| |

NAVIGATION
|
|
|
|
|
WELZIJN EN GEZONDHEID
In deze rubriek publiceren wij artikelen die eerder in het whippetblad verschenen zijn. Deze artikelen gaan alle over het welzijn en de gezondheid van de whippet en het Italiaanse windhondje. Door de artikelen op onze website te publiceren zullen deze niet zo snel in de vergetelheid geraken en kan men ze altijd nog eens teruglezen. Ook is er natuurlijk de mogelijkheid om de artikelen uit te printen en zo nog eens rustig na te lezen. De artikelen betreffen de volgende onderwerpen:
Nog niet alle rubrieken zijn met artikelen "gevuld". Het is de bedoeling, dat dit in de komende tijd steeds verder wordt uitgebouwd. De in rood gedrukte onderwerpen kunnen worden aangeklikt, gelezen en eventueel uitgeprint. |
|
|
|
Op reis in de EU met honden, katten . |
Eigenaren van honden, katten kunnen sinds oktober 2004 gemakkelijker met hun dier binnen de Europese Unie, Noorwegen en Zwitserland reizen. De dieren hebben daarvoor onder meer wel een EU-paspoort nodig en ook moeten zij worden ingeënt tegen rabiës (hondsdolheid). Vanaf 2004 gelden voor bijna alle lidstaten dezelfde eisen. Het verplichte Europees Dierenpaspoort is op 1 oktober 2004 ingevoerd.
Algemene Regels
Voor het vervoer van huisdieren gaan de volgende
algemene regels gelden:
-
Honden, katten hebben een EU-paspoort nodig als zij op reis gaan naar het buitenland. Dit paspoort bevat een beschrijving van het dier, de naam en het adres van de eigenaar en het bewijs van vaccinatie tegen rabiës (hondsdolheid). Het nieuwe document vervangt alle in Europa gebruikte paspoorten en soortgelijke documenten die worden gebruikt voor het vervoer van de dieren naar het buitenland. Op dit moment is nog niet bekend welke instanties in Nederland het EU-paspoort gaan uitgeven.
-
Honden, katten moeten worden ingeënt tegen rabiës (hondsdolheid). Dit kan de dierenarts doen. Diezelfde dierenarts is ook bevoegd een aantekening van de vaccinatie te maken in het EU-paspoort.
-
Eigenaren zijn verplicht een identificatie bij hun dier aan te laten brengen. Dit kan de dierenarts doen. In Nederland wordt vooral de 'elektronische transponder' (chip) gebruikt, die onderhuids wordt aangebracht. Naast de chip is een tatoeage ook als identificatie toegestaan. Wie op vakantie gaat naar het VK, Ierland, Zweden of een ander land dat geen lid is van de EU, moet bij het huisdier een verplichte bloedtest laten afnemen door een dierenarts. De bloedtest moet een aantal maanden voor vertrek worden afgenomen.
Specifieke informatie
Papieren niet in orde?
|
|
Als de papieren van het gezelschapsdier niet in orde zijn, kan de douane het dier aanhouden. Gevolgen kunnen zijn:
- het dier wordt onder officieel toezicht (in quarantaine) geplaatst totdat het voldoet aan de gezondheidsvoorschriften;
- het terugzenden van het dier naar het land van herkomst.
Als quarantaine of terugsturen geen opties zijn, kan in het uiterste geval euthanasie op het dier worden toegepast. Alle extra kosten zijn voor rekening van de eigenaar die verantwoordelijk is voor het dier.
|
Het oude paspoort / vaccinatieboekje
|
|
Het EU-paspoort is vereist wanneer de Nederlandse hond, kat naar het buitenland gaat. De dierenarts kan de nog geldige vaccinaties en behandelingen uit het oude paspoort overzetten naar het EU-paspoort. Het is handig om het oude paspoort/vaccinatieboekje te bewaren. |
|
|
|
Honden, katten vervoeren binnen de EU. Voor het vervoer van niet-commercieel gehouden honden, katten tussen lidstaten van de EU zullen vanaf 3 juli 2004 dezelfde eisen gelden.
- De dieren dienen gevaccineerd te zijn tegen rabiës en met behulp van een transponder chip of tatoeage geïdentificeerd te zijn. De chip moet voldoen aan ISO-norm 11784 en bijlage 1 van ISO-norm 11785. Er zijn verschillende organisaties waar het elektronische identificatienummer geregistreerd kan worden. Een goede registratie heeft als voordeel dat een weggelopen hond gemakkelijker kan worden teruggevonden.
- Het nieuwe EU-paspoort bestaat uit 2 delen. Een gestandaardiseerd gedeelte, met informatie over de algemeen gestelde eisen, zoals de identiteit van het dier en informatie over de gegeven vaccinaties en eventuele andere behandelingen. Achterin staat een gedeelte dat de uitgever zelf mag invullen. Op dit moment is het Europese paspoort nog niet verkrijgbaar. Er wordt gewerkt aan de uitgifte. Wanneer de uitgevende instanties in Nederland bekend zijn (medio maart) worden zij op de LNV-website vermeld (http://www.minlnv.nl/)
- Dieren onder de drie maanden hoeven nog niet gevaccineerd te zijn maar de eigenaar moet wel aan kunnen tonen dat het jong tot aan de reis is opgegroeid op de geboorteplek en niet in contact is geweest met dieren die mogelijk besmet waren met rabiës. De RVV-dienst in uw regio heeft hier een speciale verklaring voor. Het jonge dier mag ook de grens over wanneer het vergezeld wordt door de moeder waar het nog van afhankelijk is. Een lidstaat behoudt de mogelijkheid deze jonge dieren te weigeren, naar verwachting zullen het VK, Ierland, Zweden en Frankrijk dieren onder de 3 maanden weigeren.
- De bovenstaande eisen gelden ook bij de invoer van honden, katten uit derde landen waar de rabiësstatus gelijk is aan die van de EU landen. De volgende landen vallen hier momenteel onder: Noorwegen, Zwitserland, IJsland, Andorra, Liechtenstein, Monaco, San Marino, Vaticaanstad. De lijst is ook op (http://www.minlnv.nl/) te zien en zal wanneer nodig worden bijgewerkt.
- Extra eisen bij internationaal vervoer:
- Bij het vervoer van honden en katten naar Ierland, Zweden en het VK moet aan een extra eis worden voldaan, namelijk een bloedtest die aantoont dat het dier gevaccineerd is tegen rabiës.
- Deze test moet binnen de termijnen die zijn vastgesteld in de nationale regelgeving zijn uitgevoerd.
- Voor Ierland en het VK betekent dit 6 maanden voor vertrek en voor Zweden minimaal 4 maanden voor vertrek.
- Jonge dieren worden pas tot deze landen toegelaten als ze aan alle bovengenoemde eisen kunnen voldoen. In de praktijk betekent dit dat dieren jonger dan een maand of 8-10 niet worden toegelaten.
Tot 3 januari 2009 mogen lidstaten extra eisen stellen met betrekking tot echinococcen en teken. Waarschijnlijk zal Zweden een behandeling tegen echinococcen en tegen teken eisen. Wanneer landen toestemming hebben de extra eis(en) in te voeren zal dit via (http://www.minlnv.nl/) bekend worden gemaakt.
Honden, katten vervoeren van een derde land naar een EU-lidstaat. Ook voor de invoer van niet-commercieel gehouden honden, katten uit derde landen naar een EU-lidstaat gelden ongeveer dezelfde regels.
- Voor de invoer van dieren uit Noorwegen, Zwitserland, IJsland, Andorra, Liechtenstein, Monaco, San Marino, Vaticaanstad gelden dezelfde regels als bij diervervoer binnen de EU.
- Wanneer een hond of kat afkomstig is uit een derde land waar rabiës voorkomt moet drie maanden voor de reis een bloedtest worden uitgevoerd om aan te tonen dat het dier gevaccineerd is tegen rabiës. De bloedtest hoeft maar één keer te worden uitgevoerd mits de hond of kat daarna jaarlijks (volgens bijsluiter van vaccin) wordt gevaccineerd tegen rabiës. Deze extra eis geldt niet voor fretten.
- Voor de invoer vanuit een derde land waar rabiës nog voorkomt naar Ierland, Zweden en het VK blijft de quarantaine periode van 6 maanden gehandhaafd.
- Wanneer een dier uit de EU op vakantie gaat naar een derde land waar rabiës nog steeds voorkomt, moet het dier voor vertrek naar het buitenland de bloedtest hebben ondergaan. Op deze manier heeft de hond toch op tijd de bloedtest ondergaan.
Volledige harmonisatie, inclusief Ierland, Zweden en het VK, zal in 2008 worden heroverwogen. De drie landen willen eerst bekijken of de insleep van rabiës met behulp van deze nieuwe maatregelen voldoende wordt bestreden.
Commercieel gehouden dieren
|
|
Voor het internationale vervoer van commercieel gehouden honden, katten bestaan al geharmoniseerde veterinaire eisen (Richtlijn 92/65/EEG). De eisen voor niet-commercieel gehouden en commercieel gehouden dieren worden gelijk getrokken. Zo gelden de eisen ten aanzien van rabiës voor beide groepen dieren. De eis om 24 uur voor aanvang van de reis klinisch onderzoek te laten verrichten door een erkende dierenarts blijft bestaan. In het nieuwe EU-paspoort kan de dierenarts zijn bevindingen noteren. |
|
|
|
Meer informatie |
Meer informatie is verkrijgbaar bij: de dierenarts, het regionale VWA/RVV-kantoor (Directie Kring West van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees van de Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit, Schipholweg 9-11 in 2316 AB Leiden, tel. 071 - 408 3000) of de ambassade van het land dat u gaat bezoeken.
Regelgeving per land :
Belgie:
Honden en katten
U mag zonder problemen honden en katten meenemen. Een inentingsbewijs tegen rabiës is vereist. De inenting mag niet recenter zijn dan 30 dagen en niet ouder zijn dan 12 maanden.
Denemarken:
Honden en katten
Een gezondheidsverklaring is verplicht, evenals een certificaat van inenting tegen rabiës dat niet recenter is dan 30 dagen en niet ouder dan 12 maanden (hond) of 6 maanden (kat). Op de Faroer is de invoer van alle dieren verboden .
Duitsland:
Honden en katten
De in- en doorvoer is vrij tot een maximum van 3 dieren. Wilt u meer dan drie dieren meenemen dan moet u vooraf een vergunning aanvragen bij het Ministerium fuer Ernhuerung, Landwirtschaft und Forsten, Gruppe Veterinaer Wesen Schwannstrasse 3 4000 Duesseldorf-30, Duitsland. Vereist is een geldig inentingsbewijs, in het Duits of met een Duitse vertaling waaruit blijkt dat het dier minstens één en hoogstens twaalf maanden (voor een kat maximaal 6 maanden) tevoren werd ingeënt tegen hondsdolheid. Let op: pitbull, Staffordshire terriër, Staffordshire bullterriër en Bullterriër mogen in Duitsland worden ingevoerd, mits u niet langer dan vier weken in Duitsland verblijft. Deze honden moeten altijd aangelijnd zijn. Ook moet u altijd een muilkorf bij u hebben.
Finland:
Honden en katten
Vereist is een inentingsbewijs tegen hondsdolheid niet ouder dan 1 jaar en niet minder dan 30 dagen oud. En een gezondheidsverklaring waarin vermeld staat dat het dier binnen 30 dagen voor aankomst is behandeld tegen lintworm. Het document moet opgesteld zijn in het Fins, Zweeds, Engels of Duits.
Frankrijk:
Honden en katten
Een dierenpaspoort met daarinde volgende gegevens is een vereiste: · Inenting tegen rabiës. Deze inenting moet minimaal 30 dagen en maximaal 12 maanden oud zijn. · De identiteit van het dier (tatouage of elektronische chip). · Gezondheidsverklaring van de dierenarts, die maximaal 10 dagen voor inreis in Frankrijk is afgegeven. Wanneer u niet direct naar Frankrijk gaat, maar eerst nog andere landen bezoekt, zal de gezondheidsverklaring onderweg opgemaakt moeten worden. Men mag per reisgezelschap tijdelijk 3 honden/katten Frankrijk binnenbrengen, waaronder een pup van 3 tot 6 maanden. Wilt u meer dieren meenemen dan moet u contact opnemen met: Ministere de l'Agriculture tel. 00 33 1 49 55 84 76 fax 00 33 1 49 55 81 97 . Het is verboden honden zonder stamboom mee te nemen als ze lijken op een Pitbul, Boerbul, Mastiff* of Tosa.De Amerikaanse Staffordshire Terrier*, Tosa (met stamboom) en de Rottweiler(achtigen) mogen worden meegenomen maar moeten in openbare gelegenheden gemuilkorfd zijn en aan de riem worden gehouden. Bovendien moet de begeleider van de hond minimaal 18 jaar zijn en er moet een geldige aansprakelijkheidsverzekering voor de hond zijn. * Voor de Mastiff met stamboom en de Staffordshire Bull-terriër gelden geen beperkingen.
Griekenland:
Honden en katten
Een certificaat van inenting tegen rabiës is vereist, niet recenter dan 15 dagen en niet ouder dan 12 maanden (voor katten is dit 6 maanden) vergezeld van een gezondheidsverklaring. De verklaring mag niet meer dan 10 dagen voor aankomst in Griekenland afgegeven zijn. Beide certificaten dienen door de RVV te worden gelegaliseerd.
Groot-Brittannië:
Honden en katten
Door Nederlandse dierenartsen gecertificeerde honden en katten mogen worden meegenomen. Meenemen van hond/kat op korte termijn is echter niet mogelijk. U moet ongeveer 7 maanden voor vertrek beginnen met de voorbereidingen om uw huisdier mee te nemen. Bovendien mag u de certificeerde hond/kat uitsluitend meenemen via: · De veerverbindingen (raadpleeg maatschappij) · De Kanaaltunnel (niet met Eurostar) · Het vliegtuig (raadpleeg maatschappij). Let op: De regels voor het meenemen van dieren naar Jersey kunnen afwijken van die van Groot-Brittannië. Neem daarom ruim voor vertrek contact op met Jersey Tourism Nederland, tel. (018) 267 02 44. Op Guernsey worden huisdieren pas toegelaten na quarantaineperiode van 6 maanden. Vereisten voor hond/kat via Nederlandse dierenarts: · Een geïmplanteerde microchip (ter identificatie). · Inenting tegen rabiës. · Een bloedtest, die aan moet tonen dat dier voldoende tegen rabiës is beschermd. Dit is niet nodig indien een bloedtest voor een eerder bezoek aan Groot-Brittannië al heeft plaatsgevonden en alle inentingen tegen rabiës zijn toegediend. De Nederlandse dierenarts geeft een certificaat af indien deze zaken in orde en gedaan zijn. Tevens vereist voor elke reis: · Behandeling tegen lintwormen en teken. · Deze behandeling moet 24-48 uur voor vertrek zijn uitgevoerd. U moet hiervan een verklaring kunnen overleggen. · Op dag vertrek moet u het formulier PETS 3 invullen en ondertekenen. Dit geeft aan dat het dier in afgelopen 6 maanden niet buiten de onder de regeling vallende landen is geweest. Het formulier kunt u aanvragen bij PETS helpdesk: 00 44 87 02 41 17 10 of bij het bedrijf dat het dier vervoert.
Hongarije:
Honden en katten
De Hongaarse douane verlangt een certificaat van inenting tegen hondsdolheid dat minstens 30 dagen en hooguit een jaar oud is. Daarnaast is een gezondheidsverklaring nodig, die maximaal 8 dagen oud is. Daarin moet ook staan dat de laatste 90 dagen binnen 20 km rond de plaats van herkomst geen hondsdolheid is voorgekomen. De Nederlandse Rijksdienst voor Keuring van Vee en Vlees moet de papieren legaliseren. Muilkorf en riem moet u bij u hebben.
Ierland:
Honden en katten
Voor ieder huisdier is een invoervergunning vereist. Daarnaast moet het 6 maanden in quarantaine. Het is daarom af te raden huisdieren mee te nemen.
Italie:
Honden en katten
Een geldig inentingbewijs tegen rabiës en een gezondheidsverklaring (maximaal 30 dagen oud) zijn vereist. Het inentingsbewijs tegen rabiës moet minimaal 20 dagen en mag maximaal 12 maanden (kat: 11 maanden) oud zijn. Van deze documenten moet een Italiaanse vertaling aanwezig zijn. In openbare gelegenheden moet een hond aangelijnd en gemuilkorfd zijn. Indien 2 of meer dieren in de auto worden vervoerd, moeten ze achter een hondenrek of in een kattenmand worden vervoerd.
Kroatië:
Honden en katten
Een gezondheidsverklaring (maximaal 30 dagen oud) en een inenting tegen rabiës (minimaal 15 dagen en maximaal 6 maanden oud) zijn vereist.Legalisatie door de RVV is verplicht.
Luxemburg:
Honden en katten
Certificaat van inenting tegen rabiës vereist niet recenter dan 30 dagen en niet ouder dan 1 jaar (kat 6 maanden).
Malta:
Honden en katten
Honden moeten eerst 6 maanden in quarantaine. Het is daarom af te raden honden mee te nemen.
Noorwegen:
Honden en katten
Alleen honden ouder dan 7 maanden en katten ouder dan 16 maanden met een gezondheidsverklaring mogen worden meegenomen naar Noorwegen. Voor deze dieren gelden sinds 1 oktober 1998 nieuwe invoerbepalingen. Voor de invoer vanuit Nederland dient u bij de invoer in Noorwegen aan het volgende te voldoen:
1. Gezondheidsverklaring U dient een originele door uw dierenarts afgegeven gezondheidsverklaring te tonen. Deze verklaring mag op het moment dat u Noorwegen binnenkomt niet ouder dan 10 dagen zijn. Dat betekent dat als u een rondreis door verschillende landen maakt en u daarbij langer dan tien dagen onderweg bent, u, voordat u de grens met Noorwegen passeert, bij een erkende dierenarts in het buitenland een gezondheidsverklaring moet ophalen. U kunt het formulier ook verkrijgen bij het Koninklijk Noors Generaalconsulaat (Keizersgracht 534, 1017 EK Amsterdam, tel. (020) 624 23 31, fax (020) 420 73 80; op werkdagen 10-14 u).
2. Vaccinatiebewijs U dient een origineel inentingsbewijs te tonen dat is afgegeven door uw dierenarts. De geldigheid van het inentingsbewijs is begrensd door de geldigheidsduur van de inentingen en/of bloedproef. De volgende inentingen en bloedproeven zijn vereist: Hondsdolheid: van elk dier dat voor de eerste keer wordt meegenomen naar Noorwegen moet een bloedproef worden genomen. De bloedproef kan pas plaatsvinden als er na de inenting tegen rabiës (hondsdolheid) ten minste vier maanden zijn verstreken. Wordt het dier vervolgens jaarlijks (met tussenpozen van maximaal 365 dagen) tegen rabiës ingeënt, dan hoeft bij volgende bezoeken aan Noorwegen geen bloedproef genomen te worden. Is de periode tussen twee inentingen tegen rabiës langer dan 365 dagen, dan is een nieuwe bloedproef verplicht voordat het dier mee mag naar Noorwegen. Het bloedmonster moet door een erkend laboratorium worden beoordeeld. In Nederland bevindt zich geen daarvoor erkend laboratorium, de dichtstbijzijnde bevinden zich in Duitsland (Giessen) en België (Brussel). Leptospirose (alleen bij honden): uw hond moet binnen 365 dagen en minstens 21 dagen voor de invoer in Noorwegen zijn ingeënt. Hondenziekte/ziekte van Carré (alleen bij honden): uw hond moet binnen 730 dagen voor de invoer in Noorwegen zijn ingeënt. Binnen de eerste zeven dagen na aankomst in Noorwegen moet het dier nogmaals door een dierenarts tegen lintwormen behandeld worden.
3. Identificatie van uw huisdier Honden en katten moeten ter identificatie met een tatoeage of een geïmplanteerde microchip gemerkt zijn. Het identificatienummer moet op de verschillende inentingsbewijzen en op de laboratoriumverklaring van de bloedproef vermeld zijn.
4. Verklaring van de eigenaar van het huisdier De eigenaar van het huisdier dient een verklaring te ondertekenen dat het dier de laatste 6 maanden niet buiten EU- of EVA-landen geweest is.
5. Aanmelding bij het douanekantoor Bij aankomst in Noorwegen moet u zich op eigen initiatief met het dier en de verschillende verklaringen bij het douanekantoor melden. Honden en katten kunnen ongehinderd de grens tussen Noorwegen en Zweden passeren. Dieren die vanuit andere landen dan Noorwegen in Zweden worden ingevoerd, moeten een invoervergunning voor Zweden hebben die is afgegeven door Statens Jordbruksverk,S-55182 Jönköping, *Zweden:* Het is verbodende volgende rassen of kruisingen van deze rassen in Noorwegen in te voeren: Pit Bull Terrier, Fila Brasileiro, Tosa Inu en Dogo Argentino. Bij hondenrassen die met bovengenoemde rassen verwisseld kunnen worden, zoals bijv. de American Staffordshire Terrier, moet aan de hand van het originele stamboomcertificaat met identificatienummer bewezen worden dat het dier niet van deze rassen afstamt. De invoer van Bengaalse katten is eveneens verboden.
Oostenrijk:
Honden en katten
Een certificaat in het Duits over gezondheid en inenting tegen rabiës is vereist. Minstens 1 en ten hoogste 12 maanden (kat: 6 maanden) oud. In- en doorvoer is mogelijk indien de dieren (hoogstens 2 per volwassen persoon) onder begeleiding zijn van de eigenaar. Honden moeten aan de lijn gehouden worden. In sommige gedeelten van Oostenrijk heeft men voorzorgsmaatregelen genomen in verband met eventuele hondsdolheid. In die gebieden zijn grote rode waarschuwingsborden geplaatst. U kunt de hond daar het best in de auto laten.
Polen:
Honden en katten
De Poolse douane verlangt voor honden en katten een geldige gezondheidsverklaring van maximaal 3 dagen oud in tweevoud en een certificaat van inenting tegen hondsdolheid dat minstens 30 dagen en hooguit 12 (katten 6 maanden) maanden oud is. Zowel de gezondheidsverklaring als het certificaat van inenting moeten gelegaliseerd worden door de RVV.
Portugal:
Honden en katten
Certificaat betreffende gezondheid en inenting tegen rabiës vereist van ten minste 21 dagen en hoogstens 1 jaar oud voor honden en ten minste 21 dagen en 6 maanden voor katten.
Roemenië:
Honden en katten
Een gezondheidsverklaring niet ouder dan 10 dagen en een inenting tegen rabiës van minimaal 30 dagen en hoogstens 12 maanden (honden) of 6 maanden (katten) oud zijn vereist. De papieren moeten door het RVV worden gelegaliseerd.
Slovenië:
Honden en katten
Gezondheidsverklaring (maximaal 10 dagen oud) en inentingsbewijs tegen hondsdolheid van ten minste 30 dagen en ten hoogste 6 maanden oud vereist. Voor dieren jonger dan 4 maanden is alleen de gezondheidsverklaring vereist. De gezondheidsverklaring moet door de RVV worden gelegaliseerd.
Slowakije:
Honden en katten
Een certificaat van inenting is verplicht, niet recenter dan 30 dagen en niet ouder dan 1 jaar (katten: 6 maanden), waarin ook vermeld is dat de plaats (en een straal van 30 km daaromheen) waar de hond of kat uit afkomstig is ten minste 3 weken vrij is van rabiës + een gezondheidsverklaring die niet recenter mag zijn dan 3 dagen en niet ouder dan 3 weken. Beide certificaten (inenting en gezondheidsverklaring) dienen door de RVV te worden gelegaliseerd. Honden moeten in het openbaar vervoer een muilkorf dragen.
Spanje:
Honden en katten
Inenting tegen rabiës is verplicht. De inenting moet ten minste 30 dagen en hoogstens 1 jaar voor de aankomst in Spanje hebben plaatsgevonden. Daarnaast is een geldig gezondheidscertificaat vereist, dat bij inreis in Spanje niet ouder mag zijn dan 10 dagen. Voor dieren jonger dan 3 maanden is slechts een gezondheidscertificaat vereist. Legalisatie door de RVV is niet verplicht. Volgens de Spaanse voorschriften dienen in de bebouwde kom de honden aan de riem worden gehouden. Honden in bus, trein en vaak ook taxi, worden geweigerd.
Tsjechië:
Honden en katten
Certificaat van inenting tegen rabiës niet recenter dan 30 dagen en niet ouder dan 1 jaar (katten: 6 maanden) waarin ook vermeld is dat de plaats (en een straal van 30 km daaromheen) waar de hond of kat uit afkomstig is ten minste 3 weken vrij is van rabiës + een gezondheidsverklaring die niet recenter mag zijn dan 3 dagen en niet ouder dan 3 weken. Beide certificaten (inenting en gezondheidsverklaring) dienen door de RVV te worden gelegaliseerd. Honden moeten in het openbaar vervoer een muilkorf dragen. In de metro mag een hond alléén worden vervoerd in een kist of (wanneer het gaat om een kleine hond) tas.
Turkije:
Honden en katten
Een gezondheidsverklaring niet ouder dan 15 dagen en een inenting tegen rabiës van ten minste 30 dagen en hoogstens 12 maanden oud zijn vereist. De papieren moeten zowel door het RVV als door het Turks consulaat worden gelegaliseerd.
Zweden:
Honden en katten
Een invoervergunning dient aangevraagd te worden bij: Statens Jordbruksverk Smittskyddsenheten S-551 82 Jönköping tel. 00 46 36 15 50 00 fax: 00 46 36 15 50 05. De kosten van de vergunning zijn SEK 400 (SEK 800 voor een spoedafgifte) en de vergunning is 1 jaar geldig. Het dier moet geïdentificeerd kunnen worden d.m.v. een tatoeage of een microchip met identificatienummer. Als u een vergunning aanvraagt, duurt het ongeveer een maand voordat u bericht krijgt. Het dier moet ingeënt worden tegen rabiës en minstens 120 dagen na de inenting dient er een bloedtest te worden genomen. Informeer bij bovenstaand adres naar de laboratoria die deze analyses uitvoeren (de laboratoria bevinden zich in het buitenland). Na ongeveer een maand ontvangt u de uitslag van de bloedtest waaruit blijkt of u het dier mee mag nemen naar Zweden. Honden dienen tevens te worden ingeënt tegen hondenziekte en leptospirose. 10 dagen vóór vertrek moet er voor het dier een gezondheidsverklaring worden afgegeven waarin tevens staat dat het dier wormenvrij is.
Zwitserland:
Honden en katten
Als u meer dan 3 dieren meeneemt, is een veterinair onderzoek aan grens vereist. Inenting tegen rabiës is verplicht. U moet een certificaat van inenting laten zin van ten minste 1 maand oud en van ten hoogste 12 maanden oud. Voor dieren jonger dan 5 maanden is een inentingsbewijs niet vereist. Gezondheidsverklaring vereist.
Kennelhoest
De symptomen:
Kennelhoest is een keel- en luchtpijpontsteking, met als belangrijkste verschijnsel: een droge schraaphoest, die door de eigenaar van een hond vaak wordt omschreven als 'alsof de hond een graatje in zijn keel heeft'. Vaak wordt daarmee ook wat slijm opgehoest, meestal gevolgd door kokhalzen, waarna het slijm ingeslikt of eruitgegooid wordt. In het begin van de ziekte kan een hond ook slomer zijn, koorts hebben en minder eten. Het hoesten kan in de loop van enkele weken vanzelf over gaan, maar er kunnen ook complicaties optreden zoals bronchit is of longontsteking. De keel- en luchtpijpontsteking kan ook chronisch worden en is dan moeilijk te genezen. Bij erg jonge dieren, oudere dieren of dieren die door een andere ziekte een verminderde weerstand hebben kan kennelhoest zich al in de beginfase door koorts en stoppen met eten en drinken tot een ernstig ziektebeeld ontwikkelen.
De oorzaak:
Van meer dan één virus is bekend dat het luchtwegontstekingen kan veroorzaken of de hond gevoeliger kan maken voor de belangrijkste bacterie die bij kennelhoest een rol speelt. Verminderde weerstand, stress, veel blaffen of een hogere infectiedruk (veel honden bij elkaar waarvan meerdere de aandoening hebben) verhogen de kans op verspreiding en aanslaan van de infectie. De naam kennelhoest is dan ook ontstaan doordat de ziekte zich vooral laat zien op plaatsen waar veel honden dicht bij elkaar leven, zoals bijvoorbeeld in een pension het geval is. Ook kan de infectie op straat en bijvoorbeeld op het trainingsveld van hond tot hond worden doorgegeven. De ziekte wordt verspreid door deeltjes die bij het hoesten worden rond gesproeid en door opgegeven slijm. Een hoestende hond moet dus bij andere honden vandaan gehouden worden om verspreiding te voorkomen. Houd er rekening mee dat besmetting ook via mensenhanden of kleding kan plaats vinden. Ga er altijd van uit dat de infectiekans zeker blijft bestaan zolang de hond hoest.
De behandeling:
Bij milde hoestklachten zonder ziekte bij volwassen jongere dieren kan kennelhoest ook met alleen rust en zonodig een kinderhoest-drankje genezen. Bij wat ergere hoestklachten, verschijnselen van algemeen ziek zijn, jonge of oude dieren is het veiliger de keelontsteking met antibiotica te behandelen. Afhankelijk van het totale ziektebeeld zullen wij een hond controleren alvorens een antibioticumkuur voor te schrijven of kunnen wij besluiten ongezien een kuurtje medicijnen klaar te leggen. Controle is vooral nodig bij de dieren waarbij de kans op complicaties groter is, maar ook als wij zonder controle van de hond er niet zeker van zijn dat het om kennelhoest gaat. Diverse hart- en longaandoeningen kunnen ook de oorzaak van het hoesten zijn en dan is het vlot inzetten van een daarop gerichte behandeling van groot belang.
Het voorkomen:
Het is mogelijk om door vaccinatie de hond te beschermen tegen kennelhoest. De 'cocktailprik' geeft een zekere weerstand tegen bij kennelhoest betrokken virussen. Een aparte inenting tegen de bacterie (Bordetella) is van belang voor een echt goede bescherming. Er zij verschillende redenen om niet standaard iedere hond deze aparte kennelhoestenting te geven. In het algemeen proberen wij het vaccineren te beperken tot het noodzakelijke, onder de meeste omstandigheden is het infectierisico niet zo groot en de ziekte waartegen beschermd wordt heeft wel een heel hinderlijk, maar slechts bij uitzondering een ernstig verloop. Bovendien is de enting nogal prijzig. De vaccinatie wordt wel geadviseerd als een hond in een pension moet, omdat dan het infectierisico duidelijk groter is. Er zijn twee soorten kennelhoestvaccins: 'Intrac' is een vaccin dat de in de neus gedruppeld wordt. Het zorgt voor de vorming van antistoffen in neus en keel, de toegangspoort voor de infectie. De werkingsduur is ongeveer een jaar. 'Pneumodog' wordt ingespoten en geeft bescherming door de vorming van antistoffen in het bloed. De eerste keer moet de inenting 2 x worden gegeven met een tussentijd van een maand. Daarna is een jaarlijkse herhalingsenting voldoende. Vanwege de betere bescherming adviseren wij de Intrac neusdruppel vaccinatie.
Parvo
Parvo is een zeer besmettelijke virusziekte. Honden kunnen er tegen worden ingeënt, maar puppies kunnen de ziekte al zeer vroeg oplopen. Aangezien niemand kan voorspellen of de hond de ziekte overleeft is het van het grootste belang dat alle honden er tegen worden ingeënt en dat de herhalingsinentingen worden gehaald. Het oplopen van Parvo komt bijna altijd door contact met niet ingeënte honden of hun uitwerpselen. De symptomen lopen nogal uiteen: als het virus de darmen aantast, komen vooral hoge koorts, niet willen eten, braken en diarree voor. Bij puppies wordt vaak de hartspier aangetast: zij willen dan niet eten, happen naar lucht, piepen, verzwakken en sterven meestal binnen een paar dagen. De weinigen die het wel overleven kampen vaak met dusdanige hartafwijkingen dat deze uiteindelijk ook fataal zijn. Behandeling heeft vaak succes, tenzij de hartspier is aangetast, en is vaak gebaseers op het toedienen van antibiotica. Daarnaast moet de patiënt worden ondergebracht in een steriele verblijfsruimte, aangezien Parvo zich razendsnel kan verspreiden. Honden die een besmetting met Parvo overleven, zijn waarschijnlijk hun verdere leven immuun.
|
|
© 2005 All Rights Reserved.
Create a
free website at Webs.com
|  |
|