Hier volgt het verhaal van Dan Eden van Viewzone Magazine. Het gaat
over HAARP (High frequency Active Auroral Research Program) Dit is een
project van de defensie van de VS. Dit apparaat kan gebruikt worden
voor communicatie, maar je zou er ook het weer mee manipuleren.
Ik wil al een paar jaar, zolang ik voor Viewzone schrijf, een verhaal vertellen, wellicht het belangrijkste
verhaal waar ik ooit deel van heb uitgemaakt, maar de andere medewerkers
hebben zich daartegen verzet. Viewzone moet
met een minimaal budget worden geleid, merendeels met zweet en ouderwetse
journalistieke ijver, maar dat is een zeer kwetsbare vorm van actief vermogen,
vooral wanneer je wordt geconfronteerd met de machtigste krachten op de
planeet. Maar dat was toen en dit is nu. En daarom ga ik dus schrijven over
iets wat ongeveer vier jaar geleden hier bij Viewzone is gebeurd. We weten er allemaal van en het heeft inwendig
aan ons gevreten. Eindelijk is de tijd rijp om het wereldkundig te maken,
ondanks het gevaar. Daar gaat-ie dus.
De
winter wordt kouder
We zijn in 1996 met Viewzone
begonnen. Het internet bestond nog maar net en we wisten vrijwel niets.
Aanvankelijk produceerden we verhalen en artikelen die gebaseerd waren op onze
eigen interesses, voornamelijk voor onze vrienden. In 1997 leerde de eigenaar,
Cary Vey, hoe hij de statistieken van de website kon bekijken en hij schokte
ons allemaal door te melden dat we een lezerspubliek van ongeveer 150.000
mensen per maand hadden. Dat kon verdorie toch niet kloppen!
Begin 1998 ontvingen we manuscripten en e-mails met ideeën voor
verhalen en was ons publiek gegroeid tot meer dan een miljoen lezers per
maand. Dit was werkelijk verbazingwekkend en opende onze ogen voor de macht
van internet. Op dat moment was het televisieprogramma X-files met onderwerpen
over UFO’s en vreemde wetenschap uitermate populair. Evenals programma’s
als Sightings en The Unexplained. We liften met soortgelijke punten op hun succes mee
en we raakten allemaal verslingerd aan de ogenschijnlijke eindeloze
onopgeloste verschijnselen overal om ons heen. Het was leuk om te schrijven
over buitenaardsen, het ‘gezicht’ op Mars en de onderdrukte geschiedenis.
We kregen letterlijk honderden e-mails per dag, merendeels positief, en een
flinke voorraad ideeën voor verhalen. Het was de droom van een
tijdschriftredacteur die werkelijkheid was geworden.
Op een avond werd ik gebeld. Ik was toevallig in het kantoor van Viewzone
in Connecticut omdat ik door een koude en ijzige storm niet naar huis
kon rijden. De beller vroeg specifiek naar mij en de verbinding was zwak en
zat vol ruis. De beller vroeg of ik alsjeblieft even naar hem wilde luisteren
terwijl hij zei wat hij te zeggen had en hij vroeg of ik hem niet in de rede
wilde vallen. Hij had een nerveuze stem en ik stelde me voor dat hij eind
twintig was. Ik stemde erin toe en drukte de hoorn tegen mijn oor. “Ga je
gang, ik hoor je.”
De beller zei dat hij in Alaska zat. Hij vertelde me dat hij Viewzone
op internet had gelezen en dat hij respect had voor wat we deden. Hij vertelde
me dat een vriend en hij me iets wilden vertellen waar ik over moest
schrijven, iets wat zowel belangrijk als verschrikkelijk was en wat ik niet
zou geloven als ik niet naar Alaska kwam om het zelf te zien.
‘Alaska …? Maar …’
´We sturen je een retourtje. We zullen je afhalen en verder alles
regelen als je ons wilt beschermen. Dit is linke soep. Ik zal je er iets over
vertellen als ik de tickets stuur. Ik hoop dat ik je kan vertrouwen.´ Zijn
stem beefde. Ineens volgde er een lange stilte. ´Ben je daar nog, Dan?’
‘Ja. Goed. Ik doe het … maar …’ De verbinding was
verbroken. Was dit een grap? Wie zou zoiets doen? Ik pakte de telefoon op om
het voorval aan mijn beste vriend te vertellen, omdat ik dacht dat hij het
leuk zou vinden, maar dat deed ik niet. Er had iets ongewoons in de stem van
de man geklonken, angst, waardoor ik besloot te wachten, in elk geval een paar
dagen, om te zien of er tickets zouden komen.
De
Siberische kou
Dat hele weekend probeerde ik het telefoontje af te doen als een
grap. We hadden allerlei vreemde telefoontjes en brieven gekregen in reactie
op de verhalen die we publiceerden. Eén man belde regelmatig met het
dreigement ons een brief te sturen ‘met een bruin poeder dat jullie
uiteindelijk allemaal zal doden’. Dat waren loze bedreigingen door labiele
mensen. Maar we hadden bij Viewzone
ook enkele echte bedreigingen gehad en daardoor was dit telefoontje zo
onthutsend.
Een paar maanden eerder hadden we een man met een baard, gekleed in
een ietwat vreemd zwart gewaad zeer ontsteld ons kantoor zien binnenkomen. Hij
was een priester van een Russisch Orthodoxe Kerk in Zuid-Connecticut. Hij had
eveneens gevraagd of we naar hem wilden luisteren en of we hem wilden helpen.
Zij stem had dezelfde dringende klank, angst, gehad die ik bij mijn recente
beller herkende en zijn probleem was heel reëel geweest.
Toen de Sovjet-Unie ten slotte uiteen was gevallen, vormde de
Russische maffia in Moskou een rechtspersoon die heel toepasselijk Moskou
Vastgoed heette. De Russische maffia erkende vervolgens formeel de officiële
kerk, liet de Russische burgers horen bij de gevestigde, surrogaatvorm van de
‘Orthodoxe Kerk van Rusland’.
In de dagen van Stalin was de oude Russisch Orthodoxe kerk verboden
geweest en waren de priesters afgeslacht. De meeste Russische emigranten in
Amerika waren naar de VS gekomen om aan die onderdrukking te ontsnappen en
hadden duizenden kleine Russisch Orthodoxe kerkjes gesticht waarin ze
trouwden, hun kinderen lieten dopen en ten slotte hun rouwdiensten hielden.
Die kleine kerkjes werden in de loop der vele generaties groter en sommige
lagen nu midden in grote stadsgebieden en op grond die inmiddels miljoenen
dollars waard was.
Moskou Vastgoed wilde die grond hebben, of eigenlijk het geld.
Systematisch, en terwijl de Amerikaanse overheid een oogje dichtkneep, drongen
ze in de kantoren van deze parochies door, zetten de huidige priester en zijn
gezin op straat en namen het gebouw en de grond in bezit om de kerk te laten
afbreken en de grond te verkopen. Dat deden ze door te beweren dat ze de ‘ware’
Orthodoxe Kerk van Rusland vertegenwoordigen, hoewel veel van deze ‘geestelijken’
voormalige KGB-agenten en communistische atheïsten waren.
Onze in zwart gehulde bezoeker bevond zich in dit lastige parket.
Zijn leven en dat van zijn gezin was al bedreigd als hij de kerk niet voor het
eind van de maand had verlaten. We luisterden vol ongeloof naar zijn verhaal.
‘Als de Amerikaanse overheid dit weet, wordt u toch zeker geholpen!’
Toen hij het kantoor verliet, werd besloten dat ik het verhaal zou
schrijven. Ik deed wat onderzoek op het web en ontdekte tot mijn ontsteltenis
dat dit waar is. De gebruikelijke routine begon met een bedreiging. Als daar
geen acht op werd geslagen werd er een schoolbus vol kameraden naar de
pastorie gereden die de deur forceerden en de priester en zijn gezin
letterlijk verdreven doordat tientallen lichamen hun ruimte innamen. Zijn
persoonlijke bezittingen, meubilair en religieuze voorwerpen werden uit de
ramen of op straat gesmeten, de deur ging op slot en gebouw en grond werden
uiteindelijk verkocht, waarna de opbrengst naar Moskou Vastgoed van de maffia
ging.
De dreigementen werden ook wel eens uitgevoerd. Twee hoge
bisschoppen uit Canada werden aangetroffen met kogels in hun hart – een
traditionele handtekening van de KBG – en er was weinig hoop voor deze
kleine parochiepriester. Desondanks schreef ik het verhaal en we publiceerden
het en het werd opgemerkt.
Toen ik weer eens op een avond overwerkte ging de telefoon. De man
aan de andere kant had een zwaar accent, maar ik wist dat hij kwaad was en hij
bleef maar zeggen dat hij mijn keel zou doorsnijden en dat ik een chirurg
nodig zou hebben. ‘Je zult geen verschil maken’, zei hij. Nadat we enkele
nogal beschrijvende beledigingen hadden uitgewisseld, gooide ik de hoorn op de
haak. Ik dacht niet veel over het telefoontje na tot de orthodoxe priester
weer langskwam om me te bedanken dat ik het verhaal had geschreven. Ik
vertelde hem van het telefoontje en meldde dat de beller een nogal
ongebruikelijke naam had gehad: ‘Metropolitan zus of zo …’ Hij
verbleekte. ‘O, het spijt me zo dat ik ooit hierheen ben gekomen en jullie
hierbij heb betrokken. Laat het alsjeblieft gewoon ophouden en vergeet alles!’
Later kwam ik te weten dat ik met het maffia-equivalent van de paus
in Amerika gesproken had. Ik werd de volgende paar dagen geschaduwd door een
witte Mercedes en diezelfde auto vernietigde volledig de auto van een van onze
medewerkers waarna hij van het toneel verdween.
De kleine priester vertrok uiteindelijk met zijn familie en begon
een andere kleine kerk in een geprefabriceerde blokhut ergens in de Berkshires.
Zijn kerk werd vernietigd, de begraafplaats platgewalst en inmiddels verzamelt
een appartementencomplex huur voor Moskou Vastgoed. De paus van de maffia had
gelijk – ik maakte geen verschil. Daardoor herkende ik echte angst wanneer
ik die hoorde. Maar wat was er in Alaska? Hadden ze daar orthodoxe kerken? Was
dit een andere arme priester?
‘Hé Dan, hier moet je tekenen’. Een man in uniform gaf me een
envelop uit Fairbanks, Alaska. Ik zou weldra de ware betekenis van angst leren
kennen.
Het
geheim van Kahlua
De envelop was net een stel Russische poppen, de een in de ander.
De eerste onthulde een vluchtschema met twee tussenlandingen voor de aankomst
in Fairbanks. In die envelop zat weer een andere envelop waar met zware
onuitwisbare stift een boodschap op was geschreven: “Lees dit als je alleen
bent’.
Ik ging naar mijn kantoor om te spieken. Daarin zat een manuscript
van gekopieerde, geprinte pagina’s en ja, nog een envelop De papieren waren
afkomstig uit een technisch tijdschrift, met technisch jargon, en waren
geschreven door een zekere dr. Bernard Eastlund. Terwijl ik ze doorbladerde
viel me op dat verscheidene stukken met een gele markeerstift waren
aangestreept, maar het was een lang en saai verhaal en daarom richtte ik me op
de resterende envelop. Daarin zat een enkel indexkaartje en een kleine blikken
button, zo’n ding dat je verbuigt en op je revers spelt. Hij was rood en er
stonden drie witte woorden op – Kahlua Is Sweet! Op het kaartje stond een
met de hand geschreven bericht – Draag de speld als alles veilig is.
Voor mijn gevoel ontbrak er nog iets. Ik hield de envelop
ondersteboven en schudde, maar hij was leeg. Ik bekeek alles een paar minuten
terwijl ik probeerde te begrijpen wat er gebeurde, maar daardoor raakte ik
alleen maar meer verward. Die avond las ik de technische artikelen, waardoor
mijn verwarring nog verder toenam.
Dr. Bernard Eastlund was geen priester. Te oordelen naar wat ik had
gelezen was Eastlund een genie die zijn leven had gewijd aan het onderzoek
naar de voortplanting van elektromagnetische golven. Het artikel was veel te
lang voor me om het te kunnen opnemen, maar ik had de indruk dat hij een
proces had uitgevonden om energie als een radiosignaal door de lucht te sturen
waar het als een elektrisch stopcontact kon worden ontvangen en gebruikt.
Zoveel begreep ik er op dat moment in elk geval van. Terwijl ik het artikel
las, bleven mijn gedachten me maar afleiden. Ik bleef de stem aan de telefoon
maar afdraaien. Wat was het verband tussen de angst die ik had gehoord en het
ingewikkelde drama dat ik in handen had?
Ik zou al over twee dagen vliegen. Ik maakte plannen om te
vertrekken, regelde dat iemand mijn kat te eten zou geven en nam een digitale
camera en een laptop mee. Ik was nog nooit in Alaska geweest. Ik wist dat het
daar koud was, dus pakte ik een paar truien in. Het lukte me alles in een
kleine koffer te proppen. Door de vlucht terug zou ik maar vier dagen in
Alaska zijn, waardoor mijn garderobe voornamelijk bestond uit de kleren die ik
zou dragen als ik vertrok.
Ik besprak de details van de reis met Vey. Aanvankelijk probeerde
hij me over te halen niet te gaan uit angst dat het te gevaarlijk was en omdat
er, in zijn woorden, ‘domweg te veel onbekende factoren’ waren. Maar daar
ging het toch juist om – het verkennen van het onbekende? Uiteindelijk waren
we het er samen over eens dat het een aanvaardbaar risico en wellicht een
groot avontuur was. We spraken af dat het een geheim van ons tweeën zou
blijven en ik beloofde hem te bellen om hem te verzekeren dat alles met me in
orde was.
De avond voor mijn vertrek gingen we naar een bar. Vey bestelde een
drankje voor me, een Black Russian, gemaakt van wodka en Kahlua. Dat was een
aardige geste en we lachten. Het was een sterk drankje, maar de Kahlua was
lekker. Het verbaasde me dat ik dronken werd van zo’n heerlijk brouwsel. Het
was een zeer ontnuchterende herinnering aan het feit dat sommige dingen niet
zijn wat ze lijken. Zonder de kater zou ik waarschijnlijk heel bang zijn
geweest toen ik in het vliegtuig stapte. Het was opnieuw een ijzige dag in
Connectticut en ik was bang dat het vliegtuig vertraging zou oplopen en dat
mijn aansluitingen niet meer zouden kloppen. Ik had een hekel aan vliegen. De
gedachte aan een vliegtuigongeluk ligt altijd op de loer in mijn nachtmerries.
Mijn knokkels worden niet zozeer wit door het idee dat ik doodga dan wel door
het besef dat ik aan het doodgaan ben, dat ik enkel val voor de botsing.
‘Vierentwintig … juist, deze kant op en u zit aan het gangpad.’
De stewardess bracht me naar mijn stoel, nog wel een stoel aan het gangpad. Ik
had er een hekel aan om uit het raampje te kijken en vond het nog erger om
klem te zitten tussen andere passagiers. De persoon die de tickets voor me had
gereserveerd, had voor allebei de vluchten naar Fairbanks dezelfde zitplaatsen
aan het gangpad geboekt.
Het vliegtuig was bijna leeg. Rijen lege stoelen scheidden de stuk
of twaalf passagiers van elkaar. Ik zette mijn handbagage onder mijn stoel en
herinnerde me de rode speld die ik moest dragen. Ik viste hem uit mijn
overhemdzakje en spelde hem op mijn revers. Dat was beslist voorbarig, maar
dat herinnerde me eraan dat dit geen vakantiereisje was. De vlucht naar
Chicago verliep zonder bijzonderheden. Op O’Hare klaarde het weer op en
kwamen er nieuwe passagiers aan bord voor het volgende stuk naar Seattle. Een
jonge zwarte vrouw met een diplomatenkoffertje kwam op me af. ‘Neem me niet
kwalijk. Ik geloof dat ik de stoel bij het raampje heb.’
‘Natuurlijk. Sorry …’ Ik haalde mijn jas van de stoel tussen
ons in. Het volgende halfuur was het druk in de cabine door de gebruikelijke
activiteiten – pinda’s en zoutjes en ten slotte begon de wagen met
drankjes aan zijn tocht door het gangpad. ‘Ga je naar Seattle?’ Ik
probeerde een gesprekje aan te knopen met de vrouw. ‘Ja’, antwoordde ze.
Aanvankelijk dacht ik dat ze niet wilde praten. Er heerste een opgelaten
stilte. Ik was moe en begon mijn ogen dicht te doen.
‘Wilt u een drankje – koffie, thee of sap?’ De stewardess
sprak ons aan en gaf ons een servetje.
‘Wil je soms een Kahlua? ‘Wat? Een Kahlua?’ Ik was ineens
klaar wakker. De zwarte vrouw lachte naar me. ‘Ik keek naar je speldje daar.’
‘We hebben wat Kahlua.’ De stewardess doorzocht haar
verzameling kleine flesjes. ‘Ik kan een Black Russian voor u maken.’
‘Nee, bedankt, liever niet. Een kop koffie met melk is prima.’
‘Ik neem een Black Russian.’ De vrouw lachte. ‘Ik ben dol op
Kahlua. Ben je barkeeper of drankhandelaar of zo?’
‘Vanwege die speld bedoel je? Nee. Dat is een lang verhaal. En
een vreemd verhaal. Nee, ik ben schrijver. Ik ga naar Alaska.’
‘Tjonge. Ik ook. Waar in Alaska?’
‘Fairbanks. En jij?’
‘Jeetje. Fairbanks. Tjonge, dat is raar. Ben je er al eens eerder
geweest?’
‘Nee’.
‘Mijn man is daar. Hij zit bij de marine en werkt daar. Ik woon
in Georgia, Atlanta, dus ga ik hem doorlopend opzoeken. Ik vind het daar
vreselijk, maar hij moet nog een jaar. Ik hoop dat je wat warme kleren en
handschoenen hebt meegenomen.’
De rest van de vlucht verliep prettig. We praatten over computers,
muziek en de gebruikelijke koetjes en kalfjes. Ten slotte zwegen we allebei en
gaven onze ogen rust terwijl de piloot onze naderende aankomst in Seattle
aankondigde. Toen we onze spullen pakten en ons opmaakten om het vliegtuig te
verlaten, wenste ik haar een goede reis en grapte dat ik haar in Fairbanks
misschien weer zou tegenkomen.
‘Een goede reis. Het was leuk om met je te praten, Dan.’
Toen ik naar de nieuwe gate liep om in het volgende vliegtuig naar
Fairbanks te stappen, besefte ik dat ik niet wist hoe de zwarte vrouw heette.
We hadden onszelf niet voorgesteld, maar ze kende mijn naam. Daardoor leek het
feit dat ze een Black Russian had besteld belangrijker. Of begon ik gewoon aan
achtervolgingswaan te lijden?
Patentaanvraag
– een glimp van het kwaad
De vlucht van Seattle naar Fairbanks was angstaanjagend. Het
vliegtuig was niet alleen een stuk kleiner, een Airbus A300, maar was opnieuw
grotendeels leeg. Zodra we waren opgestegen vroeg ik om koffie en een warme
deken. Ik was moe en had het koud. Toen de cafeïne begon te werken, voelde ik
me beter en besloot ik het artikel over dr. Eastlund uit te lezen. Naarmate ik
meer over hem las, verbaasde ik me meer over zijn werk dat een revolutie op
aarde kon teweegbrengen.
Eastlunds eerste Patent (VS nr. 4.686.605) gold een ‘methode en
apparaat om een gebied in de aardse atmosfeer, ionosfeer en/of magnetosfeer te
veranderen’. De informatie over het patent in mijn manuscript beschreef de
diverse niveaus van de atmosfeer om de aarde als een soort plastic laag, die
uit diverse moleculen bestond en verschillende elektrische ladingen had.
Eastlund had een manier bedacht om sterke radiogolven in de lucht te stralen,
waardoor deze diverse ruimteniveaus rondom de aarde ‘warm’ zouden worden
en zich zouden uitbreiden als gesmolten plastic. Het leek vreemd dat iemand
zoiets wilde doen. Maar toen ik verder las, begon het logisch te worden.
Zijn tweede patent beschreef de weerkaatsing van een tweede
signaal, met behulp van een voordien ‘verhitte’ ionosferische uitstulping,
naar verre plekken op het aardoppervlak. Interessant dacht ik, waar waarom zou
iemand dit willen doen?
Eastlund werkte voor de Atlantic Richfield Company (ARCO), de
bezitters van een geweldige aardgasreserve onder de noordelijke helling van
Alaska. ARCO kocht Eastlunds eerste twee patenten in de veronderstelling dat
hun aardgasreserves, waarvan het te duur was om die in pijpleidingen uit
Alaska te halen, door deze nieuwe technologie op de noordelijke helling konden
worden omgezet in elektrische energie om vervolgens door de verhitte ionosfeer
te worden weerkaatst naar klanten op afgelegen plekken op aarde. Doordat
Eastlunds ‘verhitters’ de ionosfeer van de aarde konden verhogen, leverde
zijn ontdekking ook een mogelijkheid om het weer te beheersen! Straalstromen
konden worden veranderd, tornado’s konden worden neergehaald en er kon regen
worden gemaakt, overal en altijd, hier en nu! Dit begon zondermeer interessant
te worden.
Maar het leger had andere plannen. De laatste paar pagina’s waren
met gele stift gemarkeerd. Het leger had deze twee patenten van ARCO gekocht
en had ze aan Raytheon gegeven, een militaire aannemer. Deze nieuwe techniek
zou dus niet voor burgerlijke doeleinden worden gebruikt. Was dat het? Was dat
het ‘verschrikkelijke’ waardoor ik hier in dit koude vliegtuig op weg naar
het ijzige Fairbanks was beland? Of zat er meer achter het verhaal?
Ik sliep een tijdje totdat we in Fairbanks landden. Toen ik het
vliegtuig verliet, zorgde ik ervoor dat ik de rode speld verplaatste naar de
revers van mijn leren jack. Ik had niets geregeld voor Fairbanks en maakte me
daarom een beetje zorgen. Het was laat op de avond en ik bevond me in een
verre uithoek en zou pas over vier dagen teruggaan. Ik raakte even in paniek.
‘Dan? Dan Eden?’ Ik draaide me om en zag een jongeman in een
zware parka met een capuchon en een bontrand. Er was een andere man bij hem,
die hetzelfde aanhad en een gewatteerde parka in zijn handen had. ‘Geef uw
tas maar aan mij. En waarom trekt u deze niet aan? Het zal prettiger zijn. ’Het
verbaasde me dat de man zo jong was. Hij zag eruit als een student. Ik gaf
zijn metgezel mijn koffertje en verwisselde mijn leren jas voor de warmere
parka.
‘We leggen uw jas en tas in een kluisje. U zult niets nodig
hebben terwijl u hier bent. En we zullen u de sleutel geven, zodat u alles
weer kunt ophalen als u klaar bent voor vertrek. Is dat goed meneer?’
‘Meneer?’ Zo was ik nog nooit genoemd. Daardoor voelde ik
ogenblikkelijk dat er een verbinding met het leger was. De groene parka’s
begonnen op legerkleding te lijken. Overal om me heen zag ik militairen,
groene plunjezakken en mannen met korte borstelkoppen. ‘Nou, wie zijn
jullie? Waar gaat dit allemaal over? Zitten jullie in het leger?’ Ik had
talloze vragen. We liepen snel naar de kluizen en mijn spullen werden erin
gezet en ik kreeg de sleutel. ‘Mijn camera en laptop zitten erin en …’
‘U zult niets nodig hebben. Kom maar met ons mee. Wij zorgen voor u. Het
moet op deze manier. We leggen alles later wel uit. Laten we gaan.’
Toen we de warmte van het vliegveld uitkwamen, viel de kou op me en
bevroor ogenblikkelijk mijn neusvleugels. Mijn ogen werden even wazig en het
was moeilijk om adem te halen. ‘Het is verdomd koud!’ Op een bank stond
een bord met – Welkom in Fairbanks. Het is -14º C. Er stond een grote oude
Chrysler met draaiende motor naast de stoep op ons te wachten en we stapten
allen in. Het was warm binnen en ik kon mijn gastheren voor het eerst goed
bekijken.
De komende drie dagen zou ik de twee mannen die me van het
vliegveld hadden gehaald leren kennen en vertrouwen. Dave, de oudste, was een
lange man van 27. Zijn vriend Jonas was pas 24 en minder lang. Jonas’ zus
Nicki, de bestuurder van de Chrysler, was 31. De auto had een grappig
interieur. De stoelen waren zowel voor- als achterin bekleed met iets wat op
wit ijsbeerbont leek. En de vloer was bezaaid met oude banden met acht sporen
die werden afgedraaid in een antieke recorder die in het dashboard was
bevestigd. Achterin lagen enkele lege flessen JD en Rolling Rock op de grond.
Toen de auto weer warm werd nadat de deur was opengegaan, ritsten
we onze parka’s open en stelden we ons aan elkaar voor. Dave scheen de
leiding te hebben. Hij begon mij te vertellen dat alles wat hij me zou lasten
zien en zou vertellen geheim was en dat hij, door het aan mij te vertellen,
een zware misdaad pleegde. Hij vertelde me dat hij door de marine in Fairbanks
was gestationeerd en een paar maanden geleden was ontslagen. Jonas, die met
zijn zus voorin zat, was ook onlangs ontslagen. Zijn zus, die Dave omschreef
als een ‘echt goed mens’, was in Fairbanks op bezoek gekomen en had later
besloten daar te blijven. De twee mannen benadrukten allebei dat Nicki niets
te maken had met wat zij mij zouden vertellen, maar dat we deze tijd allemaal
in haar appartement zouden blijven pitten.
Fairbanks was een teleurstelling. Het was een klein stadje met
brede straten en heel veel bars. Ondanks het tijdstip stopten we bij een tent
die ‘Mecca’ heette om wat te gaan drinken. Nicki scheen iedereen te kennen
en ik ontdekte dat de flessen JD in de auto merendeels van haar gewoonte
afkomstig waren.
Dave liet er geen gras over groeien. Hij vroeg of ik de teksten
over Eastlund had gelezen, of ik ze begreep en of ik ooit had gehoord van iets
wat hij HAARP noemde. Jonas was elektricien van beroep en heel intelligent.
Hij was door de marine opgeleid en werkte nu voor de plaatselijke
kabeltelevisie. Hij kon op zo’n manier uitleggen hoe radiogolven zich
verspreiden en hoe Eastlunds uitvinding werkte dat het gemakkelijk te
begrijpen was. Ze dronken allebei Rolling Rock terwijl Nicki pure whisky dronk
en glazig naar me glimlachte. Misschien was ik oververmoeid of misschien was
ik te lang alleen geweest. Nicki was leuk. Ze was klein en tenger en die
indruk werd versterkt door haar grote gewatteerde parka. Ze sloeg haar whisky
in één teug achterover en zette het glas met een klap op de bar neer als het
leeg was.
‘Hé man, het is al laat. Geef de arme jongen de kans om op adem
te komen. Dit kan morgen allemaal gebeuren. Man, dan zul je iets zien …’
Jonas werd door een handgebaar van Dave onderbroken. Ze excuseerden zich om
met een vriend te gaan praten die de bar was binnengekomen, waardoor ik samen
met Nick achterbleef.
‘Ze zijn echt hysterisch, weet je,’ zei ze. ‘Ze maken zich
zorgen dat je hen zult verlinken. Dat zul je toch niet doen?’ ‘Nee,
natuurlijk niet. Dit klinkt belangrijk. Bovendien ben ik niet iemand om wie
dan ook te verlinken. Ik ben niets bijzonders. Ik wil gewoon helpen bij wat
hier gebeurt.’
Nicki was dronken. Ze staarde in mijn ogen. ‘Ja. Zo te zien deug
je wel. Je hebt eerlijke ogen. Dat zie ik.’ Ze pakte mijn hand. ‘Ik hou
van mijn broer. Hij is een goeie kerel en hij wil gewoon dat iemand weet wat
hier allemaal gebeurt.’
‘Je kunt me vertrouwen, heus.’ Ik probeerde mij Rolling Rock op
te drinken, maar die was al warm geworden en ik was moe. Dave en Jonas kwamen
terug en deelden mee dat het tijd was om op te stappen. We gingen naar de auto
en reden naar een raamloos appartement boven een souvenirwinkel. Daar woonde
Nicki en de ruimte stond vol met nog meer bandrecorders en halflege flessen JD
en kamerbrede ruige tapijten. Het rook er naar de bar die we net hadden
verlaten.
‘We komen dus aardig vroeg langs. Dan gaan we ontbijten en op weg
naar de Flats.’ Dave en Jonas lieten me bij Nicki achter. Op de achtergrond
hoorde ik een oude melodie van Jefferson Airplane. Dit zou interessant worden.
Oog
in oog met de dood
Nicki deed haar best om te zorgen dat ik me thuis voelde. We zaten
op de grond in haar enorme raamloze kamer en praatten ongeveer een halfuur tot
ze buitenwesten raakte. Ze had een bed voor me opgemaakt van de kussens van
haar bank en het hele appartement leek vol dekens en dekbedden te liggen. Ze
werkte in de bar waar we geweest waren, bediende in het weekend en viel in als
barkeeper. Jonas was bij de marine gegaan toen hij achttien was. Hij was in
Fairbanks gestationeerd en werkte op een geheim terrein even ten noorden van
Fairbanks dat Poker Flats heette – kortweg de ‘Flats’ voor de
plaatselijke bevolking. Zijn zus vertelde me dat hij Dave daar had leren
kennen en dat ze samen aan de ‘verhitter’ hadden gewerkt, waarbij ze
voornamelijk coaxkabel hadden geïnstalleerd en reparaties hadden uitgevoerd
na enkele tests. In haar gesprek noemde ze de militairen alleen maar de ‘monsters
van de dodelijke straal’. Maar uiteindelijk kreeg de JD de overhand en deed
ze haar ogen dicht. De Jefferson Airplanes bleven op acht sporen doorspelen en
ik volgde haar al snel en viel diep in slaap.
Het was moeilijk om zonder raam te zeggen hoe laat het was.
Fairbanks was midden in de winter sowieso slechts vaag verlicht. Het was bij
mijn beste weten zaterdag en ik was wakker geworden van Jonas die zichzelf had
binnengelaten om ons op te halen voor het ontbijt terwijl Dave beneden zorgde
dat de Chrysler bleef draaien. Uiteindelijk waren we weer terug in het Mecca
voor een enorm ontbijt en Dave vroeg me naar mijn maat, was even weg en kwam
terug met een stel zwarte laarzen en dikke sokken.
Ik verkleedde me in de auto terwijl we naar het noorden reden, naar
een klein plaatsje dat Fox heette. Dave en Jonas zochten een vriend op terwijl
Nicki en ik warm in de auto bleven. Ze kwamen al snel terug met een paar radio’s
met een zend- en ontvangstinstallatie en de sleutels voor een opslagplaats
dicht bij de Elliot Highway waar twee zware sneeuwscooters stonden, bepakt met
zeildoekse pakketten.
Jonas en Nicki namen de ene sneeuwscooter, terwijl Dave de mijne
reed. We reden in oostelijke richting langs de Chatinarivier en soms zelfs
over de bevroren rivier. Het was een lange tocht en ik besefte dat de
zeildoekse pakketten meer benzine voor de terugtocht bevatten. Toen we in de
buurt van onze bestemming kwamen, zag ik oranje merktekens en de vertrouwde
bordjes ‘verboden voor onbevoegden’. Dave en Jonas stopten af en toe,
alsof ze moesten kijken waar ze waren, en we naderden al vlug een steil
aflopende helling waar de scooters werden afgezet, met een zeildoeken hoes
werden afgedekt en we vervolgens te voet verdergingen.
Het was een afgelegen gebied, maar bepaalde tekenen wezen erop dat
het goed onderhouden en bebost was. Toen we de top van de bergrug bereikten,
zag ik een enorm terrein onder ons dat was bedekt met eindeloze rijen metalen
palen – antennes – en kleine rechthoekige zilveren schuurtjes waar zwarte
kabels vandaan kwamen.
Het was eigenaardig stil. Een hogere bergrug in de verte scheen de
wind tegen te houden, waardoor we ons middenin een stille zone bevonden. Dave
liet me door zijn verrekijker naar het antenneveld kijken. Het was
indrukwekkend. Het terrein was minstens anderhalve kilometer groot en er
moesten duizenden antennes staan. Dave zei dat dit een gefaseerde opstelling
was, maar Jonas legde uit dat dit een soort antenne was waarmee het
uitgezonden signaal geconcentreerd kon worden tot een zeer smalle straal, als
van een laser, en dat dit geheel een signaal kon uitzenden met een vermogen
van miljarden watt.
Op een bepaald moment vroeg ik waarom een antennesysteem tussen
zulke hoge bergruggen in was gegraven. ‘Heeft het signaal daar geen last
van?’
‘Niet als je het regelrecht omhoog stuurt!’ Jonas legde uit dat
deze energie werd gebruikt om een laag van de atmosfeer te verhitten, om die
te buigen en dikker te maken waarna die klaar zou zijn voor de ‘dodelijke
straal’.
‘De dodelijke straal! Wat bedoelen jullie daarmee?’ Ik dacht
terug aan wat Nicki de vorige avond had gezegd.
‘Dat leggen we allemaal uit als we weer terug zijn.’ Bijna,
zodra we waren aangekomen, was het alweer tijd om terug te gaan. Het zonlicht
was niet alleen beperkt tot slechts een paar uur, maar bovendien was het
verdomd koud. We repten ons terug naar de scooters en deden er meer benzine
in. De terugrit naar de schuur was vreselijk. De temperatuur zakte met het
afnemende zonlicht en de kou bracht me in een soort slaperige, hypnotische
toestand. Daardoor viel ik bijna van de scooter af.
Terug in de auto werden we weer warm. Nicki’s Jack Daniels was
een verstandige keus en ik nam een paar straffe borrels. Terwijl we wachten
tot de Chrysler warm begon te worden, zetten Dave en Jonas hun zaak sterk en
hartstochtelijk uiteen. Ik zat op de achterbank te luisteren. Nicki reed,
terwijl Dave en Jonas me over hun werk bij de marine vertelden.
Eastlunds ontdekking was tijdens de koude oorlog overgenomen door
het leger omdat ze daardoor microgolfsignalen naar plekken achter de horizon
konden sturen en daarvandaan konden ontvangen. Vanwege dat ene feit hielden ze
de ontwikkeling ervan in meer humanere en commerciële toepassingen tegen,
aangezien vijandige naties er dan ook over konden beschikken. Maar zodra een
verhitter een soort lens in de ionosfeer had gevormd, hoefde je je signaal
niet te beperken tot radar/ of microgolven. Eastlund had de mogelijkheid
ontwikkeld om geweldige krachtuitbarstingen van miljarden watt te versturen en
die konden nu naar zo ongeveer elk punt op de aarde worden afgevuurd. Ja, het
was een dodelijke straal.
´En hoe zit het met het argument dat het beter is dat Amerika dit
heeft dan zeg maar elk ander willekeurig land?’ Ik had veel van zulke
vragen.
‘Maar andere landen hebben het ook … Ze kunnen het alleen niet
beheersen omdat ze de computers missen om de hoeken te berekenen en aan te
passen bij de beweging van de aarde en dergelijke dingen meer.’ Vooral Dave
reageerde vurig. ‘Het gaat in feite niet om de mogelijkheid als wapen, het
gaat erom wat ze ermee hebben gedaan …’
Jonas viel hem in de rede. ‘Nog niet, man. Daar moet je hem nog
niet mee belasten. Zie je dan niet dat hij daar nog niet aan toe is? Kijk, het
is al erg genoeg dat ze het idee hebben overgenomen en gebruiken voor iets om
mensen mee te doden als je bedenkt wat je ermee had kunnen doen – zoals het
overal laten regenen, een eind maken aan de droogtes, tornado’s voorkomen en
elektriciteit naar arme landen sturen. Het zou een totaal andere wereld zijn!’
Hij had gelijk. Ik had Eastlunds patenten gelezen en dat kon er
allemaal mee worden gedaan … en nog meer. Het bood mogelijkheden om El Niño
te bestrijden. Maar ik bleef maar denken aan wat Dave had gezegd - … wat ze
ermee hebben gedaan …
Na Fox gingen we weer terug naar Fairbanks en opnieuw naar het
Mecca. Nicki moest werken en daarom besloten we wat te eten en te drinken en
vroeg naar bed te gaan. Ik besloot Viewzone
te bellen om Vey te spreken en hem te laten weten dat alles in orde was. Ik
belde hem vanuit de bar. Vey was blij te horen dat alles goed was, maar hij
vroeg me waarom ik in Fairbanks zat. ‘Hé? Omdat dat ding hier is …’
‘Geen sprake van. Het ligt een kleine vijfhonderd kilometer ten
zuiden van je in een plaats die Gakona heet. Ik heb het op Internet opgezocht.
HAARP bevindt zich in Gakona en het is gewoon iets om de atmosfeer te
onderzoeken dat openstaat voor het publiek en alles.’
Ik vertelde hem wat ik had gezien, onder andere het enorme veld met
antennes. ‘Ja, dat hebben ze ook in Gakona en op de website kun je er foto’s
van zien en zo. Het is helemaal niets, man.’ Ik liep met een bekommerd
gezicht naar de bar terug. Dave vroeg wat er aan de hand was, maar ik wilde
niet zeggen dat ik het verhaal met iemand anders had besproken. Ik probeerde
er een paar minuten lang over te beginnen, maar dat leek onmogelijk zonder het
vertrouwen te schaden dat tussen ons was ontstaan.
‘Dave, je vrouw heeft gebeld. Ze is al thuis en wilt dat je haar
belt.’ Nicki had haar schortje al voor en bracht eten rond. Ik moest iets
zeggen voor hij vertrok en dit leek me het juiste moment. Maar voor ik HAARP
of Gakona kon noemen trok Dave zijn stoel dichter naar de mijne en sloeg zijn
arm om mijn schouder. ‘Dan, ik vind dit niet prettig. Ik ben over bepaalde
dingen niet helemaal eerlijk tegenover je geweest. Ik hoop dat je het
begrijpt. We waren hier echt bang voor en we weten niet echt waar we mee bezig
zijn. Maar ik moet je iets vertellen voor je er zelf achterkomt.’
‘Gaat het over dat HAARP-project en Gakona? Is het eigenlijk toch
geen wapen? Wil je me dat vertellen?’
‘HAARP? Shit nee. Dat is een vals lokmiddel voor het publiek. Dat
kent iedereen. Ze hebben zelfs een website met zo’n directe camcorder en een
paar dozijn antennes. Dat is gewoon iets om te laten zien, zodat ze kunnen
zeggen dat het allemaal geen kwaad kan en openlijk gebeurt. Nee, dat is
helemaal niets. Maar ik moet je iets bekennen … wacht even, ik ben zo terug.’
Dave ging naar de telefooncel en kwam terug, kijkend op zijn
horloge. ‘Nicki! Dan heeft een borrel nodig. Je weet wel …. Een bijzondere
borrel.’ Nicki glimlachte. Een paar minuten later kwam ze met een Rolling
Rocks voor Dave en Jonas. Vervolgens zette voor mij een Black Russian neer. Ze
lachten allemaal.
‘Verdorie nog aan toe! Hé!’
‘Mooie timing. Daar is ze!’. Dave stond op en omhelsde een
vrouw die net de bar was binnengekomen. ‘Dan, dit is mijn vrouw!’ Ik keek
op … het was de zwarte vrouw van de vlucht naar Seattle.
‘Moet je hem zien! Hij gelooft zijn ogen niet. Het spijt me, Dan.
We moesten zeker weten dat je alleen kwam. Ik hoop dat je het begrijpt. Dit is
mijn vrouw, Marie.’
Die avond werden we allemaal nogal teut. Ik dronk diverse Black
Russians en Dave danste met zijn vrouw. Nicki en ik dansten en knuffelden wat
voor we allemaal teruggingen naar haar raamloze appartement. Het was fijn om
gelukkig en dronken te zijn, maar ze hadden beloofd dat ze me de volgende dag
het duistere geheim van allemaal zouden vertellen.
Een
vriend in nood
Ik herinner me weinig van onze terugkeer naar Nicki’s
appartement. We waren allemaal nogal dronken toen we het Mecca verlieten. Toen
we terugkwamen was het koud binnen doordat Nicki’s verwarming op de een of
andere manier was afgeslagen, dus zaten we met onze parka’s aan op de grond
tot we onze adem niet meer konden zien en toen kropen zij en ik tegen elkaar
aan onder de dekens om elkaar warm te houden.
’s Morgens lagen we zo lekker dat we niet bewogen. Eigenlijk was
het helemaal geen morgen, maar al ver na twaalven. Nicki’s appartement was
een soort tijdloze zone. Door het gegons van haar radiatorventilator was het
gemakkelijker om in slaap te vallen en weer te ontwaken en ik voelde dat ze
van de intimiteit genoot.
Fairbanks was een oud mijnstadje en een vreemde mengelmoes van
ultramoderne technologie door de aanwezigheid van diverse militaire
buitenposten en een oude sfeer van rouwdouwers die op zijn best grof en op
zijn slechtst seksistisch was.. Ik begreep wel waarom het plaatsje Nicki
aansprak. Ze was zelf voor een deel een halve jongen en een rouwdouwer, maar
door haar tengere gestalte was ze kwetsbaar en ze deed zich hard voor om niet
gekwetst te worden. Ik wist dat ze het fijn vond om te worden vastgehouden,
bijna even fijn als ik het vond om haar vast te houden. Maar ik wist ook dat
er ongenoemde grenzen waren en dat ik geen poging zou wagen om die te
overschrijden.
Jonas klopte aan en kwam binnen. Hij vertelde ons dat Dave
afspraken regelde voor de volgende dag, mijn laatste in Fairbanks, en dat hij
bij mij zou blijven om uit te leggen wat zo ‘belangrijk en verschrikkelijk’
was.
Nicki had sterke koffie gezet. Het was nu warm binnen en we zaten
allemaal gerieflijk op de grond. Jonas rommelde in een kartonnen doos vol
papieren en kaarten. ‘Dave en ik hebben allebei een eed moeten afleggen dat
we hier nooit over zouden praten. Ik weet niet hoever ze zouden gaan als ze
wisten dat we jou hiervan vertelden. Maar het zijn serieuze mensen. Jij loopt
al gevaar door wat wij je vertellen, maar jij hebt geen eed afgelegd en daarom
weet ik niet hoe erg het voor jou zou kunnen zijn.’
‘Ja, dat waardeer ik’, zei ik hem. ‘Ik kan je alleen maar
beloven dat ik hen nooit zal laten weten wie jullie zijn of hoe ik aan de
informatie ben gekomen. Als er iets is waardoor ze jullie zouden kunnen gaan
verdenken … nou, laat het me dan weten en dan zal ik dat niet publiceren.’
‘Goed, man’. Jonas’ stemming veranderde van serieus in meer
ontspannen. Hij sloeg zijn hand tegen de mijne en haalde wat papieren uit de
doos. ‘Dave werkte in het ‘com’, het commandocentrum van de verhitter.
Hij werkte met de belangrijkste zender of generator. Ik werkte voornamelijk
aan de toevoerlijnen op de boerderij … de antenneboerderij. Daar waren we
allebei toen ze het vermogen tot het maximum opvoerden en loslieten. Ik bedoel
dat we van een paar duizend naar een miljard watt gingen! En toen was er
stront aan de knikker.’ Jonas vouwde een vel millimeterpapier open waar een
blauwe lijn over liep. De tijdlijn vertoonde enkele scherpe pieken en
vervolgens een enorme piek en een lang plateau dat kennelijk van de grafiek
liep. Ik wist niet waar ik naar keek, maar Jonas probeerde het eenvoudig te
houden.
‘Kijk, hier zijn ze de ionosfeer aan het verhitten – en hier
ook. Nu zie je dat die telkens meer vermogen absorbeert. En vervolgens hebben
ze hem hier op maximaal gezet. En hier ergens, buiten het papier, is het
gebeurd. De hele ionosfeer werd de ruimte ingeblazen, wat één grote klote
gat tot gevolg had.’
Nicki deed haar mond open: ‘De Monsters! Ze hebben het verknald
om met hun speeltje te kunnen spelen en ze hebben een gat in de lucht gemaakt!’
Ik stond voor een raadsel. ‘Ik begrijp het niet. Wat zeg je nou
precies?’
‘Ze hadden nog nooit zoveel vermogen gebruikt en daarom deden ze
het gewoon om te kijken wat er zou gebeuren. Snap je? En toen ze het deden,
werd het vermogen op de een of andere manier verveelvoudigd en vervolgens werd
er een enorme hap uit de atmosfeer van de aarde weggeblazen, de ruimte in.
Weg. Foetsie. Verleden tijd.’ Jonas trok een andere grafiek uit de doos. ‘Kijk.
Hier zie je het ultraviolet en de straling die ogenblikkelijk daarna zijn
binnengekomen. Ze bliezen het schild weg en alle straling kwam regelrecht naar
beneden en trof de aarde. En kijk. Het heeft heel lang geduurd!’
‘Twee keer! Vertel hem van die andere keer.’ Nicki begon
opgewonden te raken. Ze bleef maar door het kijkgat van haar flatdeur gluren
en kwam dan weer terug.
‘Ja, nadat dit was gebeurd hebben ze het nog een keer gedaan. Een
paar maanden later hebben ze zelfs nog meer vermogen gebruikt en zelfs nog
meer van de atmosfeer vernietigd. We hebben het over enorme happen van een
paar duizend mijl!’
‘En is iemand hierdoor omgekomen of gewond geraakt?’ Ik
probeerde afstand te nemen van de emoties die ik voelde en begon weg te
glippen in mijn journalistieke denkwijze.
‘Nou en of. Hier in Alaska waren Eskimo’s die helemaal gebakken
waren en hele kuddes antilopen. Maar de gaten trokken naar het westen en
hebben in Siberië pas echt veel schade aangericht. Maar het is niet alleen
dat er mensen door zijn omgekomen. Mensen en dieren zijn ziek geworden van de
straling die van de zon kwam – van alles wat normaal door de dampkring wordt
tegengehouden – en daardoor zijn er dode kinderen geboren en zijn er vormen
van kanker en misvormingen opgetreden. Ze proberen het allemaal heel stil te
houden. Het is krankzinnig. En het ergste is dat ze het nog een keer gaan
testen!’
Jonas liet me de papieren zien die hij had verzameld. We spraken er
de hele dag over. Vroeg in de avond was ik uitgeput. Er ging ook een
desoriënterende werking uit van Nicki’s raamloze appartement.
‘O mijn god, ik moet naar mijn werk.’ Nicki stelde voor om
allemaal naar het Mecca te gaan om Dave te treffen die iets geweldigs voor de
volgende dag had geregeld. Toen Nicki haar appartementdeur opendeed was het
buiten donker. Het was altijd donker in Fairbanks. Donker en koud.
Meer
dan ik hoefde te weten
Het ritje naar het Mecca begon me vertrouwd te worden. Ik begon het
gevoel te krijgen dat ik al een tijdje in Fairbanks woonde. Toen we
arriveerden waren Dave en Marie er al, zaten apart achterin de bar. Nicki liep
haastig naar de keuken om te gaan werken en Jonas en ik voegden ons bij onze
vrienden.
‘Nou, hoe was je dag in Fairbanks, Dan?’ Marie was knap en had
een prachtige glimlach.
‘Weet je dat je je ticket aan Marie te danken hebt, Dan? Zij is
nu de kostwinner en zij heeft dit mogelijk gemaakt.’ Dave gaf haar een zoen.
‘Maar ik dacht dat je zei dat Dave voor de marine werkte? Maar ik
had moeten weten dat de marine niet middenin Alaska zit!’ Dave gebaarde dat
ik zachter moest praten. ‘Nou?’
‘De verhitter wordt geleid door het kantoor voor marineonderzoek.
Zij leiden zo’n beetje alles. Zij vormen in elk geval de echte hersenen van
het militaire apparaat. Het is net of de oceaan en de lucht voor hen één
groot firmament zijn. En oorspronkelijk was het hele gedoe trouwens bedoeld om
met onderzeeërs onder water te kunnen communiceren.’ Dave haalde een kopie
uit zijn zak, vouwde hem open en gaf hem aan mij. ‘Weet je nog dat je dit
hebt gelezen? We hebben je een kopie gestuurd met de tickets.’
Het was een deel van Eastlund patent en beschreef de andere dingen
die zijn uitvinding kon doen. Ik herinnerde me dat dit stuk was gemarkeerd,
maar nu zei het me meer. Dit patent beschreef de weerkaatsende veranderingen
van de ionosfeer die bijvoorbeeld konden worden gebruikt voor ‘explosies op
nucleaire schaal zonder straling, krachtstraalsystemen, radarsystemen die
verder reikten dan de horizon en systemen ter ontdekking en vernietiging van
kernraketten’.
Eastlunds oorspronkelijk onderzoek had de militaire toepassingen
voor zijn ontdekkingen erkend. Een overzicht van zijn patentaanvraag liet zien
hoe deze technologie kon worden gebruikt:
‘… het vermogen om op strategische punten ongekende
hoeveelheden energie in de atmosfeer van de aarde te brengen en de
energietoevoer op een stabiel niveau te houden, met name wanneer er met
willekeurige impulsen wordt gewerkt op een manier die veel nauwkeuriger en
beter te controleren is dan tot nu toe door andere methodes is bewerkstelligd,
met name door de ontsteking van nucleaire middelen van uiteenlopende sterkte
op uiteenlopende hoogtes …’
‘… Het is niet alleen mogelijk de communicatie van een derde te
beïnvloeden, maar ook om een of meer van zulke stralen te benutten om een
communicatienetwerk tot stand te brengen, ook wanneer de communicatienetwerken
van de rest van de wereld zijn verstoord. Met ander woorden, wat wordt
gebruikt om andere communicaties te verstoren, kan tegelijkertijd door iemand
die deze ontdekking kent als communicatienetwerk worden gebruikt …’
‘… grote delen van de atmosfeer kunnen tot een onverwacht grote
hoogte worden opgetild, waardoor raketten op onverwachte en onvoorzien
vertragende krachten stuiten wat tot hun vernietiging leidt.’
Het was een somber moment toen ik het rapport nogmaals las en de
betekenis van mijn bezoek aan Alaska weer naar voren kwam. Nicki verscheen met
wat drankjes. Ik was blij dat ze voor mij koffie had uitgekozen. Ik was geen
drinker en ik denk dat ik daardoor werd gescheiden van de echte Alaska-bewoner.
We bestelden wat eten en praatten over koetjes en kalfjes.
‘En, wat hebben jullie voor morgen voor me in petto?’
Iedereen keek naar Marie.
‘Nou …’ Marie’s glimlach veranderde in een serieuze blik.
‘Ik neem je mee naar enkele vrienden. Heb je een camera bij je?’
‘Nee, die hebben we hem op het vliegveld laten achterblijven. Dat
lijkt me niet zo’n goed idee, aangezien iedereen weet dat het jouw vrienden
zijn …’ Dave beschermde haar. ‘Denk je niet dat je daarmee wel erg veel
in de waagschaal stelt?’
‘Ja. Bovendien is het niet nodig. Je zult het zelf zien en dan
kunnen we later altijd nog voor foto’s zorgen … Maar goed, dat is voor
morgen. Laten we vanavond niet te somber worden. En, wat vind je van
Fairbanks, Dan?’
Ik moest liegen. Het was er vreselijk. Het was een deprimerend
verhaal en er was geen zonlicht. De leuke momenten bestonden eruit dat ik
Nicki in haar warme appartement onder de dekens vasthield bij het geluid van
de kachel. Ik kon er niet achterkomen of Nicki echt zo bijzonder was of dat ze
het enige menselijke was dat ik had aangeraakt sinds ik in deze ijzige wereld
was beland.
‘Het is een leuk stadje. ’s Zomers zal het wel beter zijn als
het warmer is.’
‘Ha! Niet echt. Vooral niet als de muskieten er zijn. Er is hier
niets te doen. Je kunt hier geen wind laten zonder dat iemand het weet. Daarom
moeten we zo voorzichtig zijn.’ Dave had natuurlijk gelijk. Al te veel
bekendheid was gevaarlijk. Ik wist dat hij niet bij de Fairbankskliek hoorde.
Andere stamgasten kwamen binnen en maakten grappen met iedereen maar keken
slechts dreigend naar Dave en zijn zwarte vrouw. Er waren geen negers in
Fairbanks. Misschien was zij de enige. Zelfs Jonas en Nicki trokken zich terug
in hun solitaire ruimte als ze niet werkten.
Ik besefte dat ik bij paria’s was, die er wel waren maar er niet
echt bij hoorden. Op de een of andere manier beviel me dat prima. Naarmate we
meer praatten ging ik Marie meer mogen. Ze was ouder dan Dave en was
afgestudeerd in pedagogiek. Dave had net zo’n hekel aan Atlanta als zij aan
Fairbanks had en daarom wachtten ze tot Marie een onderwijsbaan in de staat
Washington kon vinden, waarna ze zich daar zou vestigen. Marie was gevoelig.
Ze had maandenlang in Fairbanks met de Inuit en de Eskimo’s gewerkt. Die
hadden vrijwel dezelfde vormen van racisme ervaren als zij en Marie kon zelfs
enkele woorden van hun taal spreken. Dat zou ik de volgende dag merken toen er
enkele echte gezichten in verband werden gebracht met de ontvangers van de
dodelijke straal.
Een
nachtelijke bezoeker
De avond was nog niet voorbij in het Mecca. Terwijl wij ons eten
opaten kwam een oudere man de bar binnen. Hij was ongeveer van mijn leeftijd
en hij kocht sigaretten uit de automaat, maar scheen iemand te zoeken. We
keken elkaar een paar keer aan, maar hij wendde zijn blik altijd af als ik hem
aankeek. Uiteindelijk zag Jonas hem en hij ging abrupt naar het toilet. De man
volgde hem. Een paar minuten later vertrok de man en ging naar buiten. Jonas
kwam naar de tafel terug en fluisterde iets tegen Dave. Ze praatten wat over
en weer tot Jonas vroeg of ik even met hem naar buiten wilde gaan. ‘Neem je
parka en handschoenen mee.’ Hij stond bij de deur op mij te wachten.
Buiten stapten we in een grote terreinwagen en de man die de bar
was binnengekomen zat achter het stuur. We reden naar een parkeerplaats op de
campus van de universiteit van Alaska en vonden een plekje tussen de vele
geparkeerde auto’s en vrachtwagens, terwijl we de motor lieten draaien om
warm te blijven. De chauffeur was een vriend van zowel Jonas als Dave. Hij
werkte ook bij de marine en bevestigde in wezen wat me al eerder was verteld.
Hij vroeg of ik alles begreep wat ik moest weten en bood me aan het terrein
vanuit een ander perspectief te laten zien als ik daar tijd voor had. Jonas
legde me uit dat ik de volgende dag met Marie wat Eskimo’s zou gaan bezoeken
en dat scheen hij ook belangrijker te vinden. Hij noemde hen met name. Aan
zijn accent te horen wist ik dat hij Inuit sprak en toen ik zijn gezicht
zorgvuldiger opnam, besefte ik dat hijzelf een Eskimo was.
Hij vroeg Jonas waar ik naartoe was genomen om de ‘boerderij’
te zien en stemde ermee in dat het een goed punt was geweest om de installatie
te bekijken. Ik ben nooit officieel aan deze man voorgesteld, maar hij wist
hoe ik heette. Zo hoorde het ook te gaan.
Later, toen hij ons had teruggereden naar de bar, dronk hij een
biertje en negeerde ons een tijdje, waarna hij alleen vertrok. Jonas vertelde
me dat hij in het ‘con’, het controlecentrum van de verhitter werkte en
dat hij de sneeuwscooters had geregeld die we de vorige dag hadden gebruikt.
Terwijl we in de bar zaten begon het voor het eerst te sneeuwen.
Daardoor zag Fairbanks er pittoresker uit en de verse laag sneeuw weerkaatste
meer licht naar de omgeving, waardoor het stadje lichter en gelukkiger leek.
Nicki verscheen en deelde mee dat ze vroeg klaar was en stelde voor om terug
te gaan naar haar appartement. De anderen voelden er niets voor, maar spraken
af ons de volgende ochtend in de bar te ontmoeten. Dan zou Marie ons meenemen
naar haar vrienden.
Nicki en ik gingen terug naar haar appartement. Het was er zowaar
eens warm, bijna te heet. Ze stak een kaars op de vloer aan en dimde het
licht. Ik hoorde ‘Hey Jude’ op de achtergrond op de bandrecorder beginnen
en ze ging met een oud versierd kistje tegenover me zitten.
‘Ik neem aan dat je rookt?’ Ze glimlachte naar me, wachtend op
mijn antwoord. Ik stond perplex. Natuurlijk rookte ik, maar het idee dat ik
marihuana in Alaska zou aantreffen leek zo idioot … maar ik had het mis.
Mijn glimlach verraadde me en ze deed het kistje open, onthulde enkele
vertrouwde, aantrekkelijke bolletjes – het goede spul – en vulde
vervolgens de kop van een kleine pijp die uit been leek te zijn gemaakt.
Nicki was het beste dat me in Alaska is overkomen. We rookten een
paar pijpen, luisterden naar diverse banden en praatten. Ik voelde dezelfde
barrière die elke andere lichamelijke intimiteit dan elkaar vasthouden
verhinderde. Maar zelfs dat was bijzonder en wezenlijk. De kaars was opgebrand
tegen de tijd dat we allebei onder een Eskimodeken in slaap vielen.
Ik sliep die nacht als een vorst. ’s Morgens werd Nicki eerder
wakker en zette koffie. Ik hield me slapend en was geroerd toen ze weer bij me
onder de deken kroop en me luchtig op mijn wang kuste. Ik had in geen jaren zo’n
band gevoeld. Als ik terugkijk op dat moment spijt het me vaak dat ik haar
toen geen zoen terug heb gegeven. Misschien waren de dingen dan anders
verlopen, misschien ook niet. Het is gewoon een van die bitterzoete dingen die
zijn gebeurd, maar de herinnering achtervolgt me nog steeds.
Nicki’s telefoon ging al spoedig en we snelden weer naar het
Mecca om Marie te treffen. Mijn emoties waren gevoelig door het roken met
Vicki en ik was niet voorbereid op wat ik te zien en te horen zou krijgen. Dit
waren de beste en de ergste momenten, de warmste en de koudste.
Gruwelen
hebben een gezicht
Toen we weer in het Mecca waren en hadden ontbeten, grapte ik dat
dit en Nicki’s appartement de enige dingen waren die ik echt in Fairbanks
had gezien. Marie zei me dat ik weldra de ervaring ‘hoe echte Eskimo’s
leven’ aan mijn lijst zou kunnen toevoegen. Aanvankelijk riep dat idee
beelden op van iglo’s van ijs, bontkleren van dierenhuiden en sleehonden.
Tjonge, wat zat ik er ver naast!
Marie besloot mij mee te nemen en de rest van de groep achter te
laten. Nicki scheen de officiële chauffeur te zijn en dus reden we met ons
drieën in noordelijke richting over de Elliot Highway. Het was ongeveer een
uur lang een totaal witte wereld en we konden de weg nauwelijks zien. Marie
vertelde me dat we enkele vrienden zouden bezoeken die te lijden hadden gehad
van de ‘verhitter’. Ze waarschuwde me dat het geen fraai gezicht zou zijn
en gaf me enkele adviezen hoe ik met de Inuit moest omgaan. ‘Het zijn
vriendelijke mensen en ze zullen willen dat je gaat zitten en wat met hen
drinkt of eet voor je vragen gaat stellen.
De witte achtergrond in de verte werd al spoedig onderbroken door
een verzameling roestige, bruine voertuigen, enkele oude schuren, massa’s
stalen containers en een paar huizen van B-2-blokken. Ik zag inderdaad wat
sleeën en honden, maar er waren ook bergen afval en plastic dekzeilen. Het
was in feite erg lelijk.
Nicki koos ervoor in de auto te blijven en naar de banden te
luisteren, terwijl Marie en ik de woning van een verdieping naderde. Voor we
op de deur konden aankloppen, ging die al open en een zeer oude vrouw met
ontbrekende tanden begroette Marie met een hartelijke omhelzing. Ze wisselden
begroetingen uit in een taal die ik niet kon herhalen. Er zaten veel
stembuigingen en fluitklanken in en dezelfde zinnen werden tot mij gericht
toen ik naar binnen werd geleid.
Het was er warm. Een petroleumkachel verwarmde de kleine kamer. Er
was net genoeg ruimte om allemaal te kunnen zitten en de oude vrouw begon
ogenblikkelijk thee te zetten en bood ons enkele suikerkoekjes uit blik aan.
Het was een eenvoudig huis, maar er waren heel veel familiefoto´s en kunst
die kennelijk door een kind was getekend. Terwijl we theedronken legde Marie
uit wie ik was en begon de stemming achteruit te gaan. De oude vrouw huilde en
haar stem werd schril toen ze een verzameling oude foto´s pakte.
Via Marie kwam ik te weten dat de man en de zoon van de vrouw met
hun honden aan het sleeën waren geweest toen de ‘hemel hen had verbrand’.
Ze waren met hun dode dieren enkele dagen na het meest recente ‘experiment’
met de verhitter ongeveer
80 kilometer
ten noorden van haar huis aangetroffen. Ze huilde en dat brak mijn hart. Ik
huilde met haar mee. Haar pijn was zo onmiskenbaar en ik besefte dat ze toch
al heel weinig in haar leven had. Marie liet me foto’s zien van de man en de
zoon van de vrouw, die slechts enkele maanden voor het incident waren genomen.
Ik keek maar wist niet wat ik moest zeggen. Wat kun je zeggen? Zij waren er
niet meer en zij was alleen.
We vertrokken na ongeveer een uur. De vrouw probeerde ons wat
koekjes mee te geven. Moet je nagaan, dacht ik, ze heeft zo weinig en wil ons
toch een geschenk geven. Ik was er kapot van. Toen we weer in de auto zaten,
zag ik dat Marie ook huilde. Maar we waren nog niet klaar. We reden een paar
mijl over de weg naar een kleine verzameling soortgelijke woningen die op een
kluitje stonden. Deze keer zouden we de levende slachtoffers zien.
We gingen opnieuw een klein huisje binnen. De bewoners hadden één
woning kennelijk als een soort gemeenschapsruimte aangewezen. Er was ergens in
de verte een generator aan het ploffen en die gaf de elektriciteit voor een
radio waarop vreemde muziek klonk. Dit ging gepaard met een soort gegons en
gesis dat me een de kortegolf deed denken en ik nam aan dat de uitzending uit
Siberië afkomstig kon zijn.
De vrouwen in het gemeenschapshuis schenen te weten waarom we daar
waren. De thee was al warm en ze lieten me zonder tijdverspilling een baby met
een mismaakt gezicht zien. Het kind had een gat waar de neus had moeten zitten
en een open gehemelte. Ik ben geen dokter en daarom was de betekenis van deze
afwijking moeilijk te bepalen tot een tweede baby naar ons werd toegebracht.
Dat kind was blind geboren en had een mismaakte hand. Marie legde uit dat de
moeders van beide kinderen hier woonden en zwanger waren geweest toen de ‘hemel
had gebrand’.
Hier heerste een andere stemming. De vrouwen hielden onmiskenbaar
van de kinderen en hadden besloten voor hen te zorgen, ongeacht hun
lichamelijke problemen. Ze glimlachten en maakten geluidjes tegen de baby’s
die leken te glimlachen en op hun liefde leken te reageren. Ik wist mijn
glimlach lang genoeg vast te houden om de auto te bereiken en brak toen in
huilen uit. Nicki kwam naar de achterbank en sloeg haar armen om me heen
terwijl ik snikte. Ik had niet meer zo gehuild sinds ik een kind was geweest.
Toen we terugreden, zei Marie dat ze nog een paar stops had
geregeld, maar ze vond dat ik genoeg had gezien. Dit was een wijs besluit.
Ergens tussen deze buitenpost en Fairbanks sloeg mijn verdriet om in woede. We
besloten dat ik het best terug kon gaan naar Nicki’s appartement. Marie
belde Jonas en Dave en vertelde hen hoe ik had gereageerd. Ze besloten dat ik
het beste een tijdje kon rusten, maar stonden erop dat ze me in het Mecca
zouden uitzwaaien, grapten dat ze wisten dat ik de bar nog eens moest zien
voor ik Alaska verliet.
Nicki en ik waren weer samen en we rookten een pijp bij Greg Allman.
Ze wist hoe ze mij moest afleiden en ik deed mijn best om te vergeten wat ik
had gezien. Aanvankelijk was high worden niet de beste remedie, maar Nicki
liet me wat foto’s van Fairbanks in de zomer zien, van haar en Jonas op
prachtige wandeltochten, en ik was al snel in een betere stemming. Het viel me
op dat foto’s gelukkig of droevig kunnen zijn, bitter of zoet. En dat
tragedies dezelfde invloed op mensen kunnen hebben – een goede of een
slechte.
Mijn vlucht naar huis zou de volgende ochtend op elf uur
vertrekken. Nicki wilde zeker weten dat er genoeg benzine in de Chrysler zat
en nam me mee om te tanken, grapte dat ik dan meer zou zien van het ‘prachtige
centrum van Fairbanks’. Ik stemde ermee in en we reden rond, namen de ‘toeristische
route’. Nicki stootte me met haar elleboog aan. ‘Hier. Vul hem eens.’
Het was weer het versierde kistje. ‘Natuurlijk.’ Dit begon me weer
vertrouwd te worden. Terwijl we in het donker door de brede straten reden,
zagen we een verzameling koplampen naderen. Het waren tientallen auto’s
achter elkaar en Nicki parkeerde naast de stoeprand. ‘Wat is dat?’ ‘Dat
zijn gewoon de monsters. Dat doen ze af en toe.’
Toen ze dichterbij kwamen werd duidelijk dat het een militair
konvooi was van allerlei halfrupsvoertuigen. Ze waren wit en grijsblauw
geschilderd, camouflage voor de ijzige omgeving, en herinnerden ons eraan dat
Fairbanks een strategische locatie is voor dezelfde strijdkrachten die de
dodelijke straal onder controle hebben. Mijn woede vlamde weer op, maar Nicki
reed snel weg en we stopten om te tanken. Het benzinestation werd beheerd door
een Eskimo. Ik ging naar binnen om koffie voor ons te halen. De vrouw van de
eigenaar zat binnen. Het zag er zelfs naar uit dat ze in het benzinestation
woonden. Ik hoorde een baby huilen terwijl ik de koffie inschonk en toen ik
die ging betalen zag ik de baby bij de kassa in de buurt zitten. Het kind had
een dik rood gezwel op zijn kin, felrood, dat de huid op de hele nek verdrong.
Dit was ook een geboorteafwijking, maar hield die verband met de verhitter? Of
was het gewoon toeval? Of was er echt iets mis in Fairbanks?
Nicki was in zo’n goede stemming dat ik het niet over de baby
had. We rookten nog wat, luisterden naar nog meer nummers van de Allman
Brothers op haar bandrecorder en reden naar haar appartement terug alvorens
naar onze vrienden in het Mecca te gaan.
Het was een klein gezelschap. Dave en Marie bedankten me dat ik was
gekomen en gaven me voor de grap een klein flesje Kahlua als afscheidscadeau.
Ik vermoedde dat het drankje een persoonlijke betekenis voor hen had die te
maken had met hun interraciale huwelijk, maar daar vroeg ik niet naar. Jonas
bedankte me ook en nam me terzijde. ‘Hé, Nicki heeft heel veel aandacht aan
jou besteed. Ik weet dat jij haar ook mag. Hou contact met haar, hé, goed?’
Ik beloofde hem dat ik dat zou doen. Later was hij te dronken om iets te
zeggen, maar we hadden alles gezegd wat belangrijk was.
Ik wilde iets bijzonders tegen Nicki zeggen, niet ‘vaarwel’. Ze
had me geraakt, had enkele bijzondere momenten met me beleefd en had me
toegestaan om kwetsbaar te zijn, om menselijk te zijn. Later, toen iedereen
naar huis was gegaan, gingen we naar haar appartement terug en zaten we de
hele nacht te praten. Om de een of andere reden was ik helemaal niet moe en we
vertelden elkaar over ons leven en onze belevenissen zoals ik in geen jaren
had gedaan. Hoewel we niet fysiek intiem waren, bestond er een band, een
toekomst, al wist ik niet hoe die zich zou ontwikkelen.
’s Morgens waren er telefoontjes. Ik belde Vey in Connecticut en
Dave en Jonas belden me om me te bedanken. Nicki bracht me naar het vliegveld
en ik gaf haar mijn parka en haalde mijn leren jas en koffer weer op.
Vermoeidheid weerhield me ervan emotioneel te worden en ik was alweer vlug
terug in Connecticut terwijl ik aantekeningen maakte en mijn verhaal schreef.
Nee, hier eindigt het niet mee. In feite is dit pas het begin van
wat er gebeurt als je de waarheid bekendmaakt en tegenover de machtigste
organisatie op aarde komt te staan. Het verhaal werd gepubliceerd, deels, en
dat leverde een reactie op. En dat is het volgende punt.
De
gevolgen van de waarheid
In het voorjaar van 1999 was het kantoor van Viewzone verhuisd naar West-Massachusetts, vlak buiten Springfield.
Het verhaal over Alaska was ontdaan van alle namen en verwijzingen en was een
speciaal artikel geworden. Ik had zelfs dr. Bernard Eastlund geïnterviewd en
was te weten gekomen dat hij net zo teleurgesteld was als iedereen dat zijn
patenten alleen voor oorlogsdoeleinden werden gebruikt. Dr. Eastlund was blij
met de mogelijkheid om zijn mening te kunnen geven, maar waarschuwde me ook
dat ik ‘met God rommelde’, zoals hij het uitdrukte. Hij maakte ook een
interessante opmerking die ik al eerder had gehoord: ‘U zult geen verschil
maken.’
Het artikel werd ongeveer een maand na publicatie in Viewzone
overgenomen door de Art Bell Radio Show, een groot programma dat in diverse
staten tegelijkertijd te horen was, ’s avonds laat werd uitgezonden en over
UFO’s en andere vreemde wetenschappelijke onderwerpen ging. Dat was een
wijdverbreid programma dat kennelijk de aandacht trok van de ‘hogere’
machten en daardoor was het onvermijdelijk dat ze mij kwamen opzoeken.
Dat gebeurde op een maandagochtend, vlak nadat ik op kantoor was
gekomen. Er verschenen twee mannen aan de deur die Dan Eden wilden spreken.
Toen ik me bekendmaakte vroegen ze of ik alsjeblieft even het kantoor wilde
verlaten, waar ze hun kaartjes van het National Security Agency even lieten
zien. Vervolgens werd ik uitgenodigd voor een kop koffie op de luchtmachtbasis
Westover bij Chicopee. Ik denk dat ik wel wist waar het om ging, maar de
mannen droegen een mooi pak en zagen er heel jong en ongevaarlijk uit. Ze
zeiden dat ze me alleen een paar dingen wilden laten zien en me wat vragen
wilden stellen en dat ik hooguit binnen een paar uur weer veilig op kantoor
zou worden afgeleverd. Toen ze me naar de basis reden, praatten ze over
koetjes en kalfjes en vermeden ze de ‘zaken’.
Westover was in de Koude Oorlog een oude basis van B-52ers geweest.
Sinds het uiteenvallen van de Russische dreiging was alles nogal vervallen en
een groot deel was door burgers in gebruik genomen en fungeerde als goedkope
woningen voor de omliggende gemeenschap. Tijdens de Golfoorlog was hij weer
deels geactiveerd als tussenstop en tankplaats voor vrachttoestellen en
reservisten.
We reden de basis op en gingen naar een van de paar resterende
wachtposten waar we na een gebaar door mochten rijden. De mannen leidden me
naar iets wat op een oude officierswoning leek die vol stond met oude metalen
bureaus en dossierkasten. We gingen een afgesloten deur door waar twee tot in
de puntjes verzorgde soldaten met geweren voor stonden en binnen zaten twee
oudere mannen op ons te wachten en naar het nieuws op de televisie te kijken.
Toen ik binnenkwam, zetten ze de televisie uit en vroegen of ik aan een grote
houten tafel wilde plaatsnemen. Een van de oudere mannen die in burger was
vroeg me of ik het artikel had geschreven over de ‘dodelijke straal’ in
Alaska. De manier waarop hij ‘dodelijke straal’ uitsprak wekte de schijn
dat hij het verhaal belachelijk zou gaan maken, maar ik had het mis. Ze
vroegen niet naar het artikel maar waren meer geïnteresseerd in mijn bronnen.
‘De personen die met je hebben gesproken hebben hun afgelegde eed voor de
nationale veiligheid geschonden en ze wisten dat dit illegaal was en gevolgen
zou hebben.’ Een andere man sprak me scherp aan. ‘Door deze informatie te
onthullen hebben ze een crisis veroorzaakt. Begrijp je dat? Wil je soms een
kop koffie?’
Ik had nooit gedacht dat ik mijn journalistieke rechten zou
gebruiken om mijn bronnen te beschermen, maar die kwamen mijn mond uit en dat
scheen te werken. Daardoor raakte de oudere man van zijn stuk en hij sloeg met
zijn vuist op tafel. ‘Kijk, dit is een deal. Zij hebben een ernstige misdaad
gepleegd en jij helpt hen bij die misdaad als je niet samenwerkt. We komen er
toch wel achter, maar dat zal niet prettig zijn voor de betrokkenen. Hou je
dan niet van je land, Dan? Kan het je niet schelen dat dergelijke daden
Amerika kwetsbaar maken?’
‘Goed, maak je niet druk.’ De andere man pakte een koek en
begon die op te eten. ‘Hoe drink jij je koffie, Dan? Alsjeblieft. Denk hier
eens over na. Neem er de tijd voor. Dit zijn lekkere koeken. Neem er ook een
en wat vind je van die koffie?’
‘Kijk, ik ga niets zeggen. Ik zal een advocaat of zo nemen, maar
ik hoef niets te zeggen.’ Dat bracht de oudere man echt van zijn stuk en hij
verliet de kamer. De overige mannen zaten om de tafel te praten alsof ik er
niet was. Ze bespraken de mogelijkheid dat ik zou meewerken als ik nogmaals
contact had met de bronnen en opperden dat ik, nu ik wist dat dit een ernstige
misdaad was, natuurlijk binnen de wet zou willen blijven. Ik wilde ten slotte
niet in moeilijkheden raken alleen omdat iemand anders een misdaad had
gepleegd. Ze vroegen me of dat redelijk klonk en dat beaamde ik.
De oudere man kwam vervolgens weer binnen en deelde dezelfde feiten
op een formele manier mee, vroeg of ik me daarin kon vinden en of ik ermee in
wilde stemmen. Ik zei dat ik er geen moeite mee had en ik werd door de twee
jongere mannen teruggebracht naar het kantoor. Voor ik uitstapte, gaf een van
hen me zijn kaartje en vroeg of ik hem wilde bellen als ik nog iets wilde
bespreken. Toen ik het kantoor weer binnenkwam, probeerden enkele andere
medewerkers grappen te maken over de mannen die ‘me mee uit rijden hadden
genomen’. Het moet een komische indruk hebben gemaakt, maar voor mij was het
dat niet geweest. Ik las het artikel in Viewzone
nog diverse keren door om te zien of ik iets had genoemd wat de identiteit van
Dave en Jonas zou kunnen onthullen. Ik had hun telefoonnummers, maar ik durfde
hen niet te bellen. Ik wachtte twee weken voor ik hen te pakken probeerde te
krijgen via de zakentelefoon van een vriend. Ik kreeg Dave inderdaad te pakken
en waarschuwde hem. Maar wat hij mij op zijn beurt vertelde was veel
vreselijker. Nicki was dood.
Deze
muren hebben oren
De dagen na mijn gesprek met Dave waren de twee moeilijkste weken
van mijn leven. Ons gesprek was kort maat ik wilde, moest, meer weten over
Nicki. Ik wilde geloven dat het niet waar was of dat Dave zich had vergist,
maar ik durfde hem niet terug te bellen.
Er verstreken twee weken en hij belde me op het kantoor van Viewzone.
Hij zei dat het hem niet kon schelen of ze meeluisterden en dat Marie en hij
al in de staat Washington zaten, dat hij belde vanuit een telefooncel op weg
naar hun nieuwe huis. Marie had een baan in Bellingham gevonden en Dave had
onder een andere naam ook werk gevonden als maatschappelijk werker in een
rusthuis. Jonas werkte nog steeds in Alaska, maar nu in Anchorage.
Nicki’s dood was onwezenlijk, zelfs voor haar vrienden. Ze was
mijlen buiten Fairbanks op een afgelegen weggetje in haar Chrysler gevonden.
Volgens het officiële politierapport was het zelfmoord door middel van
koolmonoxide waarbij alcoholisme meespeelde. Maar er stond ook in dat ze
bedekt was met wodka en dat er verscheidene lege wodkaflessen op de voorbank
waren aangetroffen.
Dave en ik waren het erover eens dat het geen zelfmoord was. Ze was
niet depressief. Ze had zelfs verwacht, hoe pijnlijk het ook was om dat te
horen, dat ze me zou terugzien en had het erover gehad om als verrassing naar
me toe te vliegen. De wodka was ook een probleem. Ze dronk nooit wodka. Jack
Daniels was haar absolute enige drankje.
Ze hadden haar in een weekend gevonden toen ze niet op haar werk in
het Mecca was verschenen. Dat was slechts enkele dagen na de verschijning van
mijn bezoekers gebeurd. Dave en Marie hadden het verband ogenblikkelijk gelegd
en waren uit Fairbanks vertrokken. Jonas had gehoord dat iemand hem zocht en
was ook vertrokken. Was er een verband? We wisten het niet zeker. Het was
iedereen al bijna te veel om het te verwerken, laat staan om het te begrijpen.
Ik sprak ongeveer een halfuur met Dave. Ik was somber en bang.
Vervolgens was ik kwaad en wilde ik wraak. Ik was begonnen het tweede deel van
het verhaal te schrijven, waarin ik de geboorteafwijkingen en de twee
uitgevoerde ‘experimenten’ onthulde. Dat zou hen mores leren …
Twee dagen na mijn gesprek met Dave kwam er opnieuw iemand langs,
deze keer de man die me zijn kaartje had gegeven. Hij vroeg of ik bij hem in
zijn auto kwam zitten en zei dat hij me iets belangrijks te melden had. Ik
voelde alleen maar minachting voor hem, maar ik ging toch met hem mee.
Hij vermelde dat hij wist dat ik met een van de bronnen van mijn
verhaal had gesproken en hij vroeg waarom ik hem dat niet gemeld had zoals we
hadden afgesproken. Er knapte iets in mijn hoofd. Ik gooide er een stel
rotopmerkingen uit met tot slot een dreigement, iets in de trant van: ‘Ja.
Wacht maar eens wat ik nog meer ga schrijven!’ Dat was een vergissing. Ze
hadden het telefoontje duidelijk afgeluisterd. Hij probeerde opnieuw Dave’s
achternaam te krijgen, maar toen besefte ik dat ik die echt niet kende. ‘Is
het mogelijk dat hij niet eens Dave heet?’ Die gedachte was nog nooit in me
opgekomen.
‘Weet je waar die man nu is? Kun je me een beschrijving geven van
zijn uiterlijk? Heeft hij voor dit laatste gesprek ooit eerder gezegd dat hij
naar Bellingham ging verhuizen? Was dat soms ook een afleidingsmanoeuvre?’
Hij had gelijk. Ik wist van niemand veel.
Ik vond het vreemd dat hij niet naar Nicki vroeg, hoewel Dave en ik
het grootste deel van het gesprek over haar hadden gepraat. Misschien wisten
ze al wie Nicki was en misschien was ze daarom juist dood. Misschien had ze
niet met hen willen meewerken.
De man herinnerde me nogmaals aan mijn ‘afspraak’. Hij gaf me
ook een telefoonnummer op de achterkant van een ander kaartje van de NSA, de
Nationale Veiligheidsdienst. Het was een nummer in Virginia en ik kreeg
opdracht het te gebruiken als ik nog eens contact kreeg met Dave of Jonas.
Vervolgens begon hij over mijn dreigement om een tweede deel van het verhaal
te schrijven en zei: ‘Ik weet niet wat je nog meer weet over wat er in
Fairbanks of waar dan ook is, maar je mag niets meer schrijven. Begrijp je
dat? Dit is serieus en de gevolgen zullen even serieus zijn. Begrijpen we
elkaar, Dan?’
‘Lazer op. Lazer toch allemaal op!’ Ik dacht aan Nicki en begon
te huilen. Het was gênant, maar ik kon niet ophouden.
‘Hier.’ Hij gaf me een opgevouwen, schone, witte zakdoen. Mijn
god, had iemand zoiets nog bij zich?
‘Nee, dat hoeft niet.’ Ik duwde zijn hand weg.
‘Kijk.’ Hij zuchtte, ‘ik weet dat je het moeilijk hebt gehad
en dacht dat je iets goeds deed. We willen je helpen. We willen hier met je
samenwerken. Als je meewerkt kunnen we je misschien helpen.’
‘Me helpen? Hoe wou je me verdomme helpen! Zoals je Nicki hebt
geholpen?’ Dat was een voltreffer. Nu begrepen we elkaar.
‘Ik denk niet dat je hier iets van zult begrijpen, maar laat
voorlopig niets in druk verschijnen. Laat er wat tijd overheen gaan en zet je
gedachten op een rijtje. Ik wil dat je dit nummer op het kaartje belt. De
telefoon zal overgaan, maar er zal niet worden opgenomen. Als je ophangt zul
je worden teruggebeld op de telefoon waarmee je hebt gebeld en zal iemand
overal van op de hoogte zijn en jou helpen met de volgende stap in deze
kwestie. Goed?’
Ik stemde ermee in. Ik was te veel van streek om te redetwisten. Ik
wilde alleen maar die auto uit en alleen zijn. De man zag er ontdaan uit. Heel
even zag ik hem als een mens, als iemand zoals ik die gewoon zijn werk deed.
Ik was beleefd en ging naar mijn kantoor. Maar even later verfoeide ik mijn
eigen beleefdheid tegenover hem en werd ik gekweld door de herinnering aan
Nicki, wat zulke gemengde en ellendige emoties opriep dat ik buiten mezelf
was.
Woede is een goede emotie. Vroeger dacht ik dat het een slechte
emotie was, dat iemand er van binnenuit door werd verteerd. Maar ik denk nu
anders over woede. Die kan je redding zijn als je werkelijk depressief bent.
Die kan ervoor zorgen dat je blijft doorgaan als alles verloren lijkt. En
daardoor belde ik de volgende dag dat telefoonnummer.
Aan
het hof van de rode koning
De woede was zo sterk dat ik nauwelijks kon slapen. Eten was
onmogelijk en ik kocht diverse keren uit gewoonte een kop koffie om die
slechts koud te laten worden en melkschuim te laten krijgen. ’s Morgens had
ik het gevoel dat ik amfetamine had gehad – vermoeid maar high.
Ik belde het kantoor van Viewzone
om te zeggen dat ik thuis zou werken. Ik probeerde te gaan liggen om te rusten
en dat lukte even. Toen zag ik het, het rode speldje dat ik naar Fairbanks had
gedragen en dat op de hoek van mijn computerscherm was geplakt. Ik zag
ogenblikkelijk beelden voor me van Nicki, de baby zonder neus, de oude
Inuit-vrouw … Op de een of andere manier was ik hen verplicht om dapper te
zijn en het verhaal te schrijven. Mijn hart bonsde en mijn aderen vulden zich
met kokende woede.
Ik draaide het nummer bijna in een reflex. Voor ik er zelfs maar
over na kon denken, ging de telefoon over … een keer … twee keer. Ik hing
op. Wat nu? Niets. Misschien probeerden ze me alleen maar bang te maken of
misschien hadden ze alles nog niet geregeld. Misschien – de telefoon ging.
‘Dan Eden?’
De stem aan de andere kant was van een vrouw. Ze klonk wat ouder,
maar het zou gewoon een jonge, serieuze academicus kunnen zijn die sprak met
het zelfvertrouwen dat zij de zaak onder controle had. Ik gaf niet meteen
antwoord.
‘Hallo, meneer Eden. Mag ik Dan zeggen?’
‘Zeker. Dan is prima. Moet je horen, ik wilde helemaal niet
bellen. Ik bedoel dat ik eigenlijk niets …’
‘Nou, ik ben blij dat je het hebt gedaan. Ik wilde jou bellen. Ik
heet Kathy. Heeft het je moeite gekost om dit nummer te bellen?’ Ze ging
maar door om mijn vertrouwen te winnen en legde uit dat ik haar op deze manier
kon bereiken, dag en nacht, overal vandaan, op elk tijdstip. Ze vroeg niet
naar de bronnen, naar Dave of Jonas, maar ze leek gericht te zijn op mijn
eigen leven, op mijn financiën en carrière, een bood aan me te helpen als ik
bleef meewerken en me aan mijn ‘afspraak’ hield.
Er werd veel belang gehecht aan deze afspraak, meer dan ik besefte.
Zonder het te weten had ik ingestemd met een tegenprestatie waarbij ik ervan
zou afzien iets nieuws te publiceren en in ruil daarvoor hulp van de dienst
zou krijgen. Maar hulp waarmee? Had ik ‘hulp’ nodig?
Inderdaad. Ik had borg gestaan bij de oprichting van Viewzone.
Het tijdschrift had ruim 140.000 dollar van mijn geld en krediet verslonden en
ik was het jaar daarvoor failliet verklaard. Ik leefde van de hand in de tand,
van de ene baan naar de andere, terwijl ik schreef en programmeerde. Ik bleef
in leven en kon me koffie of een goed ontbijt in een chauffeurscafé
permitteren, maar vrouwen en wijn ontbraken in mijn leven. Dat wist ik. Dat
wist Kathy. Dat wisten de mensen bij de veiligheidsdienst. En ze zouden weldra
hun verkooppraatjes afsteken. Kathy was een beroepskracht, dat stond vast. Ze
belde me twee à drie keer per week om te horen hoe het ging. Maar hoe graag
ze ook mijn therapeut wilde zijn, toch kon ze me niet helpen met mijn pijn om
Nicki. Dat was mijn eigen hel.
Ik hield een met de hand geschreven dagboek bij van mijn reis naar
Fairbanks, omdat ik bang was dat de computer op de een of andere manier werd
afgetapt, maar ik gebruikte codenamen voor de mensen en plaatsen, waardoor het
verhaal dat ik schreef eerder op een sprookje dan op een griezelverhaal leek.
Ik volgde het patroon van de Tovenaar van Oz. Dave was de Tovenaar en Nicki
was Dorothy. Haar broer, Jonas, was de blikken man. In plaats van één
vogelverschrikker waren er een heleboel en hun strooien lichamen waren opnieuw
geordend en verbrand. Dat aandoenlijke dagboek leek nog het meest op een
therapeutische catharsis.
Tijdens een van onze ‘behandelingen’ vroeg Kathy me over een
ideaal maar reëel leven te dromen dat me gelukkig zou maken. Ik gaf haar een
salaris, omschreef een programmeerbaan waar ik van zou houden en opperde dat
ik weer in de omgeving van Amherst zou wonen, waar ik had gestudeerd. Het was
een bescheiden wens die echter ver buiten mijn bereik lag. Binnen een week
belde ze terug om deze droom wat verder uit te werken en me die vervolgens aan
te bieden.
‘Een tegenprestatie.’ Dat was de term die ze gebruikte. ‘Een
goede baan, een prima salaris en een kans om gelukkig te zijn … wat zeg je
ervan, Dan?’
Wat zou jij ervan zeggen?
In
de buik van het beest
In april 1999 begon ik aan mijn baan als webmaster voor een
niet-commercieel bedrijf dat de leiding had over het elektriciteitsnetwerk van
New England, delen van Canada en de staat New York. Het was ironisch om voor
een elektriciteismaatschappij te werken, aangezien Eastlunds uitvinding een
revolutie in die bedrijfstak zou hebben ontketend. Het salaris was goed, de
baan bevatte enkele interessante projecten die ik gemakkelijk aankon en ik
leefde in het kleine landelijke plaatsje Northampton, waar Het Smith College
(alleen voor vrouwen) stond. Het leven leek goed.
Ik bleef van tijd tot tijd contact houden met mijn ‘trainer’
Kathy. Door de luxe om ruim in mijn geld te zitten kon ik betere computers
aanschaffen en als redacteur die af en toe een bijdrage levert kon ik voet aan
de grond houden bij Viewzone. Er
heerste grote drukte bij het bedrijf toen we het jaar 2000 naderden. Veel
programma’s die elektriciteitsbedrijven gebruikten om grip te hebben op
omschakelingen, hoogspanningskabels en rekeningen waren ontworpen in de jaren
’70. Het is een kenmerkend verschijnsel bij het programmeren om het aantal
codes bij elke taak tot een minimum te beperken en daarom werkten veel
programma’s die met de datum en de tijd te maken hadden alleen met de
laatste twee cijfers om het jaar aan te geven. Dit gaf problemen toen 99
overging in 00 en daardoor kwam de Federale Overheid tot de conclusie dat de
Amerikaanse elektriciteitsnetten gevoelig konden zijn voor een terroristische
aanval.
Aangezien ik de leiding had over het internet dat de gegevens
leverde en alle elektrische generatoren uit de streek met elkaar verbond, werd
het noodzakelijk geacht dat ik, samen met veel andere medewerkers, door de NSA
werd doorgelicht. Ik hoorde met name tot mijn verbazing dat ik een eed voor de
Nationale Veiligheid zou moeten afleggen!
In november 1999 kreeg ik opdracht naar Fort Meade in Maryland te
gaan, waar ik zou verblijven bij een gezin dat verbonden was aan de
veiligheidsdienst. Het was evenzeer een praktische oplossing als een
veiligheidsmaatregel, aangezien mijn bezigheden er overdag uit zouden bestaan
meer te leren over de eed die ik zou afleggen, de noodzaak ervan en de
implicaties en gevolgen als ik me er niet aan hield.
De hele cursus duurde tien dagen en de eed zelf werd geformaliseerd
door een geschreven, ondertekend en ook door getuigen ondertekend document.
Tijdens de voorbereidingen voor deze verplichting werd ik onderworpen aan
diverse tests met leugendetectoren, een batterij psychologische onderzoeken en
kreeg ik ook enkele nogal walgelijke en aanschouwelijke taferelen te zien
waarin de schending van de eed snel werd opgelost. De boodschap was volkomen
duidelijk. Zodra je je hand opstak en het document tekende, konden ze je doden
– wettig – als dat in het landsbelang was.
Voor mij bestond het interessantste onderdeel uit de ‘wat te doen’
lessen die je voorbereidden op een verhoor door ‘de vijand’. Daarbij ging
het om diverse intellectuele spelletjes waarbij je, als je bijvoorbeeld
gedrogeerd was, feitelijke informatie kon geven in een vorm waar ze niets aan
hadden. Mijn eigen versie van De
tovenaar van Oz was een goed voorbeeld van deze methode en een die ik
mezelf had geleerd. Maar aangezien ze vertrouwd waren met deze vorm van
misleiding was mijn dagboek niet langer een veilige uitlaatklep voor mijn
therapeutisch geschrijf. Ik moest deze mensen wel respecteren – ze waren
heel intelligent en hadden nagenoeg alle mogelijkheden bekeken.
’s Avonds, na de lessen, ging ik terug naar het huis van mijn
gastheer om naar het nieuws te kijken, oppervlakkig te praten en vroeg naar
bed te gaan. Ik voelde dat ze me in de gaten hielden, me beoordeelden en dat
ze ergens in mijn dossier een samenvatting zouden schrijven van mijn gedrag en
gesprekken.
De laatste dag brak aan en ik tekende het document. Dat gebeurde in
een vertrek vol vlaggen en portretten van de toenmalige president Clinton. Ik
kreeg een hand en ging terug naar huis om mijn goede leven te hervatten. Maar
toen begonnen er weer vreemde dingen te gebeuren.
In november 1999 leidde ik mijn ‘droomleven’. Het bevatte alle
ingrediënten waarop ik had gehoopt, maar het was saai. Mijn baan bij het ‘elektriciteitsbedrijf’
was zo eenvoudig dat het me moeite kostte om in mijn geïsoleerd hokje wakker
te blijven. Periodieke urinecontroles zorgden ervoor dat ik geen marihuana
rookte en het schrijven van artikelen voor Viewzone
was zo’n beetje mijn enige creatieve uitlaatklep. Mijn trainer belde me om
me ermee te feliciteren dat ik de eed had afgelegd, maar verder hadden we
minder en onregelmatiger contact. Ze wist dat ik me verveelde, maar ik werkte
mee en daar was het iedereen kennelijk om te doen.
Omstreeks deze tijd ontving ik diverse e-mails van een lezer in
Servië, waar de troepen van de VN tegen Milosevic hadden gevochten,
grotendeels met de strijdkrachten en het materiaal van het Amerikaanse leger.
Hij bleef het maar over een vreemd verschijnsel hebben dat was opgetreden
tijdens aanvallen door de A-10, een Amerikaans gevechtsvliegtuig dat het ‘wrattenzwijn’
werd genoemd. Hij was kennelijk niet de enige die deze dingen had waargenomen.
Andere rapporten stelden ook vragen over dit vreemde nieuwe verschijnsel. Er
werd gemeld dat er vlak voor een luchtaanval vaak allerlei enorme zwarte
wolken aan de hemel verschenen die uit de blauwe lucht ontstonden en die daar
bleven tot het einde van de campagne die meestal een paar weken duurde. Er
viel geen regen uit die wolken. Wat wel op Belgrado neerviel waren hagelstenen
ter grootte van eieren. ‘Je kunt de sporen nog zien die ze op de huizen
hebben achtergelaten.’ In die tijd beschreven getuigen een vreemd ‘weerlichten’
aan de hemel dat uren aanhield en met niets te vergelijken was wat ze ooit
eerder hadden gezien. De ‘donder’ waarmee dit vreemde ‘weerlichten’
gepaard ging was even vreemd. Het was honderden keren sterker dan enig onweer
dat wie dan ook zich kon herinneren. Het klonk zo hard dat het zelfs harder
was dan het geluid van de bomexplosies. Bovendien brachten wetenschappers in
Servië een rapport uit waarin ze verklaarden dat er een gat zat in het
elektromagnetische veld boven Servië. Het ‘gat’ was bijna even groot als
Servië zelf. Het begon in het zuiden bij de grens tussen Kosovo en Albanië,
en eindigde in het noorden bij de Joegoslavisch-Hongaarse grens.
Ik bleef gedurende het grootste deel van november van zulke
meldingen binnenkrijgen. De Serviërs waren kennelijk gefrustreerd dat niemand
dit verschijnsel leek te begrijpen, waardoor het werd verwezen naar het rijk
van het ‘onverklaarbare’. Dat was meer dan mijn journalistieke geest kon
negeren en daarom schreef ik een zeer kort verslag, zonder enig commentaar, en
zette het in Viewzone. Voor het
geval iemand het onderwerp nader wilde onderzoeken, zette ik er ook een link
in naar het oude artikel over de ‘dodelijke straal’. Au! Binnen twee dagen
moest ik op mijn werk opnieuw een urinecontrole ondergaan en veranderd mijn
functie van ‘webmaster’ in ‘communicatiespecialist’. Zoals ik al had
verwacht belde Kathy me. Ik had geen ander excuus dan verveling. Ze
waarschuwde me ‘het lot niet te tarten’ en vroeg of ik haar voortaan elke
week wilde bellen.
Op mijn werk ontstonden problemen. Ik werd verwijderd uit het
gevoelige controlegebouw met zijn grote ‘oorlogskaart’ die het hele
elektriciteitsnet liet zien en de toestand van elke generator, en ik moest in
een hokje bij de vertegenwoordigers van de klantenservice gaan zitten. Ik was
net een vis op het droge. Ik voelde dat ze me weg wilden hebben, maar ik was
vastbesloten om te blijven.
Begin december werd ik op een avond gebeld. Het was een professor
in de geschiedenis van het Midden-Oosten van de Brigham Young University. Hij
vroeg naar een artikel dat hij een tijd geleden bij Viewzone had gelezen. Het was een klein stukje dat ik had geschreven
over enkele vreemde petrogliefen, oude rotstekeningen, die in Colorado waren
aangetroffen, vlak buiten het afgelegen veestadje
La Junta.
Ik
was die reis en die rotsen bijna vergeten. Maar wat de professor me vertelde
wekte mijn belangstelling er weer voor en leek de perfecte oplossing te zijn
voor mijn verveling. Wat kon er ten slotte verder van een machine met een ‘dodelijke
straal’ af staan dan wat oude rotsen? Of niet? Alweer mis.