Leven uit geloof
Een christen moet niet op zijn gevoel leven
Het algemene principe staat onder meer in 2 Kor. 5:7
"want wij wandelen in geloof en niet in aanschouwen."
Hier wordt aanschouwen tegenover geloof gesteld.
Aanschouwen, betekent zien, het staat voor de zintuigen waarmee
we dingen ervaren.
Als christenen behoren wij echter niet door "ervaren" te wandelen
maar door het geloof in de door God in de bijbel geopenbaarde feiten.
Een christen leeft door het geloof.
Het geloof in Gods woord, de feiten die daar staan, de beloften die
daar worden gegeven.
Daar steunt hij op, daar laat hij zich door leiden.
Gevoel op zich is niet verkeerd. Het is waardevol, het hoort bij ons
menszijn, zo heeft God ons gemaakt.
Gods Geest geeft ook allerlei gevoelens b.v. blijdschap (Gal. 5:22).
We kunnen echter niet op ons gevoel steunen en ons daar door laten
leiden omdat het gevoel onbetrouwbaar is.
Het gevoel wordt niet alleen door de Geest van God beïnvloed
maar ook door allerlei andere zaken, zoals b.v. de toestand van
ons lichaam.
Het gevoel bedriegt ons vaak.
Het gevoel zegt dan iets anders als de waarheid.
Het gevoel zegt dan iets anders als het woord van God.
Zo staat b.v. in de bijbel dat de Here God ons geenszins,
dat wil zeggen in geen enkel geval, zal begeven of verlaten.
Want Hij heeft gezegd:" Ik zal u geenszins begeven en u
geenszins verlaten" (Hebr. 13:5,6).
Toch kunnen we ons verlaten voelen, vooral in tijden van beproeving.
God lijkt ver weg, alles zit tegen, enzovoorts.
De waarheid is dat we ons wel verlaten kunnen voelen maar dat we
nooit verlaten kunnen zijn.
In dit geval is het gevoel van verlatenheid een leugen, want het is in
strijd met Gods woord.
Je moet dan tegen dat gevoel in gaan, er in geloof weerstand aan
bieden. Bijvoorbeeld door te bidden:
"Ik dank U dat U mij nooit zult begeven en verlaten.
Ik verwerp die gevoelens en gedachten die zeggen dat U me verlaten
hebt. Het zijn leugens.
Ik geloof wat uw woord zegt."
Zo moeten we het schild van het geloof ter hand nemen (Efeze 6:16)
door in geloof vast te houden aan het woord van God, desnoods tegen
ons gevoel, onze gedachten en "ervaringen" in.
We moeten weerstand bieden aan onware, leugenachtige, gevoelens
en gedachten.
Een treffende illustratie van hoe dat in de praktijk te doen, geeft de
Indiase evangelist Bakth Singh.
In één van zijn boeken vertelt hij hoe hij in het noorden van India,
onder grote ontberingen en vaak alleen, het evangelie aan het
uitdragen was in een zeer vijandige omgeving.
Een gevoel van ontmoediging overviel hem daarbij geregeld.
Hij liet zich daar echter niet door meeslepen.
Hij ging er door geloof tegen in.
In die situatie ging hij, zo vertelt hij, op zijn knieën en bad:
"Here ik dank U dat U nog steeds dezelfde bent en dat uw beloften
nog steeds dezelfde zijn."
Eén van de eerste lessen die we als christen moeten leren is dat we
niet op ons gevoel moeten leven.
Zolang we op ons gevoel leven zullen we niet of nauwelijks geestelijk
groeien.
Dan is er ook geen geestelijk ruggegraat als het moeilijk wordt,
als er strijd komt, als beproeving komt.
Het gevoel gaat op en neer en als we op gevoel leven dan zullen we
ook op en neer gaan.
Vele, vooral jonge christenen, leven onbewust vanuit de idee:
"Als ik het niet voel dan is het niet waar.
Als ik het niet voel dan heb ik het niet meer."
Waar baseren we b.v. de zekerheid dat we door God geliefd zijn op?
Doen we dat op het voelen, het ervaren, van die liefde, of rust die
zekerheid op het onveranderlijk
woord van God? Bij velen is het zo dat ze het alleen kunnen "geloven"
als ze het ervaren, als ze het voelen "diep in hun binnenste."
Daarom willen ze het steeds voelen en als ze het niet voelen zijn ze
van streek.
De oorzaak van deze houding is in feite ongeloof of kleingeloof.
Men heeft niet genoeg aan de verzekeringen uit Gods woord,
die in het geloof aanvaard moeten worden.
Men wil het ervaren in plaats van het te geloven.
In plaats van in geloof te gaan staan op de in de bijbel vermelde feiten
en beloften.
Het komt er op neer dat niet meer geloof, maar ervaren, het principe
is van waaruit men leeft.
Hoe weet ik dat God mij liefheeft?
Is dat omdat ik zijn liefde voel stromen, diep in mijn binnenste?
Het juiste en bijbelse antwoord is treffend geformuleerd in een bekend
Engels kinderliedje dat als volgt luidt:
"Jesus loves me this I know, for the bible tells me so."
"Ik weet dat Jezus van me houdt want dat staat in de bijbel."
Dat Jezus van mij houdt is daarom een feit.
En of ik dat op dit moment nu wel of niet voel of ervaar verandert
niets aan de waarheid van dat feit.
"Uw woord is de waarheid" (Johannes 17:17).
Zoals Gods woord het zegt zo is het.
Dat is het uitgangspunt.
Gelukkig doet de Here God ons ook vaak zijn liefde op allerlei wijzen
ervaren, maar dat is niet de grond voor onze zekerheid geliefd te zijn.
God heeft zijn liefde jegens ons bewezen.
En als iets bewezen is dan kunnen en mogen we daar
niet meer aan twijfelen.
"God echter bewijst zijn liefde jegens ons, doordat Christus,
toen wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is" (Rom. 5:8).
De Here Jezus had zoveel voor ons over dat Hij voor ons de moeilijke
weg van het kruis is gegaan.
En dat nog wel terwijl we het helemaal niet verdienden of het waard
waren.
Onverdiende goedheid, genade, onbegrijpelijke liefde.
Hoe kunnen we in het licht van dit vaststaande feit ooit twijfelen aan
Gods liefde jegens ons?
Hoe zal Hij, die zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard, maar voor ons allen
overgeven heeft, ons met Hem ook niet alle dingen schenken?
Een ieder die wandeltochten heeft gemaakt weet uit ervaring dat het
heel prettig is om onder begeleiding van een muziekcorps te marcheren.
Zonder begeleiding van de muziek gaat het zwaarder.
Toch moet je ook dan, zonder de muziek, blijven marcheren, wil je het
doel, dat is de eindstreep, halen. Zo is het ook in het geestelijk leven.
Als God gevoel geeft (als God je b.v. zijn liefde in je gevoel doet ervaren,
diepe gemeenschap met Hem, vreugde) dan is het veel makkelijker
marcheren, maar ook zonder de muziek, zonder dat gevoel, moeten
we blijven marcheren en God gehoorzamen.
Leven vanuit de Bron
Ieder gelovig mens verlangt naar een vruchtbaar en geestelijk gezond leven.
We hebben toegang tot kostbare schatten, die ons leven in alle opzichten kunnen verrijken.
We zouden de meest stabiele mensen van de wereld moeten zijn,
maar in de praktijk is dat vaak heel anders. Het lijkt soms wel of we
van de ene identiteitscrisis naar de andere gaan.
We worden overrompeld door allerlei methodes om gezegend te worden,
zodat we door de bomen het bos niet meer zien.
En intussen lopen we met een grote boog om het belangrijkste heen, namelijk:
wie wij werkelijk zijn. Want een waarachtig gezegend leven vindt zijn
basis niet in wat we allemaal doen, maar in wie we zijn.
Leven we vanuit een gezonde identiteit, dan volgt daarop een vruchtbaar en gezegend leven.
Maar hoe anders is vaak de realiteit.
We rennen van de ene samenkomst naar de andere, doen mee aan de vele aktiviteiten, enz.enz.,
we werken, we strijden; we doen alles uit liefde voor Hem en toch,
als een gebed eens niet verhoord wordt, of als we falen, kunnen we enorm teleurgesteld raken.
Dit kan zich uiten in een gevoel van onvermogen,
tekortschieten en zelfs tot twijfel aan onze eeuwige bestemming aan God.
Paulus zegt ook, dat al doen we nog zoveel, deze dingen geen enkel nut hebben,
als ze niet voortkomen uit de juiste bron.
Dus onze identiteit komt niet voort uit onze werken, maar uit de bron waaruit we putten.
Als we putten uit onze eigen bron, onze eigen liefde,
dan zal onze identiteit gaan wankelen, als we falen. En uiteindelijk zal de bron opdrogen.
Maar wat is dan het geheim, waarin onze identiteit geworteld moet zijn?In Openb. 2 staat een brief aan de gemeente te Efeze,
waarvan wij zouden zeggen: daar is 't geweldig.
Ze doen alles voor de Heer, dulden geen zonde in de gemeente,
ze hebben volharding, enz.enz., maar toch ontbreekt er iets.
Er staat, dat ze hun eerste liefde hebben verlaten.
En dat dat zo erg is, dat als ze zich daar niet van zouden bekeren,
God de kandelaar van hen zou wegnemen.
Maar ze deden toch zoveel voor de Heer??
Ja, maar ze deden 't niet meer uit Gods liefde.
In de grondtekst staat "agapè", de gevende liefde van God.
Dus het gaat hier niet om onze liefde naar God toe,
maar van Gods liefde naar ons toe.
Jezus noemt deze liefde een vorm van werken.
Het ontvangen van Gods liefde is onmisbaar in ons leven.
Hoe kunnen we er nu voor zorgen, dat deze liefde niet verdrongen wordt
door onze drang om uit onze eigen liefde voor God aan 't werk te gaan?
We moeten hiervoor in onze binnenkamer gaan en ons steeds
weer laten onderdompelen in Zijn liefde. Dan kunnen we tot zegen zijn voor anderen.
Dan doen we alles niet meer uit onze eigen liefde tot Hem,
maar krijgt Hij de gelegenheid om Zijn liefde door ons heen naar die ander te laten vloeien.
In die liefde moet onze identiteit liggen. Dat is de Bron waaruit we mogen putten.
Dan is het: niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij.
Dan hoeven we ons niet meer al die inspanningen te getroosten,
maar is 't Zijn liefde, die ons dringt.
Niet op een manier die we niet aankunnen, want Zijn juk is zacht en Zijn last is licht.Maar kunnen wij nog wel omgaan met die stilte van de binnenkamer?
Zijn we bereid om stil te zijn en Zijn liefde te ontvangen?
Niet zo af en toe, maar elke dag.
Zo'n relatie met God opbouwen in de binnenkamer,
waar geen eer van mensen te behalen valt,
maar waardoor je leven Gods liefde uitstraalt naar de mensen om je heen.
Dit is de eerste liefde: de tijd nemen om steeds weer Gods liefde
te ontvangen en vanuit die liefde te leven.
Als je je ervan bewust bent, dat je geliefd bent door de Vader,
dan wordt je identiteit gevoed uit de Bron van leven, die nooit opraakt.
Als we falen staat onze identiteit niet meer op z'n grondvesten te schudden.
Zo'n identiteit is niet afhankelijk van onze prestaties, maar van Gods prestatie, Zijn liefde.
Als al ons presteren wegvalt, blijft de liefde van God.
Aan ons de uitdaging om die liefde te ontvangen.
Als we vallen helpt God ons weer overeind.
Hij verwerpt ons niet, maar houdt onvoorwaardelijk van ons.
Het enige, dat van ons wordt verlangd is, dat we onszelf in Zijn armen overgeven.Laat 't niet gebeuren, dat Hij de kandelaar uit uw leven moet verwijderen,
omdat u de eerste liefde bent kwijtgeraakt. Maar laat Zijn liefde in uw leven toe.
Laat uw identiteit daarin vaststaan, dat u Zijn geliefd kind bent.
Dan weet u, dat alles Zijn werk is, door u heen.Het zou goed zijn om nog eens te lezen wat Efeze 2:1-11 hierover zegt.
![]()
Tien misverstanden over God
1. God is saai
Is God saai? Is het saai om een universum – inclusief hemel, aarde, zeeën, dieren en mensen te maken?
Is het saai om een volk uit te kiezen en daarmee de meest mooie en meest verschrikkelijke dingen te beleven?
Is het saai om mensen te helpen, om ze te redden van de dood?
Is het saai diezelfde mensen inzicht te geven in de zin van hun bestaan
en in de toekomst van hun leven en een intieme relatie met hen aan te gaan?
Niks saai. Weet je wat pas saai is? Vanuit je luie tv-stoel mompelen dat God saai is.
God maakt tenminste iets van het leven. Wie is hier nou saai?
2. God is weg
Heel wat mensen doen oprecht hun best om God te zoeken.
Maar het lijkt wel of Hij steeds net verdwijnt als ze bij Hem in de buurt komen.
‘God is zeker niet thuis’, denken ze dan. Maar in feite zijn vooral degenen die God op aarde vertegenwoordigen
(christenen) vaak niet thuis. Als iemand ze nodig heeft zijn ze druk met andere dingen, zoals zichzelf.
‘Dan is God niet belangrijk genoeg voor ze’, denken die mensen dan.
Als Christenen zich verstoppen, lijkt het wel Of God zich verstopt. Maar Hij wil juist gevonden worden. Door jou.
3. God is stil
‘Het gaat slecht met Nederland. Kerken lopen leeg en mensen leven zonder God.
Het lijkt wel of God niet meer van Zich laat horen’.
Dan wordt het toch hoog tijd met andere oren te gaan luisteren.
Juist in Nederland zijn heel veel mensen die (net als vroeger, maar soms op andere manieren) met God leven.
Er zijn tienduizenden jongeren die laten weten dat ze God kennen. God spreekt,
door Zijn Woord (de Bijbel) en door hen. Je moet ze alleen wel opzoeken (die Woorden en die mensen).
Anders blijft het inderdaad stil.
4. God is wreed
‘Als God liefde is, waarom is er dan zoveel ellende op de wereld?’
Dit is misschien wel het belangrijkste misverstand over God. Inderdaad, God is liefde.
Maar Hij heeft aan mensen verantwoordelijkheid gegeven.
Doordat wij God hebben verlaten, leven we in een tranendal, vol verschrikkingen
waarvan we de verbanden nooit zullen begrijpen. Bijvoorbeeld: Waarom sterven onschuldige mensen?
Waarom zijn er in Bangladesh altijd rampen en in Nederland bijna nooit?
Zulke vragen blijven overeind staan. En toch is God liefde.
Omdat Hij ons in dit alles Zijn reddende hand aanreikt.
Als je die vastgrijpt, ga je beseffen dat God aan alle ellende een eind zal maken … omdat Hij liefde is.
5. God is gezellig
Dit misverstand leeft vooral onder christenen.
Ze Hebben van God een soort knuffelbeer gemaakt, een gezellige makker voor de late uurtjes.
Dat beeld staat wel heel erg ver bij God vandaan.
Natuurlijk, God is liefde, Hij is warmte, Hij geeft nabijheid, Hij geeft kracht.
Maar Hij is ook rechtvaardig, toornig, streng en nauwkeurig.
Als je die eigenschappen van God uit het oog verliest, zal Hij de titel ‘gezellig’ nooit overstijgen.
En dan zul jij Hem nooit begrijpen.
6. God is onverschillig
Je kunt ook het idee hebben dat God niet om je geeft.
Je hoort wel vaak over Zijn liefde en nabijheid, maar ervaart daar nooit iets van.
Of je bent om één of andere reden zo beschadigd geraakt, dat je onmogelijk kunt aanvaarden
dat God werkelijk bewogen om jou is; dat Hij om je geeft.
Woorden van mensen kunnen je hierin niet verder helpen; woorden van God misschien wel.
Lees psalm 139 maar eens.
Zo is God.
7. God is klein
Een andere groep mensen lijkt nooit last te hebben van die ‘onverschilligheid van God.’
Dat zijn de gelovigen die God ‘helemaal’ begrijpen. Hij past precies in hun achterzak.
Ze springen met Hem over elke muur, lijken geen tegenslag toe te laten
en lopen bovendien met een welgelukzalige glimlach rond. Van buiten lijkt het heel wat.
Maar in feite missen die mensen wel heel veel.
Ze denken dat ze God begrijpen, maar hun beeld van Hem is veel te beperkt.
Als je gaat ontdekken wie God is, valt vooral Zijn grootheid op.
Hij is onvoorstelbaar groot, onvoorstelbaar God.
8. God is selectief
‘Jakob heb Ik lief gehad, maar Ezau heb Ik gehaat’, zegt God (Rom. 9:13). Is dat niet typisch voor Hem?
Als Hij je liefheeft, heb je mazzel, zoniet, dan ben je reddeloos verloren.
Dit is echt een groot mysterie in de Bijbel: God lijkt enerzijds iedereen de ruimte te geven
om Hem te ontmoeten (bv:Joh. 1:12), en anderzijds een keuze te maken.
Toch is het vooral onze wiskundige instelling die tot zo’n tegenstelling leidt.
De boodschap van de Bijbel is heel eenvoudig: als je in God gelooft, dan ben je Zijn kind.
Achteraf (zoals in Rom. 9:13) zal God de balans opmaken. Voor nu geldt dat God je neemt zoals je bent
en je uitnodigt op Hem te vertrouwen. Zonder voorwaarden. Zonder beperkingen.
9. God is vaag
Als je sommige programma’s op tv ziet, lijkt God inderdaad een vage macht.
Iedere zonderling heeft wel een pot wierook in z’n kamer staan om God mee te verheerlijken,
of een boom om tegenaan te praten. En zo houden we elkaar lekker bezig.
In werkelijkheid is God volstrekt duidelijk over wie Hij is.
Het veruit best verkochte boek aller tijden (de Bijbel) staat daar vol van.
En Hij heeft het ook bewezen; door zelf (in Jezus Christus) naar de aarde te komen en de dood te overwinnen.
Dat is niet vaag, dat is volstrekt duidelijk.
10. God is dood
Je bent wel een tikje ouderwets als je nog in deze achterhaalde uitspraak van de filosoof Friedrich Nietzsche gelooft.
Er is zelfs een grapje over gemaakt: ‘Een eeuw geleden zei Nietzsche: God is dood. Nu zegt God: Nietzsche is dood’.
God leeft, omdat Jezus leeft. In het Nieuwe Testament is te lezen dat honderden mensen zelf hebben meegemaakt
dat Hij de dood overwon. En miljoenen, miljarden mensen hebben er vervolgens van getuigd.
Jezus leeft. Laat daarover geen misverstanden bestaan.
Tekst: Constantijn Geluk
Ronduit magazine, april 2001
Tien Redenen om God te Prijzen (Efeziërs 1 : 3-14)
Het eerste hoofdstuk van de brief aan de Efeziërs beschrijft de zegeningen die God aan jouw
en alle gelovigen in Christus Jezus geeft.
Mogen deze tien redenen om God te prijzen dikwijls in je gedachten komen, als je er aan denkt wat God allemaal voor jouw gedaan heeft.
1. Omdat Hij Jou Gezegend Heeft met Allerlei Geestelijke Zegen
“Gezegend zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons met allerlei geestelijke zegen
in de hemelse gewesten gezegend heeft in Christus” (vs.3).
God houdt ervan om Zijn volk te zegenen. Omdat Zijn geestelijke zegeningen weggelegd zijn in de hemel,
zijn zij niet begrensd door onze handel en wandel op aarde. Zij zijn gebaseerd op Zijn karakter en plan voor jouw.
2. Omdat Hij Jou Heeft Uitgekozen
“Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren vóór de grondlegging der wereld,
opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor zijn aangezicht”(vs.4).
Geen Christen begrijpt waarom God hen uitverkoren heeft, maar in Zijn genade heeft Hij het gedaan.
Jij werd een deel van Zijn goddelijke plan vóórdat de wereld begon.
Doet deze genade je niet aansporen om Hem meer lief te hebben en voor Hem te leven.
3. Omdat Hij Jou Heeft Voorbestemd en Aangenomen
“In liefde heeft Hij ons tevoren ertoe bestemd als zonen van Hem te worden aangenomen door Jezus Christus,
naar het welbehagen van zijn wil”(vs.5).
Voorbestemd betekent “vooraf gekozen”. Gods Werk in jouw leven geeft de verzekering, dat Hij Zijn volmaakt plan
voor jouw leven zal vervullen- dat je bent aangenomen in Zijn Gezin.
Als je gelooft wat Jezus voor jouw gedaan heeft aan het Kruis, dan wordt je een zoon af dochter van de Levende God.
4. Omdat Hij Jou Heeft Verlost
“Tot lof van de heerlijkheid Zijner genade, waarmede Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde.
En in Hem hebben wij de verlossing door zijn bloed” (vs.6-7a).
God zond Zijn Zoon om de prijs te betalen, dat jouw zou terug kopen – om je vrij te maken uit de gevangenis
van het zondige geweten.De prijs die God betaald heeft is niet in zilver of goud, maar met het bloed van Zijn eigen Zoon
(1 Petrus 1:18-19). God heeft je vrijgemaakt!
5. Omdat Hij Jou Heeft Vergeven
“de vergeving van de overtredingen” (vs.7b).
Door het offer van Jezus, houdt God ons niet langer schuldig om de zonden, die jij gedaan hebt. Hij heeft al jouw zonden vergeven.
Dit betekent dat Hij niet langer aan één van je zonden (overtredingen) denkt. Jij bent onberispelijk voor Hem.
Je kunt verzekerd zijn van Zijn voortdurende vergeving vandaag …… en zelfs morgen.
6. Omdat Hij Jou Zijn Genade Overvloedig Heeft Bewezen
“naar de rijkdom zijner genade, welke Hij overvloedig heeft bewezen”(vs.8a).
Gods genade betekent “Zijn onverdiende gunst”. God geeft jou wat je niet verdient.
Jij bent gezegend met leven, adem en gemeenschap met Hem, en nog veel meer.
God verlangt ernaar om aan mensen genade te schenken, en wanneer Hij geeft, geeft Hij in overvloed en in buitengewoonheid.
7. Omdat Hij Jou het Geheimenis van Zijn Wil Laat Kennen
“in alle wijsheid en verstand, door ons het geheimenis van zijn wil te doen kennen, in overeenstemming
met het welbehagen, dat Hij Zich in Hem had voorgenomen, om, ter voorbereiding van de volheid der tijden,
al wat in de hemelen en op de aarde is onder één hoofd, dat is Christus, samen te vatten”(vs.8b-10).
Het geheimenis dat God openbaarde door Jezus is Zijn verlossingsplan.
God heeft ook Zijn verlangen bekent gemaakt, dat alle gelovigen verenigd zijn in één Lichaam, de Gemeente.
Er is geen verschil tussen man en vrouw, gebonden of vrij, Jood of Heiden. Wij zijn één in Christus.
8. Omdat Hij Voorzien Heeft in een Eeuwige Erfenis
“in Hem, in wie wij ook het erfdeel ontvangen hebben, waartoe wij tevoren bestemd waren krachtens
het voornemen van Hem, die in alles werkt naar de raad van Zijn wil, opdat wij zouden zijn tot lof Zijner heerlijkheid,
wij, die reeds tevoren onze hoop op Christus hadden gebouwd” (vs.10b-12).
Nu heeft God alles gegeven wat bij je verlossing behoort, met inbegrip van vrede met God en mede-erfgenaam met Christus.
In de toekomst zul je al de geestelijke zegen in de Hemel ontvangen. Deze gave is voor jou bestwil en Zijn Glorie.
9. Omdat Hij Jou Verzegeld Heeft in Christus
“In Hem zijt ook gij, nadat gij het woord de waarheid, het evangelie uwer behoudenis,
hebt gehoord; in Hem zijt gij, toen gij gelovig werd, ook verzegeld met de Heilige Geest der belofte” (vs.13).
God “verzegelde” of markeerde jouw als Zijn eigendom door de aanwezigheid van de Heilige Geest in jouw leven.
De verzegeling is een blijvende handeling die jouw de zekerheid geeft, dat jij een kind van God bent,
recht hebbende op Zijn rijkdom en goedheid.
10. Omdat Hij Jou Erfenis Bewaart
“[de Heilige Geest] die een onderpand is van onze erfenis, tot verlossing van het volk,
dat Hij Zich verworven heeft, tot lof zijner heerlijkheid” (vs.14).
De tegenwoordigheid van de Heilige Geest in jouw leven is een onderpand, een eerste betaling van de schatten
die voor jouw zijn weggelegd in de Hemel. Wanneer je naar de Hemel gaat, zul je temidden van God in Zijn volheid verkeren.
Er zal nog meer komen.
Wat een geweldige redenen om God te prijzen!
Spraakverwarring
Ook in christelijk nederland blijken we niet altijd dezelfde taal te spreken. In bepaalde kerkelijke kring wordt onder
"wedergeboorte" iets heel anders verstaan dan in een andere gemeente.
Ook over het Koninkrijk van God wordt verschillend gedacht.
Neem bijvoorbeeld de tekst: "Zoekt eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien
geschonken worden"`(Matth.6:33). Dit is de bekendste tekst over het Koninkrijk van God.
Het Koninkrijk van God is de plaats waar al onze noden worden opgelost. Alleen .... het is niet de héle waarheid!
Ondanks alle wonderen en tekenen blijken er toch veel problemen te blijven bestaan.
Het is zo, dat de duivel toch bij veel ijverige christenen kan binnenkomen.
Ondanks de gaven die ze hadden, en wonderen die ze meemaakten, kon hij toch mensen kapotmaken.
In veel plaatsen hebben té veel christenen té veel problemen waar niet naar wordt omgekeken.
Er zijn zaken waar wonderen, genezingen en bevrijdingen niet in voorzien.
Dat blijkt wel uit het feit dat in onze kringen, ondanks de fantastische getuigenissen,
nogal wat mensen vervallen tot rebellie, ontmoediging en immoraliteit.
Het is pijnlijk te ontdekken dat wonderen zelden leiden tot volwassenheid, dat genezingen niet leiden tot heiligheid,
en dat bevrijding niet automatisch leidt tot een gedisciplineerd leven.
En toch is dat wat God van ons wil: dat we in Hem tot volwassenheid, heiligheid en discipline komen.
Kunnen er dan wonderen gebeuren terwijl zonde en immoraliteit voortwoekeren? Het antwoord is: ja!
God bevestigt Zijn Woord en niet noodzakelijkerwijs de spreker.
Het probleem is dat het doen van een wonder iemand alleen maar heiliger maakt in onze ogen.
Petrus zegt in Handelingen 3: "Wat staart gij ons aan alsof dit wonder tot stand is gekomen door onze heiligheid?
Het komt door het geloof in die Naam dat het wonder heeft plaatsgevonden."
We zijn zo vaak gespits op het wonder, dat we er honderden kilometers voor kunnen rijden.
Nu is er niets mis met honger naar de bovennatuurlijke dingen van God, maar het is niet Gods doel om alleen
een demonstratie te geven van Zijn wonderwerkende kracht. Hij wil, dat wij eindelijk eens volwassen worden
en als christenen gaan leven.
Ook de man/vrouw met een bediening is maar een gewoon mens, die blootstaat aan dezelfde verleidingen als u en ik.
Wonderen van God zijn niet altijd een teken, dat God het in alles met onze levensstijl eens is.
Het heeft veel meer met de genade van God te maken dat er wonderen gebeuren.
God zegent veel zaken zonder het eens te zijn met de levensstijl van de betrokkenen. Zijn zegen is genade.
We verdienen geen wonderen, net zo min als dat we redding verdienen.
Matth.7:21-23: "Niet iedereen die zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk Gods binnengaan,
maar wie doet de wil van mijn Vader die in de hemel is (...).
Velen zullen op die dag zeggen: hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd en wonderen gedaan?
(...) en Ik zal zeggen: Ik heb u nooit gekend."
Eigenlijk zegt Jezus: "Het is niet het belangrijkste dat jullie profeteren, demonen uitdrijven en wonderen doen.
Belangrijker is of je Mij toestaat jou te kennen, zodat je geen geheimen meer voor mij hebt.
"Je kunt dus wonderen doen (door de kracht van geloof in het Woord) en tóch buiten Gods wil staan.
Want Hij wil jou kennen.
Het is daarom dat het Koninkrijk Gods niet alleen bestaat uit kracht, maar vooral uit rechtvaardigheid,
vrede en blijdschap door de Heilige Geest(zie Rom.14:17).
Het is niet: zoek eerst het Koninkrijk van God en Zijn wonderen, maar:
zoek eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid, en al het andere zal u worden toegeworpen.
Laat er geen spraakverwarring meer zijn over het doel van het Koninkrijk van God!Bron: Opw.
![]()
Verblijdt u in de Here....

Graag wil ik een tekst met u delen:
Filippenzen 4:4-8.
Verblijdt u in de Here te allen tijde! Wederom zal ik zeggen: Verblijdt u! Uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend.
De Here is nabij. Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. En de vrede Gods die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en gedachten behoeden in Christus Jezus.Hoe vaak worden we niet beheerst door verdriet, pijn en zorgen? En hoe dikwijls wordt daardoor de relatie met onze Hemelse Vader verstoord? Als we meer zien op al deze dingen, dan verliezen we Hem uit 't oog.
En als we niet oppassen gaan we met onze zorgen ten onder.In deze tekst lezen we wat we moeten doen als we het allemaal niet meer zien zitten. Het is zo gemakkelijk om op Hem te vertrouwen als alles voor de wind gaat, maar Hij vraagt van ons, dat Hij echt op de troon van ons hart mag zitten. Dat we Hem vertrouwen, ook al gaat er van alles mis. Hij heeft ons leven in Zijn hand en Hij wil Zijn weg gaan in ons leven. Maar dan moeten wij Hem wel de kans geven.
Zijn wij bereid om die weg van totale overgave en aanvaarding te gaan?
Alleen dan zullen we ontdekken wie Hij werkelijk is.
Een God van trouw, liefde en genade.
Weet dat als we denken dat Hij ons niet hoort, als de hemel van koper lijkt, dat dat altijd aan ons ligt. Omdat wij denken, dat onze weg God's weg moet zijn. Maar omdat Zijn weg onze weg moet zijn, wacht Hij, totdat wij weer bereid zijn om dat in te zien en dat te aanvaarden. Ook al gaat die weg langs paden die wij liever niet zouden bewandelen.
Toen ik deze tekst las werd ik er zo bij bepaald, dat dat eigenlijk het eerste is dat we nalaten als we in de problemen zitten. En toch zegt deze tekst zo duidelijk, dat we ons in Hem moeten verblijden te allen tijde! Het is eigenlijk een bevel, een opdracht. Een opdracht met een belofte: De Heer is nabij! En de vrede Gods!
Is dat niet geweldig? Mijn gebed is dan ook dat deze tekst gestalte zal krijgen in ons leven en dat we, ook in moeite en pijn ons zullen verblijden in onze Heer. Dan zullen we zien, dat Hij groter wordt en onze problemen zullen smelten als sneeuw voor de zon. Ze zijn er nog wel, maar ze beheersen ons leven niet meer.
Wederom zal ik zeggen: Verblijdt u!
![]()
Waarom grijpt God niet in???
Keer op keer vragen we ons af: hoe is 't mogelijk, dat zonde, boosheid,
oproer, geweld, verwoesting, moord, etc. etc.
steeds meer om zich heen grijpen en de wereld beheersen?
De duistere machten doen zich voor als beheersers van deze aarde
en hebben in de meeste volkeren de overwinning reeds behaald.
Het merendeel van de mensen leeft in angst en vrees voor al ' t verschrikkelijke dat nog komen gaat.
Hoe is dit toch mogelijk? Jezus kwam toch naar deze aarde om ons te verlossen van al het kwaad?
Waarom volgt dan de ene katastrofe op de andere, zijn er aardbevingen en andere natuurrampen
van ongewone omvang, oorlogen, nood van vluchtelingen, honger?
Waarom moeten zoveel mensen lijden? Waarom moeten zoveel christenen lijden terwille van Jezus?
Waarom grijpt God, die toch leeft en alle macht heeft, nu niet in? Hoe kan Hij dit allemaal toelaten?
Gods woord geeft ons het antwoord op al deze vragen. We lezen vaak: "Het moet aldus geschieden."
In Lucas 24:26 staat bijv.: "Moest de Christus dit niet lijden?"
Hij moest de weg gaan, die gekenmerkt werd door nederlagen. Jezus, de Rechtvaardige, moest ondervinden,
dat zonde en onrecht (en daarmee satan) de overwinning behaalden.
Tenslotte hing Hij aan 't kruis als Degene, die schijnbaar de nederlaag geleden had.
Waarom ging Jezus deze weg? Jezus zelf zegt daar telkens weer over:
"Hoe zouden dan de Schriften in vervulling gaan, die zeggen, dat het aldus moet geschieden?" (Matth.26:54)
En ook in Matth. 24:9 en Openb.13:7 lezen we waarom er strijd
en vervolging is en zal zijn: "Omdat het aldus moet geschieden."
Maar ook op ons "waarom moet het dan zo gaan?" geeft de Bijbel een antwoord.
Er ligt een diepe betekenis in: het plan van God voor de tijd waarin wij leven.
Dit plan leidt tot een heerlijk doel en is uit Gods liefdevolle hart voortgekomen.
We zullen het begrijpen, als we de weg van Jezus nog eens overdenken,
die Hij ons ten voorbeeld is gegaan. (1Petrus 2:21)
God zweeg, toen Jezus bad: "Vader, laat deze beker aan mij voorbijgaan,
maar niet mijn wil geschiede, maar de Uwe."
Wat een volkomen overgave zien we hierin! En toch zweeg God, Zijn Vader.
God greep niet in: toen Jezus voor ' t gerecht stond, gegeseld en bespot werd.
God greep niet in: toen Jezus als een misdadiger veroordeeld werd tot het kruis.
God greep niet in: toen Jezus bijna onder Zijn kruis bezweek,
toen Hij 't naar de plaats van de terechtstelling moest slepen.
God greep niet in: toen ze Jezus aan 't kruis spijkerden.
Wat moet het de Vader ontzettend veel pijn gedaan hebben.
Zelfs toen Jezus door Hem werd verlaten en riep: "Mijn God, mijn God,
waarom hebt Gij mij verlaten?" kon God niet ingrijpen,
want als Hij dat had gedaan, was de hele mensheid verloren gegaan en ten prooi gevallen aan satan.
En hetzelfde was gebeurd, als Jezus de weg niet tot het einde was gegaan.
Maar toen 't leek dat satan had gezegevierd, toen greep God in. De zon verloor haar schijnsel,
de aarde beefde en de rotsen scheurden. En ook het voorhangsel in de tempel scheurde,
van boven naar beneden, als teken, dat God weer bij de mensen was.
Toen Jezus riep: "het is volbracht", was Zijn overwinning een feit.
Omdat de liefde van de Vader en de liefde van de Zoon voor ons zo ontzettend groot was,
hebben ze dat grote offer kunnen volbrengen.
Zie je nu ook, hoeveel jij betekent voor God.
Hij wil je Vader zijn en je leiden, dwars door alle moeilijkheden heen.
De reden dat God nu zwijgt, is omdat Hij iets geweldigs tot stand wil brengen:
de voltooiing en vernieuwing van deze wereld.
Dat is Zijn heilsplan: de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, waarop gerechtigheid zal wonen.
Maar voordat ' t zover is, zal de zonde haar hoogtepunt moeten bereiken en zal het kwade nog toenemen.
In deze tijd worden de wegen gebaand voor het komende Rijk van God.
Kunnen wij dan wel volhouden als de beproeving over ons komt?
In Hebr. 12:2 staat hoe: Doordat we op Jezus zien, de Leidsman en voleinder van ons geloof,
Die ons op deze weg is voorgegaan. Hij zal ons er doorheen dragen. (Hebr.2:18)
De weg voor 't volgen van Jezus is de weg van 't kruis.
Een weg met veel strijd, maar met een heerlijk doel: de overwinning!
Dit alles geldt ook voor ons persoonlijk leven.
De strijd, verdriet, pijn, als het lijkt alsof de hemel van koper is, het is niet voor niets.
Als het Gods tijd is, zal Hij 't stilzwijgen verbreken en dan zul je zien,
dat alles meewerkt ten goede voor degenen die Hem liefhebben.
Wees je ervan bewust, dat God bezig is Zijn plan met jouw leven uit te voeren.
Door strijd heen tot overwinning!
Durf je het aan om al die vragen en waaroms los te laten en tegen Hem te zeggen:
"Heer, ik vertrouw op U!" ???
Geloven is…..
Geloven is niet afhankelijk van je gevoelens
maar het is een keuze, die je kunt maken met je verstand.
Geloven is niet je verschuilen achter je verleden
maar achter God, hij houdt heel jouw leven in Zijn Hand.
Geloven is niet God vergelijken met je aardse vader,
die dat misschien niet kon maar vertrouwen op jouw Hemelse Vader,
die je verlost van angst en pijn.
Geloven is niet afwachten of het jou misschien eens overkomt
maar een keuze die je zelf kunt maken, ook als het leven je heeft verwond.
Geloven is je overgeven aan een God die is te vertrouwen,
die je door dik en dun zal steunen en altijd van je zal blijven houden.
Geloven is opstaan en naar Jezus gaan
je rugzak bij het kruis leggen en in de vrijheid durven gaan staan.
Geloven is ook zeker weten: Jezus is niet dood, Hij leeft;
ik wil Hem volgen heel mijn leven, omdat Hij echte vrijheid geeft.
Een vrijheid die je in mag nemen, door Jezus voor jou behaald;
waarom zou je nog wachten? De prijs is al lang betaald!
Vertrouwen kwijt?
Stel uw vertrouwen op de Here. Dat is een zin die we allemaal wel kennen.
Maar… waarom is dat zo moeilijk?
Zoals het er staat, lijkt het net iets wat je vast kunt pakken in jezelf en aan iemand kunt geven.
Dat is ook wel een beetje zo.Alleen zijn er wat haken en ogen.
Want op 1 of andere manier is het moeilijk om je vertrouwen
altijd op God te stellen (je vertrouwen aan Hem te durven geven)
Als kind wordt je geboren bij ouders. Dat zijn vaak de eerste mensen die je vertrouwt.
Daarnaast kun je nog andere familie en vrienden hebben. Ook aan hen kun je je vertrouwen geven.
Het lijkt dus soms ook wel alsof je dus 10 vertrouwens hebten die verdeel je dan onder allerlei mensen.
Dan kom je op een leeftijd dat je vertrouwen wordt beschaamd.Degene die je dacht te vertrouwen blijkt
-in jouw ogen- niet te vertrouwen. Pas dan blijkt dat je vertrouwen iets heel kostbaars is.
Niet zomaar iets in je wat je weggeeft aan een ander, maar iets van je diepste wezen.
Een van de teerste plekjes in je hart. Je hebt er ook maar 1.
Want als het vanuit 1 kant beschadigd wordt, heb je meteen moeite om al die anderen ook nog te vertrouwen.
Zeker als blijkt dat er NOG iemand uit jouw rijtje -in jouw ogen- niet betrouwbaar blijkt.
Dan ontdek je hoe ontzettend pijnlijk het is alsje vertrouwen wordt beschaamd.
Dat voelt alsof er iets in je kapot wordt getrapt.
Een menselijke reactie is dan: ik ga nooit meer iemand vertrouwen.Dat is een soort besluit.
Dan leer je God beter kennen. En dan ontdekt je: ik zou eigenlijk mijn vertrouwen alleen in Zijn handen moeten leggen. Maar dat wist je niet toen je jong was. En die schade is al geleden.
En je hebt je vertrouwen heel goed weggestopt.Dan is het heel lastig om het toch weer tevoorschijn te halen
en nog een keer uit handen te geven.Je bent de eerste keer ZO teleurgesteld, dat je eigenlijk denkt:
IK WIL DAT NOOIT MEER VOELEN. En dan komt God en die zegt: Geef Mij je vertrouwen.
En dan wil je misschien nog wel, maar dan is het zo moeilijk.Soms zo moeilijk dat je denkt; ik kan dat niet.
Bang. Bang dat het toch weer beschadigd raakt. Of verder kapot wordt getrapt.
De bijbel zegt dat we ons vertrouwen op God moeten stellen en op Hem alleen.
Dat is niet voor niets.Je kunt eigenlijk niet op mensen vertrouwen.Alleen God is betrouwbaar en zal veilig met
je vertrouwen omgaan. Alleen bij Hem is je vertrouwen veilig.
Vertrouwen wat kapot is, is niet zo zeer een gedeukt iets.Het is meer dat er een flink stuk weg is.
Wat er afgebroken is, is weg. Je hebt dus nog maar een heel klein beetje.
Het moet weer aangroeien. God helpt daarbij. En het groeit het snelst als je dat kleine beetje wat je hebt aan God geeft.Of, beter, je kunt God vragen om naar jou toe te komen en dat hele kleine beetje wat je hebt in Zijn hand te nemen. Hij wil je daar graag in tegemoet komen.
God is goed. God is betrouwbaar. Hij zal je vertrouwen nooit beschamen.
Hij zal het juist doen genezen, dus opnieuw aangroeien!
Daarom zegt de bijbel: Stel uw vertrouwen op God.
Bij Hem is het WEL veilig. Omdat Hij het beste met ons voor heeft.
En Hij weet ook als enige wat het allerbeste voor ons is. Hij heeft de grootste liefde.
Voor jou.
Christus onze voorspraak.
"Wij hebben een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de Rechtvaardige". (1 Joh. 2:1)
Tweeërlei Parakleet.Het woord "Voorspraak" treffen we alleen in de eerste Johannes brief aan. Het is de Nederlandse vertaling van het Griekse "Parakleet", merkwaardig is echter, dat de Heiland hetzelfde gebruikt voor de Heilige Geest in Joh. 1:6, waar wij het vertaald vinden door "Trooster". De eigenlijke betekenis van het woord is in onze taal moeilijk weer te geven. We zouden nog het best kunnen spreken van "advocaat" of "zaakwaarnemer", zoals buitenlandse vertalingen dat ook inderdaad geven.
Overeenkomst.Wanneer het woord "Parakleet" zowel voor Christus als voor de Heilige Geest gebruikt wordt, mogen we een zekere overeenkomst verwachten. Dat is dan ook inderdaad het geval. Een advocaat behartigt de belangen van anderen. Hij wordt dus eigenlijk door een ander gezonden.
De Heilige Geest als Parakleet (Trooster).De Heilige Geest werd door de opgestane en verheerlijkte Heiland gezonden aan de gemeente. "De Heilige Geest was nog niet, overmits Jezus nog niet verheerlijkt was". (Joh. 7:39) "Indien Ik niet wegga, zo zal de Trooster tot U niet komen; maar indien Ik heenga, zo zal Ik Hem tot U zenden". (Joh. 16:7) We zouden dus kunnen zeggen dat de Heilige Geest de hemelse vertegenwoordiger op aarde is. Hij is van de Vader uitgegaan, (Joh. 15:26). Hij is door de verheerlijkte Heiland gezonden, (Joh. 15:26, Joh. 16:7), tot de Gemeente. De "Trooster" is de "Parakleet" van Christus. Die Zijn belangen bij de gelovige behartigt. Dat blijkt uit eigen uitspraken van de Here Jezus.
"Die zal van Mij getuigen". (Joh. 15:26) "Die zal Mij verheerlijken, want Hij zal uit het Mijne nemen, en zal het U verkondigen". (Joh. 16:14)
Het is de Heilige Geest, die het leven van Christus in de gelovige openbaar maakt (Gal. 5: 16, 25), en in hen de vrucht des Geestes teweegbrengt (Gal. 5:22), als zij opzien naar diens verheven Zender, de verheerlijkte Heiland, zittende aan Gods rechterhand en in Hem hun vertrouwen stellen.
Christus als de ParakleetWanneer wij echter spreken van Christus als de "Parakleet" (1 Joh. 2:1), dan zien we Hem als van ons uitgegaan tot de Vader, om onze belangen bij Hem te behartigen. Daartoe moest Hij eenmaal de broeders in alles gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en getrouw Hogepriester zou zijn voor ons, in de dingen die bij God te doen zijn. (Hebr. 2:17) "Want alle Hogepriester uit de mensen genomen, wordt gesteld voor de mens, in de zaken, die bij God te doen zijn." (Hebr. 5:1)
Zo komen wij dus tot de volgende conclusie: De Heilige Geest als Parakleet is door Christus gezonden van de hemel naar de aarde om Zijn belangen bij ons te behartigen. Christus, als Parakleet is van ons uitgegaan van de aarde naar de hemel, om onze belangen bij de Vader te behartigen.
In de Hebreeënbrief, waar de gelovigen als een "heilig volk" gezien worden, vonden wij Christus, in verband met de Oudtestamentische schaduwen, als onze Hogepriester, Die ons bij God vertegenwoordigt. In de 1e Johannesbrief, waar de gelovigen gezien worden als kinderen van God door de wedergeboorte, vinden wij Christus als onze Voorspraak, bij de Vader. (1 Joh. 2:1) Hier wordt de Christen gezien als een nieuwe schepping. Hij is uit God geboren. Een Christen is dus: tweemaal geboren.
Eenmaal uit zijn natuurlijke ouders. En op het ogenblik, toen hij geloofde in de Here Jezus als zijn Verlosser en Zaligmaker, " is hij door de Heilige Geest ook uit God geboren".
Daarom is de Christen ook: Tweeërlei natuur deelachtig: uit zijn eerste geboorte ontving hij de natuur van zijn ouders, dus een zondige natuur.
De apostel Paulus noemt deze natuur "vlees" en zegt: "Ik weet, dat in mij, dat is, in mijn vlees, geen goed woont". (Rom. 7:18) "Ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde". (Rom. 7:14)"Die in het vlees zijn, kunnen Gode niet behagen". (Rom. 8:8).
Dit zijn de conclusies, over een natuurlijk, dus niet-wedergeboren mens. Die jarenlang oprecht en met heilige bezieling gestreefd heeft om de wet van Mozes te volbrengen en zijn natuurlijke levensopenbaring in overeenstemming te brengen met de door God gestelde eisen. Al zijn pogingen zijn op een groot fiasco uitgelopen, zodat hij tenslotte over zichzelf maar tot één oordeel kon komen: "Ik, ellendig mens". (Rom. 7:24)Deze Paulinische ervaring, ons meegedeeld in Rom. 7, is een directe bevestiging van de woorden die de Heiland eens tot Nicodemus sprak: "Hetgeen uit het vlees is, dat is vlees" (Joh. 3:6)
Dat wil zeggen, zoals een appelboom uiteraard alleen maar appels kan voortbrengen, kan ook een zondaar (d.i. een natuurlijk mens) alleen maar zonden voortbrengen. Dit is een niet te veranderen feit, door God geconstateerd en in onze menselijke ervaring bewezen. Daarom is Rom. 3 een natuurgetrouw beeld van wat de mens krachtens zijn natuurlijke geboorte is; méér nog…het is een Goddelijke constatering van een niet te miskennen, vaststaand feit. "Er is niemand rechtvaardig, ook niet een. Er is niemand die verstandig is. Er is niemand, die God zoekt. Allen zijn zij afgeweken, tezamen zijn zij onnut geworden; er is niemand die goed doet, ook niet tot één toe". (Rom. 3:10, 11, 12).
Daarom zijn alle – dikwijls goedbedoelde pogingen om de menselijke natuur te verbeteren, te beschaven of te "kerstenen", of hoe men dat ook noemen moge, absoluut zinloos en hopeloos en een directe ontkenning van een Goddelijke mededeling.
Niettemin verspillen duizenden Christenen hun energie, om hun oude natuur te beteugelen, om zichzelf in een keurslijf te snoeren; om zichzelf te dwingen tot een leven dat zo goed mogelijk in overeenstemming is met de wet van Mozes. Of zij dwingen zich om te leven naar de normen, die men zichzelf gesteld heeft, of die de "Christelijke wereld" als maatstaf gegeven heeft.
Dergelijke Christenen leven in een betreurenswaardige toestand en missen alle werkelijke rust en blijdschap. Hun leven is een "vallen en opstaan". Hun innerlijke levenservaring wordt het best gekarakteriseerd door de woorden "strijd en nederlaag". Zij zijn met de oude mens, dus met zichzelf bezig, om dagelijks tot de ontdekking te komen dat in hun vlees geen goed woont. Dat hadden ze echter ook zonder strijd en inspanning al lang kunnen weten, als zij het Woord Gods geloofd hadden. (Rom. 7:14, 18, 24; Rom. 8:8, Rom. 3)
Gods oordeel over onze oude natuur.
Wat onze oude natuur betreft, stond God slechts één ding te doen: namelijk die te oordelen. En dat heeft Hij gedaan in Christus aan het kruis te Golgotha. "Want Dien, Die geen zonde gekend, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem". (2 Cor. 5:21).
God heeft onze oude mens gevonnist in de Persoon van Jezus Christus. Op Golgotha werd het vonnis – uitgesproken over onze oude menselijke natuur – voltrokken in onze dierbare Heiland. De Zondeloze, de Heilige, werd door God tot zondaar gemaakt, opdat aan Hem het Goddelijk oordeel over de mens zou uitgevoerd worden. Zodra wij Christus erkend hebben als onze Middelaar en Verlosser, zijn wij in Gods ogen gekruisigd, gestorven en begraven. Dan is het voor God, alsof het oordeel dat Christus gedragen heeft, op ons is toegepast. Daarom stelt de apostel Paulus van alle gelovigen vast: "Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood". (Rom. 6:4)" …..dit wetende dat de oude mens met Hem gekruisigd is". (Rom. 6:6) "Ik ben met Christus gekruisigd".
(Gal. 2:20).Voor God heeft onze oude mens opgehouden te bestaan. Hij houdt zich niet meer bezig met onze oude mens. Dat is voor Hem geëindigd aan het kruis van Golgotha.
Hij verwacht daarom ook van ons – in plaats van nog te strijden en onszelf te verbeteren – dat wij Zijn vonnis zullen aanvaarden en geloven, dat wij met Christus gestorven en begraven zijn. De Schrift zegt dan ook: "Alzo ook gijlieden, houdt het daarvoor, dat gij der zonde dood zijt". (Rom. 6:11)
Ook hier geldt het weer om met terzijdestelling van alle eigen gevoelens en ervaring, eenvoudig te geloven wat God zegt. Dan zullen wij ophouden met strijden, streven, werken en zuchten om toch telkens weer teleurgesteld te worden. Gaan we daarmee toch door, dan ontkennen wij het werk van Christus, zijn wij dus "vijanden van het kruis van Christus", en dat tot onze eigen schade in dit leven en daarom ook in het hiernamaals.
Onze nieuwe natuur.Wat onze oude natuur betreft, die we ontvingen krachtens onze natuurlijke geboorte, daarmee heeft God dus volkomen afgerekend. Maar toen we geloofden in Jezus Christus, werden wij wedergeboren, d.w.z. "uit God geboren". Op grond van deze geboorte zijn wij "der Goddelijke natuur" deelachtig geworden. (2 Petr. 1:4) In tegenstelling met de menselijke natuur kán deze Goddelijke natuur niet zondigen. "Een iegelijk die uit God geboren is (d.i. de nieuwe mens) doet de zonde niet,…; hij kan niet zondigen, want hij is uit God geboren". (1 Joh. 3:9).
Wanneer wij deze woorden lezen, zij er nogmaals op gewezen, dat de Christen in de Johannes brief met de ogen Gods gezien wordt.
De oude mens is gestorven en begraven met Christus. Hij is een "nieuwe schepping" geworden. (2 Cor. 5:17), en een "nieuwe mens, geschapen in ware rechtvaardigheid en heiligheid". (Ef. 4:24)Dit nieuwe, uit God geboren leven, kunnen wij niet zelf openbaar maken. Dus niet langs de weg van energie of inspanning worden de Goddelijke eigenschappen van de nieuwe mens openbaar. Dat is het werk van de Heilige Geest, Die dit doet, naarmate wij uit het geloof leven. Zoals een zondaar moet geloven in Jezus Christus om het eeuwige leven te ontvangen, evenzo moet ook de Christen geloven in Christus, opdat dit nieuwe leven in hem openbaar worde. En evenmin als de zondaar door strijd en inspanning het eeuwige leven kan verwerven, kan de Christen dit leven via strijd, inspanning, enz. openbaar maken. Het één zowel als het ander is werk van de Heilige Geest, als resultaat van het volbrachte werk van Christus. "Indien wij door de Geest leven zo laat ons ook door de Geest wandelen".
(Gal. 5:25)Evenwel is er dit fundamentele onderscheid. Een zondaar word verzoend door een gekruisigde en gestorven Heiland ( "Jezus Christus, en Die gekruisigd"). Een Christen gelooft in Diezelfde Heiland, Die, nadat Hij gestorven en begraven is, ook is opgewekt, en thans leeft, verheerlijkt aan Gods rechterhand, ten behoeve van ons, opdat het nieuwe leven in hem openbaar worde door de Heilige Geest. Dat is waar de apostel op doelt in Rom. 5:10: "Want indien wij vijanden zijnde, met God verzoend zijn door de dood zijns Zoons, veel meer zullen wij, verzoend zijnde, behouden worden door Zijn leven".
Alsof hij wil zeggen, indien de dood van Christus ons de geweldige zegeningen van zondevergeving gebracht heeft, hoeveel te meer moet voor ons dan wel het leven van Christus betekenen. In Rom. 8 zegt hij hetzelfde: "Christus is het, Die gestorven is, Ja, WAT MEER IS, Die ook opgewekt is, die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons bidt". (Rom. 8:34) De opstanding van Christus bracht ons eeuwig leven. Zijn leven maakt dat eeuwig leven openbaar. "Ik leef en gij zult leven". (Joh. 14:19) Beide zegeningen worden ons deel alleen door het geloof. "Gelijk gij dan Christus Jezus, de Here, hebt aangenomen (door het geloof), wandelt alzo in Hem" (eveneens door het geloof) (Col. 2:6) "Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven". ( Hebr. 10:38 )
Een Christen behoeft dus slechts te vertrouwen in, en op te zien naar, de levende, opgewekte en verheerlijkte Heiland. Het is de Heilige Geest, die dan Zijn leven in ons openbaar maakt, zodat ons leven aan Christus gelijkvormig wordt en wij met Paulus kunnen zeggen: "Het leven is mij Christus". (Phil. 1:21) Liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid enz. welke eigenschappen van Christus zijn, worden dan ook openbaar in als, als vrucht des Geestes. (Gal. 5:22 ) "Die in Mij blijft, zal veel vrucht dragen". ( Joh. 15:5).
"Die zegt, dat hij in Hem blijft, die moet ook alzo wandelen, gelijk Hij gewandeld heeft". ( 1 Joh. 2:6 )
Het geheim van een gelukkig en vruchtbaar leven, vol van rust en vrede, voor de Christen, wordt door de apostel Paulus zo klaar en duidelijk gedefinieerd in de woorden: Ik ben met Christus gekruisigd, en ik leef, doch niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik DOOR HET GELOOF des Zoons van God, Die mij liefgehad heeft, en Zichzelf voor mij heeft overgegeven. (Gal. 2:20)
Vijandelijke machten.Wij dienen echter te bedenken, dat, hoewel een christen een nieuwe schepping is, het nieuwe leven nooit ten volle in hem openbaar wordt, omdat zijn geloofsopenbaring nooit volkomen is. En wel hierdoor, dat waar zijn geest en ziel wel verlost zijn, is zijn lichaam nog niet verlost. Hij bezit deze schat nog in een "aarden vat". Hierdoor is het mogelijk dat vijandelijke machten op hem inwerken. De Bijbel noemt ons minstens drie vijanden: In de eerste plaats onze "oude mens", die zolang wij nog in het lichaam zijn, in ons aanwezig is, en telkens weer tracht zichzelf te openbaren. De tweede vijand is Satan, die rondgaat als een briesende leeuw, zoekende wie hij zou mogen verslinden.
Ten slotte leven wij nog in een Godvijandige wereld, die ons uit Zijn gemeenschap tracht te rukken. Zo lang een gelovige aan deze vijandelijke machten bloot staat, dus zolang hij nog in dit lichaam is, kan hij zondigen, en zondigt hij dan ook en blijven fouten en tekortkomingen zijn oude mens aankleven.
Onder Gods controle.Daarom wil God ons onder Zijn controle houden. Helaas zijn er vele gelovigen die Hem daartoe geen gelegenheid geven. Zij zondigen en blijven met een zonde-probleem rondlopen en ontrekken zich aan het licht en de gemeenschap van God, tot schade van hun eigen zielenleven. Wanneer wij het eerste hoofdstuk van de eerste Johannes-brief nauwkeurig lezen, vinden wij daar dan ook twee klassen van gelovigen.
1e. "Die in de duisternis wandelen" (v. 6)
Dat zijn gelovigen, die als zij gezondigd hebben, daarmee blijven voortlopen, en zich onttrekken aan Gods liefde en opbouw.
2e. "Die in het licht wandelen" (v.7)
Sommigen menen, dat hiermee bedoeld wordt, dat wij heilig en zondeloos leven zouden.
Integendeel, maar God verwacht van ons, dat wij met al onze fouten en tekortkomingen op Zijn Woord vertrouwen., Wanneer wij dagelijks zo voor Zijn aangezicht leven, in Zijn licht wandelen, openstaan voor Zijn Woord en daarnaar luisteren, groeien wij op in kennis en genade van onze Heer en Heiland. Tot hen, "die in het licht wandelen" wordt gezegd: "Maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, zo hebben wij gemeenschap met elkander, en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde." (1 Joh. 1:7) Dit betekent niet, dat het bloed van Christus telkens weer op de gelovigen moet worden toegepast, als hij gezondigd heeft. Integendeel, dat zou in lijnrechte tegenspraak zijn met andere Schriftgedeelten. "Want door één offerande heeft Hij in eeuwigheid volmaakt, degene die geheiligd worden".(Hebr. 10:14)
Dit is een fundamentele waarheid, die in het bijzonder naar voren gebracht wordt in Hebr. 9 en 10. Hier ligt juist het verschil tussen Oud- en Nieuwtestamentisch Priesterschap. Maar de apostel Johannes spreekt in 1 Joh. 1:7 over de algenoegzaamheid en de macht van het bloed van Christus. Het karakter van het bloed is, dat het reinigt van alle zonde. Hoe zondig, hoe bezoedeld we ook mogen zijn, juist op grond van de macht van het bloed van Christus, éénmaal gestort, kunnen wij, zondaren als we zijn, in het "licht wandelen". Daarom kunnen wij in Gods gemeenschap leven en hebben wij altijd vrije toegang tot het heiligdom. (Hebr. 10:19) Als wij zondigen, is God daarover niet teleurgesteld, omdat Hij wist wie we waren, toen Hij ons redde en alle zonden, ook die wij deden en nog zullen doen na onze behoudenis, gelegd heeft op Christus. Ook de Christen hoeft daarom, als hij zondigt, niet verontrust te zijn.
Dankzij het bloed van Christus blijft de gemeenschap met God altijd voor hem open. En bovendien: "Indien iemand gezondigd heeft (eigenlijk; terwijl iemand zondigt), wij hebben een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de Rechtvaardige". (1 Joh. 2:1) Op het moment, dat hij zondigt, is het Jezus Christus, gezeten aan de Gods rechterhand, die, als Zijn voorspraak, tussenbeide komt en God als 't ware herinnert, dat Hij met Zijn bloed ook voor deze zonde eenmaal betaald heeft. Daarom komt God niet met oordelen en verwijten. Onmiddellijk is dan alles in orde en is er niets meer dat aan onze gemeenschap als kind met de Hemelse Vader afbreuk kan doen.
Want: "Indien wij onze zonden belijden Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve en reinige van alle ongerechtigheid". ( 1 Joh. 1:9 )
Overgenomen uit: Band des vredes, Febr. 1946 Jb. K.H.
MIJN ZIEL VINDT ZIJN RUST BIJ GOD!
|
Handelingen
Het leven van de eerste gemeente
43 De vele tekenen en wonderen die de apostelen verrichtten, vervulden iedereen met ontzag. 44 Allen die het geloof hadden aanvaard, bleven bijeen en hadden alles gemeenschappelijk. 45 Ze verkochten al hun bezittingen en verdeelden de opbrengst onder degenen die iets nodig hadden. 46 Elke dag kwamen ze trouw en eensgezind samen in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde. 47 Ze loofden God en stonden in de gunst bij het hele volk. De Heer breidde hun aantal dagelijks uit met mensen die gered wilden worden. De wortel van àlle kwaad TROTS!
Als we in èèn zin moeten samenvatten, wat het verschil is tussen God & satan, dan krijg je de volgende definitie: God is liefdevol, nederig, en zet ons vrij! Satan is hoogmoedig en bindt ons! Wij allemaal, geen èèn uitgezonderd, zijn geboren in de zondeval. Veel mensen begrijpen niet, zijn er niet van doordrongen, hòe diep zondig, hòe ver we af zijn, van wat God van ons vraagt, om Zijn Zoon door ons heen te laten breken….. Want de strijd ligt namelijk tussen deze twee punten: Nederigheid - zelfverloochening & Trots – zelfpromotie. Elke ziel op de wereld, gelovig of ongelovig, weet waar hij vandaan komt! De ziel weet dat hij geschapen is door de Maker, door God! En deze ziel in ons, is onrustig, de ziel zoekt naar GOD! De ongelovige mens, wil deze onrust tot zwijgen brengen, door middel van: - Het hebben van materie; Het kopen en najagen van mooie spullen. - Verslavingen; roken, drugs, sex, drank, gokken. - De lat steeds hoger te leggen in het spanning zoeken, en uitdagingen aangaan. - Ergens bij willen gaan horen om zich met de groep te kunnen identificeren De gelovige mens, die al wel een keus heeft gemaakt om God te volgen, maar niet voor de volle 100% ervaart diezelfde onrust, een soort pijn in het hart, en de gelovige mens gaat proberen deze onrust, deze zeurende pijn, te voeden, te verzachten door ergens bij te mogen gaan horen….en zich dan ook met de groep, de kerk/gemeente te gaan identificeren. En zeer zeker met een leiding gevend persoon! Een ietwat krachtiger ziel, doet hetzelfde maar omgekeerd, hij/zij zoekt mensen en situaties die hem/haar aanzien geven en verhogen! Beide groepen, gelovig of ongelovig, sterk (leiders) zwakker (volgelingen) brengen hun ziel niet bij God, maar willen buiten Hem om, RUST vinden. En de wortel daarvan is: TROTS! Niet willen buigen voor GOD! Op dit moment is de Heer bezig om herstel te brengen in Zijn Bruid, Zijn kinderen. Er komen veel mensen verwond de kerken en gemeenten uit, ze zijn zich niet meer bewust van wie ze zelf zijn, zien het niet meer zitten, zijn moe, platgeslagen, en gewoon simpel gezegd diep verwond! Er is een pyramide cultuur geweest in onze groepen, gemeenten, en kerken. Leiders, ( zij wisten alles en waren onaantastbaar, en zeer hoog verheven) en baby christenen, ( zij wisten niets, hadden bij alles altijd hulp nodig, en waren eigenlijk niets) Deze twee groepen leunden tegen elkaar, het systeem hield zichzelf in stand! Als we nu eens onder de loep nemen, wat er eigenlijk gebeurt dan komen we tot de volgende conclusie: Een mens die geen eigenwaarde heeft, zichzelf niet lief heeft, zal het altijd zoeken in die ander…. We denken dat we onszelf lief hebben, maar deze liefde is vaak gestoeld op liefde voor ons zelf zoals we zouden willen zijn! ( Zoals die ander) Hij of zij vindt zijn of haar bevestiging in een groep, leider, hoogverheven figuur. Maar de wortel, hoe gek dit ook klinkt is: TROTS! Men is ten diepste niet tevreden over en met zichzelf! Men wil lijken op: vul maar een naam in! Men verbindt zich ook vaak als partners aan dergelijke grote bedieningen, de grote namen worden hun grote voorbeeld hun afgod…en men wil op hem of haar lijken. En men zoekt het niet bij GOD! Hoe kan dit nu? Wat is het toch dat dit keer op keer gebeurt? Omdat de mens dieper dan hij zichzelf beseft, besmet is met de vloek van de zondeval….TROTS…. Satan wilde hoger zijn dan God, en deze vloek die op ons ligt, willen wij niet onderkennen, maar we voeden deze juist, door het te gaan zoeken in groepen, en in anderen! Daardoor komen we hoe langer hoe verder van God af, en geven we deze verdorven weg door aan de volgende generatie. Laten we eerst het systeem eens nader bekijken: We zoeken een gemeente, want we willen ergens bij horen, .1 – deze eerste belangrijke stap wordt vaak al zonder God zelf genomen, en ook al vanuit een verkeerd motief. Er wordt niet een gemeente gezocht om God te dienen, maar om ergens bij te horen…. Als we ergens binnen komen, worden we warm verwelkomt, er is aandacht, er wordt naar je geluisterd, kortom, de verwonde ziel, voelt zich opgenomen in een sfeer van liefde! De eerste tijd suddert dit proces een beetje door, en de persoon opzoek naar GOD ( de ziel zoekt zijn maker) ervaart steeds meer een gevoel van thuis te zijn gekomen….. En opent zichzelf ook meer en meer in groter wordend vertrouwen…. Onderwijl wordt de zoekende ziel, steeds verder afgebroken, want vanuit de “liefdevolle zorg,” worden er heel veel zaken ontdekt bij de zoekende ziel, en hij of zij is nog meer verwond, dan dat men al van zich zelf had gedacht…..in ronde bewoording: Er wordt niet gebouwd aan eigenwaarde, nee, men wordt gestript tot op het bot, om nog kleiner en afhankelijker te worden….van….( vul zelf maar in) Maar dan plots, gebeurt het:
KOSTBAAR!
psalm 57: 9 Ik ga de dageraad wekken
|
Blijven zien op Hem
Als we de Klaagliederen lezen komen we onszelf tegen.
Het is, zolang de persoon in kwestie ziet op zijn omstandigheden, één en al kommer en kwel.
In Klaagliederen 3:18 gaat hij zelfs zover, dat hij zegt:
"Ik dacht: vergaan is mijn kracht, vervlogen mijn hoop op de Here."Misschien bent u ook weleens , of misschien nú, op dat punt aangeland, dat u zegt: "Ik zie het allemaal niet meer zitten.
Hij is alsof God mij niet hoort, ja, alsof Hij zich helemaal niet meer met mij bemoeit."
Problemen in gezin, huwelijk, werk, financiële problemen en vult u zelf maar in, hebben je hoop op God doen verdwijnen.
Dat is het gevolg als je niet in geloof op Hem blijft zien die zó groot en machtig is, dat
Hij je uit al die ellende kan redden, op Zijn tijd.In vers 37, 38 en 39 staat: Wie is het, die spreekt en het is er, wanneer de Here het niet gebied? Komt niet uit de mond des Allerhoogsten het kwade en het goede?
Wat klaagt dan een mens in het leven! Ieder klage over zijn zonde.Alles, maar dan ook alles komt van de Allerhoogste.
Waarom zouden we dan als het tegenzit gaan klagen i.p.v. op te zien en ons neer te buigen voor Hem, die alles in Zijn hand heeft?!
Als we dan doen komt er namelijk weer hoop (vers 21) en ga je zien wat vers 22, 23 en 24 zegt:
"Het zijn de gunstbewijzen des Heren, dat wij niet omgekomen zijn, want Zijn barmhartigheden houden niet op, elke morgen zijn zij nieuw, groot is Uw trouw!
Mijn ziel zegt: Mijn deel is de Here, daarom zal ik op Hem hopen."
En ook de verzen 25, 26 : "God is de Here voor wie Hem verwachten,
voor de ziel die Hem zoekt; goed is het in stilheid te wachten op het heil des Heren;We zien hier, dat zijn vervlogen hoop is veranderd in het opnieuw van Hem verwachten en het geloof dat God een keer zal brengen in zijn lot. De omstandigheden zijn(nog) niet veranderd, maar hij beseft weer wie God is en dat die geweldige God zich wel degelijk met hem bemoeit. Ja, naar Hem omziet en zegt: vreest niet.
Als wij, temidden van onze ellende, ons gaan oprichten (misschien zonden belijden) en het van God gaan verwachten, dan verandert ons klagen in verwachting en geloof, dat Hij álle dingen zal doen medewerken ten goede, voor wie Hem liefhebben en dat Hij ons uit onze problemen zal uitredden. Op Zijn tijd!
Soms is het nodig dat wij door een moeilijke periode heengaan, maar God doet dit niet om ons te tergen (vers 31, 32 en 33).
Hij doet dit om ons te leren om ondanks alles op Hem te blijven zien en Hem volkomen te vertrouwen.
Deze leerschool is niet bepaald prettig, maar uiteindelijk komen we er sterker uit tevoorschijn en kunnen we het leven weer aan, omdat we beseffen dat Hij alles bestuurt.Gods zegen.
![]()
Gedachten ....
Kijk vaak in uw hart, waarmee het bezig is en welke gedachten erin werken. Roep die gedachten tot verantwoording. Onderzoek wat ze doen en wat ze willen, waar ze vandaan komen en waarheen ze u willen leiden.
David vroeg aan zijn ziel waarom deze onrustige gedachten koesterde (Psalm 42:12). Vraag aan uw hart waarom zo’n slecht gezelschap van boze gedachten onthaald wordt en op wiens gezag ze komen. Bestraf ze, totdat ze wegvluchten.
Toets iedere gedachte aan het Woord van God. Asaf had nijdige gedachten over de voorspoed der goddelozen. Zijn voeten waren bijna uitgeweken. Dit leidde bij hem bijna tot het loochenen van God, alsof God er niet zo erg op lette of Zijn geboden al dan niet gehouden werden; alsof God de schakel tussen gehoorzaamheid en beloning verbroken had. Alsof de overtreding van Gods wetten het geschiktste middel was om gunstig beloond te worden. Immers, zegt Asaf, heb ik tevergeefs mijn hart gezuiverd.
Toen hij de zaken echter in de weegschaal van het heiligdom gewogen had met de heilige regels van Gods verdraagzaamheid, zag hij het onredelijke van zijn vorige gedachten. „Toen was ik onvernuftig en wist niets, ik was een groot beest bij U.”
Stephen Charnock, predikant te Londen (”God verzoent de wet”, 1757)