Your Logo Here Information Bhutan International


Home | News and Publication | Bhutan in Dutch media | About us. | Contact | Bhutan National Assembly


Bhutan in Dutch media


On the occassion of 55th HumanRights Day 10 December 2003, Bhutanese human rights activists from germanyand Netherlands launched a peaceful demonstration in the  Dutch Parliament house in The Hague. The Dutch government is requested to assert Human Rights conditions in its grant aid package to Bhutan see PETITION submitted to the Parliament. It was organised by StichtingInformation Bhutan International.

Reproduced below is the Press release of GHRD:

Bhutanese mensenrechten actief in Nederlands demonstreren voor de Tweede Kamer. Den Haag. Op woensdag 10 december 2003, international dag voor de rechten van de mens, zullen Bhutanese mensenrechtenactivisten demonstreren voor de Tweede Kamer der Staten-Generaal in Den Haag. Omstreeks 15.00 uur zal een petitie worden aangeboden aan de heer de Haan, voorzitter van de vaste kamercommissie Buitenlandse Zaken.

De Bhutanese mensenrechtenactivisten wensen op deze speciale dag in de stad van vrede en recht hun diepe afkeuring te laten blijken over de behandeling van minderheden in de Himalayaanse bergstaat Bhutan. Deze absolute monarchie heeft etnische zuivering geïnstitutionaliseerd en heeft sinds 1990 een zesde  van de totale binnenlandse bevolking, voornamelijk de etnische minderheid
Lhotshampa, in dit kader onvrijwillig en onder dwang gedeporteerd naar Nepal.

Ondanks het feit dat deze absolute monarchale staat nog geen constitutie kent, heeft het wel diverse discriminerende wetten aangenomen. Onder het door de regering aangenomen formele "One Nation One People"-beleid, wordt de vraag naar democratie en justitie actief onderdrukt; geboren en getogen Bhutanese Lhotshampa worden het burgerrecht ontnomen, inheemse talen worden afgeschaft, landmetingen, volkstellingen, de Ngalong etiquette en invoering
van het "No Objection Certificate" voor scholing, een plaats op de
arbeidsmarkt en in de handel belemmeren allen actief de participatie van de minderheden in de maatschappij. Het politie en militaire apparaat wordt op grote schaal gebruikt voor onrechtmatige gijzeling, lichamelijke mishandeling en verkrachting van hen die weigeren te vertrekken. De regering negeert de aanbevelingen van de UNHCR, Amnesty International, Human Rights Watch, Habitat International en
internationale conventies zoals de rechten van het kind, de rechten van vrouwen en kinderen en de rechten van minderheden.

De regering van Nepal, alwaar de meeste der uitgezette vluchtelingen onder miserabele omstandigheden verblijven in UNHCR-kampen, heeft na 15 pogingen tot op heden geen enkel resultaat weten te boeken inzake de repatriëring van de minderheden van Bhutan. Bhutan heeft repatriëring systematisch geweigerd en staaft dat aan een zelf geïnstalleerd systeem van klassen. Leden van lagere klassen maken geen aanspraak meer op het burgerschap, hetgeen Bhutan de dubieuze eer doet toekomen het land met het relatief grootste aantal
vluchtelingen ter wereld te zijn.

Gezien de onsuccesvolle pogingen van de gevestigde mensenrechteninstanties en de regering van Nepal is thans druk van de zijde van donorlanden als Nederland gewenst. Nederland heeft Bhutan als een voorkeursland opgenomen in haar ontwikkelingsbeleid, maar heeft ook aangetoond dat het voorwaarden durft te stellen in de relatie van ontwikkelingssamenwerking met landen waar op grote schaal gediscrimineerd wordt, zoals bijvoorbeeld Zuid-Afrika.

In de petitie aan de vaste kamercommissie Buitenlandse Zaken zal dan ook aan worden gedrongen op aandacht en gepaste maatregelen van Nederlandse zijde, zoals voorwaardelijke ontwikkelingssamenwerking, inzake de installatie van de constitutie in Bhutan en  naleving van de mensenrechten.

Noot voor de redactie: voor meer informatie Global Human Rights Defence, Den Haag. info@ghrd.org  Telefoon: +31-6- 27 458440  + 31- 6- 51 408018  of Stichting Information Bhutan International. telefoon: 06 40475108 email bhutaninfo@tiscali.nl kijk de petitie hier


Actie tegen  een actie van Zonnepannel van Holland aan Bhutaanse regering. Hieronder is een briefje aan Brabantscentrum die verschijnt in november 2003.

Brabantscentrum

Zonnepanelen, maar voor wie?

Goed nieuws: er worden in Boxtel meer en meer zonnepanelen geïnstalleerd. Als we het bericht in het Brabants Centrum van 6 november mogen geloven, dan zijn er al 43 huizen met zonnepanelen.  Het minder goede nieuws is, dat er – overigens met de beste bedoelingen - een fonds is gevormd van inmiddels 15.000 Euro door  de vereniging Zonnestroom in Deventer in samenwerking met Lokale Agenda 21 uit Boxtel  om het Himalayakoninkrijk  Bhutan te helpen aan duurzame zonne-energie. Het is zelfs pijnlijk, dat die steun uitgerekend ook uit Boxtel komt  waar de twee enige politieke vluchtelingen uit Bhutan wonen, die ons land asiel heeft verleend. De een, Nanda Gautam, die als radiojournalist in Bhutan werkte en de ander, Ram Chhetri, afgestudeerd politicoloog, die na zijn vlucht in Nepal werkte. Waarom zij moesten vluchten? Omdat hun leven in Bhutan en zelfs in Nepal (en dat ondervond Chhetri) niet zeker was. Bhutan, met nog geen miljoen inwoners, kent een boedistische monarchie en elite, die meedogenloos optreedt tegen de minderheid van hindoe’s, de circa 190.000 Lotchampa’s, waarvan de overgrote meerderheid , inmiddels ruim 130.000 sedert begin jaren 90 uit Bhutan is verdreven en sindsdien in vluchtelingenkampen in Nepal verblijft. Deze mensen, die al generaties lang in Bhutan woonden, zijn beroofd van al hun bezit, hun dorpen werden platgebrand.

Grote vraag: hoe komt het dat dit  in Nederland ondanks vele rapporten van Amnesty International niet bekend is?  ( http://web.amnesty.org/library/eng-btn/index  en ook kijk ‘ Amnesty report ‘Forcible Exile’)  Sterker: hoe komt het dat Nederland Bhutan nog elk jaar ontwikkelingshulp geeft, die, bedoeld voor bosaanplant en “Co2-afkoop”, volgens getuigen onder meer is gebruikt voor bosaanplant in de streken waar Lotchampa-dorpen werden vernietigd. En waar komt toch het idee vandaan, dat het “arme” Bhutan onze hulp zo nodig heeft? Bhutan is helemaal niet arm, is gezegend met een paradijselijke natuur (een soort super-Zwitserland) en laat jaarlijks slechts een handvol goedbetalende toeristen toe. Geen kunst om, zoals het Brabants Centrum vermeldt, in zo’n land het nationale product uit te drukken in de term “nationaal geluk”. Maar dan een soort geluk waarvan een zesde van de bevolking volledig is beroofd. Ondergetekende, die beide vluchtelingen door een toeval leerde kennen en daarmee op de hoogte kwam van bovengenoemde feiten, hoopt dat de Nederlandse politiek haar ontwikkelingshulpbeleid ten aanzien van Bhutan wil herzien en hij hoopt ook dat er een betere bestemming voor het fonds van Zonnestroom en Lokale Agenda 21 kan worden gevonden.

 Mede namens Nandala Gautam en Ram Chhetri, Sietz Leeflang, Boxtel.


-(Excerpt from the Newsbrief of the Humanistisch Overleg Mensenrechten) 

 

 hom nieuwsbrief, nummer 1, maart 2000 -

Jaargang 19


- Bhutan -
Rassenpolitiek versus duurzaamheid

Nederlandse samenwerking met Bhutan

Mensenrechten zijn hoeksteen van beleid in de relaties met andere staten, zo stelt de Nederlandse regering. De toetsing van het beleid aan deze hoeksteen is een aandachtspunt van het HOM. In het kader van een tussentijdse evaluatie van het Nederlandse DuurzaamOntwikkelings Verdrag met Bhutan, bezocht het HOM dit land in de Himalaya.

Etnische spanningen
Bhutan is ongeveer even groot als Nederland. De bevolking van omstreeks 600.000 mensen leeft op traditionele wijze. De mensenrechtensituatie van Bhutan wordt gekleurd door etnische spanningen tussen de Ngalong en andere etnische groepen, met name Nepalezen die al sinds begin deze eeuw als gevolg van de Britse migratiepolitiek in het zuiden van Bhutan wonen. Ongeveer 100.000 etnisch Nepalezen afkomstig uit Bhutan leven sinds begin negentiger jaren in Nepal in vluchtelingenkampen.
De Bhutanese Nepalezen zijn op de vlucht gegaan of het land uitgezet op grond van een rassenpolitiek die eind tachtiger jaren is ingezet en hen tot ongewenste vreemdelingen verklaarde. Er is een classificatie systeem van F1 tot F7 dat de mate van echt-Bhutanees zijn aangeeft. Een kind met een Bhutanese vader en een andere moeder is F4, een kind met een Bhutanese moeder en een andere vader is F5. F7 is het laagste niveau. De volkstelling van 1988 resulteerde in de verwijdering in 1990 van duizenden Nepalezen uit Bhutan. Acties hiertegen werden hardhandig de kop in gedrukt. Sommige dorpen zijn leeggehaald, mensen op vrachtauto's geladen en elders afgezet. Anderen zijn bedreigd en voldoende bang gemaakt om zelf te vluchten, en een derde groep is te kennen gegeven dat zij geen toekomst hoeft te verwachten als zij zou blijven. Vrij algemeen wordt aangenomen dat de toenname van het aantal Nepalezen en de angst van de Ngalong om (een deel van) de macht aan hen te moeten afstaan, de reden is geweest voor het harde beleid.

Opgedrongen cultuur
De Ngalong cultuur die percentueel door ongeveer 15% van de bevolking als eigen wordt beschouwd, wordt van boven af opgelegd aan alle andere etnische groepen. Op scholen is het onderwijs van andere talen dan het 'Dzongkah' afgeschaft. Er zijn voorschriften om de traditionele kledij te dragen: de 'gho' voor mannen, iets tussen een kilt en een kimono in, en de 'kira', een overgooier voor vrouwen. Beide zijn op traditionele wijze geweven met soms opvallende motieven. Meer zakelijk ingestelde mannen zie ik vaak een grijze gho dragen, maar of dat bewust bedoeld is durf ik hen niet te vragen. De vrijheid om zelf kniekousen te kiezen wordt dermate gewaardeerd dat Bhutanezen in het buitenland altijd weer nieuwe kniekousen kopen. De vraag of kledingvoorschriften gerekend moeten worden tot schending van de mensenrechten hangt af van de sanctie die erop wordt geheven. Of en hoe er op overtredingen in Bhutan wordt gereageerd heb ik niet bloot kunnen leggen. Er zijn buitenlanders die zeggen dat er zware straffen op staan, maar Bhutanezen verzekerden mij dat zij graag deze eer aan de machthebbers willen brengen, en blij zijn als de politie een onnadenkende overtreder op zijn feilen wijst. Door de kledingvoorschriften is een ieder direct te etiketteren en wordt volgzaamheid zichtbaar.

Politieke oppositie
Bhutan kende in 1999 slechts één krant, de 'Kuensel', die eens per week verschijnt en weinig kritische geluiden laat horen. Ik sprak uitgebreid met de adjunct-hoofdredacteur. Hij is ervan overtuigd dat er geen censuur bestaat, maar probeert dat niet uit. Op de suggestie van zelf-censuur lacht hij verlegen en zegt niets. Er is ook slechts één staatsgestuurde radiozender, en de televisie is zoals bekend pas in juni 1999 door de overheid toegelaten. Het Jaarboek van Amnesty International vermeldt meer dan 100 mogelijke gewetensgevangenen en het voorkomen van marteling en incommunicado detentie. Een bekende politieke gevangene, voor wie ook Amnesty International actie heeft gevoerd, is op 17 december 1999 na tien jaar gevangenschap vrijgelaten.
Ik ben op zoek gegaan naar niet-gouvernementele organisaties, vrouwenorganisaties in het bijzonder. Ik heb met geen enkele gesproken want ze zijn er niet. Er zijn in het verleden diverse mensenrechtenorganisaties en politieke partijen opgericht die zich hebben verzet tegen de discriminerende wetgeving. Dit waren vaak organisaties opgericht door Nepalezen, maar er is ook een 'Druk National Congress', waarin zich etnische groepen uit Oost-Bhutan hebben verenigd tot een oppositiepartij. Al deze organisaties leiden een ondergronds bestaan of zijn alleen in de kampen in Nepal actief.

Conditionaliteit
Sinds vorig jaar baseert de Minister van Ontwikkelingssamenwerking, Eveline Herfkens, haar selectie voor landen die structureel bilaterale ontwikkelingshulp krijgen, onder andere op het begrip 'goed bestuur'. Maar ook voor die tijd is er regelmatig discussie geweest over de vraag of een land dat op structurele wijze internationaal aanvaarde mensenrechtennormen schendt, wel gelden uit deze bron zou mogen ontvangen.
Overwegingen daarbij zijn niet alleen van machtspolitieke aard - met (het stoppen van) Nederlands geld proberen het beleid daar te veranderen - , maar ook van morele aard. Wil de Nederlandse regering medeplichtig genoemd kunnen worden aan het in stand houden van een bewind dat zo structureel de mensenrechten schendt?
Nederland geeft niet alleen geld voor de ontwikkeling Bhutan, maar expliciet voor duurzame ontwikkeling. Het begrip duurzaamheid behelst ook de sociale en politieke duurzaamheid van een samenleving, met een actieve deelname van burgers. Een overheid die consequent, structureel en zonder tegenstemmen toe te staan, een ras- en seksegericht discriminatoir beleid voert, maakt een samenleving die op lange termijn niet duurzaam zal blijken te zijn. Een samenleving gebaseerd op angst voor de anders-uitziende burger, en niet op respect voor de menselijke waardigheid. Het gaat hier dus om meer dan goed bestuur en een discussie over conditionaliteit is dan ook noodzakelijk. Het HOM wil deze discussie op de politieke agenda zetten.

Martha Meijer


terug naar inhoud nieuwsbrief 1, maart 2000

  © HOM 2002


       

NEXT

Humanistisch Overleg Mensenrechten

hom nieuwsbrief, nummer 1, april 2001 -

Jaargang 20

Auteur: Martha Meijer


- Bhutan -
Ik koester mijn tranen : Interview met een Bhutaanse vluchtelingen vrouw.

Inleiding:
Bhutan is een feodale monarchie en ligt ingeklemd tussen India en China in de Himalaya. De ruim 500.000 inwoners zijn van diverse etnische oorsprong, maar de Drukpa vormen de heersende elite. Sinds het eind van de jaren tachtig bestaat er een etnisch classificatiesysteem dat aangeeft in hoeverre iemand echt Bhutanees is. Zo staat F1 voor zuiver Bhutanees, en betekent F7: van totaal niet-Bhutanese oorsprong. Voor de mensen in deze laatste groep betekent deze classificatie: ontzegging van het Bhutanees staatsburgerschap en een verbod op verblijf in Bhutan. In 1990 begon het leger met zuiveringsacties waardoor meer dan honderdduizend vluchtelingen van Nepalese afkomst (Lhotshampa's) zijn gevlucht en nu in vluchtelingenkampen in Nepal verblijven.
In Bhutan zijn de taal en cultuur van de heersende Drukpa in alle aspecten van het openbare leven maatgevend tot in de kledingvoorschriften toe. Er zijn geen politieke partijen en ook nauwelijks maatschappelijke organisaties. Het land kent geen geschreven Grondwet. Volgens Amnesty International is de rechtspraak niet onafhankelijk. Naast de burgerschapswetten is er een National Security Act, die veel activiteiten strafbaar stelt als zijnde landverraad. Het land voert een op duurzaamheid gericht ontwikkelingsbeleid en laat ecologische argumenten zwaar wegen. Nederland heeft een speciale vorm van ontwikkelingssamenwerking met Bhutan, in de vorm van een Duurzaam Ontwikkelings Verdrag.

Chandra Kumari Gautam (25) is een etnisch Nepalese uit Bhutan. In 1990 werd ze vervolgd in Bhutan, daarna verbleef ze vier jaar in een vluchtelingenkamp in Nepal. Vervolgens leefde ze nog enkele jaren als illegaal in Bhutan. Dit jaar kwam ze met haar dochtertje aan in Nederland, waar ze herenigd kon worden met haar man. Martha Meijer zocht haar op in haar nieuwe woonplaats Boxtel.

Ze groeide op in een dorp in het tropische Zuiden van Bhutan. Met acht broers en vier zusters had ze een redelijk onbezorgde jeugd. Geen stromend water of elektriciteit, maar wel de traditionele warmte van de gemeenschap en de nabijheid van de natuur. De nationaliteitswetten die eind jaren tachtig van kracht werden in Bhutan betekenden een kentering in haar leven. Alle Lhotshampa's (etnische Nepalezen) werden ingedeeld in de laagste categorieën van het etnische classificatiesysteem. Hen werd 'aangeraden' te vertrekken. Velen werden gevangen gezet en gemarteld.

Vogelvrij
Chandra was veertien toen in 1990 de zuiveringsacties begonnen. Chandra: 'Ikzelf liep risico omdat ik had willen deelnemen aan een demonstratie die gericht was tegen de sluiting van scholen en de discriminatie van de Nepalezen. Maar onze groep werd door het leger tegengehouden en teruggestuurd. Onze hele familie vluchtte uiteindelijk het oerwoud in. Na een maand in de jungle vond mijn moeder het voor haarzelf en haar dochters te gevaarlijk worden en vertrokken we naar Thimphu, de hoofdstad in het noordwesten van Bhutan' .
'In Thimphu waren we vogelvrij. We hadden geen identiteitspapieren en geen 'No Objection Certificate' (NOC) dat je nodig hebt om legaal te werken, te reizen of onderwijs te krijgen. We woonden er als illegalen en deden zwaar werk om in leven te blijven. Na een paar maanden ontmoette ik mijn huidige echtgenoot. Hij wist een duplicaat-NOC te regelen zodat ik weer naar school kon. Ik was toen zestien jaar oud.'
De jaren daarna werden getekend door de discriminatie en bestaansonzekerheid. Haar man, Nandalal Gautam, had een F1 identiteitsbewijs: zijn van oorsprong Nepalese familie woonde tenslotte al vijf generaties in Bhutan. Chandra: 'Hij werkte bij de Bhutanese radio als de enige Nepalees-sprekende. Die hadden ze nodig om hun zeldzame Nepalese uitzendingen te verzorgen. Hij trachtte de taal levend te houden en rapporteerde over sociale onrust, maar viel juist daardoor op als een ongewenste dissident. Toen werd zijn vader opgepakt en vanuit de gevangenis, na uitgebreide marteling, verbannen naar Nepal. Als gevolg daarvan werd zijn eigen F1 vervallen verklaard en was hij een F7 geworden en dus stateloos en rechteloos.'

Een onbestaanbaar kind
Chandra volgde een opleiding tot onderwijzeres in Paro, op 60 kilometer afstand van Thimphu. Ze waren alleen in het weekend samen. Door hun huwelijk werd ook Chandra in feite een mens zonder nationaliteit. Toen in 1997 hun dochter werd geboren, ondervonden ze het toppunt van discriminatie: hun kind mocht niet geregistreerd worden. Chandra: 'Gautam wist alleen de dokter die de bevalling had uitgevoerd, zover te krijgen een briefje te schrijven waarin stond dat onze dochter geboren was. Net als in zijn werk voor de radio had Gautam zich bij deze zaken ook niet zomaar neergelegd. Hij was in beroep gegaan tegen het verlies van zijn staatsburgerschap, hij was op audiëntie geweest bij de koning, en trachtte voor zijn dochter een identiteitsbewijs te krijgen. Maar hoe meer hij zich inzette voor rechtvaardigheid, des te gevaarlijker werd het. In 1998 'kreeg hij de gelegenheid' naar het buitenland te gaan, zogenaamd voor een opleiding. Hij moest nog dezelfde week vertrekken.'

Niet welkom meer
'Voor mij kwam daarna de grootste schok van de onderdrukking. Toen ik merkte dat ik geen geld meer op kon nemen van onze rekening ging ik naar Thimphu om inlichtingen in te winnen over mijn man. Bij de bank vertelden ze me dat er beslag was gelegd op onze rekening omdat mijn man als 'anti-national' was vertrokken. Dat betekende dat hij ook nooit meer terug zou kunnen komen. Toen ik die avond bij vriendinnen aanklopte voor onderdak, bleek niemand mij binnen te willen laten. Ik kon het niet geloven: ik stond met een klein kind op de stoep en kon bij geen van de mensen terecht die mij dierbaar waren. Ze waren te bang om met mij geassocieerd te worden. Met mijn baby ben ik toen vertrokken. Op de grens van India en Nepal was een soort opvangcentrum en van daaruit ben ik doorgestuurd naar het Timai kamp in Jhapa.'

Geen opvang voor verdriet
'Timai is een van de acht vluchtelingenkampen voor Bhutanezen in Nepal. De situatie in dit kamp was erbarmelijk. Er was geen schoon drinkwater, geen medische zorg en geen verbinding met de buitenwereld. Er heersten allerlei ziektes zoals malaria, tyfus en cholera. Het eten was ronduit slecht van kwaliteit. Het kamp valt onder de verantwoordelijkheid van UNHCR, maar de dagelijkse leiding is in handen van de Nepalezen. Veel van de VN-fondsen raakten zogenaamd zoek, dus het eten en de medicijnen waren echt minimaal.
In het kamp was geen opvang voor ons verdriet. Veel vrouwen waren verkracht en sommigen hadden daar zelfs een kind aan overgehouden. Hoewel de Bhutanese traditie bepaalt dat vrouwen nauwelijks naar buiten treden, probeerden wij elkaar wel te steunen. We praatten onderling terwijl we de was deden. We hebben veel gehuild samen.'

Haar man Nandalal Gautam was ondertussen in Nederland aangekomen waar hij in 1998 een verzoek tot asiel indiende. In januari 2000 werd hij erkend als vluchteling. Dit was vrij uniek omdat de Nederlandse regering daarmee erkende dat in Bhutan de vervolging en discriminatie van Lhotshampa's zodanig is dat een erkenning als vluchteling terecht is. Terwijl Nederland tegelijkertijd nauw samenwerkt met Bhutan in het kader van het Duurzame Ontwikkelingsverdrag. Zijn vluchtelingenstatus gaf Gautam het recht op gezinshereniging. Maar het duurde nog ruim een jaar totdat Chandra naar Nederland kon komen.

Vernedering
Chandra: 'Ik moest naar Kathmandu, de hoofdstad van Nepal, om mijn DNA en dat van mijn dochter te laten afnemen en onderzoeken, voordat ze wilden geloven dat hij mijn man was. We hadden wel een officieel huwelijksbewijs, en het briefje van de dokter dat moest dienen als de geboorteregistratie van ons kind, maar die papieren werden niet erkend. Tegelijk moest mijn man zijn DNA in Nederland laten onderzoeken. Het heeft ons veel geld, maar vooral ook veel kostbare tijd gekost. Maar het ergste was eigenlijk nog de vernedering: dat je door je speeksel moet aantonen dat je bij elkaar hoort.'

Toekomst
Over de toekomst: 'Ik koester mijn tranen. De ervaring van discriminatie, van de andere vluchtelingen in het kamp, het verdriet dat we hadden en nog steeds hebben, dat geeft me de moed om hier verder te gaan. Daar moet ik aan blijven denken. Voor hen daar, voor ons hier en voor ons kind.'
Het meisje Luxmidip, een smal gebouwde peuter, loopt tijdens het gesprek heen en weer tussen de twee kleine kamertjes op het bovenhuisje dat ze bewonen. Niet echt verlegen, maar wel wat teruggetrokken; niet gewend om alsmaar binnenshuis te zijn, en nog niet gewend aan die meneer die zegt haar vader te zijn. 'Ze twijfelt nog of ik wel haar vader ben' zegt Gautam ongemakkelijk. Voor haar heeft de DNA-uitslag geen betekenis. Ze heeft tijd nodig om haar verdwenen vader opnieuw te vinden, zoals ook de relatie tussen de ouders tijd nodig heeft.

Verzet als misdaad
Gautam besluit: 'Natuurlijk willen we liever terug, maar dat is onmogelijk zolang er geen democratisch bestuur is. De koning mag best blijven, maar de mensen moeten meer invloed krijgen. Nu zijn de regeringen van Nepal en die van Bhutan aan het onderhandelen over de terugkeer van de vluchtelingen naar Bhutan. De vluchtelingen worden in categorieën ingedeeld en vervolgens wordt bepaald of ze hun staatsburgerschap terugkrijgen. Maar wie zich schuldig heeft gemaakt aan misdaad, blijft stateloos. En wat is een misdaad? Je verzetten tegen de burgerschapswetten is al een misdaad. Zo is de cirkel weer rond.'

Martha Meijer

terug naar inhoudsoverzicht nieuwsbrieven 2001 http://www.hom.nl/index2.html

©HOM 2001

Back home


VERY FEW DUTCH PEOPLE AND ORGANISATIONS ARE ACTIVE FOR THE WELFARE OF THE BHUTANESE REFUGEES. ONE IS VAJRA. SEE HERE HOW THEY UNDERSTOOD THE BHUTANESE REFUGEE CRISIS




An independent research on human rights and news reportings on the current affairs of Bhutan, in pursuit of building people to people relationship with Bhutanese and Bhutan's development partner countries

Create a free website at Webs.com