
He’s here, he’s there, he’s fucking everywhere, David Pipe, David Pipe
Na het weekje in augustus begon het in september toch alweer snel te kriebelen. Voornamelijk omdat er wel twee erg leuke affiches op het programma stonden: Bristol Rovers v Leeds United en Mansfield Town v Chesterfield. Bij allebei rekenden we op een vol huis. Om naar Bristol Rovers te gaan was er nog een extra reden; het stadion zou namelijk na de winterstop totaal vernieuwd worden en veranderen in een saai 13-in-een-dozijn stadion. Er was dus haast bij om Bristol Rovers te bezoeken en wat is leuker dan een wedstrijd tegen gevallen grootmacht Leeds United? Kaarten werden vooraf besteld, omdat het ernaar uitzag dat het nogal druk zou worden. Achteraf bleek dat een goede inschatting, want de Memorial Ground zou stijf uitverkocht raken voor deze wedstrijd. Helaas was het onmogelijk om vorig jaar de derby tegen Bristol City bij te wonen, maar dit was kwam toch aardig in de buurt van een watertandende wedstrijd.
De rit naar Bristol zelf verliep erg soepel. Soms wil het nogal eens een horror zijn op de Engelse wegen, maar in dit geval viel het allemaal erg mee. We waren er dus ruim van te voren. Een poging om even naar Bath te gaan strandde wel in de files, maar zorgde er tenminste voor dat Bath op die manier een onbereikbare mythe blijft. We besloten daarom maar om even Bristol onveilig te maken. Nerds SJ en Chocovla wilden nog even de Apple store in, maar daarna konden we de kroeg induiken. Daar was het al aardig vol aan het lopen met Leeds-fans en SJ liep er zelfs nog een Leeds-supporter die familie in Tilburg had tegen het lijf. Na een niet echt bijzondere maaltijd vertrokken we richting het stadion. Het was dan nog wel vroeg, maar liever op tijd dan te laat. Het stadion zelf bleek erg moeilijk te vinden. We zagen de lichtmasten wel, maar konden er maar niet komen. Erg frustrerend. Na het stadion zowat driekwart te hebben rondgelopen zagen we het eindelijk liggen: The Memorial Ground.
De naam doet vermoeden dat het stadion iets is ter nagedachtenis aan iets of iemand en dat bleek te kloppen. Het stadion, waar tot 1996 alleen de rugbyers van Bristol in speelden, werd in 1921 gebouwd ter ere van de in WO I gesneuvelde rugbyspelers. Vandaar ook dat er voor iedere wedstrijd, die het dichtste bij Remembrance Sunday (de zondag die het weer het dichtste bij 11 november ligt), ligt een minuut stilte wordt gehouden. Ook wordt er iedere 11de november (de dag dat de wapenstilstand in WO I werd getekend) een herdenking gehouden bij de poorten van het stadion. Daar is ook het monument voor de gevallen van de Grote Oorlog. Mooi dat een stadion een monument kan zijn. Iets wat hopelijk niet wordt veranderd als de verbouwingen plaats gaan vinden. Het was jammer dat het voor de hekken al een drukte van jewelste was en dat er een programmaverkoper voor de gedenksteen stond, zodat het niet lukte om een goede foto te maken.
Wat ons bij het stadion zelf opviel, was dat zowat iedereen in clubshirt naar het stadion was gekomen. Terecht ook, want persoonlijk vind ik het Bristol Roversshirt het mooiste van heel de League (kort gevolgd door dat van Wycombe Wanderers). Ook het logo mag er wezen, met Kapitein Haak erop. Het was ons alleen een raadsel hoe iedereen aan die merchandise kwam, want de clubshop was zeer pover. Nadat we even de een kort rondje hadden gelopen was het tijd om naar binnen te gaan. Het stadion bleek heel erg leuk te zijn, met een grote terrace (waar wij opstonden), een echte voetbaltribune links van ons en een typische rugbytribune rechts van ons. Het minpunt van het stadion was het uitvak, dat zag eruit als een tennistribune met een partytent erover. Gelukkig zaten we daar ver vandaan, want dat was niet veel.
Terwijl we ons op ’t gemakje aan het installeren waren bij het hek zagen we ineens een oude bekende lopen bij Bristol Rovers. Het bleek David Pipe te zijn, eens staand op de voorkant van het programmaboekje bij Notts County met de mooie titel ”Happy Christmas from David Pipe and all at Meadow Lane”. Zowel de foto als het interview met hem wat binnenin stond bleek een en al domheid uit te stralen. Het enige waar Pipe het over had was dat hij een transfer wilde maken en veel geld wilde verdienen. Zijn transfer had hij in ieder geval beet, hoewel ik me afvraag of hij wel zoveel verdiend bij Bristol Rovers. Omdat David Pipe toch een soort cultheld voor ons is geworden besloten we hem aan te moedigen. Meewarig werden we door de rest van de tribune aangekeken, want David Pipe was voor hun niet meer dan een reservespeler.
Toen de wedstrijd begon bleek meteen dat de Bristol Rovers over een luidruchtige aanhang beschikken, want er werd volop gezongen en de fans Leeds werden vaak gedisst omdat de talrijke mannen uit Yorkshire nogal rustig op hun tennistribune zaten. Het was al snel duidelijk dat Bristol Rovers een aardig voetballende ploeg is en dat ze niet voor niets zo hoog stonden op de ranglijst. Leeds vond ik opnieuw (net zoals in Macclesfield eerder dit seizoen) tegenvallen, maar de club had natuurlijk niet voor niets al zijn wedstrijden gewonnen tot nog toe. Het was da ook geen verrassing dat ze naar 9 minuten op 0-1 kwamen, want als ze ergens goed in zijn is het de tegenstander het gevoel te geven dat ze sterker zijn en dan ineens toeslaan. Het was opnieuw Jermaine Beckford die scoorde en daarna zakte Leeds helemaal in om de voorsprong te verdedigen. Dat lukte in ieder geval de eerste 45 minuten, want ondanks een veel beter voetballend Bristol Rovers, stond het 0-1 bij rust. Virtueel ging Leeds nu op weg om zijn eerste punten te halen, want de 5 overwinningen eerder dit seizoen waren nodig geweest om de –15 weg te poetsen.
Na de rust van hetzelfde laken een pak. Bristol Rovers zocht de aanval en combineerde vlotjes tot aan de 16 meterlijn, maar daarna pakte geen enkele speler zijn verantwoordelijkheid en bleef het spel steken in obligate passes. De manager van Bristol Rovers besloot om David Pipe erin te gooien om zodoende een beslissing te forceren. Met mijn camera legde ik vast hoe Pipe het veld in kwam, waarna we overgingen in het spreekkoor “He’s here, he’s there, he’s fucking everywhere, David Pipe, David Pipe”. Het ontroerde hem blijkbaar, want een minuut na zijn invalbeurt stond hij te slapen en maakte Barnet-legende Tresor Kandol de 0-2. De wedstrijd was definitief gespeeld, maar toch bleven de Rovers het proberen. Opnieuw was er goed combinatiespel tot de 16-meter, maar niemand durfde te schieten. Ik had bij momenten zelf zin om te schieten, want het was gewoon irritant om te zien hoeveel ontzag de Rovers hadden voor Leeds. Ook het publiek ergerde zich eraan en regelmatig rolde het “Shoot” van de tribunes. Dat leek echter eerder verlammend te werken, want geschoten werd er amper en als er een schot werd gelost stond Ankergren er. In de blessuretijd werd er nog eenmaal gescoord en dat het in het Rovers-doel was, was eigenlijk geen verrassing. Beckford maakte er 0-3 van en Leeds haalde zijn eerste punten.
Alles bij elkaar was het een leuk avondje geweest. Om een of andere reden blijven avondwedstrijden iets speciaals hebben. Er lijkt vooral meer sfeer te zijn. Bristol Rovers bleek een erg leuke club te zijn en een heel aardig voetballende ploeg te zijn. Leeds maakte weinig indruk op me, maar het duo Beckford-Kandol (met ook nog eens Tore-André Flo op de bank) is veel te goed voor deze divisie en als de tegenstander dan eens door de goed verdediging van Leeds komt staat er met Ankergren een uitstekende keeper. Ik vrees voor de andere clubs in deze divisie als Leeds eens echt goed gaat voetballen. Dan lijkt me de titel voor Leeds slechts een kwestie van tijd. De Memorial Ground is ook een erg leuk stadion en ik ben blij dat ik ze nog hier heb zien voetballen voor de verbouwing. De tennistribune is wat minder, maar voor de rest is het een erg apart geheel door de combinatie van voetbal- en rugbytribunes. Ondanks dat ik nu bij allebei de clubs in Bristol ben geweest kom ik er graag nog eens terug voor een onvervalste Bristol-derby.
Geschreven door: Sir Stanley Matthews