KONINKLIJKE ATLETIEKCLUB KAPELLEN

VERSLAG
In
een Olympisch jaar haalt BLOSO telkens een oude formule uit de kast : de Jeugdolympiade.
Alle jongeren van 10 tot 14 jaar kunnen dan -
voor een 10-tal verschillende sporten - een aantal testen afleggen waarmee
ze bronzen, zilveren en gouden medailles kunnen behalen.
De
testen voor de bronzen medailles, worden op lokaal vlak afgenomen. In
samenwerking met de gemeentelijke sportdienst en sportraad, heeft onze kern
Stabroek de atletiektesten afgenomen op woensdag 9 april en vrijdag 11
april. Trainers Inge en Peggy - en enkele
behulpzame handen, waarvoor dank - testen de deelnemers op 5 verschillende
proeven :
In totaal kwamen op deze twee dagen 18 deelnemers opdagen – het overgrote deel is lid van onze club (want een echt succesnummer kan je deze Jeugdolympiade bezwaarlijk noemen) – en die mochten op het einde allemaal de bronzen medaille om hun hals hangen.
EEN TOELICHTING : WAT IS DE JEUGDOLYMPIADE ?
Deelnemers aan de Jeugdolympiade kunnen voor de bronzen medaille enkel terecht op het lokaal niveau, hetzij op school, in de sportclub of bij de gemeentelijke sportdienst. Specifiek voor atletiek konden de belangstellenden terecht bij onze kern Stabroek op woensdag 9 april en vrijdag 11 april op de atletiekpiste van het Sportcentrum te Stabroek. Deze organisatie gebeurde in samenwerking met de Sportdienst en de Sportraad van Stabroek.
De proeven voor de zilveren medaille van de Jeugdolympiade (zilver) worden uitsluitend georganiseerd door de Bloso-inspectiediensten in samenwerking met de provinciale sportdiensten, de sportdienst van de Vlaamse Gemeenschapscommissie en de betrokken Vlaamse sportfederaties. Alle jongeren tussen 10 en 14 jaar kunnen in principe deelnemen aan de tweede fase, ongeacht of zij hebben deelgenomen aan de bronzen fase. Alleen tijdens deze fase kunnen de jongeren een poging doen om een zilveren medaille te behalen. Per provincie worden de proeven voor het behalen van een zilveren medaille slechts 1 maal georganiseerd.
De proeven voor de gouden medaille worden georganiseerd door Bloso in samenwerking met de betrokken Vlaamse sportfederaties. Alle jongeren tussen 10 en 14 jaar kunnen deelnemen aan deze derde fase, ongeacht of zij reeds een bronzen of zilveren medaille behaald hebben. Alleen in deze derde fase kan een gouden medaille worden behaald. Naast het afnemen van de olympische proeven wordt een gratis sportief randanimatie programma aangeboden.
De
proeven voor de medailles in de atletiek ?
In
de bronzen fase ondergaan de kinderen een aantal tests van de officiële
testbatterij van de VAL. Kinderen die aan deze normen voldoen kunnen deelnemen
in de zilveren en gouden fase aan een aantal ‘echte’ atletiekproeven.
ALGEMEEN
Lokaal:
bronzen medaille
30m
spurt
staande
vertesprong (stilstaand)
tennisbalwerpen
uit ridderstand
Medecinebalstoten
Zilveren
en gouden medaille:
60m
spurt
verspringen
met aanloop
tennisbalwerpen
uit stand
medecinebalstoten
Alle proeven moeten op gewone sportschoenen uitgevoerd worden, dus spikes zijn niet toegelaten.
Welke
testen ?
TEST 1: 30m of 60m spurt
Materiaal:
chronometer
tape voor aankomst en vertreklijn
Locatie:
vlakke
en slipvrije ondergrond
gras, speelplaats, sportzaal of piste
Uitvoering:
De
atleet vertrekt in rechtopstaande houding met de voorste
voet achter de startlijn. De waarnemer staat ter
hoogte
van de aankomstlijn en geeft de bevelen ‘Klaar’ en ‘Go’.
Op ‘Go’ wordt de chronometer ingedrukt. De atleet spurt
tot over de aankomstlijn.
bronzen
fase: 30m spurt
zilveren en gouden fase: 60m spurt
Score:
De
tijd wordt opgenomen vanaf het bevel ‘Go’ tot wanneer de
atleet de aankomstlijn met een voet overschrijdt. De tijd
wordt genoteerd tot op 1/10 van een seconde.
TEST 2A: Staande vertesprong (brons)
Materiaal:
tape
of krijt voor startlijn
lintmeter van 2-3m
Locatie:
Slipvrije
en zachte ondergrond (bv. dunne turnmat),
Eurofitmat of zandbak.
Uitvoering:
De atleet staat met beide voeten samen aan de startlijn en probeert zo ver mogelijk te springen. De landing moet ook met beide voeten samen gebeuren.
Score:
De
sprong wordt gemeten vanaf de startlijn tot de dichtstbijzijnde
indruk van het lichaam bij de landing.
Meestal
is dit de hiel van de landingsvoet. Probeer dus niet
achterover te vallen.
TEST 2B: Verspringen (zilver en goud)
Materiaal:
tape
voor vertreklijn en afstootzone
lintmeter
(10m)
zandbak
Aanloopstrook
en afstootzone:
De atleten krijgen een aanloopstrook van ongeveer 15m (niet korter). Er wordt ook een afstootzone getekend voor de zandbak die ongeveer 1m lang is. De atleten moeten afstoten binnen deze zone.
Locatie:
De
test wordt uitgevoerd met landing in een zandbak. Zorg
ervoor dat er voldoende zand in de zandbak ligt,
dat het zand eerst omgewoeld wordt voor een zachte landing en dat de aanloopzone op gelijk hoogte ligt als de landingszone.
Uitvoering:
De atleet staat aan de vertreklijn en neemt een aanloop. De atleet probeert af te stoten in de afstootzone, waarna de atleet landt in het zand.
Score:
De
sprong wordt gemeten vanaf de tip van de afstootvoet tot
de dichtstbijzijnde indruk van het lichaam bij de
landing.
Meestal is dit de hiel van de landingsvoet. Probeer niet
achterover te vallen.
TEST 3: Tennisbalwerpen
Materiaal:
tennisbal
tape
voor werplijn
lintmeter (50m)
Locatie:
In een (grote) zaal of buiten
Uitvoering:
De
atleet staat aan de werplijn:
bronzen
fase: in ridderstand (uitvalspas met
1 knie op de grond) aan de werplijn
zilveren
en gouden fase: gewoon rechtopstaand
De atleet probeert de tennisbal bovenhands zo ver mogelijk te werpen. De bal mag nooit onder schouderhoogte komen bij het werpen.
Score:
De
worp wordt gemeten vanaf de werplijn tot de plaats waar
de tennisbal voor het eerst de grond raakt.
TEST 4: 6 minutenloop
Materiaal:
chronometer
fluitje
kegels om parcours af te bakenen
Locatie:
Speelplaats,
grasplein, atletiekpiste.
De
kinderen vertrekken na een fluitsignaal in groep en lopen
op een gelijkmatig tempo gedurende
minuut
wordt 1x gefloten. Na
aantal gelopen rond en de afstand afgelegd in de laatste ronde.
Score:
de
totaalafstand gelopen in
Tip:
Plaats
de kinderen per 2, waarbij 1 kind het aantal ronden
telt voor de partner. Ook kun je elke ronde elk kind een
rekkertje meegeven en na afloop worden het aantal rekkertjes
rond de pols en de resterende afstand geteld.
TEST 5: Medecinebalstoten
Materiaal:
lintmeter
van 10-15m
tape
voor werplijn
medecinebal 2kg
Locatie:
Zaal, grasveld, speelplaats, atletiekpiste.
Uitvoering:
De
atleet staat met beide voeten achter de werplijn en stoot
de medecinebal met een borstpas (beide handen
samen voor de borst) zover mogelijk weg.
Score:
De
worp wordt gemeten vanaf de werplijn tot de plaats waar
de medecinebal het eerst de grond raakt