Duiven

Alles over de duif

Postduiven

Geschiedenis

Een postduif is een duif die, na een periode bij de eigenaar te hebben doorgbracht, naar elders wordt vervoerd en wordt losgelaten. De duif vindt op wonderlijke wijze de weg naar zijn oorspronkelijke verblijf terug. De postduif stamt waarschijnlijk af van de rotsduif (Columba Livia).

Ver voor het begin van onze jaartelling ging men in landen als Perzië, Griekenland en Egypte over tot het houden van duiven. Er ontstond een tamme soort, die vooral was bedoeld voor consumptie. In de tijd van de oude Romeinen en Grieken (ca. 500 voor Christus) ging men de duiven ook gebruiken voor het versturen van berichten.
In de 16e eeuw werden de eerste duivenhokken ondergebracht in torens. Het was echter een voorrecht voor de edelen om dergelijke duiventorens te bouwen. De meeste jonge duiven die geboren werden, at men op. De ontlasting van de duiven werd gebruikt om de landerijen te bemesten.
De postduivenhobby is tussen 1815 en 1825 in België ontstaan. Men kwam toen op het idee om duiven te gaan kweken die snel naar hun hok terugkeren. Vanuit België verspreidde de hobby zich over Europa. Ook in Nederland werd het houden van duiven populair. 

De postduif heeft een goed richtingsgevoel. Voor een deel komt dat, doordat hij hierop is gefokt door de mens. Er werd en word gefokt met de snelste duiven met de beste conditie. Ook moeten postduiven het liefst een snel reactievermogen hebben. Ook moeten ze over grote afstand naar hun hok snel terug kunnen keren. Postduiven werden om deze eigenschappen eerst vooral gebruikt voor het versturen van post.

Tegenwoordig worden vooral wedstrijden met postduiven gedaan (duivensport). Men laat de duiven vluchten maken over grote afstanden. Men rijdt ze ver weg van huis en laat ze op eigen 'kompas' in groepen terug vliegen. De snelste duiven hebben gewonnen. De eigenaren van duiven worden ook wel "duivenmelkers" genoemd. 

Versturen van berichten

Zoals in hetr vorige stuk is aangegeven, werden postduiven vroeger gebruikt om post te versturen. Hoe ging dat precies in zijn werk? Een dun en klein papiertje werd beschreven met enkele regels, en dit werd om de poot bevestigd. Na het loslaten ging de duif terug naar zijn hok, waar dat bericht gelezen kon worden. Het was dus alleen mogelijk om berichten te versturen naar het thuishok van een getrainde duif. Door verschillende postduiven van verschillende locaties mee te nemen kon men berichten naar meerdere plaatsen sturen. Dit was vroeger een zeer snelle manier van communicatie. Pas met telegrafie en later met de telex kwamen nog snellere communicatiemiddelen, die natuurlijk veel betrouwbaarder en minder omslachtig ziijn.

Training

Een jonge postduif zal eerst in de omgeving zelf rondvliegen en leert zo de omgeving kennen. Een postduif kan getraind worden door hem eerst op een paar kilometer van zijn hok los te laten. Vooral als er wat oudere postduiven tegelijkertijd worden losgelaten kan de jonge postduif gewoon meevliegen, maar ook in zijn eentje kan de postduif zijn weg terug vinden.

De duiven laat men meestal vliegen in de periode van april tot september, om herfststormen of sneeuwstormen te vermijden. Als een postduif wordt losgelaten vliegt deze een paar rondjes voor zijn oriëntatie. Als de duif niet helemaal zeker is, vliegt hij meer rondjes. Vervolgens heeft de duif de richting bepaald en vliegt de goede richting op. Daarbij vliegt hij bij voorkeur over land, en niet over water. Een duif kan zich ook best vergissen, maar zal dan via een omweg toch vaak de weg naar huis terug kunnen vinden.

 Zelfs over een afstand van 1000 kilometer of meer kan de postduif de weg terugvinden naar zijn hok. Bij zulke grote afstanden moet de postduif dan ook nog ergens overnachten.

Lichaamsbouw

Een postduif is in staat om snel en lang te vliegen. De lichaamsbouw van de duif is hier helemaal op aangepast. Zo zijn bijvoorbeeld de meeste botten hol van binnen, waardoor het gewicht van de duif wordt beperkt. Daarnaast heeft een postduif twee hele sterke borstspieren, die worden gebruikt voor het op en neer bewegen van de vleugels. Een van de twee spieren trekt de vleugels naar beneden, de andere heft de vleugels naar boven.
Het vliegen kost veel energie. Daardoor heeft een duif een hogere verbranding nodig dan een zoogdier. Om die reden is de lichaamstemperatuur van vogels hoger, namelijk 41ºC.

Van ei tot vliegende postduif

De postduif behoort tot de snelst groeiende dieren. Wanneer een jong uit het ei komt is het nauwelijks groter dan een duim en weegt het ongeveer 20 gram. Na vijf weken is het gewicht al toegenomen tot meer dan 300 gram en heeft de duif al bijna zijn eindgrootte bereikt. De eerste vluchtpogingen zijn dan ondernomen.
Duiven worden blind en naakt (met wat geel dons bedekt) geboren. De eerste dagen krijgen ze zogenaamde 'kropmelk' gevoerd. Dit is een eiwitrijke voedermassa die (door hormonale verandering) in de krop van zowel doffer als duivin wordt aangemaakt. Wanneer de duif zes dagen oud is, opent hij zijn ogen. Vanaf dat moment krijgt de jonge duif geen kropmelk meer, maar granen.
Na ongeveer drie weken moeten de jongen zelfstandig worden. Ze gaan zelf eten en drinken. Als ze vier weken oud zijn, beginnen ze te vliegen. Vanaf ongeveer een half jaar zijn de duiven geslachtsrijp.

Broedhokken

Houden van postduiven

Het hok
De grootte van een hok is afhankelijk van de beschikbare ruimte die u heeft, het aantal duiven dat u wilt houden en natuurlijk van hoeveel geld u ervoor over heeft. Een goed duivenhok is ieder geval droog, kent geringe temperatuurverschillen, een goede ventilatie en isolatie en de duiven voelen zich er thuis. Verder moet het geschikt zijn voor de liefhebber zelf. Het moet bijvoorbeeld goed schoon te maken zijn. Bij voorkeur is de voorkant van het hok op het zuiden of zuid-oosten gericht. Een hok hoeft overigens niet altijd in de tuin te staan. Een hok op een garage of een zolder is ook heel goed mogelijk.

Regels waaraan u zich moet houden
Het plaatsen van een duivenhok kan niet zomaar. U dient zich te houden aan de regels die door gemeenten en andere instanties zijn bepaald. Stelt u zich vooraf goed van deze regels op de hoogte. Verder is het verstandig om in uw vergunningaanvraag bij de gemeente niet te spreken van een duivenhok, maar van een bijgebouw.
Meer informatie over het bouwen van een duivenhok vindt u
hier.
De inrichting
Wat in ieder geval in een hok aanwezig dient te zijn is een drinkbak, een etensbak en een gritbak. Verder moeten aan de wanden zitplaatsen zijn bevestigd. Om jongen te kweken, zijn broekhokken nodig. De afmetingen hiervoor zijn meestal 80x40x40cm (LxBxH).