NIJENHUIS ADVOCATEN VELP

Omgang met uw kinderen na beëindiging huwelijk/relatie

•  Inleiding
Voor een goede ontwikkeling van het kind is het in zijn belang te weten wie zijn biologische ouders zijn. Daarbij gaat het niet alleen om het passief weten, maar dient het kind ook daadwerkelijk zijn biologische vader te kennen door met hem in contact te blijven. Dat was het uitgangspunt van de ingrijpende wetswijziging van 1995.

•  Wet en regelgeving (art.1:377 BW) (art.8 EVRM)
Recht en plicht tot omgang met het kind en informatie en consultatie over het kind geldt voor beide ouders, ook al waren zij nooit gehuwd, ook al is er geen gezamenlijk gezag.
Op verzoek van een van beide ouders kan de rechter een regeling treffen voor omgang, informatie en consultatie. In sommige gevallen kan dat ook op verzoek van het kind.
In bepaalde gevallen hebben ook andere dan de gescheiden ouders recht op omgang en informatie, of de plicht tot het verstrekken van informatie.

 

Omgangsrecht

 •  Omgangsrecht voor wie?
Zowel de ouder als het kind hebben een vanzelfsprekend, wettelijk recht op omgang met elkaar. D.w.z. de ouder heeft recht op omgang met het kind en het kind heeft recht op omgang met de ouder. Met ouder wordt hier de juridische ouder bedoeld, dus de ouder die het kind erkend heeft.

Anderen hebben het recht om een omgangsregeling te verzoeken. Dit verzoek is voor de rechtbank ontvankelijk indien een nauwe persoonlijke betrekking tussen verzoeker en kind bestaat. De rechter moet dan een belangenafweging maken.
Derden die in aanmerking komen voor een verzoek zijn:
- de verwekker die het kind niet erkend heeft (biologische vader);
- bloedverwanten in de tweede graad: oma, opa, oom, tante;
- pleegouder die het kind langer dan een jaar verzorgd heeft.

 •  Biologische vader, verwekker van het kind
Een biologische vader, ook al heeft die het kind niet erkend, heeft het omgangsrecht en informatierecht, indien hij tot het kind in een betrekking staat die aangemerkt moet worden als familylife (8EVRM). Het enkele feit dat de vader het kind heeft verwekt is op zichzelf onvoldoende om een nauwe persoonlijke betrekking tussen vader en kind aan te nemen. Voor het aantonen van familylife is van belang of de biologische vader en de moeder langere tijd in gezinsverband hebben samengeleefd. Daarnaast zijn de frequentie van contacten van belang.

 •  Opa en oma hebben ook omgangsrecht
Op verzoek kan de rechter een omgangsregeling vaststellen tussen het kind en degene die in een "nauwe persoonlijke betrekking" staat met het kind. Daarvan is sprake wanneer opa en oma een belangrijke bijdrage geleverd hebben aan de verzorging en opvoeding van het kind. Er moet een voldoende betekenisvolle relatie met kind bestaan. Regelmatige bezoekjes met de ouders bij opa en oma en af en toe een logeerpartijtje is daarvoor niet voldoende.
De rechter kan het verzoek om een omgangsregeling afwijzen "vanwege het belang van het kind". Vaak is dat het geval wanneer de verzorgende ouder persé niet wil dat er contact is tussen kind en grootouders en dat het kind behoefte heeft aan rust.
Opa en oma kunnen dus meestal maar beter hopen dat de ouders uit zichzelf inzien hoe waardevol het contact van hun kind met opa en oma is, in plaats van te procederen.

 

 •  Omgang op verzoek kind
Kinderen van 12 jaar en ouder en kinderen beneden de 12 jaar die in staat zijn tot redelijke beoordeling van hun belangen, hebben recht om een omgangsregeling te verzoeken, maar zij moeten zich daarbij wel laten vertegenwoordigen door hun wettelijk vertegenwoordiger of met diens toestemming handelen.
Toch is het al eens voorgekomen dat een minderjarige in een procedure zelfstandig ontvankelijk is verklaard. Ook kunnen minderjarigen vertegenwoordigd worden door een bijzondere curator (art. 1:250BW).

 •  Informatierecht en consultatieplicht ouders (art.1:377b+f BW)
De met het ouderlijk gezag beklede ouder heeft een informatieplicht jegens de andere ouder.
Ook de ouder die geen gezag (meer) heeft, heeft recht op informatie en consultatie.
Dit recht houdt in dat die verzorgende ouder de uitwonende ouder op de hoogte moet stellen van belangrijke zaken betreffende het kind.
Ook moet de gezagsouder de andere ouder raadplegen -eventueel via een derde- over belangrijke beslissingen betreffende het kind.
Informatierecht en consultatieplicht omvat alle belangrijke zaken die met de kinderen te maken hebben: de keuze voor een school, hoe het op school gaat, beroepskeuze, geldzaken, medische handelingen, enzovoorts.

 •  Informatieplicht van derden
Volgens de wet hebben beide ouders recht op dezelfde informatie van alle mensen die beroepshalve contact met de kinderen hebben. Dat recht blijft na echtscheiding bestaan. Derden die beroepshalve beschikken over informatie over het kind, zoals artsen, maatschappelijk werkers, leraren, leerplichtambtenaren enz., hebben een wettelijke plicht tot informatie.
Dat geldt ook t.a.v. een ouder die niet met het gezag belast is, wanneer deze ouder daarom vraagt.
(art.1:377c BW).
Alleen in het geval van zwaarwegende argumenten mag men hiervan afwijken, d.w.z. als men kan aantonen dat informatieverstrekking niet in het belang van het kind is.
 

Afspraken omgang, informatie, consultatie

Je kunt als ouders afspraken maken over een regeling voor omgang, informatie en consultatie. Die afspraken kun je vastleggen in een convenant. Je kunt dat met elkaar bespreken of met behulp van een bemiddelaar of van advocaten. Vermijd in ieder geval ingewikkelde regelingen.
Kom je er samen niet uit dan moet je het aan de rechter voorleggen en die kan dan een regeling opleggen. Als de verstandhouding met je ex niet goed is kun je beter om een duidelijke regeling vragen. Een toezegging alleen blijkt later vaak onvoldoende en dan moet je weer naar de rechter.
De rechter moet in principe een omgangsregeling en informatieregeling vaststellen, maar je moet er wel duidelijk om vragen. Bij de beoordeling kan de rechter zich laten adviseren door de Raad voor de Kinderbescherming, die eventueel een onderzoek naar de situatie kan doen.
Alleen in extreme gevallen kan een rechter het omgangsrecht ontzeggen.

•  Omgangsregeling
Wat voor soort omgangsregeling je kiest hangt van de situatie af. 

•  Informatieregeling
Gewoonlijk bestaat de informatieregeling er minimaal uit dat de verzorgende ouder (meestal de moeder) ieder half jaar een goed gelijkende, portretfoto van de kinderen aan de vader toestuurt, samen met kopieën van hun schoolrapporten en dergelijke. Daarbij hoort ook een brief waarin de belangrijkste ontwikkelingen van het kind worden beschreven.

•  Uitstel is afstel
Hoe langer de periode duurt waarin er geen contact is tussen kinderen en niet-verzorgende ouder, des te moeilijker wordt het om het contact weer te herstellen.
Voor de een is dat aanleiding om allerlei redenen te bedenken om omgang uit te stellen, terwijl dat voor de ander juist aanleiding is om de omgang met spoed af te dwingen via een
kort geding.