NIJENHUIS ADVOCATEN VELP

Wij vragen altijd meteen het dossier bij de rechtbank op en stellen het dan onze cliënten ter hand zodat zij zelf kunnen lezen wie wat over hem of haar bij de politie heeft verklaard.

 

Indien het openbaar ministerie in de persoon van de officier van justitie iemand verdenkt van een strafbaar feit kan de officier van justitie overgaan tot dagvaarding van de verdachte voor de bevoegde rechter. In de dagvaarding moet precies zijn aangegeven op welk strafbaar feit, althans op welke strafbare feiten, de verdenking zich richt. In de dagvaarding staat ook aangegeven wanneer, waar en ten overstaan van welke rechter de zaak ter terechtzitting zal worden behandeld. Betreft de verdenking een eenvoudig strafbaar feit (overtreding), zoals bijvoorbeeld te hard rijden of schoolverzuim, dan zal de kantonrechter de zaak behandelen. Betreft de verdenking een ernstiger strafbaar feit (een misdrijf), zoals bijvoorbeeld diefstal, mishandeling of rijden onder invloed, dan zal veelal de politierechter in de rechtbank de zaak behandelen. Betreft de verdenking een nog ernstiger strafbaar feit zoals bijvoorbeeld drugshandel, doodslag, moord of verkrachting, dan zal in het algemeen de meervoudige strafkamer van de rechtbank de zaak behandelen. De meervoudige strafkamer bestaat uit drie rechters.

Het is verstandig onmiddellijk na ontvangst van de dagvaarding de advocaat in te schakelen. Te lang wachten met het inschakelen van de advocaat, bijvoorbeeld tot een paar dagen voor de zitting, vergroot de kans dat de advocaat niet meer tijdig in het bezit wordt gesteld van het strafdossier. De advocaat kan het dossier in het algemeen wel nog vlak voor de terechtzitting  inzien op de rechtbank, maar dat is geen optimale voorbereiding. 

Indien de verdachte in voorarrest zit, krijgt hij een advocaat toegewezen, maar als de verdachte de verdediging liever aan een andere advocaat wenst over te laten, kan hij dat aangeven door de advocaat die hij wenst te (laten) bellen.

Voorbereiding strafzaak

Na bestudering van het dossier zal de advocaat in samenspraak met de verdachte een plan van aanpak bepalen. De advocaat zal onder meer met de verdachte van gedachten wisselen over de inhoud van het strafdossier en de mogelijkheid van een veroordeling, ontslag van rechtsvervolging of vrijspraak.

Het is mogelijk dat de officier van justitie getuigen of deskundigen zal oproepen om ter terechtzitting te verschijnen. In dat geval zal dat zijn aangegeven op de dagvaarding. Ook de verdachte kan getuigen en deskundigen meenemen naar de terechtzitting dan wel laten oproepen door de officier van justitie. De advocaat van de verdachte kan de officier van justitie onder meer verzoeken getuigen en deskundigen op te roepen, indien de verdachte of diens raadsman niet zeker weten of de getuigen en deskundigen aan de zijde van de verdediging vrijwillig ter terechtzitting zullen verschijnen. De officier van justitie is echter niet verplicht gehoor te geven aan het verzoek tot dagvaarding van getuigen en deskundigen aan de zijde van de verdediging. Ter terechtzitting kan de advocaat de rechter dan alsnog verzoeken de door de verdediging gewenste getuigen en deskundigen te laten oproepen. Indien de strafrechter dit verzoek afwijst, dan moet de verdachte zich daar noodgedwongen bij neerleggen. Wel kan deze afwijzing zo nodig in hoger beroep aan de orde komen.

De advocaat zal met zijn cliënt ook bespreken welke straf en/of maatregel deze kan verwachten indien veroordeling mocht volgen. Al naar gelang de ernst van het strafbare feit dat dan door de strafrechter bewezen wordt verklaard, kan een gevangenisstraf, een geldboete of een taakstraf worden opgelegd. Daarnaast zijn nog enkele maatregelen mogelijk.

Indien de verdachte niet op de zitting aanwezig kan zijn of indien de advocaat van de verdachte onvoldoende tijd heeft gehad de zaak goed voor te bereiden, kan de advocaat de strafrechter verzoeken de zaak uit te stellen. Een dergelijk verzoek moet wel goed onderbouwd zijn. De verdachte zal in dat geval bij voorkeur met schriftelijk bewijsmateriaal hard moeten kunnen maken dat hij echt niet ter terechtzitting kan verschijnen, terwijl de advocaat in dat geval goed zal moeten onderbouwen waarom deze zich niet op de zitting heeft kunnen voorbereiden, zonder dat dit aan de advocaat is te wijten.

De strafrechter is niet verplicht het uitstelverzoek te honoreren. Indien het uitstelverzoek wordt afgewezen, dan vindt de terechtzitting gewoon doorgang, met of zonder de verdachte en de advocaat.

Ook kan een verdachte die niet ter terechtzitting aanwezig kan zijn, de advocaat machtigen namens de verdachte ter terechtzitting het woord te voeren.

Het onderzoek ter terechtzitting bij een strafzaak

Nadat de zaak is uitgeroepen en de verdachte de zittingszaal heeft betreden, zal de rechter de personalia van de verdachte controleren. Vervolgens zal de rechter aan de verdachte mededelen dat deze goed op moet letten en dat deze het recht heeft te zwijgen en derhalve niet verplicht is vragen te beantwoorden.

Vervolgens zal de officier van justitie aan de verdachte voorhouden van welk strafbaar feit, althans welke strafbare feiten deze wordt verdacht.

Voor zover een of meerdere getuigen of deskundigen worden gehoord, zal de rechter het moment bepalen waarop dit verhoor zal plaatsvinden.

De rechter zal het strafdossier behandelen, waarbij de rechter aan de verdachte zal voorhouden welke schriftelijke bescheiden de rechter heeft aangetroffen. Aan de hand van deze bescheiden uit het dossier, zal de rechter aan de verdachte vragen kunnen stellen. Zoals al aangegeven, heeft de verdachte het recht te zwijgen en is deze dus niet verplicht op de vragen antwoord te geven. Evenmin is deze verplicht de waarheid te verklaren. Voor een getuige ligt dat anders: die is wel verplicht de waarheid te verklaren. De rechter zal in het algemeen niet alleen vragen stellen over het feit, althans de feiten die in de dagvaarding staan, maar de rechter zal in het algemeen ook vragen stellen over de persoonlijke omstandigheden van de verdachte (heeft deze werk? is deze gehuwd? hoe zijn diens financiële omstandigheden?).

Nadat de rechter de verdachte zal hebben ondervraagd en met het materiaal uit het dossier zal hebben geconfronteerd, zullen de officier van justitie en de advocaat in de gelegenheid worden gesteld vragen aan de verdachte te stellen. Dezelfde volgorde van ondervragen (rechter, officier van justitie, advocaat) zal ook worden gehanteerd indien een of meerdere getuigen of deskundigen worden gehoord.

Requisitoir in een strafzaak

Indien de rechter zich voldoende voorgelicht acht, zal deze de officier van justitie het woord geven voor het "requisitoir", zijnde het betoog van de officier van justitie waarin deze de eis tegen de verdachte zal formuleren. Indien de officier van justitie van mening is dat het strafbare feit/de strafbare feiten waarvan de verdachte wordt verdachte bewezen kan/kunnen worden verklaard, dan zal de officier van justitie in het algemeen een straf of maatregel eisen. De rechter is niet gebonden aan de eis van de officier van justitie.

Pleidooi in een strafzaak

Na afloop van het requisitoir zal de rechter de advocaat in de gelegenheid stellen het pleidooi te houden. In dit pleidooi zal de advocaat alles naar voren brengen dat in het belang is van de verdediging van de verdachte.
 
De officier van justitie mag op het pleidooi van de advocaat reageren ("repliek"),  waarop de advocaat nog een keer mag reageren ("dupliek"). 

Laatste woord in een strafzaak

Ten slotte heeft de verdachte het laatste woord. De verdachte is niet verplicht van die gelegenheid gebruik te maken. In het algemeen zullen de advocaat en de verdachte van tevoren hebben besproken of een laatste woord wenselijk is en zo ja met welke inhoud. 

Uitspraak in een strafzaak

Als de zaak is voorgelegd aan de kantonrechter of de politierechter, zal deze in het algemeen onmiddellijk na het laatste woord van de verdachte uitspraak doen. Indien de zaak is voorgelegd aan de meervoudige strafkamer, zal deze in het algemeen 14 dagen later uitspraak doen.