Welcome

Newest Members

Zondag, 29 september

De Keukenhof is inmiddels (eindelijk!) tot volle bloei gekomen. Het is er vandaag heerlijk oogsten!

Donderdag, 26 september

Mijn gebruikelijke vrije donderdagmiddag breng ik vandaag door in de Hof der Zoetheid, die in drie weken tijd is getransformeerd in een ware Hof der ZOTheid. Op sommige plaatsen is het zo'n jungle geworden, dat ik er niet meer kan komen. Ik moet me met een kapmes een weg naar de frambozen banen.......

Maandag, 23 september

Tijdens onze afwezigheid zijn de planten onder het raam volledig uit hun dak gegaan en zowat in omvang verdubbeld. Zoals het aloude spreekwoord al zegt: "Als de kabouter van huis is, dansen de begonia's op tafel!"

Vrijdag, 20 september – Pozzuoli

Dáár willen we heen! We waren deze vakantie een beetje aan het voorbereiden toen mijn liefste me een plaatje op internet liet zien. Een vissersdorp op een eilandje niet ver van Napels. En nu zitten wij dáár, in de afbeelding, tussen vissers, hun boten en hun huizen.

De wijk lijkt met veel fantasie opgetrokken te zijn uit Lego-steentjes, inclusief kerk en in een gamma van snoepkleuren geschilderd. Corricella ligt met haar rug tegen de huizen van Sancio Cattolico, de veerhaven van het eiland Procida.

Procida is klein en ligt in de shaduw van Ischia. Ook qua toeristenstroom. De inwoners vinden het wel goed zo, hun idyllische décor blijft zo bewaard. De rest van het eiland is dunbevolkt en deels beschermd natuurgebied. De klim naar de abdij van San Michele Arcangelo is zelfs na drie weken trappen lopen en hellingproeven nog geen eitje. De koperen ploert is volop van de partij. Gelukkig is de deur nog open en hebben we niet voor niets het hoogste punt van Procida opgezocht. Met het laatste stukje cultuur van deze reis dalen we weer af en nemen onze plaats in het schilderij weer in.

Witte zeilen aan de horizon. Buurvrouwen die van balkon tot balkon familiefeiten uitwisselen. Jonge handen werpen een lijntjeuit langs de kade, zoals al zoveel generaties hier deden. De klokken van de Santa Maria delle Grazie die weer een kwartier aan geschiedenis bijtellen. We wachten gelaten op de boot die ons zal wegvoeren. Maar we willen niet weg uit dit plaatje!

In de late middagzon glinstert het kielzog. In mijn gedachten zal het straks langs de oevers strijken van Capri en Sorrento. De meeuwen die ons begeleiden zweven morgen mischien boven de uitlopers van de Monti Lattari. Nog één blik op Vesuvio en al die mooie dagen in de Golfo di Napoli.   Grazie di Tutto!

Donderdag, 19 september – Pozzuoli

Hoe lang is het geleden de mens het jagen opgaf opdat hij meer tijd kon besteden aan het verzamelen? En waarom eigenlijk? Kwam het door het uitsterven van de mammoet of de uitvinding  van de postzegel? De geschiedenisboeken maken er geen melding van.
Tijdens de Italiaanse renaissance was het aanleggen van een verzameling vooral een hobby van de gefortuneerde burger. Zeg maar gerust: zeer gefortuneerde burgers zoals de De Medici’s uit Florence, de Borgia’s uit Rome en de Farneses uit Napels. Dat waren nog eens tijden! Waar de Florentijnen braaf schilderijen per dozijn inkochten, stortten de pauselijke Borgia’s zich met name op ondeugende afbeeldingen. De interesse van de Napolitanen lag op een geheel ander gebied. Zoals wij nu voetbalplaatjes sparen, verzamelden zij keizerlijke koppen. Dat wil zeggen, bustes van iedere Romeinse keizer van wiens bestaan ze op de hoogte waren.

 photo napels_zpse0e3e5d6.jpg

De in die tijd razendsnel groeiende kennis van de antieke tijd, en daarmee het fors uitdijend legioen van keizers, deed ze uiteindelijk de das om: ze gingen failliet en de koppen staan nu te pronken in het archeologisch museum in Napels. Hetzelfde lot onderging het “geheime kabinet” van de Borgia’s, dat nu zo ongeveer de grootste publiekstrekker is geworden. Hoewel niemand dat toe zal geven. Officieel komen alle toeristen natuurlijk af op de collectie kunstschatten die latere Napolitaanse koningen voor hun privé-verzameling uit Pompeii lieten slopen.

Intussen kunnen wij voor de achtergebleven verzamelaar weinig betekenen: in de gehele omgeving valt er geen spiegeltje, uiltje, parfumflesje of zangertje te bekennen. En precies één bierviltje. Met suikerzakjes hadden we goed kunnen scoren, maar wie verzamelt die nou nog?

Napels zien, en dan sterven: zo moeilijk is dat niet. Terwijl we -met plattegrond in de hand- onze weg proberen te vinden in de smalle straten van de oude stad, worden we regelmatig op een haar na van onze sokken gereden door toeterende fiatjes en vespa’s. Jammer, want het is best een aardige plaats vol barokke suikergoedkerken, kerststallen en griezelig realistische heiligenbeelden. Niet echt onze piece-of-cake. Leuk voor een dag, maar vooral niet langer.




Onze hotelkamer in Pozzuoli is, behalve een gerieflijk paars coconnetje, ook een perfecte uitvalsbasis voor divere uitstapjes naar stomende vulkankraters, oude Griekse orakelen, gigantische koninklijke paleizen met te veel kamers en te veel tuin (écht waar!), en lieflijke bergdorpjes die in de Middeleeuwen zijn blijven steken en waar het voortreffelijk lunchen is.

Toeristisch gezien allemaal erg interessant maar vooral ook vermoeiend. Dit stukje van de provincie Campanië raakt me niet echt, ik voel me er niet zo mee verbonden. Is helemaal niet erg, dat maakt het naderend afscheid van dit fraaie stukje van de wereld straks iets minder moeilijk……





 

Dinsdag, 16 september – Casamicciola Terme, Ischia





Na de culturele hoogstandjes rond Pompeii, inclusief bliksembezoek aan Ercolano waar we de lezer maar niet mee zullen vermoeien, zijn we naar de veerhaven van Pozzuoli gereden om de overtocht naar het eiland Ischia te maken. Wat & Hoe Italiaans, even iets opzoeken: wij komen hier voor onze rust …

Het is vooral beroemd vanwege de kuuroorden, zwavelthermen die al door de oude Grieken als geneeskrachtig werden ervaren. Ik heb met mijn onderhandelingstactiek weer een geweldig onderkomen geregeld, een appartement met uitzicht op het naburige dorp Lacco Ameno. Het stukje tuin is groot genoeg en mijn liefste heeft nog nooit met zoveel plezier de was te drogen gehangen want beneden zie je de bootjes in de haven dobberen terwijl de zon langzaam onder gaat.

We eten nog van hetgeen Silvio ons op het laatste moment heeft toegestopt, salami, fruit, rode wijn, ach wat lijkt dat alweer lang geleden. KNAL! Een oorverdovende dreun galmt tegen de berg heen en weer en nog eens KNAL,KNAL. Een donderslag bij heldere sterrenhemel maakt aan onze loomheid een eind. Dan begint er in de verte een carillon een vrolijk melodietje te spelen, andere kerkklokken luiden ook en dan wordt het weer stil in het dal.

We nemen ons voor om kleine uitstapjes te maken en de twee tuinen in de buurt, Ischia is niet groot, zijn ideaal om de late middaguren in door te brengen. De vrouw van de Engelse componist Sir William Walton schiep een botanisch paradijsje op de helling van een voormalige steengroeve, La Mortella. Ik ben in mijn element, tot het donker wordt en men achter ons de hekken sluit. In Casamicciola Terme zijn de lantaarns aan, er is een kleine markt rond de fontein en we eten nog lekker in de buitenlucht en zien de laatste veerboot terug gaan, of heen gaan, ieder geval  weg gaan.








Ischia telt zes gemeenten met elk zo’n tiental dorpjes. Allemaal gehecht aan hun eigen identiteit en het lijkt wel alsof ze zelfs hun stratenplan niet met een ander gehucht willen delen. Zo komt het dat we met de auto telkens in een soort van web verstrikt raken en met ingeklapte spiegels langs gevels laveren. Als we menen in de buurt van ons bed te zijn stranden we midden in een menigte feestgangers. De naamdag van hun lokale beschermheilige Santa Maria Dolorosa of iets dergelijks. Vuurwerk, het geknal is weer begonnen. Angstaanjagend hard soms. Hun dorpsstraat is prachtig verlicht maar ook dicht. TomTom en instinct brengen ons uiteindelijk thuis. We laten de koele wind de kamer binnen en vallen in slaap onder begeleiding van muziek en krekels.



Een andere trip, een andere trap. Hoog boven Ischia-Ponte verkennen we de vesting Castello Aragonese. Een soort Mont St. Michel met een kleine middeleeuwse stad rond een kasteel gebouwd. Jaartallen, veroveraars, oude steen op nog oudere. En zo’n geweldig uitzicht op Ischia en de Tyrrheense Zee dat we besluiten het eiland rond te rijden. Een grof gebreide sjaal van witte huizen is om de berg Epomeo gedrapeerd. Hier en daar een haventje, een strandje, een TOET TOET TOET!. Op een eiland zou alles kleiner worden naar men zegt. Nou, alles wat hier een voertuig bestuurd heeft een enorme haast, naar iets groots. Er zijn teveel auto’s en te weinig straat. Stoepen kent men niet, voorrang evenmin. Geen wonder dat we op Capri geen auto mochten meenemen, ach wat lijkt dat alweer lang geleden.




Mischien zijn die Thermale baden op den duur toch niet zo rustgevend. Ik kan ieder geval nog een paar uurtjes genieten van het zwembad bij ons “thuis”. Terwijl ik het keukengerei gebruik om mijn geoogste bessen en bloemknoppen te verwerken (niet voor het diner) , laat mijn liefste zich zakken in warm, groen en heilzaam vocht. Behalve de kat van Giuseppe is er niemand. Heerlijk. Weer een mooie dag.

KNAL, KNAL. Daar gaan we weer … Nu is het een fanfare die de dorpelingen de straat op lokt. Er klinkt koorgezang en een hond blaft in de maat van het applaus dat daarop volgt. De klokken galmen even lekker door elkaar, ons eigen dorp heeft geen boodschap aan het feest verderop. Wacht maar. Toch verschieten we weer van een enorme kanonslag.

Vrij naar Van Dale zou ik willen roepen: Noi Venire qui per SILENZIO!

 

Vrijdag, 13 september – Pompeii

De verzameling was ondergebracht in een schoenendoos. Glinsterende stukken rots die tijdens vakanties in Spanje en Noorwegen door mijn liefste werden opgeraapt en gepoetst. Hij moet ooit iets op TV gezien hebben wat hem ertoe bewoog met een hamer uit de gereedschapskist van z’n vader, de keien die hij langs de oude spoorlijn vond te splijten. Dat hij geen fraaien stukken kwarts ontdekte, moet ervoor hebben gezorgt dat geologie niet echt zijn grote passie werd. Tot de collectie behoorden verder nog een brok melkwit kristal van onbekende herkomst en een door de Noordzee gepolijst stukje glas. Maar het absolute pronkstuk, omwikkeld in wel vijf witte papieren servetten, was een zwart stuk grillig gevormd gesteente. Speciaal voor hem door Opa en Oma meegebracht van de Vesuvius. Hij was de trotse bezitter van een lavasteen! En de hele klas was jaloers.

Met de tong op de stoffige schoenen stappen we over het pad dat tot de rand gaat. Op deze hoogte is het een stuk kouder, de helling vrijwel kaal. Achter ons ligt de Baai van Napels nog in het zonnetje, voor ons kijken we in de diepte van de krater. Er kringelt stoom omhoog. Een rij figuurtjes beweegt langs de richel aan de overkant. Dansen op een vulkaan. We klauteren niet helemaal de krater rond want het weer wordt slechter en de grote terreinwagen naar beneden missen we liever niet. Mijn liefste raapt, als een kleine jongen, een stukje Vesuvius op en steekt het in m’n broekzak. ee, niet voor in de schoenendoos. Die verzameling moet ooit eens aan de natuur zijn teruggegeven. Deze lavasteen is straks het bewijs dat je gerust op vrijdag de dertiende een vulkaan kunt beklimmen.

Er liggen vishaken, verkoolde linzen, parfumflesjes van glas, een gipsen afgietsel van een gesneuvelde hond, ijzeren gespen. Een verzameling Romeinse huis-tuin- en keukenartikelen die het Nationaal Archeologisch Museum niet gehaald hebben, maar toch met zorg en aandacht zijn tentoongesteld in het Antiquarium van Boscoreale. We zijn de enige bezoekers …


Zo rustig is het ook in de vertrekken van Villa Oplontis. Poppaea Sabina, je weet wel, de tweede vrouw in de verzameling van keizer Nero zou hier hebben gewoond. Het is het best bewaarde complex, niet ver van Pompeii. De fresco’s aan de muren zijn nog erg mooi, vol afbeeldingen van vogels en andere decoraties. Zelfs grote stukken van de plafonds zijn met strakke patronen versierd en de vloeren van mozaïekwerk lijken onaangetast door de tijd. Het plaatje is zo vrijwel compleet.



In Torre Annunziata is verder niets te beleven. De streek tussen Vesuvius en de Monti Lattini is volgebouwd en rommelig. We zijn ook een beetje uitgewoond, het is behoorlijk warm geworden en we willen nog een uurtje aan zee van een gelato genieten. Vanaf een steiger in de jachthaven van Castellammare di Stabia kijken we naar die grote kegel in de verte. We hebben veel indrukken opgedaan vandaag en gisteren. Die kunnen we mooi toevoegen aan onze verzameling.

 

Donderdag, 12 september – Pompeii

Het is tien uur in de ochtend. Boven de vulkaan hangt een donkere wolk maar beneden schijnt de zon. In het felle licht lijkt de berg af en toe te trillen. Ik knijp mijn ogen halfdicht en loop de trap af, via de necropolis onder de porte Nocera door, en dan de stad in.

De via Del’Abondanza is levendig als altijd. In de bakkerij van Lucius Sallustio draaien de maalstenen, aangedreven door ossen, gestaag door. De vuren in de ovens loeien: het meel wordt meteen tot brood verwerkt.

Even verderop ligt de wijngaard van Claudius Flavius. Het is vandaag een feestdag voor de godin Isis, een goed moment om de nieuwste wijnen aan zijn vaste klanten te presenteren. Slaven slepen met rustbanken en in de olijfbomen worden alvast lampjes en bloemslingers opgehangen.
Het feestmaal wordt geleverd door zijn zwager, Lucrezius Fontone, die een huizenblok verderop een populaire taverna uitbaat. Geen enkel huis heeft hier een eigen keuken. Men is hier niet gewoon om zelf te koken, dus Lucrezius zit nooit om werk verlegen. Het heeft hem al een fraaie villa met schilderwerk, mozaïekvloeren en wel twee atriums opgeleverd.

Het is niet raadzaam om op de weg zelf te lopen. Deze staat vol modder en andere viezigheid. Gelukkig zijn er her en der verhoogde stenen aangebracht, zodat je relatief schoon kunt oversteken.

Een stukje verderop, op het forum, is het een drukte van belang. Dit is het politieke, commerciële en religieuze hart van de stad. Vanaf de spreekstoel oreert Obellio Firmo. Er zijn binnenkort verkiezingen en dit is een uitgelezen moment om zijn kandidaatstelling bekend te maken. Op de markt is het een drukte van belang, huisvrouwen en slaven doen de laatste inkopen voor het feest van vanavond: bloemen, wijn en olie om de Lares (huisgoden) gunstig te stellen.

Vanuit de tempel van Apollo klinkt een triest geloei, er wordt een stier geofferd. Even verderop, het badhuis.

Het is één uur, het heetst van de dag. Ineens wordt het donker en de mensen vluchten alle kanten uit, in de huizen en onder portieken.
Iemand botst tegen me aan en mijn ogen schieten open. Het is zomaar weer 2013. Wég zijn de toga’s, de slaven, de draagstoelen. Vervangen door honderden toeristen met veel te witte sportschoenen en flashy telefoons. 1.934 jaar geleden stond de tijd stil, en de stad hield op te bestaan. Ze verdween onder een metersdikke laag as en puimsteen en 1.500 jaar lang dacht niemand meer aan haar.

Nu liggen de maalstenen in de bakkerij van Lucius Sallustio er stil en verlaten bij.

De wijnvaten in de taverna van Lucrezius Fontone zijn leeg en zijn mooie villa ligt in puin.



In de tuin bij de wijngaard van Claudius Flavius getuigen gipsen afgietsels van de afschuwelijke manier waarop zestien mensen om het leven kwamen. Mannen, vrouwen en kinderen; rijkaard of slaaf, wie zal het zeggen? De dood maakte op die helse dag in het jaar 79 geen onderscheid.

Vandaag regent het gelukkig geen vuur, alleen water. Alleen de Vesuvius zelf bepaalt, wanneer hij opnieuw zal uitbarsten…..

 

Dinsdag, 10 september – San Lazzaro

Als je houdt van stadjes met een haventje, een kerk met een plein ervoor en levendige straatjes, dan krijg je zin om aan boord te gaan van één van de talloze veerboten die langs de kust varen. Vandaag varen we van Amalfi naar Positano. Er is wat bewolking. De golven zijn donkerblauw, tegen de rotswanden hangen witte huisjes geplakt. De Italiaanse driekleur

wappert in de wind, de boot schommelt sereen. Dit houden we wel even vol. Ons reisdoel is echter al gauw in zicht, één blik op Positano en je wordt een positivo. Je ziet door de vrolijk beschilderde balkonnetjes de steile rotsen niet meer.

De koepel van de Santa Maria Assunta glimt als een parel in de kroon. Er is een boulevard met zeer aantrekkelijke terrasjes, strand en zowaar een flets zonnetje. Nu komen de kleuren nog meer naar voren, net als de vele dagjesmensen. Noem het kitsch als je wilt, maar we hebben er een paar heerlijke uurtjes doorgebracht. Vakantie optima forma!

 

Maandag, 9 september – San Lazzaro

Ver van mij beweegt een groot containerschip richting ..ja, waarheen? Waar zee en lucht elkaar ontmoeten, ergens in de nevel wordt het niet meer dan een stip, alsof ik door een vliegtuigraam naar beneden tuur.

Maar daar hoort dan weer geen gekraai van hanen bij, laat staan het balken ener ezel. Agriturismo Mare e Monti. Logeren bij de boer, zo’n zevenhonderd meter boven het glinsterende water, en het kan nog véél hoger.

 

Maar ik ben nou eenmaal gek op stadjes met een haven, een kerk met een pleintje ervoor, levendige straten tot laat in de avond.

Amalfi heeft dat alles in het kwadraat. Op de Piazza Duomo lijkt iedereen te wachten op het juiste moment. Licht klaar? Camera klaar? AKTIE!  De steile trap voor de kathedraal is als een filmset. Bruidsparen stralen als sterren, toeristen laten zich door een onzichtbare Fellini regiseren. Als de scene is opgenomen, verspreiden de figuranten zich over de winkelstraat, de steegjes erachter en in de spelonken die je steeds verder van de zee omhoog lokken.

Hoger dan Amalfi, dat in de middeleeuwen kon wedijveren met Venetië, Pisa en Genua, ligt haar spiegelbeeld Ravello. Hier staat de Duomo er verlaten bij, de schatten blijven verborgen achter oude deuren tot de siësta voorbij is.


Maar een andere verlokking ligt ditmaal vele traptreden naar omlaag. Moorse invloeden in zuid Italië, toen onderdeel van het koninkrijk Aragon. Villa Rufulo ademt echt een andere sfeer, het harde Spanje. Door tijd en verwaarlozing is het gedeeltelijk ruïne geworden maar door de ligging en de tuinen is het  perfect op z’n plaats, onvergetelijk. Een stukje van de tuin is aan het oog onttrokken door het podium van het jaarlijkse muziekfestival. Richard Wagner deed hier immers inspiratie op, niet ”Der Fliegende Holländer” naar ik vermoed. Vreemd genoeg nemen de wolken boven Ravello opeens dramatischer vormen aan. Nog meer trappen afdalen en de poort tot Villa Cimbrone is daar. Ook beroemd om de tuinen, echter blijkt het geheel een goed bedoelde kopie, made in Hollywood. Inclusief nep-Romeinse beeldengalerij maar wel met het authentieke panorama dat ons inmiddels zo vertrouwd is: de Costiëra di Amalfi.


Mischien vond Greta Garbo het daarom wel zo prettig toen ze in deze villa logeerde, hoorde ze gekraai van hanen en andere boerderijgeluiden in de buurt, of keek ze naar een schip dat in de verte leek op te lossen …


 

Zondag, 8 september – San Lazzaro

“Mien zit in haar nachtjapon, achter de rhododenderon”. Hoogstandje van boerenhollandse poëzie dat zich in mijn hoofd heeft genesteld, en niet meer weggaat. Een gevalletje oververhitting, zuurstofgebrek, overgewicht of doodgewone waanzin? Johanna de Waanzinnige? Moet haast wel, waarom zou ik anders ons paradijsje een paar honderd meter hieronder inruilen voor deze hel van een wandeling: 500 reuzentreden die ons naar een ruïne van een eens beroemd klooster moet brengen? Vier domtorens op elkaar, één gehad en nog drie te gaan. De wereld zwemt, ik moet even zitten. Ik geef Harry een kontje, hij hijst me weer een trede hoger: samen komen we er wel. Boven aan de trap welteverstaan, van een klooster is nog niets te bekennen. Het uitzicht is echter subliem en de flora onovertroffen. We genieten er een tijdje van en houden het daarna voor gezien.


Dit culturele hoogstandje laten wij voor wat het is, er wacht ons immers nóg een activiteit van titanische afmeting: de zondagslunch, Italiaanse stijl, drie uur en ontelbare gangen lang in het gezelschap van Silvio, zijn ouders, zus, neven, nichten en al wat zich verder nog tot zijn familie mag rekenen. De jongste telg een week oud (en gisteren gedoopt), de opa zo oud als het landschap zelf. Vier domtorens? Eitje!


We bevinden ons al een dag of twee op de Agroturismo Mare e Monti, dat wordt gerund door Silvio (en zijn familie). Een ware tuin van Eden: een pergola druipend van kiwi’s, stokken vol druiven en appelbomen zo zwaar beladen dat ze gestut moeten worden. We kunnen geen vijgen, pruimen of tomaten meer zien. Een ware hoorn van overvloed wordt over ons uitgekieperd, letterlijk: de oogst is zo groot dat lang niet alle vruchten geplukt kunnen worden en, slachtoffer van de zwaartekracht, vanzelf uit de bomen vallen. Komt toch aan, zo’n hazelnoot!


Silvio’s Engels is van hetzelfde niveau als ons Italiaans, dus we converseren met handen en voeten. Hij vertelt over zijn zelfgemaakte wijn, kaas en olijfolie. Wij antwoorden dat deze onovertroffen zijn, en menen het nog ook. Dus zet hij glunderend nog een fles op onze tafel. En schept ons bord nogmaals vol. We boeken nog twee extra nachten. Eenmaal thuis schaffen we wel een nieuwe garderobe aan!


 

Donderdag, 5 september – Anacapri


Er staat een liefdevol verzorgd altaartje langs het pad dat vanaf de top van Monte Solaro naar Anacapri slingert. Een oude man komt op ons af. Alsof hij ons ergens op heeft betrapt steekt hij zijn armen naar ons uit. “Hier, eet maar”, gebaart hij en schenkt ons een paar grote witte vijgen. “Ik heb ze zelf geplant en water gegeven en kijk nu eens hoe mooi ze zijn gegroeid!”. Dan verzamelt hij zijn waterflessen, pakt een versleten tas en verdwijnt geruisloos tussen de naaldbomen.

Wij blijven achter met de krekels, de vlinders en de hagedissen die op de kalkrotsen liggen te zonnen.

En dan zijn we in gedachten weer even terug bij onze aankomst gisteren: het gietijzeren tuinhek van La Giuliva valt achter ons dicht en het kabaal van Vespa’s en Piaggio’s verstomd, een beetje.  In een sierlijke kruik staat een jonge boom die de vracht citroenen amper kan dragen.  Aan de galerij met bogen rond het witgekalkte huis, hangen gordijnen die als zeilen opbollen in de bries die van zee waait.  In de schaduw van de boom die naast een waterput groeit, glijdt de warmte die zich tijdens de overtocht vanuit Sorrento in mij heeft opgebouwd van me af.  We hebben in Marina Grande maar een taxi  genomen of liever een Capriolet, zoals wij ze noemen: dak van de auto zagen en vervangen door een luifel van tentdoek. Heerlijk koel in de krappe bochten naar omhoog.

Het tuinhek zwaait open en een keurige heer stelt zich aan ons voor als de vader van Fabricio. Zijn zoon komt straks even langs om de administratie af te handelen maar hij doet alvast onze kamer van slot, wijst waar alles staat, verontschuldigd zich nogmaals voor zijn gebrekkige Engels en verdwijnt dan weer geruisloos in de straatjes van Anacapri. Wij blijven achter met de kat van de buren die met een pas gevangen hagedis in de bek over de gloeiend rode dakpannen naar een schuilplek trippelt. In de verte ligt Ischia, maar dat eiland is voor later.

Een ander mooi panorama zien we die middag nog vanuit de tuin van Villa San Michele. Een Zweedse arts, Axel Munthe, heeft begin vorige eeuw een paradijsje geschapen. Zijn verzameling kopieën van Romeinse beelden heeft een plaats gekregen op de binnenplaats van de villa en ook in de tuin vol weelderige planten staan buste’s verdekt opgesteld.Watervalletjes, met loof overdekte galerijen, een eigen kapel en overal uitzicht op Capri en zee. Axel had smaak, zijn huis is nu een museum met de inrichting van toen, een sfeervol eerbetoon aan zijn leven en werk.


We zijn blij met onze keuze voor het rustiger Anacapri. Barokke kerkjes, levendige pleinen , weinig overdaad. En je kan vanaf  La Giuliva geweldig naar de ondergaande zon kijken die door de Golfo di Napoli wordt verzwolgen.

Die avond is weer heerlijk zwoel en op de Piazza San Nicola is een dansvoorstelling, die we temidden van de lokale bevolking uitzitten.

Maar waar was ik ook alweer gebleven?

Oh ja, die vijgen smaken erg lekker en we dalen met plakkerige vingers verder af naar onze basis. Het kronkelpad komt uiteindelijk uit tussen de druivenranken van de hoger gelegen huizen van Anacapri en ook de stoeltjeslift die ons vanmorgen omhoog bracht komt weer in zicht. Fabricio runt naast de Bed&Breakfast ook de bakkerij op de hoek van de straat. Behalve een lekker ontbijtje weet hij ook heerlijke gelato te serveren, die we als beloning voor onze afdaling menen te hebben verdiend.

Hoezeer we gesteld zijn geraakt op ”ons huisje” in Anacapri blijkt pas goed als we in Capri (stad) uit de bus stappen. Het is erg druk met dagjesmensen die vanuit Marina Grande zijn gedropt op de Piazza Umberto I en nu voetje voor voetje hun gids volgen, langs luxe hotels en mondaine boetieks. Wanneer je eenmaal aan dat gekkenhuis gewend bent, de achterafstraatjes opzoekt en het grote geheel overziet, blijkt het toch schilderachtig.

Keizer Augustus liet er niet voor niets een villa bouwen. Vanaf de terrassen van de Giardini de Augusto zie je nog een paar enorme rotsen in zee staan. Daaromheen liggen de jachten van de jetset voor anker. Over terrassen gesproken, die Piazetta tegenover de kerk van Santo Stefano is een ideale plek om de voorbijtrekkende meute te bekijken.

Er komt ook weer een bruid voorbij. We proosten op de liefde, of beter AMORE … 

 

Dinsdag, 3 september – Sorrento

“Amen! Halleluja!” schalt het uit de luide sprekers van het minibusje wanneer we de deur dichtsmakken. In Italië weten ze nog wat gastvrijheid is. Het busje pendelt van de de haven ver onder ons naar onze villa-voor-drie dagen hoog bovenop de berg. Efficiënt, gratis en bijna op tijd: service van de zaak. Wat zou je ook anders verwachten van een villa die Giovanna heet; Johanna op zijn Hollandse boerenfluitjes, net als ik. De haven is oud, de stad barok, de villa aanzienlijk nieuwer. Maar daar zie je gelukkig niets meer van.

Dit is alweer onze tweede dag hier in Campanië, een provincie iets boven de enkel van de Italiaanse laars met Napels als hoofdstad. Tweeëneenhalfde dag eigenlijk, want na een vlekkeloos verlopen reis kunnen we nog een deel van de van de zwoele namiddag meepikken.

Tenminste, dat had gekund als onze kamer niet een donker hokje was geweest met uitzicht op: jawel, de parkeerplaats. Hadden we dat een halfjaar geleden in Cuba ook al niet? En eerder in Playa del Carmen, Hurghada en al die andere plaatsen waar we dachten een kamer met balkon en uitzicht te hebben geboekt? Het zie-je-dan-niet-hoe-vreselijk-ongelukkig-we-zijn-gezicht van Harry, een reeds beproefd concept, heeft ook ditmaal het gewenste effect. Binnen een halfuur hebben we een upgrade naar de junior suite, inclusief blauwbetegeld balkon en uitzicht op de Vesuvius. Met op de achtergrond het geluid van een naar liefde hunkerende cicade en het gestage pok-pok-pok van de olijven die op ons balkon vallen.

Hier brengen we onze eerste échte vakantiedag door. Lezend, luierend, duttend. Af en toe valt de cicade stil. ‘t Komt toch hard aan, zo’n olijf. Zelfs als je geen cicade bent.

Op dag twee zijn we toe aan actie. Genoemd pendelbusje zet ons af aan het begin van de hoofdstraat van Sorrento. Oei, wat is het hier druk. Zo snel mogelijk duiken we één van de vele, smalle zijstraatje in. Het betere slenteren kan beginnen. We bekijken de ene barokke kerk naar de andere: allemaal inwisselbaar, allemaal lekker koel. We hijgen uit in de twee haventjes die de stad rijk is.  Sloffen langs de vele winkeltjes die met name knollen of citroenen verkopen. En citroenlikeur, -zeep, -koekjes, -snoepjes, -parfum, -kaarsen en wat je zoal nog meer van citroen kunt maken. Ze hebben er blijkbaar een overschot van.

Af en toe stuiten we op een verrassing: een kapelletje onder een kerk, een middeleeuwse kloostergang, een typisch Engelse bruiloft. Eh, jazeker, in die kloostergang nog wel. De heren zwetend in driedelig, grijs polyester. De dames in te krappe, te glimmende jurken. De bruid: iets te blond, iets te bruin en iets te bloot. En met een loopneusje. Voor haar aanstaande maakt het niets uit. Als ze de kloostertuin binnenschrijdt, gaat er bij hem een lichtje aan. Plechtig geven zij elkaar het yes-woord met op de achtergrond een mandoline die muziek uit The Godfather tokkelt. Wat maakt het uit, ze zijn gelukkig en dus zijn wij het ook!


 

Zondag, 1 september

 photo Capturecampania_zpsa0c20a28.jpg

Is iedereen weer terug van vakantie? Mooi, dan kunnen wij vertrekken!

Ditmaal gaan we naar Italië, de provincie Campanië en omstreken. Pizza, ijsco’s en “dolce far niente” (het zalige nietsdoen): dat zijn de voornemens voor deze najaarsvakantie. Of het gaat lukken? Wat denk je? Er valt vast genoeg te zien en te oogsten!

Volg onze avonturen via ons vakantielogboek!