Doing the 116

Doing the 116

 

 

Een bedevaart langs 116 grounds in Engeland

Site Navigation    


 Home

 Premier League

 The Championship

 League One

 League Two

 The Conference

 Lower League

 SPL

 Scotland

 Eire & Cymru

 Special Matches

 Other Grounds

 Groundlist

 Links

 
 
 

RW Essen

Het verslag

  

"Hé, daar staat de fiets van mijn opa."

Het was pas juli toen het seizoen in de Duitse Regionalliga van start ging en er was een affiche bij wat er bovenuit sprong: de derby tussen de Rood-Witten uit het Rührgebied. Degradant Rot-Weiss Essen en promovendus Rot-Weiss Oberhausen mochten het op de eerste speeldag tegen elkaar opnemen in het Georg Melchesstadion voor de seizoensstart. Dit is trouwens een erg belangrijk seizoen, want de eerste 9 van plaatsen zich voor de nieuw te vormen derde Bundesliga. Pak je ernaast, dan zit je in het spelonken van het Duitse voetbal. Er was dus vooraf flink geïnvesteerd door de Duitse Regionalliga clubs om maar bij die eerste 9 te eindigen. De beide clubs die vandaag aan de aftrap stonden werden vooraf ook wel ingeschaald bij die eerste 9. RWE werd door de kenners zelfs directe promotie voorspeld, terwijl RWO een rustig seizoen in de middenmoot werd toegedicht. Voor deze wedstrijd was RWE de grote favoriet. Ze speelden thuis en hadden, op papier althans, een betere selectie. RW Essen is ook de club die mij het meeste tot de verbeelding spreekt. Ooit las ik een mooi stuk over de rood-witten uit Essen en de Nederlandse Duitser Willi “Ente” Lippens, die all-time topscoorder is van de club met 233 doelpunten (nummer 2 heeft er 110, dus dat geeft wel aan wat voor legende Lippens is). Sindsdien heb ik wel een zwak voor die club, mede ook doordat het een vervallen grootheid is die in een zwaar geïndustrialiseerde stad spelen. De prawn sandwich brigade zul je hier niet snel vinden op de tribunes, die gaan eerder naar salonfähige clubs als Schalke ’04 en Borussia Dortmund. Qua authenticiteit had ik er dus veel verwachtingen van.

RWE is qua historie ook een grote club, maar de laatste jaren zijn ze flink weggezakt. De club bestaat nu een eeuw (werd op 1 februari 2007 opgericht) en in die tijd won de club beide grote Duitse prijzen. Als eerste werd er de beker gepakt in de jaren 50 (de beste jaren voor RW Essen, wat dat betreft is er een overeenkomst met Willem II). Alemannia Aachen moest er in 1953 aan geloven. Twee jaar later was het feest nog groter, toen RWE de landstitel pakte en zo als eerste Duitse club mocht deelnemen aan de Europa Cup I. Daarna ging het een stuk minder met de Roden wat uiteindelijk resulteerde in degradatie in 1961. Doordat de club niet snel terugkwam miste RWE de start van de Bundesliga, waar het pas in 1966 voor het eerst in uitkwam. Met Willi Lippens in de punt van de aanval lukte het niet om zich te handhaven. RWE werd laatste en mocht weer uitkomen op het tweede niveau. Lippens bleef de ballen er maar intrappen en na 49 doelpunten van hem in 2 seizoenen, mocht RW Essen weer uitkomen in het Walhalla van het Duitse voetbal. Een goede twaalfde plek was het resultaat, maar het jaar erop werd RWE weer 18e en laatste ondanks de 19 doelpunten van Lippens. In 1973 promoveerde RWE voor de laatste keer in zijn historie naar de Bundesliga en dit zou meteen de succesvolste periode zijn. Een 13e en 12e plek waren erg goed, maar het jaar erop zou nog beter worden. RWE trok de amateur Horst Hrubesch aan en dat was een gouden zet. Das Ungeheuer was een beest in de 16 en in combinatie met Lippens terroriseerden ze samen de Bundesliga defensies. Een achtste plek was het gevolg, maar het vertrek van Lippens (naar Borussia Dortmund) zorgde toch voor een naar nasmaakje. Het bleek de voorbode te zijn van een rapseizoen. RW Essen eindigde als 18e en vloog er weer uit. Das Ungeheuer maakte maar liefst 20 goals, maar dat bleek niet genoeg te zijn. Opvallend genoeg bleef hij de club wel trouw, die hem een kans had gegeven in het profvoetbal.

Terug op het tweede niveau wilde RWE weer meteen terugkomen. Dat leek er lang in te zitten, maar de 41 (!) competitiedoelpunten van beest Hrubesch bleken niet genoeg. Essen werd 2e en promoveerde niet. Hrubesch vertrok en RWE zou nooit meer terugkeren naar het hoogste niveau. De club werd nog een aantal keer tweede en had in Frank Mill weer een nieuwe topscoorder (hij maakte in 1981 maar liefst 40 goals), maar langzaamaan streed de club niet meer mee om de promotie. In 1984 degradeerden ze zelfs naar het derde niveau, waar ze twee seizoenen zouden blijven. In de tweede Bundesliga werd RW Essen nooit een serieuze promotiekandidaat en in 1991 degradeerde de club weer naar het 3e niveau. Zo jojode de club wat op en neer, maar in 1998 degradeerde de club zelfs naar het 4e niveau. De Traditionsverein was dieper gevallen dan ooit en de toeschouwersaantallen bereikte amper de 6.000 (voor 4e niveaubegrippen best aardig, maar voor RWE een ontzettend laag aantal). Meteen promoveerde de club weer en in 2004 mocht Essen, na de titel in de Regionalliga (en met Erwin Koen voor het eerst sinds Der Ente weer een Nederlandse topscoorder, 18 goals), weer uitkomen op het tweede niveau. Dat werd een drama en de club degradeerde weer. Dat werd weer gevolgd door een promotie en opnieuw door een degradatie, waardoor de club dit jaar weer uitkomt op het derde niveau.

We hadden ’s ochtends afgesproken om elkaar te ontmoeten bij de Ikea in Arnhem. SJ en ik kwamen uit het zuiden, terwijl Sperz en Enschedeër uit het noorden zouden komen. Na even te hebben geshopt konden we vertrekken naar de Ruhrpott. Onderweg kwamen we veel gezellige schoorstenen, CO2 en bruinkool tegen in het pittoreske Rührgebied. Uiteindelijk kwamen we aan in de grootste industriestad van allemaal: Essen. Voor mooie authentieke gebouwen en hoogstaande architectuur hoef je niet in Essen te zijn, want door het beleid van Adolf H. was Essen een gewild doel voor de R.A.F. die regelmatig hun bommen op de stad dropten. Vandaar dat er nu niet veel historisch te zien is, in de stad. Het stadion zelf is daarom een van de oudere gebouwen, want het is nog van voor WO II. Het was wel flink beschadigd en er werd flink aan verbouwd in de jaren na de oorlog. In de jaren-50 was het zelfs een van de modelstadions in Duitsland (toen nog onder de naam Hafenstrasse), door zijn modernheid en comfort. Zo was het stadion het eerste in Duitsland met lichtmasten. Die werden op 8 augustus 1956 ingezegend met de honderdste interland van Duitsland. Tegenstander was Racing Straatsburg, die met 4-0 van de mat werden geveegd. De kranten waren na de wedstrijd vol lof over de lampen en schreven: "Ein Schauspiel von faszinierender Wirkung. Dem Flutlichtfußball gehört die Zukunft". Iedereen weet dat dit de waarheid is geworden, want zelfs clubs als FC Uddel hebben nu lichtmasten. De wet van de remmende voorsprong was ook van toepassing op het Georg Melchesstadion (in 1964 kreeg het stadion deze naam, vernoemd naar een van de oprichters van de club). Uiteindelijk bleek in de jaren 90 een van de staantribunes achter het doel zo bouwvallig, dat hij werd afgebroken. Helaas is deze nog steeds niet opgebouwd en staat er nu een afschuwelijke VIP-tent. Voor de rest is het stadion een juweeltje. Een mooie hoofdtribune, die niets snobistisch heeft, een mooie terrace achter de goal waar de harde Essener kern staat en aan de lange zijde een gigantische staantribune waar 13.000 mensen op kunnen. Ook hier staat vrij fanatiek publiek en de uitsupporters.

De club had dus veel dingen die in zijn voordeel spraken. Ook buiten het stadion was het al gezellig druk en ontdekten we een beeld van Helmut Rahn, de held van WK 1954 (en ex-speler van SC Enschede, wat Enschedeër erg leuk vond). Dubieus was dat we een bootje zagen met een vlag, waarop een ijzeren kruis stond afgebeeld. Achter dat bootje stonden ook een paar vreemd uitziende figuren. Het was tijd om naar binnen te gaan. Sperz en Enschedeër gingen op de hoofdtribune zitten, terwijl SJ en ik kozen voor de lange staantribune. Gelukkig kon je ook naar de staantribune achter de goal lopen, zodat ik mooie foto’s kon maken van onze tribune. Het publiek bij RWE zag er wat sjofel uit allemaal. Veel mannen met typische kleding, zoals spijkerjacks, trainingspakken en te kleine, verwassen shirts. De vrouwen hadden veelal een neuspiercing en te strakke leggings aan. Voor de liefhebber van volks publiek is RWE de ideale club. Het is duidelijk geen zelfgecreëerd imago, zoals bij sommige clubs in Nederland (NAC Breda bijvoorbeeld), maar een echte volksclub. Ik was al erg nieuwsgierig hoe de sfeer zou zijn. SJ en ik hadden geluk dat we vrij vroeg aanwezig waren, zodat we een crush barrier konden bemachtigen. Het werd namelijk voller en voller en dan is het lekker om te kunnen hangen op zo’n ding. Mooi is ook dat de sponsor van RW Essen, dezelfde naam heeft als de afkorting van de club, namelijk RWE. Zo is een sponsor helemaal niet storend. Ik had dus geen idee of de letters “RWE” aan de overkant in het stoeltjesmotief nu voor de club of de sponsor stonden. Het zal voor altijd een raadsel blijven.

Ondertussen was het bijna tijd en stond onze tribune aardig vol. Het gonsde van verwachtingen over het nieuwe seizoen op de tribune. Zou er een nieuwe Lippens, Mill of Hrubesch opstaan dit seizoen? Een plaats bij de eerste 9 werd eigenlijk als zelfsprekend beschouwd, het ware doel was promotie. Potentieel moet deze club ook minstens in de tweede Bundesliga moeten meedraaien en eigenlijk zelfs in de eerste Bundesliga. Essen is een van de grotere steden in Duitsland, heeft een grote historie en met RWE (omzet 44 miljard en hoofdkantoor in Essen!) als sponsor moet er veel en veel beter gepresteerd worden dan nu het geval is. Als er een club het predikaat “Sleeping Giant” mag dragen is het deze club wel. We waren benieuwd of ze dit ook op het veld konden waarmaken. Dat bleek niet echt het geval te zijn. RWO was stukken sterker en kwam enkele keren gevaarlijk voor het Essener doel. Aan het publiek lag het echter niet, want die waren superfanatiek. Ondanks dat het nog midden in de vakantieperiode was, kwamen er 15.500 mensen opdagen en ze zongen hun longen uit het lijf. Het mooiste vond ik toen de drie tribunes samen RWE gingen zingen. Eerst schreeuwde onze tribune “R”, dan de terrace achter de goal “W” en ten slotte de hoofdtribune “E”. dit ging een tijdje door en was vrij imponerend. Ook voor de rest werd er volop gezongen door beide supportersgroepen. Toch blijf ik wat sceptisch tegenover zo’n volksmennerige Kapo (eng woord ook) voor zo’n vak. Vooral het blindelings opvolgen van de bevelen die zo’n figuur geeft zou niets voor mij zijn. Ik snap zo’n Kapo zelf ook niet, want die ziet amper tot niets van de wedstrijd. Maar ja, ieder zijn meug natuurlijk. Op het veld was het ondertussen 0-1 geworden voor Oberhausen. Een terechte treffer, tevens de enige voor rust.

In de rust was er een loterij en kwamen ze met fietsen het veld op. SJ en ik legden meteen de associatie met WO II en keken goed of het niet de fietsen van onze opa’s waren. Bij mij was dat niet het geval, maar SJ twijfelde erg, want die fiets leek toch wel erg veel op de Batavus 1941 van zijn grootvader. Helaas kreeg hij geen kans om hem terug te winnen, want iemand anders won hem. Na deze vrolijke tombola was het weer tijd om te voetballen. Essen probeerde het wel, maar ze kwamen er niet doorheen. Het cliché luidt, “als de bal aan de ene kant er niet invalt, dan valt hij aan de andere kant erin” en dat bleek te kloppen in dit geval. Met nog een kwartier te spelen kwam Oberhausen op 0-2 en 7 minuten later was het zelfs 0-3. Het werd een stuk stiller bij de Essener en zo hier en daar gingen er zelfs al mensen naar huis. De RWO-fans konden het amper geloven wat ze zagen. Vorig jaar nog in de oneindige dieptes van de Oberliga en nu was de kans groot dat ze lijstaanvoerder zouden zijn. Sowieso was het gehate Essen wel een vruchtbare bodem voor de Oberhauser, want vorig jaar werd tegen Swarz-Weiss Essen virtueel de titel gepakt. Ondanks dat ze er dus veel succes hadden, verafschuwden ze de plek wel want er werden regelmatig anti-Essen liedjes gezongen. Vooral de hoge werkloosheidscijfers in Essen werden er regelmatig bijgehaald. Het verstomde even toen het 1-3 werd, maar laaide in alle hevigheid weer op toen RWO (via een penalty) de vernederende 1-4 op het scorebord bracht. Dat was ook meteen het laatste wapenfeit en we gingen weer terug naar de Ikea in Arnhem. Het was een leuke dag geweest (voor de zoveelste keer al in Duitsland) en RWE is zeker een aanrader om te bezoeken. Ik kom er graag weer eens terug  in de toekomst.



De foto's

Kiki & Robi, de gevreesde hooligans van Rot Weiss Essen

De floodlight is al van ver te zien tussen de bomen

De gezellige betonnen muur zorgt ervoor dat je niet zomaar naar binnen kunt

De kasasa. Vor slechts 8 euro mochten we naar binnen. Was dat in Engeland ook maar zo

De zijkant van de tribune waar de harde kern stond

En de achterkant van dezelfde tribune

De zijkant van de hoofdtribune oogde wat sjieker...

...terwijl de zijkant eruit zag als een bejaardenhuis

Helmuth Rahn, zoon van Essen en held uit 1954

De dubieuze vlag, duidelijk zichtbaar in het midden

De achterkant van onze tribune

En het gezellige tunneltje wat ons naar de tribune leidde

De hoofdtribune van het Georg Melchesstadion

De plek waar de afgebroken tribune stond en nu een nare party-tent voor VIP's

Onze tribune, een gigantische staantribune

Hier de terrace achter de goal, waar de harde kern stond

Mooie lampen daar in Essen

Spijkerjack: Vink

De tifoactie voorafgaand aan de wedstrijd. Wij begrepen het niet echt

De Kapo roept iets en het volk reageert massaal. Toch wel een beetje eng

De hoofdtribune, met ergens aan de linkerkant Sprez en Enschedeër

Daar stond ie dan, opa's fiets

RWE mist een grote kans

Feest in Oberhausen en verdriet in Essen. 1-4 had echt niemand verwacht


 

 

© 2005 All Rights Reserved.