| |

|
|
 |
|
De eerste schriftelijke vermelding van deze kapel, gelegen op de Kapellekouter te Sint-Lievens-Houtem, gaat terug tot het jaar 1500. Ze werd toen beschreven als « de kercke van sente lievens houtem up sente lievens coutre up den wijnborne » (gewijde bron) De naastgelegen bron werd reeds in 1472 vermeld als de « sente lievens borne». Wellicht was de kapel toen reeds lang gebouwd, hetgeen wordt bevestigd door het originele baksteenformaat 230/120/50 en 230/115 /45. De driezijdige koorsluiting verwijst echter naar een vroeg gotische typologie, waarbij de oorsprong van de kapel wellicht nog vroeger moet worden gezocht (1225-1260). We vermoeden dat ze rond 1583 moet zijn verwoest door de geuzen en pas in 1640 werd hersteld.
|
|
|
|
|
|
 |
Het was pastoor Pieter Mallans (1639-1658) die ze liet herstellen in een typische laatgotische bak- en zandsteenarchitectuur,waarvan eveneens getuigen zijn te vinden aan het buitenkoor. (Balegemse zandsteen) |
|
|
|
|
|
 |
Merkwaardig is ook het feit dat 40 jaar later (1680) te Sint-Lievens-Esse eveneens een aanvang of restauratie aanloop werd genomen met de zich in de Kauwstraat bevindende St.Lievenskapel. De overeenkomst met deze van Sint-Lievens-Houtem, alhoewel groter, is opmerkelijk.
Het huidig schip van te kapel te Houtem is sterk gerestaureerd en vergroot geworden in 1702 onder het pastoorschap van Jan Van Remoorter. De funderingsmuur (45 cm breed) van de vroegere voorgevel, uitgevoerd in metselwerk, formaat 240/110/45, werd tijdens de restauratie van 1990 aangetroffen halverwege de kapel, waar zich voorheen ook een niveauverschil bevond. Ook de vroegere leisteen tegelvloer 30/30 werd 30 cm onder het bestaand niveau aangetroffen.
Ook in1899 onderging deze bidkapel een grondige restauratie nadat burgemeester August Verbrugghen ze had aangekocht van de Gentse nijveraar Albert Story ten voordele van pastoor Edmond August Blaton (1897 -1901) voor de prijs van 150 BEF. Sporen van deze restauratie stellen we vast in het gebruik van een ander baksteenformaat en in blauwe hardsteen ter vervanging van de verweerde zandsteenplinten.
Architect : Verhauwe (Munte) Aannemer : Prosper De Smet, (Dorp, St-L.-Houtem) Prijs aanneming 2.000 BEF |
|
|
|
|
|
 |
Betaald door : Burgemeester Verbrugghen 50 BEF Mevr. Sanoy, (Gent ) 100 BEF Mr. Sanoy, (Gent) 100 BEF Omhaling op de parochie 500 BEF Verschillende giften uit Eeklo 500 BEF Offerblok, zegeningen enz. 750 BEF
De glasramen werden geschonken door de begijnen Leonie en Hermina De Taye
|
|
|
|
|
|
 |
Pastoor Blaton verkocht de kapel in 1920 aan dokter Leon Van Steenberge ( Burgemeester van 1944 tot 1959) voor de prijs van 472,50 BEF. In 1922 werden de binnenmuren bezet voor de prijs van 309,40 BEF en schilderwerken uitgevoerd door Gust Verstraeten (Zottegem) voor 260,10 BEF
In 1923 schonk de familie van Leo Foselle (Krabenijck te St. L. Houtem) een beeld van de H. Livinus om in de nis te plaatsen boven de inkomdeur.
In 1924 werden de buitenmuren met olieverf rood geschilderd, waarbij de voegen werden geaccentueerd met een witte verf. Deze werken werden uitgevoerd door Rigeaux (Oosterzele) voor de prijs van 554 BEF. |
|
|
|
|
|
 |
| | |  | | In 1927 werd de kapel samen met andere eigendommen getransfereerd naar de vzw Parochiale Werken door een gift van burgemeester Leon Van Steenberge. Kort daarop werd het dak hersteld en de muren nogmaals herschilderd door R. Lerminiaux (Ressegem) voor 236 BEF. Immers een kleine brand van afdruipend kaarsvet had het interieur zwart gerookt.
In 1928 gaf Mgr. Coppieters aan pastoor Van Poucke de toelating om de met de opbrengsten van deze kapel te gebruiken voor het onderhoud en de versiering ervan.
In 1939 werden de binnenmuren opnieuw geschilderd op aandringen van pastoor Jules Clemmen (1935-1952)
Door vochtigheid moest men in 1951 terug overgaan tot het herstellingwerken die werden uitgevoerd door Clement Lievens voor de prijs van 42.071 BEF. De binnenmuren werden opnieuw gecementeerd. De naastgelegen waterput werd eveneens hersteld en gekuist voor 767,50 BEF
Bij de komst van pastoor Beekman (1952 -1973) werd het inwendige van de kapel nogmaals aangepakt. De bepleistering werd nu afgekapt en de binnenmuren werden voorzien van een imitatie 'Franse steen' cementbepleistering (1953), uitgevoerd door Camiel Lammens voor 21.250 BEF De schilderwerken werden uitgevoerd door Marcel Haegeman voor 1.410 BEF.
Ter gelegenheid van het 13de eeuwfeest in 1957 werd het koor en de gewelven herschilderd door de firma Firmin De Vos (Destelbergen) voor de prijs van 6.000 Fr. De herstelling van het dak bedroeg toen 7.000 Fr. | | | |
|
|
|
|
|
| De kapel met de omringende populieren | | | |
| | Na de stormschade van 1962 werd besloten de omringende populieren te verwijderen, daar ze een gevaar betekenden voor de veiligheid, en werden ze vervangen door coniferen en acacias. De haag werd verwijderd en in de plaats kwam een omheining met betonpalen en platen waartussen een gaasdraad was gespannen. Het bakstenen plankier werd verbreed met een graveelpad. De werken bedroegen 34.000 Fr. inbegrepen het herstel van het dak.
In 1987 werd het interieur en de deur nogmaals overschilderd door het gemeentepersoneel.
De aanstelling van de pastoor Edward Bosteels (1986-1991) was de aanzet tot een algehele restauratie in 1990 die werd uitgevoerd door aannemer Braeckman (Vlierzele) onder leiding van architect Ignace Van der Kelen. Gezien het de bedoeling was om er geregeld de mis in op te dragen, werd de kapel uitgerust met verlichting en verwarming. Het hek in het midden van de kapel werd verwijderd en een nieuw altaar werd geplaatst in het koor. Dit werd uitgevoerd door Van Dorpe (St. L. Houtem) naar een ontwerp van de architect. De schilderwerken (binnen-buiten) werden uitgevoerd door Wilfried Watté (St.L. Houtem) voor de prijs van 49.110 BEF. De totale restauratie kostte ca. 1.600.000 BEF
In 1994 werd de kapel beschermd en opgenomen op de monumentenlijst. | | | |
|
|
|
|
|
|
 |
 |
|