Doing the 116

Doing the 116

 

 

Een bedevaart langs 116 grounds in Engeland

Site Navigation    


 Home

 Premier League

 The Championship

 League One

 League Two

 The Conference

 Lower League

 SPL

 Scotland

 Eire & Cymru

 Special Matches

 Other Grounds

 Groundlist

 Links

 
 
 

Union

Het verslag

Royale Union Saint-Gilloise v Royal Antwerp Football Club: een historische wedstrijd

 

Deelnemers: SuperJohn, Mrs. Matthews, Sir Stanley Matthews 

 

30 april 1906; de 7-jarige Georges, zijn vader en nonkel Achiel zijn op weg naar het Dudenpark. Eindelijk mag hij een keer mee naar een wedstrijd van Union na lang gezeur daarover. Zijn moeder vond het nooit een goed idee om hem mee te laten, want hij was nog zo klein. Maar eindelijk had nonkel Achiel haar toch omgepraat. Het is namelijk een erg speciale wedstrijd, want Royale Union Saint-Gilloise kan voor de derde maal op rij kampioen worden. Tegenstander Royal Antwerp Football Club hangt ergens in de middenmoot en zou geen probleem moeten vormen. Zou, want in Antwerpen zelf leed Union een smadelijke 3-0 nederlaag. Maar nu moesten de mannen toch gaan winnen. Georges dacht na over de afgelopen jaren. Twee jaar geleden werd zijn club voor het eerst kampioen. Eindelijk eindigden ze een keer boven dat nare Racing Club de Bruxelles. Die waren vanaf 1900 ieder jaar kampioen geworden. Op het werk van vader werkten een aantal Racingers en die hadden die kampioenschappen heel vaak onder de neus van vader gewreven. Maar in 1904 was het dan zover, eindelijk was Union een keer kampioen geworden en het mooie was dat ze in de kampioenspoule juist Racing Club de Bruxelles achter zich lieten. Voor het eerst in zijn leven had Georges zijn vader dronken gezien. Samen met wat vrienden hadden ze flink aan de jenever gezeten en tot diep in de nacht liederen over Union gezongen. Het was een gezellig boel geworden. Ook het jaar erop werd Union kampioen ten faveure van Racing. Opnieuw was het erg gezellig geworden en Georges mocht meefeesten. Nonkel Achiel had toen beloofd dat Georges volgend jaar mee zou mogen als Union kampioen zou kunnen worden en dat was nu het geval.

 

30 april 2006; samen met SuperJohn en Evelien vertrek ik om 12 uur vanuit Tilburg om het historische Stade Jospeh Marien te gaan bekijken. Dit stadion staat hoog op mijn verlanglijstje vanwege zijn mooie voorkant en grote terrace met ontelbare crash barriers aan de overkant van de hoofdtribune. Ook het feit dat het een echte gevallen grootheid is spreekt me erg aan. Brussel blijkt dichterbij te zijn dan gedacht, want we zijn er binnen iets meer dan een uur. Via enkele kleine straatjes komen we terecht in Vorst; daar waar het stadion ligt. Een mannetje met een leren jas en enge armband (we dachten meteen aan de Gestapo) maakt zich allemaal heel erg druk over hoe we aan het parkeren zijn. Uiteindelijk moet SuperJohn zijn raam opendraaien en vraagt het mannetje of we voor Antwerp komen. Als dat niet zo blijkt te zijn mogen we de auto niet daar parkeren, maar moeten we 1 meter verderop gaan staan. Het is duidelijk dat dit mannetje zijn vak erg serieus neemt, want als er een andere auto verkeerd staat rent hij met zijn 90 jaar er als een bezetene op af. Het begin van de dag is dus al erg goed en we hopen dat we meer van dit soort figuren tegen gaan komen vandaag.

 

Nonkel Achiel gaat drie kaartjes halen bij een van de vele kassa’s, terwijl vader een sigaar opsteekt. Georges kijkt ondertussen met bewondering naar de gevel van het stadion. Wat is het toch mooi, denkt hij bij zichzelf. Het overtreft zelfs de verwachtingen die hij had van dit stadion en stiekem droomt Georges ervan hier ooit zelf te voetballen. “Hé Georges, ben je aan het dromen”, Georges schrikt ineens wakker van de stem van nonkel Achiel. “Kijk eens hier jongen” en nonkel Achiel laat Georges een kaartje zien. “Deze is voor jou” en Georges pakt het kaartje stevig vast. Nu kan er niets meer mis gaan. Hij gaat zijn eerste wedstrijd zien van Union. Nonkel Achiel en vader gaan ondertussen even naar een van de uitpuilende cafés tegenover het stadion. Georges mag ook mee naar binnen en krijgt een choco. Vader en nonkel Achiel houden het op een lekker pintje. Ondertussen is ook Charles Roos erbij komen staan. Die man kent Georges wel, want die komt ook vaak bij hen thuis over de vloer. Charles Roos is niet echt een Union-fan maar komt wel vaak kijken vanuit Anderlecht. Hij heeft het, zoals altijd, weer over een voetbalclub die hij zelf wil oprichten. Een club die moet gaan spelen in Anderlecht en ook de naam Anderlecht zal gaan dragen. Nonkel Achiel moet er om lachen. Die is van mening dat er niet nog een club in Brussel bij kan naast R. Daring Club de Bruxelles, Racing Club de Bruxelles, Léopold Club de Bruxelles, Sporting Club de Bruxelles,  Ath. & Running Cl. de Bruxelles, Olympia Club de Bruxelles en natuurlijk Union Saint-Gilloise. Als voorbeeld haalt hij het verloren gegane Skill Bruxelles aan. Dat werd ook geen succes. Toch geloofde Charles Roos heilig in het slagen van zijn club. Over een paar jaar is mijn club de grootste van België. Vader geeft Charles een pintje en zegt: “daar proosten we op”.

 

Nadat we de auto hebben weggezet gaan we het Dudenpark in. Hier ligt ook het stadion ergens. SuperJohn is erg blij als hij erachter komt dat dit park erg heuvelachtig is en hij veel moet klimmen. Na een fikse wandeling staan we voor een keuze; gaan we rechts, links of rechtdoor. Met mijn matig oriëntatievermogen geef ik het advies om rechtdoor te gaan. Gelukkig ziet SuperJohn het stadion al liggen aan de linkerkant en we besluiten dus die kant ook op te gaan. Het stadion ligt in een soort kuil. Vanuit het Dudenpark kun je dus, als je wilt, de wedstrijden gratis zien. Als echte Nederlanders is dat natuurlijk ook een optie voor ons, maar de leugenaars van de weersvoorspelling hadden regen beloofd, dus dat deden we maar niet. Ondertussen ontdekten we het eerste mooie element van het stadion; oude kassa’s die helemaal overwoekerd waren door struiken, planten en bomen. Dit was het eerste teken van de vergane glorie van Union St. Gilles. Ik maakte even wat foto’s en we liepen verder. Ook hier kwamen we nog een oude ingang tegen die in ongebruik was geraakt. Gelukkig voor SuperJohn konden we daarna gaan afdalen. Na een mooie wandeling door de natuur kwamen we uiteindelijk bij de andere ingang van het Dudenpark terecht. Daar zagen we iemand lopen in een Anderlecht-shirt. Anderlecht, de club die in 1908 werd opgericht door Charles Roos, kon deze middag kampioen worden als ze zouden winnen in Gent en Standard punten zou laten liggen in Roeselare. Deze man had er, getuige zijn blikjes Jupiler, volop vertrouwen in.

 

Na flink wat pintjes in de Union Taverne was het tijd om naar het stadion te gaan. Vandaag zou het afgeladen vol zitten tegen mannen uit Antwerpen. Het kon bijna niet misgaan met de steun van 40.000 man op de tribunes die allemaal voor Union waren. De straten rondom het stadion waren helemaal verstopt en Georges zag ook volop mensen in het Dudenpark lopen. Zijn hart begon steeds sneller te kloppen en Georges werd ongeduldig omdat het maar niet opschoot bij de ingang. Hij wilde  onderhand weleens naar binnen. Toen het eindelijk zover was, genoot Georges met volle teugen. Hij had een perfecte plaats achter de goal met aan de rechterkant de schitterende hoofdtribune waar veel belangrijke mensen op zaten. Aan de linkerkant, waar het Dudenpark lag, zag hij enkele mannetjes van zijn leeftijd in de bomen zitten om maar niets van de wedstrijd te hoeven missen. Misschien zou hij dat in de toekomst ook een kunnen proberen, nu was hij nog te jong om helemaal vanuit St. Gilles naar Vorst te lopen. Misschien kon hij dan François en Bernard ook meenemen, want dat waren ook grote Union-fans alleen dan zonder een nonkel als Achiel. Langzaamaan werd het voller en voller. Georges was aan het genieten van het vollopende stadion en genoot zelfs van de sigarenlucht die de mannen met hoeden om hem heen aan het verspreiden waren. Dit was echt puur genieten, van Georges hoefde deze dag niet te eindigen.

 

Nadat we het Dudenpark uitkwamen zagen we dat er ontzettend veel kassa’s aan de voorkant van het stadion waren. Deze waren alleen allemaal dichtgemetseld. Er was alleen nog een plaats waar je kaartjes kon kopen. We besloten echter eerst even de prachtige voorkant van het stadion te gaan bekijken. Deze was echt imponerend. De befaamde Stevenage Road façade van Fulham is imponerend, de Holte End façade van Aston Villa is geweldig, maar deze façade was echt de allermooiste. Je proefde gewoon het verleden van deze club als je er naar keek. Na een paar minuten te hebben genoten liepen we verder naar de andere kant van de voorkant. Onderweg zagen we veel politie (Antwerp heeft een slechte reputatie) en cafés, waaronder de Union Taverne, waar een paar man pintjes aan het drinken waren. Ook hier kwamen we een oud mannetje tegen met een lange leren jas en een armband. Deze had echter ook nog een pet op. Hij was pionnen aan het weghalen. Ook zagen we een heel oud mannetje met een stewardjas aan bij de hoofdingang staan. Het leek wel of deze club uit allemaal 80-plusers bestond. Heel opvallend. We vroegen ons dan ook af of deze club nog wel toekomst zou hebben met zo’n vergrijsde vrijwilligersschare. We liepen terug om kaartjes te gaan kopen en zagen de kok van het clubhuis (wat in de hoofdtribune zit ingebouwd) roggelend over straat lopen. We besloten om niets te gaan eten daar. Bij het kaartjes kopen hadden we de keuze uit zitten op de hoofdtribune (voor 15 euro) en staan op de grote terrace (voor 10 euro). Opnieuw lieten we ons niet leiden door onze nationaliteit en kozen we voor de hoofdtribune, want de regen vreesde we toch wel en vanuit de zittribune had je een mooi uitzicht op de ontelbare crash barriers en de bomen in het Dudenpark. Bij de ingang werden we heel goed geholpen door een steward die ons precies uitlegde waar we precies konden zitten en hoe je daar moest komen. Raar om een keer mee te maken dat een steward sympathiek is, in plaats van (zoals bij Willem II) dat ze je op allerlei manieren een stadionverbod willen aansmeren. Eenmaal binnen ging ik de Japanner uithangen, terwijl de lamzakken SuperJohn en Evelien een plaatsje ging zoeken op de tribune. Gelukkig was Evelien erachter gekomen hoe je de resolutie omlaag kon zetten, zodat ik meer dan 100 foto’s kon gaan maken (wat ik ook gedaan heb). Voor een floodlight-fetisjist zoals mij was het genieten dat er twee soorten floodlights waren. Deze werden dus vastgelegd, net zoals de crash barriers op de grote terrace. Ik probeerde nog de oude, overwoekerde terrace op te gaan, maar dat lukte niet met zoveel stewards. Het was verboden om daar op te gaan i.v.m. instortingsgevaar. Ik ging dus weer terug naar de hoofdtribune. Ik besloot om ook nog even een kijkje te gaan nemen in de hoofdtribune zelf; wat nog mogelijk was omdat we ongeveer de enige in het stadion waren. Deze was ook prachtig met ouderwetse deurtjes naar de wc’s, een glas-in-lood kunstwerk met het teken van Union en twee prachtige monumenten voor Joseph Marien en Emile Mouvet (2 oud-voorzitters van de club). Ik werd wat vreemd aangekeken door de mensen die daar waren, maar volgens mij dachten ze dat ik een of andere journalist was die een reportage aan het maken was over de club. Nadat ik de plaatjes had geschoten ging ik weer naar SuperJohn en Evelien toe.

 

Georges had moeite om alles te zien wat er gebeurde, want er kwamen soms mensen voor hem staan en dan kon hij het niet meer allemaal volgen. Opeens steeg er een groot gejuich op. Gelukkig was nonkel Achiel er, die Georges optilde en hem in zijn nek zette. Zodoende zag Georges ook wat er gebeurde. De spelers van Union kwamen namelijk het veld op. Via een trap in de hoek kwamen de spelers naar beneden. Die van Antwerp liepen er een stukje achter. De spelers van Union kregen schouderklopjes van de mensen en bemoedigende woorden te horen. Ook die van Antwerp kregen een applaus van de mensen bij de trap. De spelers liepen naar hun helft van het veld en het applaus verstomde. Georges snapte niet helemaal wat er aan de hand was, maar er was blijkbaar een minuut stilte voor de overleden terreinknecht. Het was een indrukwekkende minuut stilte; je hoorde alleen de vogeltjes fluiten vanuit het Dudenpark. Ineens hoorde Georges een zacht gezang opstijgen vanuit de overkant, langzaamaan begon iedereen mee te doen. Georges herkende het lied, want dit was het clublied van Union. Hij had het vader en nonkel Achiel vaak genoeg horen zingen op de avond dat Union voor het eerst kampioen was. Georges begon dan ook mee te zingen. Ondertussen zong heel het stadion mee. Vanuit 40.000 kelen klonk het clublied voor de overleden terreinknecht van Union. Georges had het kippenvel centimeters dik op zijn armen staan. De spelers gaven het publiek dan ook een applaus wat weer werd beantwoord met een applaus vanuit de tribune. De wedstrijd kon nu gaan beginnen.

 

SuperJohn had honger gekregen na de stevige wandeling en besloot om zich te wagen aan het Belgische stadionvoedsel. Evelien en ik wilde wat merchandise van de club gaan kopen. Ik had ergens gelezen dat Union programmaboekjes uitgaf en die wilde ik natuurlijk wel hebben. In de clubshop kocht ik een programmaboekje en een sticker met het logo van Union St. Gilles voor Evelien. Ze wilde die graag hebben, omdat het leek op het oude teken van NAC. Als echte opportunist werd ze ook meteen fan van Union St. Gilles, hoewel ik haar nog probeerde om te turnen in een KV Oostende-fan. Vanuit de clubshop kun je linksaf weer terug naar de tribune of rechtsaf en dan ga je de oude, begroeide terrace op. Het was echt een kans van nu of nooit, want er was geen steward die me in de gaten hield en  SuperJohn en Evelien hadden zich tactisch opgesteld voor de clubshop. Ik besloot dus mijn kans te wagen en achter de clubshop langs de terrace op te gaan. Dit was echt heel bizar; je kon tussen de struiken door nog duidelijk een tribune ontwaren en ook stonden de oude crash barriers er nog. Langzaam droomde ik weg naar de tijd dat dit nog allemaal in gebruik was. Opeens hoorde ik zachtjes het clublied van Union. Het leek wel vanuit de grond te komen. Ook rook ik een sterke sigarenlucht. Ik besloot me niet teveel in verwarring te laten brengen en wat foto’s te gaan maken. Terwijl ik foto’s aan het maken was zag ik vanuit mijn ooghoeken een klein kind lopen met heel ouderwetse kleding. Ik stond perplex, vooral ook omdat het kind in het niets leek op te lossen. Ik had toch geen Duveltjes op of andere hallucinerende middelen. Ik hield het maar op dagdromen en liep terug richting de clubshop. Ik keek nog een keer om en nu leek het of ik een soldaat zag staan. Een beetje verward kwam ik bij SuperJohn en Evelien terug. Ik vertelde niets over wat ik had meegemaakt en we wilden teruglopen richting onze plaatsen. Ineens hoorde ik de vrouw van de clubshop me roepen. Ze was allemaal in het Frans aan het ratelen tegen me en aangezien mijn Frans niet verder gaat dan “Je voudrais une cart postal”, “Papa fume une pipe” en “Je m'appele Paul Roussel” keek ik wat wazig uit mijn ogen. Daarop vroeg ze in het Nederlands wat ik had gedaan achter de clubshop. Ik vertelde dat ik wat foto’s had gemaakt en toen was het goed. We liepen terug naar onze plaats en raakten in gesprek met wat oudere Union-fans. Ze waren minder positief over de Antwerp-aanhang, want die zorgden vaak voor problemen. Ze hoopten dat Union zou winnen, want de club stond maar 2 punten voor op de vervelende plaats 16. De club die 16e eindigt in 2e klasse moet namelijk wedstrijden spelen met ploegen uit de 3e klasse om lijfbehoud. Vorig jaar was Union knap 14e geworden, nadat ze het jaar ervoor kampioen waren geworden in 3e klasse vlak voor KVSK United, wat nu op plaats 1 stond. De club was eigenlijk al jaren een echte derdeklasser geworden en de fans genoten ervan dat de club nu in 2e stond. Bizar eigenlijk voor een van de meest succesvolle clubs in België. De club heeft echter geen schijn van kans om in 1e klasse te komen, daarvoor is de concurrentie van Anderlecht te groot en het karakter van de club te familiaal. Het is ook te hopen dat de club nooit mee gaat doen in de ratrace om de top te halen. Het zou namelijk het einde betekenen van het prachtige stadion (hoewel de façade een monument is) en het typische karakter van de club. Voordat de wedstrijd begon was er een minuut stilte voor een overleden clubman. Het was een mooie minuutstilte, met name omdat je de vogels hoorde fluiten vanuit het Dudenpark en het voor de rest doodstil was. Daarna kon de wedstrijd beginnen.

 

De spelers van Union leken wat verkrampt door het feit dat ze vandaag de titel binnen konden halen en speelden niet echt goed. Antwerp kreeg de beste kansen en Georges zat een paar keer met dichtgeknepen ogen op de schouders van nonkel Achiel. Vader was ook ontzettend zenuwachtig en voor het eerst in zijn leven hoorde Georges hem schelden. Uiteindelijk gebeurde het onvermijdelijke en kwam Antwerp op 0-1. Her en der in het stadion waren er wat Antwerpsupporters aanwezig wat je zag sommige mensen juichen. “Stomme Vlamingen” mompelde vader en hij ging het “Allez Union” inzetten. Georges was erg verbaasd over zijn vader, die hij vooral kende als een serieuze man die zich zelden liet gaan. Het bleef echter 0-1 bij rust en met z’n drieën gingen ze de boterhammen met spek eten die moeder had klaargemaakt voor ze. Vader geloofde er niet meer in, maar nonkel Achiel was vol vertrouwen. “In de tweede helft komt alles goed” zei hij en knipoogde naar Georges. Georges zelf had ook nog steeds goede hoop en beurde vader op door te zeggen dat het allemaal wel goed zou komen in de tweede helft. Er was pas net afgetrapt voor de tweede helft en de woorden van nonkel Achiel en Georges werden bewaarheid. Union plaatste aanval na aanval, maar de bal wilde er maar niet in. Nonkel Achiel werd helemaal gek van de spanning en beloofde plechtig nooit meer dronken thuis te komen als Union zou winnen. Vader lachte en zei dat hij het zou opslaan in zijn geheugen en hem eraan zou herinneren, mocht Union winnen vandaag. Het leek wel of de spelers nonkel Achiel van de drank af wilden gaan houden, want ineens lag de bal in het net en het stadion ontplofte. De hele tribune waar ze opstonden trilde op en neer. Georges wist niet wat hem overkwam en pakte nonkel Achiel goed vast. Het “Allez Union” galmde door het stadion en vader zei dat hij hoopte dat de dikkenekken van Racing het zouden horen. Die speelden namelijk dezelfde dag thuis tegen de een andere Antwerpse club; namelijk Beerschot. Daarna was het verzet van de oudste club van België gebroken en kon Union het afmaken. De 2-1 en 3-1 volgden snel en Union was kampioen. Het hele stadion trilde op zijn grondvesten en het “Allez Union” werd met een nooit eerder vertoonde passie gezongen. Georges had de dag van zijn leven. Na de wedstrijd gingen nonkel Achiel en  vader weer een pintje pakken in de Union Taverne en vader gaf ook Georges een pintje. “Niet vertellen tegen je moeder”, zei hij er nog bij. Het werd steeds later en gezelliger in het café en toen de spelers zich ook nog eens lieten zien was het helemaal feest. Charles Roos kwam ook nog langs en zei dat hij dit over een paar jaar ook in Anderlecht wilde zien. Als reactie daarop werd hij overgoten met pintjes. De volgende dag werd Georges, die toch iets meer dan een pintje ophad, met knallende hoofdpijn wakker. Ondanks die hoofdpijn was het de mooiste ervaring uit zijn leven.

 

Het was een belangrijke wedstrijd die er gespeeld zou worden; Union moest namelijk winnen om de al eerder genoemde 16 plaats te ontlopen en Antwerp kon nog steeds periodekampioen worden. Er stond dus van alles op het spel. Dat bleek niet echt uit de wedstrijd. Het begon vrij mat, misschien ook omdat het hemelwater met bakken uit de lucht kwam. De mensen die op de grote terrace aan de overkant stonden besloten daarom te gaan schuilen op de paddock bij de hoofdtribune. Alleen de Union Bhoys bleven stug staan. Union werd, naarmate de eerste helft vorderde, steeds sterker en had enkele grote kansen. Antwerp miste zijn topscoorder Dong (die geschorst was). Dong hadden SuperJohn en ik nog 3x zien scoren tegen Deinze, maar nu stonden er niet echt geweldenaars in de spits. Het publiek van Antwerp had er wel vertrouwen in, want die hadden een vol uitvak meegenomen. Ze waren echter not-amused toen Union in de 33e minuut een penalty kreeg. Deze penalty werd slecht ingeschoten en de keeper kon hem makkelijk stoppen, in de rebound scoorde Union echter wel en het was 1-0 en de eerste stap op weg naar het behoud was gezet. Terwijl iedereen stond te juichen, waaronder een 103-jarige tifosi, fantaseerde ik erover hoe het moest zijn geweest als hier nog 40.000 man in hadden gekund. Dat was echt geweldig geweest. Terwijl ik naar de oude terrace achter de clubshop keek leek het net of ik daar weer dat kleine kind zag staan juichen. Heel raar, maar het zal wel door de regen zijn gekomen dat het net leek of er iemand stond. Union hield de 1-0 makkelijk vast tot in de rust en we waren verbaasd dat het zo makkelijk ging voor de ploeg. Evelien en ik gingen een lekker broodje worst halen (was het stadionvoedsel in Engeland maar net zo goed) en aten dat in de paddock op (het was namelijk verboden om eten mee de tribune op te nemen, aangezien het allemaal zo oud is daar). Na de rust leken de spelers van Union helemaal ontketend en kregen ze kans op kans. Het leek wel of de bal er niet in wilde. Een oude voetbalwet zegt; “als hij er aan de ene kant niet invalt, vliegt hij er aan de andere kant in” en die wet ging ook dit keer op. Antwerp maakte de 1-1 en het uitvak ging helemaal los. Nu leek het weer of ik de soldaat zag op de oude terrace die een wegwerpgebaar maakte. De regen was weg, dus er zat waarschijnlijk een stof in het broodje waarvan je gaat hallucineren. Het verzet van Union was na deze 1-1 verbroken en Antwerp boog in 10 minuten de 1-0 achterstand om in een 1-3 voorsprong. Voor de zekerheid keek ik niet naar de terrace achter de clubshop om er zeker van te zijn geen schimmen meer te zien. De wedstrijd was daarna niets bijzonders meer en ik genoot vooral van de omgeving. Na het eindsignaal gingen we weg. Ik keek nog een keer om en zag vanaf de oude terrace een klein kind naar me zwaaien en een soldaat salueerde na me.

Na de kampioenswedstrijd ging Georges nog vaak mee met vader en nonkel Achiel. Zo zag hij Union kampioen worden in 1907, 1909, 1910 en 1913. In de oorlog lag de competitie stil, maar werden er volop oefenwedstrijden gespeeld. Georges mocht als jongen van 16  zijn debuut maken bij Union. Zijn hoogtepunt was een wedstrijd tegen een elftal van de Duitse bezetters. Die werden met 6-0 afgemaakt. Na deze wedstrijd gingen er geruchten dat de Duitsers wraak wilden nemen en nonkel Achiel zorgde ervoor dat Georges via een vriend van hem in onbezet België terecht kwam bij een oud-tante. Daar kon hij werken op een boerderij. In zijn vrije tijd ging hij om met een groep Brusselse vluchtelingen die allen aanhanger waren van Union. Georges stond hoog in aanzien, aangezien hij zelfs voor Union had gevoetbald. De jongens vonden het vreselijk wat ze allemaal hoorden vanuit het bezette deel van België en waren van plan dit niet lijdzaam te laten gebeuren. Ze gingen een vrijwilligersdivisie op zetten om te vechten tegen de Duitsers.  Georges was nog te jong om mee te doen, maar op zijn 18e verjaardag sloot hij zich aan bij zijn makkers.. Tijdens een van de velen nutteloze aanvallen over en weer kwam zijn Brusselse divisie in een slechte positie te zitten. Het Belgische leger had voornamelijk de taak om te verdedigen, maar nadat de Duitsers het mosterdgas hadden losgelaten bleken ze tot de aanval over te gaan. De Brusselse vrijwilligers hadden geen zin om als makke schapen te worden afgeslacht dus besloten ze tegen regels ten aanval te trekken. Onder het geschreeuw van de strijdkreet “Allez Union” en het vooruit trappen van een voetbal  stormden ze de loopgraven uit. Geen van de Brusselse jongens zou het overleven, maar ze stierven waardig.   

Geschreven door: Sir Stanley Matthews



De foto's

Vergane glorie; een kassa vol met planten en struiken.

De ingang vanuit het park is niet meer in gebruik en wordt overwoekerd door vegetatie.

Vanuit het park zou je ook de wedstrijd kunnen zien tussen de bomen door.

De ingang van het Dudenpark met een van de vele dichtgemetselde kassa's.

Hier een van die kassa's die niet meer gebruikt worden. Ooit was het een grote club...

Dit is nog de enige plek waar daadwerkelijk kaartjes worden verkocht.

Deze man (lid van de Gestapo) genoot van zijn macht, leren jas en dubieuze armband.

Dit mannetje had ook al zeer dubieuze kledij aan.

Deze façade was een duidelijk voorbeeld van de broek op de enkels.

Genieten.

Het Stade Joseph Marien ligt aan de ene kant in een park en aan de andere kant tussen de huizen.

De hoofdingang naar het buffet.

Hier genoten we van een paar Belgische pintjes.

De hoofdtribune. Hier zouden wij, slim genoeg, gaan zitten deze middag.

De paddock voor de zittribune. Hier stonden een man en een vrouw die elkaar niet mochten.

De hoofdtribune van boven gezien met de bankjes waar je een houten kont van kreeg.

Hier anderhlaf uur op zitten is geen aanrader. Voordeel is dat je wel droog zit.

Tribune C; dit was waar wij zaten.

De eretribune met daarachter het hokje waar twee fossielen de DJ aan het uithangen waren.

De C-tribune vanaf onderen gezien.

In de hoofdtribune ademde alles historie uit. Wat een stadion is dit toch.

Een gedenksteen voor Joseph Marien; clubicoon en naamgever van het stadion.

Een gedenksteen voor Emile Mouvet; een ander clubicoon.

Een prachtig glas-in-lood kunstwerk.

Het Chalet de la Butte voor al uw feesten en partijen. Daarachter de oude terrace.

De gigantische terrace met de vele crash barriers aan de overkant. Heel mooi.

Crash barriers, crash barriers en nog eens crash barriers.

Opnieuw het Chalet, nu van de andere kant gezien.

Twee soorten floodlights bij Union; deze variant op het dak van de hoofdtribune.

En de klassieke variant tussen de bomen.

Hier de oude terrace met het scorebord wat niet tegen de regen kan.

Op die oude terrace volop begroeide crash barriers.

De terrace is langzaamaan een aan het worden met de natuur.

De trappetjes zijn nog net te zien tussen de vegetatie.

Nog een voor in het rariteitenkabinet; de keeperstrainer met de grote pens.

Union St. Gilles komt nog op voorsprong.

Men gaat dan ook helemaal los op de zittende Antwerp-supporters na.

Er is zijn zelfs Tifosi op onze tribune van een jaar of 90.

Helaas duurt het feestje niet al te lang en poets Antwerp in 10 minuten de achterstand weg.


 

 

© 2005 All Rights Reserved.