De
Broeders in Christus zien in Christus’ geboorte te Bethlehem de vervulling van
Gods belofte een Zoon te verwekken uit de mensheid, waardoor de Schepper aller
dingen ook “de God en Vader van onze Heer Jezus Christus” is. Zij aanvaarden
zonder reserve dat Hij “in alle dingen op gelijke wijze als wij is verzocht
geweest, doch zonder te zondigen”. Hij is de Leidsman van de behoudenis, die
God door lijden heen heeft volmaakt om vele zonen tot heerlijkheid te brengen.
Als gevolg van zijn gehoorzaamheid op aarde tot de kruisdood toe heeft God Hem verhoogd
tot zijn rechterhand en gesteld tot hoofd van zijn gemeente.
De
Broeders geloven ook dat de behoudenis ons alleen wordt aangeboden op grond van
persoonlijk geloof in Christus. Daarom volgen zij de praktijk van de eerste
christenen en beschouwen de doop door onderdompeling als de door God ingestelde
wijze waarop een gelovige zich met Christus kan verenigen om door God
aangenomen te worden.
Create a free website at Webs.com