
Het passievolle diner: Leeds United v Luton Town
Dankzij ons eerdere vertrekken kwamen we ruim op tijd in Leeds aan. De auto werd weggezet op een berg, vanwaar we een mooie foto konden schieten van Elland Road in een dal. SuperJohn keek erg bedenkelijk toen we de afdaling aan het maken waren, dit stuk moest namelijk na afloop wel weer beklommen worden. We stonden erg dicht bij Elland Road geparkeerd, want binnen 5 minuten waren we bij het stadion. We hadden nog ruim 3 kwartier, dus het was nu zaak om even de kaartjes op te halen en naar binnen te gaan. Die kaartjes ophalen was moeilijker dan gedacht, want we werden van de ene ticketoffice naar de andere gestuurd en ondertussen deden de stewards ook goed mee met het verwarring zaaien. Na heel veel vijven en nog meer zessen lukte het dan uiteindelijk toch om de kaartjes te krijgen. We konden met een gerust hart Elland Road van buiten bekijken. Wat opviel was dat het erg oud en vervallen was. Was hier 5 jaar geleden nog een halve finale in de Champions League gespeeld. Overal kabels, schuren in de stenen en afgeblakkerde verf. Leeds was niet alleen sportief een club in verval. Het enige deel wat er goed uitzag was de nieuwe East Stand; dit was een gigantische tribune die zowat dubbel zo hoog was als de rest van de tribunes. Ook van buiten zag hij er goed uit, met het Leeds-logo en het Billy Bremner standbeeld.
Na het rondje was het tijd om naar binnen te gaan. Dat ging niet zo makkelijk als gedacht, want ondanks zijn ouderdom had Elland Road wel elektronische poortjes. Chocovla en ik kwamen er makkelijk doorheen, maar SuperJohn wilde weer graag aandacht. Hij kwam niet met zijn kaartje door de poort en toen was het wachten geblazen, want het kaartje moest opnieuw geactiveerd worden. Na een kwartier kwam hij dan eindelijk terug en we konden naar binnen. We hadden erg goed plaatsen deze dag. We zaten op de South Stand, tegenover de Don Revie Stand, waar de harde kern (waaronder Elly the Elephant en Nigel) deze middag zat/stond. We zaten vlak naast het uitvak, wat tussen onze stand en de East Stand was ingepropt. Sfeertechnisch leek dit dus een aangename middag te worden. Het stadion was ook een stuk voller dan normaal dankzij de actie van de verlaagde prijzen. Achteraf zou blijken dat dit de een-na-hoogste gate was van het seizoen. Alleen het andere degradatieduel tegen QPR had nog meer mensen getrokken naar Elland Road.
We hoefden, dankzij de actie van SJ, maar kort te wachten tot de wedstrijd. De sfeer was al voor de wedstrijd uitstekend en we hoorden enkele malen het legendarische “Marching on Together”. Bij Luton viel een opvallende persoon met vlecht (Satyr?) heel erg op. Die was continue aan het provoceren, wat ook weer bijdroeg aan een goede sfeer. Uiteraard werd Kevin Nicholls door de Hatters in positieve zin bezongen (ze hadden zelfs een spandoek voor hem meegenomen) en door de Leeds-fans zeer negatief. De wedstrijd zelf stond op het punt om te beginnen en de woorden uit het programmaboekje “We’ll give 110%” bleken te kloppen. De spelers van Leeds werkten zich kapot en kregen ook de beste kansen, maar er speelt blijkbaar geen echte killer in dat team. Kans op kans werd gemist en de tussenstand in de rust was 0-0 en maar liefst 3 ballen op de lat van de Luton keeper. Het zat ze duidelijk niet mee, maar Luton Town was ook wel van een dramatisch niveau. Dat lijkt voor mij wel een zekerheid die gaan afdalen naar League One.
De tweede helft ging verder zoals de eerste helft was geëindigd; met een Leeds United wat met man en macht een doelpunt probeerde te maken. Rechtvaardigheid bestaat nog, want in de 50e minuut was het zover. Richard Cresswell kreeg de bal aangespeeld en ramde hem langs Beresford. Elland Road leek wel te ontploffen op dat moment. Hier zat een diep gevoel van frustratie achter. Het “Marching on Together” galmde door het stadion en de anti-Nicholls gezangen waren ook te horen uit duizenden kelen. Ondanks de achterstand leek Luton Town er geen tandje bij te zetten. De ploeg speelde zonder enig vertrouwen. Zo zie je maar dat je niet ongestraft kunt blijven verkopen, zoals Luton Town zowat iedere transferperiode doet. De dagen voor Mike Newell leken dan ook geteld met deze uitslag (hij zou nog een wedstrijd mogen blijven zitten, maar daarna was het inderdaad exit voor deze flamboyante manager) en probeerde zijn ploeg naar voren te sturen. Ook het Luton-publiek ging er nog een keer achter staan. Leeds kwam eindelijk een beetje onder druk te staan, maar echt heel grote kansen kreeg Luton niet en degene die wel gevaarlijk waren werden onschadelijk gemaakt door keeper Casper Ankergren.
Op de tribune was ondertussen de spanning om te snijden. Om ons heen hoorden we de harten bonzen en het zweet door de diverse bilspleten gutsen. Toch leek Leeds de 1-0 naar het einde te kunnen slepen, want Luton kreeg geen geweldige kansen meer. Maar al je eenmaal in de hoek zit waar de klappen vallen, kun je alles verwachten. Een fout van Heath in de 16-meter leverde namelijk een penalty op voor Luton Town. Leeds leek eindelijk de 3 punten binnen te kunne halen, maar in het zicht van de haven gaven ze het toch nog uit handen. Als een ware sensatiezoeker zette ik mijn camera aan om dit te filmen. Ik had namelijk het voorgevoel dat Ankergren deze penalty wel eens zou kunnen pakken. Leeds zit dan wel in de hoek waar de klappen vallen, maar waar zat Luton (wat nog slechter presteerde de laatste tijd) dan wel niet in? Wat ik verwachtte gebeurde; Morgan schoot de bal erg slap in en Ankergren pakte de bal. De Hatters in het uitvak wilde het liefst door de grond zakken, terwijl onze tribune leek te bewegen. Na deze misser lukte het Luton niet meer om zich opnieuw te motiveren en de 3 punten waren voor Leeds United. De mensen waren erg opgelucht en om ons heen begon het gezang weer. Als Leeds deze wedstrijd niet had gewonnen was de degradatie eigenlijk een feit geweest, maar nu was er weer hoop en die hoop voelde we om ons heen.
Na de wedstrijd gingen we naar het standbeeld van Billy Bremner om daar de 2 Leeds-mannen te ontmoeten. Die waren erg tevreden over de uitslag en samen gingen we de clubshop in. Er was veel in de aanbieding, maar helaas de sjaals niet. De keuze aan sjaals was sowieso erg summier. Jammer, want nu heb ik een sjaaltje gekocht waar ik niet echt dol op ben. Toen we de clubshop uitkwamen was het al vrij verlaten rondom Elland Road. We waren dan ook de laatste auto die nog op de berg geparkeerd stond. SuperJohn zag erg af toen we de berg moesten beklimmen, maar vrolijkte weer op toen hij zag hoe we met z’n drieën achterin moesten worden gepropt.
In Leeds was het zoeken naar een station om de Vlaai op te halen (die naar Halifax v Exeter was geweest) en daarna op naar Bar Censsa. Tussendoor gingen we nog even eten bij een all-you-can-eat Chinees. Het was redelijk eten, (hoewel de führer van het restaurant weigerde een cola te serveren) maar vergeleken met het buffet op de boot naar/van Hull is er geen bijna geen eten meer wat vies is. Daarna gingen we terug naar Bar Censsa waar de voetjes van de vloer gingen en de alcohol rijkelijk vloeide. Na het vrouwelijke gedeelte van Leeds kwijlend te hebben achtergelaten, moesten we nog 2 uur rijden naar Walsall. Daar was ons hotel, want we wilde zo dicht mogelijk bij Wolverhampton zitten voor de wedstrijd van de dag erop. Het hotel was een horror; ik had alleen kokend heet water, terwijl de rest koud water had. Er lag nog afval in de prullenbak en de wc trok niet door. Gelukkig was ik zo uitgeput dat ik meteen in slaap viel en alvast kon gaan dromen over dé wedstrijd van dit weekend: The Black Country Derby.
Geschreven door: Sir Stanley Matthews