| A: | Voor de ontmoeting (dialoog) begint, vind ik het belangrijk dat wij eerst iets goed moeten regelen. |
| B: | Dat laat ik aan u over. |
| A: | Voor onze herinnering, lijkt het me beter dat iemand dit gesprek opschrijft en opneemt. |
| B: | Goed, ik ben het met u eens. |
| A: | Ik zal iemand vragen om het op te schrijven. Heeft u er geen bezwaar tegen als later ons gesprek in boekvorm geschreven wordt? |
| B: | Ik heb er geen bezwaar tegen als dit het beste voor iedereen is. |
| A: | Dus u bent het er mee eens. |
| B: | Ja, absoluut. |
| A: | Bedankt. Nu wil ik vragen wat is de bedoeling van deze ontmoeting. U heeft iets gezegd over Islam en Christendom. |
| B: | Ik zeg eerlijk dat ik in mijn hart Katholiek ben. Ik lees vaak over de Islam in Islamitische tijdschriften onder andere "Kiblat" die in Jakarta gedrukt is, daarom heb ik zin mij te verdiepen in de Islam, dit heb ik echter altijd verborgen. |
| A: | Waar haalt u de tijdschriften vandaan? |
| B: | Toevallig, vond ik ze altijd op de tafel bij mijn vrienden. Eerst, vond ik het niet interessant, want het is anders dan mijn geloof. Op een nacht, kon ik niet slapen hoewel ik toch moe was. Ik wandelde in de slaapkamer heen en weer, toen zag ik een tijdschrift die een vriend van mij had vergeten mee te nemen. Ik nam het mee naar mijn slaapkamer. Ik bladerde er in om een leuk verhaal te zoeken om er mee in slaap te vallen. Tot mijn verbazing zag ik een artikel over "Het Christendom" en ik las het meteen. Omdat ik Christen ben, voelde ik mij eerst aangevallen, maar ik bleef er in lezen. Na het lezen bleef ik toch geÎnteresseerd om de waarheid van mijn geloof te onderzoeken. Sindsdien leende ik vaak tijdschriften over de Islam van mijn vrienden. Op een gegeven moment wilde ik meer weten over het Goddelijke tussen deze 2 godsdiensten. |
| A: | Kent u de Bijbel goed? |
| B: | Naar mijn mening, heb ik de Bijbel goed bestudeerd. Ik weet niet hoe een ander daar over denkt. |
| A: | Wat wilt u dan verder? |
| B: | Nadat ik de boeken over Islam en Christendom had gelezen, dwong mijn hart mij om door te gaan. Eerst stelde ik mijn vragen aan Islamitische mensen (Moslims) die ik ontmoette, maar ik was niet tevreden met het antwoord. |
| A: | Aan welke andere personen heeft u uw vragen over de Islam gesteld? |
| B: | Aan mensen die ik ontmoette. Ik maakte een praatje met hen en tussen door stelde ik vragen over Islam. |
| A: | Had dit invloed? |
| B: | Ja, daarna ging ik onregelmatig naar de kerk, misschien was dit de invloed. |
| A: | En toen? |
| B: | Ik was nooit tevreden over de antwoorden en dit had ik gebracht aan de heer Markan (een collega) verteld en die heeft mij in contact met u. |
| A: | Misschien, heeft u nog niet goed genoeg de Bijbel bestudeerd. Het lijkt me beter dat u nogmaals de Bijbel bestudeerd voordat wij aan een dialoog beginnen. |
| B: | Als iemand geen Moslim is, mag hij de Islam dan niet bestuderen? |
| A: | Dat is niet zo. Mijn bedoeling is te zeggen dat de Islam een tolerante godsdienst voor alle geloven en diens gelovigen is. In de Islam mag je niet dwingen iemand Moslim te laten worden, maar je moet wel vertellen over de Islam aan belangstellenden. |
| B: | Ik ben echter overtuigd Christen. Volgens mij is iedereen vrij om zijn eigen godsdienst te kiezen of te veranderen van godsdienst. Natuurlijk moet men daar van te voren wel informatie over hebben opgedaan door middel van boeken te lezen, dialogen enz. |
| A: | Ja, inderdaad, als mensen elkaar maar niet misverstaan over elkaar godsdienst. |
| B: | Juist, mijn komst naar u is niet om niet te willen begrijpen, integendeel, ik zoek de ware godsdienst. Ik zoek ook een godsdienst die overtuigen is door middel van wetenschappelijk (rationeel) onderzoek. Dat maakt mijn geloof sterker (geen twijfels). |
| A: | Zo hoort het. |
| B: | Er zijn mensen die geloven door hun ouders of vriendenkring of vanwege een bepaalde situatie bijv: omdat mensen bescherming nodig hebben of vanwege promotie op hun werk enz. |
| A: | Dat waardeer ik. |
| B: | Daarom wil ik u graag ontmoeten om wat opgeborgen zit in mijn hart aan u uit te leggen. Maar ik wil wel graag dat u mij de tijd geeft want het is al middernacht. Ik hoop dat het op binnenkort kan. |
| A: | Goed, morgenavond kunt u hier komen mits u het niet aan anderen verteld. Ik zal de plaats regelen. |
| B: | Maar wat vindt u ervan als er toch iemand meeluistert? |
| A: | Laten wij proberen in eerste instantie geen andere mensen in te lichten, maar als het nodig blijkt te zijn, mag het wel. Stel dat morgenavond iemand wil mee luisteren dan laat ik dat aan u over, het belangrijkste is dat wij hen niet uitnodigen. Zij mogen onze ontmoeting niet verstoren. |
| B: | Goed, ik hoop dat onze ontmoeting niet aan het publiek wordt verteld. |
| A: | Dat is precies mijn bedoeling, nu weten jullie (de aanwezigen) het. |
| B: | Ik ben het met u eens. |
| A: | Heeft u een Bijbel? |
| B: | Ja, ik heb: Het oude testament, het nieuwe testament en in het engels "The Holly Bible" tevens in het Nederlands "Bijbellezingen voor het gezin". Ik heb ook "Alkitab" uit 1968 en 1970 en "Zabur (Psalm)". |
| A: | Ik hoop dat u bovengenoemde boeken morgenavond mee zult nemen. |
| B: | Goed, Ik zal alles meenemen. Heeft u bovengenoemde boeken ook? |
| A: | Vroeger, heb ik deze boeken bestudeerd, maar ik heb ze aan vrienden uitgeleend en nooit terug ontvangen. |
| B: | Oké, ik zal alle boeken over het Christendom morgen meenemen. |
| A: | Dat hoop ik. |