NIJENHUIS ADVOCATEN VELP

contact- en straatverboden

 

Regelmatig maken slachtoffers gebruik van de mogelijkheid om een straatverbod te eisen. De verdachte krijgt dan een verbod zich in bepaald gebied op te houden. Dit gebied kan bestaan uit bepaalde straten, een park, of zelfs een hele gemeente.
Naast of in plaats van het straatverbod kan het slachtoffer ook nog een contactverbod eisen. Het is de verdachte verboden het slachtoffer aan te spreken of op te bellen.

Goede reden

Een straat- of contactverbod wordt niet zomaar opgelegd. Er moet een goede reden voor zijn. Bijvoorbeeld omdat de dader in de buurt vrij rond loopt en het slachtoffer zich door hem bedreigd voelt. Of omdat de dader niet ophoudt tegen de wil van het slachtoffer contact te zoeken of om het slachtoffer op een andere wijze lastig valt. Getuigen die dit kunnen bevestigen, zijn belangrijk omdat zij de eis tot een straatverbod of contactverbod kracht bij kunnen zetten.

Aanvragen van een verbod

Het is op elk moment mogelijk een straatverbod te eisen. Dit kan op 2 manieren gebeuren: via het strafrecht of via het burgerlijk recht.
Wanneer gekozen wordt voor de weg van het strafrecht, verloopt de eis tot een straat- en contactverbod via de officier van justitie. Hij kan hieraan op 2 manieren gevolg geven: door middel van een bijzondere voorwaarden bij een eventuele seponering, of door de rechter te vragen dit verbod op te leggen. Vragen om een straat- of contactverbod kan ook via het burgerlijk gerecht. Het slachtoffer moet dan een kort geding aanspannen. Voordeel is dat zowel de procedure als de zitting vrij snel verlopen. een van de nadelen is evenwel dat de kosten hoog kunnen zijn. Voor het voeren van een kort geding is altijd een advocaat nodig.

Effectiviteit

Een straat- of contactverbod geeft geen garantie dat de veroordeelde zich eraan houdt. Meestal wordt het verbod gekoppeld aan een dwangsom die bij overtreding opeisbaar is. Als de veroordeelde zich niet aan het verbod houd, wordt via de advocaat een deurwaarder ingeschakeld. Er moeten ten minste 2 getuigen zijn die voor de deurwaarder verklaren dat het verbod is overtreden. Pas daarna kan de deurwaarder overgaan tot het vorderen (executeren) van de dwangsom. Dit is allemaal evenwel via een kort geding weer aan te vechten. Er is dan sprake van een zogeheten executiegeschil.