
Deze website is een productie van opgedragen en gedoopte getuigen van Jehovah die het brandende verlangen hebben om loyaal aan Jehovah te blijven. De artikelen op deze website zijn geschreven door en voor denkende getuigen van Jehovah die voor zichzelf het diepgewortelde organisatorische taboe op kritiek doorbroken hebben, omdat ze loyaal voor de "God der waarheid" (Psalm 31:5) willen opkomen. Omdat onze redactie bestaat uit actieve broeders en zusters, moeten de observaties en constateringen op deze site eerder als zelfkritiek dan kritiek gekwalificeerd worden. Zelfkritische personen zijn in staat om de kwaliteit van informatie op zijn eigen merites te beoordelen, zonder zich te focussen op de presentatie of presentator van deze informatie. Zelfkritiek is vaak een kwestie van eerlijk tegenover onszelf zijn. Zoals uit bovenstaande thematekst blijkt, kan ons de eer te beurt vallen als ‘gast in Jehovah’s tent’ te verblijven, indien we een "eerlijk hart" hebben waar we 'de waarheid in spreken'. Het is logisch dat de “God der waarheid” van ons vraagt dat we de waarheid spreken, zelfs wanneer anderen de stem van ons eigen diepste individuele innerlijk niet kunnen horen. Behalve dat we de waarheid in onze eigen hart spreken, willen Gods loyale aanbidders ook voor de “God van waarheid” in het openbaar opkomen. Neem bijvoorbeeld Charles Taze Russell, de eerste president van het Wachttorengenootschap. Hij zei over de godslasterlijke leerstelling van het hellevuur dat als er zo'n verschrikkelijke plaats van vurige, eeuwige veroordeling bestond, die waarheid van de daken moest worden geschreeuwd, maar als het een verkeerde leerstelling was, moest de schande over Gods goede naam verwijderd worden. Uit Russells levensgeschiedenis blijkt dat zijn leven volledig gewijd was aan het onbevreesd opkomen voor de “God der waarheid”. Evenzo voelen vele mensen zich tot Jehovah’s Getuigen aangetrokken, doordat deze mensen onderscheiden dat Jehovah’s Getuigen uit liefde voor hun God graag opkomen voor waarheid. Hoe groot is onze liefde voor waarheid en Jehovah, de “God der waarheid”? Zoals op de officiële website van het Wachttorengenootschap te lezen is, "denken [Jehovah's Getuigen] er net zo over als de apostel Paulus toen hij onder inspiratie zei: „God worde waarachtig bevonden, ook al wordt ieder mens een leugenaar bevonden” (Romeinen 3:4, Nieuwe-Wereldvertaling)". Elke Jehovah’s Getuige denkt daarom misschien van zichzelf dat het wel in orde is met zijn of haar waarheidsliefde. Maar is dat ook werkelijk zo? Een doeltreffende toets hiervoor kan ons zelfkritisch vermogen als getuigen van Jehovah zijn. Is onze liefde voor waarheid werkelijk zo groot dat we zelfs wanneer het op de gang van zaken in onze organisatie aankomt ook eerlijk en zelfkritisch blijven, wanneer dat nodig blijkt? Zijn we het uit loyaliteit aan Jehovah dan nog steeds eens met Paulus uitspraak: „God worde waarachtig bevonden, ook al wordt ieder mens een leugenaar bevonden”? (Romeinen 3:4) Denk in dit verband maar eens aan de bijbelschrijvers. Hun zelfkritiek vormt een overtuigend bewijs van hun waarheidsliefde. Mozes, de schrijver van de eerste vijf bijbelboeken, spaarde zichzelf en wie hem dierbaar waren beslist niet. Hoewel hij de leider van de natie Israël, de middelaar van het Wetsverbond, een profeet en een rechter was, schreef hij over zijn eigen gebrek aan welsprekendheid dat hem naar zijn mening ongeschikt maakte om Israëls leider te zijn. Hij schreef dat hij ’plichtvergeten had gehandeld’ en daarom Israël niet het Beloofde Land mocht binnenleiden. Hij schreef over de afval van zijn broer, Aäron, die samen met de opstandige Israëlieten een gouden kalf maakte. Hij tekende eerlijk de opstand van zijn zuster Mirjam en haar vernederende straf op. Hij zweeg niet over het herhaaldelijke geklaag en gemurmureer van Gods eigen volk. Maar ook de overige bijbelschrijvers hebben het verkwikkend vermogen tot zelfkritiek en zelfreflectie. De fouten van andere prominente mensen uit Israëls geschiedenis en grote mannen des geloofs worden ook niet in de doofpot gestopt, zoals de fouten van het priesterlijke huis van Eli, de verdorvenheid van Samuëls zonen en de zonden en gezinsproblemen van koning David. Ook de afvalligheid van zijn zoon Salomo werd niet verhuld. De profeet Jona schreef over zijn eigen ongehoorzaamheid en de gevolgen ervan. De bijbel vertelt hoe Noach dronken werd, hoe de patriarch Juda betrekkingen had met een vrouw die hij voor een tempelprostituee hield, en dat Lot seksuele gemeenschap met zijn dochters had. Ook de christelijke schrijvers waren zeer openhartig. Alle vier de evangelieschrijvers onthulden Petrus verloochening van Christus. En Paulus vestigde de aandacht op Petrus ernstige fout in verband met een geloofsleer toen hij in de christelijke gemeente te Antiochië onderscheid maakte tussen joden en heidenen. Paulus vertelt over zijn vroegere zondige levenswandel, en er wordt vermeld dat Markus het zendingswerk in de steek liet. Het openhartige verslag verdoezelt niet het geruzie van de apostelen over wie de grootste onder hen was. De „scherpe uitbarsting van toorn” tussen Barnabas en Paulus wordt eveneens getrouw gedocumenteerd. De bijbel moet dus gewoon wel een boek van waarheid zijn. Zelfs wanneer personen die bekendstonden als dienstknechten van God betrokken raakten bij onjuiste daden, verbergt de bijbel dat niet. Deze openhartige, eerlijke verslagen sieren de heilige geschriften, en de zelfkritiek doet helemaal niets af aan de waarde ervan. Integendeel, het zelfkritisch vermogen van de bijbelschrijvers verhoogt ons respect en liefde voor de waarheidsgetrouwe uitspraken van onze God Jehovah. Het is duidelijk dat de geďnspireerde bijbelschrijvers genoeg liefde voor de waarheid hadden om uit loyaliteit aan Jehovah eerlijk en zelfkritisch naar zichzelf, hun volk en hun dierbaren te kijken. Daar kunnen we als getuigen van Jehovah in deze tijd beslist iets van leren. Waarom? Omdat - in tegenstelling tot de bijbelschrijvers - de zelfkritiek in de geschriften van “Gods hedendaagse zichtbare organisatie” meestal niet verder gaat dan het cliché dat ze ook onvolmaakt zijn en fouten hebben. We moeten helaas vaststellen dat in onze lectuur en op onze grote vergaderingen en congressen bijna nooit openlijk en zelfkritisch over de specifieke tekortkomingen en leerstellige dwalingen van onze organisatie wordt gesproken. Wanneer het Genootschap bijvoorbeeld een gewijzigde interpretatie van een bijbelprofetie in haar lectuur publiceert, is het dan te veel gevraagd om in zo'n artikel te erkennen dat de afgedankte interpretatie gewoon fout was? Het is voor welingelichte personen evident dat bepaalde houdingen, leringen en beleid van het Wachttorengenootschap voor vele broeders en zusters van ons een struikelblok vorm(d)en, en zij hierdoor beschadigd zijn. Onze redactie hecht eraan om dat hier openlijk toe te geven (verg. 1 Johannes 1:8-10). Waarom is het zo moeilijk om fouten toe te geven? Het artikel "Waarom een fout toegeven?" in de Wachttoren van 15 november 1993, pagina 30, zegt hierover:
Het artikel “Hoe verstandig het is openlijk uit te komen voor een fout” in de Ontwaakt! van 8 juni 1973, pagina 3-5, somt nog een aantal andere redenen op waarom dat zo moeilijk is:
Hetzelfde artikel geeft ook een aantal motiverende redenen waarom het verstandig is om fouten toe te geven. Het artikel vervolgt:
Kortom, voor geestelijk gezinde mensen redenen te over om fouten en dwalingen toe te geven. Maar de praktijk wijst uit dat organisaties vaak niet zitten te wachten op en public fouten toegeven. Volgens een artikel op Intermediair.nl deed Peter Verhoeven, oprichter van het organisatieadviesbureau Jonathan Associates, onlangs onderzoek voor zijn doctoraalscriptie naar het verschijnsel klokkenluiden. Over dat verschijnsel schreef hij het volgende: "Het doorbreken van de hiërarchische lijn in een organisatie lijkt per definitie een groter misdrijf dan het misdrijf dat een klokkenluider aan de kaak stelt." Verder merkte hij op dat klokkenluiders meestal uiterst loyaal tegenover hun organisatie staan. Ze werken veelal lang bij dezelfde werkgever. Ze zijn hoog opgeleid, hebben een hoog inkomen en presteren goed tot zeer goed in hun functie. Juist omdát ze zo betrokken zijn, trekken zij zich de misstanden ook zo aan. Datzelfde geldt min of meer ook voor onze Wachttorenorganisatie. Kritiek op het eigen nest vergt beslist moed, omdat met name dienende broeders hierdoor meteen in een verdedigende kramp schieten. Kritiek wordt namelijk als een bedreiging van onze eenheid en broederschap beschouwd, en daarom zou kritiek tegen elke prijs vermeden moeten worden. Hoewel onze redactie dat argument wel begrijpt, hebben onze redactieleden geconstateerd dat in de gemeenten van Jehovah's Getuigen deze intolerante houding ten opzichte van kritische geluiden een ander fenomeen in de hand gewerkt heeft: vele onbeantwoorde vragen en twijfels bij onze broeders en zusters waar ze met anderen niet openlijk over durven te spreken. Een broeder noemde dat eens het "nieuwe-kleren-van-de-keizer"-syndroom. Deze situatie vormt in de ogen van onze redactie eveneens een enorme bedreiging van onze eenheid en broederschap. Onbeantwoorde twijfel kan namelijk ons geloof en onze eenheid slopen als een stille kanker. Misschien is de uittocht van onze geliefde broeders en zusters - waar elders op deze site naar verwezen wordt - gedeeltelijk hieraan toe te schrijven. Het is onze innige wens dat de inhoud van deze site een bescheiden bijdrage levert bij het vinden van bijbelse antwoorden op twijfels die anderzins misschien onbeantwoord zouden blijven (zodra het Genootschap op cyberspace hiervoor een doeltreffende eigen voorziening treft, zal onze redactie direct de stekker uit deze website trekken). Hoewel Jehovah volgens de Psalmist (15:4) personen die 'eer bewijzen aan hen die Jehovah vrezen' (NWV) of die 'in ere houden wie Jehovah in ere houdt' (GNB) als 'gasten in zijn tent' uitnodigt, worden in de praktijk zelfkritische getuigen van Jehovah die loyaal opkomen voor de “God van waarheid”, helaas maar al te vaak door de dienende broeders met achterdocht bezien. En als zij geen berouw hebben van deze “doodzonde” lopen ze zelfs het risico uit de gemeenschap gesloten te worden. Ondanks deze dreiging is onze redactie van het nut van dit soort "loyaal-aan-Jehovah"-sites overtuigd, en houdt vast aan de gedachte dat in absolute zin alleen Jehovah heilig is. Vasthouden aan die gedachte helpt namelijk om kritisch naar onszelf te blijven kijken. Over al het andere buiten Jehovah om blijft dan discussie mogelijk. Door te accepteren dat alleen God heilig is, vermijden we het gevaar onze organisatie heilig te verklaren. Heilig verklaren betekent namelijk buiten de discussie plaatsen, afsluiten van bevraging en kritiek (zelfs Jehovah sloot zich niet af van bevraging door zijn loyale aanbidders, zoals bijvoorbeeld door Zijn loyale vriend Abraham - zie Genesis 18:22-33). En het is de vraag of afsluiten van bevraging wel zo vruchtbaar voor ons geloof is, omdat Jezus met de volgende onderzoekende vragen tot de kern van de zaak doordrong: "Hoe kunt u ooit tot geloof komen, als u eer van mensen zoekt en niet de eer die komt van de enige God?" en “waarom kijkt u naar de splinter in het oog van een ander, en merkt u de balk niet op in uw eigen oog?” - Johannes 5:44; Mattheüs 7:3 – Groot Nieuws Bijbel. |
This website is hosted for free by .
Get your own Free Website now!
|