same style, Weng Fen made an ironic series of portraits of a model family with, as instructed, only one child which, witnessed by her flashy university beret, was a star pupil at an early age. Recently, Weng Fen began to produce installations. He fashioned a replica of the huge construction developments springing up all over China out of egg shells. A laborious, time-consuming, visually gorgeous present-day vanitas executed with the help of scores of volunteers.

 

 

Zhou Xiao Hu

Zhou Xiao Hu (1960) lives and works in Changzou. He graduated from the Academy for Fine Arts in Sichuan in 1989 and has exhibited his video works internationally. In 2004,  Xiao Hu presented work at the “World Wide Video Festival” in Amsterdam. In 2005 he took part in the exhibition “Between Past and Future: New Photography and Video from China” at the Venice Biennale. Zhou Xiao Hu’s videos are playful and made with an infectious sense of fun which, however, doesn’t undermine their critical core, as illustrated by the clay figure animation “Utopia Machine” from 2002. The film parodies the official, censured TV news item about one of the Chinese Parliament’s assemblies. We hear slowed-down, meaningless sounds emitted from countless speakers. The sound of the applause machine that startles everyone from their sleep after each interminable presentation, is absolutely genuine.

 

In the video, Zhou Xiao Hu gives a very direct, candid comment on how the Chinese parliament – which in his eyes has become reduced to an a-critical club with obligatory speeches from party bigwigs – functions. The film also makes direct reference to well-known propaganda images of the Chinese Communist Party’s first meeting. The animation films where the human body provides the backdrop, have also proved a success. Sometimes we see the artist’s own body on which – slightly clumsily yet with virtuosity – draws cheeky figures which are animated to traverse the naked bodies of a man and woman. A pole dancer evades touch, and hides in his navel - possibly a reference to the crass nightclub life in the major cities, stomping ground of the nouveau riches and corrupt Party members.

 

Li Zhan Yang

Li Zhan Yang (1969, Changchun) holds a degree in sculpture from the art academy in Luxun and completed his studies at the Central Academy for Fine Art in Peking. He lives and works in Chongqin, where he also teaches at the Sichuan Academy. He has exhibited widely, with shows in Beijing, Chengdu, Hangzhou and Paris. A number of small pieces by Li Zhan Yang were included in the exhibition “Xiangfeng!/Beeldhouwkunst van de Chinese avant-garde” in Museum Beelden aan Zee (Scheveningen, NL 2005). Zhan Yang observes people from all layers of society: officials in Chinese public life, and ordinary people in insalubrious bars. In a figurative, neo-realistic style, he takes a humorous, mild-mannered look at every-day life in small reliefs and, more recently, large sculptural pieces. The artist charges his narrative, didactic scenes and small sculptural groups in such a way as to render a caricatural view of human nature. The reliefs with figures are reminiscent of medieval European predella which ran along the frame or base of large altar pieces and also leavened the drama depicted in the principal scenes shown above.

 

A sharp observer and chronicler, Li Zhan Yang reveals a social reality in which Communist sobriety has made way for hedonism. Here, the decadent party leader is set off against the sweating, exploited everyday labourer. Zhan Yang’s figurative style of neo-realism takes a no holds barred look at the decadent side of present-day China, hungry for material and physical pleasure. At times his work brings to mind Dutch artists of the past like Pieter Breughel and Jeroen Bosch. Li Zhan Yang follows their lead in wanting to amuse and criticize simultaneously, yet without taking a heavy moral tone. His gentle self-mockery throws life into perspective, and he comments: “I observe and depict people like you and me”.

 

Li Zhan Yang’s recent sculptures show a new development. Later pieces seem to synthesize the polychrome images of young buddhas, the protective demons that guard temple entrances and the sassy gleaming kitsch of Jeff Koons sculptures. The large, colourful, glamorous-looking piece in glass fibre that seems to depict a sort of Temptation of the Buddha  was inspired by a well-known Chinese tale of a monk  with high morals who resists corruption and a gamut of (erotic) temptation, and is the gem of the exhibition “Focus on China”.

 

Sun Yuan and Peng Yu

Sun Yuan (1973) lives with his wife Peng Yu (1974) in Beijing; they work together. Sun Yuan graduated in 1991 from the Central Academy for Fine Art in Beijing. Peng Yu graduated in 1998 with a degree in painting from the same college. The couple is the most internationally known of the selected artists, primarily because of the gruesome content of much of their work. In 2005 they represented China at the Venice Biennale. The artist duo produce objects, installations and performances; the radical, shocking aspect of their work has generated heated debated in recent years. They create sculptures using human fat garnered from cosmetic surgeries clinics, and place enraged pitbulls in treadmills facing each other, but always just out of harm’s way. But in all this they’re only reflecting everyday reality on the street, albeit magnified. The stupefying execution is astonishing in its simplicity. During the exhibition “Focus on China – Tolerance & Identity” the Vrije Academie will be presenting a compilation of recent videos and registrations of performances.

The current plan is for the couple to create an installation for the Peace Square in The Hague. However, the project has not been realized yet due to the lack of forthcoming approval. The plan involves placing a huge Chinese temple drum on the public area of the Peace Square. Then, steered by phone calls or text messages to a nearby mobile phone connected to the drum, a mechanism springs into life, giving the drum a resounding thump. Anyone who feels that human rights in their country are being violated is invited to phone the number and sound a warning, giving callers the feeling that they have literally sent a warning to the world. The drum bears an electronic display with a counter (see photo) that keeps score of the number of time the drum is sounded. In ancient China, someone who had been unjustly treated was traditionally permitted to place a large consecrated temple drum in front of the palace of the local administrator and sound the drum to focus – inescapable – attention on his problems.

 

Paul Donker Duyvis

 

(translation Lisa Holden) 

 





De schurende hardheid van Chinezen


 

11:20

De schurende hardheid van Chinezen

Recensie  Merlijn Schoonenboom

In de Vrije Academie in Den Haag is een video te zien van een performance, die vorig jaar in China werd gehouden. Twee keer twee tredmolens staan tegenover elkaar, op elk ervan is een opgehitste pitbull geplaatst, met zijn kop richting de ander. De honden rennen als bezetenen, woest blaffend, vastbesloten de ander te verscheuren. Hun romp zit echter met banden vast, ze blijven 30 centimeter van elkaar verwijderd. Een publiek van hippe Chinezen slaat de ingesnoerde bloeddorst gade, fotografen leggen het vast.

Dogs cannot touch each other (controversy model), heet de performance van het echtpaar Peng Yu en Sun Yuan. Schokkend? Je kan je inderdaad afvragen of dit in een Nederlands museum uitgevoerd had kunnen worden. Niet alleen om de schurende hardheid in het werk, maar ook om de omgang met het ‘levende materiaal’. Een ander werk van het duo Peng Yu en Sun Yuan is bijvoorbeeld de Civilisation pillar: een metershoge zuil van menselijk vet, weggezogen in cosmetische klinieken.

De Vrije Academie plaatst het duo in de typerende ‘radicaliteit en hardheid’ van sommige Chinese performance-kunst. Bizarre verhalen duiken af en toe op. Zhu Yu die een dode baby opeet. Het fotoboek Fuck you, waarin een Chinese kunstenaar zijn arm amputeerde en aan het plafond hing.

Waar komt dat vandaan? Paul Donker Duyvis, curator van de tentoonstelling (die verder geheel andere Chinese kunst toont), beklemtoont dat het gaat om een klein groepje in de afgelopen vijf jaar. Van een Chinese traditie is geen sprake: ‘Deze kunstenaars zagen midden jaren negentig de in stukken gezaagde koe van Damien Hirst. Daar wilden ze overheen om zich kenbaar te maken op het wereldtoneel.’ Ook Jos Houweling, directeur van het Sandberg Instituut, wijst erop dat de artistieke radicaliteit uit het Westen komt: ‘Zij zagen performances van de Wiener Aktionisten in de jaren zeventig, en haakten daarop in. Maar wel op hun manier. Dood en lichaam hebben voor hen een andere betekenis.’

De dagelijkse praktijk is er nu eenmaal harder, zegt Donker Duyvis: ‘Het Chinese één kindprogramma had tot gevolg dat je een dode baby gewoon op de vuilnisbelt kon vinden. Het opeten van een babylijkje heeft in die zin een culturele context. Maar aan de andere kant: agressieve pitbulls worden in het Westen gefokt.’

De piek van de radicale performances is alweer voorbij. Het duo Peng Yu en Sun Yuan is een stap verder, zegt Donker Duyvis: ‘Ze zijn subtieler, en maatschappij-kritischer’. Jos Houweling kreeg bezoek van een Chinese journalist die een documentaire maakte over twintig jaar Chinese performance-kunst. Ook volgens hem is de aandacht voor de ‘shock-art’ geluwd. ‘Hij vroeg zich af: wat is er toch gebeurd met de kunstenaar die twee jaar geleden graszaadjes in zijn rug heeft laten planten. Is hij dood, is het gras gegroeid?’

Intussen blijkt voor Westerse kunstenaars de Chinese omgang met ‘levend materiaal’ aantrekkingskracht te hebben. De Belg Wim Delvoye heeft zijn ‘Artfarm’ naar China verplaatst. Daar krijgt hij geen restricties opgelegd over het tatoeëren op levende varkens.


Den Haag, De Vrije Academie (Paviljoensgracht 20-24): Focus on China, hedendaagse Chinese beeldende kunst met performance, schilderijen, foto’s, video, beeldhouwwerk en nieuwe media, t/m 30 november; ma t/m do 10-17u vr 10-16u. Tel. 070-3638968.



© pddstudio 2006 All Rights Reserved

Create a free website at Webs.com