Doing the 116

Doing the 116

 

 

Een bedevaart langs 116 grounds in Engeland

Site Navigation    


 Home

 Premier League

 The Championship

 League One

 League Two

 The Conference

 Lower League

 SPL

 Scotland

 Eire & Cymru

 Special Matches

 Other Grounds

 Groundlist

 Links

 
 
 

Greenock

Het verslag

   

 

Leven als God in Greenock

Greenock is een stadje waar ik een speciale band mee heb. Toen ik vorig jaar wat zoekende was nadat mijn relatie over was en het maar niet lukte om een baan in het onderwijs te krijgen ging ik eens kijken of er niets leuks te vinden was over de grens. In mijn droomland Noorwegen was het wat lastig om een baan te krijgen, dus ging ik eens kijken of er nog wat te vinden was in Ierland en Schotland. Landen die mij ook erg aangenaam lijken om een tijdje in te wonen. Een van de aantrekkelijkste opties was om naar Greenock te trekken. Daar zit een grote vesting van IBM en ze boden me een jaarcontract om daar aan de slag te gaan. Ik was me al flink aan het oriënteren in Greenock, maar uiteindelijk was het financieel niet aantrekkelijk genoeg en besloot ik om in Nederland te blijven. Achteraf denk ik wel dat ik de juiste keuze heb gemaakt, maar het had me ook wel leuk geleken om eens een jaartje in Schotland te wonen. Ach ja, wie weet misschien dat het in de toekomst nog eens gaat gebeuren. Doordat ik me ben gaan verdiepen in Greenock kwam ik erachter dat het best een boeiend plaatsje is. Het was vroeger een rijke industriestad, waar enkele van de grootste schepen ter wereld werden gebouwd. Doordat het zowat aan zee lag kwamen er ook ongelooflijk veel schepen binnen om hun lading te lossen. Pakhuizen verrezen en werk was er in overvloed. Veel mensen trokken naar Greenock om daar te gaan werken, ondermeer veel Ieren. Vandaar dat je nu nog veel Ierse achternamen ziet als je het telefoonboek openslaat.

Nadat in de jaren-30 van de vorige eeuw er een wereldwijde recessie kwam steeg de werkloosheid tot enorme aantallen. Het huidige aantal inwoners is dan ook nog maar slechts een fractie van wat het in de gloriedagen was. Tijdens diezelfde gloriedagen werd ook de beroemdste zoon van Greenock geboren; James Watt, de uitvinder van de stoommachine en daarmee ook de grote kracht achter de industriële revolutie die van Groot-Brittannië het machtigste land ter wereld maakte. Ironisch genoeg hebben juist de naweeën van deze industriële revolutie ervoor gezorgd dat Greenock een van de meest verpauperde plaatsen van Schotland werd. Tegenwoordig is Greenock wel een beetje opgeknapt, maar het blijft een stadje met een slechte naam waar volgens de rest van Schotland veel tuig woont en waar je zonder reden een pak slaag kunt verwachten. Greenockians staan dan ook bekend als “mental” bij veel andere Schotten, een plek waar je niet komt als je er niets te zoeken hebt.

Iets wat geen slechte naam heeft is de plaatselijke voetbalclub: Greenock Morton oftewel gewoonweg “Morton”. De club heeft de bijnaam “The Pride of the Clyde”, maar echt vaak hebben ze die naam niet waargemaakt. Hét hoogtepunt in de geschiedenis van de club is de gewonnen FA Cup in 1922. In de finale werden de Rangers met 1-0 verslagen. Ironisch genoeg kon er niet echt een feestje gevierd worden, want meteen na de uitreiking van de beker moesten de spelers de trein in richting Hartlepool. Er was namelijk vooraf een lucratieve friendly geregeld met Hartlepool United en deze viel net de dag na de FA Cup Final. Pas later die week werd er een feestje gevierd met de fans, maar het spontane was er wel af. Achteraf zullen ze er spijt van hebben gehad, want dit bleek de enige hoofdprijs te zijn die Greenock Morton zou winnen. De club zou nog tweemaal tegen de Rangers uitkomen in een belangrijke finale (in 1948 opnieuw in de FA Cup, verlies met 1-0 in de replay en in 1963 met 5-0 in de League Cup). De club zou wel enkele malen kampioen worden in de lagere divisies (6x in de First Division, 2x in de Second Division en 1x in de Third Division). De club was vooral voor WO II een vaste bespeler op het hoogste niveau. Na de oorlog zakte de club terug naar het tweede niveau, maar vanaf 1968 tot 1988 speelde de club weer de meeste tijd op het hoogste niveau. In die jaren speelde het ook voor het eerst en laatst Europees voetbal. In 1969 was Chelsea de tegenstander in de Jaarbeurssteden beker (de huidige UEFA Cup). In twee ontmoetingen (3-4 en 5-0) vloog Morton eruit. Toch blijft het een hoogtepunt uit de geschiedenis van de club.

In het jaar dat Nederland Europees Kampioen werd eindigde Morton als laatste en sindsdien is de club er nooit meer in geslaagd om terug te komen op het hoogste niveau.
De club was wel een goede middenmotor/subtopper op het een-na-hoogste niveau, maar donkere wolken pakten zich samen boven Cappielow Park. Financiële problemen zorgde ervoor dat Morton flink wat spelers moest verkopen. In de First Division werd Morton in 2000 achtste (van de tien clubs) en bleef er net in. Het jaar erop draaide het opnieuw voor geen meter en de club kelderde uit de First Division. In de Second Division ging het geen haar beter en na een laatste plek mocht Greenock voor het eerste in de geschiedenis deelnemen aan de Third Division. De gifbeker was toen wel leeg en meteen werd het kampioenschap gepakt. Daarna werd er met slim beleid de weg omhoog ingezet. Vanaf 2004 werd de club achtereenvolgend 4e, 3e, 2e en vorig jaar werd de club kampioen van de Second Division. Vanaf dit seizoen is Greenock Morton dus weer terug op het niveau waar ze, gezien hun achterban en historie, thuishoren. Een uitstekende gelegenheid om er eens langs te gaan dus, vooral ook omdat Love Street van St. Mirren in het naburige Paisley dit seizoen bezocht moest worden, omdat dit stadion zou verdwijnen. Mooi was dat St. Mirren v Celtic naar de zondag ging en Greenock Morton op zaterdag speelde. Of het zo had moeten zijn.

Zaterdagochtend werd ik wakker met enorme hoofdpijn. De vier uur durende rit over onverlichte wegen, door het weerwolvenbos en in een auto met het stuur aan de verkeerde kant had erin gehakt. Na vier paracetamols kon ik weer enigszins bewegen zonder steken in mijn hoofd te hebben. Beneden was het wachten op Chocovla, die als ware VVD’er een kamer voor zichzelf had. De drie andere knulletjes besloten zich te wagen aan een “Full Scottish Breakfast”. Dat is een beetje vergelijkbaar met een English Breakfast, alleen ligt er hier ook nog een stuk gefrituurde haggis op je bord (maar dat wisten we toen nog niet). Uiteraard had niemand het helemaal op, waarbij vooral Satyr door de mand viel. Ik genoot ondertussen van een erg luxe warme chocolademelk. Staand op de parkeerplaats zagen we het stadion van Falkirk (volgens Satyr F*lk*rk) liggen. Deze vink kon al gezet worden, de dag was goed begonnen. Voordat we naar Greenock zouden gaan, moesten we eerst nog even Satyr afzetten bij een pub die in de buurt van East Stirlingshire lag. Het knulletje zou namelijk niet met ons meegaan naar Greenock, maar een 7 uur durende reis naar Forfar en terug gaan ondernemen om East Stirlingshire te steunen. Eerst wilde hij nog even langs Firs Park gaan, om het stadion van East Stirlingshire te zien. Net als de vorige keer was het potdicht en opnieuw stonden er mensen te gluren door de gordijnen. Een vrouw dreigde zelf de politie te bellen. We besloten daarop maar de plaat te poetsen en Satyr af te zetten bij de dubieuze pub.

Het was nog vrij vroeg toen we naar Greenock reden. Pas om 12:30 werden we verwacht daar, dus we konden onderweg nog wat zien. Dat werd Cliftonhill, het stadion van Albion Rovers. Dit was een tip van Vinckie, die tijdens zijn bezoek erg enthousiast was geraakt over het stadion. Helaas begaf het navigatiesysteem het, waardoor we het via mijn boekje van Duncan Adams moesten vinden. Dat lukte wonder boven wonder. De façade van Cliftonhill zag er aardig uit en we schoten wat plaatjes. Er was echter geen ingang te vinden en we liepen naar boven om te kijken of we daar ergens naar binnen konden. Onderweg naar boven zagen we dat de muren van Cliftonhill hun beste tijd al gehad hadden. Veel graffiti en schuren. Eenmaal boven gekomen zagen we een hek waardoor je het hele stadion kon zien. Niet alleen de tribunes, maar ook het hele veld. Erg vreemd, want als je wilde kon je de hele wedstrijd gratis zien vanaf deze plek. En voor deze club telde iedere betalende toeschouwers, want gemiddeld trekken de club uit Coatbridge slechts 200 tot 300 man. Het stadion zelf leek net een vuilnisbelt. Overal lagen stenen, blikjes en andere rotzooi. Achter beide goals was de terracing compleet verdwenen. De hoofdtribune leek er nog mee door te kunnen, maar de staantribune daar tegenover zag er erg onveilig uit. Ik heb ook geen idee of die nog in gebruik is. Nadat we wat foto’s hadden gemaakt gingen we weer terug naar de auto. Dit was een van de meest vervallen stadions, die nu nog gebruikt worden, die ik ooit heb gezien. Cliftonhill mag met recht een dump worden genoemd en de plannen om naar East Kilbride te verhuizen klinken dan ook niet gek in de oren. Deze nieuwe stad heeft namelijk geen profclub binnen zijn grenzen, terwijl ze 6e stad van Schotland zijn qua inwonersaantal. De liefhebber van vervallen stadions moet zich dus haasten als hij Albion Rovers nog in Coatbridge wil zien spelen.

Na het avontuur bij de Rovers werd er koers gezet richting Greenock. Het boekje werd weer als leidraad gebruikt, want het navigatiesysteem kon niet meer gerepareerd worden. De omgeving werd qua natuur steeds mooier. De Clyde begon een zee-inham te worden en aan de overkant zagen we het Dumbarton Castle liggen. Qua bouwwerken werd het steeds minder sjiek. Veel flats, verlaten fabrieken en rondslingerend vuil zagen we in Port Glasgow, een voorstadje van Greenock. Aangekomen in Greenock werd het er niet beter op. Typisch was dat het lied “Letter from America” door de luidsprekers schalde in onze auto. Een lied dat gaat over immigratie van Schotten naar de Nieuwe Wereld, door te weinig kansen in Schotland zelf. Iets wat zeker opgaat voor stadjes als Port Glasgow en Greenock. Wel mooi bij binnenkomst waren de vele hijskranen die langs de boulevard stonden. Ook de pakhuizen tegenover Cappielow Park waren erg mooi. De auto werd weggezet in een zeer dubieuze wijk achter het stadion. We wisten dat de kans klein was dat hij er na de wedstrijd nog zou staan, maar gelukkig hadden we hem goed laten verzekeren. Nadat we wat foto's hadden gemaakt van de buitenkant van het stadion, waaronder van de legendarische bushalte, was het tijd om naar binnen te gaan en de VIP uit te hangen.

 

Het bleek dat zowat de hele club al op de hoogte was van ons bezoek. Een van de Directors liet ons door een chav wegbrengen naar Susan Gregory, de vrouw met wie ik vooraf had gemaild. De chav zijn schellen vielen bijna ogen toen hij zag dat we van allerlei dingen foto's begonnen te maken. Ikzelf vond het mozaïek, wat bij de ingang in de grond was gelegd, echt geweldig. Ik maakte er een foto van, maar vergat mijn flitser uit te zetten. We hadden meteen de aandacht op ons gevestigd, want de vloer fotograferen vonden de Greenockians maar iets vreemds. Door een smal gangetje, waar het naar vroeger rook, kwamen we uit in de keuken van het stadion. Daar vonden we Susan en die bracht ons naar de Silver Lougne, de lougne van de pseudo-VIP's, want de echte zaten in de Gold Lougne of de Chairmans Lougne (alleen toegankelijk op vertoon van een lidmaatschapskaart van de Tories). In de Silver Lougne zaten, buiten ons, twee mannen van middelbare leeftijd en drie kinderen. Vooral Chocovla was hierdoor erg enthousiast, want dat is een echte kindervriend. Gelukkig bleken de kinderen erg rustig en hadden we er weinig last van.

 

De Silver Lougne zelf zag er best nog leuk uit. Een beetje basic, maar aan de wand waren enkele leuke spullen opgehangen. Een luchtfoto van Cappielow Park, met uitleg over de Wee Dublin End en een eerbetoon aan de Finse spelers Janne Lindberg en Marko Rajamaki. Beide spelers kwamen in 1994, via een ex-speler van Greenock Morton die in die tijd in Finland werkte, naar Morton toe en maakte een verpletterende indruk. Greenock Morton was een van de eerste Lower League clubs in Schotland die Scandinaviërs had en maakte daarmee een goede sier. Ter ere van deze twee spelers, die respectievelijk 3 en 4 jaar voor Morton uitkwamen, was de Silver Lougne in Finse stijl ingericht. Van beide spelers hing er een tekening in de Lougne en een ingelijst shirt van Lindberg hing ook aan de muur. Terwijl we aan de cola zaten, echte, want light is voor mietjes, werden we geroepen voor de rondleiding.

 

De rondleiding begon matig, want als eerste kwamen we in de kamer met de Tories. Het stropdassengehalte lag boven de 90% en we vielen daar wat uit de toon. We hadden iemand die voor de eerste keer de rondleiding gaf en een van de bobo's moest daar natuurlijk een denigrerend opmerking over maken. Gelukkig viel daarna de as van zijn dikke sigaar in zijn cognac. Gerechtigheid bestaat nog. Hierna gingen we naar de Gold Lougne, iets chiquer dan onze Lougne, met een echte bar en een gedeelte van de prijzenkast van Greenock Morton. De mooiste prijs die er tussen stond was de "Finnish Horn", een prijs die eigenlijk bij ons in de Lougne moest staan, aangezien wij de Finse Lougne hadden. Daarna kwamen we op de kamer van de voorzitter. Deze was kort geleden nog helemaal gerenoveerd en dat was wel te zien. Het tapijt zag er nog goed uit en ook de bar die daar was leek net nieuw. Op deze kamer stond de meest kitscherige prijs allertijden, die was wel een fotootje waard. In deze kamer kregen we ook onze speciale armbandjes, zodat iedereen zag dat we Silver Lougne bezoekers waren. 1904 deed hem gretig om en heeft hem nog steeds om nu, om op te scheppen op het werk.

 

Hierna kwam het hoogtepunt van de rondleiding, we mochten het veld op. Onderweg kwamen we langs de kleedkamers. Normaal gesproken hadden we daar ook naar binnen gemogen, maar de nieuwe manager Davie Irons (eerder in de week nog opgestapt bij het geplaagde Gretna) wilde dat niet hebben. Ik ging nog even de kleedkamer van St. Johnstone in, maar die zag er erg eenvoudig uit. Daarna mochten het heilige veld op. Het zag er loodzwaar uit, maar de gids legde uit dat het veld er juist erg goed bijlag. In het verleden werden er veel wedstrijden afgelast, maar de nieuwe groundsman had ervoor gezorgd dat dit verbeterd was en er gingen nog maar zelden wedstrijden niet door. Het voordeel van het zware veld was wel dat de kans op "hoofball" vrij groot zou zijn en dat sprak ons wel aan. Lekker die bal wild naar voren rossen en daar maar kijken wat er gebeurt. Zoiets hoort ook gewoon thuis in de lagere Schotse divisies. Weg met die ploegen die zogenaamd "mooi voetbal" spelen. Als ik dat wil zien kijk ik wel op televisie, en zelfs daar kan het soms dodelijk saai zijn.

 

Op het veld staand schoten we als ware Japanners onze rolletjes vol. Cappielow Park was echt een juweeltje. Op foto's leek het al geweldig, maar als je er in het echt bent zie je pas hoe mooi het is. De Wee Dublin End, vernoemd naar de wijk die erachter ligt waar veel Ierse immigranten zich gingen settelen begin vorige eeuw, is mede door de bankjes erg apart. Die bankjes, afkomstig van Ibrox, zorgen ervoor dat de tribune lijkt op "Tribune 2" van Antwerp FC. En laat dat nu net een van mijn favoriete tribunes zijn. De Cowshed, tegenover de Main Stand, was ook een plaatje. Een overdekte terrace, met vooraan stoeltjes. Erg apart, want meestal zie je het andersom. De saaiste tribune was de onoverdekte terrace achter de goal. Niet lelijk, maar ook niet echt bijzonder. Grootste minpunt daaraan was een schreeuwende reclame van McDonalds, met de tekst "We support a ferry good team". Waarschijnlijk was dit verzonnen door de koppenmaker van de Telegraaf of door Seth Gaaikema. Erg flauw en het maakt de foute Amerikaanse multinational er niet sympathieker op.

 

Hét hoogtepunt van de ground was de Main Stand. Een prachtige tribune, die nog voor een groot gedeelte uit hout bestond. De tribune straalde een en al nostalgie uit. Al snel ontdekte ik een nepvogel die ze met een draad aan het dak hadden bevestigd. De gids legde uit dat die er hing om de vogels weg te houden van de tribune, zodat niet alles vol de vogelklei zou zitten. Ik weet niet hoe het zit met het IQ van de vogels in Greenock, maar ik kan me niet voorstellen dat die dat plastiek geval op een roofvogel vinden lijken. Terwijl de gids alles aan het uitleggen was, kroop ik even de tribune op. Het rook er heerlijk naar de geur van nat hout. Er was weinig verbeeldingskracht voor nodig om voor te stellen hoe het 50 jaar geleden moet zijn geweest, toen Greenock Morton nog voor tienduizenden mensen wedstrijden afwerkte tegen de Old Firm clubs. Weer terug beneden gekomen vertelde de gids het goede nieuws dat Morton nog lang op Cappielow Park wilde spelen, omdat ze er in het begin van deze eeuw hard voor hadden moeten vechten om er te mogen blijven. Het enige plan wat had gespeeld, tenminste volgens de kranten, was dat Morton een tribune van St. Mirren zou opkopen om neer te planten waar nu de Wee Dublin End was. De fans waren hier fel op tegen, want St. Mirren is de grote rivaal en die tribune wilde ze dan ook absoluut niet zien op Cappielow Park. Volgens de gids had de voorzitter na dat bericht in de pers ook stellig gezegd dat er niets van waar was. De Wee Dublin End is ook meer dan een tribune, het is ook een soort monument voor de Ierse immigranten.

 

Na de rondleiding gingen we weer naar onze skybox. De lunch werd namelijk geserveerd. Als eerste kregen we de cock-a-leekie soup. Ik vreesde dat het vissoep was, maar de serveerster stelde me gerust door te zeggen dat het een aardappelsoep was. Daarna kwam het gesprek op haggis en voor we het door hadden stond er een bordje met haggis voor ons. Gelukkig was het geen pure haggis, want hiervan was een soort aardappeltaartje gemaakt. Ik herinnerde me de laatste en enige keer dat ik haggis op had. Dat was op het “Scotfest” in Tilburg en daarvan ging ik bijna over mijn nek. Dit smaakte in ieder geval beter. Chocovla vond het naar een stamppot smaken en 1904 vond het zelfs lekker, maar nam slechts twee happen. Toen de serveerster vroeg of we het lekker vonden knikten we schaapachtig (slechte woordspeling) van ja. Daarna kregen we het hoofdgerecht; kip in salsasaus met gepofte aardappel, aardappelpuree en groenten. Het smaakte erg goed en onze conclusie was dat je in Schotland beter kunt eten dan in Engeland. Helaas zaten we niet in de Gold Lougne, want die kregen ook “Chocolate gateaux” als toetje.

 

Nadat het eten was gezakt, en we zagen hoe Birmingham City in de laatste minuut uit een penalty gelijk maakte tegen Arsenal, was het tijd om naar onze plaatsen te gaan. We zaten op echte Vip-plaatsen in het midden van de tribune, tussen de andere bobo’s. Mooi was dat we naast de St. Johnstone aanhang zaten, waar iemand bij zat die een felroze shirt had. Echt serieus konden we die aanhang vanaf toen niet meer nemen. Doordat we vrij laat aankwamen op onze plekken miste ik bijna de sympathieke mascotte Cappie the Cat. Graag had ik hem goed op de foto gehad, want katten zijn mijn lievelingsdieren. Het stadion zag er redelijk gevuld uit en ik dacht dat het zeker meer dan 3.000 man waren. Achteraf bleken er maar 2.500 te zijn gekomen. Om een of ander reden lijken stadions met terraces altijd veel voller dan stadions met zitplaatsen. Voordat de aftrap plaatsvond bleek al dat we niet tussen rustige bobo’s zaten, want er werd al flink gescholden richting de aanhang van de Saints. De mooiste figuur die tussen ons zat was een man met een fout, geverfd kapsel (zoals Eddy Wally) en een Gucci-sjaal die gekocht leek in een Turkse badplaats. We schatten in dat hij een handelaar was in tweedehands auto’s en de club zo nu en dan wat zwart geld toestak.

 

Op het veld werden onze gebeden een verhoord door Morton. Ze hadden geen enkele intentie om de “passing game” te spelen en de bal werd met 100 km/ph naar voren getrapt. Helaas zat er in St. Johnstone wel wat voetbal en die gingen dan ook tikken. Dat leverde in het begin enkele grote kansen op, mede ook doordat de keeper van Morton een vliegenvanger bleek te zijn. St. Johnstone had vooral een erg goed middenveld en Chocovla had er graag een paar meegenomen naar Veendam. Een van die spelers, Liam Craig, bleek buiten een uitstekende voetballer ook een zuigertje te zijn. Dat konden ze bij Greenock maar weinig waarderen en hij werd uitgejouwd. Ook op het veld irriteerden de spelers zich eraan en Craig lag binnen de kortste keer met een open been in de grintbak. Daarna had hij de les begrepen en ging hij zich concentreren op het voetbal, iets waar de Pas veel beter in waren. Maar, zoals vaker in het voetbal, hoeft dat niet te betekenen dat je dan ook scoort. In dit geval was zelfs het tegendeel waar, want Greenock Morton kwam op 1-0 door Peter Weatherson, een typisch Britse spits. De bobo’s besloten daarop wankergebaren te maken naar de uitfans. Aangezien wij het spreekwoord “If you are in Rome, do like the Romans” graag ter harte nemen deden we vrolijk mee. Vooral richting de figuur in het roze shirt. Uiteraard krijg je dan altijd het deksel op de neus en St. Johnstone kwam, zeer terecht, op gelijke hoogte. De keeper van Morton, een van de slechtste die ik ooit gezien heb, was weer eens aan het prutsen en Steven Milne maakte de 1-1. Een erg knappe combinatie vlak voor rust eindigde uiteindelijk in een loeihard schot van, opnieuw, Milne. De Pars kwamen zodoende zelfs op voorsprong. We gingen dus rusten met een 1-2 tussenstand in een zeer aangename wedstrijd met enorm tempo.

 

In de rust werden we weer verwend. Er lagen cakejes op een bordje en voor ons alledrie was er een “Scots Pie” gereserveerd. Erg mooi, want deze Pie vind ik persoonlijk de lekkerste van allemaal. Enige nadeel was dat de thee zo sterk was dat ik ervan ging hyperventileren, maar voor de rest geen klachten over de catering. We zaten zelfs zo vol van al het eten, dat geen van ons drieën nog ’s avonds gegeten heeft. Voldaan gingen we op de tribune zitten voor de tweede helft. Deze was helaas wat minder en het was verwonderlijk dat St. Johnstone niet verder afstand nam. Op de tribune was er nog wel vermaak, want enkele bobo’s waren nogal zat en besloten de uitfans uit te dagen. Deze konden dit makkelijk counteren door met de ene hand één vinger op steken en met de andere hand een twee. Op het veld besloot Morton een slotoffensief in te zetten en in de laatste minuten ging zelfs de waardeloze keeper mee naar voren bij corners. Als hij een van die twee had gescoord had ik nooit meer een voetbalwedstrijd meer bezocht, want beter dan dat kan het toch niet meer worden. Het bleef dus 1-2 en ik merkte bij mezelf dat ik dat toch wel jammer vond.

 

Na de wedstrijd zochten we weer onze Lougne op. Daar dronken we nog wat en na een uurtje kwam de voorzitter nog even langs. Dit was een man waarin je een pond gooit en dan maar blijft praten. Zonder enige onderbreking begon hij te vertellen over de wedstrijd, de club, het stadion, de manager, etc.. Toen hij was uitgerateld vroeg hij nog aan ons hoe het was geweest. Aan het eind kregen we een hand en besloten we eens richting Falkirk te gaan om Satyr op te halen. Ik maakte me wel een beetje zorgen, want in een van de SMS’je die hij had gestuurd stond in dat hij niemand had kunnen verstaan. Ook bestond het gevaar dat de zatte Schotten op de terugweg staartmans Satyr aan gingen zien als een meisje en wie weet wat er dan allemaal zou kunnen gebeuren. Bij het verlaten van Cappielow Park kwam er nog een oudere man op ons af die mijn e-mailadres vroeg voor een stukje in de lokale pers. Zijn werkelijke doel was om het adres door te verkopen aan bedrijven, maar dat wist ik toen nog niet en even mediageil als Ad-café gaf ik hem mijn e-mail. Nog eenmaal keken we om naar Cappielow Park. Dit was toch wel een geweldige ervaring geweest. Nu was het hopen dat onze auto er nog stond. Onderweg kwamen we een avondwinkeltje tegen, waarin allerlei Celtic-spullen werden verkocht. Van de Rangers hadden ze alleen wc-papier te koop. Zeer terecht natuurlijk. Onze auto stond er nog zonder beschadigingen en we waren weer op weg naar Falkirk.

 

Satyr bleek nog heel te zijn en we pikten hem op om weer terug te gaan naar Glasgow om de binnenstad onveilig te maken. In de dubieuze parkkergarage “The Glasshouse” werd onze auto neergezet en na een lange wandeling vonden Chocovla en ik weer onze stamkroeg. Ik besloot dit keer niet aan de Guinness te gaan, want ik had geen zin om opnieuw met hoofdpijn op te staan. Satyr ging voor het eerst in zijn aan het bier, maar vond het niet te zuipen. Toch werd hij er helemaal dol van en op een gegeven moment stond hij op zijn stoel de boel te dirigeren, als een ware volksmenner. Helaas ging de kroeg al om 12 uur dicht. We besloten om daarop maar weer naar de auto te gaan, op de terugweg uiteraard weer “Who the fuck is Ad-café” zingend. Onderweg kwamen we volop chavs tegen en sletjes die zowat niets aanhadden. Het gekke was dat sommige van die sletjes een jaar of 14 leken. Het blijft toch een vreemde stad, dat Glasgow. Chocovla zette ons weer veilig af bij ons hotel in Falkirk. Ik kroop weer gezellig bij 1904 in bed, terwijl Satyr zijn roes ging uitslapen op de bank. Na nog even te hebben geouwehoerd was het tijd om te gaan slapen. Het was een mooie dag geweest, met een van mijn leukste ervaringen ooit in de UK. Schotland blijft toch altijd iets aparter dan Engeland. De mensen lijken wat vriendelijker en het voetbal wat puurder. Het is jammer dat het wat lastig (lees duur) is om te erheen te gaan, anders zou ik veel vaker in Schotland te vinden zijn.



Het rapport

Het stadion

 

Geweldig, fantastisch, subliem, fenomenaal, magnifiek. Eigenlijk kan ik er geen superlatief voor verzinnen. Cappielow Park is echt een parel van een stadion. Zowat alles klopt eraan en het mooie is dat ze geen plannen hebben om te gaan verhuizen in de nabije toekomst. Ik heb dus een sterk vermoeden dat ik hier nog vaker een wedstrijd ga bezoeken. De Main Stand, waar wij bobo's zaten, is van hout en bestaat uit allemaal zitplaatsen. Tegenover ons had je de Cowshed, een mooie naam, en die bestond uit stoeltjes en staanplekken. Het vreemde was dat juist de paddock was vol gezet met stoeltjes en dat de staanplekken erachter waren. Erg apart, want meestal is het andersom. Rechts van ons had je de Sinclair Street Terrace, waar echte bikkels stonden, want die was onoverdekt en het regende. Ze gingen echter niet overdekt staan. Links van ons was dan de Wee Dublin End, vernoemd naar de wijk met veel Ierse immigranten die in de wijk achter deze tribune wonen, maar die was deze dag gesloten. Het is ook een onoverdekte tribune, die lange tijd dienst deed als terrace, maar waar nu bankjes in waren gezet die afkomstig waren van Ibrox. 

 

De sfeer

 

In Schotland houdt men nogal van schelden en dat was deze dag ook te merken. "Wee Bastard" en "Fucking Cunt" waren de termen die het meest werden gebruikt op de tribune. Wij zaten tussen de bobo's, maar die deden hier volop aan mee, terwijl ook het uitdagen van de uitfans tot hun favoriete bezigheden behoorde. Ik ben trouwens benieuwd hoe het op de gewone tribunes was, als het hier tussen de zogenaamde sjieke mensen al zo erg was. Er waren trouwens weinig gezangen te horen (zo nu en dan aan de overkant), maar het publiek was echt bloedfanatiek.

 

De wedstrijd

 

Zeer vermakelijk. St. Johnstone was voetballend duidelijk de sterkste en had enkele zeer technische spelers in de selectie. Greenock Morton had dit duidelijk niet en bediende zich van zogemaand "hoofball", de bal zo snel mogelijk met de lange bal naar voren en daar moest het dan maar worden uitgevochten door de spitsen. Het mooie was dat ze daardoor nog enkele keren erg gevaarlijk werden. Het veld was ook loodzwaar, waardoor St. Johnstone, ondanks hun technische surplus, het erg zwaar hadden. Mooi waren ook de vliegende tackles en met namen het beukie wat Liam Craig van St. Johnstone kreeg. Die vloog het veld uit en belandde in het grint. Waarschijnlijk is hij nu nog gravel uit zijn been aan het halen. Enige minpunt was dat de keeper niet in de laatste minuut scoorde, want dan was het compleet geweest.

 

De omgeving

 

Ik denk niet dat je snel een betere omgeving vindt voor een voetbalstad. Ruaw, rauwer, rauwst, Greenock is de volgorde. Het stadion is omringd door leegstaande fabrieken, verwaarloosde hijskranen uit de glorietijd, smerige eetgelegenheden en een verpauperde wijk. Het leek er wel op of het allemaal in scene was gezet om zo rauw mogelijk over te komen. Het is ook voor 80% zeker dat je hier de dood vindt als je hier 's nachts rondloopt. Het mooie nieuws was nog wel dat er geen plannen zijn om de omgeving te moderniseren, waardoor het zo intimiderend blijft. Greenock is echt genieten.

 

Overall

 

Ik heb nu al veel meegemaakt op mijn reisjes naar de UK, maar deze dag komt minstens in mijn top-3 qua ervaringen. Eigenlijk was alles leuk, de vriendelijke mensen, de Silver Lougne, het stadion uiteraard, de omgeving, de wedstrijd, de sfeer, etc... Dat is misschien ook het enige nadeel; ik ga nu graag zo snel mogelijk terug naar Greenock Morton, maar de volgende keer kan het alleen maar tegenvallen. Want wat was het genieten.



De statistieken

Greenock Morton v St. Johnstone 1-2 (23/02/2008)

16. Peter Weatherson 1-0

29. Steven Milne 1-1

40. Steven Milne 1-2

Ground: Cappielow Park, Greenock

Visits: 1

Season: 2007-2008

Competition: Scottish First Division

Position Greenock Morton: 9

Position St. Johnstone: 3

Gate: 2539

Match Number in Scotland: 3

Goals: 9

Line up Greenock Morton:

Robinson, Harding, Smith (69. MacGregor), Greacen, Finlayson, McGuffie (76. Stevenson), Jenkins, McAlistair, McLaughlin, Weatherson, Wake (54. Russell)  

Line up St. Johnstone:

Main, Irvine, McManus, Rutkiewicz (67. James), Stanic, Craig, Quinn (85. Moon), Sheerin, MacDonald (69. McBreen), Jackson, Milne 

Yellow Cards:

Rutkiewicz, Quinn, Moon (St. Johnstone)



De foto's

Bij de entree van Cappielow Park word je meteen welkom geheten door deze prachtige mozaïek

De Titan Crane, eens hét boegbeeld van een welvarend Greenock, is nu in ongebruik geraakt

Tegenover het stadion staan deze leegstaande pakhuizen, met ingegooide ramen

Toch is het best een mooi gebouw als je naar de bouwstijl kijkt

Hier de de ligging van het gebouw. Aan de linkerkant ligt Cappielow Park

De hele boulevard staat in Greenock vol met verlaten werven en roestende kranen

Een dubieus steegje net naast het stadion. Hier zijn al minstens 15 mensen omgekomen

De buitenkant van het stadion is niet echt heel mooi en bestaat vooral uit stalen platen

De binnenkant van de turnstiles. Jammer van die auto die de voorzitter daar geparkeerd heeft

Hier bij de Grandstand moesten we ons melden voor het begin van de wedstrijd

De Silver Lougne, die was ingericht in Finse stijl

Als eerbetoon aan de Finse spelers Janne Lindberg en Marko Rajamaki (helden uit de jaren-90)

Het welkomskaartje van Greenock Morton, wat op de tafel stond

De menukaart die bij ons op tafel lag

Een van de prijzen in de prijzenkast was ook deze Finse hoorn

Sowieso heeft Morton meer prijzen gewonnen dan ik had gedacht

Op deze potsierlijke prijs zijn ze erg trots bij Morton. Erg vreemd

De uitkleedkamer was erg basic. De thuiskleedkamer mochten we helaas niet in

De Wee Dublin End, met daarachter Titan, symbool van de teloorgang van Greenock

De Cowshed aan de overkant, met vreemd genoeg de terracing bovenin

De Sinclair Street Terrace, waar alleen de echte bikkels stonden, met een matige reclame van de Mac

De dugout, met kussentjes voor de juffersjondjes

De Grandstand, de mooiste tribune van Cappielow Park

Hier de Silver Lougne, waar de tralies zijn, van de buitenkant gezien

Een tribune die uit hout bestaat is altijd goed

De Wee Dublin End van dichtbij gezien. Helaas vandaag niet gebruikt

Nogmaals de Grandstand, met de aparte floodlights op het dak

Deze neproofvogel moet het lokale gevogelte weghouden

Aparte floodlights in Greenock. Vooral doordat ze op het dak staan

Hier de haggis, waarvan we maar een klein beetje ophadden. Echt lekker was het niet

De nouveau riche zat ook bij ons op de eretribune. Vooral de sjaal is erg fout

Nog net slaagde ik erin om Cappie the Cat op de foto te zetten

Morton komt tegen de verhouding in op 0-1. Erg leuk, maar helaas hielden ze het niet vol

Nogmaals Titan, waar we een goed uitzicht op hadden vanaf onze plekken

Ook dit vervallen pakhuis achter die terrace vond ik erg mooi en typerend voor Greenock

Bah, St. Johnstone hield de bal te vaak op de grond en weigerde mee te gaan in het hoofball

De trap van hout

Een blik op een redelijk volzittende Grandstand

Op de Sinclair Street Terrace stonden, ondanks de regen, toch nog een paar bikkels...

... maar de meesten stonden toch liever overdekt op de Cowshed

Afgelopen, helaas verloor Greenock Morton met 1-2

De uitfans waren blij. Let op de figuur in het roze shirt, niet serieus te nemen

En tot slot een kijkje in de catacomben van de Grandstand


 

 

© 2005 All Rights Reserved.