index
Geschiedkundig overzicht van die stad en hare bewoners, door J.J. Steyaert
Beschryving der stad Gend (1)
GENT - Op eene beknopte maer zaekryke wyze" een beschrijving geven van de merkwaardigste gebouwen in Gent "die aldaer zoo talryk bestaen". Dat was het doel van Judocus Steyaert (1799-1858), hoofdonderwijzer van de stedelijke armenschool, gevestigd in Sint-Jan-in-de-Olie, toen hij in 1838 zijn eerste "Beschryving van Gent" publiceerde.
Dit boekje was aanvankelijk enkel voor zijn leerlingen bestemd, maar op aandringen van enkele vrienden ging hij tot publicatie over. In het eerste hoofdstuk gaf Sleyaert een algemeen overzicht ,van de stad, in de volgende kwamen de vijf wijken alsook een reeks beroemde Gentenaars aan de beurt.
In 1847 zorgde Steyaert voor een "Beknopte Beschryving van Gend" en in 1857 voor een "Volledige Beschryving van Gend". Deze grondige herwerkte editie werd, versierd met gravures van Charles Onghenae. Stadsarchivaris, Prudens Van Duyse noemde "den eersten druk onzer Beschryving zeer goed, en dezen, honderd ten honderd beter". Meer dan honderd jaar later hebben deze boeken nog steeds hun waarde behouden en worden ze met vrucht geraadpleegd door iedereen die zich voor de geschiedenis van Gent, interesseert. Omdat. het nog steeds boeiend is te lezen hoe een stadsgenoot in de vorige eeuw dacht over Gent-en, zijn medeburgers geven we in enkele afleveringen Steyaerts algemene beschouwingen, enigszins ingekort, vooral inzake de geschiedenis van Gent
Voor de illustratie deden we een, beroep op "Oud-Vlaenderen , een reeks van 120 schetsen die in 1906 door Armand Heins gepubliceerd werd, opgezet als een vademecum van Gentse architectuur ("presque inconnue et cepepdant si digne d'être étudiée, á l'égale de celle de Bruges") . Heins,inspireerde zich daarbij in hoofdzaak op de atlas Goetghebuer en koos, vooral stadsgezicht.en die het slachtoffer werden van de grootschalige urbanisatiedrift van de jaren. 1880. (DAL)
Merkweerdige gebouwen, gestichten en maetschappyen
De stad Gend (in het fransch Ganda of Gandavum genoemd), is eene der grootste, schoonste en belangrykste steden van Belgie. Gend, weleer de hoofdstad van het ryke, magtige en wereldberoemde graefschap Vlaenderen, en thans die, van zyn beste gedeelte, de provintie Oost-Vlaenderen, is als zoodanig de verblyfplacts van den Gouverneur dier provintie, de zetel des Bisschops en van een hof van appel. Ook bestaet er een geregtshof van assisen en van eersten aenleg, alsmede eene regtbank en kamer van koophandel; want Gend is eene koop-en fabriekstad van eersten rang, die nog andere,takken van bestaen in overvloed heeft; en welke in het bezit is van eene prachtige hoogeschool, van een heerlyken plantentuyn en van nog talryke andere, beroemde gestichten en uytmuntende inrigtingen, die aen Godsdienst en liefdadigheyd, aen kunsten en wetenschappen zyn toegewyd.
Ligging
Deze stad ligt ter plaetse waer de rivier de Ley in de Schelde stort; en wel op 10 uren gaens van Brussel, 9 van Antwerpen, 8 van Brugge en van Kortryk, 11 van Oostende, 10 van Mechelen, 13 van Leuven, 34 Van's Gravenhage en 41 van Amsterdam.
Volgens de nauwkeurigste en jongste opgaven ligt zy op 5 1° 3' noorder breedte; 21° 26' oosterlengte naer Ferro; l° 9' 26" ten westen van Amsterdam; 1° 23' 20" ten oosten van Parys.
In volkrykheyd is Gend, de tweede, in omtrek gewis de grootste stad des lands. Het getal der huyzen is er 12.002, waervan de voorgeburgten er omtrent duyzend bevatten. Op den 1 January 1838 telde men er 91.792 inwooners, die der voogeburgten daer onder begrepen.
In 1828 had die Stad maer 10.552 huyzen, waervan er in twee jaren tyds 320 waren aengebouwd. In 1815 waren er maer 60.700 zielen: zoo dat er de bevolking sedert zeer sterk is aengegroeyd. En dit is niet te verwonderen in eene stad als deze, die om hare uytstekende nyverheyd een onafgebrokenen toevloed heeft van alle kanten, daer zy tevens door de goede trouw en gastvryheyd harer Burgers, gedurig vremdelingen naer zich trekt.
Alles bevordert hier den koophandel: in het beste en schoonste gedeelte van Vlaederen, aen twee groote rivieren en verschedene bevaerbare kanalen gelegen, heeft Gend, langs deze, gemeynschap met Frankryk, met Holland en met de Zee: namelyk, langs de Schelde over Oudenaerde, en langs de Ley over Deynze en Kortryk, gaet men naer de fransche grenzen, of komt men Van daer naer deze Stad. Langs het schoone kanael van Terneuzen werd voorheen den handel met Holland, en den meesten zeehandel t 'gedreven; maer thans geschiedt dit langs de Schelde over Antwerpen, en langs de Brugsche vaert over Oostende.
De ligging van Gend is dus zeer voordeelig: midden de aenzienlykste steden des »lands, zoo als Antwerpen, Brussel, Brugge, Kortryk enz. waermede zy behalven te water, ook langs veylige en fraey beplante kassywegen gemeenschap houdt. Reeds komt men ook veel
spoediger langs de yzeren wegen tot de dry eerst genoemde steden, en zal men eerlang ook tot de andere, en zelfs tot in het hert van Frankryk en Duytschland kunnen geraken. Zoo is het voor 't nyverige Gend gemakkelyk haeren levencjjgen koophandel met deze beyde landen, en over zee met andere staten en werelddeelen te onderhouden.
Schoonheyd der Omstreken
Voor het overige is Gend in een zeer aengenaem en by uytstek vruchtbaer oord gelegen, en van schoonste tooneelen der natuer omgeven: hier ziet men heerlyke meerschen, tot hooylanden of bleekvelden gebruykt: of schoone en vette weyden, met een talryk vee als bedekt; daar vindt men ryke groenselhoven, vruchtbare bouwlanden en akkers; en ginds, waer den grond iets hooger ryst, zyn bekoorlyke en welbebouwde heuvelen, door heerlyke dalen en vlakten gescheyden, en geniet men een schilderachtig en verrukkend, gezigt: op pachthoven en bouwgrond; op lusthuyzen en tuynen; boschjes, dreven en wegen, welke elkander aengenaem afwisselen, terwyl de Schelde, de Ley, of andere wateren, langs en om deze vloeyende, onze scheepvaert bevorderen, den grond ryk bewateren en nog vruchtbaerder maken.
Gedaente, omtrek en grootte
Werpt men eenen oogslag op het plan der stad Gend, dan bemerkt men aenstonds dat zy in de gedaente van een , onregelmatigen dryhoek is gebouwd, wiens scherpsten hoek gekeerd is naer' t noorden, waer de Muydepoort zich bevindt; terwyl de oostelyke zyde zich van daer uytstrekt langs het Handeldok tot de Dampoort, en zoo verder, langs den stadsgracht tot by de Keyzerpoort; de zuyd- en zuydwestelyke zyde gaet van daer langs den stadsgracht, de St.Lievens en Heuverpoort voorby, over den glacis der citadel tot de Petercellepoort, en van daer verder langs de Byloke- en Akkergemvest tot den molen 't Eyndeweere; hier begint de derde zyde, naer het noordwesten gekeerd, en loopt langs de Nieuwe wandeling, voorby de Brusche poort, langs den stadsgracht, de Beggynevest en Plesantevest, weder tot de Muydepoort. Van daer rekent men de grootste lengte der Stad tot de Kortryksche poort, op 3315 meters; de gemiddelde breedte is 2.000 meters, en den omtrek binnen de muren, 10.300 meters, of byna en twee en eene halve uer gaens; terwyl de oppervlakte 2.307 hectaren of nederlandsche bunders beslaet. Deze worden aldus verdeeld: binnen de stad, 244 bunders bebouwde eygendommen; 148 bunders wegen, straten en openbare plaetsen;, 73 bunders voor de wateren; buyten de muren, 1.777 bunders: grondgebied, en 25 bunders bebouwde eygendommen; 40 bunders voor den, plantentuyn, de fortificatiën en begraefplaetsen. Dus 2.307 binders voor de geheele oppervlakte.
De Stad, aldus door grachten en wallen ingesloten, wordt, behalven door de rivieren de Schelde en de Ley, door verscheydene kanalen of vaerten doorsneden, zoo als: de Lieve, de moere, den Otho-gracht, de Houtley, de Coupure, enz., welke de oppervlakte der Stad in 26 bewoonde eylandekens verdeelen, die weder alle door 88 bruggen, 42 groote en 46 mindere, verbonden zyn. Het groottte dier eylandekens, dat het voornaemste en middeldeel der stad uytmaekt, wordt de oude stad de poort, of kuyp van Gend genoemd; en is ingesloten tusschen de beyde armen der Schelde en den halven kring, welke de Ley binnen de stad vormt.
Voorts wordt de Stad door 7 groote en 3 mindere stadspoorten besloten, door talryke fraeye en breede straten doorkruyst, en bevat vele ruyme merkten en andere schoone openbare plaetsen en pleynen; alsmede aengename wandeldreven en hoven, prachtige gebouwen, enz.
Men rekent dat Gend bevat: 290 straten en stegen; 34 straten zonder eynde, en waterstraetjes; 16 merktplaetsen; 4 groote bewoonde beluyken (enclos); 31 loskaeyen, in arduyn gebouwd; 15 openbare wandelplaetsen, waertoe de stadvesten behooren, zeer aengenaem met boomen beplant; 11 kerken, 4 parochiale en 7 succursale kerken; ook vele bidplaetsen, en byzondere kapellen van kloosters, godshuyzen én opvoedingsgestichten.
Luchtgesteldheyd,
By zoo vele stroomende wateren, in het midden van eenen hoogst vruchtbaren grond gelegen, en van eene alom toelachende natuer omgeven, is Gend eene zeer gezonde stad, alwaer men, over het geheel genomen, eene vrye, zuyvere, gematigde lucht geniet. Het weer is er aen plotselyke veranderingen onderworpen, dan elders onder gelyke poolshoogte. Des winters is er de koude, en des zomers de hitte meestal ligt verdragelyk: by eene eenigzins gematigde levenswyze ziet men vele inwooners den hoogen ouderdom van 60 tot 100 jaren bereyken.
De gemiddelde koude, is in den winter 5 graden, en de hitte des zomers 17 graden. De langste dag is er van 16 uren 12 minuten, de kortste van 8 uren.
Men kan echter niet, ontkennen dat de lucht vryer, zuyverder, en by gevolg gezonder is in het midden en hooger gedeelte der stad, dan in het lagere, waer die eenigzins vochtig en dampig is; uyt hoofde dat er de wateren min stroomend, de straten nauwer, en de huyzen digter by elkander zyn.

Langs de Reep stond er vroeger een watermolen aan de Schelde. Die verdween in 1881. Heins inspireerde zich voor deze tekening op een schets van 1866
______________
(1) Bron: "De Gentenaar" 5 tot 21 augustus 1981
Graslei