
Het apotheosische nagerecht: Wanky Wanderers v Tesco Carrier Bags
Na onze roes te hebben uitgeslapen van de nacht ervoor in Bar Censsa, gingen we vroeg
op weg naar Wolverhampton. Het voordeel van het vroege aankomen was dat we volop
tijd hadden om een goede parkeerplaats op te zoeken. We besloten om onze auto weg te
zetten in een zijstraatje bij het stadion. Een Robin Williams look-a-like met legerbroek
en -trui zorgde ervoor, na betaling van 5 pond gevarengel, dat de wagen veilig stond.
Nog een voordeel van vroeg er zijn was er volop tijd om een uitgebreid rondje
rondom het stadion te maken. SJ was flink aan het nuilen, doordat hij flinke heuvels
moest beklimmen. Voordeel van die heuvels was dat je een mooi uitzicht had op
Molineux. Ondanks dat het een modern stadion is kan ik er toch erg van genieten.
Net zoals gisteren in Huddersfield zou dit het voorbeeld moeten zijn van hoe het
ook kan als je een stadion gaat moderniseren. Niet toevallig was het dat beide
stadions door dezelfde firma zijn gebouwd. Dat is een firma die tenminste ook
denk aan de esthetische kant van een stadion en niet alleen aan het neerzetten
van een saai gedrocht. Het enige minpunt aan het stadion is de achterkant van de
Steve Bull Stand, want die ziet er echt niet uit. Hij lijkt een beetje op de
Oostblokflat-achtige achterkant van de North Stand op Villa Park. Dat is ook al
zo'n lelijk element in een, voor de rest, schitterend stadion.
Het mooie aan Molineux vind ik ook dat iedere stand is vernoemd naar een
clublegende. Misschien dat de purist liever zou zien dat de 4 stands gewoon
North-, East-, South- en West-stand zouden heten, maar persoonlijk vind ik dit
erg leuk. Vandaar dat ik ook even in de geschiedenis van de namen ben gedoken,
want eigenlijk kende ik alleen Steve Bull redelijk goed.
De Steve Bull Stand
Als eerste onze eigen stand; de Steve Bull Stand. Deze had vroeger een andere naam (de John Ireland Stand), maar die naam werd vervangen toen Steven Bull zijn schoenen aan de wilgen hing. Steven Bull is, voor mij als jongere, de bekendste speler die de Wolves ooit hebben gehad. Vaak kwam hij in het nieuws omdat hij weer eens wat opgeroepen als speler van het Engels Elftal. Niet echt bijzonder, maar dat is het wel als je bedenkt op welk niveau Bull op dat moment speelde. Dat was namelijk de toenmalige Third Division (nu League One). Later werd hij nog diverse malen opgeroepen, terwijl hij op het tweede niveau acteerde.
Steve Bull werd op 28-03-1965 geboren in Tipton. Hij groeide op als Liverpool-fan en ging voetballen in de jeugdopleiding van West Bromwich Albion (de grote rivaal van de Wolves). Daar speelde hij zijn enige wedstrijden op het hoogste niveau. In twee seizoenen speelde hij vier wedstrijden trapte Bull er twee in, maar dat was niet genoeg voor handhaving. Na de degradatie werd er uitverkoop gehouden bij West Brom en de Wolves (die net 3x achter elkaar waren gedegradeerd in 1984, 1985 en 1986 en daardoor voor het eerst op het laagste niveau zou uitkomen) trokken de 21-jarige Steve Bull aan. De fans waren erg sceptisch, want zou de 6e spits van WBA hen weer omhoog kunnen trappen?
Het antwoord was ja, na een wat stroef eerste jaar in de laagste divisie. In zijn tweede seizoen had hij meteen een topjaar, waar hij maar liefst 52 goals maakte. Het betekende promotie voor de Wolves uit de laagste divisie en tevens een bijna uniek feit (samen met Burnley zijn de Wolves namelijk de enige club die een titel heeft gepakt in alle vier de Leagues). Het seizoen erop werd het nog beter en legde Bull er maar liefst 53 in. Opnieuw werden de Wolves kampioen en voor Bull werd het nog mooier. Als derdedivisie-speler werd hij geselecteerd voor de Three Lions. Hij mocht zijn debuut maken op het veld van de Auld Enemy. Nog mooier werd het toen hij ook nog eens scoorde in die debuutwedstrijd op Hampden Park. Aan Bull werd flink getrokken door verschillende First Division clubs, maar hij had ondertussen een heel groot zwak gekregen voor de Wolves en bleef bij de club.
Bull bleef er lustig op los scoren op het tweede niveau, maar promoveren deed de club niet meer. Bull bleef de club echter wel trouw, ondanks dat Aston Villa, Coventry City, Real Madrid, Barcelona, Ajax, Manchester United, Liverpool, Rangers, Lazio, Boca Juniors(!), Newcastle United en Juventus een aanbieding voor hem in petto hadden. Bull zou dus, buiten die vier wedstrijden met WBA om, nooit op het hoogste niveau uitkomen. Tegen de tijd dat de Wolves promoveerden (in 2003) was Bull al gestopt. Bull zou, na zijn periode bij de Wolves, nog wel uitkomen voor een andere club. Bij de Wolves kon hij niet meer mee door grote knieproblemen. Daarom besloot hij om naar een kleiner clubje te gaan. Dat was Hereford United, want daar zat zijn oude manager Graham Turner (hoewel ik zelfs denk dat de bijnaam van Hereford ook heeft bijgedragen aan die transfer). Daar speelde hij echter niet veel meer. Het lichaam was gesloopt door het voetbal en na 6 wedstrijden en 2 doelpunten stopte Bull definitief.
Uiteindelijk had Steve Bull 305 doelpunten gemaakt voor de Wolves en de club besloot, ter ere van hem, in 2003 de John Ireland Stand te veranderen in Steve Bull Stand. In het Engels Elftal is Bull nooit een echte vaste waarde geworden. Wel zat hij in de selectie voor het WK 1990 (het laatste fatsoenlijke WK van Engeland), maar scoren deed hij niet in zijn 3 wedstrijden. Uiteindelijk eindigde Bull op 13 interlands en 4 doelpunten. Niet echt bijzonder, maar wel voor een spits die altijd in de lower leagues zou uitkomen.
Bull zou zelf amper meer zijn voetbalschoenen aantrekken. Alleen voor een testimonial deed hij het nog sporadisch. Een van de leukste was die van Bob Taylor in 2003 (een beetje de Steve Bull van West Brom). Bull deed hierin mee bij de tegenstander en op de Hawthorns werd keihard het “Stand up, if you hate the Wolves” gezongen. Toen Bull dat hoorde dook hij naar de grond en bleef daar liggen, om daarmee zijn liefde voor de Wolves te laten zien. De rivaliteit mag groot zijn, maar dit konden de Baggies wel waarderen. Want wat zullen ze achteraf spijt hebben gehad dat ze Bull hebben laten gaan voor een paar grijpstuivers. Terwijl de Wolves met Bull de weg omhoog insloegen, degradeerden de Baggies helemaal weg naar het derde niveau. Wat ze met name ontbeerde in die tijd was een scorende spits…
De Billy Wright Stand
De mooiste stand van Molineux vind ik de Billy Wright Stand. Deze tribune is vernoemd naar misschien wel de beste voetballer die de Wolves ooit hebben gehad. Billy Wright werd op 6 februari 1924 geboren in het plaatsje met de schitterende naam Ironbridge. Op zijn tiende ging hij voor de Wolves voetballen en langzaamaan klom hij op in de jeugdopleiding. Op zijn 15e maakte hij al zijn debuut in het eerste elftal en op zijn 21e werd hij aanvoerder van het team. Ook in het Engelse Elftal werd hij snel aanvoerder. Uiteindelijk zou hij daar maar liefst 90 wedstrijd aanvoerder zijn (een record wat hij tegenwoordig moet delen met Bobby Moore) en de ploeg leiden tijdens de WK van 1950 (met de smadelijke nederlaag tegen de VS), 1954 en 1958.
Wright was iemand die op diverse plekken in de verdediging uit de voeten kon. Zowel verdedigend als opbouwend was hij ijzersterk. Zijn leidinggevende kwaliteiten staan buiten kijf en mede daardoor was hij hét gezicht tijdens de succesperiode van de Wolves in de jaren-50. Onder leiding van Wright won de club in zowel 1954, 1958 als 1959 het kampioenschap in de First Division (de enige 3 titels die de Wolves ooit op het hoogste niveau hebben behaald). Ook was hij aanvoerder van het team dat in 1949 de F.A. Cup Final won (de derde van de vier F.A. Cups die de Wolves zouden halen). In 1959 nam Billy Wright afscheid van de Wolves en het voetbal en niet veel later werd hij Commandeur van het Britse Rijk voor zijn verdienste voor het voetbal.
In 1962 werd hij manager van Arsenal. Dat werd een enorme flop en na een succesloze periode van 4 jaar werd hij ontslagen. Het management zei hij vaarwel en hij begon een carrière als analist op de tv (een van de eerste die er was). Later trad hij ook nog toe tot het bestuur van de Wolves. Wright trouwde met een tv-persoonlijkheid en dat huwelijk was een beetje de voorloper van dat van de Beckhams (hoewel dat een huwelijk is tussen twee talentloze mensen). Op 3 september in 1994 stierf Wright aan maagkanker en Molineux veranderde die dag in een bloemenzee. Afgelopen jaar werd er een enquête uitgeschreven voor de beste voetballer ooit in de Midlands. Wright eindigde daarin op de eerste plek, voor diverse Aston Villa-, WBA- en Birmingham City-vedetten. Het is dus niet meer dan terecht dat de geweldige tribune op Molineux zijn naam draagt.
De Stan Cullis Stand
De Stan Cullis Stand is de enige tribune die naar een manager is vernoemd. Hoewel Cullis ook als voetballer erg goed was bij de Wolves, zullen de mensen hem daar zich vooral herinneren als manager. Hij staat niet voor niets afgebeeld als manager op het standbeeld voor zijn tribune. Cullis had namelijk de pech dat ene Hitler zo nodig amok moest schoppen in Europa. De oorlogsjaren waren net de jaren dat Cullis zijn piek als speler had. in die jaren was Cullis een van de beste voetballers van Engeland en hij was dan ook niet voor niets aanvoerder in de onofficiële interlands die destijds werden afgewerkt. Toch zou Cullis zijn wraak nog wel krijgen voor die verloren jaren.
Stan Cullis werd op 25 oktober 1916 geboren in Ellesmere Port, aan de rivier de Mersey. Hij kwam al op jonge leeftijd terecht bij de Wolves en deed het daar uitstekend. In een elftal met o.a. Billy Wright waren ze op weg om Engeland te veroveren aan het eind van de jaren-30. Helaas voor de Wolves was er ook een Oostenrijker een paar honderd kilometer verder iets aan het veroveren. De competitie werd daarom stilgelegd in 1939. In dat jaar eindigden de Wolves als 2e in de competitie, net als het jaar ervoor. De verwachtte titel in 1940 kwam er dus nooit. Toen de oorlog was afgelopen en de competitie werd hervat was Cullis 29. Niet echt heel oud voor een voetballer, maar toch merkte hij dat de oorlog een aanslag op zijn lichaam had gepleegd. In 1947 besloot hij daarom te stoppen met voetballen. Zijn carrière was ten einde zonder een echte prijs. Met Cullis hadden de Wolves wel de titel in de Second Division gewonnen, maar dat werd toch niet als een echte prijs gezien. Ook de twee 2e plekken en een 3e plek in de League waren mooi, maar niets tastbaars. Evenals de Cup Final in 1939. De oorlog had hem dus niet alleen veel prijzen ontnomen, maar ook een glansrijke interlandcarrière. Uiteindelijk zou Cullis op 17 interlands eindigen (en een karrevracht aan onofficiële interlands).
Cullis bleef wel werkzaam bij de Wolves als coach. Nadat de Wolves ook in 1947 naast alle prijzen grepen vond het bestuur dat het tijd werd om het roer om te gooien. Een jonge gretige hond zou manager moeten worden. De keuze van het bestuur viel, heel verrassend in die tijd, op een 31-jarige ex-speler van de club… Stan Cullis. In zijn eerste jaar was er meteen succes. Voor het eerst sinds 1908 pakte de club een hoofdprijs. Op Wembley werd de F.A. Cup gepakt door Leicester te verslaan. Cullis vestigde meteen een record door de jongste manager ooit te zijn geweest die zijn team naar de F.A. Cup leidde. Cullis kon meteen niet meer kapot en zijn mindere resultaten in de competitie die de jaren daarop volgden werden hem dan ook vergeven.
Pas in 1953 ging het daarin weer wat beter met een 3e plek op slechts 3 punten van kampioen Arsenal. Het jaar erop waren de Wolves, met een ijzersterke selectie, dan ook een van de grootste kanshebbers op de titel. Samen met grote rivaal West Brom was het in een geweldig gevecht gewikkeld. De Wolves slaagden er, tot vreugde van heel Wolverhampton, in om de kleine voorsprong op WBA te behouden en voor het eerst in zijn bestaan kampioen te worden. Qua kampioenschappen stond het nu 1-1, want West Brom was er in 1920 in geslaagd om de titel te pakken.
In de jaren erop werden de Wolves 2e, 3e en 6e. Ook de F.A. Cup ging iedere keer aan de neus van Cullis en zijn mannen voorbij. Toch deed de club in die jaren erg van zich spreken op een ander vlak, namelijk het Europese vlak. Europees voetbal bestond in die jaren niet echt (alleen de Mitropa Cup), maar er werden zo nu en dan vriendschappelijke wedstrijden gespeeld tussen Europa's grootmachten. Een van die wedstrijden was Wolverhampton Wanderers tegen Kispest Honvéd. Een team dat bestond uit Hongaarse internationals die eerder het nationale team van Engeland met 3-6 van het veld hadden gespeeld (eerste nederlaag ooit op Wembley). Honvéd was dus de grote favoriet in die wedstrijd (met o.a. Puskas en Kocsis in de gelederen), maar werden verslagen door de Engelse ploeg met 3-2. De tabloids, nooit vies van valse sentimenten, benoemde de Wolves-spelers meteen tot "Heroes" en redders van de natie. Cullis werd hierdoor nog populairder.
In de Engelse League begonnen de Wolves tegen het einde van de jaren-50 ook weer successen te behalen. Zowel in 1958 als in 1959 werd de titel behaald. Achteraf gezien zouden dit de laatste titels blijken te zijn van de Wolves. Een jaar later behaalde Cullis nog de F.A. Cup (ook de laatste die de Wolves zouden behalen, ondanks nog 4 halve finale plekken). Cullis was nu echt op het hoogtepunt van zijn carrière beland (op zijn 44e).
In de competitie werd in 1960 de 2e en in 1961 de 3e plek behaald. Daarna zakte het echter in bij de Wolves. Een 18e plek in 1962 was ver onder het niveau van de Wolves, maar Cullis had flink wat krediet opgebouwd en met een 5e plek het jaar erop leek het weer de goede kant op te gaan. Leek, want weer een jaar later werd er weer zwak gepresteerd met een 16e plek. Het bestuur besloot een drastische maatregel te nemen en Cullis te ontslaan, ondanks protesten van de fans. Het bestuur kreeg daarna de deksel op de neus, want een jaar later degradeerde de club zelfs
Cullis zelf begon, na een jaartje sabbatical, bij het eveneens gedegradeerd Birmingham City. Hij slaagde er niet in om daar net zo succesvol te zijn als bij de Wolves en in 1970 nam hij definitief afscheid van het voetbal. In 2001 stierf Cullis op 84-jarige leeftijd. Twee jaar later werd hij opgenomen in de Hall of Fame van het Engelse voetbal, als zijnde een van de beste managers die Engeland ooit heeft gehad.
De Jack Harris Stand
Deze tribune is genoemd naar iemand die nooit op het veld heeft gestaan, althans niet als speller. Jack Harris is een voormalige bestuurder van de Wolves die werd gezien als de architect achter de successen in de jaren-40 en –50.
Nadat we al deze tribunes waren langsgegaan was het tijd om een hapje te gaan
eten in de supermarkt die recht tegenover Molineux zat (idealer kan niet).
Daarna was het tijd om naar binnen te gaan. We werden echter opgehouden door een
heel cordon agenten. Wat bleek, de Baggies kwamen eraan. Ze hadden blijkbaar
ergens in de buurt een verzamelplaats en vanuit daar moesten ze in verschillende
groepen naar het stadion lopen. Het was wel mooi om te zien, want er werd over
en weer wat geroepen en zo nu en dan klonk er gezang. Bij de Baggies was het
lied “Wanky Wanderers” erg populair, terwijl de Wolves het graag hadden over het
poepen op de “Tesco Plastic Carriers Bags”. Veel wankergebaren over en weer
maakten ons duidelijk dat deze twee supportersgroepen elkaar echt niet mochten.
Helaas ging de politie toen de omgeving wat leeg vegen en konden we het tafereel
niet meer volgen. Een volgende tegenslag was dat ik mijn flesje Coca Cola Cherry
Light niet mee het stadion in mocht nemen. Aan de ene kant logisch, aangezien ik
eruit zie als een woeste hooligan, maar toch was het jammer.
Van binnen was Molineux ook erg indrukwekkend. Ondanks dat ik niet zo fan ben
van de combinatie oranje-zwart staat Molineux heel hoog op mijn lijstje van
favoriete stadions. Iedere tribune was erg indrukwekkend, maar de Billy Wright
Stand stak er toch duidelijk bovenuit. Wat een imponerend ding was dat. Zelfs
het feit dat de tribune, vooral in het midden, nog best een eindje van het veld
af stond irriteerde me niet. Het mooiste was nog dat het vandaag uitverkocht was
en ik was me al aan het voorstellen hoe dat eruit zou zien. Zo’n tribune vol met
goud-zwarte shirts leek me geen verkeerd uitzicht.
Na even de Japanner te hebben uitgehangen was het wachten tot het stadion zou
volstromen. Ondertussen zag SuperJohn zijn natte droom waarheid worden. Er reed
iemand met de auto het stadion in en bleef daar staan. Dit was nog mooier dan je
auto voor het stadion zetten. Veel entertainment en andere flauwekul zorgden
ervoor dat de tijd voorbij vloog en we ons konden opmaken voor The Black Country
Derby. Ik was er erg benieuwd naar, want soms is zo'n derby flink opgeklopt en
valt het in het echt wat tegen. Ik vond bijvoorbeeld West Ham v Millwall minder
imponerend dan ik had verwacht en ook de partisan crowd van Birmingham City viel
erg tegen in de Brum Derby. Daarentegen vond ik de Steel City Derby en de East
Anglia Derby weer erg indrukwekkend. Het was dus afwachten wat het vandaag zou
worden.
Vocaal was het in ieder geval in orde, kwamen we na een paar minuten al achter.
De voormalige South Bank blies de Baggies helemaal weg. Helaas voor hen gebeurde
op het veld het tegenovergestelde. West Brom was voetballend stukken beter en
domineerde in het begin. Bij de Wolves zag ik dezelfde verbetenheid die ze
hadden tegen Birmingham City eerder het seizoen, maar voetbaltechnisch stelde
het allemaal niet zoveel voor. Echt grote kansen waren er niet te noteren voor
beide doelen, maar de passie op en naast het veld vergoedde veel. Dat dit een
echte derby was werd ons wel duidelijk. Het enige wat tegenviel was de vocale
support van de Baggies. Vooraf veel praatjes over de Wanky Wanderers, maar
tijdens de wedstrijd lieten ze zich niet echt horen en waren de Wolves duidelijk
de winnaar.
We gingen rusten met een terecht 0-0 tussenstand en legden ons erbij neer dat
het rijtje (2-0 in de 1e wedstrijd, 1-0 in de 2e wedstrijd) zou worden afgemaakt
op volgorde. Alles wees erop dat dit een 0-0 zou worden. De tweede helft liet
echter een ander Wolves zien. Buiten hard werken gingen ze ook ineens goed
voetballen. WBA was helemaal nergens meer en kon zich slechts met kunst- en
vliegwerk overeind houden. Het publiek werd helemaal gek en vuurde de Wolves nog
fanatieker aan dan ze al deden. Langzaam aan liep de wedstrijd tegen zijn einde,
maar het bleef maar 0-0. Mick McCarthy besloot daarom maar Jay Bothroyd erin te
zetten. De man die bij Charlton jammerlijk geflopt was en waarvan het soms lijkt
alsof hij zijn dozen nog om zijn schoenen heeft zitten. Toen hij erin kwam
hadden we de hoop op een doelpunt opgegeven. Om ons heen hoorde ik ook weinig
enthousiasme om de wissel. Waarschijnlijk hoorde Bothroyd het, want hij was
enorm getergd. Zo getergd zelfs dat hij de bal snoeihard langs de WBA-keeper
schoot. Op dat moment ontplofte het stadion en werden de Baggie-fans, nog meer
dan eerst, het mikpunt van spot. Die hadden nog bijna wraak kunnen nemen toen
WBA plotseling de gelijkmaker leek te maken. Gelukkig viel die er niet in en
werd de 3e Black Country Derby van dit seizoen een overwinning voor de Wolves.
De twee 3-0 nederlagen waren weggepoetst en men kon de volgende dag weer met
opgeheven hoofd naar het werk.
Heel tevreden gingen wij richting de auto. Het legermannetje aka Robin Williams
had de auto goed bewaakt en we konden vlot het parkeerterrein verlaten. Na
eventjes te hebben vastgestaan in Wolverhampton zaten we toch weer vrij vlot op
de snelweg. We kwamen dan ook ruim op tijd aan op het vliegveld waar
kwaliteitsketen de Pizza Hut werd getrakteerd op een bezoek van ons. Na een
matige maaltijd te hebben weggewerkt was het tijd om naar ons vliegtuig te gaan.
Op het vliegveld van Nottingham is weinig te beleven, dus gelukkig konden we
snel inchecken. Ook op Schiphol waren ze niet lastig, ondanks de explosieven die
we bij hadden om de boel op te blazen, en relatief vroeg kwamen we weer thuis
aan. Het was een geweldige trip geweest, waar vooral de trommelvliezen het zwaar
te voortduren hadden. Voetballend gezien was het niet hoogstaand, maar de passie
op de tribune was in alle drie de wedstrijden enorm geweest. Ik denk niet dat ik
nog snel zo’n intens weekend zal meemaken.
Geschreven door: Sir Stanley Matthews