NIJENHUIS ADVOCATEN VELP

Gezamenlijk gezag
Gehuwden hebben in principe het gezamenlijk ouderlijk gezag over hun kinderen. Sinds 2001 geldt dit ook voor geregistreerde partners. Bij echtscheiding blijft het gezamenlijk ouderlijk gezag gehandhaafd. Een goede verstandhouding of communicatie tussen beide ouders is daarvoor noodzakelijk. Handhaving van het gezamenlijk ouderlijk gezag acht men in het belang van het kind. Het gezamenlijk gezag kan alleen worden afgewezen indien er een onaanvaardbaar risico is dat kinderen klem of verloren raken tussen beide ouders.

Gezagswijziging

  • Een van de ouders kan verzoeken om eenhoofdig gezag.
  • Een minderjarig kind vanaf 12 jaar kan verzoeken om gezagswijziging, tijdens of na de echtscheidingsprocedure. Ook een jonger kind kan daarom verzoeken als hij de situatie goed kan begrijpen.
  • Beide ouders kunnen samen verzoeken om invoering gezamenlijk gezag
  • Een ouder kan verzoeken om herstel van gezamenlijk gezag
  • Een biologische vader kan zelf verzoeken om invoering gezamenlijk gezag

 

Invulling gezamenlijk gezag
Gezamenlijk gezag na echtscheiding betekent dat beide ouders belast blijven met de opvoedkundige en juridische verantwoordelijkheid voor hun kinderen. Meestal wordt dan ook onderling een omgangsregeling of bezoekregeling voor de kinderen afgesproken. Soms is het duidelijker en noodzakelijk om dat via de rechter te regelen.
Sommige ouders kiezen voor een feitelijk deling van verzorging en opvoeding. Doorgaans noemt men dit co-ouderschap.

In principe betekent gezamenlijk gezag dat één ouder geen beslissingen kan nemen zonder medeweten of akkoord van de andere ouder. Diegene van de ouders bij wie het kind de verblijfplaats heeft, heeft de meeste verantwoordelijkheid. De andere ouder dient bereid te zijn om de zorgtaken van verzorgende ouder te aanvaarden en te respecteren. Kleine alledaagse beslissingen over de kinderen worden genomen door de verzorgende ouder. Grotere beslissingen worden in overleg genomen waarbij de positie van de verzorgende ouder gerespecteerd dient te worden. Te denken aan de keuze of de kinderen naar een creche gaan, welke school het meest geschikt is en of zij mogen deelnemen aan het verenigingsleven.
Het ouderlijk gezag kan niet worden aangewend om invloed uit te oefenen op het leven van de verzorgende ouder.
Het overleg tussen de ouders kan op verschillende wijze plaatsvinden: mondeling, telefonisch, schriftelijk of via een bemiddelaar.
Ouderlijk gezag houdt in principe in, dat u gezamenlijk besluiten maakt over:

  • Schoolkeuze
  • Opvoedingskwestie
  • Bijzondere uitgaven of verplichtingen ten behoeve van het kind
  • Inschrijving bij de gemeente / verhuizing
  • Aanvragen van paspoort of visum
  • Vertrek buitenland *)

*) Voor wijziging van de vaste verblijfplaats van het kind naar het buitenland is de toestemming nodig van de niet-verzorgende, medegezagsouder. Bij dreigend vertrek naar het buitenland kan de mede-gezagsouder dit met een kort geding voorkomen.
Indien het kind eenmaal ik het buitenland is kan de medegezagsouder eisen dat het kind wordt teruggebracht.

Invulling eenhoofdig gezag
Eenhoofdig gezag betekent dat de verzorgende ouder (meestal de moeder) alleen het ouderlijk gezag heeft. Die heeft wel de plicht tot informatie en consultatie van de andere ouder. De niet-verzorgende ouder (meestal de vader) heeft recht op een omgangsregeling voor het kind. Daarnaast heeft de niet-verzorgende ouder ook recht op informatie en consultatie over het kind.
Aangezien de medewerking van de verzorgende ouder niet altijd vanzelfsprekend is, is het van belang om al deze zaken goed te regelen via de rechter.

Valkuilen gezamenlijk gezag
Wie bij scheiding als ouder een respectvolle, afwachtende en begrijpende houding ten aanzien van zijn kinderen en andere ouder inneemt behoort niet ten gevolge van partnerproblemen het ouderlijk gezag kwijt te raken.
Mogelijke valkuilen:

  • de niet-verzorgende ouder stelt onophoudelijk de hoofdverblijfplaats van de kinderen ter discussie en/of belast hen met de discussie.
  • de niet-verzorgende ouder weigert halsstarrig overleg
  • de niet-verzorgende ouder zorgt voor onrust door zich te pas en te onpas met opvoedingstaken te bemoeien
  • de omgangsregeling loopt moeizaam of loopt niet.

 

Overige info

Nieuwe partner
Op gemeenschappelijk verzoek van de met het gezag belaste ouder en de nieuwe partner kan de rechter medegezag aan de partner toekennen. De niet met het gezag belaste ouder moet gehoord worden en kan daartegen bezwaar maken.
Gezamenlijk gezag geeft de niet-ouder dezelfde gedragsrechten en plichten als de ouder die het gezag heeft. Dat houdt ook een onderhoudsplicht in.
Na beëindiging van gezamenlijk gezag heeft de niet-ouder een onderhoudsplicht gedurende een even lange periode als het ouderlijk gezag heeft geduurd.

Gezagsregister
Bij elke rechtbank is een gezagsregister waarin staat opgetekend wie het gezag of de voogdij heeft over een kind. D.w.z. alleen als er iets wordt gewijzigd in het gezag door middel van een uitspraak van de rechter.
Gezag van rechtswege zoals het gezag van gehuwde ouders en gezamenlijk gezag na scheiding staat niet in het gezagsregister. Gezamenlijk gezag van een ouder en diens partner en gezamenlijke voogdij wordt wel in het register vermeld, evenals minderjarigheidsverklaringen, ondertoezichtstellingen en voorlopige voogdij.
Het gezagsregister is voor iedereen kosteloos ter inzage en men kan ook een uittreksel uit het register aanvragen. Voor kinderen geboren buiten Nederland of van de geboorteplaats onbekend is, wordt aantekening gemaakt in het gezagsregister van de rechtbank in Amsterdam.

Na overlijden gezagsouder
Bij overlijden van de ouder die eenhoofdig gezag heeft, bepaalt de rechter wie het gezag krijgt. De andere ouder heeft een voorkeurspositie. Via de burgerlijke stand wordt die ouder opgespoord. De andere ouder heeft één jaar de tijd om het ouderlijk gezag te vragen. Daarna vervalt de voorkeurspositie.
De gezagsouder kan via een testament een voogd aanwijzen. De rechter moet dan aan deze persoon vragen of hij het gezag wil.