|

Cardiff City v QPR; eindelijk doelpunten op Ninian Park
Twee weken na mijn trip naar Celtic stond er alweer een tripje op het programma. Ditmaal een erg lange trip. Opnieuw zouden het drie dagen zijn, maar ditmaal zou ik i.p.v. 1 wedstrijd er 4 gaan kijken. Cardiff City v Q.P.R., Birmingham City v Wolverhampton Wanderers, Worcester City v Scarborough en Ipswich Town v Norwich City stonden op het programma. Een zeer aantrekkelijk weekend dus.
De eerste wedstrijd zou voor mij een revisit naar Cardiff City zijn. Het vorig bezoek was, ondanks het leuke stadion, toch een klein beetje tegengevallen. Er was niet zoveel sfeer en de wedstrijd was (op een goede kopbal van Glenn Loovens na) erg matig. Dit kwam ook mede door Derby County wat er totaal geen zin in leek te hebben. Mede door de hoge verwachtingen vooraf was dit een beetje tegenvallend. Vandaar dat ik de rest vroeg of ze zin hadden om mee te gaan naar Cardiff City toen ik zag dat ze de vrijdag voor ons weekend speelden. De Tilburg Clan had er wel oren naar, maar SJ en Erkaa sloegen het aanbod af wegens andere verplichtingen.
De wedstrijd begon om 20:45 Nederlandse tijd, maar toch vertrokken we vroeg. Ik vreesde de horror op de Engelse snelwegen en wilde voor de spits voorbij Londen zijn. Als er niets tegen zou zitten zouden we om 16:30 Engelse tijd in Cardiff zijn. Wel erg vroeg, maar voorkomen is beter dan genezen. Dunkerque bereikte we met gemak op tijd. De boot vaarde op tijd weg, maar daarna was het gedaan met de voorspoed. De boot was enorm aan het schommelen en de NL en ik hadden het er zwaar mee. Flienemans had veel plezier en filmde het geheel. Niets is naarder dan leedvermaak als je er zelf slachtoffer van bent. Het werd echter nog akeliger, want de boot mocht de haven van Dover niet in. Meer dan een uur lagen we maar te wachten. Het was een ware horror en niemand op de boot geloofde dat we nog ooit in de haven zouden mogen. Gelukkig werd dat pessimisme geloochenstraft en mochten we eindelijk voet aan wal zetten. We hadden wel een vertraging opgelopen op het schema, maar dan zouden we er nog meer dan 2 uur van te voren zijn.
De weg naar London verliep goed. Enig nadeel was dat alle pinautomaten ineens xenofoob waren en we nergens konden pinnen. Dat leek al een hel, maar “we ain’t see nothing yet”. Ineens moesten we langzamer gaan rijden, want we kwamen in de file terecht. Soms leek de file zich op te lossen, maar dan stond er 5 kilometer verderop weer een file. We begonnen het steeds somberder in te zien. Op een gegeven moment hadden we 2 uur speling, dat werd 1,5 uur, daarna liep het terug naar 1 uur. We begonnen hem een beetje te knijpen, want de file bleef er maar staan. Voorbij Reading had ik verwacht dat het opgelost zou zijn, maar helaas. Het enige leuke waren de gespreken in de auto en een oud mannetje wat in een heel oude cabrio langs kwam rijden. Het regende keihard, maar het deed hem niets. Met een sponsje hield hij zijn ruiten schoon, terwijl hij zowat tot zijn nek toe in het water zat. Dat was nonchalantheid ten top.
Ondertussen waren we al diep Engeland in aan het rijden, maar nog steeds was het continue langzaam rijdend verkeer en files. Het uur speling waren we ook al kwijt en nu waren we alleen nog maar aan het hopen dat we op tijd aan zouden komen. Dat bleek ijdele hoop, want zelfs tussen Bristol en Cardiff stonden files. Uit armoede werd de radio maar aangezet op BBC Cymru en in het Welsh probeerden we Cardiff City v Q.P.R. te volgen. Helaas voor ons was er die avond nog een andere wedstrijd, namelijk van het Welshe rugbyteam en dat is veel groter in Wales dan welk voetbalteam dan ook. Het was dus een beetje improviseren om de wedstrijd te volgen. Dat Welsh is trouwens een totaal onbegrijpelijke taal. Alleen als er werd gejuicht wisten we dat er bij het rugby of voetbal iets gebeurde voor de rest was het slechts gissen.
Gelukkig gaf de Tom-Tom aan dat we er bijna waren en inderdaad, dat klopte. Snel werd de wagen op de parkeerplaats neergezet en we liepen richting stadion. We kwamen om half 9 aan (de wedstrijd begon om kwart voor 8) en haastten ons naar binnen. Door de oude turnstiles gingen we naar binnen en daar zagen we, zover het oog kon reiken, Tokkies. Tokkies in alle soorten en maten. Ze stonden al rijen dik bij de kassa’s voor het eten. Zo her en der hoorde je mensen Welsh praten, maar over het algemeen was het vooral Engels wat je hoorde. We liepen de trappen op van de tribune en zagen tot onze verbazing dat de wedstrijd nog bezig was. Uiteraard was het nog 0-0 en ik was er stellig van overtuigd dat het zo zou blijven. Dit was namelijk een echte pechtrip aan het worden. Toch maakte een ding het meteen goed; het zicht van Ninian Park by night. Het zag er heel mooi uit en, in tegenstelling tot de vorige keer, hing er een goede sfeer. Het toeschouwersaantal viel wat tegen door de rugbyinterland, wat ervoor zorgde dat er anti-rugby liedjes werden gezongen en de “real fans” die nu het rugby verkozen boven het voetbal werden ook smalend toegezongen.
Al snel werd er gefloten voor de rust en kon het entertainment beginnen. Dit was, zoals gewoonlijk, erg matig. Ook in de 2e helft hing er een goede sfeer. Om ons heen stonden allemaal gasten in Stone Island, Aquascutum, Fred Perry en Henri Lloyd kleding. We stonden echt tussen de chavs van Cardiff. Opvallend genoeg bleken er ook Bosschenaren voor ons te staan, kwamen we later achter. Op het moment zelf dacht ik het ook al (vanwege een FCDB-pet), maar helemaal zeker wist ik het niet. Achteraf hoorde ik van andere Bosschenaren dat het inderdaad ook inwoners van de hoofdstad van Neerlands mooiste provincie waren. De wedstrijd was ondertussen weer begonnen en Cardiff (op dat moment nog de leider in de competitie) drong aan op het Londense doel. QPR, wat net John Gregory als manager had aangesteld, speelde ook op zijn Gregory’s. Erg verdedigend. Het had wel succes, want Cardiff kreeg amper echte kansen.
De tweede helft was Cardiff continue de betere ploeg en er werd zelfs gescoord. Eindelijk zag ik een doelpunt op Ninian Park. Helaas werd deze, onterecht, afgekeurd. Een doelpunt op Ninian Park leek een onmogelijkheid. Bij de Bluebirds gingen de ballen op het houtwerk of werden ze afgekeurd en Q.P.R. kwam amper over de middellijn. Langzaam legde ik me neer bij de 0-0, maar ondertussen was het wel genieten van de sfeer in Cardiff. Een avondwedstrijd blijft toch iets aparts hebben. En tussen het gajes staan is natuurlijk ook leuk.
Net toen ik me er definitief bij neer had gelegd dat het 0-0 zou blijven scoorde de ploeg uit Londen. Zelden zo’n onterechte 0-1 gezien. Daarna probeerde Cardiff het nog wel, maar het leek wel of de bal er niet in wilde gaan. Het hoogtepunt vond vlak voor tijd plaats toen Glenn Loovens werd uitgeroepen tot Man of the Match. We waren even trots dat we Nederlanders waren. Ik was blij om eindelijk een doelpunt te hebben gezien op Ninian Park. Helaas was het stadion niet packed doordat er dezelfde avond rugby was. De goede sfeer maakte echter veel goed. Het was jammer dat we nog een stuk hadden gemist van de wedstrijd, maar toch was ik blij dat we naar Ninian Park waren gegaan. Volgend jaar moet het stadion een all-seater zijn en het daarna zal er verhuisd worden naar een nieuw stadion. Dit is erg jammer, want zodoende verdwijnt er weer een van de meeste authentieke stadions in de Leagues.
Geschreven door: Sir Stanley Matthews
|