Interculturele en transculturele hulpverlening

Leren1

 

Symptomen en criteria (DSM-IV)
Post Traumatische Stress Syndroom (PTSS)


Een gestagneerde verwerking van de ervaring van een schokkende gebeurtenis wordt een posttraumatische stresssyndroom genoemd, PTSS.

 

Organisaties worden geconfronteerd met personeelsleden die tijdens hun werk slachtoffer van geweldsdelicten zijn geworden. De gevolgen van deze schokkende ervaring zoals: angsten; irritaties; spanningen op het werk, ziekteverzuim raken niet alleen het individu, maar ook de organisatie.

Sociaal en maatschappelijk disfunctioneren

 

1.) Verminderde prestaties op het werk of zelfs ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid.
2.) Verminderde uitoefening van de zorgplicht thuis, slechter verlopende sociale contacten met kinderen, partner, familie en vrienden.
3.) Toename van het huisbezoek.
4.) Toegenomen bezoek aan hulpverlenende instanties.

 

Symptomen en criteria posttraumatische stressstoornis (DSM-IV)

A.) De betrokkene is blootgesteld aan een traumatische ervaring waarbij beide van de volgende van toepassing zijn:

 

1.) Betrokkene heeft ondervonden, is getuige geweest van of werd geconfronteerd met een of meer gebeurtenissen die een feitelijke of dreigende dood of een ernstige verwonding met zich meebracht, of die een bedreiging vormde voor de fysieke integriteit van betrokkene of van andere.
2.) Tot de reacties van betrokkene behoorde intense angst, hulpeloosheid of afschuw.

B.) De traumatische ervaring wordt voortdurend herbeleefd op één (of meer) van de volgende manieren:

 

1.) Recidiverende en zich opdringende onaangename herinneringen aan de gebeurtenis, met inbegrip van voorstellingen, gedachten en waarnemingen.
2.) Recidiverende akelige dromen over de gebeurtenis.
3.) Handelen of voelen alsof de traumatische gebeurtenis opnieuw plaatsvindt (hiertoe behoren ook het gevoel van het opnieuw te beleven, illusies, hallucinaties en dissociatieve episodes met flashbacks, met inbegrip van die welke voorkomen bij het ontwaken of tijdens intoxicatie).
4.) Intens psychisch lijden bij blootstelling aan interne of externe stimuli die een aspect van de traumatische gebeurtenis symboliseren of erop lijken.
5.) Fysiologische reacties bij blootstelling aan interne of externe stimuli die een aspect van de traumatische gebeurtenis symboliseren of erop lijken.

C.) Aanhoudend vermijden van prikkels die bij het trauma hoorden of afstomping van de algemene reactiviteit (niet aanwezig voor het trauma) zoals blijkt uit drie (of meer) van de volgende:

 

1.) Pogingen gedachten, gevoelens of gesprekken horend bij het trauma te vermijden.
2.) Pogingen activiteiten, plaatsen of mensen die herinneringen oproepen aan het trauma te vermijden.
3.) Onvermogen zich een belangrijk aspect van het trauma te herinneren.
4.) Duidelijk verminderde belangstelling voor of deelneming aan belangrijke activiteiten.
5.) Gevoelens van onthechting of vervreemding van anderen.
6.) Beperkt uiten van affect (bijvoorbeeld niet in staat gevoelens van liefde te hebben).
7.) Gevoel een beperkte toekomst te hebben (bijvoorbeeld verwacht geen carrière te zullen maken, geen huwelijk, geen kinderen, of geen normale levensverwachtingen).

D.) Aanhoudende symptomen van verhoogde prikkelbaarheid (niet aanwezig voor het trauma) zoals blijkt uit twee (of meer) van de volgende:

 

1.) moeite met inslapen of doorslapen
2.) prikkelbaarheid of woede uitbarstingen
3.) moeite met concentreren
4.) overmatige waakzaamheid
5.) overdreven schrikreacties

E.) Duur van de stoornis (symptomen B, C en D) langer dan 1 maand.

F.) De stoornis veroorzaakt in significante mate lijden of beperkingen in sociaal of beroepsmatig functioneren of het functioneren op andere terreinen.

 

Als een persoon volgens deze criteria geen posttraumatische stressstoornis heeft, wil dat niet automatisch zeggen dat hij of zij dus ook geen ernstige verwerkingsproblemen of gezondheidsklachten heeft.

Andere verschijningsvormen:

 

- depressie
- chronische pijnen
- verminderde intellectuele prestaties
- zelfverwijten en schuldgevoelens
- relatieproblemen
- dissociatieve stoornissen
- middelen misbruik
- langdurig ziekteverzuim
- complexe PTSS

 

 

Chronische of Complexe Post Traumatische Stress.


Men spreekt over een chronische PTSS als de symptomen minstens drie maanden of langer aanhouden. De diagnose van PTSS beschrijft symptomen die ontstaan wanneer een persoon een kort durend trauma heeft ervaren. Bijvoorbeeld; een auto ongeluk, natuur ramp, beroving of bedreiging met geweld, eenmalige verkrachting etc., worden beschouwd als kort durende traumatische gebeurtenissen.

Echter, chronische trauma’s kunnen maanden tot jaren voortduren. Wetenschappelijke onderzoekers menen dat de huidige diagnose PTSS onvoldoende is om de symptomen en het ernstig psychologisch letsel te beschrijven dat optreedt na langdurig en herhaald trauma. Om die reden wordt dit gediagnosticeerd als: een chronische of complexe PTSS.

In het algemeen geldt dit voor slachtoffers die in een staat van gevangenschap gehouden worden. In deze situaties valt het slachtoffer onder de controle van de dader en heeft geen mogelijkheid tot vluchten. Voorbeelden hiervan zijn:

  • concentratie kampen
  • krijgsgevangenen
  • kindermishandeling en seksueel misbruik
  • georganiseerde kinder exploitatie kringen
  • langdurig ernstig lichamelijk geweld
  • langdurig huiselijk geweld
  • prostitutie bordelen en seks slaven

 

 

Diagnose

 

Als eerste vereiste om te voldoen aan de diagnose van een chronische of complexe PTSS moet de persoon dus een langdurige periode (maanden of jaren) onderworpen zijn aan totale controle van een ander. Andere symptomen zijn:

  • Veranderingen in de emotionele regulatie, zoals: aanhoudend verdriet, suïcide neigingen, explosieve of ingehouden woede.
  • Veranderingen in cognities, zoals: het vergeten van traumatische gebeurtenissen, herbeleven van traumatische gebeurtenissen, derealisatie - depersonalisatie (dissociatieve symptomen).
  • Veranderingen in het zelf beeld, zoals daar zijn; hulpeloosheid, stigma, schuldgevoelens en het gevoel heel anders te zijn dan andere mensen.
  • Veranderingen in waarneming t.a.v. de dader, zoals; de dader absolute macht toekennen of in beslag genomen worden door de relatie met de dader, evenals in beslag genomen worden door wraak gevoelens.
  • Veranderingen in relaties met anderen, zoals; isolatie, wantrouwen of herhaald zoeken naar een redder.

 

Andere problemen die ervaren kunnen worden door iemand met een complexe of chronische PTSS.


In sommige gevallen vermijdt men het om te praten over trauma gerelateerde onderwerpen, omdat de daaraan gerelateerde emoties te overweldigend zijn.
Men kan last hebben van overmatig drug of alcohol misbruik om een gevoel van verdoofd zijn en gedachten aan het trauma te vermijden.
Automutilatie kan voorkomen of andere vormen van zelfbeschadiging.
Vanwege de chronische aard is het mogelijk dat men in het verleden is gemisdiagnosticeerd als bijv. borderline, als iemand met een masochistische of een afhankelijke persoonlijkheidsstoornis.

 

 

Create a free website at Webs.com