|
The Miners’ Strike Derby: Mansfield Town v Chesterfield
1981. Engeland is een straatarm land in de jaren-80, met veel werkloosheid en verpaupering. Eigenlijk voldoet het land perfect aan de eisen die tegenwoordig worden gesteld om een land een derdewereldland te noemen. Aan de macht is op dat moment Margaret Thatcher, de keiharde leider van de aartsconservatieve Tories. Thatcher is vreselijk onpopulair (op dat moment de minst populaire Prime Minister van na WO II) en dat wordt er niet beter op als ze de staalindustrie op de kop zet. Het is een van de grootste industrieën in Engeland, maar het kost de overheid (die het merendeel van de staalbedrijven in handen hebben) klauwen vol met geld om ze draaiende te houden. Thatcher besloot daarom Ian MacGregor in te zetten, een bullebak zonder geweten. Het resultaat was dat de staalbedrijven werden gesaneerd en afgestoten en zodoende de overheid minder geld kostte. Het negatieve effect, iets wat MacGregor geen bal kon schelen, was dat de helft van de werknemers op straat stonden. Er was amper vervangend werk en veel mensen moesten daarom rondkomen van de lage uitkeringen en giften van derden. Het was een van de eerste keren dat het de overheid lukte om de vakbonden te verslaan en vooral bij MacGregor smaakte dat naar meer. Gretig keek hij naar de mijnindustrie, die volgens hem ook wel eens op de schop mocht. Thatcher durfde het, mede door haar grote onpopulariteit, niet aan om die aan te pakken. Ze probeerde wel om 23 onrendabele mijnen te sluiten, maar de machtige NUM (National Union of Mineworkers, de grootste en machtigste vakbond van Engeland) dreigde met een staking en het sluitingplan werd meteen weer in de kast gestopt. Vreemd genoeg zou een Argentijnse dictator ervoor zorgen dat die kast weer geopend kon worden. 1982. In Argentinië heerst veel onrust. De bevolking is erg ontevreden over Videla en zijn foute vriendjes. De junta, die sinds 1976 aan de macht is, begint zijn grip op bevolking te verliezen en er moet iets gebeuren om ze tevreden te houden. In 1978 was er de wereldtitel voetbal die ervoor zorgde dat de junta stevig in het zadel kwam te zitten, maar nu was er een economische crisis die zijn weerga niet kende. Het WK voetbal was niet in eigen land, dus het was onmogelijk om dat te manipuleren. Er moest dus een ander plan uit de kast worden gehaald om de bevolking voor zich te winnen. De ogen van Videla vielen op de Falklands, een groep eilanden voor de kust van Argentinië. De eilanden waren in het bezit van Engeland, maar al in de 19e eeuw was er in de grondwet van Argentinië opgetekend (staat er de dag van vandaag nog steeds in) dat de Falklands ooit weer bij Argentinië moeten gaan horen. In de 19e eeuw was Groot-Brittannië natuurlijk oppermachtig en was een inval een zelfmoordactie geweest. Nu was Groot-Brittannië verworden tot een land wat zijn eigen ellende amper te boven kwam en was het dé tijd om de claim op de Falklands eens kracht bij te zetten. Op 19 maart besloten de Argentijnse troepen binnen te vallen. Groot-Brittannië was totaal overdonderd, want er was geen oorlogsverklaring binnen gekomen en de geheime dienst had het ook niet zien aankomen. Thatcher zag dit als dé kans om populariteit te winnen bij de bevolking en stuurde de marine en de commando’s van de SAS erop af. De tabloids pakte het meteen op en een golf van nationalisme sidderde door het land. “Rule Britannia” en “God Save the Queen” werden weer uit volle borst gezongen en de Union Jack was weer een symbool van trots. Weg waren de punkgroepen als de Sex Pistols met hun antimonarchistische teksten. Iedereen ging weer achter de eigen jongens in het verre buitenland staan. De Argentijnen bleken matige militairen en werden in een paar weken van de eilanden afgeblazen. De Britse militairen werden als helden gezien en Groot-Brittannië kon weer trots zijn op zichzelf. Thatcher werd als standvastige leider gezien en haar impopulariteit verdween als snel voor de zon. 1983. Verkiezingen in Groot-Brittannië. Wat anderhalf jaar geleden niemand had durven voorspellen kwam nu niet als een verrassing. De Tories wonnen de verkiezingen verpletterend en Thatcher mocht weer jaren regeren. Haar grootste rivaal, oppositieleider Michael Foot, stapte op naar de grote nederlaag en werd opgevolgd door Neil Kinnock een Welshmen en zoon van een… mijnwerker. Kinnock was afkomstig uit het linkse gedeelte van de Labour Party en moest ervoor zorgen dat de arbeiders weer naar Labour werden getrokken. Het probleem voor Labour was echter dat de Tories continue naar het succes op de Falklands konden wijzen en dar was amper tegenop te boksen. Het was dus vechten tegen de bierkaai voor Labour. De Tories waren ongenaakbaar en de enige man die de conservatieven echt vreesden was Arthur Scargill (leider van de NUM), net zoals Kinnock een mijnwerkerszoon en overtuigd communist. In 1974 had hij met mijnstakingen ervoor gezorgd dat het conservatieve kabinet was gevallen. De tijden waren echter veranderd en de vakbond zou het nu moeten opnemen tegen Thatcher. Thatcher, de Iron Lady, die ook tegen de Argentijnen en IRA al keihard had opgetreden. Het was wachten op de grote confrontatie en de pitbull van Thatcher, MacGregor, stond al kwijlend te wachten om de mijnwerkers eens flink aan te pakken. Het leek een kwestie van tijd voor het uit de hand ging lopen, toen Thatcher inderdaad MacGregor de opdracht gaf om eens kritisch naar de mijnbouw in Groot-Brittannië te gaan kijken. 1984. MacGregor besloot na zijn onderzoek dat de enige manier om de mijnindustrie weer rendabel te maken was om veel mijnen te gaan sluiten. Vooral Yorkshire (waar Chesterfield ligt en waar de meeste mijnen van Groot-Brittannië waren), Schotland, Noordoost Engeland en Zuid-Wales moesten eraan geloven en minstens 20.000 mensen zouden hun baan kwijtraken. Als gevolg hiervan zouden er dorpen zowat hun enige werkgelegenheid kwijtraken. Scargill was furieus en de riep op 12 maart op om te gaan staken. MacGregor bedacht het plan om de verschillende streken tegen elkaar uit te spelen, zodat de mijnwerkers niet een front zouden vormen tegen de regering. Mijnen in Nottinghamshire (waar Mansfield ligt), Derbyshire en Leicestershire werden bijvoorbeeld helemaal niet genoemd bij de mijnen die moesten sluiten. De mijnwerkers in die gebieden waren dus helemaal niet zo blij met de NUM die opriepen tot een algemene staking. Het stak ze vooral dat er geen stemming was geweest voor en tegen de staking, iets wat wel moest volgens de statuten van de mijnwerkersbond. De onderlinge verdeeldheid kwam de regering heel erg goed uit. Mijnwerkers uit Yorkshire besloten daarom af te zakken naar Nottinghamshire (qua aantallen mijnwerkers het tweede gebied van Groot-Brittannië) om daar de mijnwerkers die wel staakten te helpen. Er werden menselijke ketens gevormd om de scabs (scheldwoord voor mijnwerkers die de staking doorbreken) tegen te houden. De regering besloot om het hard te gaan spelen en liet de politie keihard optreden. Regelmatig kwam het tot zware rellen waarbij zelfs doden vielen. Staken betekende ook geen loon, en omdat de NUM geen stakingskas had waren de stakers compleet afhankelijk van giften van derden. Mijnwerkers uit allerlei landen stuurden geld naar de mijnwerkers om eten te kunnen kopen. Hele gemeenschappen werden uiteengereten door het conflict, want in sommige dorpen was er een 50/50 verhouding tussen stakers en scabs. En waar de niet-stakers eten konden kopen en ’s avonds de kachel konden stoken, leefden de stakers in bittere armoede. Regelmatig liep het in de lokale pubs uit de hand tussen de twee groepen. Families werden vijanden van elkaar en ook veel verenigingen vielen uit elkaar door onderlinge haat en nijd. Ook voetbalwedstrijden werden in die tijd hele veldslagen. Een van de meest bittere rivaliteiten was die tussen mijnsteden Chesterfield (stad waarin zowat 100% van de mijnwerkers staakten) en Mansfield (stad waarin slechts 20% staakte). Mansfield moest in april 1984, de staking was toen een maand aan de gang, naar Chesterfield en zelden zal er zoveel haat tijdens een wedstrijd zijn geweest. De weinige fans van Mansfield die mee durfden te reizen werden bijna gelyncht. Het bijna huilerig gebrulde “scabs” moet tot in Mansfield zelf te horen zijn geweest. De frustratie van de mijnstakers werd steeds groter, toen bleek dat de bonden van de staalarbeiders hun leden opriepen de mijnwerkers niet te steunen. Dit voelde aan als een dolkstoot, want de mijnwerkers hadden de staalarbeiders nog erg geholpen bij hun stakingen in 1981. Ook de bond van de hoofdmannen en andere kaderfuncties in de mijnwereld (de NACODS) besloot, in september pas na veel intern gekrakeel, uiteindelijk af te zien van steun aan de stakers. MacGregor was hier erg opgelucht over, want waren deze mannen ook in staking gegaan dan had hij zijn nederlaag moeten toegeven een compromis moeten bereiken met Scargill. Een ander voordeel voor de regering was dat ze het grootste deel van de pers achter zich hadden. Vooral The Sun stond pal achter het beleid van de regering en probeerde er alles aan te doen om de NUM en Scargill persoonlijk zwart te maken. Aanvallen van stakers op niet-stakers, de politie en de pers werden groot uitgemeten en de gift van mijnwerkers uit de Sovjet-Unie werd gezien als een samenzwering van de communisten. Ze probeerden Scargill onwaarheden in de schoenen te schuiven, zoals het achteroverdrukken van geld bestemd voor mijnwerkers en er werden iedere dag gemanipuleerde peilingen in de krant afgedrukt, die erop wezen dat bijna niemand achter de stakingen stond. Thatcher besloot ondertussen om politie uit andere delen van het land, zoals de Londense Metropolian Police, op de stakers af te sturen. Deze hadden namelijk geen banden met de stakers, zoals de Yorkshire Police die wel had, en kon hard en gewetenloos optreden zonder represailles te verwachten. Bekend zijn de rellen in Rotherham waar stakers tot bloedens toe in elkaar werden geslagen. De gevechten tussen de politie en de stakers werden later “The Battle of Orgreave” genoemd en in de jaren-90 heeft de politie nog flinke schadevergoedingen moeten betalen aan de slachtoffers van deze brute aanvallen. Scargill noemde de situatie in zijn land vergelijkbaar met die van diverse Zuid-Amerikaanse landen waar foute regimes aan de macht waren. Ondertussen viel de NUM uit elkaar en besloten de mijnwerkers uit Nottinghamshire en Derbyshire een eigen bond op te richten, de UDM, die niet ging staken. De mijnwereld was meer verdeeld dan ooit en slechts de bonden van de spoorwegen en de havenmedewerkers steunden de mijnwerkers. De spanning liep steeds verder op en er stond een koude winter voor de deur, terwijl de stakende mijnwerkers amper geld voor brood hadden, laat staan voor kolen om zich te warmen. 1985. De eerste kolenmijnen werden daadwerkelijk gesloten, terwijl de stakingen doorgingen. Er werden gevechten gemeld bij de grens tussen Yorkshire en Nottinghamshire, de twee counties die het meest tegenover elkaar staan. The Sun meldt graag dat er bezittingen van scabs worden vernield en voedt de onderbuik door te schrijven dat er zelfs huisdieren van de werkende mijnwerkers worden vermoord. Ook Scargill wordt steeds meer onder vuur genomen. Hij wordt ervan beschuldigd geld van Libië aan te nemen en The Sun noemt hem op een gegeven moment niet meer bij naam, maar “Marxist Thug”. Ondanks deze beschuldigingen blijft Scargill enorm populair onder zijn leden en de staking blijft doorgaan. Toch moeten er steeds meer stakers aan het werk gaan, omdat ze geen cent meer hebben. Alleen in Yorkshire en Zuid-Wales blijven de stakers volharden en gaan er amper mensen aan het werk. De politie pakt tijdens de stakingen veel stakers op en die beginnen aan het eind van hun Latijn te raken. Veel stakers stelen kolen uit de mijnen om zich te warmen, maar worden daarbij gearresteerd door de politie. De geheime dienst tapt de telefoongesprekken af van de vakbondsleiders en probeert de NUM van binnenuit te destabiliseren. Het geld van de NUM, om stakers te vervoeren naar de mijnen die wel open zijn om de menselijke ketens te vormen, raakt langzaam op. De mijnen in Nottinghamshire beginnen daarom bijna weer op volle toeren te draaien en de regering heeft daardoor geen last meer van een kolentekort, mede doordat er ook genoeg kan worden ingevoerd vanuit de VS. Het neutrale volk begint zich ook steeds meer van de stakers af te wenden door enkele incidenten. Enkele zware mishandelingen door stakers en een moord op een taxichauffeur die een niet-staker vervoerde zorgen ervoor dat de publieke opinie helemaal in het voordeel van de regering draait. Thatcher gebruikt de incidenten door de stakers neer te zetten als een stel agressieve wilden en spreekt dreigende taal tegen de stakers. Ook het overlijden van twee stakers, onder zeer verdachte omstandigheden, hakt er dik in bij de stakers. Scargill begint langzaam in te zien dat het een kansloze zaak is en op 3 maart, bijna een jaar na het begin van de staking, besluit de NUM om de staking als beëindigd te beschouwen. Op de dag dat de stakers weer aan het werk gaan worden besluiten ze samen weer naar de mijnen te gaan. De mijnwerkersvrouwen geven de mannen bij de poorten van de mijnen, begeleid door de lokale fanfares, een applaus. Ondanks het verlies besluiten de mannen hun waardigheid te behouden. Onderling zijn de verhoudingen met de niet-stakers helemaal verziekt en in sommige gemeenschappen is het tot de dag van vandaag merkbaar. Een maand na de staking moet Chesterfield naar Mansfield afreizen voor een voetbalwedstrijd. Negentig minuten lang worden de stakers en Scargill geëerd door gezangen, terwijl Mansfield en zijn inwoners worden neergezet als een stel laffe honden en hielenlikkers van het gezag in Londen. Ook worden ze gewaarschuwd dat hun tijd nog wel zal komen met de mijnsluitingen. Na afloop van de wedstrijd loopt het flink uit de hand en de autoriteiten danken God op hun blote knieën dat ze het jaar erop niet tegen elkaar hoeven te spelen. Chesterfield wordt namelijk kampioen en bezorgd de mensen in Chesterfield weer wat trots. Het kampioensfeest is een emotioneel gebeuren, waarbij de mijnsluitingen voor even worden vergeten. Wat kan voetbal soms toch een goed medicijn zijn tegen de pijn. De jaren erop worden er veel mijnen gesloten, wat zorgt voor veel werkloosheid in de mijngebieden. Het aantal zelfmoorden loopt flink op, dorpen raken ontvolkt, het alcoholgebruik loopt schrikbarend op, evenals het aantal gevallen van huiselijk geweld. Enkele gebieden in Yorkshire worden door de EU aangemerkt als de meest arme in de hele EU. Het meest schrijnende is nog wel dat het gemeenschapsgevoel in sommige gebieden helemaal weg is, doordat er stakers en niet-stakers bij elkaar wonen en elkaar niet meer kunnen luchten en zien. In 2004 wordt er zelf nog iemand vermoord doordat een discussie tussen twee voormalige leden van de NUM en de UDM helemaal uit de hand loopt. Ook lopen er regelmatig voetbalwedstrijden in de jaren-80 en –90 uit de hand tussen clubs uit Yorkshire en Nottinghamshire. Wanneer uiteindelijk ook het grootste deel van de mijnen in Nottinghamshire, Derbyshire en Leicestershire worden gesloten, kunnen de voormalige stakers hun plezier amper onderdrukken. De mensen in deze gebieden zijn woedend, want de belofte van de regering blijkt niets waard te zijn. Momenteel zijn er slechts een paar mijnen nog open in Groot-Brittannië. De macht van de vakbonden is erg afgekaveld en het sociale systeem van Groot-Brittannië lijkt steeds meer op dat van de VS. De populariteit van Thatcher bereikte na de stakingen een nieuw hoogtepunt, want ze werd gezien als een sterke vrouw die harde beslissingen durfde te nemen. Scargill blijft leider, maar zal later een politieke partij gaan oprichten, die tot de dag van vandaag ergens in de marge rondhangt.
2007. Chesterfield degradeert naar League Two en het eerste wat door mijn gedachten schiet is de wedstrijd tegen Mansfield Town. Field Mill is een lelijk stadion, maar als deze wedstrijd daarin wordt gespeeld het ineens een heel ander verhaal. De zomer wordt zenuwachtig doorgebracht, want het duurde en duurde maar met het uitbrengen van het speelschema. Uiteindelijk kwamen ze uit en tot mijn opluchting viel de derby niet op een doordeweekse dag of met kerst (Chesterfield v Mansfield is wel rond de kerst gepland). Langzaam konden er plannen worden gemaakt. Kaartjes bleken geen probleem te zijn. Bij Mansfield is men namelijk nog steeds bezig met de “Haslam Out” actie, die inhoud dat de wedstrijden van Mansfield worden geboycot. Zodoende krijgt de club minder inkomsten en zal voorzitter Haslam vanzelf opstappen, is de redenering van de fans. Aan Chesterfieldzijde was echter geen kaartje meer te krijgen. Die hadden zowat heel Field Mill kunnen vullen met hun eigen fans, zoveel aanvragen waren er voor deze wedstrijd. Mansfield sprong daar slim op in door teveel kaartjes aan Chesterfield te verkopen. Tijdens de wedstrijd zou dit nog voor problemen zorgen, maar dat komt later nog ter sprake.
Ik had er dus veel zin in en nadat Bristol Rovers v Leeds op vrijdag zo’n succes was, nam die zin alleen nog maar meer toe. Het voordeel van al in Engeland zitten op de dag van de wedstrijd, is dat we niet vroeg hoefde op te staan om al op tijd in Mansfield te zijn. Het stadje zag er vrij verpauperd uit, dus was het even zoeken voor een mooi plekje om de auto te parkeren, zonder dat er een kans was dat hij op blokjes zou staan na de wedstrijd. Gelukkig was er in de fatsoenlijkste wijk van Mansfield nog plek. Het was een eindje lopen naar het stadion, maar we hadden tijd genoeg. De kaartjes ophalen ging vrij soepel en toen was het tijd om het stadion eens nader te bekijken. Op het eerste oog was het weinig bijzonders. Wat opviel was dat de West Stand echt gigantisch hoog was. Een leuk element was dat de ingangen van de Bishop Street Stand helemaal dichtgemetseld waren. Er zijn schijnbaar plannen om hier een nieuwe tribune neer te zetten, maar aangezien Mansfield Town nooit ijn stadion uitverkoopt, zijn die plannen op de lange baan geschoven. Na dit rondje was het tijd om naar binnen te gaan en sfeer op te snuiven.
Sportief gezien is er een wereld van verschil tussen beide clubs. Chesterfield draait heel goed mee in de top van het klassement in League Two, terwijl Mansfield Town onderaan staat inde vierde divisie van Engeland. Een vlugge duik in de historie leert ook dat Chesterfield altijd al de grote club van de twee is geweest. Waar Mansfield sinds zijn debuut in de League in 1931 bijna altijd in de twee laagste divisies heeft gespeeld (alleen in 1977/1978 kwamen ze op het tweede niveau uit), heeft Chesterfield een veel langere en succesvollere historie in de Leagues. Al in 1899 kwam de club uit in de League en, met een kleine onderbreking, hebben ze daar altijd ingespeeld. In tegenstelling tot Mansfield is Chesterfield wel regelmatig op het tweede niveau (tegenwoordig The Championship) uitgekomen. Toch zijn de gloriedagen van Chesterfield vrij stoffig geworden, want sinds 1951 komt de club ook alleen nog maar uit op het derde en vierde niveau. Het enige wapenfeit wat ik me van Chesterfield zo voor de geest kan halen is het bereiken van de halve finale van de FA Cup in 1997. Helaas werd de club toen bestolen van een zuiver doelpunt tegen Middlesbrough en moesten de clubs op herhaling die Middlesbrough makkelijk won. Anders had niet Middlesbrough, maar Chesterfield in de finale mogen uitkomen tegen het Chelsea van Gullit. Opvallend is trouwens wel dat de clubs in onderlinge confrontaties helemaal in balans liggen. Beide clubs wonnen 26x van elkaar en 16x werd het gelijk. Om maar eens een cliché te gebruiken: het kon dus alle kanten op.
We waren als een van de eerste binnen, en konden dus langzaam het stadion zien vollopen. Van binnen vond ik het niet echt een bijzonder stadion, maar er zijn lelijkere in Engeland te vinden. De, in ongebruik geraakte, Bishop Street Stand was heel klein viel me meteen op. Grappig was dat de balenjongen die daar zat een bouwhelm op moest. Het zal daar wel een bouwvalige zooi zijn. Jammer genoeg mocht ik er niet even naartoe van een steward die genoot van zijn macht. Opvallend was dat er tussen de Bishop Street Stand en het uitvak een kleine terrace stond. Dat was me eigenlijk nooit opgevallen op de foto’s die ik vooraf had gezien. Beide tribunes achter de goals zagen er vrij identiek uit. Onze tribune was veruit de grootste, maar die kon ik dus niet helemaal zien doordat ik van de onsympathieke stewards niet even op een andere tribune mocht staan om een foto te maken.
Voor de wedstrijden werden we vermaakt door beide mascottes. Door die van Mansfield, omdat hij zo knullig was en door die van Chesterfield, omdat die übercool was. Sammy the Stag had bijna alles wat een mascotte niet moet hebben, maar het ergste was nog wel dat hij drie van de vier doodzonden voor een mascotte overtrad: hij moest zijn hoofd continue vasthouden, hij had geen dikke pens en droeg normale voetbalschoenen dragen. Het enige goede was dat je niet zag dat er een mens in het mascottepak zat. Het was allemaal leuk en aardig dat hij de hele tijd een warming-up met een kind deed, maar als je dat met die ene hand de hele tijd je hoofd moet vastpakken is het ineens een stuk minder. Het was dan ook meer dan terecht dat het Chesterfieldpubliek hem uitschold. Die waren wel wat beters gewend, maar wat daar ineens uit de catacomben kwam overtrof zelfs onze stoutste verwachtingen. Daar kwam hij binnen, een persoonlijkheid zoals ik nog nooit had gezien. Zelfs Cyril the Swan verbleekte hierbij. Chester the Fieldmouse had echt alles wat een mascotte moet hebben. Hij provoceerde meteen het thuispubliek, had een enorme pens en een grappig hoofd. Dankzij Chester stond Chesterfield al meteen op 0-1, want ook de spelers zagen hoe Sammy geheel in de zeik werd genomen door deze muis. Glorieus ging Chester weer de catacomben in. Deze strijd hadden de Spirtites in ieder geval gewonnen.
Voorafgaand aan de wedstrijd werd er een minuut stilte gehouden voor 2 Britse soldaten, die de week ervoor in Irak waren omgekomen. Toevalligerwijs kwam de ene soldaat uit Mansfield en de andere uit Chesterfield. Het was dan ook doodstil tijdens de minuut stilte. Toen beide teams klaarstonden voor de aftrap viel ons op hoe weinig fans van Mansfield Town op de wedstrijd waren afgekomen. Waar normaal het stadion voor deze wedstrijd stampensvol zit, was het nu maar voor de helft gevuld. Het enige vak wat uitpuilde was het Chesterfieldvak. Daar waren duidelijke teveel kaarten verkocht. Vreemd, want eigenlijk is het onmogelijk om voor een zittribune teveel kaarten te verkopen. Vooral als de stoeltjes genummerd zijn. Mansfield besloot daarom de afgesloten terrace te openen. Voor het eerst in jaren kon er weer gestaan worden op die tribune, en gretig liepen de Chesterfieldfans daar naartoe. Staan blijft toch het populairste onder voetbalfans. Ondertussen hieven de Spirites massaal het “scabs” aan. Ik was tevreden. Mansfield stelde daar slechts een ironisch applaus tegenover.
De eerste helft begon geweldig. Ballen werden over en weer gepompt en in de eerste twee minuten zagen we aan beide kanten een grote kans. Een doelpunt kon niet lang uitblijven, maar dat het in de derde minuut al 0-1 zou staan hadden we niet verwacht. Het bomvolle vak van Chesterfield ontplofte en het “scabs” werd weer richting onze tribune geschreeuwd. Na de 0-1 bleef het spectaculair en zowel de 0-2 als de 1-1 zaten eraan te komen. Het werd de 1-1, want na negen minuten was het Dawson die tegen scoorde. Eindelijk kwam er wat geluid van de Mansfieldfans, die zich tot dan toe amper hadden laten horen. De eerste helft bleef lekker op en neer golven, waarbij opviel dat de bal vooral veel door de lucht vloog. Chesterfield had duidelijk de betere spelers, waarmee meteen het verschil in de ranglijst verklaard werd. Ook op de tribune won Chesterfield de strijd glansrijk. In dat vak was het een groot feest, terwijl ik het erg opvallend vond hoe rustig het op de overige twee tribunes was. Op het veld was het wachten op een doelpunt en gelukkig viel die nog voor de rust. Chesterfield kwam niet meer dan terecht op 1-2 en de Chesterfieldfans gingen zeer tevreden rusten en zwartgeblakerde hamburgers naar binnen werken.
In de tweede helft zakte het niveau helaas wat weg. Mansfield leek er niet meer in te geloven, terwijl je het gevoel had dat Chesterfield het zo kon afmaken als ze zouden willen. Een kopbal op de lat had dat moment al kunnen zijn. Doordat het maar steeds 1-2 bleef, verdween het spanningselement niet uit de wedstrijd. Mansfield Town was wel duidelijk de mindere in de tweede helft, maar zo nu en dan kwamen er lepe countertjes van de ploeg. Een derby is pas echt een derby als er iemand een rode kaart krijgt, en gelukkig wilde de lompe voorstopper van Mansfield daar wel voor zorgen. Een poging om de knieschijven van een speler van Chesterfield eraf te schoppen leverde hem een uitsluiting op. Voor ons was het duidelijk dat de wedstrijd nu gespeeld was, want een speler met de naam Jelleyman moest nu de verdediging gaan leiden. Het was dan ook niet meer dan logisch dat het nog 1-3 werd voor Chesterfield. Daar was het ondertussen volop feest in hun vak. Toch zorgde de 1-3 wel voor beweging in de vakken met Mansfieldfans. Kop van Jut was eigenaar Haslam. Voor het eerst werd er hardop en massaal gezongen door het publiek van Mansfield. Het “Haslam Out” overstemde zelfs voor even de Chesterfieldliederen. Haslam zat op de tribune boven ons en werd goed bewaakt door stewards en bodyguards. Het publiek was echt woedend en ik ben benieuwd wat er met hem gaat gebeuren mocht Mansfield eruit vliegen. De scheidsrechter floot af en het feest in het uitvak werd nog heviger. Tevreden verlieten we het stadion. Het voetbal was van derbyniveau geweest en de meegereisde Chesterfieldfans hadden voor een leuke sfeer gezorgd. Helaas kan ik onmogelijk aanwezig zijn bij de return op het prachtige Saltergate. Die lijkt me namelijk nog heftiger te zijn. Geschreven door: Sir Stanley Matthews
|