De Geschiedenis
![]() |
||
1976 |
1980 |
2004 |
In het boek "Landhuizen van Curaçao en Bonaire" staat het
volgende omschreven over Landhuis Daniel:
Plantage Daniël zou circa 1650 gesticht zijn door een schipbreukeling
die aldaar op de feestdag van Sint Daniël aan land spoelde. Newton meent,
dat de naamgever van de plantage de stichter Daniël Ellis is. Het landhuis
ligt aan de weg naar Westpunt of zoals Teenstra zegt: "De plantaadje
Daniël aan de weg, welke het Gebed zonder einde genaamd wordt".
Hij noemt haar ook een eenzaam gelegen plantage waar hij "vermeened hier
eene gelukkige armoede te ontwaren" en bij de heer Lesueur een gul aanbod
van gekookte en nog hete cabrietenmelk geenszins versmaadde. Teenstra vermeldt
nog dat een dergelijke drank op zijn tijd smakelijker en verkwikkender is,
dan de te Curaçao algemeen gebruikelijke rumgrog. Het ruisen der golven
op de ongenaakbare noordkust doet hem denken aan een eerder verblijf te Zuid-Afrika.
Onder
meer genoemde uitlatingen van Teenstra sterken Renkema in zijn overtuiging,
dat de Curaçaose planters doorgaans weinig kapitaalkrachtig waren.
Over Lesueur zij nog opgemerkt dat hij in 1841 vanwege financiële moeilijkheden
werd gedwongen tot verkoop van zijn plantage. In 1846 kreeg hij toestemming
zich te Bonaire te vestigen, waar, hij door middel van het houden van vee
hoopte in zijn levensonderhoud te voorzien. Op plantage Daniël brachten
landbouw en veeteelt nooit veel op. In 1886 werd de plantage wederom geveild.
Ozinga stelt, dat het betrekkelijk kleine landhuis, gebouwd vóór
1750 wellicht behoort tot de oudste nog bestaande landhuizen. Newton meent
dat het huis waarschijnlijk kort na de aankoop van de gronden in 1711 is gebouwd
door de bovengenoemde Daniël Ellis.
Het
huis bestaat uit een kern met aan drie zijden smalle galerijen. Aan de noordzijde
is op het midden een dwarsvleugel gebouwd die de galerij onderbreekt. De kern
heeft een hoog zadeldak met dakkapellen, de dwarsvleugel eveneens echter zonder
dakkapellen. Aan de zuidwesthoek is de keuken gebouwd. De topgevels hebben
een fraaie gebogen afdekking. Ook de regenbak aan de oostzijde, verbonden
aan het huis door een gootboog, heeft een hoog zadeldak tussen gevels met
dezelfde gebogen afdekking. Het huis vertoont een interessante onregelmatige
variant van het meer traditionele type landhuizen. In 1959 stond het landhuis
op instorten. In 1976 is het gekocht door de aannemer Lieshout, die het huis
zoveel mogelijk in de oorspronkelijke staat heeft gerestaureerd, waarin hij
zeker geslaagd is.
Bij
de komst van Francke is het landhuis met bijgebouwen grondig gerenoveerd en
verbouwd tot hotel-restaurant. Hierbij is de authentieke atmosfeer behouden
gebleven, waardoor Landhuis Daniel op dit moment gerekend kan worden tot een
van de meest fraaie en best onderhouden landhuizen in authentieke staat op
Curaçao.
Het landhuis is sinds 1997 opgenomen als monument op de lijst van de Stichting Monumentenzorg Curaçao.
Locatie