Doing the 116

Doing the 116

 

 

Een bedevaart langs 116 grounds in Engeland

Site Navigation    


 Home

 Premier League

 The Championship

 League One

 League Two

 The Conference

 Lower League

 Scotland

 Éire

 Stories & History

 Celtic FC

 Belgium

 Germany

 The Netherlands

 Other Grounds

 Groundlist

 Me, Myself and I

 Links

 
 
 

Dag & Red verslag

Het verslag

  

 

De Dolkstoot in het imago van SuperJohn: Daggers v Grecians

 

Wie er op het lumineuze idee gekomen was om eventueel naar Dagenham & Redbridge te gaan weet ik niet meer. Al ruim voor de start van het seizoen was de wedstrijd Daggers v Grecians er eentje die in het achterhoofd gehouden werd omdat het zo lekker vroeg zou beginnen, al om 12:00. Dagenham ligt immers maar op ruwweg 120 km van de Eurotunnel, dus al bij al zouden we maar 14 uur in de auto hoeven te zitten voor dit prototype van een ‘dagtripje op het gemakje’. Eigenlijk was het op papier vergelijkbaar met struinen over de woonboulevard met je vriendin, maar dan leuk.

Wie er op het lumineuze idee kwam om daadwerkelijk te gaan naar de heuse noon kick-off weet ik niet meer. Al ruim voordat iedereen nagedacht had of ze er wel zin in hadden was alles geregeld. De Eurotunnel werd geprefereerd boven de boot (al hebben sommigen nog een voucher voor een gratis overtocht met Seafrance die dit jaar nog gebruikt moet worden), want dat was sneller en nog steeds belachelijk goedkoop. ㈪ voor een dagretour per auto is goedkoper dan de meeste treintrajecten in Nederland. Sir Stanley Matthews mocht eigenlijk niet mee van zijn vriendin nadat ze toevallig het reisverslag van ad-cafc gelezen had. Omdat ze voor een vrouw verrassend redelijk blijkt te zijn stelde ze een compromis voor: zij ging ook mee! Knarsetandend koos Sir Stanley Matthews eieren voor zijn geld.

Na een ongebruikelijk goede nachtrust stond ik om 4:50 op. Veertig minuten later stond ik bij het mooiste bushokje van Nederland waar Armand mij op zou pikken. Armand was bijzonder uitgelaten, eindelijk begon het seizoen voor hem ook. Hij was graag meegegaan naar Carlisle v Barnet, maar zijn vriendin wilde liever trouwen. Mijn stemming daalde toen Armand grijnzend zijn collectie cd’s met Ierse volksmuziek erbij pakte en het eerste glimmende schijfje zijn cd-speler in duwde. In een opperbeste stemming reed Armand meefluitend de Aso12 op, richting Nieuwerkerk om Limburger Joost op te halen. Later die dag zou Armand zich van een hele andere emotionele kant gaan laten zien.

Het bushokje van Joost was snel gevonden en mij viel meteen op dat het toch wel een minderwaardig bushokje was als je het vergelijkt met mijn bushokje dat van alle gemakken voorzien is. Voor Joost was de dagtrip al op vrijdagavond begonnen toen hij naar familie in Nieuwerkerk vertrok om zogenaamd eens gezellig op bezoek te komen. Joost woont namelijk in Heerlen, het afvoerputje van Europa waar alleen de onderkant van maatschappij nog wil wonen. Niemand durft hem daar op te pikken en omdat zijn vaste logeeradres in Eindhoven op vakantie was moest hij een andere oplossing vinden. Dit werd dus een luxueuze slaapplaats in het ontwikkelde westen. Vandaar dat hij er zo gelukkig uitzag voor iemand van beneden de rivieren. Welk een ongekende weelde moet dat voor hem geweest zijn!

Door de soepmist reden we richting Hazeldonk voor de inmiddels traditionele ochtendgroet met de Brabantse ploeg. We zagen geen moer vanwege die mist, dus reden we maar op het gekwebbel van DokkieGooner af dat al van ver te horen was. We merkten al dat hij topfit was en dat hij de Elly Elephant trofee wel niet zou gaan winnen.

 

Op Hazeldonk begroetten Joost en ik de rest met een welgemeend ‘whehehe’ terwijl Armand voor ԁ,55 de liter (over een jaar vinden we dit goedkoop) zijn auto ging voeren. Het was opvallend druk in de tankstationwinkel, waarschijnlijk allemaal echte voetballiefhebbers die lekker onbevangen naar een voetbalwedstrijd uit de lagere regionen zouden gaan. Of gewoon vrachtwagenchauffeurs op doorreis, dat kan natuurlijk ook. Na een minuut of wat wilde iedereen eigenlijk richting Calais gaan rijden, maar dat kon niet. Vóórdat je weg kan moet eerst SuperJohn zeggen “dat we gaan.” Wanhopig zochten we naar nieuwe gespreksonderwerpen, want eigenlijk waren we allang uitgepraat. Ik verdenk SuperJohn ervan dat hij expres lang wachtte, maar gelukkig sprak hij uiteindelijk toch de verlossende woorden.

Over de toch al saaie weg door Belgenland richting Calais valt niks te vertellen. Dichte mist omarmde de tweede auto’s die met 150 km per uur richting de Tunnel sous la Manche pruttelden. Naar Engeland gaan als SuperJohn mee is houdt domweg in dat je achter hem aanrijdt. Hij bekijkt van tevoren een kaart en weet dan hoe hij moet rijden, afsnijden en niet te vergeten welke rij hij bij tolpoorten en douanes moet kiezen. Dit brok zelfvertrouwen laat zich niet van de wijs brengen. Toch was SuperJohn wat gevoeliger dan anders. Vermoedelijk had dit te maken dat zijn pimpcar, zijn bestaansreden, zijn onmisbare alles, vorige week plotsklaps ontplofte. Een grote zwarte wolk met een doodshoofdicoon erin zweefde omhoog vanonder zijn motorkap. Mensen wezen hem na op straat terwijl hij zijn pimpcar naar de Quick Fit aan het duwen was en dit was toch wel de ultieme vernedering; SuperJohns horen niet te lopen.

 

Bij de douane aangekomen was het wachten wat SuperJohn zou gaan doen. Slingerend van links naar rechts langs alle rijen zette hij zijn gerepareerde pimpcar uiteindelijk achter een andere wagen. “Mooi”, dacht iedereen. Dit zou zoals gebruikelijk de snelste rij zijn. SuperJohn weet immers wat hij doet. Een kwartier later begonnen we toch wat te twijfelen maar durfden dit natuurlijk niet hardop te zeggen. Schaapachtig keken we elkaar aan toen Mevrouw Matthews tegen SuperJohn zei dat “deze rij geen gelukkige keuze was.” SuperJohn ontplofte gelijk zijn pimpcar in de week ervoor en maakte met priemend vingertje duidelijk richting Sir Stanley Matthews dat “hij ervoor moest zorgen dat die bitch haar bek zou gaan houden en wel meteen.” Tenminste, dat is mijn interpretatie van wat zich afspeelde in de pimpcar want ik zat immers bij Armand en Joost.

Massale plaspauze, rijden naar de boarding lanes en voetballen. Armand toonde weer eens dat hij een fenomenaal balgevoel in zijn hak heeft, terwijl SuperJohn zijn frustraties eruit rende. We misten wel Elly Elephant, want wie moest er nu op Duitse wagens gaan schieten? De Eurotunnel betekent niet dat je zelf door een tunnel mag rijden (was het maar waar), je rijdt je auto een rijdend koekblik in (liefst met 80 kph) en wordt dan in iets meer dan een halfuur naar de overkant gereden. Met overkant bedoel ik Folkestone, zo’n 10-15 km van Dover waar de veerboten vanuit Calais aanmeren. Bij het de trein inrijden gebeurde er iets geks. Ik zei juist tegen Armand dat we nog nooit bovenin zo’n trein gestaan hadden toen SuperJohn zoals altijd de benedenste verdieping opreed. Armand kreeg een stopteken en moest een andere ingang inrijden waar we wel op de bovenste verdieping uitkwamen. Ofwel, de DaggersDagtripGroep werd gescheiden!

In Folkestone reed Armand de trein af en reed snel richting het eerste tankstation om te wachten op de andere auto, de pimpcar. We waren in de veronderstelling dat de pimpcar achter ons zou rijden omdat wij helemaal voorin de trein zaten. We hadden beter moeten weten, want de pimpcar bleek voor ons te zitten en de sociale inslag van Brabanders bleek niet zo geweldig te zijn als ze zelf altijd beweren. De pimpcar was namelijk hard doorgereden en wachtte niet op ons. Armand, Joost en ondergetekende zaten nog in Folkestone toen SuperJohn, Sir Stanley Matthews, DokkieGooner en Mevrouw Matthews al bijna bij de Maidstone Services waren.

Bij Maidstone wilden we gaan pinnen en kwam SuperJohn erachter dat Armand een parkeerplaats gevonden had die zich dichter bij de ingang bevond dan waar de pimpcar geplaatst was. Hevig twijfelend aan zichzelf en balend hield hij zich groot. Helaas waren er geen pinautomaten die werkten en legde SuperJohn in vloeiend Cockney Engels aan een bejaard stel uit dat er niet gepind kon worden. Het bleken Nederlanders te zijn.

 

Dan maar naar ons tweede huis, Thurrock Services, hiervoor moet je eerst door de tolpoorten van de Dartford Crossing waar SuperJohn voor de tweede keer de traagste rij wist te kiezen (van de 20.) Iedereen hield wijselijk de mond dicht. Op Thurrock konden wel flappen getrokken worden. Bijna kon ik niks meer pinnen omdat Mevrouw Matthews er de lol wel van inzag om uit te testen hoeveel geld er nou eigenlijk in zo’n automaat zat en pinde doodleuk £3,000. Vanaf Thurrock, waar Armand weer moest tanken was het niet lang meer richting Dagenham. Ineens zag ik voor mij in de auto een Sir Stanley Matthews juichgebaren maken waarna hij een rechtervuist van SuperJohn en DokkieGooner op beide ogen kreeg. Ik wist toen dat we zojuist langs Tilbury gereden waren.

 

De route richting Dagenham verliep uiterst smooth en de ingang was snel gevonden. Naast de ground lag een grote parkeerplaats, “Private and for Members ONLY” stond op het bord. SuperJohn was op deze kutdag dus niet van plan om niet pal naast het stadion te parkeren en reed naar binnen terwijl hij de versnellingspook naar de 6 schakelde. Een hevig armgebarenmakende steward probeerde de pimpcar nog tegen te houden, maar een met bloeddoorlopen ogen hebbende SuperJohn reed recht op zijn doel af; een parkeerplaats NAAST de ground. Natuurlijk werden Armand, Joost en ik wel tegengehouden en ik opende mijn raampje. Het angstzweet stroomde van de steward af na de bijna-dood ervaring door toedoen van SuperJohn en zei dat “it okay was and have a pleasant day.

 

Het was ruim boven de 25 graden in Dagenham en daarom was SuperJohn niet bepaald enthousiast om een rondje om het stadion te doen. Ook Armand met zijn rokerslongen had er geen vertrouwen in dat hij deze loodzware onderneming tot een goed einde zou kunnen brengen. Helaas was er nauwelijks een rondje om het stadion mogelijk in deze buurt vol zware industrie. In vergelijking met Liverpool was het prachtig, maar dan moet ik er wel bij zeggen dat werkelijk alles schitterend is als je het vergelijkt met Liverpool. Halverwege het rondje haakte DokkieGooner af. Hij had net een pettransplantie gehad en liep dus bloodhoofds in de verzengende hitte met de vernietigende werking van de zon op zijn bolletje.

Teleurgesteld als we waren omdat het rondje mislukt was gingen we Armand en SuperJohn zoeken. Maar niet voordat we de clubshop verblijd hadden met een bezoekje. Ik werd geholpen door een enorm domme man. Ik wilde een vaantje kopen en hij moest vragen waar die lagen. Ook moest hij uitrekenen hoeveel ik moest betalen, maar dat was een te moeilijke opgave voor hem. Ik gaf de man een schouderklopje en voegde hem toe dat hij erg zijn best had gedaan. Armand en SuperJohn waren natuurlijk de clubkantine ingedoken. Armand zat blij achter een emmer bier (whehehe) terwijl SuperJohn een glaasje port dronk, al zei hij zelf dat het niet dat oude wijvendrankje was maar cola.

 

Het was inmiddels een halfuurtje voor kick-off dus tijd om naar binnen te gaan. Voor £10 (vijfde divisie…) konden we op een van de twee staantribunes gaan staan. Probleem was, voor ticket-verzamelaars, dat het “pay at the gate” was en je geen kaartjes kreeg. DokkieGooner was erg teleurgesteld maar bedacht iets sluws. Hij zou op de duurdere zittribune (£13) gaan zitten omdat je dan vast een kaartje zou krijgen. Hij betaalde het belachelijke hoge bedrag, maar kreeg nog steeds geen kaartje en huilend viel hij Joost op de staantribune in de armen terwijl SuperJohn hem geen blik waardig gunde en binnensmonds “mietje” mompelde.

De meeste van ons vielen de vreetcontainer aan, terwijl SuperJohn en ik meteen begonnen te fotograferen. Dat mocht niet van een vrouwelijke steward die haarzelf erg belangrijk vond. SuperJohn trok zijn schouders even op en fotografeerde vrolijk verder. Het stadionnetje is een van de kleinsten die ik ooit in Engeland heb bezocht en bestaat uit twee kleine onoverdekte staantribunes achter de goals en een lange overdekte staantribune langs de lijn. Aan de overkant hiervan staat de grote zittribune die uit twee verschillende delen bestaat. Op deze tribune zijn plaatsen gereserveerd voor hele belangrijke mensen zoals het bestuur van de club. Omdat de tribunes geen van allen echt hoog zijn kun je de omgeving goed zien vanuit het stadion. Naast de gebruikelijke huizen zijn ook oude fabrieken en andere industriële gebouwen zichtbaar. De hoeken van het stadion zijn open.

 

Op de terrace achter de goal was het vrij leeg en we wilden meer de in buurt van de Exeter Supporters staan dus we liepen door richting de staantribune aan de lange zijde. DokkieGooner en Armand zochten de zon op en ging vooraan staan terwijl de rest UV-bescherming voor hun geld koos. We stonden wederom middenin een rariteitenkabinet. Je vraagt je dan toch onwillekeurig af of dat toeval is dat je daar weer in terecht komt. Ook hoop je dat je heel erg opvalt tussen mannen en vrouwen met baarden, pinokkioneuzen en brillen met roze glazen uit 1847. Om 12 uur was het zover en floot de scheidsrechter voor het begin. Een typische zomermiddagwedstrijd waar mensen die om het hardst brullen dat ze voetballiefhebber zijn hun neus voor zouden ophalen.

 

Sir Stanley Matthews miste zoals het hoort de aftrap en binnen 5 minuten schoot Glen Southman vanaf  22,86 meter de bal in de kruising en stonden de Daggers voor. Wat een begin. Ik was zelf bang voor een 0-0, maar die angst bleek ongegrond. Gelukkig! Niet veel later in de twaalfde minuut maakten de Grecians gelijk via Jon Challinor. De verdediging van Dagenham zag er op z’n zachtst gezegd beroerd uit, wat de hele partij zou voortduren. Joost, de enige Exeter-fan op de Dagenham-tribune juichte en bedacht zich toen dat dit in principe niet zijn slimste actie ooit was. SuperJohn, inmiddels idolaat van Dagenham, keek hem boos aan en Joost probeerde zo oprecht mogelijk “het was best een mazzelgoal” te zeggen.

 

De eerste helft was erg slecht, alleen het Nederlands elftal zou dit nog kunnen ondertreffen die avond bedacht ik me. Exeter City speelde veel de lange bal op Flack die dan als René Eijkelkamp in zijn beste dagen (de beste kaatsende en balvaste spits ooit) de bal klaarlegde voor Lee Phillips. Sir Stanley Matthews genoot intens, dit spelletje was precies waarom hij ooit fan was geworden van Willem II. Aan de kant van Dagenham viel vooral Freddy Ljungberg op, die net als toen hij nog bij Arsenal speelde een rode hanekam had. DokkieGooner is groot fan van Ljungberg en heeft zelfs een match-worn shirt (d.w.z. een T-shirt die naar zweet ruft) van zijn held waar hij ’s nachts in slaapt. Mevrouw Matthews bekende schoorvoetend dat ze haar man zo zou inruilen voor Freddy.

Andere spelers waren minder geliefd. Sir Stanley Matthews schold gedurende de 90 minuten continu Dagenhams Craig Macknail-Smith uit omdat dat een Judas is volgens hem. Ene Scully had in de Devon Times beweerd dat D&R slechts een “rukfusieclub” was en het Dagenham-publiek stuurde flink wat rochels zijn kant op als hij langs de lijn denderde.

 

Na de rust scoorde Dagenham geheel tegen de verhouding in de 2-1. Exeter was de betere ploeg en had de beste kansen maar wist ze niet af te maken. De keeper van Dagenham lag keer op keer in de weg en speelde gewoon goed. Populair was hij desondanks niet. Als hij tijd probeerde te rekken schreeuwden zijn eigen supporters: “come on you arrogant twat, shoot the fucking ball.” Het was ook een hele arrogante keeper en van zo’n attitude houdt een beetje voetballiefhebber natuurlijk niet. Exeter ging meer en meer druk zetten en je voelde de gelijkmaker gewoon aankomen. Op het allerlaatst kwam de verdiende 2-2 ook en Joost sprong een gat in de lucht. Naast hem ging een Dagenham-fan ook uit zijn dak, toch meende ik uit zijn mimiek op te kunnen maken dat het een negatievere emotie betrof.

 

De wedstrijd zat erop en de toeschouwers waren tevreden met de vier doelpunten. Sir Stanley Matthews was blij dat hij weg kon omdat er voor hem een man stond die zijn derrière steeds richting Sir Stanley Matthews duwde. Nu is Sir Stanley Matthews weliswaar gewend om het met een homo te doen, maar zo in het openbaar ging hem toch te ver. SuperJohn stelde dat “deze wedstrijd 4 doelpunten nodig had” en de overige aanwezigen knikten instemmend.

 

Het parkeerterrein af rijden ging sneller dan verwacht en binnen mum van tijd arriveerden we in Folkestone. Zonder tussenstops en een steady 95 mph ging dat lekker snel. We mochten een trein eerder nemen en al snel gaven we onze laatste centen uit in de terminal. Normaal gesproken heeft Sir Stanley Matthews geen goed woord over voor vreetkots als de Burger King en de Mac, maar nu zijn vrouw erbij was piepte hij een stuk minder hard. De treinreis naar Calais was voor Armand, SuperJohn en DokkieGooner een mooie gelegenheid om in een lege wagon te voetballen. Even wilde een conducteur er wat van zeggen, maar nadat SuperJohn zijn neusschot verbrijzeld had met een mooi geplaatste bal hield hij het bij “keep it low, please.”

Over de hel van Calais naar Dover is al genoeg geschreven. Saaier kan niet, of het zou een wedstrijd van het Nederlands elftal moeten zijn. Ondanks dat het nu vroeg in de avond was in plaats van het gebruikelijke middernacht was dat aan de vermoeidheid niet te merken. Tot overmaat van ramp moest iedereen gaan ritsen ter hoogte van Gent. Dus een halfuur file. Armand was zo moe dat hij een oppepper nodig had. Gelukkig kwam die er in de vorm van een Belg met blond haar en bril die weigerde onze auto te laten invoegen. Armand ontstak in blinde woede, deed zijn gordel los en liet meer middelvingers zien dan ik ooit gezien had. Ik probeerde hem nog tot rust te manen, volwassen man met een prima zelfbeheersing als ik ben, maar Armand deed toch het raam open aan mijn kant en spuugde de woorden “zal ik mijn auto uitkomen?!” richting de inmiddels in huilen uitgebarsten Belg. Armand keek ineens weer heel opgewekt en reed verder om elders in te voegen. Van een furieuze Armand naar een engeltje. In 2 minuten.

Rond half negen werd er getankt, gefrituurde lullen met mayo gegeten en gepist in Hazeldonk en namen we afscheid van elkaar (“ik heb je altijd al een sukkel gevonden en rot nou snel op.”) Over de Brabantse praatjes ga ik geen melding maken, dat is regionaal getrut waar niemand op zit te wachten.

Op weg naar het ontwikkelde westen praatten we nog even na over de dag. Armand gaat chocovla aan zijn belofte houden om hem eens heen en weer te rijden tijdens een dagtrip. Ik sprak mijn bewondering voor DokkieGooner nog eens uit. Sommige mensen denken dat ze hele stoere hooligans zijn, maar ze verbleken bij DokkieGooner. Alleen voor hem heb ik ontzag, al die wannabees zou ik gerust tegen willen komen in een donker steegjes in Darlington. DokkieGooner is ook de enige die in zijn eentje durft te komen, al die andere hooligans moeten altijd een maat meenemen. DokkieGooner heeft zelfs een speciaal zakmes. Meestal zitten er in een zakmes ook een kurkentrekker en een schaartje, maar bij hem zit er ook een opvouwbaar hek aan dat hij kan uitklappen en in gaan hangen om hele enge leuzen als “Oeteldonk, Oeteldonk, Oeteldonk” te schreeuwen onder toeziend oog van D’n Blauwe. Je moet wat nu steeds meer stadions hekvrij worden.

Halftien was ik weer thuis en gooide ik mijn lege halve liters (Dubbelfris whehehe) in de vuilnisbak. Ik las op mijn mobiel dat Torquay met 4-1 verloren had op Spotland.

Welkom in de Conference.

 

Geschreven door: TeeZee


Het rapport

1.Een krakkemikkig stadion (liefst met 4 verschillende tribunes):
Vooral de tribunes achter de goal waren behoorlijk krakkemikkig. Die clock end bestond uit splinters. 5 verschillende tribunes was zeker een pluspunt maar heel erg kapot was ik niet van dit stadionnetje. Een mindere versie van Underhill. Een 6+.

2. Mensen met kinkhoest:
Het was 25 graden en stralend weer. Onze Dok was knalrood door de grote hoeveelheden zon. Dan verwacht je geen kinkhoest, al hoewel sommigen het ’s winters vast hebben. Een 3.

3. Mensen die eruit zien alsof ze 3x per dag bloed geven:
Net als bij Carlisle v Barnet was het genieten van de meest vreemde creaties die ooit door een mens geworpen zijn. Of zou het toch een medisch experiment zijn. Een 7.

4. Een doelpunt in de 5e minuut van blessuretijd door een waardeloze gehuurde keeper. Dit doelpunt moet ervoor zorgen dat het team van deze keeper behouden blijft voor de league:
Het was echt bar slecht, maar als je desondanks toch mee wilt gaan in de wedstrijd geniet je toch. Exeter dat drukt, presst en stuwt om vervolgens de onvermijdelijke gelijkmaker te maken in de laatste minuut. De wedstrijd had een uitstekende spanningsopbouw. Dat is voetbal, dat wil ik zien. Een 8.

5. Een scheldende oude vrouw, liefst met ratel:
Weinig vrouwen, alleen Mevrouw Matthews. Maar zij bewaart het gescheld waarschijnlijk voor de avondjes NAC, want gisteren was zij een en al vriendelijkheid.
 
6. Miezerig weer/Mist:
Indian Summer. Schitterend weer en niet eens te warm. De airco’s in beide auto’s werkten uitstekend. Maar authentiek Engels voetbalweer? Nee. Een 1.

7. Smerig stadionvoedsel:
De hartige taartjes zagen er goed uit, alsof ze gevuld waren met kots. Er was niks mis mee volgens mij. Ik hield het zelf bij zelf meegebrachte bammetjes die tosti’s werden in de auto. Een 7,5.

8. Technisch waardeloos voetbal:
Absoluut, op een paar goede acties na. Het was wel leuk om te zien (soms). Een 8.


De foto's

Dagenham & Redbridge heet ons welkom.

Het clubhuis van Victoria Road en de clubshop.

Alvast een kijkje waarbij je het uitvak ziet.

Van buiten het stadion zien we de spelers een warming-up doen.

Victoria Road is in het bezit van zeer kleine floodlights.

De Bury Road End.

De Carling Stand en de Family Stand.

Aan de linkerkant het uitvak, waar redelijk wat Grecians inzaten, en rechts onze tribune.

Raar.

Raarder.

Raarste.

De Bury Road End die niet echt volzat voor deze wedstrijd.

De Carling Stand vanuit ons vak gezien.

Een actiemoment in deze doelpuntrijke wedstrijd.


 

 

Clicky Web Analytics

© 2005 All Rights Reserved.