
Algemeen
Een hamster kent iedereen wel, maar een dwerghamster is veel minder bekend. Toch worden deze minihamsters in Nederland als een vijfentwintig jaar als huisdier gehouden. We kunnen eigenlijk niet spreken van dé dwerghamster, want er bestaan veel verschillende soorten. In onze site komen alleen de soorten aan de orde die in ons land als huisdier worden gehouden. Dat zijn de Russische dwerghamster, de Campbelli dwerghamster, de Chinese dwerghamster en de Roborovski hamster. Dwerghamsters zijn nauw verwant aan de 'gewone' hamsters.Toch kan men niet simpelweg stellen dat het alleen maar 'kleine hamsters' : ze verschillen in meerdere opzichten van elkaar. Zelfs tussen de dwerghamstersoorten onderling zijn grote verschillen aan te geven.
Knaagdieren
Dwerghamsters zijn knaagdieren. Knaagdieren vormen de grootste groep der zoogdieren: van alle zoogdieren ter wereld is meer dan de helft een knaagdier. De bekendste knaagdieren zijn weliswaar muizen en ratten, maar verder komen ze voor in allerlei soorten en maten. Het grootste knaagdier ter wereld is de Capybara, ofwel het waterzwijn(zie hieronder). Het ukkie onder de knaagdieren is de Afrikaanse dwergmuis, die niet langer wordt dan 3 centimeter. Tussen deze uitersten bewegen zich de eekhoorn, de cavia, het stekelvarken, marmot, de gerbil en talloze anderen. In tegenstelling tot wat veel mensen denken, zijn konijnen en hazen GEEN knaagdieren. Zij zijn nauwer verwant aan de hoefdieren, zoals de geit. Toch hebben het konijn en de haas een belangrijk kenmerk gemeen met knaagdieren: ze hebben doorgroeiende voortanden zonder wortels. Omdat knaagdieren altijd knagen, slijten hun voortanden af. De natuur heeft voor een oplossing gezorgd door die tanden steeds door te laten groeien. Hierdoor lopen knaagdieren echter ook het risico op zogenaamde olifantstanden. Meer hierover leest u bij Gezondheid en ziekte. Bij het kiezen van een kooi of een hok moet u er dus wel rekening mee houden dat knaagdieren scherpen tanden hebben: ze kunnen vrij eenvoudig een gat knagen in hout. Knaagdieren zijn zeer geschikt als huisdier, omdat ze zich gemakkelijk aanpassen aan verschillende situaties. Over het algemeen vormen ze geen bedreigde diersoort. In hun oorspronkelijk leefgebieden gelden ze daarentegen vaak als een plaag. Met name de Russische en Chinese dwerghamsters komen ook voor in bevolkte gebieden. Een horde dwerghamstertjes doet zich graag tegoed aan de oogst van een graanveld. Wat het resultaat daarvan is laat zich raden! Hoe schattig deze diertjes ook zijn, boeren zien ze liever gaan dan komen! 
Soorten hamsters
Russische dwerghamster
De Russische dwerghamster, die ook wel Dzjoengaarse dwerghamster wordt genoemd, leeft van oorsprong op de steppen van noord-Kazachstan en Siberië. Deze steppen vormen een
onherbergzaam gebied ten noorden van China. Eigenlijk is de benaming 'Russisch' dus onjuist, want het diertje komt in het echte Rusland helemaal niet voor.
In 1968 zijn voor het eerst vier exemplaren gevangen in West-Siberië en voor onderzoek overgebracht naar het Max Planck Instituut in Duitsland. De dieren bleken zich in gevangenschap zeer goed voort te planten. In het midden van de jaren zeventig kwamen de eerste Russische dwerghamsters naar ons land. Ze werden gevolgd door andere exemplaren, die via diverse Oosteuropese wetenschappelijke instituten hun weg vonden naar Nederland en België.
In de wetenschap gaat de Russische dwerghamster door het leven onder de Latijnse naam Phodopus sungorus sungorus. Zo weten wetenschappers over de hele wereld over welk dier ze het hebben, ongeacht de taal die ze spreken. De Rus is een klein, bolrond diertje. Zijn vacht is iets minder wollig dan die van de Campbelli dwerghamster. De rug is grijsbruin met een opvallende, brede, donkere aalstreep. De buik is wit of lichtgrijs, met een iets donkerder (blauwe) ondervacht. De grens tussen de donkere rug en de lichte buik is een zwartbruine lijn die in drie bogen loopt, driebogenlijn genoemd. De oogjes van de Rus zijn diep zwart.
Een Russische dwerghamster die niet in de huiskamer gehouden wordt, krijgt in de winter een prachtig witte vacht. Dit is een natuurlijke schutkleur, in een periode dat het oorspronkelijke leefgebied bedekt is met een laag sneeuw. Deze kleurverandering ontstaat overigens niet onder invloed van temperatuurdaling, maar door het korter worden van de dagen, dus onder invloed van licht. De Rus heeft behaarde voetzolen, als bescherming tegen de koude Siberische grond.
Naast de gewone wildkleur Rus komen nog de kleurslagen pearl (parel) en sapphire (blauw-wildkleur) voor. Als u een dwerghamster met een andere kleur heeft of tegenkomt is dit beslist geen Rus, maar waarschijnlijk een Campbelli of een kruising tussen een Rus en Campbelli.
Campbelli dwerghamster
De Campbelli dwerghamster is nauw verwant aan de Russische dwerghamster. Ze kunnen zelfs met elkaar gekruist worden, hoewel dit niet zo goed is voor het in stand houden van beide soorten. De meeste dieren die geboren zijn uit zo'n kruising hebben vaak gezondheids- en gedragsproblemen. De Campbelli leeft van oorsprong op de meer oostelijk gelegen steppen, vooral in het noorden van Mongolië en China.
De Campbelli lijkt door zijn dikkere vacht iets groter dan de Russische dwerghamster, maar is dat eigenlijk niet. Campbelli's hebben wel de neiging om in gevangenschap iets dikker te worden dan de Russen. De vacht van de Campbelli is geel-bruinachtig met een dunne, scherp afgetekende aalstreep. 's Winters wordt de vacht wat grijzer. maar niet zo wit als die van de Russische dwerghamsters. Ook de Campbelli heeft behaarde voetzooltjes.
In 1983 kwamen de eerste 28 Campbelli's naar Nederland. Ook deze dieren waren afkomstig van een wetenschappelijk instituut, waar ze eerst als onderzoeksdieren werden gebruikt. Later werden er ook Campbelli's uit Engeland geïmporteerd, waar ze al sinds 1964 aanwezig waren.
De Latijnse naam voor de Campbelli dwerghamster is Phodopus sungorus campbellii. De eerste 2 delen van een Latijnse naam geven de soort aan. De Russische en de Campbelli dwerghamster behoren dus tot hetzelfde soort, want ze heten allebei Phodopus sungorus. Het derde deel van de Latijnse naam geeft de ondersoort aan en daarin zit hem het verschil tussen beide soorten.(sungorus en campbellii)
In tegenstelling tot de Russische dwerghamster is er van de Campbelli meer verschillende kleuren gefokt. De eerste kleurslagen waren wit en argente (geel-lichtbruin). De argente-variant lijkt veel op de kleur van de Roborovski dwerghamster. Er bestaan ook Campbelli's met een satijnen vachtstructuur. In de sportfokkerij wordt nog altijd hard gewerkt aan het creëren van nieuwe kleurvariëteiten.
Roborovski dwerghamster
De Roborovski dwerghamster (Phodopus roborovskii) is ook een kortstaartdwerghamster, maar met zijn geelbruine kleur en opvallende snor heeft hij een heel ander uiterlijk dan de ander dwerghamstertjes. De Roborovski leeft oorspronkelijk in West- en Zuid-Mongolië, in een dor en droog gebied met veel halfwoestijnen. In 'echte' woestijnen komen dwerghamsters niet voor.
In 1982 werden de eerste Robby's door een liefhebber meegenomen uit Duitsland. Hoewel de Robby's langer in ons land zijn dan de Campbelli's, zijn ze toch veel minder bekend. Dit komt omdat de Robby's niet veel jongen krijgen, vooral in de eerste jaren van hun verblijf in Nederland. In de vrije natuur krijgt een vrouwtje in haar hele leven maar 2 à 3 nestjes. Maar gelukkig kregen ze in de loop van de tijd steeds meer jongen. Toch blijft de Robby een weinig voorkomend hamstersoort.
De Roborovski is ook de kleinste dwerghamster. Zijn lichaampje is maar 7 tot 9 cm. lang en hun staartje is nauwelijks zichtbaar. De rug is bruinachtig geel met een lichtgrijze onderkleur. Soms lijkt het geel op hun rug een beetje roestig. Robby's hebben geen aalstreep op de rug, zoals die andere 2 dat wel hebben. De oogjes zijn gitzwart en erboven zitten witte vlekjes die op wenkbrauwen lijken. Hun buik is effen wit.
Chinese dwerghamster
De Chinese dwerghamster is een langstaartdwerghamster en lijkt dus niet helemaal op de andere 3 soorten. Dit blijkt ook uit zijn Latijnse naam Cricitulus griseus, deze naam lijkt helemaal niet op de van de andere soorten. De Chinese dwerghamster komt oorspronkelijk uit Noord-China. Hij leeft daar op de steppen en is ook te vinden in bossen en op de mens bewoonde gebieden.
Chinese dwerghamsters zijn al meer dan dertig jaar in Nederland te vinden. Vroeger was het zelfs de meest voorkomende dwerghamstersoort op knaagdierenkeuringen, maar nu ziet u hun niet vaak meer.
Dat de Chinees niet direct familie is van de andere dwerghamsters, valt te zien aan zijn uiterlijk. Wat het meest opvalt is zijn lichaamsbouw en staart. De andere dwerghamsters zijn kleine, ronde kogeltjes zonder staart, terwijl de Chinees een langgerekt lichaam heeft en een langere staart.
De pels van het Chineesje is ook niet zo wollig als van de rest van de dwerghamstersoorten. De haren liggen glad aaneen op hun huid. De vacht heeft een grijsbruine kleur met hele fijne, zwarte puntjes die men 'ticking' noemt. De aalstreep over hun rug is dun, donkerbruin en niet zo goed zichtbaar. De buik is lichtgrijs. Hij heeft donkere oren met een lichte rand. Het verschil tussen mannetje en vrouwtje is goed te zien: het mannetje heeft een opvallend grote balzak.
Sinds het begin van de jaren '80 komen er ook gevlekte Chinese dwerghamsters voor. Deze kleurmutatie is ontstaan in Engeland en heeft een wonderbaarlijke erfelijke eigenschap: een deel van de jongen sterft al in de baarmoeder. Aan de universiteit van Zürich (Zwitserland) zijn witte Chinezen met een donkere aalstreep gefokt. Ook deze mutatie heeft iets aparts: de mannetjes blijken nl. onvruchtbaar.
|
|
Campbelli
dwerghamster |
Russische
dwerghamster |
Roborovski
dwerghamster |
Chinese
dwerghamster |
|
Lichaam |
70-110 mm |
67-100 mm |
68-92 mm |
82-127 mm |
|
Staart |
6-18 mm |
6-15 mm |
6-12 mm |
20-33 mm |
|
Gewicht |
30-50 gram |
21-24 gram |
20-25 gram |
30-45 gram |
|
Draagtijd |
16-18 dagen |
18-20 dagen |
20-22 dagen |
20-22 dagen |
|
Aantal jongen |
5-6 (max. 9) |
6-7 (max. 11) |
4 (max. 9) |
7 (max. 12) |
|
geboortegewicht |
1,8 gram |
1,4 gram |
1,2 gram |
1,7 gram |