Hoop tot Leven

Redding door Christus Jezus


Woede en wrok

Haat, nijd en jaloezie zijn elementen welke wraak doen ontstaan en moeilijkheden in deze wereld brengen.

Woede en wraak

Als iedereen zelf wraak zou nemen voor een onrecht dat hem of haar aangedaan werd, zal er moeilijk een einde komen aan de strijd op deze aarde. Want telkenmale als er iemand iets verkeerd doet, zal een ander er ook mee slachtoffer van zijn.

Oog om oog, tand om tand kan slechts een spiraal van geweld doen ontstaan.

“Een oog voor een oog, een tand voor een tand, een hand voor een hand, een voet voor een voet.” (Exodus 21:24 WV78)

God heeft nooit het letterlijke bedoeld, maar wel het equivalente. Plus zette Hij er tegen over dat men steeds moest na gaan in welke mate zulk een straf gerechtvaardigd zou kunnen worden. Eveneens riep Jezus ons op diep in ons hart te kijken en na te gaan of wij wel zonder fouten waren.

“Waarom kijkt gij naar de splinter in het oog van uw broeder en merkt gij de balk niet op in uw eigen oog? Of hoe kunt ge tot uw broeder zeggen: laat mij de splinter uit uw oog halen, en zie, in uw eigen oog zit de balk nog! Huichelaar, haal eerst die balk uit uw eigen oog, en dan zult ge scherp genoeg zien om de splinter te kunnen verwijderen uit het oog van uw broeder.” (Mattheus 7:3-5 WV78)

“Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Oog voor oog, en tand voor tand. Maar Ik zeg u, dat gij de boze geen wederstand biedt; ja, indien iemand op de rechterwang slaat, keert hem ook de linker toe: En zo iemand met u voor het gerecht wil gaan, om uw onderkleed te nemen, laat hem ook de mantel: En wie u dwingen wil een mijl wegs met hem te gaan, ga er twee met hem. Geef degene, die iets van u vraagt, en wijs niet af, die van u lenen wil. Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Uw naaste zult gij liefhebben, maar uw vijand moogt gij haten. Doch Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief; zegent die u vloeken, doet wel  degenen, die u haten; en bidt voor degenen, die u geweld aandoen en u vervolgen; Opdat gij kinderen moogt zijn van uw Vader, die in de hemel is; want Hij doet Zijn zon opgaan over bozen en goeden, en regent over rechtvaardigen  en onrechtvaardigen.” (Mattheus 5:38-45 PALM)

Zij die valselijk beschuldigen vrezen de waarheid niet. Zij hebben nog minder oog op de toekomst.

Wij als Christenen moeten wel onze ogen gericht hebben naar het toekomend Rijk van God. Wij moeten beseffen dat er een Oordeel zal geveld worden over al onze verrichtingen. Gaan wij dan ons denken steeds kunnen verdedigen ten goede? Hier voor horen wij God te vrezen.

“Weet: Gods oog rust op wie Hem vrezen, die van Hem de genade verbeiden,” (Psalmen 33:18 WV78)

“Hoe kunt ge tot uw broeder zeggen: Broeder, laat mij de splinter uit uw oog halen, terwijl ge de balk in uw eigen oog niet opmerkt? Huichelaar, haal eerst die balk uit uw eigen oog, en dan zult ge scherp genoeg zien om de splinter te kunnen verwijderen die in het oog van uw broeder zit.” (Lukas 6:42 WV78)

Eerst moeten wij steeds met ons zelf in het reine staan. Daarna moeten wij zeker zijn dat onze gevoelens tegenover anderen de goede zijn.

“Denkt er om: beoefent uw gerechtigheid niet voor het oog van de mensen om de aandacht te trekken; anders hebt gij geen recht op loon bij uw Vader die in de hemel is.” (Mattheus 6:1 WV78

“Het oog is de lamp van het lichaam. Is dus uw oog gezond, dan is uw gehele lichaam verlicht; maar is het ziek, dan is uw gehele lichaam in het duister. Indien dan uw inwendig licht verduisterd is, hoe groot moet die duisternis zijn!” (Mattheus 6:22-23 LEI)

Er zullen steeds mensen zijn die ons op de zenuwen werken of kwaad zullen doen tegenover ons. Onze houding tegenover hen mag echter geen verder kwaad uit lokken en moet zuiver van geest zijn.

Hoe moeilijk het ook mag zijn moeten wij trachten onze Christelijke liefde ook voor deze boosdoeners over te hebben. Waar ligt trouwens het verschil tussen een heiden en een Christen als je weet dat een heiden ook zijn vrienden bemint.

“De lamp van het lichaam is het oog. Wanneer dus uw oog helder is, zal heel uw lichaam verlicht zijn.” (Mattheus 6:22 WV78)

Wij moeten onze gedachten vrij van wrok maken en dit ook laten uitstralen en anderen er ook toe aan zetten die vrede verder uit te dragen.

Wij moeten de lastige zaken van ons afzetten. De onjuiste gedachten moeten wij verbannen. Wraak is iets dat niet aanwezig hoort te zijn in het boek dat wij op het Laatste Oordeel voor Christus gaan aanbieden.

“Geeft uw oog u aanstoot, ruk het uit en werp het van u weg; want het is beter voor u met een oog het Leven binnen te gaan, dan in het bezit van twee ogen geworpen te worden in het vuur van de hel.” (Mattheus 18:9 WV78)

“Geeft uw oog u aanstoot, ruk het uit;” (Markus 9:46 WV78)

Wrok zal geen oplossing brengen. daarom heeft het geen zin om het te laten groeien en de omgeving te laten verzuren.

“Wend mijn oog af van al wat geen zin heeft; geef, langs uw weg, mij werkelijk leven.” (Psalmen 119:37 WV78)

In de plaats van ons op wraak toe te leggen, moeten wij de woede trachten te overwinnen zonder de negatieve gedachten als heerlijke oplos brengers te gaan aanschouwen. al het negatieve zal vast en zeker geen goede oplossing brengen. aan dat negatieve hoeven wij dus eigenlijk verder geen aandacht te schenken. Het Goede Nieuws en de Levenswijze naar de Blijde Boodschap horen het toekomstgericht denken te voeden op een positieve manier.

“Wie onder u heeft hier aandacht aan besteed, de oren gespitst en er met het oog op later naar geluisterd?” (Jessaja 42:23 WV78)

Verwerp elk gevoelen van begeren naar wraak. Zet stille haat of een behoefte om zich te wreken van je af en laat je wijze van voorbeeldig leven de beshuldigingen ontkrachten en de wraaklustigen ontwapenen.

“Zo moet ook uw licht stralen voor het oog van de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader verheerlijken die in de hemel is.” (Mattheus 5:16 WV78)

Woede, oordeel en veroordeling

“De dwaas houdt zijn eigen weg voor recht, maar de wijze luistert naar raad.” (Spreuken 12:15 WV78)

“Op het ogenblik verheug ik mij dat ik voor u mag lijden en in mijn lichaam aanvullen wat nog ontbreekt aan de verdrukkingen van de Christus, ten bate van zijn lichaam, dat is de kerk.” (Col 1:24 WV78)

“Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt.” (Mattheus 7:1 WV78)

Indien er beschuldigingen worden geuit kan men ook eens nagaan of deze niet een vorm van schreeuw zijn. Beschuldigingen zijn ook een vorm van kritiek geven welke op hun beurt ook kritiek kunnen uitlokken.

Wij worden er toe verleid op onze beurt ook onze mening te gaan zeggen. dikwijls willen wij dan ook nog al die andere slechte puntjes in het daglicht stellen.

Jezus Christus is echter duidelijk en geeft ons instructies betreft oordelen en veroordelen.

Kritiek is een van de ordinaire activiteiten van mensen, maar in het geestelijke koninkrijk zal men er niets mee kunnen aanvangen.

Gods Geest is de enige die de juiste positie heeft om over ons te oordelen. Ook zal het Gods Geest zijn die Christus zal leiden om over ons en anderen een oordeel te vellen.

Wij moeten er op toe zien dat Christus bij het Laatste Oordeel ons recht in de ogen zal kunnen kijken en ons niet zal moeten aanspreken op verkeerd uitgelopen handelingen.

Wij zullen moeten kunnen aantonen dat wij een temperament ontwikkeld hebben dat het kwade kan opzij schuiven. Wij moeten ons in ons leven zo danig kunnen harden dat wij de woede van ons kunnen afzetten. Ook al worden wij geoordeeld en veroordeeld door anderen, wij moeten daar boven kunnen staan en niet vervallen in de zelfde fouten als deze mensen doen.

Door een kritische en afbrekende geest te vormen kunnen wij niet in gemeenschap met Christus treden. Woede kan ons slechts hard maken, wraakzuchtig en rancuneus. Velen gebruiken kritiek, beschuldigingen, en vernederende taal om hun macht te laten zien en voelen aan anderen. De gedachte superieur te zijn dan een ander is een denkwijze die niet in het hart noch in de geest van een gelovige Christen te zijn.

Wij moeten er op toe zien dat wij niet als de farizeeën gaan handelen. Het zou niet op gaan te beweren op de wet van God te vertrouwen als men in moeilijkheden en in goede tijden ook niet vertrouwt op Jehovah en op wat God u laat doorstaan. Wij die zijn wil kennen en zouden moeten weten waar het op aankomt, omdat wij worden onderwezen door de wet, moeten in Jehovah’s Woord ook onze sterkte weten te vinden om ons te bedwingen.

Vooral diegenen die ervan overtuigd zijn dat zij zelf een leidsman van blinden zijn, een licht voor hen die in het duister zijn, een opvoeder van onverstandigen, een leraar van onwetenden, omdat zij in de wet de belichaming van de kennis en de waarheid hebben– zij die anderen onderwijzen, moeten zich afvragen of zij zichzelf goed onderwijzen.

Laat u voorstaan op de wet, maar onteert God niet door de wet te overtreden, want er staat geschreven: ‘Door uw toedoen wordt de naam van God onder de volken gelasterd.’

“Gij die u Jood noemt en steunt op de wet en roemt op God, zijn wil kent en onderwezen door de wet de dingen onderscheidt waar het op aan komt, gij die u opwerpt als gids van de blinden, als licht voor hen die in het duister zijn, als opvoeder van de onverstandigen en leraar van de onmondigen, gij die in uw wet de belichaming bezit van kennis en waarheid gij, leraar van anderen, zijt niet in staat uzelf te leren? Gij verkondigt dat men niet mag stelen, terwijl gij zelf steelt? Gij verbiedt echtbreuk en pleegt zelf overspel? Gij verafschuwt afgodsbeelden en plundert zelf tempels? Gij zijt trots op uw wet, maar onteert God door diezelfde wet te overtreden. Daarom staat er geschreven: Door uw toedoen wordt Gods naam gelasterd onder de heidenen.” (Romeinen 2:17-24 WV78)

“Waarom kijkt gij naar de splinter in het oog van uw broeder en merkt gij de balk niet op in uw eigen oog? Of hoe kunt ge tot uw broeder zeggen: laat mij de splinter uit uw oog halen, en zie, in uw eigen oog zit de balk nog! Huichelaar, haal eerst die balk uit uw eigen oog, en dan zult ge scherp genoeg zien om de splinter te kunnen verwijderen uit het oog van uw broeder.” (Mattheus 7:3-5 WV78)

“Maar dan zijt gij evenmin vrij te pleiten, zedenmeester, wie gij ook zijn moogt. Want met uw oordeel over anderen veroordeelt gij uzelf. Gij die u tot rechter opwerpt, doet immers precies hetzelfde.” (Romeinen 2:1 WV78)

De zelftrots om toch ons gelijk te halen moeten wij met momenten durven wegnemen. Alsook moeten wij er op toe zien bij beschuldigingen en bij woede niet zelf over te gaan op bekritisering of oproepen van valse beschuldigingen. Wij zullen moeten proberen steeds te handelen op een christelijke wijze. Onze houding zou dezelfde moeten worden als Christus.

“Die gezindheid moet onder u heersen welke ook Christus Jezus bezielde:” (Filippenzen 2:5 WV78)

Jezus veroordeelde niemand, maar gaf hen kansen om tot verzoening te komen. Ook wij moeten de weg open laten om tot verzoening te komen. Voor dat wij anderen dan gaan terecht wijzen moeten wij eerst goed nagaan of wij zelf daar aan geen fouten gemaakt hebben en of dat datgene wel relevant is om je te verweren tegen de op dat ogenblik geuite kritiek of beschuldigingen. Alsook horen wij geen beeld naar anderen toe te geven dat wij een oordeel zouden vellen over de beschuldiger.

“Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt.” (Mattheus 7:1 STV) “Want met het oordeel dat gij velt, zult gij geoordeeld worden en de maat die gij gebruikt, zal men ook voor u gebruiken.” (Mattheus 7:2 WV78)

Wij moeten ons vertrouwen in Jehovah Zijn handen geven. Aan Hem moeten wij de eer geven om ons door dik en dun er door te slaan en anderen op hun plaats te zetten.

“Hoort het woord van Jahwe, gij die beeft voor zijn woord! Uw eigen broeders die u haten, die u verstoten om mijn naam, hebben gezegd: Laat Jahwe zijn glorie tonen, wij zullen graag uw vreugde zien! Zij zullen zelf beschaamd staan.” (Jesaja 66:5 WV78)

“Oordeelt niet, dan zult ge niet geoordeeld worden; veroordeeld niet, dat zult ge niet veroordeeld worden; spreekt vrij en ge zult vrijgesproken worden.” (Lukas 6:37 WV78)

“Wie zijt gij wel, dat gij u een oordeel aanmatigt over de knecht van een ander? Of hij staat of valt, gaat alleen zijn meester aan. Hij zal trouwens staande blijven, want zijn Heer is bij machte hem staande te houden.” (Romeinen 14:4 WV78)

“Er is maar een wetgever en rechter: Hij die de macht heeft te redden en in het verderf te storten. Maar gij, wie zijt gij, dat gij over uw naaste oordeelt?” (Jakobus 4:12 WV78)

Wij mogen er op aan dat uiteindelijk wel recht zal zegevieren. Is het vandaag niet, dan misschien morgen. Maar op Gods tijd zal het wel gebeuren.

“Oordeelt dus niet voorbarig, voordat de Heer gekomen is. Hij zal wat in het duister verborgen is aan het licht brengen, en openbaar maken wat er in de harten omgaat. Dan zal ieder van God de lof ontvangen die hem toekomt.” (1 Korinthiërs 4:5 WV78)

Woede en ontkenning van wrok

Woede zal steeds kunnen opkomen als wij niet beseffen welk een kwaad er algemeen op de wereld heerst.

Een erkenning van het onrecht en leed in deze wereld zal ons ieder in woede doen uitbarsten.

Indien wij niet willen inzien dat zonde al de ongemakken van deze wereld veroorzaakt, zullen wij nog dikwijls verontwaardigt opkijken en ons geërgerd voelen.

Als wij over de mooiheid van het leven spreken zal men ons steeds uitlachen en kleinerend bekijken.

Er is boosheid in de wereld, en zelfgenoegzaamheid heerst overal tussen mensen gevuld met haat en nijd, doorspekt met jaloezie. Het kwade ligt in wezen in de menselijke natuur ingebakken.

Indien je er toe komt te erkennen dat zo wel jezelf als de ander vol met kwaadheid zit, of vol zonde is, dan zal je ook kunnen merken dat niemand echt recht heeft om woede te laten komen over de ander.

Het inzien van de kwade bedoelingen bij de ander hoeft geen breuk in vriendschappelijke banden te vormen of een verwerping van zijn mens zijn op te roepen. Integendeel moeten wij als Christen dan besef opbrengen voor de zwakheden van die persoon. Het kan een mutueel respect doen opkomen met besef van elkaars tekortkomingen en met de gedachte om elkaar daarin te helpen.

De zuivere mens is niet diegene zonder smet, maar diegene welke zich van smet kan weerhouden. Onschuld is het karakteristieke van een kind. Wij moeten terug groeien in ons geloof als het terug willen onschuldig zijn als een kind. In die mate dat wij fouten proberen te vermijden en er niet in vallen verkeerd in te gaan tegen hen die fout doen tegenover ons.

Als wij durven inzien hoe anderen weerwerk willen voeren, gaan wij er ons ook beter kunnen tegen bewapenen. Ons verzet moet een reageren uit liefde zijn, één zonder wrok, noch woede.

Woede en verdrukking van pijn

Wij kunnen merken wanneer iemand zich niet goed voelt, alsook kunnen wij innerlijke woede wel eens van een gezicht aflezen.

Denken wij er bij na dat ook anderen zo onze innerlijke woede wel eens zouden kunnen opmerken?

Als wij iemand wel eens vragen of alles wel oké is en laten merken dat wij het gevoel hebben dat er toch iets mis is durven zij wel zeggen: “’t Gaat wel. Ik denk dat ik een beetje depressief ben de laatste tijd.” Of zij geven toe dat ze neerslachtig zijn omdat er een probleem op hun lever lag.

In groepsgesprekken horen wij dikwijls opkomen dat de een tegen de ander zegt; ‘In jouw geval zou ik mij goed boos gemaakt hebben’.

Over de moeilijkheden praten brengt wel de mogelijkheid naar boven om er over heen te stappen. zo ook brengt onze eerlijkheid naar God toe ons de mogelijkheid om die innerlijke frustratie en woede opzij te zetten.

Als ouder trachten wij onze kinderen op te vangen. In een bedrijf of een bureau trachten mensen onder elkaar dingen openlijk te bespreken en oplossingen naar elkaar voor te stellen.

David toont ons dat het gerust in orde is om hulp bij anderen te gaan zoeken.

“(69:30) Al leef ik in verdrukking en pijn, uw heil, God, kan mij doen herrijzen:” (Psalmen 69:29 WV78)

Al zouden wij verkeren in grote ellende en groot verdriet, het is bij Jehovah onze God dat wij uiteindelijk de beste antwoorden gaan krijgen. Laat Zijn heil je beschermen.

God kan ons ons zelf beter doen beheersen op alle vlakken. Met Hem moeten wij dan een vriendschap cultiveren die dieper gaat dan de oppervlakte.

Wij moeten als David durven ten rade gaan bij Jehovah:

“Voor de koorleider. Op de wijs van De lelies. Van David. (69:2) Red mij, God, het water staat aan mijn lippen, (69:3) ik zink weg in bodemloos slijk en vind geen grond voor mijn voeten, ik ben in diep water geraakt, de stroom sleurt mij mee. (69:4) Uitgeput ben ik van het roepen, mijn keel is schor geschreeuwd, mijn ogen zijn verzwakt van het uitzien naar mijn God.” (Psalmen 69:1-3 NBV)

“(69:14) En nu, HEER, richt ik mijn gebed tot u, laat dit een uur zijn van mededogen. Groot is uw ontferming, God, antwoord mij, toon uw trouw en red mij. (69:15) Trek mij uit het slijk voordat ik wegzink, laat mij ontkomen aan wie mij haten, haal mij uit dit diepe water. (69:16) Laat de stroom mij niet meesleuren, het slijk mij niet verzwelgen, de afgrond zijn muil niet boven mij sluiten. (69:17) Antwoord mij, HEER, u bent genadig en goed, keer u tot mij, zie mij in erbarmen aan. (69:18) Verberg uw gelaat niet voor uw dienaar, antwoord mij snel, want de angst benauwt mij. (69:19) Wees mij nabij en bevrijd mij, verlos mij van mijn vijanden.” (Psalmen 69:13-18 NBV)

Woede onder partners

Huwelijkspartners die van liefde en achting blijk geven, zullen niet elk meningsverschil als een groot probleem beschouwen. Zij zullen hun best doen om niet „bitter toornig” op elkaar te zijn (Kolossenzen 3:19). Beiden dienen te bedenken dat ’een zacht antwoord woede afkeert’ (Spreuken 15:1). Pas ervoor op een partner die zijn of haar diepste gevoelens uitstort, te kleineren of te veroordelen. Beschouw zulke uitingen veeleer als een gelegenheid om te weten te komen hoe de ander denkt. Tracht samen geschillen op te lossen en tot een eensgezind besluit te komen.

Het is uitermate belangrijk dat degenen die een gelukkig huwelijk willen hebben, ’hun geest in bedwang houden’, zelfbeheersing oefenen. Toegeven aan verwoestende emoties, zoals woede of immorele begeerte, zal een schade aanrichten die pas na jaren volledig hersteld is — zo ze al te herstellen is.

Goede communicatie is belangrijk om de betrekkingen van een echtpaar, alsook om de verhoudingen tussen ouders en kinderen, goed te laten verlopen. Zelfzucht en gebrek aan zelfbeheersing kan de meest intieme relatie in een huwelijk ernstig schaden. Open communicatie, gepaard aan geduld, is van essentieel belang.

Onzelfzuchtigheid en het welzijn van de ander op het oog hebben is belangrijk. In het gezin hoort „een ieder niet zijn eigen voordeel [te] zoeken, maar dat van de ander”. — 1 Korinthiërs 7:3-5; 10:24.

Vanzelfsprekend zal elk huwelijk zijn ups en downs hebben. Maar wanneer huwelijkspartners zich onderwerpen aan Jehovah’s denkwijze, zoals die in de bijbel wordt onthuld, en hun relatie baseren op door beginselen geleide liefde en achting, kunnen zij erop vertrouwen dat hun huwelijk duurzaam en gelukkig zal zijn. Aldus zullen zij niet alleen elkaar eren maar ook de Insteller van het huwelijk, Jehovah God.

Omgaan met wraak

“Zeg niet: ‘Zoals hij mij heeft gedaan, doe ik hem! Ik zal die man naar zijn werken vergelden!’” (Spreuken 24:29 WV78)

Indien men onrechtvaardig is bejegend kan de ontevredenheid hier over wel eens de zin oproepen om te denken dat het zelfde over die persoon mag komen. Dat is echter een houding die wij moeten vermijden. Wij mogen ons niet verlagen tot het zeggen van: ‘Wat hij mij heeft aangedaan, doe ik hem aan. Ik betaal hem met gelijke munt.’ (Spreuken 24:29 NBV)

“Zeg toch niet: ‘Ik zal het kwaad vergelden.’ Vertrouw op Jahwe en Hij zal u bevrijden.” (Spreuken 20:22 WV78)

Het heeft geen zin om wraakgevoelens te laten opwellen om dat je je beledigt voelt of omdat er iemand onrecht heeft aan gedaan. Omdat die persoon ons kwaad heeft gedaan en wel woede zou willen uitlokken bij ons moeten wij hier tegenover sterker staan. Wraak nemen mag niet op onze lippen komen. “Vergeldt niemand kwaad met kwaad. Hebt het goede voor met alle mensen.” (Romeinen 12:17 WV78). Wij moeten het aan Jehovah over laten hoe Hij wil omgaan met de aan ons kwaad berokkende.“Zeg niet: Ik zal kwaad vergelden! wacht op den Heer, dat hij u helpe.” (Spreuken 20:22 LEI) of “Zeg niet: ik wil het kwaad vergelden; wacht op den Heer, die zal u recht verschaffen.” (Spreuken 20:22 LU) Jehovah zal je helpen indien wij ook aan Hem de kans geven ons te helpen en bij te staan, de andere op zijn of haar plaats te zetten. Alleen Jehovah heeft het recht om wraak te nemen, oordelen te vellen of om gerechtigheid te beoordelen en er naar te belonen of te bestraffen.

“Wreekt u niet, geliefden maar laat dat over aan den Toorn; want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe; Ik zal het vergelden, spreekt de Heer.” (Romeinen 12:19 LEI)

wraak is enkel Gods voorecht. Wie zich zelf wil wreken loopt de kans zelf het voorrecht te verliezen en zijn kansen te verbeuren bij de Rechter Christus om zich op Jehovah’s recht te beroepen.

Door ons op een Christelijk onjuiste manier te verzetten tegen de boosdoeners zouden wij ons onjuist opstellen in de ogen van Jehovah en Zijn toorn over ons laten komen. “zo immers stapelt gij gloeiende kolen op zijn hoofd en Jahwe zal het u vergelden.” (Spreuken 25:22 WV78)

Ook al is het niet makkelijk moeten wij zelfs medelijden hebben met diegene die ons zo vernedert en aan valt.

“Maar ik zeg u geen weerstand te bieden aan het onrecht, doch als iemand u op de rechterwang slaat, keer hem dan ook de andere toe. En als iemand u voor het gerecht wil dagen en uw onderkleed afnemen, laat hem dan ook het bovenkleed. En als iemand u vordert een mijl met hem te gaan, ga er dan twee met hem. Geef aan wie u vraagt, en wend u niet af als iemand van u lenen wil. Gij hebt gehoord dat er gezegd is: Gij zult uw naaste beminnen en uw vijand haten. Maar ik zeg u: Bemint uw vijanden en bidt voor wie u vervolgen,” (Mt 5:39-44 WV78)

“Wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat het over aan Gods gerechtigheid; er staat immers geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal vergelden, zegt de Heer.” (Romeinen 12:19 WV78)

“Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwint het kwade door het goede.” (Romeinen 12:21 WV78)

“Zorgt dat niemand kwaad met kwaad vergeldt. Streeft steeds naar wat goed is voor elkaar en voor alle mensen.” (1Th 5:15 WV78)

Wraak is enkel de uiting van het boze.

Onze wrok moeten wij opzij schuiven. Wij moeten ons boven de vernedering stellen door ons niet te verlagen hetzelfde te gaan doen. Naar de betichter moeten wij zelfs ons open hart laten zien. “Maar ik zeg u: Bemint uw vijanden en bidt voor wie u vervolgen, opdat gij kinderen moogt worden van uw Vader in de hemel, die immers de zon laat opgaan over slechten en goeden en het laat regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.” (Mt 5:44-45 WV78)

Woede, onvolwassenheid en wijsheid

Als kind vond ik het wel eens frustrerend als iemand volstrekt iet wilde uitleggen of helpen daar waar ik vond dat ik het wel alleen aan kon. Ik ben een koppigaard en moet mij betrappen dat zulke frustraties ook nu nog durven opkomen als iemand doet alsof ik iets niet zou weten.

Maar als ik rondom mij zie merk ik nog meer mensen die zulk een gedrag vertonen en lastig worden als zij zich verongelijkt voelen of als zij de indruk krijgen dat iemand niet in hen of hun kennis gelooft.

Soms denken volwassenen ook wel eens de wijsheid in pacht te hebben en willen dat aan anderen dan ook duidelijk maken dat zij de bovenhand halen in het denken.

Sommigen vinden het ook wijs om anderen te kunnen vernederen, waardoor die dan op hun beurt zich laten verleiden om tot woede uit te barsten. Beiden tonen dan hun onvolwassenheid. Beiden vervallen ook in de onkunde zich te beheersen en op de juiste mannier te gedragen.

Als wij belaagd worden denken wij soms ook dat wij er zelf alleen tegen aan moeten gaan. In plaats van de zaken te bagatelliseren en aan God over te laten gaan wij de ander ons temperament in de slechte zin van het woord tonen.

In de plaats gewoon nederig ons kruis op te nemen en naar Christus Jezus te kijken hoe Hij rustig bleef en toch nog veel meer te verduren kreeg dan wij.

In de beproevingen die op ons afkomen in ons leven, kunnen wij anderen laten zien hoe wij wel zijn kunnen opgroeien in ons geloof en hoe wij volwassen Christen geworden zijn. Maar dan moeten wij daar ook aan werken. Ook al triomfeert Gods Wijsheid boven al de mogelijke kennis der mensen en boven al hetgeen wat deze heeft en zal kunnen bereiken, toch mogen wij vragen daarvan een klein deel te mogen ontvangen om onze woede de baas te kunnen zijn.

In zekere zin moeten wij als de woede in ons opkomt proberen terug kinds te zijn en de zachtmoedigheid daar dan van op nemen. Onze vriendelijke houding tegenover de belager kan deze misschien nog meer lastig maken, maar het kan hem ook gaan ontwapenen. Onze pacifistische houding zal door velen wel belachelijk gevonden worden, maar waar ligt de wijsheid in?

“wij zijn dwaas ter wille van Christus, gij zijt zo verstandig in Christus: wij zijn zwak, gij sterk; gij geëerd, wij geminacht.” (1 Kolossenzen 4:10 WV78)

“In Gods wijsheid heeft de wereld met al haar wijsheid God niet gevonden; daarom heeft God besloten hen die geloven te redden door de dwaasheid van de verkondiging.” (1 Kolossenzen 1:21 WV78)

“Al werd Hij in zwakheid gekruisigd. Hij leeft thans door Gods kracht. En al zijn wij zwak zoals Hij het was, toch zult gij ervaren dat wij met Hem leven door Gods kracht.” (2Co 13:4 WV78)

Woede en vleselijkheid

Komende uit een groot gezin, waren er genoeg dagen om tegen de een of ander kwaad te zijn. De boosheid werd makkelijk omgezet tot fysiek verweer. Er werd met momenten wel eens goed op los geslagen. Passies laaiden op.

De woede manifesteerde zich in het vleselijk geweld na dat wij als onvolwassen kinderen het geestelijk geweld niet meer aan konden.

Massa’s gebeden werden er thuis en in de kerk gebeden, maar zij stopten niet de vele ruzies tussen broers en zusters. De grote schakels van het Christelijk leven bleken in zekere zin te ontbreken en velen van ons bleken verkocht aan de zonde, door het toegeven aan het kwaad en aan de boosheid. Als kind werd het gebrek aan geestelijke wijsheid opzij geschoven door het wenden naar de vleselijke verwerking. Alsook wisten  wij nog niet al die predikingen goed toe te passen. wij hadden goede lessen van onze ouders gekregen en wisten wel dat de wet goed is, maar konden deze nog niet op een juiste en op wettige wijze gebruiken.

“De wet is voortreffelijk, daarover zijn wij het eens, maar men moet haar op de juiste wijze hanteren” (1Ti 1:8 WV78)

“Wij moeten zelfs zeggen dat de wet geestelijk is. Maar ik, ik ben vleselijk, een slaaf verkocht aan de zonde.” (Romeinen 7:14 WV78)

Door woede te laten losbarsten kan het geestelijk en lichamelijk geweld naar boven komen.

Als wij het dan zo ver laten komen geven wij het volle bewijs niet voldoende in de geestelijke wijsheid gevormd en opgebouwd te zijn. Onze formatie lijkt dan wel op een kaartenhuisje. Ons vlees kan dan als de rauwe biefstuk zijn die uren tot dagen in de hete zon heeft kunnen liggen. De hitte (van de strijd) zal dan ook het vlees kunnen doen rotten en de maden zullen zich lekker hebben kunnen verkneukelen.

Wij moeten er als Christenen op toe zien dat wij ons vlees op de juiste temperatuur bewaren. Wij kunnen niet buiten het vleselijke, maar hoe wij er mee om gaan kunnen wij wel bepalen.

Daar moeten wij op toe zien dat het geestelijke hoger komt te staan dan het vleselijke.

Wij moeten bewust zijn van onze fouten, ze niet toe laten en ons er tegen blijven verzetten. “En arglist laat ik niet tot mij toe, van laagheid wil ik niet weten;” (Psalmen 101:4 WV78)

“Zij die leven volgens het vlees, zinnen op wat het vlees wil. Die geleid worden door de Geest, zinnen op de dingen van de Geest. Het streven van het vlees loopt uit op de dood, het streven van de Geest op leven en vrede.” (Romeinen 8:5-6 WV78)

“Zij die Christus Jezus toebehoren hebben het vlees gekruisigd met zijn hartstochten en begeerten. Daar wij leven door de Geest, willen we ook leven volgens de Geest.” (Galaten 5:24-25 WV78)

Als wij Christen worden moeten wij in ons geloof verder blijven groeien en de tijd geven om daarin volwassen te worden. Het eigen ik kunnen wij dan al op zij gezet hebben, maar door onze onervarenheid in Christus kunnen wij nog tot die vleselijke uitingen als favoritisme, weerstand tegen bepaalde groepen en woede gebracht worden.

“Maar het was mij destijds niet mogelijk, broeders, tot u te spreken als waart gij reeds geestelijk en niet langer egoïstisch. In Christus waart gij nog zo jong! Melk moest ik u geven, geen vaste spijs; die kondt gij nog niet verdragen. Zelfs nu kunt gij het niet, want gij laat u nog altijd leiden door zelfzucht. Of is het geen uiting van egoïsme en kleinmenselijk gedrag, dat er onder u naijver en twist voorkomt? Als de een zegt: ‘Ik ben voor Paulus’, en de ander: ‘Ik voor Apollos,’ zijt gij dan niet al te menselijk?” (1 Kolossenzen 3:1-4 WV78)

Zij die ons irriteren in het vlees moeten wij overstijgen door te laten merken dat wij niet zo in het vlees zijn. Door het geestelijke hoger te stellen kunnen wij de woede overstijgen.

Woede en schild

Indien er iets verkeerd gaat willen wij wel de woede aantrekken als een schild.

Woede is echter niet de juiste uitrusting om ons tegen dat kwaad dat ons overkomt te bewapenen.

In het begin van de film “The Predator” zijn het hoofdkarakter met zijn groep hulpeloos omdat hun vijand onzichtbaar was. Het was maar toen zij de vijand konden identificeren dat zij hem konden bevechten.

Als wij moeten optornen tegen een moeilijkheid moeten wij deze eerst kennen vooraleer wij ze de baas kunnen worden. Hoe beter wij de intenties van de ‘vijand’ kennen hoe beter wij er ons tegen kunnen verweren.

Het kwaad is echter steeds sterker dan de gewone mens. Ook al komt het uit de mens zelf kan het veel meer dan het eigenlijke individu op zich kan verwezenlijken. Kwaad komt ook dikwijls niet alleen en anderen zullen er van gebruik maken als het ons om ringt. Indien er één belager op ons afkomt zullen wij dikwijls merken dat meerdere ten laste leggingen op ons afkomen en er meer vijandelijkheden op ons af zullen komen.

Indien onze belagers merken dat wij trachten te leven naar Christelijke standaards zal de tegenstand nog groter zijn.

Dit mag ons niet afschrikken, maar zou ons in zekere zin kunnen versterken daar wij een van de oorzaken van verhoogde weerstand kennen.

Wij hebben een prachtig wapen van God ter hand gekregen. Eerst en vooral als wij leven naar het Woord van God, zullen wij er op aan mogen dat wij niet zo veel fouten zullen kunnen maken die men ons wel ten laste zou willen leggen. Door het niet bezondigen aan zulke acties zullen zulke ten laste leggingen ook vlug kunnen ontkracht worden.

Maar vergenoeg u niet te vlug. Het Kwaad is supermenselijk en zal onze christelijke ziel willen vernietigen. Het zal al het mogelijke in het werk stellen om ons van God te doen afkeren. Het zal onze zwakke plekjes zoeken en weten te vinden.

Op ons eigen gaan wij het niet halen. Alleen zullen wij vast en zeker niet voldoende kracht hebben. Zoek uw kracht in Jehovah, onze God de Almachtige Vader. In de kracht van zijn macht zullen wij veel meer kunnen bereiken in ons leven.

Als wij de woede voelen opwellen kunnen wij beter de wapenrusting van God aan trekken om stand te kunnen houden tegen de listen van de duivel. In het besef dat onze strijd niet gericht is tegen mensen maar tegen hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de hemelsferen, gaan wij met Gods wapenuitrusting ons beter kunnen verweren.

In wezen zouden wij niet moeten wachten tot onrecht ons is aangedaan of tot het ogenblik dat men ons zo ver heeft doen krijgen dat wij in woede uitbarsten. Neen, want dan zijn wij al te laat en hebben reeds een slag verloren. Het tot woede komen is reeds een verkeerde handeling. Op dat vlak heeft onze tegenstrever dan reeds één slag thuis gehaald. En eigenlijk zouden wij onze vijand geen kansen mogen geven. Neem daarom de wapens van God op om weerstand te kunnen bieden op de dag van het kwaad, om goed voorbereid stand te kunnen houden.

Houd stand, met de waarheid als gordel om uw heupen. Indien je steeds tot je verplichtingen hebt gehouden, in alle eerlijkheid hebt gehandeld, en er niet op terug gezien hebt om steeds vol te houden aan de waarheid zal je al een deel van de strijd kunnen overwinnen door de onwaarheid te ontkrachten. Eveneens zal je als je steeds gerechtvaardigd hebt gehandeld je niet op de borst moeten kloppen maar kun je die gerechtigheid als harnas om uw borst aantrekken.

Vasthoudende aan de geboden van God en levende met de inzet voor het evangelie van de vrede als sandalen aan uw voeten kan je met een gerust geweten door het leven stappen. Dit alles zal ons echter niet vrijwaren van de aanvallen naar ons persoon en naar ons geloof. Maar dit rotsvast geloof in Jehovah kan ons als wij het willen dragen als een schild tegen de pijnen van die aanvallen zijn. Draag bovenal het geloof als schild waarmee u alle brandende pijlen van hem die het kwaad zelf is kunt doven. Draag als helm de verlossing en als zwaard de Geest, dat wil zeggen Gods woorden. Hoe meer deze in jouw zullen zitten hoe makkelijker je er ook zal kunnen van bedienen om je te verdedigen.

Bij al die beproevingen zullen wij er ook steeds aan moeten denken God niet te verwaarlozen en onze energie niet te veel in het werelds verweer te steken. Laat u bij het bidden leiden door de Geest, iedere keer dat u bidt; blijf waakzaam en bid voortdurend voor je zelf, voor je tegenstander en voor alle heiligen.

Wij kunnen zelf bidden en broeders en zusters vragen om ook te bidden zo dat de juiste woorden gegeven worden wanneer wij iets verkondigen. Wij kunnen Jehovah vragen dat Hij ons de juiste wapenuitrusting ter hand wil stellen en dat Hij ons de juiste woorden zal aanreiken zo dat wij Hem nooit hoeven te beschamen.

“Ten slotte, zoekt uw kracht bij de Heer en zijn almacht. Legt de wapenrusting Gods aan om te kunnen standhouden tegen de listen van de duivel. Want onze strijd gaat niet tegen vlees en bloed maar tegen de heerschappijen, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis, tegen de boze geesten in de hemelen, Grijpt daarom naar de wapenrusting Gods; dan kunt ge weerstand bieden op de dag der verschrikking en staande blijven, strijdend tot het einde. Staat dan, uw lendenen omgord met de waarheid, bekleed met het harnas der gerechtigheid, de voeten geschoeid met ijver voor het evangelie van de vrede. Hanteert daarbij het grote schild van het geloof, waarmee gij alle brandende pijlen van de boze kunt doven. Neemt ook de helm van het heil en het zwaard van de Geest, dat is, het woord Gods. Bidt en smeekt in de Geest bij elke gelegenheid en op allerlei wijze. Houdt daartoe nachtwaken, waarbij gij met volharding God smeekt voor alle heiligen. Bidt ook voor mij, dat mij het woord gegeven mag worden als ik mijn mond open om vrijmoedig het mysterie openbaar te maken, waarvoor ik een gezant ben in boeien. Bidt dat ik het vrijmoedig mag verkondigen, zoals het mijn plicht is.” (Efe 6:10-20 WV78)

Woede verwerking

Dagelijks ondergaan wij beproevingen. Als wij dan naar anderen kijken lijkt het hen allemaal zo mooi voor de wind te gaan. Maar dat is dikwijls mooi schijn. Wij weten niet echt wat er met hen gebeurt (gisteren niet, vandaag en morgen niet).

Opvallend is wel dat diegenen die God zoeken het meest beproefd lijken in deze luxueuze materialistische wereld. Dikwijls horen wij dat diegenen die beslissingen gaan nemen over hun geloof ook daadwerkelijk rond die periode meer beproevingen krijgen. Van alles lijkt er dan wel verkeerd te gaan. Tot het ongelofelijke toe.

Anderen denken dat als zij eens gedoopt zijn ze zich herboren christen kunnen noemen en vrij van kopzorgen gaan zijn. Daar slaan ze dan de bal mis door dat zij verkeerde verwachtingen hebben. Het is wel zo dat als wij onze keuze voor Christus en voor God gedaan hebben wij er zeker van mogen zijn dat wij extra bescherming genieten en dat wij ook door onze Christelijke houding veel bekommernissen kunnen ontlopen.

Als mens blijven wij echter steeds onderhevig aan onze stemmingen. Buitenstaanders gaan daar ook steeds lustig blijven op inspelen. Wetende dat je een herboren christen ben zal men daar ook gebruik van maken en je op de proef stellen.

“Ge zult een voorwerp van haat zijn voor allen omwille van mijn Naam. Wie echter ten einde toe volhardt, hij zal gered worden.” (Mattheus 10:22 WV78)

Ook blijven wij vast zitten aan onze lichamelijke beperkingen die ook gemoedstoestanden zullen oproepen. Frustraties en woede wegens onze tekortkomingen zullen ons blijven kwellen, tenzij wij ze volledig naast ons kunnen neerleggen.

Wij moeten ons zelf leren bij de kraag te nemen en het leven voor ogen zien met al haar moeilijkheden en gebreken. Door te beseffen dat het maar een tijdelijke toestand is waar wij verder weinig zelf aan zullen kunnen veranderen, gaan wij er ook anders tegenover kunnen staan.

Met het besef dat onze klein bijdrage toch ook kleine positieve vuurvonkjes kunnen zijn, gaan wij mee van dat licht kunnen genieten, indien wij het ook afvuren. Vuurwerk dat opgesloten blijft in zijn verpakking zal geen schoonheid kunnen oproepen.

De opgekropte woede die wij jaren in ons hebben laten groeien, moeten wij laten knallen in positieve gedachten, liefdevolle gebaren en door onze hoop op het komende Koninkrijk van God.

Het Christelijk leven is een van spirituele moed. Het geestelijk aandurven en het doorzetten om dit tijdelijk aardse leven zo goed en zo kwaad als wij kunnen positief te laten verlopen.

door te beseffen dat wij niet met alles zo maar tevreden moeten zijn en dat wij niet zo maar iedereen over ons heen moeten laten walsen, kunnen wij door onze christelijke zelfbeheersing proberen op een zachtaardige manier uiting te geven van onze boosheid. de woede hoeft dan niet te resulteren in een woedeuitbarsting.

“met het eeuwige leven hen die door standvastig het goede te doen streven naar onvergankelijke heerlijkheid en eer,” (Romeinen 2:7 WV78)

“Meer nog, wij zijn zelfs trots op onze beproevingen, in het besef dat verdrukking leidt tot volharding,” (Romeinen 5:3 WV78)

“Wat ge nodig hebt is volharding, om Gods wil te doen en de belofte binnen te halen.” (Heb 10:36 WV78)

“want gij weet dat de beproeving van uw geloof standvastigheid voortbrengt.” (Jakobus 1:3 WV78)

“de kennis met zelfbeheersing, de zelfbeheersing met standvastigheid, de standvastigheid met godsvrucht,” (2 Petrus 1:6 WV78)

“Door standvastig te zijn zult ge uw leven winnen.” (Lukas 21:19 WV78)

„Een kalm hart is het leven van het vleselijke organisme, maar jaloezie is verrotting voor de beenderen” (Spreuken 14:30; 17:22).

De bijbel gaf de verstandige raad: „Laat af van toorn en laat de woede varen”, en „Haast u niet in uw geest om geërgerd [of „toornig”, Luther-vertaling] te raken.” — (Psalmen 37:8; Prediker 7:9).

De bijbel bevat ook zinnige adviezen om woede te beheersen. In Spreuken 19:11 staat bijvoorbeeld: „Het inzicht van een mens vertraagt stellig zijn toorn, en het is luister van zijn kant, de overtreding voorbij te gaan.” Het Hebreeuwse woord voor „inzicht” is afgeleid van een werkwoord waarmee de aandacht wordt gericht op „kennis van de reden” voor iets.14 De verstandige raad is: „Eerst denken, dan doen.” Wanneer iemand probeert de achterliggende redenen voor bepaalde woorden of daden van een ander te begrijpen, kan hij geholpen worden verdraagzamer te zijn — en minder tot woede geneigd. — (Spreuken 14:29).

Nog een praktische raad staat in Kolossenzen 3:13: „Blijft elkaar verdragen en elkaar vrijelijk vergeven.” Kleine irritaties horen bij het leven. De uitdrukking „blijft elkaar verdragen” duidt op het tolereren van de dingen die ons in anderen niet aanstaan. „Vergeven” betekent wrok laten varen. Soms is het verstandig bittere gevoelens te laten varen in plaats van eraan vast te houden; woede koesteren zal onze last alleen maar vergroten.

Er zijn tegenwoordig veel bronnen van raad en leiding. Maar de bijbel is werkelijk uniek.

De raad van de bijbel is niet louter theorie, en de adviezen erin zijn nooit tot ons nadeel. Integendeel, de wijsheid van de bijbel is „zeer betrouwbaar” gebleken (Psalm 93:5). Bovendien is de bijbelse raad tijdloos. Hoewel het boek bijna 2000 jaar geleden werd voltooid, zijn de woorden ervan nog steeds toepasbaar. En ze zijn op ons allemaal, wat voor huidkleur wij ook hebben of in welk land wij ook wonen, evenzeer van toepassing. De woorden van de bijbel hebben ook kracht — de kracht om mensen ten goede te veranderen (Hebreeën 4:12). Het lezen van dat boek en het toepassen van de beginselen erin kan dus de kwaliteit van uw leven verbeteren.

Woede Opheffing

“Haast u het eens te worden met uw tegenpartij, zolang ge nog met hem onderweg zijt; anders zou uw tegenpartij u wel eens aan de rechter kunnen overleveren, en de rechter u aan de gerechtsdienaar, en zoudt gij in de gevangenis worden geworpen.” (Mattheus 5:25 WV78)

Wij mogen er geen gras over laten groeien indien wij een geschil met iemand hebben of als wij boos op iemand zijn.

Wij moeten ons haasten het eens te worden met uw tegenpartij. Indien met kwaad is op iemand kan men het proberen het onder elkaar af te handelen. Soms gaat de ruzie verder en worden er anderen bij betrokken, maar zo ver zou het niet mogen komen. Vooraleer wij er anderen bij betrekken zouden wij welgezind [jegens] de wederpartij moeten hebben proberen tot een verzoening te komen.

Wij zijn best ons zelf reeds vlug te beoordelen en na te gaan of onze woede wel verantwoord is naar de feiten. Onze zelftrots moeten wij durven op zij te zetten om toch maar niet ons gelijk te willen halen. Alsook moeten wij alle kansen overboord gooien die ons in conflict zouden kunnen brengen met anderen. Zo moeten wij zorgen dat problemen van het werk bijvoorbeeld niet mee gedragen worden tot thuis om ons op een verkeerde wijze te doen reageren op een ogenblik dat er daar iets verkeerd gaat.

Indien iemand of iets ons heeft lastig gevallen of heeft geërgerd moeten wij het van ons kunnen afzetten.

“Hierin bestaat het oordeel: het licht is in de wereld gekomen, maar de mensen beminden de duisternis meer dan het licht, omdat hun daden slecht waren. Ieder die slecht handelt, heeft een afschuw van het licht en gaat niet naar het licht toe uit vrees dat zijn werken openbaar gemaakt worden. Maar wie de waarheid doet, gaat naar het licht, opdat van zijn daden moge blijken dat zij in God zijn gedaan.’” (Johannes 3:19-21 WV78)

Beter kunnen wij eens denken aan Christus en zijn lijden dat Hij heeft moeten doorstaan voor ons. Wat zijn onze moeilijkheden daar tegenover?

Om de opgekropte frustraties en woede de baas te kunnen zijn en er oplossingen voor te vinden kunnen wij ons best tot God wenden.

“Op die dag zult gij bidden in mijn Naam; het is niet nodig te zeggen dat Ik bij de Vader uw voorspreker zal zijn, want de Vader zelf heeft u lief omdat gij Mij lief hebt en gelooft dat Ik van God ben uitgegaan.” (Johannes 16:26-27 WV78)

Door onze ogen op God te richten zullen wij onze woede kunnen opheffen.

Men kan eens diep ademhalen of het lokaal verlaten om zo de woede niet te laten doorbreken.

In zijn eigen vingers of in kussens knijpen zijn mogelijkheden om de agressie te laten ontladen.

Men kan er natuurlijk ook voor zorgen dat zij niet hoeft op te komen.

tot God kunnen wij bidden om Hem te verzoeken dat wij er niet mee geconfronteerd zouden geraken. Hem kunnen wij op de ogenblikken van verzoeking ook ter hulp roepen in gebed.

“Bidt zonder ophouden.” (1 Thessalonicenzen 5:17 WV78)

Dagelijks of constant moeten wij tot Jehovah bidden. Het moet volledig deel uit maken van ons dagelijkse leven. zo zal het ook een rust over ons brengen.

Het gebed zal de vrede in ons herstellen als wij deze ook daadwerkelijk willen.

“Want ieder die vraagt ontvangt, en wie zoekt vindt, en voor wie klopt zal worden opengedaan.” (Mattheus 7:8 NBV)

Woede vergeten

In de late 1990’s werd Pete Peterson aangeduid als de ambassadeur voor Vietnam.

Peterson had zes jaar in de gevreesde ‘Hanoi Hilton’ gevangenis gezeten.

toen men hem vroeg hoe hij kon terug keren naar het land waar hij zo had afgezien, jaren van ontbering had geleden, brutaliteiten had moeten mee maken en gemarteld worden, zei hij niet boos te zijn. “Ik liet mijn woede achter aan de poorten van de gevangenis toen ik daar in 1972 buiten stapte. Ik besloot verder te gaan met mijn leven.”

Denk er aan wanneer je even tracht te geraken et dezen die je gekwetst hebben. Het kwaad dat aangericht is geworden is geschied. Je kan niet terug, wat gebeurd is, is gebeurd.

“Wat krom is krijg je niet recht en wat ontbreekt kun je niet meetellen.” (Predikers 1:15 WV78)

Verhoudingen kunnen aangetast of besmet worden door valse beschuldigingen. Hierdoor kunnen zij scheef getrokken worden. volledig recht trekken kunnen wij misschien niet doen, maar wij kunnen er wel aan werken om de moeilijkheden uit te vlakken.

Moesten wij ons kwaad maken op al de ongerijmdheden, de gebrekkigheden en onvolkomendheden van deze wereld dan konden wij wel elke minuut van de dag vol woede tegenover de maatschappij staan.

De wijsheid die we tijdens ons mensenleven door vallen en opstaan kunnen opdoen, in scha en schande, zal ons ook verder doen inzien dat wat wij ook mogen doen om onze onvolkomenheden, ziekten en miseries weg te krijgen, deze de vertwijfeling en wanorde in ons hart nooit zullen kunnen rechtzetten.

Voor wij de wereld willen veranderen zullen wij eerst met ons zelf moeten beginnen en daar zal het al moeilijk genoeg zijn om die oneffenheden weg te krijgen.

“Elk dal moet worden opgehoogd, en elke berg en heuvel afgegraven; oneffen plekken moeten vlak gemaakt worden en ruige gronden worden vrijgelegd.” (Jesaja 40:4 WV78)

Woede doet slechts meer builen ontstaan. Arglist en wraak verscheuren effen lakens. Met veel zuiver water kunnen wij het vuil van de woede wegspoelen en de gronden weer proper krijgen.

Wij moeten de spons er over durven trekken.

Alles vergeten en vergeven. Ook al is dat makkelijker gezegd dan gedaan. Maar daar ligt de sterkte van de Christen in, dat hij dit eerder kan dan de niet gelovige.

Wij hebben trouwens een voorvechter voor ons.

“Ik zal voor u uitgaan, steilten maak Ik vlak voor u, bronzen deuren zal Ik breken en ijzeren sluitbomen verpletteren.” (Jesaja 45:2 WV78)

Onze woede of geweeklaag gaat niets aan de situatie kunnen verbeteren.

“Trouwens, wie van u is in staat met al zijn tobben aan zijn levensweg een el toe te voegen?” (Mt 6:27 WV78)

Woede versus vriendschap

“De wonden, door een vriend geslagen, zijn een teken van zijn trouw, maar de kussen van een vijand zijn bedrieglijk.” (Spreuken 27:6 WV78)

Als een verwijt van een vriend oprecht is, valt het minder zwaar dan als men verwijten toegezonden krijgt van vreemdelingen of van hen dat wij dachten te behoren tot degenen die van ons hielden. Beschuldigingen aan ons adres komen kwetsend over maar wij moeten er op toe zien dat diegenen die ons trachten te paaien of ‘zogezegd’ zo lief zijn tegenover ons wel een eerlijke beleefdheid en getrouwheid tegenover ons aan de dag willen leggen. De kus van een vijand kan maar al te hartelijk zijn.

Valse beschuldigingen die over ons komen zijn een verwerping van onze persoon door de tegenstander. Het Kwaad heerst over heel de wereld en zal ons steeds blijven omringen. Zo zullen wij meermaals gekwetst worden in ons leven door dat wij dachten vrienden te hebben in bepaalde mensen, maar deze blijken nooit hun ware aard getoond te hebben. “Bloedige striemen polijsten de wil en slagen zuiveren de diepten van de ingewanden.” (Spreuken 20:30 WV78)

Natuurlijk moeten wij er tegen kunnen dat wij terecht gewezen worden indien wij iets fout doen.

“Als mij dan een rechtvaardige afstraft, wijst mij een uwer vromen terecht, ik stoot die weldaad niet terug. En waar kwaad heerst gaat mijn gebed voort;” (Psalmen 141:5 WV78)

Waar ons onrecht gedaan wordt mogen wij geen wrok laten opwellen en moeten wij toch proberen onze vriendelijke aard te bovenhand te laten.

Indien er een communicatiestoornis is horen wij diegene te zijn die probeert de hand te reiken. In onze verdediging horen wij op te letten niet over te gaan tot dezelfde fouten als onze tegenstander. Wij zelf mogen geen valse beschuldigingen tegenwerpen en wij mogen geen haat uit dragen naar de ‘Tegenstander’, ook al kan hij deel uitmaken van de ‘Duivel’.

Soms kunnen wij kwaad zijn als bepaalde dingen aan het licht komen. Maar dan moeten wij er over na denken of dat dit ook niet ten goede kan zijn.

Toen Petrus naar Antiochië kwam moest Paulus openlijk tegenover hem staan en hem tegenspreken. Paulus kwetste ook zijn vriend Petrus door zaken in het openbaar te verkondigen.

Paulus keurde duidelijk af wat Petrus aan het doen was. Dit zal zeker niet fijn aangevoeld hebben voor Petrus, welke werd beschouwd als een trouwe volgeling van Christus.

“Daarna, na verloop van veertien jaar, ben ik weer naar Jeruzalem gegaan, samen met Barnabas, en ik nam ook Titus mee. ging op grond van een openbaring. En ik legde hun het evangelie voor dat ik aan de heidenvolken verkondig, hun, dat wil zeggen, de mannen van aanzien afzonderlijk; ik wilde er zeker van zijn dat ik niet voor niets had gewerkt of zou werken. Maar zelfs mijn metgezel Titus, hoewel een Griek, werd niet gedwongen zich te laten besnijden. Dit wegens de binnengedrongen valse broeders, die waren binnengeslopen om onze vrijheid te bespieden die wij hebben in Christus Jezus, met het doel ons in slavernij te brengen.” (Galaten 2:1-4 WV78)

“Maar alle mannen van importantie hoe belangrijk zij precies waren interesseert mij niet, voor God telt menselijk aanzien niet hoe dan ook, mij hebben de mannen van aanzien niets opgelegd. -Integendeel, daar zij hadden ingezien dat aan mij het evangelie voor de onbesnedenen was toevertrouwd, juist zoals aan Petrus dat voor de besnedenen want Hij die Petrus kracht had gegeven voor het apostelschap onder de besnedenen had mij kracht gegeven voor de heidenvolken en daar zij de mij gegeven genade hadden erkend, hebben zij, Jakobus en Kefas en Johannes, die voor steunpilaren golden, mij en Barnabas de hand der gemeenschap gereikt: wij zouden naar de heidenen gaan en zij naar de besnedenen. Alleen moesten wij hun armen gedenken, wat ik dan ook juist van harte gedaan heb. Maar toen Kefas in Antiochie gekomen was, heb ik hem in zijn gezicht weerstaan, want hij stond onder het oordeel. Immers, voordat sommige mensen van Jakobus gekomen waren, at hij gewoon met de heidenen mee, maar toen zij gekomen waren, begon hij zich terug te trekken en afzijdig te houden uit vrees voor de mannen van de besnijdenis. En de overige Joden veinsden met hen mee, zodat zelfs Barnabas zich door hun veinzerij liet meeslepen. Maar toen ik zag dat hun gedrag niet strookte met de waarheid van het evangelie, zei ik tegen Kefas waar allen bij waren: ‘Als jij, een geboren Jood, leeft als een heiden en niet als een Jood, hoe kun je dan de heidenen dwingen om te leven als Joden?’” (Galaten 2:6-14 WV78)

Gelukkig heeft Petrus de beschuldigingen ter harte genomen, er over nagedacht en er naar gehandeld. Hij heeft bijgestuurd en zijn zienswijze en handelswijze er naar veranderd. Paulus vriendschap en goed gemeendheid werd herkend.

Voor wij in woede uitbreken moeten wij dus ook eerst even na gaan wat er gezegd wordt, wat de oorzaak van de terechtwijzing is en wat er eigenlijk bedoelt wordt.

Bij valse beschuldigingen kunnen wij ook na gaan waarom de belager tot zulk een daad over is gegaan. Voelde hij of zij zich in iets te kort gedaan? Wat heeft de belager zo ver doen komen dat hij tot onterechte daden over ging?

Berust het op een communicatiestoornis, jaloezie of haat en nijd?

Door de juiste beweegredenen te leren kennen gaan wij ook beter kunnen reageren en de verkeerd gebrachte beelden kunnen ontkrachten.

Onze liefde voor de medemens moet laten zien dat wij steeds berijd blijven de hand van de vriendschap uit te rijken.

Woede en gebed

“Als mij dan een rechtvaardige afstraft, wijst mij een uwer vromen terecht, ik stoot die weldaad niet terug. En waar kwaad heerst gaat mijn gebed voort;” (Psalmen 141:5 WV78)

David wenst hier in deze Psalm dat hem zijn fouten onder het oog gebracht zullen worden. Zijn vijanden verweten hem hetgeen niet waar was waarover hij dus wel moest klagen. Zo als wij valselijk beschuldigd worden werd ook hij en nog vele andere mensen voor ons. sommige beschuldigingen komen dikwijls niet alleeen. Er worden een hele resem tegenwerpingen naar voor gebracht. Ook bij David was het zo dat er beschuldigingen bij waren waar een waarheid achter staken. Hiervoor wenst hij dat zijn vrienden hem zullen bestraffen voor hetgeen werkelijk verkeerd in hem was, inzonderheid indien er iets in hem was, dat ook maar de minste aanleiding kon geven tot en de minste schijn van recht kon geven aan die verwijten (Psalmen 141.5). De rechtvaardige sla mij, het zal weldadigheid zijn. De rechtvaardige God zo lezen sommigen het. “Ik zal de bestraffingen van Zijn voorzienigheid welkom heten, en zo weinig geneigd zijn om er mee te twisten, dat ik ze als tekenen van Zijn liefde zal beschouwen en aannemen, en ze zal gebruiken als middelen van de genade, en bidden zal voor hen, die de werktuigen zijn van mijn leed.”

David hoopt dat zijn vervolgers er nog eens toe komen zullen, dat zij het kunnen dragen dat men hen hun fouten onder het oog brengt zoals hij bereid was om op de zijne opmerkzaam gemaakt te worden, (Psalm 141.6) “Als hun rechters,” (Saul en zijn beambten, die David richtten en veroordeelden, en zelf alleen rechters wilden zijn), “nedergeworpen zijn in steenachtige plaatsen onder de rotsen in de woestijn, dan zullen zij mijn woorden horen, want zij zijn aangenaam.”

Wij moeten ook hopen dat de belagers later beschuldigingen zullen kunnen weerstaan die tegenover hen zullen kunnen gebracht worden. wij moeten er ons echter niet toe verlagen hetzelfde te gaan doen als hen. Ook moeten wij geen opmerkingen, terechtwijzigingen of verwijten naar hen toesturen. “Maak een spotter geen verwijten: hij gaat u maar haten. Doe het een wijze: die zal u waarderen.” (Spreuken 9:8 WV78)

“Tuchtig de spotter en de onnozele wordt verstandig; berisp de wijze en hij krijgt er inzicht door.” (Spreuken 19:25 WV78)

Indien wij terecht worden gewezen met reden mogen er geen problemen zijn en moeten wij er ons op verheugen dat wij aan die fouten kunnen werken nu wij ze beseffen.

Indien geen fout bij ons ligt kan men de beschuldiging als deel van spot tegenover ons beschouwen. In zulk geval moet je niet denken dat je de belager en spotters voor jouw zult kunnen winnen. Je moet geen valse hoop gaan koesteren en nog minder gaan plooien naar de wensen van de belagers of spotters. Zij die onverbeterbaar zijn kan men toch niet veranderen. die persoon kan ons misschien haten voor onze persoonlijkheid of voor datgene wat wij hebben dat hij niet heeft.

In wezen moeten wij mededogen hebben met de lasteraar. Wij moeten medelijden hebben met de spotter. denk aan de parabel van de Farizeeër en de tollenaar (Lukas 16:9-)

De woede die naar boven wil komen kunnen wij wegwerken door te rekenen op Jehovah. Op Hem kunnen wij vertrouwen en voor ons  maar ook voor onze belagers kunnen wij bidden. Ook al zou het kwaad willen dat wij de belagers en spotters gaan haten, wij moeten er vriendschap voor blijven voelen en voor hen blijven bidden. Steeds moeten wij ook begaan blijven met hun toekomst, als was het onze dierbaarste naaste.

“Als gold het een vriend of een broeder, zo droeg ik het met mij om; of ik om een moeder in rouw was zo somber boog ik het hoofd.” (Psalmen 35:14 WV78)

“Gaat heen en leert wat het zeggen wil: Ik wil liever barmhartigheid dan offers. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.’” (Mattheus 9:13 WV78)

“Laat ze maar begaan: zij zijn blinden die blinden leiden. Maar als de ene blinde de andere leidt, vallen beiden in de kuil.’” (Mattheus 15:14 WV78)

David geeft zich over aan God en steunt op Hem om verlossing te verkrijgen: “Doch op U zijn mijn ogen, (Psalm 141.8) want, hoe treurig de toestand ook is, Gij kunt al de grieven herstellen, van U verwacht ik hulp, hoe slecht het ook staat met de zaken, en op U betrouw ik.” Zij, die hun ogen op God gericht hebben, kunnen op Hem hopen.

Hij bidt dat God hem zal helpen en ondersteunen naar de nood het vereist.

David aanroept Jehovah dat Hij hem zal vertroosten; ontbloot mijn ziel niet laat mij zien waar mijn hulp is. Dat Hij de plannen van zijn vijanden tegen hem zal voorkomen, (Psalm 141.9). Bewaar mij van gevangen te worden in de strik, die zij voor mij gespannen hebben, geef mij hem te ontdekken en te vermijden. Al is de valstrik ook nog zo kunstig gelegd, God kan en zal Zijn volk bewaren van er in te vallen.

Tot Jehovah onze god kunnen wij bidden voor hen en wij kunnen getuigen en dankbaar zijn voor de overvloed die God ons nog naast deze beproevingen hier op aarde schenkt en voor wat Hij voor ons in het verschiet heeft. In al de ellende en moeilijkheden die over ons komen kunnen wij bidden tot God en onze woede opzij zetten. Wij mogen rekenen op Gods vriendschap en hopen dat wij deze verder met anderen in deze wereld zullen mogen delen.

“Een tafel richt Gij mij aan in het aangezicht van mijn belagers en zalft met olie mijn hoofd. Mijn beker vloeit over.” (Psalmen 23:5 WV78)

Telkens woede voor onze ogen staat moeten wij ons vermannen en bidden tot God dat ook Hij ons deze beker van beproeving voorbij zal laten gaan.

Woede en vertrouwen

God geeft ons niet zo maar goede gewoonten en een goed karakter. Jehovah zal ons niet forceren om te gaan handelen zo als Hij het wil. Hij gaat ook niet de omgeving forceren zo te handelen zoals wij het zouden willen.

Elke mens heeft zijn of haar vrije keuze. Ieder een moet zelf voor zich zelf bepalen welke richting hij uit gaat. Alsook moeten wij zelf de keuzes maken hoe wij gaan optreden of handelen tegen over de mensen rondom ons.

Ook al zijn er verscheidene dingen rondom ons welke de haren ten berge doen reizen, moeten wij zelf onze verantwoordelijkheid nemen om er correct mee om te gaan. Als men ons van zaken beschuldigt die niet waar zijn moeten wij opletten dat wij geen zaken gaan doen die wel bezwarend zouden kunnen gaan werken in de ogen van God.

Onze woorden zullen wij moeten wikken en wegen. Wij moeten, hoe moeilijk het ook mag zijn ons ook in bedwang houden.

Wij mogen de dingen ook niet op zijn beloop laten en anderen een verkeerd beeld achter laten wegens het niet reageren op publiekelijk gemaakte beschuldigingen.

Stappen horen ondernomen te worden om het beeld van de gelovige te bewaren in een goede vorm.

Indien een zaak ons overwelmd moeten wij  reeds in de gewoonte gevallen zijn om ons tot god gewend te hebben. Dit moet reeds een gewoonte zijn van voorheen. Indien een crisis zich dan aanbied zullen wij instinctief op God kunnen verlaten. Automatisch horen wij ons tot Jehovah te wenden, wetende dat Hij uiteindelijk de enige redder is en de enige aanbieder van dé oplossing tegen alle problemen.

als ij ons geloof gevoed hebben met de ware zaken zullen wij hierdoor ook grotendeels al beschermd zijn tegen heet kwade. “Door die heerlijkheid en macht heeft Hij verheven, onschatbare beloften voor ons gerealiseerd, opdat gij zoudt ontkomen aan het bederf van de zelfzucht dat de wereld heeft aangetast, en deel krijgen aan Gods eigen wezen. Doet daarom uw uiterste best om uw geloof te voeden met deugd, de deugd met kennis,” (2 Petrus 1:4-5 WV78)

Wij moeten er durven op vertrouwen dat God onze omstandigheden stuurt en er in kan optreden als de nood hoog is.

“5 Vertrouw op Jehovah met heel uw hart en steun niet op uw eigen verstand. 6 Sla in al uw wegen acht op hem, en híj zal uw paden recht maken.”(Spreuken 3:5-6 NWV)

Op de gewone mensen moeten wij niet al te veel rekenen. Vertrouw op Jehovah met heel uw hart en verlaat u niet op uw eigen inzicht. Denk aan Hem in de eerste plaats. Zorg er voor dat je Zijn Naam geen onrecht aan doet door verkeerde reacties te maken. God verzekerd er ons van dat Hij op al onze wegen zal letten en dat Hij de paden zal effenen van hen die Hem willen volgen.

“8 Vertrouwt te allen tijde op hem, o volk. Stort UW hart voor hem uit. God is voor ons een toevlucht. Sela. (Psalmen 62:8)

Vertrouwt op Jehovah voor altijd, want in Jah Jehovah is de Rots van onbepaalde tijden. (Jesaja 26:4)

7 Gezegend is de fysiek sterke man die op Jehovah vertrouwt, en wiens vertrouwen Jehovah is geworden. 8 En hij zal stellig worden als een boom geplant bij de wateren, die zijn wortels uitslaat vlak bij de waterloop; en hij zal [het] niet zien wanneer er hitte komt, maar zijn loof zal werkelijk welig blijken te zijn. En in een jaar van droogte zal hij niet bezorgd worden, noch zal hij nalaten vrucht voort te brengen. (Jeremia 17:7-8)

Dikwijls begrijpen wij niet waarom de dingen zo verlopen, alsook waarom wij soms zo beproefd worden. In wezen moeten wij ons niet gaan bezig houden met het zoeken naar dat waarom. Wij moeten afstappen om enkel af te hangen van ons eigen begrip. wij hoeven niet alles te verstaan. Maar als wij Gods wil zoeken in alles wat wij doen, zal Hij zeker onze schreden richten.

Door trachten te leven hoe Jehovah het wil zullen steeds een reeks mensen ons ook genegen zijn en zullen anderen toch ook de goede eigenschappen zien.

“God en de mensen zullen je genegen zijn en je zult waardering ondervinden. Vertrouw op de HEER met heel je hart, steun niet op eigen inzicht. Denk aan hem bij alles wat je doet, dan baant hij voor jou de weg.” (Spreuken 3:4-6 NBV)

Bij valselijke beschuldigingen moeten wij dan ook durven in die diepe wateren te duiken. De waarheid ontvluchten maar ook de klachten ontvluchten gaan niet helpen.

Velen lachen wel eens bij de hit “Don’t worry, be happy” en durven ook wel denken “Ja goed! Indien ik mij geen zorgen maak dan heb ik ook niets om gelukkig over te zijn.” Velen denken dat verantwoordelijkheid opnemen gelijk staat met zorgen maken. Wij zijn er van overtuigd dat wij moeten bezorgd zijn over wat er mogelijk zou gaan kunnen gebeuren. (Voorwaardelijk)

Velen maken een heleboel plannen voor mogelijke voor- waarden, maar hebben geen plan voor de waarden na dit leven.

Wij moeten er niet zo maar op los leven. Jehovah is een God van orde. Maar vertrouwen op Hem betekend niet dat wij ongedisciplineerd door het leven moeten stappen en alles zo maar over ons heen laten gaan.

De gebeurtenissen die ons tarten moeten wij ook durven gebruiken om Jehovah alle eer aante doen en om ons te sterken en te groeien naar een leven van ‘heiligheid’. Wij moeten zorgen dat wij steeds met een zuiver geweten voor Christus op het laatste oordeel mogen verschijnen.

Ook al voelen wij ons door de valse beschuldigingen eer gekwetst en gekleineerd, toch moeten wij menswaardig blijven en een goed voorbeeld in de naam van Jezus Christus.

“Wie dus zichzelf gering acht zoals dit kind is de grootste in het Rijk der hemelen.” (Mattheus 18:4 WV78)

“Weest onbezorgd. Laat al uw wensen bij God bekend worden in gebed en smeking, en nooit zonder dankzegging. En de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus.” (Flp 4:6-7 WV78)

Weest over niets bezorgd, maar laat in alles door gebed en smeking te samen met dankzegging UW smeekbeden bij God bekend worden; en de vrede van God, die alle gedachte te boven gaat, zal UW hart en UW geestelijke vermogens behoeden door bemiddeling van Christus Jezus.

Vergeven

God heeft steeds doorheen de tijden vele fouten over het hoofd gezien. Constant was Hij bereid om vergevingsgezind op te treden en Zijn plannen bij te sturen.

Psalm 32: 1. Gelukkig is hij wiens opstandigheid wordt vergeven, wiens zonde wordt bedekt. 2 Gelukkig is de mens wie Jehovah de dwaling niet toerekent,

En in wiens geest geen bedrog is. 3 Toen ik bleef zwijgen, teerden mijn beenderen weg door mijn gekerm de gehele dag. 4 Want dag en nacht was uw hand zwaar op mij. Mijn levenssap is veranderd als in de droge zomerhitte. Sela.
5 Ten slotte beleed ik u mijn zonde, en mijn dwaling bedekte ik niet. Ik zei: „Ik zal belijdenis van mijn overtredingen doen aan Jehovah.” En gijzelf hebt de dwaling van mijn zonden vergeven. Sela.

Bedekt: (Psalm 85:2): 2 Gij hebt de dwaling van uw volk vergeven; Gij hebt al hun zonde bedekt. Sela.

(Psalmen 65:3): 3 Gevallen van dwaling zijn machtiger gebleken dan ik. Wat onze overtredingen betreft, gijzelf zult ze bedekken.(Jeremia 50:20): 20 „En in die dagen en in die tijd”, is de uitspraak van Jehovah, „zal men naar de dwaling van Israël zoeken, maar ze zal er niet zijn, en naar de zonden van Juda, en ze zullen niet gevonden worden, want ik zal vergeving schenken aan degenen die ik laat overblijven.”; (Micah 7:18) : 18 Wie is een God als gij, een die dwaling vergeeft en voorbijgaat aan de overtreding van het overblijfsel van zijn erfdeel? Hij zal stellig niet voor eeuwig aan zijn toorn vasthouden, want hij schept behagen in liefderijke goedheid. 19 Hij zal ons wederom barmhartigheid betonen; hij zal onze dwalingen onderwerpen. En gij zult al hun zonden in de diepten der zee werpen.

(Jesaja 1:18)): 18 „Komt nu, en laten wij de zaken rechtzetten tussen ons”, zegt Jehovah. „Al zouden UW zonden als scharlaken blijken te zijn, ze zullen zo wit worden gemaakt als sneeuw; al zouden ze rood zijn als karmozijnen stof, ze zullen zelfs als wol worden.

(Handelingen van de apostelen 3:19): 19 Hebt daarom berouw en keert U om, opdat UW zonden worden uitgewist, opdat er tijden van verkwikking mogen komen van de persoon van Jehovah

+ (Exodus 34:7): 7 die liefderijke goedheid bewaart voor duizenden, die dwaling en overtreding en zonde vergeeft, maar hij zal geenszins vrijstelling van straf geven, daar hij straf voor de dwaling van vaders brengt over zonen en over kleinzonen, over het derde geslacht en over het vierde geslacht.”

(Nehemia 9:17) (b) Maar gij zijt een God van daden van vergeving, goedgunstig en barmhartig, langzaam tot toorn en overvloedig in liefderijke goedheid, en gij hebt hen niet verlaten.

(Psalmen 51:2): 2 Was mij grondig van mijn dwaling, En reinig mij zelfs van mijn zonde.

(Psalmen 78:38-39): 38 Maar hij was barmhartig; hij bedekte steeds weer de dwaling en verdierf niet. En menigmaal wendde hij zijn toorn af, En hij wekte dan niet heel zijn woede op. 39 En hij bleef gedenken dat zij vlees waren, Dat de geest heengaat en niet wederkeert.

(Psalmen 79:9): 9 Help ons, o God van onze redding, Ter wille van de heerlijkheid van uw naam; En bevrijd ons en bedek onze zonden om uws naams wil.




Tegenover de woede staat de liefde

Tegenover de woede staat de liefde, en laat ons deze trachten te vinden. In de Heilige Schrift zijn er verscheidene voorbeelden voor ons gegeven waardoor wij ons kunnen laten leiden om een voorbeeldig leven op te bouwen zonder al te veel ruzies en moeilijkheden.
Wacht niet tot morgen om er aan te beginnen werken.
Start vandaag met het lezen van de inspirerende wijsheid die de Oude Geschriften te bieden hebben.

Paypal Donation Button

Hoop tot Leven - Redding door Christus

Send to a friend

Share on Facebook

Share on Facebook

Super Share

Share on Facebook

Daily Verses

Quote of the Day

Quote of the Day

Create a Free Website