Doing the 116

Doing the 116

 

 

Een bedevaart langs 116 grounds in Engeland

Site Navigation    


 Home

 Premier League

 The Championship

 League One

 League Two

 The Conference

 Lower League

 SPL

 Scotland

 Eire & Cymru

 Special Matches

 Other Grounds

 Groundlist

 Links

 
 
 

Boom

Het Verslag

 

Eindronde 4e Klasse K. Rupel-Boom SK v La Louvière en de dramatische ontknoping

 

27 mei 2007. Dat was de dag waarop ik voor het eerst het nieuwe Wembley zou gaan zien. Het was de dag van de finale van League One en die zou toch zo’n 50.000 mensen gaan trekken. Fans van beide clubs en veel nieuwsgierige mensen die graag Wembley eens gezien wilde hebben in het eerste jaar dat het open is. Tot die laatste categorie behoorden wij. Een van de teams die in die finale zou kunnen komen was Nottingham Forest, tweevoudig Europa Cup 1 winnaar. Die zouden veel mensen meenemen en dat zou de finale heel aantrekkelijk maken. Toen Nottingham Forest de eerste wedstrijd bij Yeovil won met 0-2 was er niets aan de hand. Forest zou de finale makkelijk halen. In Nottingham ging het echter fout. Er werd amper meer een bal goed geraakt en Forest verloor thuis met 2-5 van Yeovil. Dit kleine clubje zou dus in de finale komen tegen Blackpool. Niet echt de meest aantrekkelijke finale die je jezelf kunt voorstellen. Ondertussen was in België Rupel-Boom bezig aan een opmerkelijke opmars. De eindronde werd gehaald en daarin werden Bertrix vakkundig opzij gezet met 3-1 en daarna moest ook Temse (na Aalst de sterkste ploeg in 4B, waarin Rupel-Boom ook uitkomt) eraan geloven. In Temse werd het maar liefst 2-4 en Boom stond in de finale. Tegenstander daarin was La Louvière, wat tegen degradatie vocht. Eigenlijk was deze wedstrijd dus veel interessanter, dan die op Wembley. Vooral omdat 3 van de 4 eigenlijk geen zin hadden om naar Londen te gaan.

Op her eerste gezicht lijkt het raar om naar Rupel-Boom te gaan i.p.v. naar Wembley, maar als je wat verder kijkt is dat het zeker niet. Rupel-Boom is namelijk een club met een mooi stadion en dito historie. Het is een van de twee clubs in België die ik nog wil bezoeken voor ik sterf (samen met Racing Mechelen). De rest van mijn verlanglijstje in België heb ik nu allemaal al bezocht. Ook de wedstrijd die deze dag op het programma stond was een erg aantrekkelijke. La Louvière was namelijk ook niet zomaar een club. Ze speelden in het seizoen 2003/2004 nog in de UEFA Cup en lieten Benfica flink bibberen door thuis 1-1 te spelen en uit met slechts 0-1 te verliezen. Vorig jaar was het echter kommer en kwel voor de club en ze werden een klasse teruggezet. Dit kwam nog bovenop de degradatie, dus La Lou mocht in 3e starten dit seizoen met een –6 aan de broek. Ook dit jaar verliep dramatisch en de club moest lange tijd vrezen voor rechtstreekse degradatie. Het was dat Verviers er in de laatste wedstrijd niets meer aan deed en zich met 5-1 liet slachten op Tivoli, anders had La Louvière al zeker in 4e Klasse moeten uitkomen volgend seizoen. Nu had de club nog een kans via de Eindronde en die grepen ze toch wel goed aan. De eerste ronde kregen ze vrijstelling en in de 2e ronde was de club te sterk voor Sint-Eloois Winkel. La Louvière mocht het in de finale dus opnemen tegen Rupel-Boom. Voorafgaand aan de wedstrijd had ik al een mooie titel in gedachte voor het reisverslag: “Van Europees naar 4e in 4 jaar tijd”. Nu moest alleen Rupel-Boom nog dat La Louvière verslaan, anders was het een erg slechte titel.

Rupel-Boom of eigenlijk FC Boom is een club die ik al heel lang ken. Vroeger (we spreken nu over eind jaren-80, er was nog geen internet, geen I-pods en de Berlijnse Muur stond nog stevig overeind) waren er slechts 3 competities die ik echt heel intensief volgde en dat waren de Nederlandse, de Engelse en de Belgische. Ik keek graag naar de Belgische uitslagen en er waren twee clubs die me altijd erg opvielen, namelijk Geel en Boom. Deze clubs hadden zo’n opvallende namen dat ik altijd op ze lette als de uitslagen voorbij kwamen op de BRT. In de krant werd de Belgische 2e Klasse namelijk nooit vermeld. Als ik nu eens kijk naar de eindstand van bijvoorbeeld de 2 Klasse van 1990 dan zie ik geen ranglijst, maar pure poëzie. Historische namen van clubs die nu niet meer bestaan voeren de boventoon. Op 1 eindigde dat jaar RWDM (verdwenen in FC Brussels), op 2 FC Boom (failliet en nu Rupel-Boom), op 3 Zwarte Leeuw (mooiere namen zijn er bijna niet, volgend jaar uitkomend in Provinciale), op 4 Racing Genk (bizar als je ziet waar die nu staan), op 5 Lommel (failliet en nu KVSK United, lelijkere namen vind je niet snel), op 6 Eeklo (nu ook in Provinciale), op 7 Diest (in vereffening en nu een doorstart gemaakt op het laagste niveau), op 8 Geel (ook veel moeilijkheden gehad de laatste jaren), op 9 Patro Eisden (een naamswijziging achter de rug en ver weggezakt tot 4e Klasse), op 10 Eendracht Aalst (hier aan de vooravond van Europees voetbal, maar uiteindelijk ook failliet verklaard en nu pas op de weg terug naar 3e), op 11 Sint-Niklaas (opgeslorpt door Lokeren), op 12 Racing Jet Waver (rond dobberend in het moeras der Provinciaal voetbal), op 13 Stade Leuven (na een fusie met 2 anderen nu OH Leuven), op 14 Tongeren (zit al jaren muurvast in 3e na vorig te zijn gefuseerd), op 15 en eerste degradant Seraing (geheel verdwenen, in het stadion speelt nu een andere club met de naam Seraing) en op de laatste plaats Berchem Sport (spelend in 4e). Echt bizar als ik kijk wat er nu van deze clubs is geworden. Bijna allemaal zijn ze weggezakt, gefuseerd of gewoonweg verdwenen. Alleen Racing Genk (die dat jaar de Eindronde ook winnen) is uiteindelijk beter geworden.

Hoe zou dat toch komen? Waren dit misschien geen steden waar voetbal goed wortel kon schieten of was het puur mismanagement? Om dit te verklaren is een duik in de geschiedenis van Boom noodzakelijk. Boom zelf is een klein plaatsje (16.000 inwoners) in de Rupelstreek, onder Antwerpen. Misschien even leuk om een zijsprongetje te maken naar de oorsprong van de naam “Boom” volgens de legende. Boom blijkt namelijk echt te maken te hebben met de plant boom:

Aan de oever van de Rupel woonden enkele vissers, Op de dag dat zij netten aan het uitwerpen waren, kwam een grote boom aandrijven, die hun netten verwarde. Daarom sleepten ze die met de boom aan de wal. Toen zij de boom op het droge hadden getrokken, wilden zij hem in planken zagen, maar dat was allemaal verloren moeite. Het hout was en bleef zo hard als ijzer en geen enkel werktuig kon er doorheen. Toen kwam iemand op de gedachte er een Mariabeeld uit te houwen. En zie, nu ging alles zonder moeite.
Het beeld werd stilaan vereerd en verschillende vissers begonnen daar hun hutje te bouwen. De eenzame plaats werd nu een dorp en de mensen noemden het Boom, tot nagedachtenis aan die zeer merkwaardige gebeurtenis.


Uiteraard is er ook een officiëlere versie over het ontstaan van Boom en die luidt als volgt:

Boom is ontstaan nabij de Rupel, op de weg die de twee reeds bestaande dorpen Rumst en Schelle, respectievelijk aan de bron en aan de monding van de Rupel, met elkaar verbond. Op deze weg moet ergens een opmerkelijke boom gestaan hebben die, in of nabij de moerassige oeverstrook, de aandacht trok van de mensen die er te land of te water voorbij kwamen. Zo'n boom kon dienen ter oriëntering, als wegwijzer.

De plaats zelf en de onmiddellijke omgeving werd aangeduid door uitdrukkingen als "bij den boom", "van den boom", enz. Naarmate de bevolking aangroeide en het dorp uitbreiding nam, werd het hele grondgebied "den boom" en later "Boom" genoemd.


Het plaatsje Boom zelf is zelfstandig sinds 1645. Langzaam kabbelde het leven voort, zonder dat er bijzonder dingen gebeurden. De belangrijkste werkverschaffer was de steenbakkerij. Dat is ook waar ik Boom en dan vooral de Rupelstreek van ken. In mijn jonge jaren las ik wel eens Suske & Wiske en een van die boeken (de Hellegathonden) gingen over de Rupelstreek en de steenbakkerijen aldaar. Het was een boek waarin de misstanden in die steenbakkerijen aan de kaak werden gesteld. Net na de Tweede Wereldoorlog verscheen er ook een boek over de Rupelstreek; de roman “Klinkaart” van Piet Van Aken. Klinkaart is een verhaal van een onschuldig en naïef meisje in het harde arbeidersleven van haar tijd, maar geeft ook een beklijvend beeld van de sociale geschiedenis van de steenbakkers van de Rupelstreek. De lezer krijgt veel informatie over de woon- en werkomstandigheden, kleding en voeding, de kinderarbeid, het alcoholisme en de situatie van de vrouw. Piet Van Aken was een sociaal geëngageerd schrijver die vanuit de werkelijkheid van de Rupelstreek romans schreef over echte mensen. In de verhalen over de Rupelstreek krijgen de rivier, het land en de inwoners haast mythische proporties. De Rupelstreek en het harde leven daar zorgden dus voor veel inspiratie bij de denkers van de streek. Het gaat dan met name over de laatste 2 eeuwen, terwijl de steenbakkerindustrie al veel ouder is. In de Romeinse tijd werd er al klein gewonnen en werden er stenen van gebakken. Later deden monniken dit ook, want de klei in de Rupelstreek was uitermate geschikt daarvoor. Pas met de opkomst van de Industriële Revolutie, en de daarbij komende miserabele werkomstandigheden voor de arbeiders, begon het echt grootschalig te worden.

Met deze massaproductie kwam ook de ellende mee. De bazen hadden zowel de economische als de politieke macht. Vakbonden bestonden nog niet en arbeiders werden behandeld als vuil. Wie protesteerde kon vertrekken, want voor iedere arbeider stonden er 5 anderen klaar die graag voor een hongerloon hun lijf naar de klote wilde helpen. Als je honger hebt kijk je namelijk niet zo nauw. De bazen hadden toen nog alle macht, kinderarbeid, afpersing en chanteren niets was deze profiteurs te gek. In de loop der jaren veranderde het allemaal wel in positieve zin. Totdat de klad in de steenbakkerij-industrie kwam. In de jaren-70 sloten de bedrijven een voor een. Tot ze uiteindelijk allemaal verdwenen, zoals zoveel andere oude industrieën (bijv. de mijnbouw en textielindustrie). Doordat de Rupelstreek erg op deze industrie was gebouwd en er weinig alternatieven waren betekende dit grote werkloosheid in de streek. Ondertussen is de Rupelstreek van die klap alweer opgekrabbeld en is er veel werk in de dienstensector. Van de steenbakkerijen zijn vooral veel herinneringen over in de gedachten van de oudere mensen.

Met de voetbalclub is het eigenlijk net zo gegaan als de steenbakkerijen. De club heeft ook toptijden gekend, is failliet gegaan en uiteindelijk weer opgekrabbeld. De club K. Rupel-Boom FC zelf bestaat pas sinds 1998, maar is eigenlijk meer een voortzetting van het oude monument FC Boom die in vereffening gingen. De andere vereniging die bij deze fusie betrokken is, is het veel kleinere Rupel SK. Deze waren echter wel financieel in orde en dus waren ze een heel interessante fusiepartner voor FC Boom. Rupel SK zelf heeft zelf ook zijn glorietijden gekend. Net na de 2e Wereldoorlog heeft de club zelfs nog in 2e Klasse gespeeld. Het was niet voor lang, maar gespeeld hebben ze er. In die jaren bivakkeerde de club sowieso veel op nationaal niveau. Meestal in de 3e of 4e Klasse. Daarna ging het snel bergafwaarts en de jaren-60, -70, -80 en –90 werden doorgebracht in de Provinciale Klassen. In de jaren-90 kwam de club zelfs niet meer uit 4e Provinciale, het laagste niveau in België. Sportief is deze club dus niet echt een hoogvlieger geweest in tegenstelling tot stadsgenoot FC Boom.

FC Boom werd in 1913 opgericht en kreeg het mooie stamnummer 58 (helaas is dat na de fusie verloren gegaan en heeft Rupel-Boom nu het hoge stamnummer 2138). De club had al snel succes, want al in 1921 stegen ze naar 2e Klasse. Daarin deed de club goed mee. Soms was er een jaartje 3e Klasse, maar van 1931 tot aan 1938 speelde de club steeds in 2e Klasse. 1938 was een goed jaar voor FC Boom, want ze werden kampioen in 2A. Samen met Club Brugge mochten ze het jaar erop in 1e Klasse debuteren. Club Brugge bleek te zwak voor 1e en degradeerde meteen, terwijl FC Boom het erg goed deed met een 7e plek. Het jaar erop besloot echter een naar mannetje uit Duitsland om Europa in brand te steken. Dat had tot gevolg dat de competitie stil gelegd werd en de opmars van FC Boom werd stilgelegd.

De oorlog deed FC Boom geen goed en in 1943 werd de club laatste (er was echter geen promotie/degradatie regeling). Het jaar erop werd FC Boom weer laatste en de club moest er nu wel uit. Een kampioenschap in 2e later mocht de club weer terugkomen in 1e Klasse. In 1946 eindigde de club knap 11e van de 19 ploegen. Daarna volgden nog enkele aardige prestaties, totdat de club in 1949 weer degradeerde. Ditmaal lukte het niet om snel terug te komen en de 2e Klasse was voortaan de vaste stamkroeg van FC Boom. In de jaren-60 zakte de club daaruit weg en moesten ze in 3e gaan spelen.

De jaren-70 gingen echter beter. In 1971 was er het kampioenschap in 3e Klasse en FC Boom was terug waar het hoorde volgens de fans. Na enkele moeizame jaren werd de club in 1975 ineens 2e. FC Boom mocht via de eindronde proberen te promoveren. Dat lukte niet, want ook in de eindronde werd de club 2e. De eindronde werd gewonnen door… La Louvière. Na een minder jaar het jaar erop werd de club in 1977 kampioen. Ze werden vergezeld door eindronde winnaar La Louvière. Die clubs hebben toch wel een geschiedenis met elkaar opgebouwd door de jaren heen. 1978, mijn geboortejaar, bracht de club weinig goeds. Het lukte FC Boom totaal om goed mee te draaien in de, in die jaren, loodzware Belgische competitie. Op dat moment was de Belgische competitie een van de beste van Europa, dus een schande was het niet dat FC Boom meteen weer degradeerde.

Daarna volgden er tien grijze jaren, waarin FC Boom anoniem meedraaide in de competitie. Vaak was degradatie dichterbij dan promotie. In 1989 ging dat veranderen en werd FC Boom een titelkandidaat. Na een 4e plek mocht FC Boom deelnemen aan de eindronde. Deze werd echter niet gewonnen, want AA Gent was te sterk. Het jaar erop eindigde FC Boom als 2e in de competitie, maar moest het de eer in de eindronde aan Racing Genk laten (de G5 heeft FC Boom flink dwarsgezeten in het verleden). Het jaar erop deed boom weer goed mee bovenin wat resulteerde in een 3e plek. Ditmaal was Eendracht Aalst te sterk in de eindronde. Een 4e plek in 1992 betekende opnieuw de eindronde. In dit geval was het niet driemaal scheepsrecht, maar viermaal scheepsrecht. FC Boom won de eindronde overtuigend met 4 overwinningen, 2 puntendelingen en een doelsaldo van 15 voor en 2 tegen.

Een erg spannend jaar in 1e Klasse volgde. Bovenin was er geen niets aan door de dominantie van Anderlecht. Onderin was het echter razend spannend. Lommel leek in de winter al dood en begraven. Ze slaagden er echter in om als een feniks uit zijn as te herrijzen. Samen met FC Boom en Lokeren werd het een nagelbijtende finale van het seizoen. Uiteindelijk lukte het Lommel om zich nog te handhaven met 22 punten. Lokeren had er 20 en FC Boom kwam uiteindelijk op 19 uit. Het jaartje 1e Klasse was weer op niets uitgelopen. Met de promotie had de club een iets te groot financieel risico gelopen en het zou daarvoor een zware rekening gepresenteerd krijgen. In 2e bleek de club namelijk ook niet mee te kunnen en de club had geluk dat de 2e Klasse werd uitgebreid naar 18 ploegen, anders was een nieuwe degradatie het gevolg geweest. Het seizoen erop werd de 2e Klasse echter niet naar 20 ploegen uitgebreid en ditmaal vloog FC Boom er dus wel uit. FC Boom mocht in 3B uitkomen, maar ook daar lukte het absoluut niet om mee te draaien. FC Boom werd afgetekend laatste en was binnen 4 jaar van 1e Klasse naar 4e Klasse gezakt.

De club had flinke financiële problemen, had een dubieuze sponsor en was voor veel 4e Klasser een aantrekkelijke scalp (het was per slot van rekening toch kort geleden nog een 1e Klasser). Het vervolg is dan ook geen verrassing; de club degradeerde opnieuw. Voor het eerst sinds de oprichting speelde de club in Provinciale. Er was geen hoop meer dat het goed zou komen en men besloot in 1998 te gaan fuseren met SK Rupel, wat ook op zijn absolute dieptepunt was beland. De club herstartte in 3e Provinciale en werd meteen kampioen. In 2001 promoveerde de club zelfs naar 1e Provinciale. Drie jaar later werd de club ook daar kampioen en er was weer voetbal in Nationale te zien op het Gemeentelijk Parkstadion. In het eerste jaar ging het daar zelfs beter dan verwacht en FC Boom mocht meedoen aan de eindronde. Daar werd in de finale Namen (wat nu zelfs om promotie naar 2e speelt) opzij gezet en FC Boom mocht naar 3e. Die stap was misschien iets te groot, want afgelopen jaar degradeerde de club weer terug. Dit jaar had FC Boom last van een slecht begin en een ontketend Eendracht Aalst. De eindronde was dus een nette prestatie, want op termijn wil de club weer uitgroeien tot een vaste waarde in 3e Klasse met zo nu en dan een leuk uitstapje naar 2e.

De rit naar Boom verliep soepel. Geen files of iets dergelijks, hoewel het laatste stuk weg naar Boom erg lelijk is. Langs de weg staan daar allemaal reclameborden, sexhuizen en fastfoodrestaurants. Niet het mooiste stukje België. Toen we Boom inreden verwachtte ik zware industrie en rochelende mensen met handen als kolenschoppen en getekende gezichten. Dat bleek mee (of tegen) te vallen. Ik zag met name veel groen en mooie huizen. Het door-en-door geïndustrialiseerde Boom is in ieder geval niet meer. Zelfs steenfabrieken zag ik niet. De auto kon, helaas voor SJ, niet voor het stadion worden gezet. We waren er vroeg bij, maar het stond al stampensvol. Blijkbaar was er die dag ook een kinderdag georganiseerd op de terreinen achter het stadion. Tegenslag, maar gelukkig was er een ziekenhuis vlakbij. Voor 2 euro konden we daar de hele dag staan en dat is wel wat beter dan de woekerprijzen die in Engeland vaak gerekend worden voor parkeren.

Lopend naar het stadion viel ons op dat het helemaal omzoomd was met bomen, wat dat betreft deed de club zijn naam wel eer aan. De buitenkant was bijna niet te zien en ook de floodlights waren ongeveer een geworden met de natuur. Erg apart gezicht. Voor 8 euro kochten we een kaartje op de staantribune. Omdat alles toch nog dicht was gingen we een rondje rond het stadion lopen om wat foto’s te maken. Dat was echter buiten een steward van La Lou gerekend. Terwijl we achterlangs wilden lopen, via de tennisbanen, hield deze dienstklopper ons tegen. Zoals het een echte Waal betaamd, sprak hij amper Nederlands. Dat blijft toch een bizar iets dat Walen amper Nederlands spreken, terwijl het een officiële en veel gebruikte taal is in hun eigen land. Na veel moeizame communicatie kwamen we erachter dat hij ons absoluut niet door wilde laten lopen en hij begon wat te brabbelen in zijn walkie talkie. Om te voorkomen dat we werden doodgeschoten door de Rijkswacht, die aanwezig was met geladen pistolen, liepen we maar weer terug naar de kassa’s. Ondertussen was mijn blaas hevig aan het opspelen en die wilde niets liever dan ergens geleegd worden. Helaas bleken de poorten nog steeds dicht. Van Stijnman kreeg ik ondertussen een sms’je dat hij er ook bijna was, voor welke tribune we een kaartje hadden gekocht en of we even op hem wilden wachten. De tijd werd gedood met een rondje rondom het stadion maar dan andersom, om de vervelende steward van La Lou te ontlopen. Ik zag volop bosjes waarin ik lekker kon gaan wateren, maar steeds kwamen er weer mensen langs en de tot de tanden toe bewapende Rijkswachters waren er ook nog.

Van buiten was het stadion vooral veel boom. Overal rondom zag je bomen staan en van de achterkant van de korte zijde was niet veel te zien, behalve wat houten planken. Achter de overdekte staantribune was wel wat te zien. Via de hekken kon je al naar binnen gluren en was de schitterende hoofdtribune al te zien. Ik probeerde een kunstzinnige foto te maken, maar zoals altijd liep de Vlaai ervoor. De Vlaai staat, als hij meegaat, zowat op 93% van de foto’s. Dat is zo erg dat het zowat mijn hobby kost. Op de to-do list staat dan ook dat de Vlaai niet meer meegaat in de toekomst. Om mij te pesten had de organisatie van de kinderdag overal bordjes met “wc” erop opgehangen. Uiteraard was er geen wc te zien bij die bordjes. Omdat ik zo moest pissen ging ik even de bosjes in, maar een fractie later was ik er weer uit. Wat als de Rijkswacht mij had betrapt met mijn camera in de hand en de broek op de enkels in de buurt van allemaal kleine meisjes. Ik denk dat ik dan wel een paar jaar had kunnen gaan brommen in de cel.

We besloten de bordjes wc te volgen en ze bleken richting het clubgebouw van die kinderclub te gaan. Het was als een fata morgana in de verte. Met stevig pas ging ik richting dat clubgebouw, maar onderweg werd ik door iets gestopt. Het Gemeentelijk Parkstadion bleek namelijk te beschikken over nog een ingang. Een heel mooie zelfs. Er waren ook gebouwtjes waar vroeger, in de gloriedagen, kassa’s hadden gezeten. De ene was helemaal dichtgespijkerd en de andere had ingegooide ramen. Ook de ingang zelf zag er erg sjiek uit. Dit zijn nu de dingen die ik erg mooi vind; herinneringen aan vroegere dagen. Zo mooi als bij Union St. Gilles zal het wel nergens zijn, maar dit was ook wel aardig. Liever wat verpaupering aan een stadion dan een nietszeggend modern stadion was inwisselbaar is voor ieder andere modern stadion van een andere club. Dit soort dingen zijn vaak de krenten in de pap van oude stadions; kassa’s die dichtgespijkerd zijn, uitgangen waar een muurtje voor is gemetseld, staanplaatsen waar de bomen doorheen groeien, een asbesten dak waar de gaten inzitten, roest op het scorebord… Jammer dat die dingen steeds minder te zien zijn. Alles moet maar moderner en gladder worden. Het blijft eeuwig zonde. Mijn droomdood blijft nog altijd om, als ik 100 ben, in het Joseph Mariënstadion rond te kijken. Het stadion is dan al 10 jaar leeg, maar je kunt er met moeite inkomen. Ik slaag erin om binnen te komen en vind allerlei dingen uit vervlogen dagen. Foto’s van een vol Dudenpark van begin 20e eeuw, oude shirts die er nog liggen, bekers vol stof, de geur van gepoetst leer. Opeens stort het hele stadion in. Dan sterf ik gelukkig.

Na wat foto’s te hebben geschoten van de oude ingang en erachter zijn gekomen dat we hier niet binnenmochten, het was de ingang voor de La Lou-fans, liepen we door richting het clubhuis van de kinderclub. Na even te hebben gezocht wist ik waar de wc’s waren. Even een trappetje af, een gangetje door en daar waren de wc’s. Ik wilde hardop “Eureka” roepen, maar gelukkig deed ik dat niet. De deur van de mannen-wc was namelijk op slot. Wat een horror, kommer en kwel. Na nog een keer hard duwen kwam ik erachter dat hij toch echt op slot zat. Het werd nog erger toen het net leek of het poppetje, wat op de deur was geplakt om duidelijk te maken dat dit de mannen-wc was, zat te lachen. Een vuistslag was zijn deel. Nood breekt wetten en dus ook in dit geval. Ik besloot om de vrouwen-wc maar eens binnen te gaan. Daar bleek echter dat een meisje zich aan het omkleden was. Voordat ik als de Nederlandse Dutroux werd gezien vluchtte ik het gangetje uit, met nog steeds een volle blaas. Uitgeput kwam ik de trap weer opgerend, de gifbeker leek nu toch helemaal leeg gedronken te zijn. Met de nadruk op leek, want het werd nog erger. Bij de Vlaai en SuperJohn bleek een onguur type te staan. Een die je liever niet tegenkomt in een stadje als Boom, maar hij was het toch echt: Stijnman77 was gearriveerd. Ondanks dat slechte nieuws betekende het wel dat we weer een poging konden doen om het stadion binnen te komen.

We hadden nu zowat een rondje gelopen en dat betekende dat we de naargeestige steward van La Lou weer zouden tegenkomen. Alleen nu vanaf de andere kant. Het slechte mens zag ons toen we hem passeerde. Vuil keek hij ons aan. Zelfs nu werd er niet naar hem geluisterd, net zoals bij hem thuis. In zijn gezin stond hij in de hiërarchie onder zijn vrouw, kinderen en de hond. Niemand luisterde naar hem en daarom was hij steward geworden, omdat hij zo nog iets te zeggen had. Ik wilde eigenlijk nog een lange neus naar hem maken, maar ik moest te erg pissen om dat te doen. Gelukkig werden de poorten net opengegooid voor de Boom-fans en we konden naar binnen. Daar bleek meteen om de hoek een wc (of iets wat erop leek) te zijn. De wc zag eruit alsof hij in geen jaren was gebruikt. Ik twijfelde nog even of het wel echt een wc was, maar daarna moest ik toch echt de blaas legen. Wat een genot was dit toch, vergelijkbaar met een zeer goed orgasme. Zwevend op wolken van geluk voegde ik me bij de rest in de kantine. We dronken en aten wat daar. Wat opviel was dat er veel supporters van andere clubs waren. Ik zag al Berchem-, Temse- en Aalst-fans lopen. Dat er van Aalst zouden komen was me vooraf al verteld, maar Berchem vond ik erg opvallend. Vooral omdat er dit seizoen nog een conflict tussen beide clubs was en omdat Boom 3 spelers van Berchem heeft aangetrokken voor volgend seizoen. Vandaag was dat echter vergeten en stond de 4e Klasse B achter Rupel-Boom.

We besloten om naar buiten te gaan om het stadion wat vol te zien lopen en wat foto’s te maken. Het stadion zelf was heel aardig. Een heel steile, leuke hoofdtribune en voor de rest allemaal terraces. De staanplaatsen tegenover de hoofdtribune waren dan nog overdekte, terwijl je voor de rest in de open lucht staat. Als een echte Japanner schoot ik mijn rolletje vol. Na even op de overdekte staanplaatsen te hebben gestaan, besloten we toch maar om voor het cafeetje in de hoek te gaan staan. Dat zou onze plek worden deze middag. Langzaamaan stroomde het stadion goed vol. Normaal komen er zo’n duizend mensen op Rupel-Boom af, maar deze middag kwam het eerder in de buurt van de drieduizend. Het enige vak wat leeg bleef (op een paar La Lou-fans na) was achter de goal bij het uitvak. Toch schat ik in dat La Louvière een paar honderd man had meegenomen voor deze wedstrijd. Ondertussen kwam er een heel rariteitenkabinet aan ons voorbij; een cowboy, een teletoeter, een piraat, veel mensen in roze shirts waarvan we dachten dat het Janetten waren, maar dat bleken fans en familie te zijn van Nick Van der Westeraken (een speler van Rupel-Boom), chavs in Burberry kledij en 4 mannetjes die op stadions geilen (wij dus). Het was dus een erg opvallend gezelschap wat vanmiddag naar Boom was gekomen. Vanuit onze plek konden we de boel goed overzien. Naast ons bleken geen Boom-fans te staan, maar Beerschot-fans. Deze zagen er, op de oudere mannen die er tussen stonden, vrij link uit. Veel aquascutum-petjes en andere hooligankleding. Onder het genot van een drankje was het nu afwachten tot de wedstrijd zou beginnen, met hopelijk Rupel-Boom als winnaar. Hoewel niet iedereen in ons vak dat hoopte. Een mannetje was namelijk voor La Lou. Uiteraard was dit de Vlaai. Logisch ook als je bedenkt dat die uit het maffiagebied van Nederland komt. Wat dat betreft zijn er al overeenkomsten met La Louvière.

Eindelijk was het zover dat de wedstrijd kon beginnen. De spelers stonden op het punt om het veld op te komen en het ging ineens helemaal los. Veel Bengaals vuur en aanmoedigen. De overdekte terrace zag blauw van de rook en hij leek zelfs in de fik te staan op een gegeven moment. Eigenlijk een erg mooi gezicht; vuurwerk op de tribunes, bier op de tribune en staanplaatsen, allemaal dingen die door de zeikerige politiek in Nederland verboden zijn. Toch staat dit allemaal veel dichter bij het ware voetbal, ipv al die schrale (gemaakte)sfeer- en familievakken die in Nederland als paddestoelen uit de grond schieten. De wedstrijd zelf was niet veel soeps in de eerste helft. La Lou kreeg een grote kans, maar die werd van de lijn gehaald door een speler van Boom. Voor de rest was er niet echt een ploeg die de sterkere was. Enige opvallende was dat La Lou een speler had die dacht dat hij Cristiano Ronaldo was. De hele tijd duikelen, huilen, bij de scheidsrechter klagen. Helaas dat die niet door midden werd getrapt. Met een beetje onbevredigend gevoel gingen we de rust in. Na nog wat te hebben gedronken en de wc achter de kantine te hebben uitgetest was het wachten op de 2e helft. Het goede nieuws was dat RKC bezig was te degraderen. Minder was dat de neuzen opnieuw de playoffs zouden gaan winnen, maar daar zijn ze uiteindelijk ook voor ingesteld zodat de neuzen altijd een CL-plaats halen.

De 2e helft was meteen een stuk beter. Rupel-Boom kwam fel uit de startblokken en kreeg wat kansen. Uiteindelijk werd het dan ook zeer terecht 1-0 voor de Steenbakkers. Helemaal door het dolle heen vlogen de spelers van Boom in de hekken. Overal werd weer vuurwerk ontstoken en het feest kon beginnen. Rupel-Boom kreeg daarna ook nog kansen op de 2-0, maar weigerde die te maken. Pas nadat een van de 2 centrale verdedigers van Boom uitviel, begon La Louvière wat kansen te krijgen. Deze kansen begonnen na verloop van tijd echt grote kansen te worden. De keeper van Boom, ex-2e klasser Jo Engelborghs, ranselde echter alles weg wat op hem werd afgevuurd. Met nog een paar minuten te gaan was 3e Klasse erg dichtbij voor Rupel-Boom. Helaas mocht het niet zo zijn, want na veel gerommel rondom de goal van Boom lag de 1-1 erin. Meteen keken we hoe onze La Lou-fan de Vlaai zou reageren. Die was echter weer aan het gloryhunten geslagen en had zijn hele gezicht blauw-zwart gesminckt en had een hoge blauw-zwarte hoed op. Het was dus een tegenvaller voor hem dat La Louvière nog scoorde. Het werd nog erger toen het 1-2 werd voor de Wolves. Ditmaal vlogen die van vreugde in de hekken. Voor Rupel-Boom was alles voorbij. Het lukte niet om de 2-2 er nog in te leggen. La Louvière bleef daarom in 3e, terwijl er voor Rupel-Boom weer een jaartje in 4e wacht. Naar verwachting zullen ze samen met Berchem Sport gaan uitmaken wie er uiteindelijk kampioen gaat worden.

Wat opviel na de wedstrijd was de vele emoties. Ik zag echt een flink aantal mensen huilen. Erg onverwachts. Gelukkig mochten we het  veld op, om ook de emoties van de spelers van dichtbij te zien. Daar waren er ook een aantal bij die helemaal stuk zaten. Aan de andere kant had je de vreugde van La Lou. Die waren de promotie aan het vieren met een stripact. Voor de liefhebber van homo-erotische porno erg leuk, maar echte hetero’s als ons moesten daar niets van hebben. Ondertussen was het veld vrij vol gekomen met Boom-fans. Samen waren ze aan het rouwen. De La Louvière-spelers werden met rust gelaten. Ikzelf besloot van de gelegenheid gebruikt te maken om wat foto’s te kunnen schieten van de diverse tribunes. Van dichtbij viel pas echt op hoe steil de hoofdtribune wel niet was. Ik ben erg benieuwd hoe het eruit ziet als je daar helemaal bovenin zit. Na de vreemdste pitch invasion ooit, besloten we om naar huis te gaan. Het was een erg leuke dag uit geweest, met een minder resultaat. Hopelijk slaagt Rupel-Boom er volgend jaar wel in om te promoveren, want dit soort clubs  hebben veel meer toegevoegde waarde aan 3e Klasse (misschien zelfs 2e Klasse), dan een club als Peruwelz, Standaard Wetteren, Couillet of Kelmis.



De foto's

Handig, zo'n bordje tegenover het stadion

Dat het nodig is, blijkt wel uit deze foto. Het stadion is zowat ingegroeid tussen de bomen

KRBFC bekt niet echt lekker als afkorting

Hier de façade van de hoofdtribune van het Gemeentelijk Parkstadion

Helaas is hier niet gekozen voor het logo, maar voor de vlag van Estland

De floodlight was een met de natuur

De in-/uitgang van de overdekte terrace, tegenover de hoofdtribune

Deze kassa riepen herinneringen op aan betere tijden

Ook deze ingang naar het uitvak was alleraardigst

Nog meer loketten die nu niet meer in fuctie waren. Wel mooi in de clubkleuren geschilderd

Achter de goals een mooie terrace

Het pronkjuweel van het Gemeentelijk Parkstadion; de steile hoofdtribune

Op deze tribune zou deze dag de, in het roze gekleede, harde kern staan

Dezelfde tribune, maar nu gezien vanaf de overkant

Achter het doel zou het ook redelijk druk worden deze dag

Ojee, tifiso in aantocht

Er was lekker veel volk gekomen. Niet alleen van Rupel-Boom, maar ook van andere clubs waren er fans

De gladiatoren betreden het veld, met als inzet een plaatsje in 3e Klasse

Volop Bengaals Vuur in Boom deze dag. Hier staat de tribune zowat in de fik

Dan is dit een stuk veiliger met die mannetjes in het hek

Een actiemoment uit de, best aardige, wedstrijd

Een aanval van Rupel-Boom strandt in goede bedoelingen. De hoofdtribune is een stille getuige

1-2. Ongeloof in de Boomse vakken, terwijl de Wolven uit hun dak gaan

Nogmaals de harde feiten. Volgend jaar geen 3e Klasse voetbal voor FC Rupel-Boom

Het spandoek (met "De Steenbakkers" erop) wat ik persé op de foto wilde hebben

Ongeloof bij de spelers van Rupel-Boom. Opvallend waren de vele tranen

Maar misschien kwamen die wel, omdat de Walen zich besloten uit te kleden

Onderling was er veel respect. Vreemd dat het na afloop nog uit de hand liep

Ik was niet de enige die foto's schoot tijdens deze wedstrijd


 

 

© 2005 All Rights Reserved.